CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage 1 Rapport onderzoek en advies natuurgrasvelden

Commissie BZ-MID-GGZ 29 januari 2026, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 26-02 Vervanging en renovatie voetbalvelden10.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2. Advies Er kunnen diverse handelingen/maatregelen op de korte termijn worden toegepast. Om te beginnen is het van belang om onder droge omstandigheden te maaien met een cirkel-, kooi- en/of robotmaaier. Een cirkelmaaier zal hierin de ietwat duurdere, maar logische oplossing zijn. Het opvangen van het afgemaaide gras kan hiermee gegarandeerd worden. Daarmee kan het vezelvilt ook teruggedrongen worden. Ten opzichte van een klepelmaaier is de kans geringer op verdichting en insporing door het gewicht en de wieldruk. Zodra de klepelmaaier wordt vervangen door een van de eerder genoemde maaimethodes zal de maaikwaliteit verbeteren door: ▪ Een strakker maaibeeld; ▪ Een gelijkmatigere maaihoogte; ▪ Mindere beschadiging van het gras. Om de ongewenste laag, bestaand uit vezelvilt, te bestrijden dient de toplaag bewerkt te worden. Daarnaast dient de luchthuishouding en de waterdoorlatendheid in de toplaag geoptimaliseerd te worden. Diverse handelingen zullen hier positief aan bijdragen. Ultrakort maaien Rapport | Advies natuurgrasvelden 27

Aangezien het wortelpakket (zeer) goed bevorderd is, het onderste gedeelte van de grasplant net boven het maaiveld vaak geen zuurstof krijgt en dood organisch materiaal vertoond, lijkt een eerste oplossing te liggen bij het inzetten van een machine die het grasbestand zeer kort kan maaien en tegelijkertijd lucht in de toplaag kan bevorderen. Met behulp van een gecombineerde freesmaaier en verticuteermachine wordt het grasbestand (inclusief het straatgras) verwijderd en worden luchtwegen in de toplaag gemaakt zonder het wortelpakket aan te tasten. Deze bewerking kan het beste toegepast worden in de zomerstop. Direct daarna wordt er veel verwacht van de nazorg, met betrekking tot het inzaaien en het herstellen van de grasmat. Hiermee wordt een nieuw en fris grasbestand gecreëerd.

5.2.1. Toplaagbewerkingen Om de vezelvilt te bestrijden kunnen de onderstaande maatregelen worden toegepast onder droge omstandigheden: ▪ Zorg ervoor dat het maaisel te allen tijde wordt opgevangen en afgevoerd; ▪ Wekelijks verticaal maaien gedurende het groeiseizoen; ▪ Verticuteren in het groeiseizoen (tussen maart en september) met minimaal 3 beurten en maximaal 6 beurten per jaar; ▪ Wiedeggen en/of kriebeleggen in het groeiseizoen (tussen maart en september) met 2 tot 4 beurten per jaar; ▪ Slitten en/of prikrollen in de nazomer met 2 tot 4 keer per jaar; ▪ Frequentie topbeluchten met massieve pennen verhogen (minimaal zes keer per jaar), door te prikken met pennen met een diameter van 15 mm; ▪ Niet meer beregenen dan absoluut nodig is; ▪ Toepassen van lichte machines indien mogelijk. Intensief beluchten is noodzakelijk om een betere verhouding te verkrijgen in de luchthuishouding en de waterdoorlatendheid van de toplaag. Doordat de kleiige onderlaag niet op een niveau maar over een diepte tussen de 25 cm en 60 cm gesitueerd is, kan deze laag moeilijk doorbroken worden. Verticaal maaien Verticaal maaien heeft de voorkeur om in de nazomer te worden uitgevoerd. Met behulp van deze behandeling wordt het dood organisch materiaal net boven het maaiveld verwijderd. Dit komt ten goede aan de nattere periodes in de winterperiode.

Verticuteren Op sommige plekken op de velden is beginnende schimmelvorming aangetroffen. Dit is hoogstwaarschijnlijk ontstaan door de aanwezige viltlaag. Het is van belang om de vezelvilt te minimaliseren. Zodra de viltlaag vochtig wordt is een goede gasuitwisseling belemmerd, waardoor schimmelvorming kan ontstaan. Binnen het huidige onderhoudspakket wordt er niet geverticuteerd. Door middel van verticuteren wordt de viltlaag – het onverteerd dood organisch materiaal – verwijderd en wordt de water- en luchthuishouding van de toplaag geoptimaliseerd. De leemdelen en het dood organisch materiaal kunnen de toplaag afsluiten onder natte omstandigheden. Verticuteren is op intensief bespeelde velden normaal gesproken overbodig. Bij een vervilte toplaag is het noodzakelijk om deze werkzaamheid minimaal één keer per jaar toe te passen. Om de viltlaag goed te kunnen bestrijden voldoet een frequentie van drie à vier keer per jaar, gedurende het groeiseizoen. De messen dienen 10 tot 15 mm de toplaag in te gaan, waarna het vrijgekomen materiaal verwijderd dient te worden. Wiedeggen en/of kriebeleggen Rapport | Advies natuurgrasvelden 28

Wiedeggen en/of kriebeleggen is ook geschikt voor het verwijderen van de vezelviltlaag. De bovenste toplaag wordt deels opgetrokken waardoor er meer zuurstof in de grond komt. Tevens zorgen de tanden van de machine ervoor dat jonge/kiemende onkruiden en de ongewenste straatgrassen minimaal de kans krijgen om te groeien. Slitten en/of prikrollen In de winter volstaat het bewerken van de grasmat met een prikrol en/of slitmachine, mits er sprake is van droge weersomstandigheden. Hierdoor blijft de toplaag in de winterperiode goed luchtig. Vertidrainen Grasvelden met een kleiige ondergrond worden bij voorkeur behandeld met een vertidrain in plaats van een schudfrees. De bewerking met schudfrezen zorgt ervoor dat kleine zanddeeltjes, zoals lutum en silt, naar boven komen. Dit is gezien de huidige problematiek niet de gewenste situatie. Doordat we met een verdichte toplaag te maken is het aan te raden om twee à drie keer te behandelen met de vertidrain om de verdichting tegen te gaan. Het effect wordt vergroot zodra het juiste materiaal zand erin wordt gedressd. Hiermee kan de aanwezig viltlaag ook het snelst worden bestreden. Vertidrainen kan op verschillende manieren. Het toepassen van de wrikbeweging geeft meer oneffenheden aan het oppervlak. Het is slim om dit in de zomerstop uit te voeren en het microreliëf vervolgens ongedaan te maken.

Meer lucht in de grond aanbrengen biedt perspectief voor een snellere waterdoorlatendheid. Aangezien het organisch stofgehalte redelijk op peil is, is afwisselend dressen met puur zand en een mengsel met organische stof logisch. Met schraal dressen zal het organisch stofgehalte niet direct verdwijnen, omdat het ook deels wordt aangevuld door de afbraak van vilt. Dit is echter wel een langdurig proces, waardoor het in deze situatie gunstig is om enkele keren met een mengsel te dressen dat beschikt over organische stof. Het dressmateriaal wat wordt toegediend moet goed aansluiten op de huidige situatie, waar het M50 getal gemiddeld 215 µm betreft. Dressmateriaal wordt als prettig ervaren als het niet meer dan 50 µm (liefst 30 µm) afwijkt van het aanwezige zandmateriaal in de toplaag. Je wilt voorkomen dat het M50 getal veel hoger wordt en dat de verdichtingsgevoeligheid toeneemt.

Het is wenselijk de grote spreiding in de korrelgrootte te verminderen en daarmee de verdichtingsgevoeligheid af te laten nemen. Het D60/D10 getal zal hierdoor lager worden. Het toepassen van eentoppig dressmateriaal (ronde zandkorrels) is van belang om de waterdoorlatendheid in de toplaag te optimaliseren. Zeer sterk hoekige zandkorrels zijn gevoeliger voor verdichting. Het gewenste dressmateriaal dient in dit geval te beschikken over een M50 getal tussen de 230 µm en 240 µm. Hiermee wordt het M50 getal ietwat verhoogd om uiteindelijk een grovere zandstructuur in de toplaag te krijgen, waardoor water sneller afgevoerd kan worden en de capillaire werking wordt teruggedrongen. Het toepassen van dit dressmateriaal zal uiteindelijk minder stagnatie opleveren.

5.2.2. Onderlaag bewerkingen In tegenstelling tot de toplaagbewerkingen kunnen er maar minimale werkzaamheden plaatsvinden in de onderlaag. Er zijn maar enkele methodes op de markt die kunnen worden toegepast. De meest bekende methode is het inbrengen van lucht in de onderlaag middels een schudfrees. Dit is een optie aangezien deze machine een diepte van 60 cm kan bereiken. Zoals eerder is omschreven is dit niet de meest ideale methode, aangezien fijne zand/klei deeltjes hiermee omhoog worden gedrukt. Daarnaast is uit ervaring Rapport | Advies natuurgrasvelden 29

gebleken dat de harde ondergrond enkele onderdelen van deze machine kapot kunnen maken. Om de ondergrond in zijn geheel goed te vervangen, is een renovatie van het veld nodig. Om een totale renovatie te voorkomen, kan de VGR-Topchanger mogelijk ingezet worden. Dit zou echter in de vorm van een pilot/experiment zijn, omdat niet met zekerheid is te zeggen dat deze het gewenste resultaat kan bereiken. VGR-Topchanger Om specifieke veranderingen aan te brengen in de toplaag tot 15-20 cm onder maaiveld kan gebruik gemaakt worden van de VGR-TopChanger. Deze machine kan in één werkgang, onder hoge waterdruk, het gewenste dressmateriaal in de toplaag inbrengen. Er worden als het ware zandpilaren in de bodem gevormd. Omdat de machine in één werkgang kan beluchten en bezanden, zijn er minder behandelingen nodig ten opzichte van andere beluchtingswerkzaamheden. Ook worden de gemaakte openingen vollediger gevuld, omdat het dressmateriaal onder hoge druk wordt ingebracht. De kleiige onderlaag kan vermengd worden met eentoppig dressmateriaal. Het doel van deze machine verschuilt in de naam TopChanger. De machine brengt verandering in de toplaag, waarmee de lucht- en waterhuishouding wordt geoptimaliseerd. Het water wordt met behulp van een waterslang, een pomp en een verdeler naar 20 injectors geleid.

De water- zandcombinatie wordt via keramische conussen in de toplaag geïnjecteerd, waarbij de conussen niet de grond raken. De injectoren zijn verstelbaar waardoor afstanden van 4 cm tot 8 cm gecreëerd kunnen worden. De ideale afstand is 8 cm, omdat dit, na het uitvoeren van deze handeling, het rustigste eindbeeld creëert. Met het toepassen van zowel de VGR-TopChanger als andere beluchtingswerkzaamheden kan gevarieerd worden met de beluchtingsdiepte. Het toepassen van gevarieerde beluchtingsdieptes is gewenst, omdat een (eventuele) storende laag op een lagere diepte wordt voorkomen. In verhouding met andere beluchtingswerkzaamheden is de VGR-TopChanger kostentechnisch de duurste oplossing. De machine is ook geschikt om gaten te maken tot 40 cm diep. Helaas zijn deze bewerkingen zonder toevoeging van zand. Het is de vraag of deze methode de harde ondergrond kan bewerken. Laboratoriumonderzoek Gezien de analyses uit het laboratorium kan gesteld worden dat we met een vrij slechte tot matige bodemstructuur te maken hebben. Door middel van (diep)beluchten worden luchtruimtes gecreëerd. We hebben over het algemeen te maken met een lemige toplaag, waarbij de pH over het algemeen vrij goed is. Wat opvalt is dat we te maken hebben met een vrij lage Ca (calcium) bezetting. Bij de meeste analyses blijkt dat de Mg (magnesium) vaak te hoog is.

Gezien beide waardes is het verstandig om calciumionen aan te brengen. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van gips (calciumsulfaat) in de vorm van CaSO4 te strooien ter verbetering en daarmee het luchtiger maken van de bodemstructuur. Calciumsulfaat verhoogt de pH waarde namelijk niet. Voor een specifiek bemestingsadvies per veld wordt doorverwezen naar Bijlage 1 – Analyseresultaten bodemonderzoek. Bij ieder veld wordt op pagina 2 een advies gegeven wat gestrooid moet worden in kg per ha per jaar. Door het zorgvuldig uitvoeren van de bovengenoemde handelingen, zal de stagnatie van het oppervlaktewater uiteindelijk worden voorkomen. De tijd zal leren of hiermee (ongewenste) renovaties voorkomen kunnen worden.

Rapport | Advies natuurgrasvelden 30

Drainage onderzoek Tot slot adviseren we een drainage onderzoek uit te laten voeren door een gespecialiseerd bedrijf. Hieruit zal blijken of de buizen zijn verstopt en/of dichtgeslibd. Op basis hiervan kan bepaald worden wat de exacte staat is van de drainage. Aangezien het niet bekend is welk zandmateriaal is toegepast rondom de drainagebuizen is dit moeilijk te achterhalen. Bij het opnieuw aanbrengen van drainage is een kunststofvezel rondom de buis aan te raden. Zodra nieuwe buizen aangelegd dienen te worden is een gehele renovatie een logisch traject, om het waterprobleem na realisatie te voorkomen.

5.2.3. Kostenoverzicht per onderhoudsmethode Om middels de hiervoor beschreven maatregelen te kunnen komen tot opgewaardeerde velden, is een investering in onderhoud nodig. Om een grofmazige inschatting van de kosten te geven, is in tabel 5 voor een aantal werkzaamheden weergegeven hoe hoog de kosten van de onderhoudswerkzaamheden indicatief zijn. Het betreft de kosten op jaarbasis per veld. De markt fluctueert momenteel aanzienlijk, wat het afgeven van een dergelijke indicatie erg lastig maakt. Deze kosten zijn exclusief bijkomende kosten, zoals staartkosten en onvoorziene kosten. De kosten voor het strooien van gips zijn momenteel niet inzichtelijk. Momenteel worden de kosten van het doorsteken van de drainage per veld indicatief ingeschat op € 900,-. Het doorspuiten van de drainage komt per veld uit op € 2.000,-. Onderhoudswerkzaamheden Werkzaamheden

Oppervlakte veld Eenheid

Maaien (cirkel) Ultra kort maaien Verticaal maaien Verticuteren Wiedeggen en/of kriebeleggen Slitten en/of prikrollen Vertidrainen (massieve pennen)

7500 7500 7500 7500 7500 7500 7500

Jaarlijkse kosten per veld per jaar Frequentie - Basis m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2

40 1 10 5 3 3 6

Kosten per frequentie € 45,00 € 1.875,00 € 40,00 € 225,00 € 37,50 € 112,50 € 300,00

Kosten op jaarbasis € 1.800,00 € 1.875,00 € 400,00 € 1.125,00 € 112,50 € 337,50 € 1.800,00

Tabel 5: Kostenindicatie

5.2.4. Verenigingen Naast alle werkzaamheden die door een aannemer opgepakt dienen te worden is het van groot belang dat de beheerders van de verenigingen betrokken blijven. De leden zijn vaak op de complexen te bekennen en weten wat er speelt. Voor allerhanden werk, zoals het tijdig water geven, bijmaaien etc. zijn deze mensen van enorm groot belang.

Rapport | Advies natuurgrasvelden 31

6. Bibliografie

Haring, P. (2022). Heuvellandschap. Opgehaald van Geologie van Nederland - een tijdreis van 500 miljoen jaar: https://www.geologievannederland.nl/landschap/landschappen/heuvellandschap J.A.M. ten Cate, A. v. (1995). Handleiding bodemgeografisch onderzoek. Opgehaald van DLO-Starting Centrum, Wageningen: https://landschapsleutel.wur.nl/documentatie/Technisch%20document%2019A.pdf Jaime van Trikt & Hansjorg Ahrens, N. (2022). Geologie van Nederland een tijdreis van 500 miljoen jaar. Opgehaald van Lössbodem: https://www.geologievannederland.nl/ondergrond/bodems/lossbodem-heuvellandschap KNVB. (2018, november). Onderhoud van grassportvelden. Opgehaald van Maatwerk voor de beheerders: https://www.knvb.nl/downloads/bestand/1480/onderhoud-grasvelden Kokshoorn, M. (2022). Löss. Opgehaald van Geologie van Nederland - Een tijdreis van 500 miljoen jaar: https://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/loss#head2 Mieke Kokshoorn, N. (2022). Dekzand. Opgehaald van Geologie van Nederland een tijdreis van 500 miljoen jaar : https://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/dekzand NOC*NSF. (2022). Sportvloerenlijst. Opgehaald van sportvloeren.sport.nl: https://sportvloeren.sport.nl/ Rijkswaterstaat. (2022). Actueel Hoogtebestand Nederland. Opgehaald van AHN Viewer: https://www.ahn.nl/ahn-viewer Wageningen Universiteit en Research. (2017, 07 04).

Bodemkaart van Nederland. Opgehaald van Alle bodemgegevens van Nederland: https://www.wur.nl/nl/nieuws/alle-bodemgegevens-vannederland-gratis-als-open-data-beschikbaar.htm

Rapport | Advies natuurgrasvelden 32

Bijlage 1 – Analyseresultaten bodemonderzoek

De analyseresultaten van het bodemonderzoek zijn als een afzonderlijke bijlage toegevoegd.

Rapport | Advies natuurgrasvelden 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=8ff36ee7-c5a8-4691-abb3-6de71356cd19