CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage 1 Begroting 2026 Rd4 geconsolideerd

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-10 Financiële stukken GR Rd414.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 4.b – AB 03.04.2025

Concept Begroting 2026 Geconsolideerd boekwerk Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................... 2 Samenvatting ........................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1 Beleidsmatige ontwikkelingen ............................................................................................ 5 Hoofdstuk 2 Besparingen ........................................................................................................................ 8 Hoofdstuk 3 Financiële ontwikkelingen................................................................................................... 9 Hoofdstuk 4 Bedrijfsvoering .................................................................................................................. 15 Juridische structuur ........................................................................................................................... 15 Werkorganisatie................................................................................................................................. 16 Organigram per 01 januari 2025 .......................................................................................................

16 Basisgegevens van onze gemeenten voor Rd4 .................................................................................. 17 Verrekeningsgrondslagen .................................................................................................................. 18 Hoofdstuk 5 Beleidsbegroting ............................................................................................................... 19 Programmaplan ................................................................................................................................. 19 Paragrafen.......................................................................................................................................... 21 Hoofdstuk 6 Financiële begroting.......................................................................................................... 28 Hoofdstuk 7 Meerjarenraming .............................................................................................................. 43 Bijlagen .................................................................................................................................................. 44

1

Voorwoord Het voorliggende begrotingsdocument biedt een gedetailleerd overzicht van de financiële planning voor 2026 van de gemeenschappelijke regeling Reinigingsdiensten Rd4. Deze begroting is de basis waarop wij onze doelstellingen en activiteiten funderen die opgetekend zijn in ons Strategisch meerjarenplan 2022-2026. Daarnaast hebben wij in samenspraak met onze stakeholders, inclusief de opgerichte werkgroep “Bezuinigingsopgave” met beleids- en financiële ambtenaren, input gegeven om tot een gedegen en gefundeerde begroting te komen. Basale uitgangspunt van deze begroting 2026 is dat het servicegevoel bij onze inwoners niet aangetast wordt, maar waarbij wel gerichte keuzes gemaakt moeten worden om nog “scherper aan de wind te zeilen”. De wereld van vandaag is op z’n zachtst gezegd dynamisch. In de literatuur duikt vaak de term VUCA op, dat duidt dat de wereld samen te vatten is in de woorden: volatiliteit, onzekerheid, complexiteit en ambiguïteit. Juist in deze VUCA-dynamiek dienen wij als Reinigingsdiensten Rd4 invulling te geven aan de doelstelling om in 2030 voor 50% en in 2050 voor 100% circulair te zijn als samenleving. Een niet geringe opgave die gerichte keuzes vraagt. Keuzes die gemaakt dienen te worden door Rd4 voor de behoeften van de samenleving van vandaag maar ook keuzes die gemaakt moeten worden bij de uitdagingen die vóór ons liggen.

Als we aldus vooruitkijken naar 2026 dan nemen we ook een aantal ontwikkelingen waar. De recycling en het hergebruik van grondstoffen heeft het zwaar. Het lukt Nederland nog niet om de hoeveelheid grondstoffen die we gebruiken fors terug te dringen. Mensen kopen enerzijds meer terwijl anderzijds de levensduur van spullen afneemt. Meubels en kleren gaan steeds minder lang mee. Reparatie is ofwel onmogelijk of te duur. Het is bekend dat Nederlandse recyclingbedrijven het in het huidige recyclinglandschap moeilijk hebben. Virgin materiaal is en blijft goedkoper dan recyclaat en de overheid is (nog) niet dwingend genoeg via wetgeving om recyclaat verplicht te stellen bij de fabricage van nieuwe producten. Daarnaast zien we dat de overheid in z’n algemeenheid ook een behoorlijk impact creëert door een extra CO2-heffing op de CO2-uitstoot. Een exogene factor waar we weldegelijk rekening mee te houden hebben. De personeelskosten zijn in de afgelopen jaren ook toegenomen door verhogingen van de afgesloten cao’s in de afgelopen jaren. Het sociaal domein, welk prominent actief is binnen Rd4, is ook aan verandering onderhevig met stijging van kosten van de factor sociale arbeid tot gevolg. In het verduurzamen van het wagenpark hebben we de voertuigen waar dit mogelijk is reeds omgezet naar elektrisch.

Dit betrof vooral de voertuigen die niet behoren tot het zware materieel, omdat bij deze zwaardere klasse elektrificatie nog geen alternatief is binnen ons werkgebied. Bij de inzamelvoertuigen hebben we weliswaar in een pilot met een waterstofvoertuig gereden, maar in het heuvelachtige landschap van Zuid-Limburg blijkt dat deze techniek zich nog verder zal moeten ontwikkelen alvorens wij waterstofvoertuigen kunnen toevoegen aan het wagenpark van Rd4. Met deze begroting willen we een balans vinden tussen enerzijds het leveren van kwalitatieve diensten in de leefomgeving waarin wij actief zijn. Anderzijds willen we de financiën goed borgen en de doelstellingen vanuit het Strategisch meerjarenplan uitvoeren. De Zuid-Limburgse leefomgeving schoner, robuuster en duurzamer maken is waar we overall naar streven. En vanuit die overtuiging presenteren wij hierbij graag onze begroting 2026. Roger Wetzels, directeur Reinigingsdiensten Rd4

2

Samenvatting De gemeenschappelijke regeling valt onder de vigerende voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en onder het toezicht van de Provincie Limburg. De twee dochtervennootschappen, Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en Rd4 Kringloop Bedrijf B.V., vallen niet onder het toezicht van de Provincie Limburg. De begroting moet worden opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW. Hierdoor ontstaat er een situatie waarbij Rd4 een hybride structuur heeft en waarbij wij te maken hebben met verschillende voorschriften. Om te kunnen voldoen aan relevante i.c. van toepassing zijnde wettelijke richtlijnen wordt er een enkelvoudige begroting gemaakt conform het BBV waarin uitsluitend de cijfers van de gemeenschappelijke regeling (GR) mogen worden verwerkt. Echter omdat deze cijfers slechts een deel uitmaken van de totale begroting heeft deze begroting een geringe informatiewaarde voor de deelnemende gemeenten. Om een goed inzicht te krijgen in het functioneren van Rd4 als geheel, presenteren wij al vele jaren, in weerwil van het Besluit Begroting en Verantwoording, een integraal geconsolideerde begroting van de drie onderdelen, welke nu voor u ligt. De geconsolideerde begroting 2026 laat een stijging zien van € 3,5 miljoen ten opzichte van de begroting 2025. We zullen in dit stuk uitwerken hoe we hiertoe zijn gekomen.

Allereerst hebben we na de berichten vanuit onze tien gemeenten inzake hun situatie voor 2026; dat zij minder gelden ter beschikking krijgen vanuit het Rijk, tezamen met de beleidsambtenaren en de financiële ambtenaren onder leiding van ons algemeen bestuur, een traject doorlopen om mogelijke besparingen te evalueren zonder dat deze het servicegevoel van onze burgers raken en zonder afbreuk te doen aan de te realiseren doelstellingen in het vastgestelde Grondstoffenplan 2022-2026. We zien dat de inspanningen die we doen in het bewerkstelligen van de circulaire economie op dit moment voor de burger uitsluitend kostenverhogend uitpakken. We zien de belasting op het verbranden van stromen alleen maar toenemen. We zien echter evenwel geen daling in het aanbod, het volume van het materiaal waarvoor verbranding de enige optie is. We zien dat hergebruik van grondstoffen mogelijk is maar niet voldoende gestimuleerd wordt van overheidswege. Er zijn voor de consument te weinig alternatieven om te kiezen doordat producenten geen andere keuzes maken. Dat leidt dan uiteindelijk tot wel een kostenverhoging voor onze burger maar een te lage transitie in de gehele keten. Halen we dit effect uit onze begroting, dan stijgt de begroting per saldo minder dan de toekomstige inflatieverwachtingen.

Dat realiseren we door scherper aan de wind te zeilen, onze eigen keuzes te maken voor de af te sluiten contracten met leveranciers en optimalisaties in onze eigen processen. Door bijvoorbeeld nieuwe software technieken in te zetten vinden we nog steeds optimalisaties in routes als ook in grondstofkwaliteit. We oriënteren ons op de mogelijkheid om de kringlooplocaties aan te kopen in plaats van te huren. Voor Kerkrade zou dat gaan om de bestaande locatie, terwijl het voor Heerlen een andere locatie zal moeten worden.

3

Kijken we naar de salarisontwikkelingen de afgelopen jaren dan verwachten we dat de stijgingen zich meer in lijn met de toekomstige inflatieprognoses gaan bewegen. De inflatiestijgingen in het recente verleden moeten nu in de cao’s zijn verwerkt. De inflatie verwachtingen liggen nog wel boven het gemiddelde, waaraan we gewend waren geraakt. De in deze begroting opgenomen stijging voor sociale arbeid zit dan ook niet alleen in de compensatie van de medewerkers, maar ook in de wijze waarop deze is georganiseerd. Als alles conform planning gaat hopen we in 2026 het vernieuwde grondstoffenpark en kringloopwinkel Margraten te openen. In de volgende hoofdstukken wordt stil gestaan bij de besparingen, de beleidsmatige en de financiële ontwikkelingen. Daarna wordt de begroting 2026 gepresenteerd met achtereenvolgens aandacht voor de bedrijfsvoering, de financiële begroting, de beleidsbegroting en de meerjarenraming.

4

Hoofdstuk 1 Beleidsmatige ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen De beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen van de overheid zijn vastgelegd in het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) en het bijbehorende VANG-programma. In LAP3 wordt meer ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstoffenstromen. LAP3 geeft ook antwoord op de vraag: wanneer is iets afval of een secundaire grondstof? Bronscheiden is opgenomen als voorkeursroute. Dit betekent dat bronscheiden de norm is voor álle huishoudens en dat iedere afwijking aan de wettelijke gronden moet voldoen. In 2025 wordt het CMP (circulair materialen plan) de opvolger van het LAP3. Dit plan ondersteunt de transitie naar een circulaire economie. Ook het beleid van de gemeenten richt zich steeds meer en concreter op circulariteit. Naast de landelijke en regionale beleidsontwikkelingen hebben de marktontwikkelingen een steeds grotere invloed op de begroting van Rd4. Vanaf 2026 zal voor het eerst naast de afvalstoffenbelasting (verbrandingsbelasting) ook de CO2heffing op de CO2 uitstoot ingevoerd worden. Deze belastingmaatregel zal de komende jaren oplopen tot een ingeschat bedrag van € 45,- per ton ingezameld restafval.

De huidige economische situatie (loon-prijsspiraal) zorgt echter voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen, bijvoorbeeld bij de inkoop van goederen en diensten. Strategisch meerjarenplan 2022-2026 De basis voor deze begroting is het opgestelde Strategisch meerjarenplan 2022-2026 (SMP) met het motto 'Samen Steeds Slimmer'. Hierin hebben we verdeeld over 7 thema’s strategische doelstellingen gedefinieerd. In de begroting 2026 zijn de benodigde activiteiten en middelen opgenomen om de plannen uit dit plan te realiseren. In lijn met dit plan is ook het Grondstoffenplan 2022-2026 opgesteld per gemeente en in 2022 door de gemeenteraden vastgesteld. Hiermee geven we vorm aan het afval-/ grondstoffenbeleid van de Rd4-gemeenten. Grondstoffenplan 2022-2026 In 2022 is gestart met de uitvoering van het Grondstoffenplan. Speerpunten voor 2026 zijn verdergaande communicatie- en motivatieprojecten om afvalscheiding verder te stimuleren conform de gestelde ambities. De focus ligt op intrinsieke motivatie van burgers om deel te nemen aan een circulaire economie en verbetering van de kwaliteit van de grondstoffen. In 2026 zal het nieuwe grondstoffenpark in Margraten geopend worden en het doel is om in 2026 te starten om circulaire activiteiten uit te voeren met samenwerkingspartners. Hier ligt ook een relatie met onderwijsinstellingen in de regio.

Rd4 als verbonden partij Rd4 is een verbonden partij voor onze gemeenten. Door taken in afval- en grondstoffenbeheer en de openbare ruimte uit te voeren, ‘ontzorgt’ Rd4 de gemeenten in advies- en uitvoeringstaken. Een

5

verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Gemeenten zoeken voor de grotere taken steeds meer de samenwerking op. Dat biedt veel voordelen in zowel bestuurlijk als financieel-economisch opzicht. Denk aan schaalvoordelen, risicospreiding, het regionaal kunnen behouden en uitbouwen van vakinhoudelijke expertise en werkgelegenheid. Rd4 kan als verbonden partij door de krachtenbundeling de aanjager of katalysator zijn op het gebied van grondstoffeninzameling en de transitie naar een circulaire economie. Samenwerken is geven en nemen. Raadsleden en bewoners beleven een verbonden partij als een regionaal werkende organisatie, waar je minder invloed op hebt dan op een gemeentelijke dienst. Vandaar dat wij goede afspraken, regelmatig contact, een structurele dialoog en een heldere wijze van rapporteren belangrijk vinden. Beoordelen, samenwerking en resultaten De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor de taken die de verbonden partij uitvoert. Ook de gemeenteraad moet goed in beeld hebben welke bijdragen en resultaten een verbonden partij levert. Veel gemeenteraden hebben daarom regelmatig aandacht voor evaluatie en (bij)sturing.

De rapportages van Rd4, het Grondstoffenplan 2022-2026, de jaarlijkse grondstoffenconferenties, raadsinformatiebrieven en het jaarverslag zijn belangrijke bronnen van informatie. Daarnaast wordt regelmatig informeel contact door alle partijen prettig en zinvol gevonden. Rd4 staat daarom altijd open voor verzoeken en bezoeken van raadsleden en andere betrokken partijen.

Wet open overheid Rd4 conformeert zich aan de Wet open overheid (Woo). Zowel passief als actief wordt tijdig informatie verstrekt aan onze stakeholders. Verbetering van de informatiehuishouding; een van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is. De continue verbetering van de informatiehuishouding is bij Rd4 niet nieuw. Jaarlijks worden stappen gezet, mede onder invloed van gedigitaliseerd werken en gecontroleerde dataopslag, waardoor bijvoorbeeld papieren archieven worden verkleind. Ook komend jaar zal deze verdergaande digitalisering en verbetering van onze informatiehuishouding verder vorm krijgen. Dit alles onder een toenemende mate van beveiliging van data. Regionale samenhang De Rd4-gemeenten blijven het belang zien van het collectief en onderstrepen een vergaande uniformiteit in de regio. Gestreefd wordt naar bestuurlijke en ambtelijke interactie ter versteviging van de samenwerking met en tussen de gemeenten op de beleidsterreinen afval en grondstoffen, circulariteit en gedeelde leefomgeving. Rd4 vervult hierin een spilfunctie en stelt zich proactief op.

6

Producentenverantwoordelijkheid In het kader van het verminderen van de hoeveelheid restafval speelt producentenverantwoordelijkheid een steeds belangrijkere rol. Producentenverantwoordelijkheid betekent dat producenten en importeurs (mede) verantwoordelijk worden voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn of worden gebracht. Daarnaast zal deze verantwoordelijkheid verduurzaming en duurzaam gebruik van producten verder stimuleren en zal het bijdragen aan de vernieuwing van de inzameling en recycling van afgedankte producten. Gemeenten hebben geen invloed op het ontwerp en de hoeveelheid consumptiegoederen en verpakkingen. Gemeenten zijn vooralsnog wel belast met de inzameling en verwerking van deze goederen ongeacht de waarde of schadelijkheid ervan. Vandaar ook dat het noodzakelijk is dat ervoor gemeenten duidelijkheid komt waar ze met het gemeentelijke beleid invloed op kunnen uitoefenen in de overgang naar de circulaire economie en hoe zij hun afvalkosten kunnen beheersen. Verdere landelijke afspraken met betrekking tot de uitbreiding van producentenverantwoordelijkheid en de hiermee samenhangende verwijderingskosten, zullen hierbij van groot belang zijn. Producentenverantwoordelijkheid geldt op dit moment voor elektrische en elektronische apparaten, matrassen, textiel, batterijen en accu’s, autowrakken, autobanden en alle consumentenverpakkingen.

Landelijk wordt erop dit moment gewerkt aan een producentenverantwoordelijkheid voor luiers. Het beoogde ingangsjaar hiervoor is 2027. Daarnaast zijn er onderzoeken gaande om producentenverantwoordelijkheid voor medicijnen en meubels te gaan invoeren.

7

Hoofdstuk 2 Besparingen Medio 2024 zijn alle gemeenschappelijke regelingen door de gemeenten nadrukkelijk gewezen op het overgangsjaar 2026 (door de gemeenten zelf ravijnjaar genoemd). Gemeenten krijgen door wijzigingen in de verdeelsleutels van gelden vanuit het Rijk minder middelen ter beschikking. Als organisatie, samen met beleids- en financiële ambtenaren van onze 10-gemeenten, hebben we ondanks het feit dat we in een taakveld opereren dat gedekt wordt uit een doelbelasting (lees: de afvalstoffenheffing), deze handschoen opgepakt. In oktober 2024 zijn wij een uitgebreid traject gestart en gedurende dit proces (gelijklopend aan dit begrotingsproces) hebben wij onze bestuurders in meegenomen. Het hele spectrum van mogelijkheden is bekeken, rekening houdende met het behoud van het huidige serviceniveau en tegen de opwaartse prijsspiraal, op zoek naar besparingsvoorstellen. Deze mogelijkheden zijn vanuit een longlist aan maatregelen teruggebracht naar een shortlist en gecategoriseerd. Ieder jaar worden interne bedrijfsprocessen opnieuw tegen het licht gehouden, wordt de dienstverlening geoptimaliseerd en worden medewerkers bij Rd4 uitgedaagd om “scherper aan de wind te zeilen”. De afgelopen jaren heeft dit al tot teruggaven naar onze gemeenten geleid. In de jaren opvolgend aan deze teruggaven zijn deze besparingen jaarlijks meegenomen in de opvolgende begrotingen.

Ook afgelopen jaar is gekeken naar efficiëntie en effectiviteit vanuit onze eigen bedrijfsvoering. Dit heeft geresulteerd in een besparing van € 570.000. Een volgende besparing is gevonden in de verduurzaming van ons wagenpark. Om de kosten in de nabije jaren te kunnen dekken is een aantal jaar geleden gekozen om een reserve te vullen die jaarlijks stijgt. Deze reservering is bedoeld om het verschil te kunnen dekken tussen verduurzaamde voertuigen en de huidige Euro6 voertuigen. De opgave voor het verduurzamen van ons wagenpark blijft bestaan. Daar de ontwikkeling van deze voertuigen op dit moment geen grote stappen kent, is gekozen om de afgesproken stijging voor 2026 niet door te voeren en het huidig bedrag dat is opgenomen in de begroting 2025 te continueren. Dit heeft geresulteerd in een besparing van € 148.000. Vergroten van de omzet van onze kringloopactiviteiten door het openen van 2 pop-up kledingwinkels in leegstaande panden. Dit zien wij als zeer kansrijk. We willen hiermee vier slagen slaan; de gemeenten helpen de aanblik van leegstand in de centra te voorkomen, circulariteit in die centra zichtbaar maken, sociale arbeid in zetten en als laatste door een extra afzetkanaal voor ons textiel te gaan inzetten. Dit heeft geresulteerd in een besparing (extra omzet) van € 100.000 in deze begroting.

Een coulante regeling voor het extra inzamelen van klachten is ook aangemerkt als mogelijke besparing. Conform de afgesproken SLA’s met de gemeenten zal er gehandeld gaan worden. Concreet betekent dit dat wij strikter de termijn tussen inzamelmoment en moment van indienen klacht gaan hanteren (inzameling + max. 2 werkdagen). Dit leidt tot een jaarlijkse besparing van € 25.000. Samengevat: in deze begroting is een besparing verwerkt ter grootte van € 843.000.

8

Hoofdstuk 3 Financiële ontwikkelingen In dit hoofdstuk presenteren we op hoofdlijnen de financiële ontwikkelingen en plaatsen deze in perspectief. De kosten van Rd4 zijn als volgt opgebouwd:

Lasten Personeel Uitbesteed werk/ Inkopen Verwerking Energie Productiekosten Bedrijfskosten Financiering

Begroting 2025

Begroting 2026

Mutatie 2026 t.o.v. 2025

27.369.331 2.601.358 4.707.761 2.506.000 3.008.530 4.659.441 6.554.092 51.406.511

28.887.429 2.929.550 5.758.194 2.489.250 3.092.546 4.786.340 7.014.880 54.958.189

1.518.098 328.192 1.050.434 -16.750 84.016 126.899 460.788 3.551.678

2026 is het jaar dat we via onze verwerkers geïntroduceerd gaan worden met kosten als gevolg van de CO2 heffing. Deze zal aanvullend aan de reeds sinds 2019 bekende afvalstoffenbelasting (zgn. verbrandingsbelasting) geïnd gaan worden. De CO2-heffing is ontstaan uit de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen te beperken en zo de opwarming van de aarde tegen te gaan. In Nederland is de CO2-heffing voor de industrie ingevoerd op 1 januari 2021, als onderdeel van het Klimaatakkoord. Dit akkoord heeft als doel de CO2-uitstoot in Nederland in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. De heffing is een financiële prikkel voor bedrijven om te investeren in duurzame technologieën en processen die de uitstoot van CO2 verminderen. In de komende jaren is de verwachting dat deze lineair stijgt naar een niveau dat vergelijkbaar of hoger zal zijn dan de bestaande verbrandingsbelasting. De totale impact wordt ingeschat op € 615.427 en betekent een totale afdracht van milieubelastingen van ruim € 2,2 miljoen. We hopen in het voorjaar 2026 ons vernieuwde grondstoffenpark en kringloopwinkel te Margraten te kunnen heropenen. De bouw zal starten in 2025 en de afschrijving vanaf 2026. In 2025 kopen we zoals besloten het pand Sourethweg 5E (huisvesting Textiel sorteercentrum), wat we sinds eind 2023 huren.

Vanaf 2026 zijn de huurkosten vervangen door een jaarlijkse afschrijvingen rentelasten. De overdracht van ondergrondse systemen in de voormalige gemeente Schinnen naar Rd4 zal in 2025 plaatsvinden. Vanaf 2026 zijn deze systemen dan ook volledig verwerkt in onze kosten. Het fundament van onze begroting wordt gevormd door een beleidsmatige inschatting van hoe de ingezamelde hoeveelheden zich zullen ontwikkelen op basis van de historie en daaraan gekoppeld een inschatting vanuit onze logistieke experts hoeveel uren dan van onze mensen en ons materieel benodigd zijn. Zoals we vorig jaar al aangaven is de cao voor Rd4 inderdaad open gebroken in 2024 en is gestegen in lijn met wat we destijds al voorzagen voor 2025. De cao loopt tot en met april 2026, wat maakt dat vanaf dat moment de ontwikkeling onzeker is. We hebben gerekend met de verwachte inflatiecijfers.

9

In het sociale domein waar we onszelf een doelstelling opleggen vanuit ons Strategisch meerjarenplan 2022-2026, hebben we te maken met andere bronnen die we moeten inzetten. Voorheen was WSP (uitvoering SW-wet) de hoofdpartner, maar door de gewijzigde wetgeving en de wijze waarop de huidige Participatie Wet (PW) is georganiseerd betekent dat een aanpassing voor ons. Hoe dan ook zien we dat het duurder wordt. We zien het als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren, waarbij we wel willen stellen dat dit niet uitsluitend ten laste van de afvalstoffenheffing dient te komen. Daarover hebben we met onze gemeenten en de andere partners continue overleg.

Baten Basispakket BOR-pakket Gemeenten Derden Begrotingsomvang Mutatie reserve duurzaamheid Totale kosten Rd4

Begroting 2025

Begroting 2026

Mutatie 2026 t.o.v. 2025

35.420.271 6.440.130 41.860.401 10.142.606 52.003.007 -596.496 51.406.511

37.560.699 6.822.795 44.383.494 11.170.403 55.553.897 -595.708 54.958.189

2.140.428 382.665 2.523.093 1.027.797 3.550.890 788 3.551.678

Onze kosten worden gedekt uit verschillende bronnen. De bijdrage van de gemeenten inzake het basispakket en BOR-pakket betreft het grootste aandeel daarin. Onder de categorie derden is het doen van werkzaamheden voor onze Rd4 Bedrijvenservice de voornaamste post. Daarnaast valt daaronder de omzet welke rechtstreeks via onze burgers binnen komt zoals betaalde stromen op de grondstoffenparken, het kopen van producten in onze RD4U kringloopwinkels, de verkoop van textiel en andere kleinere bronnen welke soms incidenteel van aard zijn. In het kader van meer doen met ons ingezamelde textiel gaan we naar verwachting in ieder geval 2 popup kleding winkels starten in stads- en dorpscentra. Hier zitten extra kosten aan vast maar ook extra omzet van € 250.000. We verwachten hier € 100.000 aan extra inkomsten te genereren wat een demping van de stijging van onze begroting bewerkstelligd. We verwachten ook meer inkomsten uit onze bestaande winkels te kunnen halen. In het BOR-pakket zijn behalve de stijging als gevolg van indexering ook aanpassingen doorgevoerd in de dienstverlening. Deze dienstverlening wordt deels nu al uitgevoerd en is vastgelegd in werkplannen en SLA’s met de betreffende gemeenten. In totaliteit stijgt de begroting 2026 van Rd4 met een bedrag van € 3,5 miljoen ten opzichte van de begroting 2025.

De bijdrage van het basispakket welke zijn weerslag krijgt in de afvalstoffenheffing die de burger betaald stijgt met € 2,1 miljoen. Het restant komt vanuit de overige genoemde inkomstenbronnen. Personeel

27.369.331

28.887.429

1.518.098

Ongeveer de helft van onze begroting bestaat uit de beloning van onze mensen. Alhoewel we waar mogelijk mechaniseren zijn onze processen nog altijd zeer arbeidsintensief. We zetten onze collega's

10

in via vaste of tijdelijke Rd4-contracten en op inhuurbasis. Daarbij is onderscheid te maken tussen inhuur enerzijds via reguliere uitzendbureaus en anderzijds in samenwerking met WSP (medewerkers met een SW-indicatie) en andere partners. We zetten een sociaal coördinator in te kunnen spelen op sociale arbeid. We zetten in deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt extra in op het behouden van onze medewerkers. Daarom kiezen we vaker voor een Rd4-contract waar we voorheen kozen voor een inhuurconstructie.

Salarissen Personeel van derden Overige personeelskosten

Begroting 2025 20.102.665 6.292.058 974.608 27.369.331

Begroting 2026 21.940.977 5.820.613 1.125.840 28.887.429

Mutatie 2026 t.o.v. 2025 1.838.312 -471.445 151.232 1.518.098

Het totaal aantal werkzame fte’s is lager dan bij de begroting 2025. Dat is het gevolg van optimalisaties welke we gerealiseerd hebben in de uitvoering van het basispakket. Dat zit in routeoptimalisaties waardoor we er minder uren voor nodig hebben. De dienstverlening voor het BOR-pakket en de NV groeit nog steeds. Dit maakt dat de volledige stijging van de begroting terug te voeren is op loonstijgingen en de ontwikkeling van de sociale lasten en pensioenen. De huidige cao (CAO GEO Services) is vastgelegd tot en met voorjaar 2026. Voor de periode daarna is een inflatie volgende loonontwikkeling doorgerekend (3,5%). Voor sommige activiteiten zetten we sociale arbeid in. Voor deze groep medewerkers verwachten we terugloop van aantal Wet Sociale Werkvoorziening (SW)-medewerkers, meer inzet van Participatie Wet (PW)-medewerkers en andere bronnen. We houden voor deze categorie daarom rekening met oplopende kosten tot 10% voor lonen en de inzet van een sociaal coördinator binnen Rd4 om verbindingen te leggen en onderhouden en bezettingen op peil te houden. We hechten veel waarde aan het ontwikkelen van onze mensen waardoor we conform de cao teksten een bedrag reserveren voor het doen van opleidingen gerelateerd aan de loonsom. Enerzijds betreft dat verplichte opleidingen en anderzijds functiegerichte opleidingen of ontwikkeling gerichte opleidingen.

Ons leidinggevend kader volgt een leiderschapstraject. Hiermee hopen we nog meer de focus op de bedrijfsvoering en de bedrijfsdoelen te richten en eenieder mee te nemen in welke invloed ze hierop kunnen hebben.

Uitbesteed werk/ Inkopen

2.601.358

2.929.550

328.192

Inzake sommige activiteiten of onderdelen van dienstverlening maken we de keuze om dit niet met eigen mensen en materieel uit te voeren. Dit betreft zaken als het inzamelen van papier door verenigingen, inzet bedrijven voor gladheidbestrijding en kolkenreiniging, inzet van externe transportfirma’s voor transporten van en naar de grondstoffenparken of op- en overslag transporten. Een aantal van deze contracten lopen af en zijn soms langlopend geweest. We verwachten daar dan ook nog een correctie in de prijs als gevolg van de hoge inflatie van enkele jaren terug.

11

Onze gemeenten nemen meer diensten af inzake onkruidbestrijding en straatreiniging (BOR-pakket). Deze uitbreidingen worden vooralsnog uitbesteed vanwege langere levertijden materieel en het moeilijk vinden van personeel op de huidige arbeidsmarkt. Sommige van deze activiteiten vinden bij het opmaken van deze begroting al plaats. Het onderdeel inkopen behelst de inkoop van textiel door het Textiel sorteercentrum.

Verwerking

Verwerkingstarief Belastingen Vergoedingen uit UPV of vergelijkbaar

4.707.161

5.758.194

1.050.434

Begroting 2025

Begroting 2026

Mutatie 2026 t.o.v. 2025

6.218.752 1.619.316 -3.130.307 4.707.761

6.611.876 2.234.743 -3.088.425 5.758.194

393.124 615.427 41.883 1.050.434

Hier worden alle kosten bedoeld, en bij sommige stromen ook opbrengsten, die samenhangen met het afvoeren en verwerken door de eindverwerker. Dit omvat de verwerkingskosten, op- en overslagkosten, potentiële extra transportkosten, vergoedingen van instanties als Verpact (voorheen Nedvang)/ Afvalfonds Verpakkingen of AEEA/WEEE en de milieubelastingen van de rijksoverheid in het kader van een producentenverantwoordelijkheid (UPV). In 2026 zullen we zoals we zijn geïnformeerd in de tarieven te maken gaan krijgen met de nieuwe CO2-heffing, welke bovenop de reeds sinds 2019 geheven verbrandingsbelasting komt. We zien dat het aandeel van belastingen in de verwerkingskosten jaarlijks groter wordt. We proberen hierbij waar mogelijk langdurige stabiele en marktconforme contracten te realiseren. In de meeste contracten zijn jaarlijkse indexeringen overeengekomen. De vergoedingen nemen af wat maakt dat de kosten stijgen, wat voornamelijk is terug te voeren op het dalen van de hoeveelheid PMD na de invoering van statiegeld. We hebben de begrote hoeveelheden aangepast aan de laatste realisatiecijfers. De vergoedingen zelf stijgen als gevolg van indexeringen. Energie

2.506.000

2.489.250

-16.750

Dit onderdeel betreft de kosten die samenhangen met het verbruik van energie in onze onderneming. Het grootste deel bestaat uit de kosten voor diesel (en benzine, gas en elektra) voor onze voertuigen en machines. Verder zit ook het verbruik van gas, water en elektriciteit op onze diverse locaties in deze post.

12

Brandstof voertuigen en machines Gas, water en electra

Begroting 2025 1.896.000 610.000 2.506.000

Begroting 2026 1.879.250 610.000 2.489.250

Mutatie 2026 t.o.v. 2025 -16.750 0 -16.750

Voor de brandstof zijn uitgegaan van een literprijs genomen van € 1,50 (excl. btw). Inzake de liters is aangenomen dat deze vrijwel gelijk blijven (ongeveer 1.250.000 liter). Verder kijken we naar efficiëntie van routes en hanteren we software om verbeteringen in het weggedrag te stimuleren. Aan de andere kant hebben we ook vaak te maken met uitbreiding van de vraag en daarmee de capaciteit met daarbij uiteraard meer gebruik van brandstof. We verwachten wat minder brandstof inzake het basispakket te verbruiken en wat meer voor het BOR-pakket en de dienstverlening aan de NV Bedrijvenservice. Gezien de realisatie cijfers van 2024 verwachten we in 2026 het begrotingsbedrag inzake de energie voor onze gebouwen gelijk te kunnen laten. Waar we kunnen proberen we minder energie te verbruiken. In 2026 zal een nieuw contract moeten afgesloten, dus hier zit enige onzekerheid. Productiekosten

3.008.530

3.092.546

84.016

Hier zitten onze kosten in voor het onderhouden van onze voertuigen, materieel en onze inzamelmiddelen (containers, ondergrondse en bovengrondse systemen etc.). Het verbruik van materialen valt hier ook onder. Daarnaast wordt hier de interne dekking voor onze op- en overslag verantwoord. Als een grondstoffenstroom via de op- en overslaglocatie kan worden afgevoerd en we hierdoor verwerkingsen transportkosten kunnen besparen, staan hier kosten van op- en overslag tegenover. Deze kosten worden opgenomen in de verwerkingskosten en als dekking gepresenteerd in de productiekosten.

Wagenpark en machines Inzamelmiddelen Overig

Interne dekking

Begroting 2025 2.903.481 1.568.676 742.588 5.214.745

Begroting 2026 3.017.999 1.640.233 837.749 5.495.981

Mutatie 2026 t.o.v. 2025 114.518 71.557 95.161 281.236

-2.206.215 3.008.530

-2.403.435 3.092.546

-197.220 84.016

Door groei in met name het BOR-pakket zien we uitbreiding in voertuigen en ander materieel. Dit betekent ook dat de onderhoudskosten hoger worden voor zowel preventieve werkzaamheden als reparaties bij storingen en gebreken. Er zijn op meer plaatsen ondergrondse systemen en de jaarlijkse kosten daarvan inzake onderhoud en schoonmaak worden hier verantwoord. In de loop van 2025 nemen we de systemen uit de

13

voormalige gemeente Schinnen (Beekdaelen) over en deze zitten in 2026 voor het eerst volledig in alle berekeningen. Onder overig zitten bijvoorbeeld de kosten voor zout t.b.v. de gladheidbestrijding, welke de laatste jaren gestegen zijn. Een gedeelte van het zoutverbruik is gegarandeerd met vaste prijsafspraken, daarboven betalen we meer.

Bedrijfskosten

4.659.441

4.786.340

126.899

Hieronder vallen de kosten inzake de huisvesting, de kosten van automatisering, de kosten van communicatie en overige algemene kosten. We verwachten nog niet geheel afscheid te kunnen nemen van de papieren afvalkalender dus het drukken en de verzendkosten daarvan zijn nog steeds opgenomen. Ons bedrijfsproces is afhankelijk van automatisering dus we zullen blijven werken aan het veilig en up-to-date houden van onze systemen. Daarbij worden we door de wetgeving gedwongen om meer te doen aan inzet van software, hardware en activiteiten en dat toetsbaar vast te leggen. Deze NIS2 Cyberbeveiliging wetgeving zorgt voor een kostenverhogend effect. Daarnaast zijn we gedwongen om onze systemen naar de cloud te brengen doordat leveranciers wereldwijd ons die kant op bewegen, wat per saldo niet goedkoper lijkt uit te pakken en daarnaast de afhankelijkheid van bepaalde wereldwijde leveranciers vergroot. Lokale vergelijkbare alternatieven blijken nauwelijks te vinden.

Financiering

6.554.092

7.014.880

460.788

Deze post omvat onze afschrijvingen op de vaste activa en de rente die we betalen over onze leningen. Op tijdelijke liquiditeitsoverschotten ontvangen we via de schatkist een rentevergoeding. Deze is meegewogen in de financieringskosten.

14

Hoofdstuk 4 Bedrijfsvoering Juridische structuur

Deze begroting heeft betrekking op de gemeenschappelijke regeling (GR) en de beide besloten vennootschappen en is derhalve een geconsolideerde begroting. Vanuit de Gemeenschappelijke regeling wordt de dienstverlening voor onze gemeenten georganiseerd. In Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (BVF) zijn bijna alle productiemiddelen ondergebracht, evenals de medewerkers die geen ambtelijke aanstelling hebben. Zij volgen cao voor de sector Grondstoffen, Energie en Omgeving (GEO). Alle (loon)kosten van de BVF worden volledig doorberekend aan de gemeenschappelijke regeling. Het exploitatieresultaat is dus nihil. De kringloopactiviteiten vinden sinds 2005 in de gemeenschappelijke regeling plaats. Vanaf 2014 zijn de activiteiten van het Textiel sorteercentrum ondergebracht in Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (KLB). Om bedrijven in ons verzorgingsgebied te kunnen ontzorgen en deze grondstoffen veilig te stellen maken we gebruik van de N.V. Reinigingsdiensten Rd4 (NV). In deze geconsolideerde begroting is de dienstverlening opgenomen welke is afgesproken met deze NV. Het eigenaarschap van deze NV ligt rechtstreeks bij de gemeente en is niet verbonden aan de gemeenschappelijke regeling. De NV heeft geen eigen personeel en materieel maar huurt alles in van de gemeenschappelijke regeling.

15

Werkorganisatie Organigram werkorganisatie Rd4januari per 01 oktober 2023 Organigram per 01 2025 Directie Directeur

FZ, ICT & TD

Operations

Beleid & Grondstoffen

Financiën

P&O, KAM & Secretariaat

Manager FZ, ICT & TD

Manager Operations

Manager Beleid & Grondstoffen

Manager Financiën

Manager P&O & KAM

Directeur Commerciële Zaken Marketing & Communicatie Manager FZ, ICT & TD Staf TD&FZ Technische dienst Inzamelmiddelen Facilitaire zaken & magazijn ICT Manager Operations Bedrijfsbureau en staf Grondfstoffenparken Uitvoering Manager Beleid & Grondstoffen Staf Grondstoffen Beleid RSC Op- en overslag Textiel sorteercentrum Kringloop en Assortimentsbeheer Manager Financien Financien Manager P&O & KAM & Secretariaat P&O KAM Secretariaat Totaal aantal FTE's

FTE's 1,0 7,1 12,2 1,0 1,0 18,7 3,0 5,0 8,9 1,0 15,9 42,1 157,7 1,0 2,0 1,8 8,0 9,8 2,0 65,1 1,0 5,8 1,0 6,6 1,0 2,4 382,0

Bovenstaande opstelling betreft zowel mensen in vaste dienst als inhuur, exclusief de medewerkers uit het sociaal domein/ doelgroepmedewerkers van het TSC en vrijwilligers. Bij de kringloop is de beoogde bezetting voor de nieuwe pop-up kleding winkels nog niet in fte’s vertaald. Deze winkels gaan we starten om meer kleding circulair te kunnen afzetten, om circulariteit meer in stads- en dorpscentra zichtbaar te maken, leegstand te verminderen en meer resultaten te genereren om een lagere bijdrage van onze gemeenten te vragen inzake kringloop. Sociale arbeid Een van onze ambities zoals opgenomen in ons Strategisch meerjarenplan 2022-2026 is het bieden van werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We merken dat na het beëindigen van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) er geen nieuwe instroom meer is. Het speelveld waarbinnen de sociale arbeid zich afspeelt is veranderd en ook meer versnipperd. De WSW-populatie binnen Rd4 is

16

geplaatst via WSP Parkstad. Inzake de participatiewet en andere trajecten zijn er veel partijen actief en zijn de gemeenten zelf ook een partner voor Rd4. Dit maakt het realiseren van onze ambitie lastiger en het kost meer tijd en energie. Ultimo 2024 waren er 145 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam bij Rd4 en 40 vrijwilligers. Zij worden vooral ingezet bij onze kringloopwinkels en assortimentsbeheer alwaar ze o.a. de BEST-tas sorteren. Ook de sortering in ons Textiel sorteercentrum wordt door mensen uit deze groep uitgevoerd. De komende tijd wordt bekeken hoe we dit strategisch verder kunnen vormgeven zodat we op een toekomstbestendige wijze onze ambities op het terrein van sociale arbeid kunnen blijven realiseren.

Basisgegevens van onze gemeenten voor Rd4 Voor de bepaling van het aantal inwoners is uitgegaan van de gegevens van het CBS. Voor de bepaling van het aantal aansluitingen is uitgegaan van de stand bij Rd4 per 01-12-2024 op basis van de gegevens zoals wij deze van de BsGW hebben aangeleverd gekregen. In deze begroting is uitgegaan van de bewoonde aansluitingen.

17

Verrekeningsgrondslagen Basispakket In de onderstaande tabel is de kostenverdeelsleutel schematisch weergegeven:

BOR-pakket Bij het BOR-pakket wordt de werkelijke inzet ten opzichte van de begroting per gemeente afgerekend.

18

Hoofdstuk 5 Beleidsbegroting Programmaplan Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten Vanuit de wettelijke zorgtaak, conform de vigerende Wet Milieubeheer en rekening houdend met de beleidsontwikkelingen in LAP3, omvat het basispakket alle activiteiten die te maken hebben met de verwijdering van huishoudelijke afvalstromen. Er is een onderscheid te maken naar het huis aan huis inzamelen van stromen (rest- en gft-afval, papier, PMD, grofvuil, kringloopgoederen en snoeiafval), brengen (de straatclusters voor glas, papier en textiel en de grondstoffenparken) en overige diensten (afvalkalender, Milieu App, Mijn Rd4 en het Servicepunt). Het dienstverleningsniveau is op hoofdlijnen voor alle 10 Rd4-gemeenten nagenoeg gelijk. Het inzamelbeleid kan per gemeente verschillen. In Eijsden-Margraten wordt bijvoorbeeld het variabele tarief berekend op basis van gewicht in combinatie met frequentie. In de andere Rd4-gemeenten wordt het variabele tarief berekend op basis van het Volume/Frequentiesysteem. De belangrijkste doelstelling is het vinden van een goede balans tussen de laagst mogelijke kosten voor afvalverwijdering en een goed serviceniveau voor onze burgers, binnen het kader van de milieuwetgeving. De belangrijkste aandachtspunten zijn: • Het zo goed mogelijk scheiden van afvalstromen (kwantiteit). Dit leidt tot een besparing van kosten en milieu.

• De ingezamelde grondstofstromen zo schoon mogelijk in te zamelen (kwaliteit). • Het zo min mogelijk inzamelen van afval waarvoor een afvalstoffenbelasting wordt betaald. • Het zo efficiënt mogelijk inrichten en afstemmen op elkaar van haal- en brengvoorzieningen. • Het participeren in de afvalmarkt voor het verkrijgen van zo gunstig mogelijke verwerkingstarieven van afval.

19

Basispakket Raming van baten en lasten

lasten : Restafval GFT Papier Grofvuil en snoeiafval Grondstoffenparken Straatclusters PMD BEST-tas en Kringloop Servicepunt Afvalkalender, pas en app, website Grondstoffenplan Resterende kosten UPV (PMD, papier, glas, matrassen, E-waste) Illegale dumpingen Duurzaamheid

b aten : GR-gemeenten N.V. Reinigingsdiensten Rd4 Burgers & overigen

Rd4 2025

Rd4 2026

9.501.566 7.574.261 1.174.001 362.042 7.907.690 1.590.284 2.329.927 1.868.143 663.245 195.246 1.108.799 3.606.086 -3.126.391 68.875 596.496

kosten per aansluiting

kosten per inwoner

10.219.882 7.710.731 1.098.330 408.039 8.553.118 1.640.686 2.366.712 1.927.796 771.476 321.608 1.190.323 3.761.391 -3.085.167 80.065 595.708

68,62 51,78 7,37 2,74 57,43 11,02 15,89 12,94 5,18 2,16 7,99 25,26 -20,72 0,54 4,00

33,36 25,17 3,59 1,33 27,92 5,36 7,73 6,29 2,52 1,05 3,89 12,28 -10,07 0,26 1,94

35.420.271

37.560.699

252,21

122,61

35.420.271

37.560.699

252,21

0

0

35.420.271

37.560.699

0

0

saldo :

BOR-pakket, NV en overige Raming van baten en lasten

lasten : NV (KWD + RSC) Straatreiniging Riool- en kolkenreiniging Reiniging markten Transport verhuur Gladheidbestrijding Onkruidbeheersing Afzet afvalstromen

b aten : GR-gemeenten N.V. Reinigingsdiensten Rd4 Burgers & overigen

saldo :

Rd4 2025

Rd4 2026

4.370.000 2.408.200 610.000 98.000 574.500 1.415.100 1.321.000 13.330

4.750.000 2.509.700 636.500 99.600 593.000 1.468.000 1.502.100 13.895

10.810.130

11.572.795

6.440.130 4.370.000 0

6.822.795 4.750.000 0

10.810.130

11.572.795

0

0

20

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten De kosten van het basispakket vormen de grootste component voor de afvalstoffenheffing die de burger betaalt. Deze kosten zijn onderhevig aan conjuncturele- en weersafhankelijke invloeden. Door het vormen van een weerstandsvermogen kunnen dit soort fluctuaties worden opgevangen. Weerstandscapaciteit en verloop van het vermogen In 2023 is ambtelijk en bestuurlijk overleg geweest over de hoogte en de bepaling van het weerstandsvermogen. Hiertoe is een memo opgesteld en vastgesteld. De in de jaarrekening onderkende risico's zijn daarbij voorzien van een inschatting van de kans dat het risico zich gaat voordoen en een inschatting van het financieel effect dat daarmee gemoeid zou zijn. De nieuwe systematiek is onafhankelijk van de hoogte van de omzet en stijgt daardoor niet automatisch mee met de omvang van de begroting. Ter beoordeling van het aanwezige weerstandsvermogen wordt een ratio berekend van de beschikbare capaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit (weerstandsvermogen). Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < X < 2,0 1,0 < X < 1,4 0,8 < X < 1,0 0,6 < X < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Vastgesteld is dat Rd4 streeft naar een minimale ratio van "ruim voldoende" en dat daarmee de ondergrens een ratio van 1,4 is. De toets van de weerstandsvermogen ratio is een onderdeel van de jaarlijkse planning & control cyclus. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen conform de beschreven methodiek zou € 2.082.500 (zijnde 1,4 x benodigde weerstandscapaciteit welke is berekend op € 1.487.500) bedragen. Dit minimale vermogen hebben we nu bereikt. In 2024 heeft geen herijking plaatsgevonden van de risicoanalyse.

21

De ontwikkeling (onder voorbehoud van resultaatbestemming 2024) komt als volgt uit te zien:

Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Voerendaal Weerstandsvermogen

T/m 2020 121.529 136.926 92.661 11.260 427.036 210.348 194.039 52.870 53.473 63.310 -------------1.363.452

2021 74.009 103.987 83.492 50.315 330.965 170.401 108.854 34.765 41.429 38.646 -------------1.036.863

2022 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -------------0

concept jaarrek. 2023 2024 -43.580 0 -38.870 0 -11.636 0 36.835 0 -112.915 0 -48.922 0 -47.548 0 -16.741 0 -13.677 0 -20.760 0 ---------------------------317.815 0

Totaal 151.959 202.044 164.516 98.410 645.085 331.826 255.345 70.894 81.225 81.196 ------------2.082.500

Risico’s De risico's welke het weerstandsvermogen moet afdekken betreffen alle risico's waarvan we niet hebben afgesproken dat ze op basis van werkelijkheid worden afgerekend via de variabele component. Deze zijn direct van invloed op het resultaat van Rd4. Daar zitten niet de risico's inzake de verwerkingstarieven en -hoeveelheden bij. Deze zitten zowel qua tarief als hoeveelheid in de variabele component en worden op werkelijkheid afgerekend met de gemeenten. De navolgende risico’s zijn meegewogen in de benodigde weerstandscapaciteit: Risico

Kans Middel

Effect € 350.000

Risico € 175.000

2. Materiële risico's Middel Beschadiging aan of verlies van gebouwen, installaties, bedrijfsinventaris en transportmiddelen. De premies van de brandverzekeringen zijn fors gestegen en de eigen risico's zijn hoger geworden. We worden nog steeds geconfronteerd met premiestijgingen. Om schade ten gevolge van brand zoveel mogelijk te beperken zijn de eisen die verzekeraars stellen steeds hoger met als gevolg hogere kosten. Voor stroomuitval is er een

€ 125.000

€ 62.500

1. Arbeidsrisico's Aantasting van de arbeidscapaciteit door ziekte, staking en fraude. Invulling posities voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Door minder mensen in de sociale werkvoorziening (SW) en meer mensen via participatiewet (duurder). Een nieuwe leidraad inzake de fysieke belasting van onze medewerkers in de inzameling zorgt voor uitdagingen in het realiseren van het huidige serviceniveau. Een ander risico inzake arbeid betreft de krapte op de arbeidsmarkt. Het kunnen aantrekken van voldoende en kwalitatief juiste mensen is van belang om onze service te kunnen blijven waarmaken.

22

noodstroomaggregaat geplaatst om uitval van de stroomvoorziening op te vangen. 3. Continuïteitsrisico Het grootste risico inzake de continuïteit vloeit voort uit aantasting van de productiecapaciteit door bedrijfsstilstand. Bij volledig of gedeeltelijk verlies van het wagenpark zal vervanging op korte termijn of inhuur bij derden niet eenvoudig zijn. Bij onvoldoende bezetting bijvoorbeeld door een pandemie zijn er ook scenario's denkbaar waarbij delen van de dienstverlening niet kunnen worden uitgevoerd. Dit risico is niet verzekerbaar. 4. Milieurisico's Gezien de verscheidenheid aan producten is niet met 100% zekerheid aan te geven dat alle mogelijke risico's zijn afgedekt. Er vindt een continue monitoring plaats. 5. Financiële risico's Waaronder: -

Middel

€ 750.000

€ 375.000

Middel

€ 125.000

€ 62.500

Middel

€ 750.000

€ 375.000

Prijsontwikkeling brandstof

Voor een logistiek bedrijf als Rd4 is de ontwikkeling van de brandstofprijzen van groot belang. Afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen deze zowel een positief als een negatief effect op de begroting hebben. -

Kwaliteit PMD

Vanaf 1 januari 2022 zijn de Rd4-gemeenten, conform de landelijk geldende nieuwe overeenkomst via ASL, niet meer verantwoordelijk voor de gehele keten (van inzameling t/m verwerking) bij de inzameling van het PMD-afval. Vanaf deze datum zijn de gemeenten alleen nog maar verantwoordelijk voor de inzameling en de kwaliteit (mate van vervuiling) van de ingezamelde PMD-stroom. Bij de vergoeding die de gemeenten van Verpact ontvangen wordt uitgegaan van een vervuilingspercentage van max. 15%. Bij vervuilingspercentages hoger dan 15% wordt er gekort op de vergoeding. Dit kan resulteren in volledige afkeur en lagere inkomsten. Cao-ontwikkeling In deze dynamische en onzekere tijden in de wereld zijn prijsstijgingen een grotere zorg dan in het recente verleden. Dit betekent eveneens dat het lastig is om de

23

invloed op de lonen in te schatten. Ook de krapte op de arbeidsmarkt is hierop van invloed. 6. Aansprakelijkheidsrisico's In zoverre alle aansprakelijkheidsrisico's bekend zijn, zijn deze afgedekt. 7. Liquiditeitsrisico's Voor de komende vijf jaar is er aan de hand van een kasstroomanalyse berekend of er kortlopende kasgeldfaciliteiten ofwel langlopende leningen benodigd zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. 8. Renterisico's Als er binnen afzienbare tijd geld geleend moet worden of een bestaande lening geherfinancierd moet worden dan bestaat er een renterisico omdat het dan geldende rentepercentage hoger zou kunnen zijn dan het percentage van de oude lening, waardoor de kosten voor de organisatie en dus indirect voor de gemeenten stijgen. Om dit risico af te dekken kiezen we voor spreiding in looptijden en veelal vaste rentepercentages. Benodigde weerstandscapaciteit Minimaal weerstandsvermogen

Klein

€ 350.000

€ 87.500

Middel

€ 350.000

€ 175.000

Middel

€ 350.000

€ 175.000

1,4x

€ 1.487.500 € 2.082.500

Gemeentelijke risico’s Een risico bij de gemeenten ligt aan de inkomstenkant. Indien het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing verkeerd wordt geschat en/of het aantal ledigingen dat aan inwoners in rekening wordt gebracht te laag is, dan betekent dit een extra financieel risico. Bovendien bestaat het risico bij het doorberekenen van ledigingen dat niet alles kan worden doorberekend (bijvoorbeeld bij een verhuizing). De gemeenten dekken deze resterende risico's af in hun egalisatiereserves. Bij het samenstellen van de begroting is gekozen voor een aantal verdeelsleutels waarbij er schattingen zijn gemaakt op basis van eigen ervaringen en ervaringen van derden. Belangrijke parameters hierbij zijn het afvalvolume, de vullingsgraad van de containers en het aanbiedpercentage van de containers. Indien de realiteit slechter is dan begroot dan kan dit voor de gemeenten een financieel risico betekenen.

24

Onderhoud kapitaalgoederen (inclusief investeringsoverzicht) Voor onderhoud aan kapitaalgoederen wordt een voorziening gevormd. De vervangings- en uitbreidingsinvesteringen worden op basis van systematische analyses gebundeld tot een investeringsoverzicht. Hierin zijn alle beleidsvoornemens (voor zover bekend) meegenomen, wordt rekening gehouden met de levensduur, restwaarde en de benodigde capaciteit voor het uitvoeren van onze taken. Jaar van aanschaf Communicatie Afvalbeheersplan/ Grondstoffenplan

2025 125.000 0

2026 130.000 0

2027 190.000 0

2028 145.000 0

2029 150.000 0

Overig gebouwen & terreinen

9.380.000

5.305.000

950.000

450.000

450.000

Ondergrondse containers Perscontainers Minicontainers Rolcontainers Afzetcontainers Diverse andere inzamelmiddelen

1.307.000 75.000 175.000 85.000 260.500 494.500

1.135.000 1.385.000 1.385.000 1.385.000 100.000 100.000 100.000 100.000 185.000 185.000 185.000 185.000 95.000 95.000 95.000 95.000 294.000 294.000 294.000 294.000 496.000 496.000 586.000 541.000

Rollpackers uitbreiding Achterladers Zijladers Haakarmvoertuigen Vrachtwagens Bestelwagens Container transport Middelgrote veegmachine Gladheidmaterieel Onkruidbestrijding materieel Diverse overige voertuigen

300.000 1.350.000 1.750.000 788.900 485.000 55.000 330.000 1.600.000 962.500 455.000 370.000

150.000 125.000 100.000 2.110.000 1.250.000 250.000 0 0 220.000 125.000 125.000 300.000 170.000 340.000 0 160.000 992.500 320.000 165.000 495.000 205.000 255.000

75.000 260.000 250.000 620.000 0 0 170.000 455.000 275.000 180.000 160.000

25.000 665.000 250.000 310.000 0 0 170.000 645.000 235.000 290.000 185.000

Hardware Software Vervanging Boordcomputers

48.500 175.000 20.000

52.000 40.000 10.000 2.410.000 0 0

40.000 10.000 0

40.000 10.000 0

Op- en overslag Nijverheidsweg 17-23 Project Fase2 op- en overslag Project Fase3 op- en overslag Overig diversen Textiel Sorteercentrum Eindtotaal

490.000 0 1.166.414

1.840.000 0 215.000

0 0 65.000

0 310.000 65.000

0 0 65.000

80.000

545.000

45.000

15.000

15.000

200.000 325.000 125.000 225.000 160.000 22.528.314 14.104.500 10.860.000 6.350.000 6.265.000

25

De investeringsbedragen voor 2025 tot en met 2029 zijn gebaseerd op het laatst bekende prijspeil. Over een periode van vijf jaar komt het totaalbedrag uit op € 60.107.814. Hiervan is een bedrag van € 42.018.123 terug te voeren op het vervangen van bestaande activa. Het resterende bedrag van € 18.089.814 betreft nieuwe investeringen. In 2026 hebben we naast de reguliere vervangingsinvesteringen twee nieuwe posten opgenomen. Dat betreft de mogelijkheid tot aankopen van de kringlooplocatie Kerkrade en de mogelijkheid tot een aankoop van een andere kringloopwinkel locatie in Heerlen. Over de locatie Kerkrade zijn we overtuigd dat deze locatie qua mogelijkheden ons precies past. De verhuurder wil ook verkopen. Dat maakt het moment om de afweging te maken nu valide. Dat proces zal in 2025 plaats vinden. Inzake de locatie in Heerlen zijn we qua locatie vlakbij de woonboulevard wel tevreden, maar werkt het gehuurde pand zelf beperkend aangezien het pand zwaar verouderd is. We hebben hier nog geen concreet pand op het oog bij het schijven van dit stuk. De afweging van huur of koop zal dan ook plaatsvinden op basis van een business case.

Financiering •

Leningen De langlopende leningenportefeuille bedraagt ultimo 2024 na aftrek van verplichtingen korter dan 1 jaar € 31.930.000. Uitgaande van bovenstaande investeringen, is een calculatie gemaakt van de cashflows over de komende vijf jaar. Voor de realisatie van het investeringsprogramma zijn aanvullende financieringen noodzakelijk.

•

Kapitaalrente De omslagrente in 2026 is begroot op 2,6% (2025: 2,6%).

Lopende langlopende leningen in 2026 zijn naar verwachting: Kenmerk

Hoofdsom

BNG nr 40.111167

Bestaand

BNG nr 40.103886

Bestaand

NWB nr. 1-29847

Bestaand

NWB 1-29443

Bestaand

BNG nr 40.111166

Bestaand

NWB 1-29443

Bestaand

Behoefte 2025

Nieuw 2025

Behoefte 2026

Nieuw 2026

Schuldrest

Leningtype

7.000.000 6.500.000 10.000.000 7.000.000 6.000.000 5.000.000 6.000.000 4.850.000

7.000.000 Aflossingsvrij 2.340.000 Lineair 6.000.000 Lineair 7.000.000 Aflossingsvrij 3.840.000 Lineair 4.500.000 Lineair 5.600.000 Lineair 4.588.333 Lineair

52.350.000

40.868.333

Looptijd

Einde

Rente %

15 jaar

2035

25 jaar

2035

25 jaar

2038

20 jaar

2040

25 jaar

2042

20 jaar

2044

30 jaar

2055

20 jaar

2046

Rentetype

2,184% vaste rente 4,805% vaste rente 1,300% vaste rente 2,250% vaste rente 1,495% vaste rente 3,154% vaste rente 3,000% vaste rente 3,000% vaste rente

De financieringsbehoefte in 2025 en 2026 is berekend op basis van de investeringsbegroting in combinatie met de verwachtingen inzake de liquiditeitspositie.

26

Kasstroomoverzicht 2025-2029 (in duizenden euro's) Kasstroom uit operationele activiteiten 0

Bedrijfsresultaat Aanpassingen voor: Voorzieningen/ Reserves Afschrijvingen

2.846 33.681 36.527

Veranderingen in werkkapitaal: Voorraden en onderhanden werk Vorderingen Betaalde rente vs berekende rente Kortlopende schulden (excl. kredietinstellingen)

-65 -1.500 -1.565 34.962

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen immateriële vaste activa Investeringen materiële vaste activa Desinvesteringen immateriële vaste activa Desinvesteringen materiële vaste activa

-60.108 0 0 -60.108

Kasstroom uit financieringsactiviteiten Ontvangsten/Aflossingen uit kasgeldleningen Ontvangsten uit langlopende schulden Aflossingen langlopende schulden

0 28.750 -9.240 19.510

Mutatie geldmiddelen

-5.636

Verloop geldmiddelen is als volgt : Stand per 1 januari 2025 Mutatie 2025 - 2029 Stand per 31 december 2029

5.966 -5.636 330

27

Hoofdstuk 6 Financiële begroting De begroting 2026 is dusdanig opgebouwd zodat deze vergeleken kan worden met de goedgekeurde begroting 2025.

Uiteenzetting financiële positie Verkorte balanspresentatie (in duizenden euro's)

rekening 2024 concept

b egroting 2025

b egroting 2026

b egroting 2027

b egroting 2028

b egroting 2029

Vaste activa

36.127

43.958

47.866

53.690

58.259

62.405

Vlottende activa

4.379

5.879

5.879

5.879

5.879

5.879

Liquide middelen

5.966

1.473

815

744

254

330

Totaal vermogen

46.472

51.310

54.560

60.312

64.391

68.614

2.501 401 817 3.719

2.501 0 1.414 3.915

2.501 0 2.010 4.511

2.501 0 2.605 5.106

2.501 0 3.201 5.702

2.501 0 3.797 6.298

793

899

751

1.037

1.049

1.061

Langlopende schulden

31.930

36.280

38.803

41.913

46.898

50.382

Kortlopende schulden

10.029

10.216

10.496

12.256

10.743

10.873

Totaal vermogen

46.472

51.310

54.560

60.312

64.391

68.614

ACTIVA

PASSIVA Overige reserves Resultaat Bestemmingsreserve duurzaamheid Eigen vermogen Voorzieningen

Mutatieoverzicht reserves en voorzieningen Bestemmings reserve Duurzaamheid (in duizenden euro's)

Aanvang jaar Storting Onttrekkng Einde jaar

rekening 2024 Concept 429 429 -41 817

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

begroting 2029

817 596

1.414 596

2.010 596

2.605 596

3.201 596

1.414

2.010

2.605

3.201

3.797

Ontrekking alleen mogelijk via besluit algemeen bestuur. Planning is dit te doen via een duurzaamheidsplan op basis van een duurzaamheidsstrategie.

Voorziening groot onderhoud (in duizenden euro's)

Aanvang jaar Dotatie Kosten Einde jaar

rekening 2024 Concept 519 749 -475 793

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

begroting 2029

793 836 -730 899

899 913 -1.061 751

751 913 -627 1.037

1.037 913 -901 1.049

1.049 913 -901 1.061

28

Overzicht baten en lasten

Salarissen Personeel van derden Energie

Begroting 2025 20.102.665 6.292.058 2.506.000

Begroting 2026 21.940.977 5.820.613 2.489.250

Mutatie 2026 t.o.v. 2025 1.838.312 -471.445 -16.750

Inkopen Uitbesteed werk Verwerkingskosten Productiekosten Overige personeelskosten Huisvestingskosten Verkoopkosten Automatiseringskosten Algemene kosten Rentekosten Afschrijvingskosten

163.358 2.438.000 4.707.761 3.008.530 974.608 2.202.920 125.000 1.230.075 1.101.446 797.110 5.756.982

240.050 2.689.500 5.758.194 3.092.546 1.125.840 2.083.742 125.000 1.371.813 1.205.784 826.746 6.188.134

76.692 251.500 1.050.434 84.016 151.232 -119.177 0 141.738 104.338 29.636 431.152

Totale kosten

51.406.511

54.958.189

3.551.678

Opbrengst BOR-pakket Overige inkomsten Mutatie bestemmingsreserve duurzaamheid Mutatie kosten basispakket Mutatie verwerkingskosten Mutatie organisatiekosten basispakket

6.440.130 10.142.606 596.496

6.822.795 11.170.403 595.708

382.665 1.027.797 -788 2.140.428 1.050.434 1.090.782

Begroting 2025 35.420.271 6.440.130 41.860.401

Begroting 2026 37.560.699 6.822.795 44.383.494

Mutatie 2026 t.o.v. 2025 2.140.428 382.665 2.523.093

NV Overig (TSC, derden)

4.370.000 5.772.606 10.142.606

4.750.000 6.420.403 11.170.403

380.000 647.797 1.027.797

Totale inkomsten

52.003.007

55.553.897

3.550.890

-596.496

-595.708

788

51.406.511

54.958.189

3.551.678

Basispakket BOR-pakket Gemeenten

Mutatie Reserve Duurzaamheid Saldo

29

Toelichting op overzicht baten en lasten EURO b egroting b egroting 2025 2026

mutatie 2026 - 2025 geld %

Restafval GFT Papier Grofvuil en snoeiafval Grondstoffenparken Straatclusters Kunststof inzameling (PMD) BEST-tas en Kringloop Servicepunt Afvalkalender, pas en app, website Grondstoffenplan Resterende kosten UPV Illegale dumpingen Duurzaamheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=0ecf04aa-c3ba-4cb3-a542-55a7cc6fc2b8