7. Bijlage 2 Rd4 Ontwerpbegroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2025 enkelvoudig.pdf
Tekst van het document
Bijlage 3.a - Finc.com. 23.03.2021
BEGROTING 2022 & MEERJARENBEGROTING 2022 t/m 2025 REINIGINGSDIENSTEN Rd4 Gemeenschappelijke Regeling
Heerlen, 8 april 2021
INHOUDSOPGAVE Pagina Aanbiedingsbrief aan het Algemeen Bestuur
3
Samenvatting
4
1. Beleidsbegroting
5
1.1 Programmaplan
5
1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4
5
1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
6
1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead
6
1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting
6
1.1.5 Bedrag voor onvoorzien
6
1.2 Paragrafen
6 1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
7
1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen
9
1.2.3 Financiering
10
1.2.4 Bedrijfsvoering
13
1.2.5 Verbonden partijen
14
2. De financiële begroting
15
2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting
15
2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
17
2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld
19
Vaststelling door Algemeen Bestuur
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
20
Pagina 2
9 maart 2021
Aan het Algemeen Bestuur van GR Reinigingsdiensten Rd4 Nijverheidsweg 4a 6422 PD Heerlen
Heerlen, 8 april 2021
Geachte heer, mevrouw, De Gemeenschappelijke Regeling (hierna: GR) is eind 1997 opgericht en feitelijk met haar werkzaamheden begonnen op 1 januari 1998. De GR heeft twee 100% dochtervennootschappen, te weten Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (hierna: BVF) en Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (hierna: KLB). In de BVF zijn alle medewerkers ondergebracht met een niet ambtelijke status, zij hebben de cao voor Afval en Milieu, Grondstoffen Energie en Omgeving (GEO). Behoudens de ambtenaren (gemeentelijke cao) en de onroerende zaken, zijn met ingang van het boekjaar 2004 alle productiemiddelen gecentraliseerd in de BVF. Om een goed inzicht te krijgen in het functioneren van Rd4 als geheel, presenteren wij vanaf de oprichting een integraal geconsolideerde jaarrekening (en begroting) van de drie onderdelen samen. Volgens het besluit begroting en verantwoording (BBV), welke in de plaats is gekomen van de compatibiliteitsvoorschriften, mag dit niet meer. Echter, voor het verkrijgen van een goed en juist inzicht is het beter als we de lijn van de afgelopen jaren voort zetten. Ingevolge de vergadering van het Algemeen Bestuur, waarbij verzocht werd om de samenstelling van een enkelvoudige begroting, is er overleg geweest tussen Rd4 en de Provincie. Hierbij is ter sprake gekomen hoe deze begroting eruit zou moeten zien om te voldoen aan de regelgeving.
Dienaangaande is onderstaand rapport tot stand gekomen. Aangezien de GR onder het toezicht valt van de Provincie en niet het Facilitair Bedrijf wordt laatstgenoemde ook niet enkelvoudig als begroting aangeleverd. De enkelvoudige begroting is samengesteld uit de diverse kostensoorten zoals deze grotendeels ook worden samengesteld in de jaarrekening. Voor een detaillering op productniveau alsmede per gemeente verwijzen wij naar het begrotingsboek Reinigingsdiensten Rd4, geconsolideerd, inclusief de productenraming.
Hoogachtend,
W.C.H. Sijstermans Secretaris/ directeur
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 3
9 maart 2021
SAMENVATTING
Bij deze treft u de sluitende begroting aan voor het boekjaar 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4, gevestigd in de gemeente Heerlen. Deze begroting is tot stand gekomen in samenwerking met diverse ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten. Hierdoor zijn we erin geslaagd om u als Gemeenteraad een begroting voor 2022 te presenteren die kan rekenen op draagvlak bij onze opdrachtgevers, hetgeen wij erg belangrijk vinden. Om u de gelegenheid te bieden op een efficiënte en leesbare manier kennis te kunnen nemen van de inhoud van dit document, hebben we de belangrijkste onderwerpen kort en bondig samengevat. De kosten stijgen ten opzichte van de totale begroting 2021 met 7,4% (t.o.v. basispaket 8,2%). De belangrijkste beleidswijziging is de tariefharmonisatie op grofvuil bij de milieuparken in combinatie met tweemaal gratis brengen. Hierdoor dalen de inkomsten aan de poort van de milieuparken en worden deze dus per saldo duurder, echter dat is niet het grootste financiële effect, dat zit namelijk in de verwerkingskosten. Er zitten een aantal belangrijke elementen in de verwerkingskosten waardoor deze fors zullen stijgen. Inzake papier kunnen we tot en met 2021 rekenen met een contractueel vastgestelde garantieprijs. Deze prijs ligt boven de huidige marktprijs. Vanaf 2022 moeten we hierover nieuwe afspraken maken.
Onze huidige partner biedt op meerdere vlakken veel voordelen en we hebben de intentie om te blijven samenwerken, maar de prijs moet ook goed zijn. We hebben een lagere prijs dan de huidige garantieprijs in de berekeningen meegenomen. Zoals gezegd de besprekingen hierover moeten nog plaatsvinden. De uitkomst hiervan alsook de toekomstige marktprijzen zijn lastig te voorspellen. Inzake de Plastic, Metalen en Drankkartons (PMD) gaan we mee in de afspraken van Afval Samenwerking Limburg (ASL) om vanaf 2022 over te gaan tot het hanteren van het bronscheidingsmodel in samenwerking met de Stichting Afvalfonds. Dit houdt in dat we niet meer zoals nu de regie over de gehele keten hoeven te voeren. Dat ketenregiemodel bevat zoals we nu weten veel onzekerheden en risico's en zorgt ervoor dat we langjarig niet afgerekende posten met ons moeten meedragen. Dit betekent ook dat we over eerdere jaren bedragen van de gemeenten hebben moeten terugvorderen omdat de kosten van de verwerking achteraf tegenvielen of dat vergoedingen tijdens het traject wijzigden. Inzake de verwachte opbrengstwaarde van ijzer/metaal is een voorzichtige calculatie gemaakt. Ook hier zullen voor 2022 andere afspraken gelden dan nu en daar hebben we een conservatieve inschatting gemaakt. Veel andere stromen stijgen qua tarief met de min of meer verwachte index als gevolg van inflatie.
In de verwerkingskosten zitten momenteel al de kosten van de afvalstoffenbelasting. Deze verbrandingsbelasting heeft een tarief verhogend effect dat al in de begroting 2021 is verwerkt. Daarbij wordt deze belasting elk jaar hoger. Tot slot nog een positieve invloed op de verwerkingskosten; door de inzet van onze eigen op- en overslag verwachten we dat we een gedeelte van het opgehaalde grofvuil nog kunnen afzonderen en verwerken als restafval wat een lager tarief heeft. Dit hebben we in de berekeningen meegenomen.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 4
9 maart 2021
1. BELEIDSBEGROTING
1.1 Programmaplan 1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Wat willen we bereiken? De statuten ter oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 zijn gedeponeerd in oktober 1997. De beweegredenen van de oprichting van de raden, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade en Landgraaf waren indertijd: -
dat schaalvergroting op het terrein van het inzamelen en bewerken van afvalstoffen en het reinigen van de openbare ruimten en daarmee samenhangende taken noodzakelijk is;
-
dat samenwerking ter behartiging van de belangen van het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze inzamelen en bewerken van afvalstoffen gewenst is;
-
dat het streven erop is gericht deelname van meer gemeenten in de regio Zuid-Limburg te bevorderen en daartoe de mogelijkheden actief te onderzoeken.
In de statuten worden afspraken gemaakt met betrekking tot de werkzaamheden van het orgaan, het bestuur, de leden en het werkgebied. De Gemeenschappelijke Regeling heeft als doel het door middel van een openbaar lichaam behartigen van de belangen van - en het tot stand brengen van een samenwerking tussen - de aan de regeling deelnemende gemeenten op het terrein van het (doen) inzamelen en bewerken van afvalstoffen afkomstig uit de deelnemende gemeenten, het reinigen van de openbare ruimten en de daarmee samenhangende taken alsmede het bestrijden van gladheid in het gebied, een en ander met inachtneming van het provinciaal milieubeleidsplan als bedoeld in de Wet Milieubeheer en van het door de overheid gevoerde afvalstoffenbeleid. Bovendien hebben we in de voorliggende begroting een aantal extra doelstellingen geformuleerd aangaande het financiële aspect, vergroting van het dienstverleningsniveau (wijzigingen begroting), doelstellingen aangaande duurzaamheid en sociale werkgelegenheid. Het lichaam heeft tot taak het beheren en bewerken van afvalstoffen, het reinigen van openbare ruimten, het reinigen van straatkolken en riolen, het bestrijden van gladheid, het verrichten van transportwerkzaamheden, het bestrijden van plaagdieren, het verrichten van kringloopactiviteiten en voorts het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt, zulks in de ruimste zin.
Het primaat voor het afvalstoffenbeleid ligt bij de Gemeenteraden. Beleid dat aan de basis ligt van de jaarlijks door Rd4 op te stellen begroting. Rd4 hecht er dan ook sterk aan om in nauwe samenspraak met de deelnemende gemeenten een gedragen en gezamenlijke visie op de toekomst uit te zetten voor Rd4. Met een vaste regelmaat is de visie op de toekomst dan ook een belangrijk gespreksonderwerp tussen bestuur en management. Tot het jaar 2020 is deze blik op de toekomst expliciet gemaakt en uitgeschreven in een Strategisch meerjarenplan (SMP) met een aantal concrete strategische doelen op het gebied van kostenefficiëntie, duurzaamheid, regionale samenwerking, sociale werkgelegenheid en afvalbeleid. Periodiek zijn de resultaten van het vastgestelde beleid onderwerp geweest van evaluatie en toetsing. Waar nodig, hebben erop onderdelen bijstellingen plaatsgevonden, zonder de strategie los te laten. Omdat het huidige plan expireert in 2020, is er in 2020 en 1e helft 2021 een nieuw Strategisch meerjarenplan opgesteld. Met dit plan hebben wij onze routekaart voor de komende jaren opgesteld. Een routekaart die het begin is om te komen tot een circulaire economie en een oneindig hergebruik van grondstoffen. Een plicht die we niet uit de weg kunnen gaan met in gedachte de generaties na ons.
Het nieuwe Strategisch meerjarenplan betreft de periode 2022 - 2026 en heeft nagenoeg geen invloed op de begroting 2022, waardoor er nog geen zichtbaar effect in deze begroting te zien is. In 2021 wordt het beleid om te komen tot meer grondstoffen vastgesteld middels een op te stellen grondstoffenplan. Het beleidsplan met als titel "Het afval van vandaag is de grondstof voor morgen" zal medio 2021 aan de Gemeenteraden worden aangeboden. De conform het BBV voorgeschreven toelichting aan de hand van de vastgestelde beleidsindicatoren is niet opgenomen in onderhavige begroting aangezien deze beleidsindicatoren niet passen bij de doelstelling en taken van de Gemeenschappelijke Regeling Rd4.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 5
9 maart 2021
Wat doen we daarvoor in 2022? Wijzigingen in de begroting 2022 Voor deze begroting zijn naast het gekozen afvalbeleid met de diverse belanghebbenden een aantal uitgangspunten benoemd. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op brongegevens, inzichten en inschattingen die we momenteel ter beschikking hebben. Deze uitgangspunten zijn: - Hoeveelheden (tonnages afvalstromen); gebaseerd op de realisatie t/m het tweede kwartaal 2020. - Illegale dumpingen verschoven van pluspakket naar basispakket voor de deelnemende gemeenten - Verwerkingstarieven; niveau 2020 geïndexeerd naar 2022. - Normuren Productie; afgeleid van de hoeveelheden, aanbiedpercentages, P-90 norm, ziekteverzuim, productieve uren medewerkers etc. - Index stijging autonome organisatiekosten 2% (o.a. cao, pensioen, generatieregeling, verzekeringen, brandstofkosten). - Continuering oud papier inzameling met verenigingen. - Behoud sociale werkgelegenheid (o.a. het voortzetten van het Textiel sorteercentrum). - Invoering bronscheidingsmodel op PMD. - Herijking huidige garantieprijs papier, verwachting is dat deze lager wordt. - Risico’s: ontwikkeling landelijk verpakkingsdossier, vergoeding PMD (en afhandeling voorbije jaren) en de ontwikkelingen van de economie en de afvalmarkt. - Brandverzekering is duurder geworden, maar minder duur als in 2021 was aangenomen.
Wat kost het? Hiervoor verwijzen wij naar het overzicht van baten en lasten en de toelichting (paragraaf 2.1). 1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen De totale baten van Gemeenschappelijke Regeling Rd4 bestaan uit de bijdragen van de diverse gemeenten welke eveneens zijn terug te vinden in het overzicht van baten en lasten. Deze gemeentelijke bijdragen kunnen geclassificeerd worden als overige algemene dekkingsmiddelen. Er is geen sprake van lokale heffingen, algemene uitkeringen, dividend of een saldo van de financieringsfunctie. 1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead Voor het berekende bedrag van de overhead verwijzen wij naar paragraaf 2.1; het overzicht van baten en lasten in de begroting en de toelichting. Het te bepalen bedrag is bepaald aan de hand van een draaitabel waarin alle kosten van de GR in detail zijn ingelezen en waarbij er een matrix is gemaakt van kostensoorten en kostenplaatsen. Voor de kostenplaatsen is bepaald welke direct toewijsbaar zijn aan de directe dienstverlening en welke niet direct toegewezen kunnen worden en derhalve als overhead worden beschouwd. Er is gefilterd op deze kostenplaatsen gerubriceerd als overhead en het totaal saldo van deze kostenplaatsen is onder paragraaf 2.1 opgevoerd.
1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Het geschatte bedrag is zo laag dat er geen specifieke reservering is meegenomen in de begroting maar maakt onderdeel uit van de totale lasten voor een bedrag van circa € 11.000. 1.1.5 Bedrag voor onvoorzien Er is geen bedrag voor onvoorzien opgenomen. Er wordt van uitgegaan dat de lasten volledig gedekt worden door de baten. Een eventueel tekort zal worden aangezuiverd uit het beschikbare weerstandsvermogen.
1.2 Paragrafen In deze paragraaf zijn de conform BBV verplichte paragrafen opgenomen. Er zijn in totaal zeven paragrafen voorgeschreven, hiervan zijn er vijf van toepassing voor de Gemeenschappelijke Regeling Rd4. De volgende paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Rd4: - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen. De overige paragrafen zijn niet van toepassing en zijn derhalve verder ook niet betrokken in de begroting: - Lokale heffingen; - Grondbeleid.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 6
9 maart 2021
1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten De kosten van het basispakket vormen de grootste component voor de afvalstoffenheffing die de burgers dienen te betalen. Deze kosten zijn onderhevig aan conjuncturele- en weersafhankelijke invloeden. Door het vormen van een weerstandsvermogen kunnen dit soort fluctuaties worden opgevangen. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit en verloop van het vermogen Het Algemeen Bestuur heeft besloten om aansluiting te zoeken met de systematiek zoals deze al jaren wordt toegepast in de NV, zijnde een gemiddelde weerstandscapaciteit van 11% over de omzet in het verslagjaar en 11% over de begrote omzet van het jaar volgend op het verslagjaar. Aangezien de dienstverlening over het pluspakket volledig met de gemeenten wordt afgerekend is er bij Rd4 met name een financieel risico voor overof onderbezetting van mens- en/of machine-uren, echter dit risico wordt als te klein geschat om hierover extra weerstandsvermogen op te bouwen. De verwerkingskosten worden met iedere gemeente afzonderlijk afgerekend waardoor er voor Rd4 voor dit onderdeel geen risico is. Dus het weerstandsvermogen wordt berekend over de omzet van het basispakket minus de verwerkingskosten over het verslagjaar en begroting van het daaropvolgend jaar.
In het jaar 2018 is het voor dat jaar maximale weerstandsvermogen bereikt behoudens de gemeente Gulpen-Wittem welke later is toegetreden. Weerstandsvermogen 2020 Overschot jaar Af : Uitgekeerd
20.272.204 18.457.403 -------------1.814.801 ========
Het vermogen werd als volgt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Tot en met 2008 werd het resultaat verdeeld op basis van de inwoneraantallen. Vanaf 2009 vindt, conform de nieuwe begrotingssystematiek, de verdeling plaats op basis van aantal aansluitingen. Daarbij wordt uitgegaan van het aantal aansluitingen in het begrotingsboek van het betreffende jaar. T/m 2020
Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Voerendaal
Ratio weerstandsvermogen:
154.434 181.067 127.766 32.517 566.656 282.076 249.926 68.353 71.013 80.993 -------------1.814.801 ======== werkelijk weerstandsvermogen benodigd weerstandsvermogen
Maximaal Weerstands vermogen 186.645 230.370 174.493 126.798 706.759 357.267 283.635 83.793 91.402 98.393 -------------2.339.555 ======== 1.814.801 2.339.555
77,6%
De reden dat de indicator kleiner dan 1 is, is vanwege de onttrekking uit het weerstandsvermogen vanwege de begrotingsbijstelling in 2019 waarbij werd afgesproken dat het tekort uit het weerstandsvermogen zou worden gefinancierd en het reeds genoemde feit dat Gulpen-Wittem te kort bij Rd4 zit om een volgestort weerstandsvermogen te hebben. Risicoparagraaf Voor het boekjaar 2021 worden de onderstaande risico’s onderkend: 1. Arbeidsrisico's Aantasting van de arbeidscapaciteit door ziekte, staking en fraude. Veranderingen in de SW-regelingen.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 7
9 maart 2021
2. Materiële risico's Beschadiging aan of verlies van gebouwen, installaties, bedrijfsinventaris en transportmiddelen. De premies van de brandverzekeringen zijn fors gestegen en de eigen risico's zijn hoger geworden. In 2020 zijn we halverwege het jaar van verzekeraar gewisseld. Hierdoor is de premiestijging afgebogen naar beneden en zijn tevens de voorraden van de kringloop en de voorraden op ons terrein meeverzekerd. Om schade ten gevolge van brand zoveel mogelijk te beperken, zijn er in 2011 extra brandhydranten geplaatst. Tevens is er een noodstroomaggregaat om uitval van de stroomvoorziening op te vangen geplaatst. Gevolgschade door eventuele calamiteiten is in overleg met het Dagelijks Bestuur niet verzekerd en wordt door de gemeenten afgedekt. 3. Continuïteitsrisico Aantasting van de productiecapaciteit vanwege bedrijfsstilstand. Bij volledig of gedeeltelijk verlies van het wagenpark zal vervanging op korte termijn of inhuur bij derden niet eenvoudig zijn. Het bestuur heeft de afgelopen jaren ervoor gekozen om eigen risicodrager te zijn voor de gevolgschade bij het gedeeltelijke of volledig verlies van het wagenpark. Het huidige bestuur heeft gevraagd om een offerte bij de verzekeraar op te vragen om de gevolgschade van het afbranden van het voertuigpark af te dekken. Dit is gebeurd en gezien de relatief lage premie is besloten om deze verzekering af te sluiten.
Bij het niet voor handen hebben van genoeg bezetting door een pandemie zijn er ook scenario's denkbaar waarbij delen van de dienstverlening niet kunnen worden uitgevoerd. We hebben dit in het jaar 2020 ondervonden en moeten doorvoeren. We denken is om dat het niet mogelijk ons daar tegen te verzekeren tegen redelijke premies. 4. Milieurisico's Gezien de grote mate van verscheidenheid aan producten is niet met 100% zekerheid aan te geven dat alle mogelijke risico's zijn afgedekt. Mede door te voldoen aan ISO 14001 vindt er een continue monitoring plaats. 5. Financiële risico's - Ontwikkeling van de prijzen van brandstoffen op de wereldmarkt. Met name voor een logistiekbedrijf als Rd4 zijn de ontwikkeling van de brandstofprijzen van groot belang, afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen deze zowel een positief als een negatief effect op de begroting hebben. - Het risico van kwaliteit PMD Vanaf 1 januari 2022 zijn de Rd4-gemeenten, conform de landelijk geldende nieuwe ketenovereenkomst, niet meer verantwoordelijk voor de geh(van verzameling t/m verwerking) bij de inzameling van het PMD-afval. Vanaf deze datum zijn de gemeenten alleen nog maar verantwoordelijk voor de inzameling en de kwaliteit (mate van vervuiling) van de ingezamelde PMD-stroom.
De vergoeding die de gemeente uit het Afvalfonds ontvangen voor de inzameling bedraagt € 241,- per ton PMD aangeleverd bij de op- en overslaglocatie. Hierbij wordt uitgegaan van een vervuilingspercentage van max. 15%. Bij vervuilingspercentages hoger dan 15% wordt er gekort op de vergoeding. Dit kan resulteren in lagere inkomsten. - Ontwikkeling prijsniveau verwerkingskosten (risico € 500.000,-) Schommelingen in de tarieven voor de secundaire grondstoffen (vooral papier en metaal) kunnen een positief, maar zeer zeker ook een negatief effect hebben op de begroting. Voor zowel de papier- als metaalmarkt geldt dat deze op dit moment in een dip zitten waarbij het moeilijk te voorspellen is hoe deze markten zich het komend jaar zullen ontwikkelen. Inzake papier is al aangegeven dat er een aanname is gemaakt inzake de ontwikkeling van de huidige prijs waar een garantie over bestaat. Bij metaal hebben we te maken met fluctuerende prijzen en daar geldt geen garantie. We schatten in dat we met een onzekerheidsmarge van € 500.000 blijven zitten. 6. Aansprakelijkheidsrisico's Voor zover aansprakelijkheidsrisico's bekend zijn, zijn deze afgedekt. 7.
Liquiditeitsrisico's Voor de komende vijf jaar is er aan de hand van een kasstroomanalyse (zie paragraaf kasstroomoverzicht 2021-2025) berekend of er kortlopende kasgeldfaciliteiten ofwel langlopende leningen benodigd zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Op basis van de meerjarige analyse zullen er nieuwe financieringen nodig zijn op basis van voorlopige plannen. Indien dit in 2022 al structureel noodzakelijk blijkt zullen we de noodzakelijke stappen zetten. 8. Renterisico's Als er binnen afzienbare tijd geld geleend moet worden of een bestaande lening geherfinancierd moet worden dan bestaat er een renterisico omdat het dan geldende rentepercentage hoger zou kunnen zijn dan het percentage van de oude lening, waardoor de kosten voor de organisatie en dus indirect voor de gemeenten zouden kunnen stijgen. Met de rentestand ten tijde van het opstellen van de begroting lijkt dit risico momenteel niet zo groot. 9. Afvaltarief risico's In de huidige begroting is gerekend met een aanpassing van de inzamelfrequentie voor restafval waarbij de begrote afvalhoeveelheden zijn aangepast aan de verwachte ontwikkeling. De werkelijke hoeveelheden afval kunnen sterker afwijken van de begroting dan in voorgaande jaren.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 8
9 maart 2021
10. Vennootschapsbelasting (VPB) risico GR Rd4 is op grond van haar rechtsvorm met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig voor de Vpb ‘indien en voor zover zij een onderneming drijft’. Een groot deel van de activiteiten van GR Rd4 is echter vrijgesteld. Uitzondering hierop zijn de verkoop van rest(afval-)stromen en de dienstverlening aan de NV. Ten aanzien van de verkoop van reststromen heeft GR Rd4 een vaststellingsovereenkomst ondertekend met de Belastingdienst. Op grond van deze vaststellingsovereenkomst wordt de fiscale winst met betrekking tot de activiteit ‘zich ontdoen van huishoudelijk afval tegen een positieve opbrengst’ vastgesteld op basis van een percentage van de omzet. Dit percentage is vastgesteld op 1%. Volledigheidshalve merken wij op dat GR Rd4 de aangiften Vpb tot en met 2019 conform voorgaande uitgangspunten heeft ingediend. De Belastingdienst heeft definitieve aanslagen opgelegd over de jaren tot en met 2019.
Gemeentelijke risico's Het voordeel van de begrotingssystematiek is dat de individuele gemeenten geprikkeld worden om gerichter beleid te voeren, aangezien het voordeel van een verlaging van kosten ook voor een groot deel bij dezelfde gemeenten terecht komt. Zo kan bij een nulresultaat van Rd4 de ene gemeente een positief resultaat hebben terwijl dit voor een andere gemeente negatief kan zijn. Een risico bij de gemeente ligt aan de inkomstenkant. Indien het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing verkeerd wordt geschat en/of het aantal ledigingen dat aan burgers in rekening wordt gebracht te laag is, dan betekent dit een extra financieel risico. Bovendien bestaat het risico bij het doorberekenen van ledigingen dat niet alles kan worden doorberekend, bijvoorbeeld bij een verhuizing. De gemeenten dekken deze resterende risico's af in hun schommelfonds. Bij het samenstellen van de begroting is gekozen voor een aantal verdeelsleutels waarbij er schattingen zijn gemaakt op basis van eigen ervaringen en ervaringen van derden. Belangrijke parameters hierbij zijn het afvalvolume, de vullingsgraad van de containers en het aanbiedpercentage van de containers. Indien de realiteit slechter is dan begroot dan kan dit voor de gemeente een financieel risico betekenen.
Kengetallen Kengetallen conform Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2015, nr. 2015-0000387198. Deze regeling geeft richtlijnen om een aantal kengetallen op te nemen in het jaarverslag en de begroting. Het betreft de navolgende kengetallen: Verslag 2020 Begroot 2021 Begroot 2022 Begroot 2023 Begroot 2024 - Netto schuldquote in %; 28,4% 29,8% 27,4% 26,6% 24,7% - Netto schuldquote gecorrigeerd 28,4% 29,8% 27,4% 26,6% 24,7% voor alle verstrekte leningen in %; - Solvabiliteitsratio in %; 5,7% 6,3% 6,8% 7,5% 8,7%
Begroot 2025 22,4% 22,4% 10,1%
De kengetallen zouden het de leden van de provinciale staten en de gemeenteraad makkelijker moeten maken om meer inzicht te krijgen in de financiële positie van de provincie, gemeente en in ons geval in de GR. Als we deze kengetallen nader bekijken dan zijn de laatste vier genoemde kengetallen met name gericht op gemeenten of de provincie. De GR Rd4 heeft hier eigenlijk niets mee te maken omdat er geen relevante samenhang is met de aard van de werkzaamheden van Rd4. Om deze reden worden deze kengetallen dan ook niet opgenomen in het begrotingsboek of het jaarverslag. - Kengetal grondexploitatie in % - Kengetal structurele exploitatieruimte in % - Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in % - Vaststelling provinciale belastingcapaciteit in %
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Hiervoor is het eigen vermogen van de organisatie van groot belang. Hoe hoger dit vermogen hoe beter de ratio eruit zal zien. Bij Rd4 bestaat het eigen vermogen echter voornamelijk uit het weerstandsvermogen. De raden van de gemeenten zijn van mening dat dit vermogen zo laag mogelijk moet zijn omdat ze het ongewenst vinden dat er bij gelieerde ondernemingen te "grote potten" ontstaan. Bij voorkeur zouden ze dit zelfs nihil willen zien. Zij zien zichzelf als eigen risicodrager en afdekking van de risico's genoemd onder de ratio's beschouwen zij dan ook als minder relevant. Dat is dan ook de reden dat dit eigen vermogen van Rd4 relatief laag is. Gevolg is dat dit leidt tot een lage ratio en daardoor ook leidt tot een verkeerd beeld van de organisatie. Wat betreft het kengetal structurele exploitatieruimte in % heeft de berekening niet plaatsgevonden omdat het saldo van baten en lasten gelijk is en omdat er geen incidentele posten zijn waardoor de uitkomst altijd 100% zal zijn. 1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen Ultimo 2020 bestaan de materiële vaste activa uit de gebouwen en gronden.
Hiervoor wordt het onderhoud geregeld via de voorziening groot onderhoud en het reguliere onderhoud in de begroting.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 9
9 maart 2021
1.2.3 Financiering Het opstellen van de paragraaf Financiering in de begroting is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de Gemeenschappelijke Regeling Rd4 de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving kennen we het treasurystatuut van Gemeenschappelijke Regeling Rd4. ln dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. Interne- en externe ontwikkelingen Wet Hof Het doel van De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) is het terugdringen van het begrotingstekort van Nederland. Rijk en decentrale overheden (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen) zijn daar samen verantwoordelijk voor. De wet vloeit voort uit Europese regels voor het terugdringen van het begrotingstekort. Deze zijn onderdeel van het Stabiliteits- en Groeipact. ln de Wet Hof zijn die Europese afspraken verankerd in nationale wetgeving. EMU-saldo ln de Wet Hof is vastgelegd dat er per jaar een plafond is voor het EMU-tekort van alle gemeenten samen. De hoogte van dat zogeheten macroplafond wordt elk jaar opnieuw vastgesteld op basis van bestuurlijk overleg tussen Rijk en gemeenten.
Voor de huidige kabinetsperiode is afgesproken dat de decentrale overheden het begrotingstekort geleidelijk terug brengen van 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013, naar 0,2 procent bbp in 2017. Het netto financieringssaldo van alle overheden bij elkaar mag in een jaar niet boven dat plafond uitkomen. Eind 2015 is de evaluatie gestart om te bezien of de beoogde norm verantwoord en mogelijk is. ledere gemeente krijgt daarnaast een individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort in een jaar op basis van het begrotingssaldo van het voorgaande jaar. Pas bij overschrijding van het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten kan de referentiewaarde per gemeente voor het EMU-tekort een rol gaan spelen. Gemeenschappelijke Regeling Rd4 heeft zelf geen referentiewaarde. Met het hieronder opgenomen EMU-overzicht wordt inzage gegeven in de geldstromen binnen de begroting zonder onttrekkingen uit de reserves. ln onderstaand tabel betekent een positief bedrag dat Gemeenschappelijke Regeling Rd4 minder uitgeeft dan ontvangen wordt en een negatief bedrag dat Gemeenschappelijke Regeling Rd4 meer uitgeeft dat ontvangen wordt.
EMU-Saldo
2021
2022
2023
2024
2025
Exploitatiesaldo Afschrijvingen Bruto dotaties aan de post voorzieningen Investeringen Baten uit bijdragen van andere overheden Desinvesteringen Aankoop van grond en uitgaven aan bouw Baten bouwgrondexploitatie Lasten op balanspost Voorzieningen Lasten i.v.m. transacties met derden
0 285.469 50.500 -480.000 0 0 0 0 -400.000 0
0 341.175 50.500 -700.000 0 0 0 0 0 0
0 420.830 50.500 -425.000 0 0 0 0 0 0
0 441.478 50.500 -200.000 0 0 0 0 0 0
0 432.878 50.500 -200.000 0 0 0 0 0 0
Berekend EMU-saldo
-544.031
-308.325
46.330
291.978
283.378
Vaste schulden van Gemeenschappelijke Regeling Rd4 De langlopende lening bedraagt ultimo 2020 na aflossing € 31.180.000.(2019: € 32.180.000). Kapitaalrente De omslagrente is vastgesteld op 2,78% (2019: 2,75%). Leningen via de BNG: € 7 mln. aflossingsvrij 15 jaar € 6 mln. lineair 25 jaar € 6,5 mln. lineair 25 jaar Lening via de NWB-bank: € 10 mln. lineair 20 jaar € 7 mln. aflossingsvrij 20 jaar
2,250% 1,495% 4,805% 1,300% 2,184%
Rentelasten De rentelasten zullen zich vanaf 2022 als volgt ontwikkelen, mits er geen niet geplande investeringen komen: 2022 664.153 2023 641.572 2024 618.991 2025 596.410 2026 573.829
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 10
9 maart 2021
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. lndien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld en moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Berekening (bedragen x € 1.000) Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal Percentage regeling 1 Toegestane kasgeldlimiet
2
Vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schuld
3
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen
4
Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) Toegestane kasgeldlimiet Ruimte (+) / overschrijding (-)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Jaar 2020
33.227 8,50% 2.824
33.227 8,50% 2.824
33.227 8,50% 2.824
33.227 8,50% 2.824
33.227 8,50% 2.824
0 9.625 0
0 15.465 0
0 21.405 0
0 31.114 0
0 19.402 0
0 9.625
0 15.465
0 21.405
0 31.114
0 19.402
0 31.658 0 31.658
0 38.072 0 38.072
0 44.668 0 44.668
0 52.453 0 52.453
0 41.713 0 41.713
-22.033
-22.607
-23.263
-21.339
-22.311
2.824
2.824
2.824
2.824
2.824
24.857 =========
25.431 =========
26.087 =========
24.163 =========
25.135 =========
Schatkistbankieren Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De EMU-schuld en de financieringsbehoefte van het Rijk vermindert hierdoor. Decentrale overheden kunnen in het kader van de uitoefening van de publieke taak nog steeds geld uitlenen aan een andere decentrale overheid. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren: Alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan dienen in de schatkist te worden aangehouden. In 2020 heeft wel overschrijding plaatsgevonden van het drempelbedrag, als gevolg van verslapte aandacht als gevolg van wisseling van functies gedurende 1 kwartaal.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 11
9 maart 2021
In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen van 2020 is geweest: Bedragen x € 1.000 (1) Drempelbedrag
250.000 Verslagjaar 2020 Kwartaal 1 Kwartaal 2
(2) Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a)=(1)>(2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b)=(1)<(2) Overschrijving van het drempelbedrag
Kwartaal 3
Kwartaal 4
204
384
175
175
46
0
109
75
0
134
0
0
33.227
33.227
33.227
(1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar (4b) Het deel van het begrotingstotaal <= 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal > 500 miljoen
Verslagjaar 2020 33.227 33.227 0
(1)=(4b)*0,0075+(4c)*0,002 met een minimum van 250.000. (2) Berekening kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Verslagjaar 2020 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 18.609 34.931 12.991 16.063 (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 92 92 (2)=(5a)/(5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 204 384 141 175
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Berekening (bedragen x € 1.000) StapVariabelen Renterisico(norm) -1 Renteherzieningen -2 Aflossingen
2020 Jaar T: 0 15.000
2021 Jaar T+1: 0 4.000
2022 Jaar T+2: 0 1.000
2023 Jaar T+3: 0 1.000
-3 Renterisico (1+2)
15.000
4.000
1.000
1.000
-4 Renterisiconorm
7.093
7.476
8.030
8.271
(5a) Ruimte = (4>3 )onder renterisiconorm renterisiconorm (5b) Overschrijding = (3>4)
0 -7.907
3.476 0
7.030 0
7.271 0
Renterisiconorm Berekening (4a) Begrotingstotaal jaar T (4b) Percentage Regeling
35.463 20%
37.379 20%
40.149 20%
41.353 20%
0
0
0
0
7.093
7.476
8.030
8.271
Renterisiconorm (van alleen jaar T) (4) = (4a x 4b/100)
In de looptijd van de meerjarenbegroting blijft het renterisico onder het normbedrag en is daarmee afgedekt.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 12
9 maart 2021
1.2.4 Bedrijfsvoering Governance Rd4 is een verzelfstandigde organisatie, waarin we de opgedragen taken zo bedrijfsmatig mogelijk uitvoeren, dit in lijn met de opdracht uit het aandeelhoudersconvenant van 14 januari 1998 (artikel 1, punt 4: de gemeenten zullen bevorderen en bewerkstelligen dat binnen het kader van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen de GR zoveel mogelijk zelfstandig ten opzichte van de gemeenten zal functioneren). Ook de in dit convenant opgenomen overweging dat “een optimalisering van de interne bedrijfsmatigheid en efficiency gewenst is, waarbij de reinigingsdienst op afstand komt te staan van de politiek", ligt nog steeds ten grondslag aan deze taakopvatting binnen onze organisatie. Rd4 draagt dan ook de verantwoordelijkheid voor de concrete uitoefening van de opgedragen taken. In het licht van de bepalingen van de Commissie Tabaksblatt wordt gewerkt volgens het principe van “pas toe of leg uit” (apply or explain). Het door het Algemeen Bestuur jaarlijks vastgestelde normenkader geldt hierbij als belangrijk richtsnoer bij de interne, dagelijks bedrijfsvoering. In ons gecertificeerd KAM-systeem (kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu) is de visie en missie van onze organisatie vastgelegd.
Deze luidt: Missie Rd4 Rd4 is een publieke reinigingsorganisatie die in opdracht van de aangesloten gemeenten de wettelijke afvalzorgplicht volledig voor haar rekening neemt door een zo optimaal mogelijke exploitatie en beheer (maatschappelijk, financieel, milieu) van de gehele afvalketen. Visie Rd4 § Klantgerichtheid We spannen ons steeds in om onze klanten te begrijpen, hun oplossingen aan te bieden die uitvoerbaar zijn, gebaseerd op onze kennis van de afval- en milieumarkt. We zoeken steeds naar betrouwbare en op maat gesneden oplossingen voor hun problemen. We kijken steeds vanuit het perspectief van onze opdrachtgevers naar ons eigen handelen, om zo daadwerkelijk meerwaarde te kunnen (blijven) leveren. § Bedrijfsmatig presteren Rd4 is een betrouwbare en financieel stabiele organisatie. Rd4 en zijn werknemers zijn prestatiegericht. We stellen doelen en zorgen ervoor dat we deze realiseren. Iedereen levert daaraan een actieve bijdrage. We zijn professioneel en nemen verantwoordelijkheid voor onze persoonlijke prestaties, alles binnen onze eigen mogelijkheden. § Lokale aanwezigheid In een markt die steeds meer wordt gedomineerd door (een beperkt aantal) internationaal opererende marktpartijen, voelen wij ons erg thuis in de eigen regio. Door onze lokale aanwezigheid en resultaatgerichte aanpak zijn we bij uitstek in staat diensten te verlenen met een hoge klantgerichtheid.
In combinatie met ons breed pakket aan diensten, zijn we in staat onze klanten unieke totaaloplossingen te bieden. Mede door onze sterke focus op de behoefte van onze klanten, zijn we in staat geweest om een sterke regionale marktpositie te verwerven. We kennen onze klanten, hun plannen, ambities en hun problemen. Deze lokale aanwezigheid en sterke klantenbinding, zullen we blijven koesteren als een van de belangrijke concurrentievoordelen waarover we beschikken. § Gemotiveerde medewerkers Onze medewerkers zijn de sleutel voor ons succes. Hun kennis, betrokkenheid, inzet en ervaring zijn de basis voor onze dagelijkse dienstverlening aan bedrijven en gemeenten. In ons bedrijfsbeleid vinden we het dan ook erg belangrijk te investeren in professionele werving en selectie, opleiding, training en persoonlijke ontwikkeling; waarbij we uitgaan van gelijke carrièrekansen, ongeacht persoonlijke achtergrond. Het zijn onze medewerkers die waarde toevoegen aan onze diensten. Als werkgever onderkennen we het belang van marktconforme arbeidsvoorwaarden. Een actief retentiebeleid (binden en boeien van medewerkers) maakt hier deel vanuit. Dit zorgt voor continuïteit en dat is in het belang van iedereen die betrokken is bij onze organisatie. § Kernwaarden We handelen Rd4 breed vanuit onze kernwaarden (zo gaan we met elkaar om binnen onze organisatie).
Deze zijn beschreven in ons handboek KOMPAS en worden met regelmaat met onze medewerkers doorgesproken. Enkele elementen hieruit zijn gezonde en veilige werkomstandigheden, open en eerlijke communicatie, geen discriminatie of intimidatie, respectvolle omgang met (de spullen van) elkaar en de bedrijfsmiddelen, waarbij we zeggen wat we doen, doen wat we zeggen en we ons hierop laten aanspreken.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 13
9 maart 2021
§ Maatschappelijk verantwoord ondernemen Als milieuorganisatie vinden we een op duurzaamheid gebaseerde bedrijfsvoering belangrijk. In de praktijk komt dit tot uitdrukking in een veelvoud van praktische maatregelen, zoals de strenge emissienormen die we hanteren bij de aanschaf van door motoren aangedreven voertuigen. Maar ook allerlei andere zaken pakken we aan, zoals het gescheiden houden van papier, PMD (Plastic, Metaal/ blik en Drankenkartons), GFT en restafval op de kantoren, het verbeteren van onze energiehuishouding (o.a. LED verlichting, sedumdaken, zonnepanelen, etc.) en duurzaam inkopen. In de periodieke risico-inventarisatie & -evaluatie inventariseren we diverse risico's die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van medewerkers en klanten. Planmatig pakken we knelpunten aan en lossen deze zoveel mogelijk op. Het concept van duurzaamheid heeft wat ons betreft ook betrekking op ons sociaal beleid. Een fors aantal medewerkers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt zijn soms vele jaren binnen onze organisatie te werk gesteld en krijgen zo kansen om zich te ontwikkelen. Dit is een groot voordeel voor de bij de organisatie betrokken gemeenten, immers het zijn overwegend hun inwoners die niet meer aangewezen zijn op een uitkering van de gemeentelijke sociale dienst.
Daarnaast zijn we ISO 9001 (kwaliteit managementsysteem) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificeerd. Het KAM-beleid zoals beschreven in de procedure PD-HD-02-Vxx ligt hieraan ten grondslag. 1.2.5 Verbonden partijen Deelnemers : 10 Gemeenten * / AB
Dagelijks Bestuur
Reinigingsdiensten Rd4 Gemeenschappelijke Regeling (GR)
Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (BVF)
Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (BV KLB)/(TSC)
N.V. Reinigingsdiensten Rd4 (NV) * Sinds 2019 zijn de gemeenten Nuth, Onderbanken en Schinnen (RWM) gefuseerd in de gemeente Beekdaelen.
Eigen vermogen 1/1/20 Eigen vermogen 31/12/20 Vreemd vermogen 1/1/20 Vreemd vermogen 31/12/20 Resultaat 2020
BVF 18.151 18.151 22.774.972 24.347.586 0
TSC -954.534 -978.421 1.858.808 1.972.570 -23.888
NV 812.006 885.305 4.020.493 5.842.199 242.810
De werkorganisatie van Rd4 bestaat uit de GR Rd4, het Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en het Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. welke gezamenlijk een fiscale eenheid vormen. In het Facilitair Bedrijf B.V. (BVF) zijn bijna alle productiemiddelen ondergebracht, evenals de medewerkers die geen ambtelijke status hebben. Zij volgen derhalve ook een andere cao: de cao voor Afval en Milieu , GEO (Grondstoffen, Energie en omgeving). Alle (loon)kosten van de BVF worden volledig doorberekend aan de Gemeenschappelijke Regeling. Het exploitatieresultaat is dus nihil. De activiteiten van het Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. vinden sinds 2005 in de Gemeenschappelijke Regeling plaats. Vanaf 2014 zijn hier de activiteiten van het Textiel sorteercentrum in ondergebracht. Voor deze bedrijven gezamenlijk wordt een geconsolideerde jaarrekening samengesteld. Voor de dienstverlening aan bedrijven is er een separaat bedrijf opgezet zijnde de NV Reinigingsdiensten Rd4. Dit bedrijf heeft geen eigen personeel of activa en huurt deze merendeels in bij de GR Rd4 of het Facilitair Bedrijf B.V. welke voor deze dienstverlening de variabele kostprijs plus overheadtoeslag plus winstopslag doorberekent. Volledigheidshalve willen wij opmerken dat de NV geen verbonden partij is conform de definitie van de BBV. De aandelen van de NV Reinigingsdiensten Rd4 zijn in handen van de gemeenten en niet van Rd4.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 14
9 maart 2021
2. FINANCIËLE BEGROTING
2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
2022 Baten Lasten Saldo 36.912.831 36.770.402 142.429 36.912.831 34.964.916 1.947.915 36.912.831 36.912.831
1.805.486 -
-1.805.486 -
36.770.402 142.429 36.912.831
142.429 -142.429 0
2023 Baten Lasten Saldo 37.055.260 36.770.403 284.857 37.055.260 34.928.808 2.126.452 37.055.260 37.055.260
1.841.595 -
-1.841.595 -
36.770.403 284.857 37.055.260
284.857 -284.857 -
2024 Baten Lasten Saldo 37.197.689 36.770.403 427.286 37.197.689 34.891.976 2.305.713 37.197.689 37.197.689
1.878.427 -
-1.878.427 -
36.770.403 427.286 37.197.689
427.286 -427.286 -
2025 Baten Lasten Saldo 37.340.117 36.770.403 569.714 37.340.117 34.854.407 2.485.710 37.340.117 37.340.117
1.915.996 -
-1.915.996 -
36.770.403 569.714 37.340.117
569.714 -569.714 -
Pagina 15
9 maart 2021
De gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd De totale begroting komt uit het geconsolideerde begrotingsboek, deze is geen onderdeel van onderhavige begroting omdat de diverse overige bedrijven niet vallen onder de regelgeving van de BBV. In het geconsolideerde begrotingsboek zijn de diverse bedrijven zijnde de GR Rd4, het Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en het Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. geconsolideerd. In onderhavige enkelvoudige begroting zijn de salariskosten opgenomen van de medewerkers welke vallen onder de CAO Car Uwo zijnde de medewerkers van Rd4 met een ambtelijke aanstelling welke echter maar een zeer klein gedeelte van de totale populatie vormen. In onderhavig enkelvoudige begroting zijn de posten opgenomen zoals deze rechtstreeks aan de GR Rd4 worden gefactureerd. Hierbij is de enkelvoudige jaarrekening van de GR Rd4 richtinggevend in combinatie met de verwachtte beleidswijzigingen. De kosten gemaakt bij de andere bedrijven worden in de enkelvoudige begroting GR Rd4 volledig als inhuur opgenomen. Meerjarenverwachting afvalhoeveelheden tot en met 2025 In het algemeen kan gesteld worden dat de ontwikkelingen van afvalhoeveelheden en hieraan gerelateerde kosten afhankelijk zijn van: 1. Beïnvloedbare ontwikkelingen zoals: a. Beleidsmaatregelen - Lokaal - Landelijk 2. Niet beïnvloedbare ontwikkelingen zoals: a. Economische ontwikkelingen b.
Bevolkingsontwikkelingen - Krimp - Vergrijzing - Ontgroening c. Ontwikkeling aantal aansluitingen 1. Beïnvloedbare ontwikkelingen: a. Beleidsmaatregelen Lokaal Per 2050 is Nederland volledig circulair. Op eigen kracht kunnen Rd4 en de gemeenten de VANG-doelstellingen van 30 kg/inwoner niet realiseren. Focus van rd4 ligt op het voorbereiden en bewegen/ ondersteunen van de gewenste verandering. Uitgaande van een regionale aanpak is het volgende doel bereikbaar: 80% afvalscheiding per 2026. Het scheidingspercentage is gebaseerd op de landelijke definitie afvalscheiding: fijn en grof restafval (inclusief leegstand). Verder ligt de focus op een intensievere communicatie met de burger en het verder optimaliseren van het inzamelsysteem en wordt onderzocht of bijv. door het toepassen van sorteeractiviteiten waarde kan worden toegevoegd aan de ingezamelde afvalstromen. Dit uit het oogpunt om hiermee de hoeveelheid restafval verdere reduceren en kansen te genereren voor werkgelegenheid in de regio, met name als het gaat om werkleerbedrijf of voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Landelijk Het overheidsbeleid is erop gericht het verbranden van restafval te ontmoedigen door het invoeren van een verbrandingsbelasting. Was deze in 2018 nog € 13,21 per ton restafval, vanaf 1 januari 2021 is deze verhoogd naar € 33,15 per ton.
In de meerjarenbegroting wordt ervan uit gegaan dat deze belasting zal indexeren. Verder is de verwachting dat de producentverantwoordelijkheid verder doorzet. In december 2019 is de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 gesloten door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, het verpakkende bedrijfsleven en de VNG. Binnen deze overeenkomst zijn meerdere modellen mogelijk. Vanaf 2022 gaan we werken conform het bronscheidingsmodel. Omdat ons dat meer grip geeft dan het tot dan gehanteerde model van de ketenregie. Vanaf 2025 verwachten we de invloed van de CO2-heffing op de verwerkingskosten te gaan zien. 2. Niet beïnvloedbare ontwikkelingen zoals: Economische ontwikkelingen Uitgangspunt in de meerjaren prognose is een economische groei van 1,5%. Ook de verwerkingskosten zijn deels afhankelijk van economische ontwikkeling. Een economische groei resulteert in meer afval maar ook neemt vraag naar grondstoffen toe waardoor de opbrengsten voor oud papier, metaal en textiel normaal stijgen. Door een overspannen Europese markt als het gaat om de verwerking en hergebruik van afvalstromen staat de vermarkting van afvalstromen onder druk wat resulteert in hogere verwerkingstarieven dan wel lagere opbrengsten. De verwachting is dat deze stagnatie van de verwerkingsmarkt tot 2025 zal aanhouden.
Zo zijn de verwerkingtarieven van grofvuil gestegen van € 130,- per ton in 2018 naar € 265,- per ton in 2021 (exclusief Rd4 op- en overslag). Ook voor het verwerken van houtafval wat vroeger gratis was geldt in 2021 een tarief van meer dan € 83,- per ton. Verder zijn de opbrengsten voor oud en papier de afgelopen jaren sterk gedaald waar we door onze garantieprijs van verschoond zijn gebleven echter deze vervalt per 2022, waarna nieuwe afspraken moeten worden gemaakt. In 2024 verwachten we dat we te maken krijgen met de nieuwe, hogere tarieven voor rest- en gft-afval zoals deze uit de ASL-aanbesteding komen.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 16
9 maart 2021
Bevolkingsontwikkelingen Krimp Uitgangspunt bij het prognosticeren van de hoeveelheden is een bevolkingskrimp van jaarlijks met 1%. Vergrijzing De prognose van de leeftijdsopbouw van de bevolking en met name de ontwikkeling van inwoners van 65 jaar en ouder in 2025. Het aantal 65-plussers betreft dan 26% van het totaal aantal inwoners. Ontgroening Met de afname van het geboortecijfer is in de meerjarenbegroting geen rekening gehouden. Dit effect is meegenomen in de bevolkingskrimp. Ontwikkeling aantal aansluitingen Vanaf 2014 is de gemeenten Eijsden-Margraten toegetreden tot de Gemeenschappelijk Regeling waardoor het aantal aansluitingen in de Gemeenschappelijke Regeling met meer dan 10.500 toeneemt. In 2017 is de gemeenten Gulpen-Wittem aangesloten (6.600 aansluitingen) bij de GR Reinigingsdiensten Rd4. Hierdoor zullen in de Gemeenschappelijke Regeling het aantal inwoners en aansluitingen niet afnemen maar stijgen wat uiteindelijk een gunstig effect heeft op de kosten per aansluiting. Eind 2019 heeft de Raad van gemeente Beekdaelen besloten de gemeente als het gaat om de inzameling van huishoudelijk afval het aantal aansluitingen op te delen bij Rd4 of RWM. Voor de Rd4-organisatie heeft dit qua aantal aansluitingen geen consequenties. Verwerkingskosten Inzake inzameling van PMD gaan we vanaf 2022 voor het bronscheidingsmodel.
Dit houdt in dat we een vast bedrag aan vergoeding gaan ontvangen per ton PMD van € 241,-. De hoogte van deze vergoedingen kunnen we niet rechtstreeks beïnvloeden, maar met deze keuze halen we wel veel onzekerheden weg. Naheffingen inzake PMD zoals afgelopen jaren gaan tot het verleden behoren. De verwerkingstarieven van grofvuil zijn gestegen van € 130,- per ton in 2018 naar € 265,- per ton in 2021 (exclusief Rd4 Op- en overslag). Ook voor het verwerken van houtafval wat vroeger gratis was geldt in 2021 een tarief van meer dan € 83,- per ton. Verder zijn de opbrengsten voor oud en papier de afgelopen jaren sterk gedaald waar we door onze garantieprijs van verschoond zijn gebleven, echter deze vervalt per 2022, waarna nieuwe afspraken moeten worden gemaakt. In 2024 verwachten we dat we te maken krijgen met de nieuwe, hogere tarieven voor rest- en GFT-afval zoals deze uit de ASL-aanbesteding komen. Verder is in 2019 ook de stort- en verbrandingsbelasting van € 13,21 per ton gestegen naar € 33,15 per ton. Deze belastingmaatregel resulteert in een stijging van de verwerkingskosten. Ook zijn de tarieven voor het verwerken van grofvuil en bouwafval gerelateerde afvalstomen aanzienlijk gestegen en zijn de opbrengsten voor metaal en oud papier gedaald. Vanaf 2025 verwachten we de invloed van de CO2-heffing te gaan zien op de verwerkingskosten.
Energiekosten Er wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse stijging van de kosten van 2%.
Samenvattend De prognose is dat de afvalhoeveelheden in de periode 2021-2025 nagenoeg gelijk zullen blijven met uitzondering van papier, deze afvalstroom zal verder afnemen. Uitgangspunt hierbij dat de economische groei de bevolkingskrimp en het preventiebeleid van de overheid grotendeels compenseert. De kosten per aansluiting zullen stijgen omdat we ook in de komende jaren nog geconfronteerd worden met een overspannen afvalmarkt en hieraan gerelateerde hogere verwerkingskosten.
2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Geprognosticeerde begin- en eindbalans
Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende Activa Totaal
2021 12.605.099 1.781.311 29.155.586 43.541.996
2022 12.963.924 1.781.311 27.989.190 42.734.425
2023 12.968.094 1.781.311 27.319.878 42.069.283
2024 12.726.616 1.781.311 27.038.643 41.546.570
2025 12.493.737 1.781.311 26.891.238 41.166.286
Eigen vermogen Vaste schulden >1 jaar Vlottende passiva Totaal
2.745.634 30.180.000 10.616.362 43.541.996
2.888.063 29.180.000 10.666.362 42.734.425
3.172.921 28.180.000 10.716.362 42.069.283
3.600.208 27.180.000 10.766.362 41.546.570
4.169.924 26.180.000 10.816.362 41.166.286
EMU saldo Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven. Financiering Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 17
9 maart 2021
De stand en verloop van reserves Aangezien er met een nihil-resultaat wordt begroot betekent dit ook dat reserves naar verwachting niet muteren. Vanaf 2022 zal er een reserve in het kader van duurzaamheid worden aangelegd. De besteding hiervan wordt nader afgestemd. De stand en verloop van voorzieningen De GR heeft een voorziening groot onderhoud inzake de gebouwen. Jaarlijks terugkerende arbeidskosten De salariskosten zijn gebaseerd op de bestaande directe en indirecte formatie en de ontwikkeling hiervan zoals deze de komende jaren wordt verwacht rekening houdende met de verwachte ontwikkelingen. Verder is er rekening gehouden met een jaarlijkse inflatie. Investeringen De investeringen zoals gepresenteerd hebben uitsluitend betrekking op de investeringen in de GR. Aangezien het overgrote deel van de investeringen voor het dochterbedrijf de B.V. Facilitair Bedrijf zijn bestemd, welke buiten de scope van deze begroting vallen, zijn de investeringen in de GR minimaal. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats o.b.v. historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie t.b.v. gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de vervaardigings- of verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na moment van ingebruikneming. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Vlottende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
De liquide middelen en overlopende activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Eigen vermogen De reserves zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onder de vaste schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De op korte termijn (binnen één jaar) verschuldigde aflossingen worden opgenomen onder de vlottende passiva.
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Pagina 18
9 maart 2021
Vlottende passiva De netto vlottende schulden en de overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.
2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld
Taakveld 7.3 Afval Taakveld 0.5 treasury
Begroting 2022 GR Rd4, enkelvoudig
Baten 36.912.831 -
Pagina 19
2022 Lasten 36.248.677 664.153
Saldo 664.154 -664.153
9 maart 2021
VASTSTELLING DOOR ALGEMEEN BESTUUR
Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 in de vergadering van 1 juli 2021.
Secretaris/ directeur
Voorzitter
W.C.H. Sijstermans