7 24-37 Bijlage 4 Ontwerpbegroting 2025 SPL_181764
Tekst van het document
De berekende omvang van het risico bedraagt € 75.000. De weerstandscapaciteit bedraagt € 165.000. Dit leidt tot een tot een weerstandsratio van 2,2. SPL streeft in principe naar een minimale weerstandsratio van 1,0. Dit vooral door de risico’s zoveel mogelijk te mitigeren. Zoals in bovenstaand aangegeven worden de risico’s uiteindelijk gedragen door de deelnemende gemeentes en wordt de genoemde 1,0 gehanteerd als minimale streefwaarde en niet als harde norm. Financiële kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen en risicobeheersing dient een set van financiële kengetallen te worden opgenomen. Deze kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit.
23
De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Stadsregio Parkstad Limburg niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven op basis van de verwachte balansposities en de voorliggende begroting. Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Norm
Netto schuldquote
37,8%
22,3%
16,9%
11,5%
5,8%
<100%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
37,8%
22,3%
16,9%
11,5%
5,8%
<100%
Solvab iliteitsratio *
86,4%
90,5%
95,6%
100,0%
100,0%
>=20%
Structurele exploitatie
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
>=0
Kengetal
*Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruit ontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.
Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden te delen door de jaarlijkse baten. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Bij SPL daalt de netto schuldquote de komende jaren als gevolg van de periodieke aflossing op de langlopende lening inzake deelname in de financiering van de Buitenring. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SPL in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio van SPL neemt de komende jaren toe omdat de langlopende schuld periodiek wordt afgelost en de verwachting is dat er verder geen vreemd vermogen aangetrokken hoeft te worden.
Structurele exploitatie Bij de structurele exploitatieruimte wordt het financiële resultaat gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten of mutaties in de reserves. Dit geeft inzicht in de mate waarin de reguliere/ structurele baten de reguliere/ structurele lasten dekken. De structurele exploitatieruimte wordt uitgedrukt als een percentage van de omzet. De begroting van SPL is exact structureel en reëel in evenwicht.
10.2 Financiering Voor de inrichting en uitvoering van de treasury functie van decentrale overheden zijn kaders gesteld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Onder de treasury functie vallen onder andere het geldstromenbeheer, het saldobeheer, liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. Stadsregio Parkstad Limburg heeft de volgende instrumenten op het gebied van treasury, te weten het treasury statuut en de financieringsparagraaf in de begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag. In het treasury statuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Vanaf eind 2013 is door het rijk het Schatkistbankieren ingevoerd, dat als wetswijziging in de wet FIDO is opgenomen. Met de gevolgen van het Schatkistbankieren dient rekening te worden gehouden bij financieringsvraagstukken van de lokale overheid.
24
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee de Stadsregio de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,% % van het begrotingstotaal volgens de primaire begroting. Het begrotingstotaal bedraagt de totale lasten volgens de begroting inclusief toevoegingen aan reserves. Berekening Kasgeldlimiet per kwartaal
Q1
Q2
Q3
Q4
Begrotingstotaal lasten
4.539
4.539
4.539
4.539
Toegestane kasgeldlimiet: 8.2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 300.000
372
372
372
372
372
372
372
372
Totaal gemiddelde netto vermogen schuld
-57.866
-55.328
-45.068
-78.295
Ruimte (+) / overschrijding (-)
58.239
55.700
45.440
78.668
Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet
Gelet op de liquiditeitspositie van Parkstad zal geen beroep worden gedaan op kasgeldfinanciering. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente en de daarmee samenhangende rentelasten. Een rentelast kan stijgen bij herfinanciering of renteherziening van een lening. In de periode van 2025 tot en met 2028 worden geen renteherziening of herfinanciering van lopende leningen dan wel nieuwe financieringen verwacht. SPL zal in 2025 en de daaropvolgende jaren de renterisiconorm dus niet overschrijden. De vaste schuld van SPL heeft uitsluitend betrekking op de voorfinanciering van de Buitenring. De omvang van de lening is per 1-1-2025 € 1,76 miljoen en daalt in de periode tot ultimo 2028 tot € 0,38 miljoen. De renterisiconorm wordt berekend over de vaste schuld. Berekening Renterisiconorm (€m)
2024
2025
2026
2027
2028
Renteherzieningen (€m)
0
0
0
0
0
Herfinanciering
0
0
0
0
0
Totaal renterisico Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)
0
0
0
0
0
0,9
1,3
1,3
1,3
1,3
0,9
1,3
1,3
1,3
1,3
Ruimte onder renterisiconorm (norm minus risico)
Gelet op het feit dat geen sprake is van herfinanciering of renteherziening is de renterisiconorm voor Parkstad niet van belang. Schatkistbankieren SPL maakt verplicht gebruik van Schatkistbankieren. Het prudent beleid met betrekking tot uitzettingen, zoals is opgenomen in het treasury statuut, bestaat uit het uitvoeren van het Schatkistbankieren. Alle liquide middelen worden dagelijks door de Schatkist afgeroomd. De maximaal toegestane liquiditeit op de eigen rekening van Parkstad is als gevolg van de regels van het Schatkistbankieren € 1.000.000. Een dergelijk bedrag is nodig voor het reguliere betalingsverkeer en kan niet rentedragend worden uitgezet. Rentebaten Vanaf Q3 2022 krijgt SPL weer een rentevergoeding. In deze begroting is voor 2025 een rentebaat opgenomen van € 760.000. De verwachting in de markt (bron Financieel Dagblad) is dat de rente de jaren daarna verder daalt.
25
EMU-Saldo Het EMU-saldo (rekeningsaldo) is het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de overheid (de Rijksoverheid, sociale fondsen en de decentrale overheden) van een bepaald land in een bepaald jaar. Er kan een tekort of een overschot op de begroting zijn. Decentrale overheden dienen het EMU-saldo te berekenen, zodat op macro niveau het EMU saldo voor Nederland kan worden bepaald. Het EMU saldo van de Stadsregio Parkstad Limburg voor de begroting 2025 is in het volgende overzicht berekend. EMU Saldo (bedragen x € 1,000)
2024
2025
2026
2027
2028
+1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17).
21
28
73
87
102
+2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie.
5
5
0
0
0
+3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie.
13
13
13
13
13
-4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd.
0
0
0
0
0
+5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4.
0
0
0
0
0
+6
Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op de exploitatie verantwoord.
0
0
0
0
0
-7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan).
0
0
0
0
0
+8
Baten bouwgrondexploitatie (niet op de exploitatie verantwoord).
0
0
0
0
0
-9
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen.
0
0
0
0
0
-10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten).
0
0
0
0
0
-11
Verkoop van effecten (verwachte boekwinst).
0
0
0
0
0
Berekend EMU saldo
39
46
86
100
115
10.3 Openbaarheidsparagraaf De Wet Open Overheid (WOO) vergroot voor iedereen de toegang tot overheidsinformatie, bevordert de actieve openbaarmaking, actualiseert de regels voor openheid en openbaarheid en heeft de verplichting om de informatiehuishouding van bestuursorganen op orde te brengen. SPL zal het aantal document- en informatiecategorieën, dat actief openbaar dient te worden gemaakt op de website in lijn met de gefaseerde invoering van verplichte actieve openbaarmaking door voeren. Met de verbetering van de informatiehuishouding zal het actief openbaar maken van documenten beter kunnen worden ondersteund. SPL heeft de optimalisatie van haar informatiehuishouding in het beleidsplan Beleid Informatiebeheer 2023 – 2026 vastgelegd (vastgesteld door het DB op 12 april 2023). Het doel is om het informatiebeheer in brede zin binnen SPL te optimaliseren, transparanter te maken, om het bewustzijn van de omgang met informatie bij medewerkers te vergroten en in werkprocessen van SPL te verankeren. In 2024 zijn Decos-JOIN als DMS/RMA en iBabs geïmplementeerd in onze organisatie en zal het werken met deze programma’s verder worden geoptimaliseerd ter ondersteuning van de werkprocessen.
26
10. Geconsolideerde begroting 11.1 Vermoedelijke geconsolideerde balans Activa
31/12/2023
31/12/2024
31/01/2025
31/12/2026
31/12/2027
31/12/2028
Bedragen x € 1.000,Vaste Activa
6.199
5.923
5.647
5.375
5.104
4.833
Immateriële Vaste activa
6.147
5.883
5.619
5.354
5.090
4.826
Bijdragen aan activa eigendom van derden
6.147
5.883
5.619
5.354
5.090
4.826
Materiële Vaste activa
52
40
28
21
14
7
Investeringen met een economisch nut
52
40
28
21
14
7
Vlottende Activa
79.536
79.431
79.420
79.434
79.449
79.463
Uitzettingen met een rentetypische looptijd
78.946
78.841
78.830
78.844
78.859
78.873
462
462
462
462
462
462
78.484
78.379
78.368
78.382
78.397
78.411
Overige vorderingen
0
0
0
0
0
0
Liquide middelen
8
8
8
8
8
8
Kassaldi
1
1
1
1
1
1
Banksaldi
7
7
7
7
7
7
582
582
582
582
582
582
op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel:
19
19
19
19
19
19
- Overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
0
0
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde
563
563
563
563
563
563
85.735
85.354
85.066
84.810
84.553
84.296
korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering
bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal Activa
27
Passiva
31/12/2023
31/12/2024
31/01/2025
31/12/2026
31/12/2027
31/12/2028
Bedragen x € 1.000,Vaste Passiva
8.197
7.816
7.528
7.271
7.015
6.758
Eigen vermogen
6.097
6.026
6.062
6.142
6.236
6.345
Algemene Reserve
115
115
115
115
115
115
Bestemmingsreserves
5.982
5.911
5.947
6.027
6.121
6.230
Gerealiseerde resultaat
0
0
0
0
0
0
Voorzieningen
33
33
33
33
33
33
Voorziening verlofsparen
33
33
33
33
33
33
2.067
1.757
1.434
1.097
746
381
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2.067
1.757
1.434
1.097
746
381
Vlottende Passiva
77.538
77.538
77.538
77.538
77.538
77.538
393
393
393
393
393
393
Banksaldi
196
196
196
196
196
196
Overige schulden
196
196
196
196
196
196
77.145
77.145
77.145
77.145
77.145
77.145
332
332
332
332
332
332
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van:
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende Passiva Verplichtingen die in een begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: - Europese Overheidslichamen
9
9
9
9
9
9
- Het Rijk
499
499
499
499
499
499
- Overige Nederlandse overheidslichamen
471
471
471
471
471
471
75.834
75.834
75.834
75.834
75.834
75.834
85.735
85.354
85.066
84.810
84.553
84.296
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Passiva
28
11.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening De programma’s en onderdelen bij elkaar opgeteld geeft de geconsolideerde begroting 2025 en de meerjarenramingen voor 2026-2028. De geconsolideerde begroting 2025 is het budgetniveau dat het Algemeen Bestuur vaststelt bij de vaststelling van de begroting 2025.
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Lasten programma’s Programma kerntaken Programma flexibele schil Totale lasten programma’s Baten programma’s Programma kerntaken Programma flexibele schil Totale baten programma’s Gerealiseerde saldo van baten en lasten op de programma's Lasten divers: Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Totale lasten divers Baten divers: Algemene dekkingsmiddelen 10% rentebaten Bijdrage uitbreiding duurzaamheid Bijdrage uitbreiding bezetting (2,5 FTE) Bijdrage gemeenten water en klimaatadaptatie Bijdrage RES VAT Regiodeal Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Totale baten divers Gerealiseerde saldo van baten en lasten divers Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Stortingen in reserves kerntaken: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale storting in de reserves (last) Onttrekkingen aan reserves kerntaken: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Frictiereserve Onttrekkingen aan reserves overhead: Investeringsreserve verbouwing Organisatie Op Orde Frictiereserve Totale onttrekking aan de reserves (baten) Saldo mutaties reserves Gerealiseerde resultaat Verdeling van middelen (via balans) Regionale initiatieven Bijdragen regionale initiatieven Saldo
2024
2025
2026
2027
2028
3.043 pm 3.043
4.385 pm 4.385
4.311 pm 4.311
4.228 pm 4.228
4.156 pm 4.156
0 pm 0
685 pm 685
469 pm 469
252 pm 252
72 pm 72
-3.043
-3.700
-3.842
-3.976
-4.084
0 1.589 0 0 1.589
0 1.974 0 50 2.024
0 2.063 0 50 2.113
0 2.148 0 50 2.198
0 2.218 0 50 2.268
4.652 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.652 3.063 21
4.955 76 134 0 237 134 216 0 0 0 5.753 3.729 28
5.115 52 140 337 245 140 0 0 0 0 6.029 3.916 73
5.341 28 145 349 252 145 0 0 0 0 6.261 4.063 87
5.523 8 151 362 260 151 0 0 0 0 6.454 4.186 102
219 0 219
241 0 241
266 0 266
293 0 293
323 0 323
165 0 0 0
174 0 0 0
186 0 0 0
199 0 0 0
214 0 0 0
7
7
7
7
27 7 198 -20 0
32 213 -28 -0
0 193 -73 0
0 206 -87 0
0 221 -102 0
2024 1.095 1.095 0
2025 1.187 1.187 0
2026 1.216 1.216 0
2027 1.245 1.245 0
2028 1.274 1.274 0
29
11.3 Overzicht incidentele baten en lasten De begroting van SPL is structureel in evenwicht. Presentatie structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1000)
B2024
2025
2026
2027
2028
Saldo baten en lasten
21
28
73
87
102
Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-21
-28
-73
-87
-102
Begrotingssaldo
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
0
0
0
0
0
Structureel begrotingssaldo
0
0
0
0
0
De commissie BBV heeft in 2018 de “Notitie structurele en incidentele baten en lasten’ gepubliceerd. De toezichthouders van de twaalf provincies hebben de notitie van de Commissie BBV verder verduidelijkt door de handreiking ‘Verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten’ in het derde kwartaal van 2021 te publiceren. Deze handreiking geldt ook voor GR-en onder toezicht van Gedeputeerde Staten. In het algemeen geldt dat een GR structurele taken uitvoert en daarvoor structurele baten en lasten raamt in de begroting. Structurele baten en lasten zijn dus de regel, incidentele baten en lasten zijn de uitzondering. Deze uitzonderingen moeten inzichtelijk gemaakt worden in het verplichte overzicht van incidentele baten en lasten. Voor elke post is een toelichting vereist. De extra baten en lasten die samenhangen met de realisatie van projecten - niet zijnde werkbudget ontvangen door de Parkstad gemeenten - zijn dus incidenteel van aard. Dit betreft een belangrijk deel van het activiteitenniveau van Parkstad. Indien extra middelen beschikbaar komen, worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door de wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn.
Overzicht incidentele lasten en baten (bedragen x 1000)
B2024
2025
2026
2027
2028
Ontrekking frictiereserve en reserve organisatie op orde
-34
-32
0
0
0
Incidentele baten
-34
-32
0
0
0
Verbouwing (afschrijving)
7
Inrichten digitale handtekening en inkoopman. + archief '16-'23
27
Eenmalige financiering 2,5 fte extra
32
Incidentele lasten
34
32
0
0
0
Totaal overzicht incidentelen laste en baten
0
0
0
0
0
De incidentele baten en lasten die niet samenhangen met projecten betreffen: - Onttrekking frictiereserve. De onttrekking van de frictiereserve ad € 32.000 wordt eenmalig gebruikt voor de financiering van de kosten van de 2,5 fte extra. Indien de jaarcontracten worden omgezet in vaste dienstverbanden worden de kosten vanaf 2026 gedragen door de deelnemende gemeenten. SPL maakt gebruik van twee bestemmingsreserve ter dekking van kapitaalslasten die uit de activering van de investering voor de Ringwegen en de verbouwing van de tweede verdieping voorkomen. Onttrekkingen hieraan mogen, mits aan de voorwaarden voldaan, als structureel worden aangemerkt in onderstaand overzicht van structurele reservemutaties. Overzicht structurele reservemutaties
B2024
Reserve Ringwegen
2025
2026
2027
2027
219
241
266
293
323
Totaal stortingen
219
241
266
293
323
Reserve Ringewegen
165
174
186
199
214
7
7
7
7
Investeringsreserve verbouwing
Investeringsreserve verbouwing Totaal onttrekkingen
165
181
193
206
221
Totaal reservemutaties
54
60
73
87
102
30
11. Besluit inzake vaststelling begroting Het Algemeen Bestuur van de Stadsregio Parkstad Limburg
gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur;
gelet op het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg in samenhang met de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de Gemeentewet;
besluit:
De begroting 2025 en de meerjarenramingen 2026-2028 van de Stadsregio Parkstad Limburg vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 3 juli 2024.
drs. P.M. Bertholet directeur/secretaris
drs. R. Wever voorzitter.
31
Bijlage 1 Kadernota 2025 KADERNOTA Begroting 2025 Stadsregio Parkstad Limburg (Algemene financiële en beleidsmatige kaders 2025-2028) Inleiding Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 34b) is het bestuur van SPL verplicht om voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders (en de voorlopige jaarrekening) aan de raden van de deelnemende gemeenten te zenden. Het doel van deze Kadernota is dan ook om de betrokken gemeenteraden over deze kaders te informeren, zodat raden tijdig kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de ontwerpbegroting. De kadernota moet een indicatie geven over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie.1 De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Limburg Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in april 2021 (laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling). De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de (nieuwe) strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën.
De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”. Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters van de deelnemende gemeenten), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders). Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverstijgende samenwerking en verdeling van middelen.
Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (bestuurscommissies-overstijgende onderwerpen). In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de zes kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte en Mobiliteit • Duurzaamheid • Economie en Toerisme
1
Het staat de gemeenteraden wel vrij om aan de hand van de kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn voor het opstellen van de begroting mee te geven aan de vertegenwoordiger in het dagelijks bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van Parkstad
32
• Sociaal Economische Structuurversterking • Grensoverstijgende Samenwerking (thema GROS valt onder het Dagelijks Bestuur). Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur / Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen. Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) in 2025 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Het Nieuw Narratief van Parkstad “Elke Regio Telt” en de Kansenagenda De regio als schaalniveau voor overheidsdenken en doen: verbreding van het takenpakket Afstemming op Zuid-Limburgs niveau Fondsenwerving en Programmamanagement: accentverschuiving in het takenpakket Water, klimaatadaptatie en landelijk gebied Energietransitie
1. Het Nieuw Narratief van Parkstad Parkstad is na de sluiting van de mijnen door een diep dal gegaan. Jaar op jaar vertrok talent uit Parkstad en kwam niet terug. Liefst 25 jaar lang nam de bevolking af. Dit leverde uitdagingen op, waar we niet direct antwoorden op hadden: grote sociaal-economische en gezondheidsachterstanden, veiligheidsproblemen en een overschot aan scholen, woningen en winkels. Dit beeld lijkt te kantelen. De bevolkingsdaling is afgevlakt en economisch gaat het beter. De ontwikkelingen op de bedrijventerreinen bieden werkgelegenheid voor de nieuwe generatie Parkstedelingen. Ook de komst van kennisinstellingen, zoals de RWTH en de Universiteit Maastricht en de samenwerking met de al aanwezige instituten als de Open Universiteit, de Zuyd Hogeschool en Vista kunnen flinke impulsen geven voor de vernieuwing van de regio. Daarbij is een geweldig voordeel, dat Parkstad binnen haar stedelijk gebied de ruimte heeft om uit te breiden en te vernieuwen. Daarnaast biedt in toenemende mate de ligging aan de grens ook kansen. Bij deze vernieuwing hoort ook een ander verhaal: “het Nieuwe Narratief van Parkstad”. Dit verhaal is nodig om sturing te geven, om draagvlak te creëren en om mensen en partijen te binden. Immers de overheid kan dit niet alleen.
Gezamenlijk optrekken van bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld, burgers en overheid is cruciaal voor het realiseren van deze ambitie. Het is echter ook meer dan alleen een verhaal. De basis moet gelegd worden vanuit een goede analyse, zodat het geloofwaardig is. Er moeten keuzes worden gemaakt, waaruit de ambitie van de regio blijkt. Het benutten van de ruimtelijke kansen vraagt om een evenwichtige sturing op gemeentelijk en regionaal niveau. Hierbij zou een regionale ontwikkelkaart als informeel sturingsinstrument kunnen fungeren. Tenslotte moet dit op een zorgvuldige manier gecommuniceerd worden. Hiervoor moet een goede strategie worden ontwikkeld. Sturing op inhoud en proces van het tot stand brengen van dit Nieuwe Narratief en het bouwen van de coalities rondom dit verhaal en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma, zal in 2024 en 2025 veel vragen van de Parkstadorganisatie, waar de overkoepelende regie voor dit alles zal liggen. 2. “Elke Regio Telt’ en de Kansenagenda In maart 2023 werd het rapport “Elke Regio Telt” van drie belangrijke adviesraden van de regering, de ROB, de RLI en de RVS, gepresenteerd. Een bezoek van die drie raden aan onze regio in september 2021 stond aan de basis van dit onderzoek. Parkstad was dan ook één van de vijf regio’s, die onderzocht zijn.
In het rapport werd geconstateerd dat er in Nederland ongewenste verschillen in brede welvaart tussen regio’s bestaan en dat die vaak worden veroorzaakt of versterkt door Rijksbeleid. Daarom concluderen de raden, dat het regio beleid anders moet. Belangrijk advies was dat voor dergelijke regio’s, zogenaamde Kansenagenda’s moeten worden opgesteld, die als basis moeten dienen voor lange termijn afspraken tussen Rijk en regio. De uitwerking van de
33
kansenagenda voor Parkstad is vooral de programmatische uitwerking van het ‘Nieuwe Narratief’. Zoals het er nu uitziet, is de kans groot, dat dit traject voor Parkstad het vervolg op de Regio Deals wordt. Voor 2024 en 2025 betekent dit, dat Parkstad vol moet inzetten op de lobby rondom “Elke Regio Telt”. De 5 regio’s die in het kader van ERT onderzocht zijn (waaronder Parkstad), zijn in 2024 betrokken in een vervolgtraject onder leiding van het Ministerie van BZK. Met die 5 gebieden is afgesproken, dat de lobby gezamenlijk wordt opgepakt. Maar ook los daarvan zal deze lobby veel aandacht vragen. Daarnaast is van belang dat samen met gemeenten en de brede maatschappelijke coalitie de uitwerking van de kansenagenda wordt vormgegeven. Dit zal, net zoals de voorbereiding op de Regio Deal aanvragen, een intensief en langlopend proces zijn, dat echter ook de verbinding met de brede maatschappelijke coalitie verder kan versterken. Tot slot is van belang, dat de tijdshorizon van de kansenagenda verder weg ligt dan die van een regio deal. De regio deal heeft globaal een looptijd van 5 jaar. De kansenagenda zou een lange termijn perspectief van 15 tot 20 jaar moeten hebben. 3.
De regio als schaalniveau voor overheidsdenken en doen: verbreding van het takenpakket De regio wordt steeds belangrijker als schaalniveau, waar beleid maar ook de programmatische uitwerking en uitvoering, vorm krijgt. Duidelijke voorbeelden daarvan zijn de Regio Deals en een rapport als ‘Elke Regio Telt’. Door die ontwikkeling hebben de Parkstad gemeenten de afgelopen jaren in toenemende mate profijt gehad van de investering, die zij al decennia lang doen in regionale samenwerking. Voor de Stadsregio Parkstad heeft dat ook heel nadrukkelijk consequenties gehad. Het takenpakket is op verzoek van de Minister van BZK verbreed met de werkvelden Sociaal Economische structuurversterking, Duurzaamheid en Grensoverschrijdende samenwerking (Brief van de Minister van BZK aan de stadsregio d.d. 19 november 2018). Die verbreding van het takenpakket van de regionale samenwerking zet verder door. Voorbeelden daarvan zijn de ontwikkelingen rondom water- en klimaatadaptatie (dit wordt hieronder uitgewerkt). Deze veranderingen maken de workload groter en complexer, hetgeen een groot beroep doet op organisatie- en uitvoeringskracht van betrokken partijen. Het biedt echter ook de mogelijkheid om vanuit een regionale regie een meer integrale (gebiedsgerichte) aanpak vorm te geven. In een zwakkere vorm is ook veiligheid steeds meer onderdeel gaan uitmaken van het takenpakket.
4. Afstemming op Zuid-Limburgs niveau Op dit moment is veel aandacht voor de opschaling naar het Zuid-Limburgs niveau. In toenemende mate vindt beleidsontwikkeling plaats op deze schaal. Met de structuurvisies Wonen en Ruimtelijke Economie is daar enkele jaren geleden al een begin mee gemaakt. Parkstad heeft daar vaak een trekkende rol bij gespeeld. Ook het arbeidsmarktbeleid krijgt steeds meer gestalte op dit niveau. De afgelopen jaren heeft het Novex-gebied Zuid-Limburg als vehikel voor beleidsontwikkeling gediend. De Zuid-Limburg agenda en Panorama Zuid-Limburg zijn daar goede voorbeelden van. Ook bij de regio deals en het vervolgtraject van Élke Regio Telt’ wordt de verbinding op Zuid-Limburgs niveau gezocht. Dit levert niet alleen iets op maar kost ook veel tijd en capaciteit. Dat komt ook omdat er op deze schaal een goede governancestructuur en werkorganisatie ontbreekt. Daarnaast hebben opgaves hun eigen schaalniveau waarop het beste beleidscoördinatie kan plaatsvinden. Bij de aanpak van leefbaarheidsvraagstukken stuur je meer op buurt- en wijkniveau, terwijl bij mobiliteit naar de regio of vaak zelfs naar het hele land wordt gekeken. Zuid-Limburg lijkt met name geschikt om de economische ontwikkeling te coördineren en af te stemmen. 5.
Fondsenwerving en Programmamanagement: accentverschuiving in het takenpakket De werkzaamheden van de Parkstadorganisatie zijn de afgelopen jaren vrij sterk gewijzigd. Lag de nadruk in de periode 2014 tot en met 2017 sterk op beleidsontwikkeling en de platformfunctie, vanaf 2018 met het starten van de voorbereiding van de Regio Deals in Den Haag, is steeds meer nadruk komen te liggen op lobby en fondsenwerving. Maar ook de ‘programmatische handling’ van subsidiestromen vraagt steeds meer capaciteit, zoals bij de Regio Deals 1.0 en 2.0, WBI, SBI en het Volkshuisvestingsfonds. Deze ontwikkelingen zetten in 2024 door en zullen ook in 2025 impact hebben op de werkzaamheden van de Stadsregio Parkstad. In dat licht is het belangrijk, dat de gemeenten de vraag naar iets meer programma overstijgende capaciteit om juist deze taken op te pakken, is gehonoreerd. De hoeveelheid werk, die de handling van deze subsidiestromen met zich meebrengt, wordt nog eens vergroot door:
34
1.
de ‘multiplier’ De cofinanciering en aanvullende investeringen in projecten zorgen ervoor dat de omvang van het volledige programma, meestal een veelvoud is van de oorspronkelijke subsidie. Een goed voorbeeld daarvan is de eerste Regio Deal Parkstad. De 40 miljoen subsidie heeft een totaal programma van 611 miljoen op gang gebracht. 2. Zowel lopende programma’s als nieuwe aanvragen De werkzaamheden hebben betrekking op zowel lopende programma’s (financiële afwikkeling, rapportages, monitoring), als nieuwe aanvragen en lobby. 3. Financial engineering De cofinanciering van de subsidie wordt vaak gerealiseerd door andere subsidiestromen, waar weer allerlei voorwaarden en verantwoordingseisen aan vastzitten. Voorbeeld daarvan is het Velocity project, waarbij de cofinanciering via een Interreg subsidie is verkregen. 4. De Spuk Bijna alle Rijks subsidies worden op dit moment in de vorm van een zogenaamde specifieke uitkering (Spuk) verstrekt. Een dergelijke uitkering vraagt veel meer handling dan de Decentralisatie Uitkering (DU), de vorm waarin subsidies in het verleden werden uitgekeerd. Vooral de zogenaamde Sisa verantwoording vraagt specialistische aandacht. 6. Water, klimaatadaptatie en landelijk gebied
Met ingang van 2024 is het thema water toegevoegd aan de bestuurscommissie Ruimte en Mobiliteit (BC RuMo) en wordt het thema klimaatadaptatie overgeheveld van de BC Duurzaamheid naar de BC RuMo. Het thema water was t/m 2023 belegd bij het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en is op verzoek van die netwerksamenwerking toegevoegd aan het takenpakket van de Stadsregio. Het SWPL bestaat uit de zeven Parkstadgemeenten, het Waterschap Limburg, het Waterschapsbedrijf Limburg en WML. De jaarlijkse bijdrage van de gemeenten is berekend op basis van de bijdrage aan SWPL in 2023, exclusief bijdragen van de waterpartijen. Uitgegaan is van 7/9e deel van € 293.000, zijnde € 227.889. Dit is conform de huidige verdeelsleutel (incl. waterpartijen) van SWPL. De totale gemeentelijke bijdragen aan het thema ‘water’ blijft daardoor in 2024 gelijk aan die in 2023. Uit deze middelen worden personele inzet (inschatting 1 FTE en kantoorkosten) en werkbudget gefinancierd. Door het onderbrengen van deze thema’s bij de BC RuMo, kan de inhoudelijke verbinding worden gelegd met relevante andere onderwerpen, die momenteel al bij de Stadsregio belegd zijn. Het onderbrengen van de thema’s bij de BC RuMo sluit aan bij het uitgangspunt, dat sinds 2022 door de Rijksoverheid wordt gehanteerd: bodem en water sturend (brief van de regering aan de Tweede Kamer d.d. 25 november 2022).
Binnen het werkveld van de Bestuurscommissie RuMo is sinds 2022 ook meer aandacht voor de ontwikkeling van de landelijke gemeenten gekomen. De vraagstukken rondom water, bodem, klimaat en stikstof maken de transitie van het landelijk gebied tot een complexe uitdaging, die vraagt om een integrale gebiedsgerichte aanpak. Vanuit de regionale samenwerking wordt hier nu met vereende krachten aan gewerkt. Deze accentverschuiving vraagt echter ook om meer inzet van capaciteit en werkbudget. 7.
Energietransitie Eind 2022 heeft het kabinet aangekondigd dat het tot en met 2030 structureel middelen aan gemeenten ter beschikking zal stellen om uitvoering te kunnen geven aan energie- en klimaatbeleid. Parkstad-breed gaat het hierbij om een bedrag van ruim €5,1 miljoen voor 2023, 5,1 miljoen in 2024 en 5,2 miljoen in 2025. Voor de jaren 2026 tot en met 2030 zijn ook uitvoeringsmiddelen beschikbaar. Na evaluatie zal hiervoor een nieuwe regeling opgesteld worden. Middelen in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK ) dienen exclusief ter beschikking te worden gesteld om personele uitbreiding en hiermee gepaarde materiële lasten te bekostigen. Dit besluit is dan ook conform het advies van de Raad van Openbaar Bestuur om uitvoeringskracht van gemeenten te versterken om doelstellingen van het Klimaatakkoord te kunnen behalen. Uniek voor Parkstad-gemeenten is de beschikking over een regionaal bureau. In aansluiting hierop zal de formatie van het regiobureau in 2024 met 2 medewerkers duurzaamheid worden uitgebreid o.a. ter ondersteuning van de realisatie PALET en RES (Regionale Energie Strategie). Dit maakt dat uitvoeringskracht zowel op regionaal als op gemeentelijk niveau kan worden gerealiseerd.
35
Dit alles zal een aanzienlijk werkpakket met zich meebrengen. Algemene beleidsmatige kaders 2025 - 2028 Voor de begroting 2025 en de daarop volgende jaren worden in lijn daarmee de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren. 3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4. Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en door vertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, het Dagelijks Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact. De algemene financiële kaders 2025-2028
Omvang van het Bureau: Tabel: Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in fte (structureel)
Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in FTE (structureel) 100
91
90
90 80 70
FTE
60 44,5
50
37,5
40 30
26
26,3
26,8
2022
2023
33,6
33,6
2024
2025
20,3
20
11,5
13,7
2016
2018
10 0 2006
2010
2013
2014
2015
2021
Van 2010 tot en met 2013 maakten de GBRD en BAG/GEO onderdeel uit van de Parkstad Limburg formatie. Vanaf 2014 alleen nog BAG/GEO. Vanaf 2016 bestaat de bezetting enkel uit Parkstad Limburg. Sinds dat jaar groeit de bezetting gestaag, als gevolg van een toegenomen vraag met een daarbij behorend toegenomen werkpakket. In 2024 neemt de bezetting toe met 6,84 fte. Dit betreft 1,34 fte als gevolg van de overname van de activiteiten van het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en de aanstelling van twee medewerkers duurzaamheid o.a. ter ondersteuning van de realisatie van PALET en RES (Regionale Energie Strategie). Daarnaast is de langdurige inhuur van een medewerker van het programma Wonen per 1 januari 2024 omgezet in een vast contract. Tenslotte heeft het AB goedgekeurd om de bezetting vanaf 2024 met 2,5 fte uit te breiden om de sterk toegenomen werkbelasting als gevolg van de toegenomen subsidiestroom op te vangen. Aanvullende afspraak is
36
dat deze medewerkers een jaarcontract met zicht op een vast contract krijgen aangeboden. Hiervan kan pas sprake zijn zodra het reguliere zienswijzetraject van de begroting 2025 is doorlopen. De hiermee samenhangende kosten voor zowel 2024 als 2025 worden bekostigd uit eigen middelen: rentebaten en de VAT-uitkering van de regiodeal II en indien nodig nog via de resultaatbestemming of de frictiereserve. De kosten betreffen zowel directe personeelskosten alsook materiële bedrijfsvoeringkosten. Vanaf 2026 zullen deze structureel via de regiobijdrage van de deelnemende gemeenten worden gefinancierd. Parkstadbegroting financieel: in € 1 miljoen.
Uitgangspunten: 1. Voor de uitvoering van de kerntaken is werkbudget beschikbaar. Dit werkbudget is de afgelopen jaren niet geïndexeerd. De uitgaven zijn wel duidelijk gestegen door de hoge inflatie van de afgelopen jaren en zeker ook de uitbreiding van de projecten. Het werkbudget wordt al diverse jaren aangevuld door zogenaamd “oud geld”. Doordat subsidies steeds vaker worden verstrekt in de vorm van een SPUK is er voor de aanvulling van het werkbudget geen oud geld meer beschikbaar. Het plan is om de komende periode de discussie met de gemeenten over het werkbudget te voeren. Hiervoor is nu in deze kadernota een post “P.M.” opgenomen. Verder is besloten is om het thema water toe te voegen aan het takenpakket van de stadsregio en onder te brengen bij de BC RuMo en het thema klimaat adaptatie over te hevelen van de BC Duurzaamheid naar de BC RuMo. Voor de gemeenten gebeurt dit budget neutraal omdat het budget wordt overgenomen van het SWPL. Onderdeel van het overgehevelde budget is een werkbudget. Voor 2025 bedraagt dit € 75.000. 2. In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen. 3. Vanaf september 2022 ontvangt SPL rente op het uitstaande saldo bij schatkistbankieren. Deze rente bedraagt per 1-12-2023 3,9%. De verwachting is dat de rente in de loop van 2024 zal gaan dalen.
Aangenomen wordt dat de rente in 2025 is gedaald naar 2,4%. Voor het uitstaande saldo is uitgegaan van 90% van het gemiddelde saldo over de periode 2017-2022. De rente bedraagt dan voor 2025 € 761.000. Voor de jaren daarna is aangenomen dat de rente geleidelijk daalt tot 0,25% in 2028. In de financiële verordening is vastgelegd dat 90% van de rente wordt aangewend voor de programma’s. Deze bedragen zijn in de tabel op pagina 8 opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”. De resterende 10% zullen, conform besluit van het AB, voor 2025 worden aangewend voor de financiering van de uitbreiding van de bezetting met 2,5 fte. 4. De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 400.000 per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2030. In lijn met de “Notitie materiële vaste activa 2017” van de Commissie BBV wordt dit bedrag in vier afzonderlijke posten in de begroting opgenomen: de afschrijving van de buitenring, de financieringskosten buitenring, een storting in de reserve ringwegen en een onttrekking aan de reserve ringwegen. De reserve is in 2030 hoog genoeg om de toekomstige afschrijvingen te dekken. 5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau in 2024 over een vaste bezetting van 33,6 fte.
De aangroei van de vaste bezetting is in het voorgaande reeds toegelicht.
37
6. In 2023 is het functiewaarderingstraject (HR 21) afgerond en goedgekeurd door het AB. Dit heeft voor verschillende functies geleid tot een opwaardering. De ingroei (tot en met 2027) van de betreffende functiehouders naar het maximum van hun nieuwe functieschaal is opgenomen in de personeelskosten. Op basis van dit ingroeimodel is de structurele stijging van de personeelsbegroting voor 2025 ten opzichte van 2024 € 43.000. 7. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 8. De prijsindexering van de materiële kosten (2025; 1,6% ) en de salariskosten (2025; 5,4% ) is gebaseerd op de prognose volgens de meest recente circulaire (september) van de algemene uitkering. De aanpassing van de regiobijdragen voor deze kostenstijging is onvermijdelijk. Tevens is de delta tussen de voor 2024 gebudgetteerde index (3,9%) en de daadwerkelijke CAO verhoging (4,75%) in de personeelskosten voor 2025 meegenomen. 9. In lijn met het advies van het ambtelijk overleg en de nieuwe financiële verordening is een post onvoorzien opgenomen van € 50.000. 10. De materiële bedrijfsvoeringkosten zijn in overeenstemming gebracht met de stijging van het aantal fte’s. 11. Parkstad heeft een sluitende begroting.
De bijdragen van de gemeenten daarin zijn in de basis opgebouwd uit twee delen; deze zijn voor 2025: a. Een bedrag van € 4.510.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; Aangevuld door de bijdrage van de Gemeente Heerlen naar aanleiding van de taken discussie ad € 430.000 b. Een bedrag van € 1.187.500 voor Regionale Initiatieven. c.Een bedrag van € 134.000 voor de uitbreiding van duurzaamheid. Het gaat hierbij om extra capaciteit voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid, waarvoor Rijksmiddelen beschikbaar zijn (CDOKE), die via de gemeenten naar Parkstad worden doorgeleid. d. Een bedrag van € 237.000 voor water en klimaatadaptatie. Het betreft een overheveling van taken en middelen van SWPL (waaronder de zeven Parkstadgemeenten); er zijn hiermee dus geen extra middelen van de gemeenten mee gemoeid. En verder: a. Sinds 2022 zijn er weer rentebaten. 10% van deze rentebaten wordt doorgegeven aan de gemeenten via een korting op de bijdrage als het AB hiervoor geen specifieke bestemming aanwijst. Voor 2025 worden deze baten gebruikt voor de financiering van de uitbreiding van het aantal fte’s met 2,5. De financiering van de uitbreiding voor 2025 wordt verder gevonden in de VAT regiodeal (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) en de frictiereserve/resultaatbestemming 2023. In 2025 zullen er dus geen rentebaten terugvloeien naar de gemeenten.
b. De bijdrage voor de uitbreiding van duurzaamheid wordt gelijkelijk verdeeld tussen de gemeenten en de RES. Beiden € 134.000 voor 2025. c. De financiering van water komt via de overname van het budget van SWPL. Er is dus geen sprake van een verhoging van de gemeentelijke uitgaven, maar in plaats van dat deze bijdragen naar de gemeente Beekdaelen worden overgeboekt, worden de gemeentelijke bijdragen nu overgeboekt naar Parkstad (€ 237.000 voor 2025). d. Het is nog steeds onduidelijk of 2026 het zogenaamde “ravijnjaar” zal zijn en wat de gevolgen daarvan zijn. Denkbaar is dat gemeenten de verbonden partijen zullen verzoeken een ombuiging voor te bereiden voor het opvangen van een generieke korting.
38
Samenvatting financieel beeld 2024-2028 Samenvatting financieel beeld 2025-2028 Initiële Begroting
Omschrijving (Bedragen x € 1.000) Werkbudget kernactiviteiten (incl. € 20.000 GROS) 1
2024
Kadernota 2025
2025
720
2026
2027
2028
795
808
821
834
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
40
40
40
40
40
Inzet 90% rentebaten voor projecten
pm
685
469
252
72,1
Afschrijvingen buitenring
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
82
69
55
42
27
Additionele verhoging werkbudget werkbudget Lobby inzake subsidieverwerving
Flexibele schil Loonkosten formatie 2
0
0
0
0
0
3.031
3.941
4.165
4.374
4.545
50
50
50
50
488
543
570
579
588
Onvoorzien/Reserve personeel Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting 3 Afschrijvingskosten verbouwing
7
7
7
7
7
495
550
577
586
595
Totaal lasten
4.632
6.395
6.427
6.429
6.427
Bijdragen deelnemende gemeenten
4.244
4.510
4.675
4.884
5.047
408
430
450
467
485
10% rentebaten
76
52
28
8
Bijdrage uitbreiding duurzaamheid
134
140
145
151 362
Totaal materiële kosten bedrijfsvoering Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting
Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie
Bijdrage uitbreiding bezetting (2,5 FTE)
337
349
237
245
252
260
5.388
5.899
6.126
6.313
Bijdrage RES inzake duurzaamheid
134
140
145
151
VAT Regiodeal (Voorbereiding, Administratie, Toezicht)
216
Bijdrage gemeenten water en klimaatadaptatie Totaal bijdragen deelnemende gemeenten
Bijdragen gemeenten flexibele schil Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten 90% Rentebaten Totaal baten
4.652
0
0
0
0
0
pm
pm
pm
pm
pm
685
469
252
72
4.652
6.423
6.508
6.523
6.536
20
28
80
94
109
219
241
266
293
323
165
174
186
199
214
7
7
7
7
0
0
0
Exploitatieresultaat Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen Investeringsreserve verbouwing Organisatie Op Orde
27
Frictiereserve/resultaatbestemming 2023
7
32
Begrotingsresultaat
0
0
2025
2026
2027
2027
Regionale initiatieven
Verdeling van middelen (via balans)
2024 1.095
1.187
1.216
1.245
1.274
Bijdragen regionale initiatieven
1.095
1.187
1.216
1.245
1.274
0
0
0
0
0
Saldo 1. De mutatie in 2025 t.o.v. 2024 bestaat uit: w erkbudget SWPL € 75.000
2. De mutatie in 2025 t.o.v. 2024 bestaat uit: de prijsindex, HR 21 € 43.000, extra fte duurzaamheid € 242.000, extra fte SWPL € 144.000, 2,5 extra fte € 292.000. 3. De mutatie in 2025 t.o.v. 2024 bestaat uit "prijsindex 1,6% * € 488.000, duurzaamheid € 27.000 (€ 13.500 per FTE), SWPL € 18.000 (€ 13.500 per fte)
39
Betreft ontvangen bedragen minus uitgaven ofwel nog te realiseren projectkosten
28/12/2023
Projecten Bestuurscommissie RuMo
238
Projecten Bestuurscommissie Duurzaamheid
548
Projecten Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering
46.884
Projecten Bestuurscommissie Economie & Toerisme
586
Projecten Bestuurscommissie Sociaal Economische Structuurverwerking
48
Projecten Regiofonds
233
Projecten Dagelijks Bestuur / GROS / Projecten DU-bevolkingsdaling
3.877
Projecten Regio Deal
23.976
Businesscases Herstructurering / Projecten BDU
20 Totaal
76.410
Uit bovenstaande tabel blijkt dat Stadregio Parkstad Limburg als relatief kleine organisatie met een beperkte staat van baten en lasten een groot bedrag aan projecten onder handen heeft.
40
Bijlage 2 Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2024-2028 In onderstaande tabel zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2024 tot en met 2028 (bedragen x € 1.000) voor resultaatbestemming 2023. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde Vermoedelijke mutaties 31-12-2023
Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat ter dekking 31-12-2024 vorig van Toevoeging Onttrekking boekjaar afschrijvingen
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
Egalisatie frictiekosten Parkstad
123
Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS
3.831
60
63 165
219
8
3.885 8
Stortplaatsen
0
0
Werkbudget Algemeen Bestuur
15
15
Werkbudget Dagelijks Bestuur
593
593
Werkbudget Bestuurscomm. SES
43
43
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
64
64
247
247
186
186
404
404
402
402
2
2
Werkbudget Regiodeal Resultaat
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
65
Totaal bestemmingsreserves
5.982
0 65 219
-0
125
0
165
5.911
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
0
0
0
0
0
0
6.097
219
125
-
165
6.026
41
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde Vermoedelijke mutaties Bestemming Vermindering Boekwaarde 31-12-2025 ter dekking resultaat 31-12-2024 van vorig Toevoeging Onttrekking afschrijvingen boekjaar Algemene reserve Parkstad
115
0
Totaal algemene reserves
115
0
Egalisatie frictiekosten Parkstad
63
Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS
3.885
0
0
0
115
0
0
0
115 31
32 174
241
3.952 8
8
Stortplaatsen
0
0
Werkbudget Algemeen Bestuur
15
15
Werkbudget Dagelijks Bestuur
593
593
Werkbudget Bestuurscomm. SES
43
43
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
64
64
247
247
186
186
404
404
402
402
2
2
Werkbudget Regiodeal Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
-0
-0
Totaal bestemmingsreserves
5.911
241
32
0
174
5.947
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
0
0
0
0
0
0
6.026
241
32
-
174
6.061
42
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde 31-12-2025
Bestemming Vermindering Boekwaarde 31-12-2026 ter dekking resultaat van vorig Toevoeging Onttrekking afschrijvingen boekjaar Vermoedelijke mutaties
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
Egalisatie frictiekosten Parkstad
31
Ringwegen
3.952
31 186
266
4.033
Städte Region Aachen / EGTS
8
8
Stortplaatsen
0
0
Werkbudget Algemeen Bestuur
15
15
Werkbudget Dagelijks Bestuur
593
593
Werkbudget Bestuurscomm. SES
43
43
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
64
64
247
247
186
186
404
404
402
402
Werkbudget Regiodeal
2
2
Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
-0
-0
Totaal bestemmingsreserves
186
6.027
0
0
0
-
186
6.142
266
0
0
0
0
0
6.061
266
-
5.947
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
43
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde 31-12-2026
Vermoedelijke mutaties
Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat ter dekking 31-12-2027 vorig van Toevoeging Onttrekking boekjaar afschrijvingen
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
199
4.127
Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen
31 4.033
31 293
Städte Region Aachen / EGTS
8
Stortplaatsen
0
0
Werkbudget Algemeen Bestuur
15
15
Werkbudget Dagelijks Bestuur
593
593
Werkbudget Bestuurscomm. SES
43
43
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
64
64
247
247
186
186
404
404
402
402
2
2
Werkbudget Regiodeal
8
Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
-0
-0
Totaal bestemmingsreserves
6.027
293
0
0
199
0
0
0
0
0
0
6.142
293
-
-
199
6.236
6.121
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
44
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde 31-12-2027
Vermoedelijke mutaties Toevoeging
Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat ter dekking 31-12-2028 vorig van Onttrekking boekjaar afschrijvingen
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
Egalisatie frictiekosten Parkstad
31
Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS
4.127
31 214
323
8
4.236 8
Stortplaatsen
0
0
Werkbudget Algemeen Bestuur
15
15
Werkbudget Dagelijks Bestuur
593
593
Werkbudget Bestuurscomm. SES
43
43
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
64
64
247
247
186
186
404
404
402
402
Werkbudget Regiodeal
2
2
Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
-0
-0
Totaal bestemmingsreserves
323
0
0
0
0
0
0
0
0
6.236
323
-
-
214
6.345
6.121
214
6.230
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
+
45
Bijlage 3 Lijst van Afkortingen AB AG BBV BC BDU BNG BTM BTW BV BZK DU DB EFRO EGTS EU EZ FIDO GBRD GR GROS IBA ICT LED LIOF MKB NEIMED PALET PROVADA RCE RLI ROB ROCK ROW RvS RVVP RWTH SES SiSa SPL SPUK SVWZL SVREZL SWPL VAT VNG WNT WOO
Algemeen Bestuur Arbeitsgemeinschaft Besluit Begroting en Verantwoording Bestuurscommissie Brede Doeluitkering Bank Nederlandse Gemeenten Stichting Bedrijventerreinmanagement Belasting Toegevoegde Waarde Besloten Vennootschap Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Decentralisatie Uitkering Dagelijks Bestuur Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking Europese unie Ministerie van Economische Zaken Wet Financiering Decentrale Overheden Gemeenschappelijke Belasting- en Registratie Dienst Gemeenschappelijke regeling Grensoverstijgende samenwerking Internationale Bau Ausstellung Informatie en communicatie technologie Limburg Economic Development Limburgse Ontwikkelings- en Investeringsmaatschappij Midden- en kleinbedrijf Nederlands Kennis Instituut Maatschappelijke Effecten Demografische Krimp Parkstad Limburg Energie Transitie Professionele Vastgoed Dagen Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Raad voor de leefomgeving en infrastructuur Raad voor Openbaar Bestuur Regions of Connected Knowledge Regionaal Overlegplatform Wonen Raad van State Regionaal Verkeer- en Vervoer Plan Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule Aachen Sociaal Economische Structuurversterking Single information Single audit Stadsregio Parkstad Limburg Specifieke uitkering Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Structuurvisie Ruimtelijke Economie
Zuid-Limburg Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg Voorbereiding, Administratie en Toezicht Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wet Normering Topinkomens Wet Open Overheid
46