CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 2 Ontwerpwijzigingsregeling (2026-2027)

Commissie MID 11 maart 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbesluit tot toetreding en wijziging inzake de GR Historisch Centrum Limburg2.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerpwijzigingsregeling met uittreding Rijk en wijziging Archiefwet

Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg Het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beek, Brunssum, EijsdenMargraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal en het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg, Gelet op hoofdstuk I en V van de Wet gemeenschappelijke regelingen, Overwegende dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap per 1 januari 2027 is uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling, Overwegende dat de Archiefwet 20xx per 1 januari 2027 in werking is getreden; Overwegende dat er als gevolg van de voormelde uittreding en inwerkingtreding van de Archiefwet 20xx een wijziging van de gemeenschappelijke regeling van het Historisch Centrum Limburg vereist is; Besluiten: De Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg wordt als volgt gewijzigd: Artikel I A Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1 – Definities In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. Archiefwet: Archiefwet 20xx; b. college(s): het/de college(s) van burgemeester en wethouders van (één van) de gemeente(n); c. decentrale archiefdienst: de decentrale archiefdienst als bedoeld in artikel 6.2 van de Archiefwet; d.

deelnemers: de colleges van Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal en het dagelijks bestuur van het waterschap; e. document: document als bedoeld in artikel 1.1 van de Archiefwet; f. gemeenten: de gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal; g. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; h. provincie: de provincie Limburg;

i. regeling: de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg; j. waterschap: het Waterschap Limburg; k. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. B Artikel 2 vervalt, onder vernummering van artikel 3 tot artikel 2. C Artikel 2 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. De titel komt te luiden: Artikel 2 – Openbaar lichaam 2. Het derde en vierde lid vervallen. D Na artikel 2 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 3 – Bestuursorganen Het bestuur van het Historisch Centrum Limburg bestaat uit: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. E De hoofdstukaanduiding 'HOOFDSTUK III. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN' wordt gewijzigd in 'HOOFDSTUK III. BELANG, DOEL EN TAKEN'. F Artikel 4 komt te luiden: Artikel 4 – Belang 1. De regeling is getroffen in het belang van: - een adequate uitvoering van de taken, bevoegdheden en verplichtingen uit de Archiefwet; - het duurzaam toegankelijk maken en houden van documenten en cultureel erfgoed, en; - het blijvend onder de aandacht brengen van documenten en cultureel erfgoed onder een breed publiek. 2. De deelnemers wijzen het Historisch Centrum Limburg in verband met de behartiging van de voormelde belangen tevens aan als decentrale archiefdienst die is belast met de bewaring

en beschikbaarstelling van de blijvend te bewaren documenten van de deelnemers als bedoeld in artikel 6.2 van de Archiefwet. 3. Het Historisch Centrum Limburg voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, de archiefverordeningen, het archiefbeleid en het cultuurhistorisch beleid van de gemeenten mede uit. G Artikel 5 komt te luiden: Artikel 5 – Doel en taken 1. Het Historisch Centrum Limburg heeft tot doel om het archiefbeheer en de archieftaken uit te voeren die de deelnemers aan het algemeen bestuur hebben overgedragen, te weten: a. de taken en bevoegdheden die voortvloeien uit de artikelen 2.2, tweede en derde lid. Concreet wordt in dat verband gewezen naar de taken en bevoegdheden zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4, 5 en 7 en de artikelen 9.3, 9.4, 10.4 en 10.5, 10.6 van de Archiefwet; b. de aanwijzing van een archivaris als bedoeld in de artikelen 6.2, tweede lid en 6.3, tweede lid van de Archiefwet; c. Het verrichten van door de deelnemers opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 4. 2. Ten behoeve van de uitvoering van de voormelde taken en bevoegdheden, treft het Historisch Centrum Limburg de in artikel 3.5 Archiefwet bedoelde voorzieningen omtrent de documenten van de deelnemers 3.

Voorts rusten op het Historisch Centrum Limburg de uitoefening van de taken en bevoegdheden die voortvloeien uit artikel 2.3 van de Archiefwet. H Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'artikel 4' vervangen door 'artikel 5'. I Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na 'de deelnemers' ingevoegd 'of de Minister'. 2. In het derde lid wordt na 'de deelnemers' ingevoegd 'en de Minister'. J Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt 'De colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap wijzen ieder uit hun midden ieder' vervangen door 'Iedere deelnemer wijst uit zijn midden' en vervalt 'De Minister wijst één lid aan.'.

2. In het derde lid, eerste zin, wordt na 'Iedere deelnemer kan' ingevoegd 'uit zijn midden' en vervalt ', de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap'. 3. Het vierde lid komt te luiden: 4. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap is benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering of uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap. 4. In het vijfde lid vervalt 'van de leden, aangewezen door de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap,'. 5. In het zesde lid vervalt 'de Minister,'. K Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid. 2. In het derde lid (nieuw), eerste zin, wordt 'in het tweede lid' vervangen door 'in het vorige lid'. 3. In het derde lid (nieuw), tweede zin, wordt 'geldt dan ook voor dat jaar waar de begroting betrekking op heeft' vervangen door 'geldt dan ook voor de begroting van dat jaar'. L Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt 'artikel 4' vervangen door 'artikel 5'. 2. In het eerste lid vervalt onderdeel j, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel i door een punt. 3.

In het tweede lid vervalt 'Minister, de'. M In artikel 13, tweede lid, vervalt '95 jo. artikel'. N Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'drie' vervangen door 'twee'. 2. In het tweede lid vervalt '- één lid op voordracht van de Minister;'. O In artikel 16, aanhef en onderdeel b, wordt 'artikel 4' vervangen door 'artikel 5'. P

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt 'de Minister,' en vervalt 'Minister, de'. 2. In het tweede lid vervalt 'de Minister,'. 3. In het derde lid vervalt telkens 'de Minister,'. Q In artikel 20 vervalt 'Minister, de'. R Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'de gemeenten' vervangen door 'de deelnemers'. 2. In het derde lid wordt 'de deelnemers' vervangen door 'de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen,'. S Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt 'Minister, de'. 2. In het tweede lid, eerste zin, vervalt 'Minister, de' en wordt 'de deelnemers' vervangen door 'de gemeenteraden, het algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen,'. 3. In het tweede lid, derde zin, vervalt 'de Minister,'. 4. In het derde lid, eerste zin, vervalt 'Minister, de' en wordt 'van de gemeenten en het algemeen bestuur' vervangen door 'van de gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur'. 5. In het derde lid, tweede zin, wordt 'de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap, alsmede het algemeen bestuur' vervangen door 'de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen'. T De hoofdstukaanduiding 'HOOFDSTUK IX. DE DIRECTEUR EN HET OVERIGE PERSONEEL' wordt gewijzigd in 'HOOFDSTUK IX. DE DIRECTEUR'. U Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid wordt 'de Minister, het waterschap en de gemeenten,' vervangen door 'de gemeenten en het waterschap' 2. In het derde lid wordt 'overeengekomen' vervangen door 'bepaald'. V

Artikel 28 vervalt, onder vernummering van artikel 29 tot en met 36 tot artikel 28 tot en met 35. W Artikel 28 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt 'Minister, de'. 2. In het tweede lid, eerste en tweede zin, vervalt telkens 'Minister, de'. 3. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot derde tot en met zesde lid. 4. In het vijfde lid (nieuw), eerste zin, vervalt 'Minister, de'. 5. In het zesde lid (nieuw) vervalt 'de Minister,' en wordt 'het zesde lid' vervangen door 'het vijfde lid'. X In artikel 29 (nieuw), tweede lid, vervalt 'Minister, de'. Y Artikel 30 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid, eerste zin, wordt 'artikelen 29, tweede, zesde en zevende lid' vervangen door 'artikel 28, tweede, vijfde en zesde lid'. 2. In het tweede lid, tweede zin, vervalt ', eerste lid'. Z Artikel 31 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, eerste zin, vervalt 'Minister, de'. 2. In het eerste lid, tweede zin, wordt 'de getrouwheid en de rechtmatigheid' vervangen door 'de getrouwheid en rechtmatigheid'. 3. In het tweede lid vervalt 'Minister, de'. 4. Het derde lid vervalt, onder vernummering van vierde tot en met zesde lid tot derde tot en met vijfde lid. 5. In het vierde lid (nieuw) vervalt 'Minister, de'. AA Artikel 32 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid, eerste zin, wordt 'artikel 27, eerste lid' vervangen door 'artikel 27 lid 1'. 2. In het eerste lid, tweede en derde zin, vervalt telkens 'Minister, de'. 3. In het tweede lid vervalt 'Minister, de'. BB

Artikel 33 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'draagt zorgt voor de archiefbescheiden' vervangen door 'is verantwoordelijk voor de documenten'. 2. In het tweede lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten' en vervalt 'naar de archiefbewaarplaats'. 3. In het derde lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten' en vervalt 'naar de archiefbewaarplaats'. 4. In het vierde lid wordt 'archiefbescheiden' vervangen door 'documenten' en wordt 'aangewezen de rijksarchiefbewaarplaats van de provincie' vervangen door 'als verantwoordelijk overheidsorgaan aangewezen het college van de gemeente Maastricht'. 5. In het vijfde lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten', vervalt 'naar de archiefbewaarplaats' en wordt 'het algemeen bestuur' vervangen door 'het dagelijks bestuur'. 6. In het zesde lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten' en vervalt 'naar de archiefbewaarplaats'. 7. In het zevende lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten'. CC In artikel 34 (nieuw), eerste en tweede lid, wordt 'artikel 95' telkens vervangen door 'artikel 61'. DD Artikel 35 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet. 2.

In het tweede lid, eerste zin, wordt 'De Minister, het college of het dagelijks bestuur van het waterschap' vervangen door 'Een deelnemer'. 3. In het tweede lid, tweede zin, wordt 'één jaar' vervangen door 'twee jaar' en wordt na 'tenzij de' ingevoegd 'in de regeling blijvende'. 4. In het derde lid wordt 'de uittreding en de wijze' vervangen door 'de uittreding, de wijze' en wordt ', en legt deze vast' vervangen door 'en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd'. 5. Het vierde lid komt te luiden: 4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 6. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.

7. Het zesde en zevende lid vervallen. EE Na artikel 35 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 36 – Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel 35, vierde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 3. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4.

De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 35 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. FF Artikel 37 vervalt, onder vernummering van artikel 38 tot en met 41 tot artikel 37 tot en met 40. GG In artikel 37 (nieuw), eerste lid, wordt 'artikel 95' vervangen door 'artikel 61'.

HH In artikel 38 (nieuw), tweede lid, vervalt 'Minister, de' en wordt na 'hun zienswijze' ingevoegd 'bij het college onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap'. II Artikel 39 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het vierde lid vervalt '95 jo.'. 2. Het vijfde lid vervalt. Artikel II Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

Toelichting Algemeen Met ingang van 1 januari 20xx is de Archiefwet 2021 in werking getreden. Als gevolg hiervan is de minister van OCW als deelnemer uit de Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg getreden. Vanwege de gewijzigde Archiefwet en de uittreding van de minister dient de onderhavige regeling gewijzigd te worden. De verwijzingen naar de minister zijn komen te vervallen. Ook zijn de verwijzingen naar de juiste artikelen van de Archiefwet waar nodig aangepast. Enkele overige wijzigingen worden hierna per artikel nader toegelicht. Artikelsgewijs Artikel 1 De begripsbepalingen zijn aangepast aan de gewijzigde begripsbepalingen van de Archiefwet 20XX. Artikel 4 en 5 De omschrijving van het belang, het doel en de taken die door de deelnemers aan het bestuur van de het Historisch Centrum Limburg zijn overgedragen, is aangepast aan de gewijzigde bepalingen van de Archiefwet 20XX. Artikel 8 en 10 De minister, vertegenwoordigd door een Rijksbestuurder, is niet langer lid van het algemeen bestuur. Deze artikelen zijn daarom aangepast. Dit heeft gevolgen voor het aantal leden en de stemverhoudingen binnen het algemeen bestuur. Artikel 14 De minister, vertegenwoordigd door een Rijksbestuurder, is niet langer lid van het dagelijks bestuur. Dit heeft gevolgen voor de aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur. Artikel 14 is daarop aangepast.

De aanwijzing van één lid op voordracht van de Minister is komen te vervallen. Artikelen 34 tot en met 38 (toetreding, uittreding, wijziging en opheffing) Nu de minister met de inwerkingtreding van de gewijzigde Archiefwet uit de regeling is getreden, zijn de bepalingen over toekomstige uittreding van de minister niet langer noodzakelijk. De artikelen zijn hierop aangepast. De regeling ten aanzien van het uittredingsplan en de uittreedsom is gewijzigd naar het "Limburgse model" en nader uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=4c6a2fde-5b1f-4cfd-82a8-e051170a50ff