CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 1 Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2024__200109__

Commissie MID 27 november 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-40 Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing4.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 2025

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding .....................................................................................................................2 1.1 Algemeen .....................................................................................................................................2 1.2 Wettelijk kader .............................................................................................................................3 1.3 Doelstellingen...............................................................................................................................3 Hoofdstuk 2. Verankering: structurele inpassing in de gemeentelijke organisatie ...........................5 2.1 Inleiding ........................................................................................................................................5 2.2 Taken en bevoegdheden ..............................................................................................................5 2.3 Koppeling met P&C-cyclus ...........................................................................................................5 Hoofdstuk 3.

Risicomanagement in Simpelveld ...............................................................................6 3.1 Risicomanagement .......................................................................................................................6 3.1.1 Fase 1: Identificatie van risico’s ............................................................................................6 3.1.2 Fase 2: Risicoanalyse en beoordeling ...................................................................................7 3.1.3 Fase 3: Sturen en beheersen.................................................................................................8 3.2 PDCA-cyclus ..................................................................................................................................8 Hoofdstuk 4. Weerstandsvermogen ..............................................................................................10 4.1 Beoordeling weerstandsvermogen ............................................................................................10 4.2 Beschikbare weerstandscapaciteit .............................................................................................10 4.3 Benodigde weerstandscapaciteit ...............................................................................................11 Hoofdstuk 5.

Kengetallen financiële positie ..................................................................................12 5.1 Beschrijving kengetallen financiële positie ................................................................................12 5.1.1 Netto schuldquote ..............................................................................................................12 5.1.2 Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen ..........................................12 5.1.3 Solvabiliteitsratio ................................................................................................................12 5.1.4 Structurele exploitatieruimte .............................................................................................12 5.1.5 Grondexploitatie .................................................................................................................13 5.1.6 Belastingcapaciteit ..............................................................................................................13 5.2 Normenkader kengetallen financiële positie .............................................................................13 Hoofdstuk 6. Uitgangspunten........................................................................................................14

-1-

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Algemeen Bij het realiseren van de gemeentelijke ambities kan een gemeente risico’s lopen. Het is belangrijk dat de gemeenteraad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van de gemeente en dat zij hierop mede kan sturen. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de weerstandscapaciteit. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om niet begrote kosten te kunnen dekken. Het beleid ten aanzien van risicomanagement wordt vastgelegd in een Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. De op dit moment vigerende nota dateert van 2018 (raadsbesluit d.d. 13 december 2018). Het is van belang om nota’s en verordeningen actueel te houden. Ook voor de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing is het van belang om deze periodiek te actualiseren om zo up-to-date te blijven met betrekking tot de regelgeving en de (financiële) ontwikkelingen binnen de gemeente. Het beleid ten aanzien van risicomanagement dient enerzijds om inzicht te verschaffen in de omvang van de weerstandscapaciteit en anderzijds om aan te geven wat de relevante risico’s en de eventuele financiële gevolgen van deze risico’s zijn.

Om daadwerkelijk beleid te voeren dient eerst bepaald te worden hoe het risicoprofiel van de gemeente is opgesteld, wat tot de weerstandscapaciteit gerekend wordt en hoe het weerstandsvermogen berekend wordt. Vervolgens zal op basis van deze kennis een keuze gemaakt moeten worden welk niveau van het weerstandsvermogen wordt nagestreefd. Deze nota is dus het beleid dat de gemeente voert om de risico’s van materiële betekenis te managen, en is in die zin dus een basis voor de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en de jaarstukken. Binnen onze gemeente wordt gekozen voor een praktische insteek waarbij het risicomanagement voor een belangrijk deel is ingebed in uitvoering van de reguliere werkzaamheden. Daarbij wordt vooral gefocust op de grotere risico’s, waarbij het signaleren van de risico’s belangrijker is dan het kwantificeren. Het kwantificeren van risico’s is geen ‘exacte wetenschap’. Er is sprake van inschattingen. Uiteraard is het mogelijk dat een er andere afwegingen worden gemaakt die resulteren in een andere kwantificering. Van belang is echter vooral dat risico’s worden onderkend en dat, indien mogelijk, maatregelen worden genomen om de kans dat risico’s zich daadwerkelijk voordoen worden voorkomen c.q. de effecten worden beperkt.

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing dienen ook de verplichte financiële kengetallen te worden opgenomen, te weten: de netto schuld quote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen zijn een hulpmiddel voor de gemeenteraad om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. De belangrijkste aanpassing ten opzicht van de vigerende nota, is de wijziging van de methodiek om de risico’s te kwantificeren. Deze methodiek is in overleg met de auditcommissie (25 maart 2021) aangepast en wordt reeds geruime tijd in de P&C-documenten toegepast en wordt nu ook in de nota opgenomen. De minimale ratio van het weerstandsvermogen blijft ongewijzigd. Het streven is een weerstandsvermogen van tenminste ‘ruim voldoende’.

-2-

1.2 Wettelijk kader Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (verder: BBV) bevat voorschriften voor de inrichting van de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening. De paragraaf weerstandsvermogen is één van de verplichte paragrafen. Volgens artikel 11.2 van het BBV moet deze paragraaf tenminste de volgende elementen omvatten: a. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. Een inventarisatie van de risico’s; c. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; d. Een kengetal voor de: - netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - grondexploitatie; - structurele exploitatieruimte; en - belastingcapaciteit. e. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen bestaat volgens artikel 11.1 BBV uit de relatie tussen: a. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 1.3 Doelstellingen Met deze Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt de volgende doelen beoogd: 

Kaderstelling van de Raad en formulering van beleidsuitgangspunten De Raad is verantwoordelijk voor een sluitende begroting. Een sluitende begroting zonder weerstandsvermogen betekent dat iedere tegenvaller een probleem gaat opleveren. Daarom heeft de gemeente weerstandsvermogen nodig om tegenvallers die niet in de begroting zijn geraamd op te vangen. Met deze Nota geeft de Raad kaders met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing aan en stelt de Raad beleid vast waarbinnen de gemeente Simpelveld dient te handelen. De kaders en beleidsregels moeten ervoor zorgen dat het weerstandsvermogen en risicobeheersing een plek behoudt binnen de P&C cyclus.

Voldoen aan wet- en regelgeving Het BBV bepaalt dat in de begroting en het jaarverslag een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient te worden opgenomen. Met het vaststellen van deze nota geeft de gemeente Simpelveld richting aan de invulling van deze paragraaf.

Verhogen van het risicobewustzijn Risicobewustzijn is zowel van belang op het niveau van bestuur als de organisatie (medewerkers). Voor het bestuur geldt dit vooral voor het stellen van kaders en het nemen van belangrijke besluiten. Het management zorgt voor een goede informatieverstrekking over risico’s richting bestuur ten behoeve van de besluitvorming. Daarnaast is het management verantwoordelijk voor het beheersen van de risico’s. Inzicht in de risico’s is hierbij van groot belang. Wanneer medewerkers risicobewust zijn in hun dagelijkse werkzaamheden kan er beter inzicht verkregen worden in de risico’s waardoor er proactief kan worden ingespeeld en risico’s -3-

vroegtijdig beheersbaar gemaakt kunnen worden. Hierdoor kunnen er verantwoorde keuzes worden gemaakt en weloverwogen besluiten genomen worden. 

Inzicht in risico’s Het doel van risicobeheersing is inzicht te verkrijgen in de financiële risico’s (van materiële betekenis) en de beheersing daarvan. Het BBV schrijft immers in artikel 11 lid 1b voor dat alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie, inzichtelijk moeten zijn ter bepaling van het weerstandsvermogen.

Reduceren van de gevolgen van risico’s Risico’s kunnen het behalen van doelen belemmeren. Door het in kaart brengen van aanwezige risico’s en de weerstandscapaciteit, kan de gemeente passend beleid ontwikkelen waarmee de impact van risico’s wordt beperkt. Dit kan op twee manieren: door het verhogen van de weerstandscapaciteit of door het treffen van risico verminderende (beheers)maatregelen. Op die manier wordt er voor gezorgd dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaand beleid.

-4-

Hoofdstuk 2. Verankering: structurele inpassing in de gemeentelijke organisatie 2.1 Inleiding Om de gewenste doelen, zoals geformuleerd in paragraaf 1.3, te bereiken is het van belang om risicomanagement op een heldere en verantwoorde manier in de organisatie te verankeren. Op het moment dat zich bijvoorbeeld nieuwe materiële risico’s aandienen, moeten deze worden meegenomen in de risico-inventarisatie. Op deze wijze blijft de benodigde weerstands-capaciteit inzichtelijk en beheerst. Derhalve is het proces van risicomanagement gekoppeld aan de P&C-cyclus. Even belangrijk is het om de taken en verantwoordelijkheden omtrent risicomanagement vast te leggen en te bewaken. 2.2 Taken en bevoegdheden In principe is iedereen in een organisatie verantwoordelijk voor het beheersen van risico’s. De praktijk laat echter zien dat een dergelijke organisatiebrede verantwoordelijkheid onvoldoende is om risicomanagement te doen slagen. Daarom moet vooraf duidelijk zijn wie waarvoor verantwoordelijk is. Een goede regeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden is derhalve een voorwaarde voor succesvol risicomanagement. In onderstaand schema is de rol, met daaraan verbonden de acties en besluiten, van de verschillende actoren aangeduid. Actoren

Rollen

Acties / besluiten

Raad

Kaderstellend en toezicht houden

College van B&W

Sturen, toezicht houden en verantwoorden

Managementteam

Sturen, toezicht houden en verantwoorden

Medewerkers

Uitvoerend

Cluster Financiën

Uitvoerend en toezicht houden

- Vaststellen Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Vastellen begroting en jaarverslag (incl. paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toezien op uitvoering van risicomanagement - Verantwoording risicobeleid aan de raad - Toezien op uitvoering van risicomanagement - Uitdragen van het belang van risicomanagement - Signaleren van risico’s - Implementeren beheersmaatregelen om risico’s te mitigeren - Kwantificering van de risico’s - Bijdrage leveren aan risico analyse - In beeld brengen consequenties op financiële positie en weerstandsratio

2.3 Koppeling met P&C-cyclus Het opkomen van en verdwijnen van risico’s is een continue proces. Om een goed en actueel inzicht in het risicoprofiel te hebben en te houden, is een koppeling met de P&C-cyclus gewenst om deze activiteit te verankeren. Bij de begroting en de jaarstukken worden de actuele risico’s weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Naast de reguliere koppeling aan de P&C-documenten kunnen uiteraard majeure risico’s, die zich snel dreigen te manifesteren, terstond gerapporteerd worden. -5-

Hoofdstuk 3. Risicomanagement in Simpelveld 3.1 Risicomanagement Risicomanagement is een hulpmiddel om op een gestructureerde en expliciete manier risico's in kaart te brengen, te evalueren, en door er proactief mee om te gaan, ze beter te beheersen. Een eenmalige risicoanalyse is niet voldoende, pas wanneer de risicoanalyse regelmatig herhaald en geactualiseerd wordt en de beheersmaatregelen integraal onderdeel uitmaken van onze bedrijfsvoering, is sprake van risicomanagement. Risicomanagement is dus een in hoge mate gestandaardiseerd proces dat een aantal stappen kent. In onderstaand schema is het cyclische proces van risicomanagement weergegeven:

De bovenstaande stappen worden in de volgende drie fasen verdeeld:  Fase 1: Identificatie van risico’s (stap 1)  Fase 2: Risicoanalyse en beoordeling (stap 2 en3)  Fase 3: Sturen en beheersen (stap 4 tot en met 6)  Deze stappen moeten op basis van de wetgeving (BBV) minimaal één maal per jaar worden doorlopen. In de praktijk is in Simpelveld sprake van een continue-proces dat niet strikt geformaliseerd is. De overall vastlegging vindt plaats bij het vullen van de paragraaf in de begroting en de jaarstukken. 3.1.1 Fase 1: Identificatie van risico’s De eerste stap is gericht op het identificeren van (potentiële) risico’s. De focus ligt hierbij op het identificeren van risico’s met een materieel belang. De in kaart gebrachte risico’s kunnen onderverdeeld worden in de volgende categorieën:  Aansprakelijkheid/juridische risico’s: risico’s die kunnen leiden tot aantasting van de vermogenspositie van de gemeente door claims van derden als gevolg van wettelijke- of contractuele aansprakelijkheid (materiele schade, letselschade, etc.).  Financiële risico’s: directe aantasting van de vermogenspositie van de gemeente (open-einde regelingen; schadeclaims; verbonden partijen, etc.).  Imago/ Bestuurlijke risico’s: aantasting van het vertrouwen in de organisatie als gevolg van negatieve publiciteit.

 Materieel risico: beschadiging/verlies van gebouwen, bedrijfsinventaris, transportmiddelen en goederen.

-6-

Bedrijfsvoering risico’s: Schade (verlies kwaliteit) door aantasting van de arbeidscapaciteit en/of kwaliteit van arbeid; Schade door onvoldoende of niet juiste informatie, waardoor geen of niet juiste besluiten worden genomen.

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en de jaarstukken wordt uitsluitend ingegaan op de risico’s met betrekking tot ‘aansprakelijkheid/juridisch’ en ‘financieel’, omdat deze risico’s een financiële impact kunnen hebben. 3.1.2 Fase 2: Risicoanalyse en beoordeling Bij het beoordelen van risico’s dient in ogenschouw te worden genomen of het desbetreffende risico zich incidenteel danwel structureel voordoet. Bij een structureel risico dient dit op basis van een realistische inschatting structureel in de begroting te worden verwerkt. Alleen incidentele risico’s zullen worden meegenomen bij het bepalen van het benodigde weerstandscapaciteit. In deze fase worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s vindt plaats door de kans (de waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet) te vermenigvuldigen met de impact (de schade als het risico zich daadwerkelijk voordoet). De kans vermenigvuldigd met de impact geeft het risicoscore. Risicoscore = kans x impact Voor de beoordeling van de kans worden de volgende indeling gehanteerd: Kans

Percentage kans

Klein Middel Groot

25% 50% 75%

Voor de beoordeling van de impact hanteren we vier klassen, tenzij een betere waardering van de impact mogelijk is: Klasse

Range

1 2 3 4

< € 50.000 € 50.000 - € 200.000 € 200.000 - € 500.000 > € 500.000

Waardering impact € 25.000 € 125.000 € 350.000 € 750.000

Met behulp van de risicoscore kunnen risico’s worden geprioriteerd. De zogenaamde risicokaart geeft inzicht in de spreiding van risico’s naar kans en impact. Ook geeft het een beeld van de verhoudingen tussen de risico’s, van laag, midden en hoog. Kans Klein

Middel

Groot

Impact

Klasse 1 Klasse 2 Klasse 3 Klasse 4

-7-

Vanzelfsprekend hebben de risico’s in de rode vlakken de hoogste prioriteit; immers de kans dat ze optreden is hoog en tevens is de impact hoog (van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie). Het maken van inschattingen van de kans dat een risico optreedt en het schatten van de impact hiervan is in de praktijk lastig. De uitkomst van deze inschattingen is uiteindelijk bepalend voor de omvang van het noodzakelijke weerstandsvermogen. Ook kan het voorkomen dat er risico’s zijn waarvan enige vorm van beoordeling niet mogelijk is. Vanwege het gebrek aan informatie kan dan alleen maar een tekstuele beschrijving van het risico worden opgesteld. 3.1.3 Fase 3: Sturen en beheersen Effectief risicomanagement draait om het nemen van maatregelen die gericht zijn op het voorkomen of minimaliseren van risico’s en de eventuele nadelige effecten die het optreden van risico’s met zich mee kan brengen. In feite zijn er vier mogelijkheden om met een risico om te gaan:  Vermijden Risico’s kunnen worden vermeden door de activiteit te staken die oorzaak is voor het ontstaan van een risico. Het is soms ook mogelijk een werkproces zodanig te wijzigen dat het risico wordt vermeden.  Verminderen / beperken Veelal is het geen optie een activiteit te staken. Er zijn dan vaak nog wel mogelijkheden om de kans dat een risico zich voordoet of de gevolgen daarvan te verminderen.

Door het treffen van passende beheersmaatregelen kunnen kans en/of gevolg worden beperkt.  Overdragen Een andere mogelijkheid is om activiteiten die risico’s met zich meebrengen uit te besteden. Niet alleen de activiteit, maar ook het daaraan verbonden risico wordt dan overgedragen. Ook kunnen de financiële gevolgen die risico’s met zich mee kunnen brengen bij derden worden ondergebracht. Een vorm daarvan is het verzekeren van objecten (brand- en opstalverzekering) of subjecten (ongevallenverzekering).  Accepteren Tenslotte kan de gemeente er ook voor kiezen een risico en de mogelijke gevolgen te accepteren. De mogelijke financiële schade komt dan volledig ten laste van de beschikbare weerstandscapaciteit. Risicomanagement is geïntegreerd in de reguliere Planning- en Controlcyclus. Dit betekent dat de meest actuele informatie over ons risicoprofiel en de beheersing van onze risico’s onderdeel uitmaken van de P&C-documenten (met name de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing in de begroting respectievelijk de jaarstukken). 3.2 PDCA-cyclus Bij het proces van risicomanagement streven we naar continue verbetering waarbij we gebruik maken van de PDCA-cyclus.

De PDCA-cyclus bestaat uit de volgende vier stappen:  Plan: doelstellingen formuleren  Do: beheersmaatregelen uitvoeren  Check: monitoren van de uitvoering  Act: borg de resultaten of pas de beheersmaatregelen aan om doelstellingen alsnog te bereiken Bij het doorlopen van deze stappen worden de resultaten geborgd zodat de herhaling van de PDCAcyclus continue verbetering kan opleveren.

-8-

-9-

Hoofdstuk 4. Weerstandsvermogen Het aspect weerstandsvermogen is onderdeel van het bredere risicomanagement. Het vormt als ‘beheersmaatregel’ het sluitstuk van risicomanagement, een laatste vangnet om de eventuele risicokosten op te vangen. Daarnaast geeft het een indicatie in welke mate de gemeente in staat is onvoorziene tegenvallers op te vangen. Inzicht in het weerstandsvermogen van de gemeente Simpelveld is dus belangrijk om de continuïteit van de organisatie te kunnen garanderen. 4.1 Beoordeling weerstandsvermogen Het is van belang te weten of sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is, kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit het risicoprofiel voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Streefwaarde Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen dient te worden vastgesteld welke ratio de gemeente Simpelveld nastreeft. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel (Bron: NARIS, voorheen Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement): Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De gemeente streeft ernaar om zo min mogelijk risico te lopen en, mits financieel verantwoord, zoveel mogelijk risico’s af te dekken. Dit betekent dat de gemeente een weerstandsvermogen nastreeft dat tenminste ruim voldoende is. Derhalve dus (minimaal) een ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 met als waarderingscijfer B. 4.2 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen. In het BBV is niet expliciet voorgeschreven welke bestanddelen tot de weerstandscapaciteit kunnen worden gerekend. De weerstandscapaciteit kan worden verdeeld in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Als componenten van de incidentele- respectievelijk structurele weerstandscapaciteit worden onderstaande onderdelen gehanteerd: Incidentele weerstandscapaciteit a. Algemene reserve b. Vrij aanwendbare deel bestemmingsreserves c. Post onvoorzien

Structurele weerstandscapaciteit d. Onbenutte belastingcapaciteit e. Begrotingsoverschotten f. Bezuinigingsmogelijkheden

-10-

Hieronder worden de onderdelen kort toegelicht. ad. a Algemene reserve De algemene reserve vormt het direct vrij besteedbare deel dat kan worden aangewend voor het afdekken van opgetreden risico’s en tegenvallers. ad. b Vrij aanwendbare deel bestemmingsreserves Een bestemmingsreserve is een reserve waar de gemeenteraad een specifiek bestedingsdoel aan heeft gegeven. De aanwendbare weerstandscapaciteit is nihil, tenzij de Raad de bestemming wijzigt. ad. c Post onvoorzien De post onvoorzien voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven. ad. d Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de resterende belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijke opbrengst uit het totaal van de onroerende-zaakbelastingen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing enerzijds en anderzijds de opbrengst die de gemeente moet realiseren indien een beroep is gedaan op een aanvullende bijdrage op grond van artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (Fvw). Er is derhalve sprake van te benutten belastingcapaciteit indien het tarief voor de OZB lager is dan het tarief volgens de artikel 12-norm. Voor wat betreft rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteert de gemeente Simpelveld het standpunt dat er sprake moet zijn van een 100% kostendekkend tarief. Voor deze heffingen is dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. ad.

e Begrotingsoverschotten Indien in de begroting te ruime budgetten of onbenutte budgetten staan, dan kunnen deze structureel worden ingezet ter dekking van risico’s. ad. f Bezuinigingsmogelijkheden Door middel van bezuinigingen (taakstellingen) is het mogelijk om middelen vrij te maken die structureel ingezet kunnen worden ter dekking van risico’s. 4.3 Benodigde weerstandscapaciteit Het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt verkregen door de risico’s van materiële betekenis te kwantificeren. Niet alle geïdentificeerde risico’s zullen zich tegelijkertijd en in dezelfde omvang voordoen. Ook is in de praktijk soms lastig om alle materiële risico’s in beeld te kunnen brengen.

-11-

Hoofdstuk 5. Kengetallen financiële positie Conform artikel 11 van het BBV is het verplicht om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing financiële kengetallen op te nemen voor: • de netto schuld quote; • de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • de solvabiliteitsratio; • de structurele exploitatieruimte; • de grondexploitatie en • de belastingcapaciteit. Deze kengetallen ondersteunen de gemeenteraad bij het inzicht in de financiële positie van de gemeente. 5.1 Beschrijving kengetallen financiële positie Hierna wordt per kengetal kort beschreven wat met het kengetal wordt weergegeven en hoe ze worden vastgesteld. 5.1.1 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. 5.1.2 Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.

De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. 5.1.3 Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. 5.1.4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.

-12-

5.1.5 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. 5.1.6 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde waarde in die gemeente. Dit kengetal wordt bepaald door de woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te relateren aan het landelijk gemiddelde in jaar t-1. 5.2 Normenkader kengetallen financiële positie In het gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten uit 2020, dat door alle provincies gezamenlijk is vastgesteld, staat vermeld waaraan de financiële kengetallen getoetst kunnen worden. Hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol.

De waarden in de kolommen categorie A, categorie B en categorie C zijn afkomstig van de stresstest 100.000+ gemeenten. Dit geldt voor de kengetallen netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. De waarden voor het kengetal grondexploitatie zijn gebaseerd op de ervaringscijfers van gemeenten die een actief grondbeleid voeren in Nederland.

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Categorie A < 90% < 90% > 50% > 0% < 20% < 95%

Categorie B 90%-130% 90%-130% 20%-50% =0% 20%-35% 95%-105%

Categorie C > 130% > 130% < 20% < 0% > 35% > 105%

Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van een gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gemeente.

-13-

Hoofdstuk 6. Uitgangspunten Onderstaand worden de uitgangspunten weergegeven die volgen uit de Nota: 1. 2. 3.

Alleen de belangrijkste risico’s, die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie, worden beschreven en gekwantificeerd in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (conform artikel 11 lid 1b BBV); Structurele risico’s dienen structureel in de begroting te worden verwerkt, alleen incidentele risico’s zullen worden meegenomen bij het bepalen van het benodigde weerstandscapaciteit; Het streven is een ratio weerstandsvermogen die tenminste tussen de 1,4 en 2,0 ligt. Dat wil zeggen een waarderingscijfer B (ruim voldoende).

-14-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=b12de713-8831-44e9-879b-8d718e0c0c39