7 24-36 Bijlage 4 Plan van Aanpak RUD Zuid-Limburg_183025
Tekst van het document
Plan van Aanpak voor een robuuste Omgevingsdienst Zuid-Limburg Algemeen Bestuur 28 maart 2024
Inhoud 1. Aanleiding 3 2. Positie 5 3. Samenvatting zelftoets 9 4. Randvoorwaarden en kpi’s 12 5. Verzamelstaat 23 6. Stappen en besluitvorming 26 7. Tot slot 29 Bijlagen 1. Verbetermaatregelen n.a.v. visitatierapport 32 2. Minimaal adequaat niveau 33 3. Omvang werkprogramma 2023 36 4. Kwaliteitscriteria 2.3 39 2
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
1. Aanleiding Aanleiding
3
1. Aanleiding
De commissie Van Aartsen onderzocht het functioneren van het stelsel van Vergunningverlening, Toezicht en handhaving (VTH). In haar rapport uit maart 2021 “Om de leefomgeving, Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur” laat zij zich zeer kritisch uit over dit stelsel. Volgens de commissie ontbreekt het de omgevingsdiensten, die het VTH-stelsel in de praktijk moeten uitvoeren, aan kennis en doorzettingsmacht. De rijksoverheid voert volgens de commissie geen overkoepelende regie. “Doordat het stelsel niet functioneert zoals bedoeld, ontstaat vermijdbare schade”, aldus Van Aartsen. Om de werking van het stelsel te veranderen deed de commissie tien aanbevelingen. Betrokken partijen binnen het VTH-stelsel - het rijk, de provincies, de gemeenten, de unie van waterschappen en de omgevingsdiensten, zijn met de aanbevelingen aan de slag gegaan en hebben een programmaplan geschreven om het VTH-stelsel te versterken. Als fundament onder van stelsel zijn omgevingsdiensten ingesteld, met vier centrale kenmerken: 1. verlengd lokaal bestuur als staatsrechtelijke basisvorm, 2. uitvoering van VTH op afstand van het politiek-bestuurlijk gezag, 3. kwalitatief en kwantitatief robuuste inrichting, 4. eenheid van uitvoeringsbeleid op regionaal niveau. Eén van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen is om de ondergrens van omgevingsdiensten te verhogen.
Dit is in het Interbestuurlijk programmaplan versterking VTH-stelsel (IBP VTH) ter uitwerking opgenomen in pijler 1, robuuste omgevingsdiensten. Voor het robuust zijn van omgevingsdiensten stelde de Bestuurlijk Overleg IBP VTH in juni 2023 robuustheidscriteria vast, die zijn uitgewerkt in zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Voorts zijn randvoorwaarden geformuleerd, die soms overlappen met de kpi’s. Het Bestuurlijk Overleg IBP VTH heeft daarnaast bepaald dat uiterlijk 1 april 2026 alle omgevingsdiensten robuust moeten zijn door aan de zes kpi’s te voldoen.
4
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Om te beoordelen waar onze dienst staat is er aan de hand van een hiertoe vastgesteld toetsingskader een zelftoets gedaan. Deze zelftoets is voor 1 oktober 2023 aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) gestuurd. Zowel uit onze zelftoets als uit de beoordeling van de zelftoets door de staatssecretaris van IenW blijkt dat we nog niet aan alle kpi’s en randvoorwaarden voldoen. Om wel te gaan voldoen hebben wij dit Plan van Aanpak robuustheid opgesteld. Parallel aan het traject van de plannen van aanpak wil het ministerie van IenW starten met de voorbereiding van een Algemene Maatregel van Bestuur om de door het Bestuurlijk Overleg IBP VTH vastgestelde robuustheidscriteria vast te leggen.
2. Positie
5
2. Positie
Onze koers De samenleving staat voor omvangrijke maatschappelijke opgaven binnen het fysiek domein. Er spelen grote opgaven voor de overheden om te zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving voor hun inwoners, nu en in de toekomst. Denk hierbij aan de energietransitie, de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, de aanpak van Zeer Zorgwekkende Stoffen, bodemdaling, bereikbaarheid en het realiseren van een concurrerende en circulaire economie. De maatschappij is kritischer geworden en vraagt om een (pro)actieve aanpak van milieuproblemen. De overheden worden zich hier meer en meer bewust van. Het voorkomen van milieuschade is beter dan het achteraf te moeten herstellen, als dat al mogelijk is. Onze missie blijft actueel: “Wij werken samen met onze partners aan de totstandkoming van een veilige leefomgeving en een goede leefomgevingskwaliteit”. Hier staan wij voor en dit is ons fundament. Onze visie, ofwel onze doelen waaraan wij richting toekomst werken, is: “Wij zijn voor onze opdrachtgevers de gezaghebbende milieu-autoriteit en wij bieden meerwaarde door bundeling van specialistische kennis, door een goede kennis van de lokale situatie, een efficiënte bedrijfsvoering en continuïteit van dienstverlening”.
Onze missie en visie is in december 2020 door het algemeen bestuur in het strategische document de Toekomstagenda 2021 – 2025 “Omdat het milieu niet zélf kan praten”, opnieuw bevestigd. Richting toekomst heeft het bestuur thema’s voor een doorontwikkeling van de dienst geformuleerd, waaronder het voeren van een strategische discussie over koers ‘uitvoeringsdienst
6
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
of omgevingsdienst’ en de RUD Zuid-Limburg als kenniscentrum. De bestuurlijk strategische discussie is gegaan over toekomstige ontwikkelmogelijkheden van onze dienst en deze dialoog is gevoerd tegen de achtergrond van de ambities om zich tot een omgevingsdienst te ontwikkelen, landelijke tendensen, onderzoeksrapporten en nieuwe wetgeving. Daarmee sluit het ook perfect aan bij de doelstellingen van het IBP VTH. De breed benaderde en gevoerde toekomstdiscussie is met de bestuurlijke conferentie in ‘Buitenplaats Vaeshartelt’ op 12 oktober 2023 tot een afronding gekomen. Drie kernonderwerpen voor onze koers voorwaarts zijn hierbij geadresseerd: - Gezamenlijke regionale verantwoordelijkheid; - Toekomstbestendig organiseren; - Samenwerking tussen deelnemers, partners en organisatie. Besloten is dat de organisatie deze onderwerpen, aan de hand van richtinggevende uitspraken in deze conferentie, verder gaat concretiseren en voorbereiden voor besluitvorming door het bestuur. De koers van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg is daarmee helder geworden. Wij streven naar een zelfstandige brede omgevingsdienst voor het werkgebied van Zuid-Limburg, die voldoende robuust is om de huidige en toekomstige opgaven binnen het brede milieuterrein op te pakken.
Wat is daarvoor nodig? Voor een goede werking van het VTH-stelsel moeten er omgevingsdiensten zijn met een voldoende kritische massa; een zodanige omvang dat de organisatie in voldoende mate beschikt over de gespecialiseerde technische en juridisch kennis die een effectieve en rechtmatige toepassing en handhaving van het omgevingsrecht mogelijk maakt en de omgevingsdienst in staat stelt sparringpartner te zijn voor complexe vraagstukken en advisering over de toepassing van de Omgevingswet.
2. Positie
Wij kiezen ervoor om onze robuustheid te versterken langs de inhoudelijke lijn. Wij zijn ervan overtuigd dat een structuurdiscussie er niet voor gaat zorgen dat een omgevingsdienst nu en in de toekomst haar taken beter uitvoert. Een inhoudelijke ontwikkeling, en versterking van ons innovatievermogen en onze wendbaarheid, brengt de VTH-uitvoering in (Zuid-)Limburg verder. Net zoals het in gezamenlijkheid met de deelnemers komen tot een regionaal en meerjarig uitvoeringsprogramma, gebaseerd op een actueel Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid. Een hernieuwde impuls voor het opdrachtgever-/opdrachtnemerschap is hiervoor ook nodig. Als de op basis hiervan de te behalen outcome-doelen regionaal bepaald zijn, dient hier een passende financiering bij te horen. Wij vinden het belangrijk om niet onze omvang in fte’s centraal te stellen, maar de opgaven die ons te wachten staan die wij goed voor en in onze regio willen kunnen uitvoeren. Wij denken dat een groter fundament voor onze dienst, met het uitvoeren van meer milieugerelateerde plustaken, van meerwaarde is voor de inwoners, onze deelnemers en uiteindelijk de fysieke leefomgeving. Wij weten uit ervaring dat de bundeling van VTH-expertise leidt tot professionalisering in de uitvoering en tot efficiency. Het opschalen c.q.
centraliseren van milieugerelateerde plustaken willen we dan ook onderbouwd in beeld brengen in een bedrijfsplan voor onze deelnemers opdat zij de bestuurlijke keuzes kunnen maken die bijdragen aan de versterking van het VTH-stelsel en efficiency in bedrijfsvoering, ook in hun eigen organisaties. Uit een eerste verkenning bij onze deelnemers ervaren wij een bereidheid om hier samen aan te werken, mits door onze organisatie dan ook de juiste condities worden geschapen. In onze samenwerkingsrelatie met onze deelnemers vinden we het belangrijk dat er ‘comfort’ is over ons functioneren. Wij gaan daarom verantwoordings- en rapportageproces richting onze opdrachtgevers ten aanzien van de gestelde doelen en resultaten
7
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
door een extern bureau laten reviewen. Doel hiervan is om een verantwoorde keuze te kunnen komen voor sturen op input, throughput, output en outcome. Wij willen daarbij ook dankbaar gebruik maken van de in ontwikkeling zijnde landelijke financieringsmethodiek, die in ontwikkeling is in pijler 1 van het IBP VTH. Wat nemen we daarbij mee? In de afgelopen jaren zijn er diverse onderzoeken naar ons functioneren gedaan. Wij noemen hier de meest recente: a. Onderzoeksraad voor Veiligheid, rapport “Chemie in samenwerking – Veiligheid op het industriecomplex Chemelot”, d.d. 21 juni 2018; b. De onderzoeksrapportage “Op afstand maar in verbinding” van gedeputeerde staten van Limburg d.d. december 2020 (artikel 217a Provinciewet-onderzoek); c. Het onderzoek van de Zuidelijke Rekenkamer naar de kwaliteit van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving provincie Limburg van december 2022; d. Het visitatierapport van de visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL van 15 juni 2023. Wat naar voren komt uit deze onderzoeken en rapporten is dat wij zowel bij vergunningverlening als bij toezicht en handhaving gericht actie ondernemen, maar dat een en ander vooral gericht is op het voldoen aan de geldende regels en normen. De uitvoering van VTH-taken, meer specifiek genoemd in het rapport van de Zuidelijke Rekenkamer t.a.v.
de provinciale VTH-taken, toont kwetsbaarheden die zijn gerelateerd aan de politiek/bestuurlijke keuze van de provincie uit het verleden voor een minimalistische benadering. Wij ervaren een kentering in deze benadering en de effectuering daarvan zal een plek krijgen in het op te stellen bedrijfsplan. Onze deelnemers kunnen op basis van dit bedrijfsplan hun (politiek/ bestuurlijke) keuzes voor de toekomst maken, want het primaat voor deze keuzes ligt bij hen.
2. Positie
Voorts halen wij uit de onderzoeken en rapportages op dat op verschillende onderdelen in het beleid en de uitvoering niet wordt doorgepakt, wat ten koste gaat van effectiviteit en doelmatigheid. Wij moeten daarnaast meer inzetten op het professionaliseren van het informatiemanagement (en datamanagement) in de organisatie, om zo voor onze deelnemers en ketenpartners van meerwaarde te zijn. De visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL heeft ons een aantal aanbevelingen gedaan om ons functioneren te verbeteren. Deze aanbevelingen zijn congruent aan c.q. kennen overlap met de inhoud van de pijlers en doelstellingen van het IBP VTH. De voorgestane verbeteringen in ons verbeterplan sluiten dan ook aan bij de acties die in dit plan van aanpak zijn opgenomen. Kortheidshalve verwijzen wij naar bijlage 1. Verder komt uit de onderzoeken en rapporten naar voren dat wij deskundige VTH-medewerkers hebben, die zeer betrokken zijn bij hun werk. Wij hechten eraan te melden dat onze medewerkers het hart van de organisatie zijn en dat zij ons waarderen als werkgever. Dit blijkt onder andere uit het medewerkersonderzoek van juni 2022 en het werkdrukonderzoek van januari 2024.
8
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Leeswijzer In de volgende hoofdstukken vindt u de meer technische uitwerking van de robuustheidscriteria en onze voorgenomen stappen naar robuustheid: - Een samenvatting van de uitgevoerde zelftoets (hoofdstuk 3); - Onderwerpsgewijs onze voorgestane maatregelen in het kader van onze robuuste toekomst (hoofdstuk 4); - Een verzamelstaat van de voorgestane maatregelen, met daarbij de te zetten stappen en deadlines (hoofdstuk 5); - De planning van de te nemen besluiten ter versterking van de dienst in de nabije toekomst (hoofdstuk 6).
3. Samenvatting zelftoets
9
3. Samenvatting zelftoets
Voor een snelle update volgt onderstaand de samenvatting van de op 21 september 2023 verzonden zelftoets aan het ministerie van IenW. 1. Er wordt niet aan alle randvoorwaarden voldaan, zoals deze door het Bestuurlijk Overleg IBP VTH zijn vastgesteld.
Alle gemeenten en provincies nemen deel aan de omgevingsdienst en hebben alle basistaken volledig overgedragen.
Sturing 3. Ons opleidingsbudget is 3% van de loonsom, wij beschikken over een opleidingsprogramma, en wij voldoen daarmee aan de kpi. 4. Onze dienst beschikt niet over een business-intelligence strategie en wij voldoen daarmee niet aan de kpi hiervoor.
De governance is ingericht, er is sprake van goed opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap, onafhankelijkheid en gezag het accounthouderschap is ingevuld, de directeur heeft een stevige positie en mandaat (als aan 1 van deze onderdelen niet wordt voldaan dan nee invullen) (heeft samenhang met pijler 5).
Kwaliteitscriteria 5. Onze dienst voldoet wel aan de kwaliteitscriteria 2.2 en dit hebben wij inzichtelijk gemaakt via de data/uitdraai uit onze applicatie Prestatiecoach.
Ja
Voor de minimale omvang telt uitsluitend de omzet van de basis- en milieugerelateerde taken. Er is een duidelijk onderscheid tussen deze taken en de niet milieugerelateerde plustaken. Er wordt zelfstandig voldaan aan de minimale normen voor robuustheid. Zijn er specifieke kennisgebieden of taken die door een andere dienst worden uitgevoerd? Zo ja, specificatie in plan van aanpak met daarbij de gemaakte afspraken over o.a. verantwoording. Bij de toetsing wordt rekening gehouden met de robuustheid in de toekomst (meerjarig perspectief, waarbij ook onderscheid wordt gemaakt tussen structurele en incidentele middelen).
10
Innovatie 2. We voldoen niet aan het hebben van een (meerjarige) innovatieagenda en er is ook geen vrij besteedbaar budget voor innovatie.
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Nee
Congruentie en samenhang werkgebied 6. Het werkgebied van onze dienst is wel congruent met het karakter van het werkgebied en de maatschappelijke opgaven en dit hebben wij onderbouwd met verwijzing naar: - De aanwijzing als NOVEX-gebied - Het zijn van een COROP-regio (nr. 39 volgens de indeling van het CBS) - Coherentie in het takenpakket; onze dienst is een Seveso omgevingsdienst en het chemisch cluster Chemelot ligt in ons werkgebied. - De conclusies uit het rapport “Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Zuid-Limburg” van de Rijksuniversiteit Groningen en Berenschot van maart 2023.
3. Samenvatting zelftoets
Omvang 7. De omvang van het regionaal werkprogramma in 2022 was € 13.569.041 voor de basistaken en milieugerelateerde plustaken. 8. Onze omzet voor de basis- en milieugerelateerde plustaken inclusief overhead voldoet niet aan de geïndexeerde norm van € 16,5 miljoen. Wel hebben wij meer dan 80% van onze medewerkers in vaste dienst. Zowel de deelnemende gemeenten als de Provincie Limburg kunnen meer milieugerelateerde plustaken inbrengen. Continuïteit 9. Er zijn mogelijkheden voor een uitbreiding met niet-milieugerelateerde plustaken, waarbij de uitgebreide taken voldoen aan de kwaliteitscriteria, maar dit is afhankelijk van besluitvorming hierover door onze deelnemers. 10. Afspraken over het terugnemen van milieugerelateerde plustaken staan niet in de Gemeenschappelijke Regeling, maar in de gesloten dienstverleningsovereenkomsten met onze partners, in de artikelen 6 en 11. 11. Deze afspraken zijn toereikend om ook bij terugname robuust te blijven. Echter, wij zijn nog niet robuust genoeg volgens de criteria, randvoorwaarden en kpi’s. 12. Onze weerstandsratio bevindt zich in 2022 tussen de 0,8-1,2.
11
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
4. Randvoorwaarden en kpi’s
12
4. Randvoorwaarden en kpi’s
Hoe willen wij gaan voldoen aan de randvoorwaarden en kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) c.q. hoe voldoen wij nu al aan randvoorwaarden en kpi’s? Zoals uit de samenvatting van de ingestuurde zelftoets in het voorgaande hoofdstuk blijkt voldoen wij nog niet aan alle kpi’s voor robuustheid. Onderstaand gaan wij hierop in en geschreven vanuit de huidige actualiteit. ‘Overdracht van het volledige basistakenpakket’
13
Huidige situatie (maart 2024)
Maatregel
Termijn
Het basistakenpakket is onder de Omgevingswet gewijzigd. Er zijn meer basistaken bij gekomen, omdat er meer milieubelastende activiteiten (MBA’s) onder het basistakenpakket vallen. Het zijn MBA’s waarvoor onze deelnemers tot 1 januari 2024 zelf de VTH-taken voor uitvoerden.
a. In november 2023 is een uitvraag gedaan onder al onze deelnemers om een actueel overzicht te verkrijgen van de milieubelastende activiteiten die per 1 januari 2024 onder de Omgevingswet zijn aangewezen als basistaak. Wij hebben een actueel beeld van MBA’s van 15 van onze deelnemers, en 2 deelnemers kunnen nog niet de actuele stand melden.
Ad a. Wij hebben met 2 deelnemers overleg om de lijst geactualiseerd te krijgen in 2024.
b. Voor het actueel houden van het MBA-overzicht houden wij dit thema op de agenda van onze accountgesprekken. Ook willen wij duidelijker afspraken over het opnemen van vrije-veldcontroles in het werkprogramma maken, zijnde een onderdeel van het product Milieutoezicht en zullen er vrije veld-controles worden gedaan.
Ad b. Afspraken in het werkprogramma 2025 over milieutoezicht, vrije veld-controles.
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
4. Randvoorwaarden en kpi’s
‘Governance en mandaat van de directeur’ Huidige situatie (maart 2024)
Maatregel
Termijn
Relatie opdrachtgeveropdrachtnemer en gezag accounthouderschap
a. Er is elk kwartaal overleg met elke afzonderlijke opdrachtgever door onze directieadviseur waarbij de voortgang van het werkprogramma wordt besproken.
Geen.
b. Initiatief nemen tot het revitaliseren van het opdrachtgeversoverleg.
Ad b. Initiatief nemen in april 2024 tot revitalisering.
c. Review van het verantwoordings- c.q. rapportageproces richting opdrachtgevers.
Ad c. Oktober 2024
Alle colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten hebben (minimaal) mandaat verleend voor de basistaken aan de directeur.
Geen. N.B. Het DB heeft op 19 november 2021 het standaard Mandaatbesluit geactualiseerd i.v.m. de Omgevingswet en aan de colleges toegezonden. Een eerste aanpassing is door het DB vastgesteld op 16 november 2022 en aan de colleges toegezonden. Een tweede aanpassing in het standaard Mandaatbesluit is op 20 september 2023 vastgesteld en aan de colleges toegezonden.
Verleend mandaat aan de directeur
‘Minimale omzet, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen Basistakenpakket, milieugerelateerde plustaken en overige taken’ De kpi voor minimale omzet is € 16,5 miljoen voor het basistakenpakket en milieugerelateerde plustaken en overige taken. De € 16,5 miljoen correspondeert volgens bijlage 4, minimaal adequaat niveau, van de eindnotitie ‘Robuuste omgevingsdiensten’ met 114 fte. Als zodanig hebben wij nu 121,3 fte, waarvan 12,4 fte inhuur, voor deze primaire taken exclusief overhead (zie bijlage 2) bij ons werkzaam, maar bij ons komt dat niet overeen met € 16,5 miljoen. Inclusief overhead is onze bezetting 142,5 fte. Als zodanig voldoen wij wel aan de minimale massa (lees fte’s) van een omgevingsdienst maar niet aan de financiële norm.
14
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
4. Randvoorwaarden en kpi’s
Voor onze deelnemers voeren wij de basistaken uit en voor een aantal van hen ook milieugerelateerde plustaken. In 2023 bedroeg de omzet van ons werkpakket € 15.486.748, waarvan € 13.330.750 van het basistakenpakket en € 2.155.998 voor de milieugerelateerde plustaken. De verhouding ligt daarmee op 86% - 14%. Zie voor het overzicht bijlage 3. Voor de provincie Limburg voeren wij de VTH-taken uit op het hele grondgebied van Limburg, ook in Noord- en Midden-Limburg. Deze taken in die regio vertegenwoordigen een bedrag van iets meer dan € 1,2 miljoen1. Deze taken voeren wij inmiddels meer dan 10 jaar uit en wij hebben hiervoor de expertise. Gedeputeerde staten van Limburg hebben besloten dat deze taakuitvoering in deze regio in de toekomst wordt gecontinueerd. Volgens de eindnotitie ‘Robuuste omgevingsdiensten’2 blijft het mogelijk om bepaalde taken door een andere dienst te laten uitvoeren als die taken ondanks congruentie in het werkgebied te weinig voorkomen. De facto is er verschil van ca. € 1 miljoen ten opzichte van de norm voor de omvang van de omzet van het werkprogramma van € 16,5 miljoen (€ 16.500.000 – € 15.486.748 = € 1.013.252). Dit wordt ‘ingelopen’ door de wijziging/uitbreiding van het basistakenpakket zoals dat nu geldt. Dit is becijferd op ca. € 1 miljoen (zie hieronder Ad 3.).
1) Het betreffen VTH-taken, niet zijnde de taken t.b.v. de Seveso-/RIE-4-inrichtingen (artikel 13.12, lid 3, Omgevingsbesluit).
In het geval een omgevingsdienst met name niet voldoet aan kpi 1, het omzetcriterium, is in de eindnotitie Robuuste omgevingsdiensten aangegeven dat er meerdere varianten zijn om robuustheid te bereiken. Deze zijn: 1. Het vergroten van het werkgebied (fusering); 2 Het vergroten van het takenpakket middels milieugerelateerde plustaken. Meer taken betekent een grotere dienst in omvang en draagt bij aan een integralere benadering en meer speelruimte;
2) Bladzijde 13 onder 4.
15
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
3. Het opplussen van capaciteit voor de basis- en/of milieugerelateerde functies. Ad 1. Wat betreft het vergroten van het werkgebied is vanuit het Dagelijks Bestuur op 25 oktober 2023 en 7 februari 2024 overleg geweest met een vertegenwoordiging vanuit het Dagelijks Bestuur van de RUD Limburg Noord, en is het onderwerp van fusering ook besproken in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 13 december 2023. Uit deze laatstgenoemde vergadering blijkt dat er op dit moment geen sprake zal zijn van een fusie of samengaan met deze collega dienst. De richting is om zelfstandig te blijven. Dit wordt ook voorgestaan door het bestuur van de RUD Limburg Noord. In gezamenlijkheid met dit bestuur is geconstateerd dat in de RUD Limburg Noord er sprake is een ander ontwikkeltraject en in een andere versnelling om te komen tot een robuuste omgevingsdienst. Een fusering met deze regio draagt, gegeven dit andere traject, niet bij tot een robuuste VTH-uitvoering in de regio Zuid-Limburg. De focus komt dan teveel te liggen op de interne organisatie en haar structuren, en te weinig op de leefomgeving. Voorts hebben wij onderbouwd aangegeven in de zelftoets waarom samenwerking Zuid-Limburgse schaal congruent is met het karakter van ons werkgebied en de maatschappelijke opgaven.
Wij gaan ons inzetten om onze gezamenlijke regionale verantwoordelijkheid meer in te vullen en willen deze ook toekomstbestendig organiseren. Ad 2. Inmiddels verkennen wij het vergroten van het takenpakket met milieugerelateerde plustaken. Hiertoe is door het Dagelijks Bestuur op 1 februari jl. een verzoek gedaan aan alle deelnemers om een principe-uitspraak te doen of men bereid dan wel voornemens is om meer milieugerelateerde taken aan de dienst op te dragen, dan de taken die zij op dit moment bij onze omgevingsdienst heeft ingebracht. Ten tijde van het opmaken van dit plan van aanpak is
4. Randvoorwaarden en kpi’s
van alle deelnemers een reactie ontvangen. De rode draad uit de ontvangen reacties is dat de deelnemers behoefte hebben aan meer informatie m.b.t. omvang van de toekomstige uitvoering van deze taken, gevolgen voor huidig personeel, de bewaking van de kwaliteit van de uitvoering, de financiering enzovoorts. Ad 3. Ons inziens komt het opplussen van capaciteit voor de basisen/of milieugerelateerde plustaken pas in beeld als dit daadwerkelijk aan de orde is en kan geen doel op zich zijn. Waar het gaat om de wettelijke uitbreiding van het basistakenpakket hebben wij becijferd op basis van aangeleverde data door onze gemeentelijke deelnemers dat er om deze reden capaciteitsuitbreiding nodig is. Hiermee is 10,2 FTE gemoeid, overeenkomend met ca. € 1 miljoen. De onderbouwing van deze berekening is in een schema gezet. Toename personeel als gevolg van wijzigingen wetgeving (meer MBA-locaties basistaak) 3 Aantallen en omschrijving
Bedragen * € 1.000
7 toezichthouders milieu
710
2 vergunningverleners
200
1 medewerker C-Team
79
Subtotaal
989
0,2 fte energie als gevolg van toezicht wegens personenmobiliteit
22
Totaal toename direct personeel als gevolg van gewijzigde wetgeving
1.011
3) Toename van 1800 locaties categorie B met een controle frequentie van 1x per 3 jaar = 1800/3= 600 controles per jaar. 600 controles x 16 uur per controle = 9.600 uur. 9.600 uur / 1350 = 7,1 fte. 1800 meldingen met een frequentie van 1x per 5 jaar = 360 meldingen. 360 meldingen x 7 uur beoordeling per melding = 2.520 uur. 2.520 / 1350 uur = 1,8 fte . Opslag voor overige taken die voor overige producten en diensten die onder de inrichtingsprijs vallen 2,07 uur per inrichting = 2,8 fte. Hiervan wordt ingevuld ten behoeve van: Intake meldingen en vergunningaanvragen nodig 1 fte.
16
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Voorts groeit de formatie door de ingroei van 2 fte bodemmedewerkers voor de basisbodemtaken per 1 januari 2024, overeenkomend met € 220.000 en opgenomen in de ontwerpbegroting 2025. Kort samengevat betekent dit dat na positieve besluitvorming door het algemeen bestuur op de voorgestelde (ontwerp-)begroting 2025 er sprake is marginale robuustheid in de terminologie van kpi 1. Gelezen de tot nu toe ontvangen reacties van de deelnemers op het verzoek om een principeuitspraak te doen over de inbreng van meer milieugerelateerde plustaken, is de conclusie dat hier een stevig ontwerpbedrijfsplan voor moet worden opgesteld om hen te voorzien van de benodigde informatie om een definitieve beslissing te kunnen nemen. Waarbij wij ook het reeds bekende document “De RUD Zuid-Limburg als kenniscentrum” (AB-vergadering van 14 juli 2022) (laten) meenemen.
4. Randvoorwaarden en kpi’s
Huidige situatie (maart 2024)
Maatregel
Termijn
Aan het omzetcriterium van € 16,5 miljoen prijspeil 2023 voldoen wij niet. Aan al onze deelnemers is gevraagd om een principeuitspraak te doen over de inbreng van meer milieugerelateerde plustaken. Op dit moment is van alle deelnemers een reactie ontvangen. De rode draad uit de ontvangen reacties is dat de deelnemers behoefte hebben aan meer informatie m.b.t. omvang van de toekomstige uitvoering van deze taken, gevolgen voor huidig personeel, de bewaking van de kwaliteit van de uitvoering, de financiering enzovoorts.
Laten opstellen van een stevig ontwerpbedrijfsplan voor onze deelnemers t.b.v. besluitvorming over mogelijke inbreng van meer milieugerelateerde plustaken.
Voor 1 november 2024.
‘Voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.3’ Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving c.q. uitvoering en handhaving. De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor de uitvoering van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. Per 1 januari 2024, de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn de kwaliteitscriteria 2.3 gaan gelden. Artikel 18.3 van de Omgevingswet biedt de grondslag voor de kwaliteitsbevordering van de uitvoering en handhaving. Nieuw ten opzichte van de kwaliteitscriteria 2.2 is dat er een onderdeel is toegevoegd aan de kwaliteitscriteria, namelijk een onderdeel D, competentieprofielen. Voor het voldoen aan de competentieprofielen is, conform de het groeimodel van dit onderdeel, enige jaren uitgetrokken. Voor wat betreft de harde criteria omtrent de deskundigheidsgebieden voldeden we tot 1 januari 2024 wel en nu niet meer i.v.m. de BOA’s. Wij verwijzen naar bijlage 4.
17
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
4. Randvoorwaarden en kpi’s
Huidige situatie (maart 2024)
Maatregel
Termijn
Wij voldoen niet aan het deskundigheidsgebied ‘buitengewone opsporing milieu, welzijn en infrastructuur’. De BOA-pilot is in 2023 afgelopen; voor deze pilot zijn 2 werknemers als beëdigd BOA werkzaam geweest. In het laatste kwartaal van 2023 zijn nog 7 werknemers opgeleid tot BOA, maar zij zijn nog niet beëdigd. Per 2024 zijn 2 FTE BOA toegevoegd aan de formatie.
a. Invulling 2 FTE BOA in 2024. b. Toevoegen 1 FTE BOA aan de formatie.
Ad a. In 2024. Ad b. Voor 2025.
Start opleiden in competenties: in het opleidingsprogramma 2024 is de opleiding t.b.v. de ontwikkeling van de competentie ‘verbinden’ opgenomen. N.B. Wij beschikken over een Strategisch Personeelsplan 2021-2025, vastgesteld door het Dagelijks Bestuur en jaarlijks uitgewerkt in een programma.
c. Opleiding voor alle medewerkers die VTH-taken uitvoeren met de competentie ‘verbinden’ in hun profiel.
Ad c. In 2024
‘Innovatiekalender en 1% van de begroting besteden aan innovatie’ Een omgevingsdienst moet in staat zijn tijdig en adequaat producten en diensten te ontwikkelen met het oog op toekomstige opgaven. Daarvoor dient voldoende aandacht, capaciteit en budget te zijn voor innovatie. Onder innovatie wordt verstaan: een sterk vernieuwd product (bijv. de wijze van monitoring, dienst (bijv. het digitaal inzien van vergunningen), proces (bijv. vergunningverlening of digitaal opsporen) of manier van werken (bijv. toezicht met behulp van drones). Op enig moment worden ontwikkelde innovaties onderdeel van het primair proces. Uit de (meerjarige) innovatiekalender moet blijken hoe innovatie binnen de organisatie is geagendeerd en georganiseerd. Onze dienst beschikt nog niet over een innovatiekalender en besteedt geen 1% van de begroting aan innovatie.
18
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
4. Randvoorwaarden en kpi’s
Huidige situatie (maart 2024)
Maatregel
Termijn
Een innovatiekalender ontbreekt
a. Ten behoeve van het initiëren, formuleren, operationaliseren en realiseren van innovatieprojecten is een functie van 1 FTE projectleider innoverende projecten opgenomen in de ontwerpbegroting 2025. Deze functionaris heeft daarmee onder andere tot taak om een innovatiekalender op te stellen.
Ad a. Eind 2025 op te stellen door de projectleider innoverende projecten.
Er wordt niet 1% van de begroting aan innovatie besteedt en deze ruimte is er momenteel ook niet.
b. In de meerjarenraming 2026-2028 is een innovatiebudget van 1% opgenomen.
Ad b. In 2026 beschikbaar.
4) Figuur 2, bladzijde 21.
‘Weerstandsratio van ten minste 0,8%’ Conform de voorschriften in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten brengen wij ons weerstandsvermogen bij de begroting en de jaarrekening in beeld. Het beleid van de Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg is erop gericht om te beschikken over een weerstandsvermogen dat voorziet in dekking van de gepercipieerde en gekwantificeerde risico’s. Dit bepaalt de ondergrens van het weerstandsvermogen. Er wordt gestreefd naar een weerstandsvermogen van 1,0 dat wil zeggen dat de middelen die beschikbaar zijn om tegenvallers op te vangen (de weerstandscapaciteit) precies voldoende van omvang zijn om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De bandbreedte is bepaald op tussen 0,8 en 1,2 en de bovengrens wordt gevormd door de in de Gemeenschappelijke Regeling opgenomen begrenzing van 10% van de exploitatiebegroting van het volgende jaar. Jaarlijks vindt er een actualisatie plaats van onze risicomatrix, samen met een vertegenwoordiging van onze ambtelijke contactpersonen. De laatste jaren vindt deze risico-inventarisatie plaats onder begeleiding van een accountant; de laatste keer is dit op 6 december 2023 gebeurd. Uit deze risicoanalyse is gekomen dat wij € 355.000 moeten storten in onze reserves. De post onvoorzien bedraagt in de ontwerpbegroting 2025 € 175.000, vandaar dat in het resultaatverdelingsvoorstel bij de
19
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
jaarrekening 2023 is opgenomen om € 180.000 toe te voegen aan de algemene reserve. Tezamen met de post onvoorzien in de begroting bedraagt de weerstandsratio dan 1. Er zijn voor deze kpi geen andere te treffen maatregelen, dan welke wij jaarlijks al nemen. ‘Afspraken over terugname plustaken’ Uit het rapport “Omgevingsdiensten in beeld 2023”, blijkt4 dat onze dienst op de Omgevingsdienst Twente na, het hoogste percentage van de uitvoering van het basistakenpakket heeft namelijk 83%. In het rapport zijn de cijfers uit 2022 gebruikt; in 2023 bedraagt het percentage 86%. Verhoudingsgewijs hebben wij weinig plustaken en zijn daardoor minder kwetsbaar voor veranderingen in het werkpakket. We merken aanvullend op dat er geen VTH-uitvoering van deelnemers bij andere omgevingsdiensten is belegd. Op grond van artikel 3 van de GR RUD Zuid-Limburg worden door de dienst tenminste de basistaken uitgevoerd voor alle deelnemers. Specialistische milieutaken kunnen in aanvulling op de taken uit het basistakenpakket door onze dienst worden uitgevoerd, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt bij de uitvoering van de taken uit het basistakenpakket. Dit op verzoek van een deelnemer, bij de oprichting van de dienst dan wel op een ander moment op grond van artikel 4 van de GR RUD Zuid-Limburg.
4. Randvoorwaarden en kpi’s
Daarnaast is het nog voor een deelnemer mogelijk om andere taken m.b.t. de fysieke leefomgeving door ons te laten uitvoeren, na goedkeuring van het algemeen bestuur en voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de taken uit het basistakenpakket, op grond van artikel 5 van de GR RUD Zuid-Limburg. Afspraken over het veranderen van het werkprogramma zijn gemaakt in de daartoe gesloten dienstverleningsovereenkomsten met de deelnemers. Indien het werkprogramma met meer dan 10 procent afneemt t.o.v. het voorafgaande jaar, dient dit minimaal 6 maanden voor 1 januari van het gewenste jaar van ingang schriftelijk te worden aangekondigd en worden alle kosten die hiermee verband hebben en aanwijsbaar zijn door de opdrachtgever vergoed. Als vanzelfsprekend gaat het hierbij niet om de omvang van het basistakenpakket, nu de deelnemers verplicht zijn deze taken door ons te laten uitvoeren. Voor het voldoen aan deze kpi zijn geen andere afspraken nodig.
20
‘Opleidingsbudget is ten minste 3% van de loonsom’ Het opleidingsbudget van onze dienst is 3% van de loonsom. In onze begroting zit dit in de post ‘overige personele kosten en opleiding’, welke 5% bedraagt. Nu wij aan deze kpi voldoen, zijn er geen maatregelen nodig. ‘Business intelligence strategie en unit bestaande uit ten minste 3 FTE’ Achtergrond van deze kpi is dat de dienst in staat is zich optimaal te verantwoorden op behaalde milieuresultaten met oog voor (kosten) effectiviteit. De dienst moet zich kunnen ontwikkelen naar een outcome gerichte organisatie. Businessintelligence, voornamelijk mensen is nodig om informatiegestuurd te kunnen werken. Datakwaliteit is hierin een randvoorwaarde.
Huidige situatie (maart 2024)
Maatregel
Termijn
Een business intelligence unit bestaat als zodanig niet. Wij hebben nu 2 FTE BI werkzaam bij onze dienst. Deze 2 medewerkers brengen op dit moment de Omgevingsdossiers Milieu op orde (inclusief de invoering van de nieuwe MBA-basistaken) en stap voor stap verbeteren we de werkprocessen voor VTH. De vervolgstap is het vastleggen in een visie in een Business intelligence strategie c.q. een Informatiebeleidsplan. Alle VTH-medewerkers schrijven tijd in AFAS, welk systeem is gekoppeld aan zaken in Rx.Mission (onze VTH-applicatie).
a. Voor de verdere professionalisering van onze dienst en ter versterking van onze ontwikkelkracht is in de ontwerpbegroting 2025 een afdeling Bedrijfsvoering opgenomen, die voor 2/3 zal bestaan uit zittende medewerkers in bestaande functies en voor 1/3 uit nieuwe functionarissen. Daarbij hoort ook een uitbreiding van onze Business Intelligence, waarvoor 1 FTE BI is opgenomen en 1 FTE adviseur kwaliteitsmanagement en informatievoorziening.
Ad a. In 2025 beschikken over 3 FTE BI en 1 FTE adviseur kwaliteitsmanagement.
b. Het formuleren en vaststellen van een business intelligence strategie.
Ad b. Oktober 2025.
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
4. Randvoorwaarden en kpi’s
‘Regionale congruentie’ Alhoewel eerder als essentieel gepresenteerd is de kpi ‘regionale congruentie’ een subjectief criterium en zijn de overige 5 kpi’s objectieve en genormeerde criteria. De kpi is een aansporing om in de regio gesprekken te voeren over de samenhang tussen dienst(-en) en regio, tegen de achtergrond van robuustheid en toekomstige opgaven. In onze zelftoets is onderbouwd aangegeven Consequenties
- zie ook in de samenvatting in hoofdstuk 2 - waarom de regio Zuid-Limburg congruent is. Consequenties per kpi voor personeel in FTE, samenwerking andere omgevingsdiensten, financiële consequenties voor deelnemers, gevolgen voor de GR, governance en andere (juridische) gevolgen.
Personeel in FTE
Samenwerking andere omgevingsdiensten
Financiële consequenties voor deelnemers
Gevolgen voor de GR, governance en andere (juridische) gevolgen
KPI 1a
Omvang regionaal werkprogramma € 16,5 miljoen prijspeil 2023.
Ca. 10 FTE.
Geen. Het betreft het regionaal werkprogramma van Zuid-Limburg.
Ca. € 1 miljoen.
Geen.
1b
80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst.
Geen. Er is meer dan 90% van de medewerkers in het primaire proces in dienst.
Geen.
€ 1,2 miljoen voor de provincie Limburg t.b.v. FTE voor de taakuitvoering in de regio Noord- en Midden-Limburg.
Geen.
2
Voldoen aan kwaliteitscriteria 2.3.
Geen consequenties voor FTE. Blijven investeren in benodigde opleidingen (incl. competenties) medewerkers en zorgen voor opbouw werkervaring.
In principe geen structurele samenwerking. Incidenteel werken wij samen met de RUD Limburg Noord.
Geen nieuwe consequenties. Het opleidingsbudget is 3% van de loonsom.
Geen.
3
De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie, blijkend uit aanwezigheid van een innovatieagenda en innovatiebudget van 1% van de begroting.
1 FTE projectleider innoverende projecten.
Samenwerking op het gebied van innovatie wordt voorgestaan.
€ 126.000 voor 1 FTE.
Geen.
4
De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van een buffer. De weerstandsratio is minimaal 0,8.
Geen.
Geen.
Geen nieuwe consequenties. De weerstandsratio is 1 en volgens de GR mag het weerstandsvermogen maximaal 10% zijn van de exploitatiebegroting van het volgende jaar.
Geen.
5
De dienst kan een relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt. Dit komt tot uitdrukking in (minimaal) 3 FTE BI en het opleidingsbudget is 3% van de loonsom.
2 FTE, zijnde 1FTE BI en 1 FTE adviseur kwaliteitsmanagement en informatievoorziening. 2 FTE BI zijn reeds werkzaam bij onze dienst.
Samenwerking m.b.t. het vastleggen van data op een uniforme manier.
€ 220.000 t.b.v. 2 FTE.
Geen.
De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang in het takenpakket en logica in het geografische werkgebied.
Geen.
6
21
€ 200.000 innovatiebudget.
Geen nieuwe consequenties. Het opleidingsbudget is 3% van de loonsom.
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Met de overige 5 Seveso-omgevingsdiensten.
Geen.
Geen.
4. Randvoorwaarden en kpi’s
Consequenties per randvoorwaarde voor personeel in FTE, samenwerking andere omgevingsdiensten, financiële consequenties voor deelnemers, gevolgen voor de GR, governance en andere (juridische) gevolgen. Consequenties
Personeel in FTE
Samenwerking andere omgevingsdiensten
Financiële consequenties voor deelnemers
Gevolgen voor de GR, governance en andere (juridische) gevolgen
Alle deelnemers hebben alle basistaken volledig overgedragen. Randvoorwaarden N.B. Basistakenpakket gewijzigd per 01-01-2024
10 FTE nieuwe MBA-locaties (‘inrichtingen’). 0,2 FTE Werkgebonden personenmobiliteit. 2 FTE ingroei basisbodemtaken (MBA).
Geen.
€ 989.000. € 22.000. € 220.000.
Geen.
- Goed opdrachtgeverschap en - opdrachtnemerschap. - Onafhankelijkheid en gezag - accounthouderschap is ingevuld. - Directeur heeft positie en mandaat.
Geen.
Geen.
Geen.
Geen (1 FTE directieadviseur aanwezig).
Geen.
Geen.
Revitaliseren opdrachtgeversoverleg. Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Voor de minimale omvang telt uitsluitend de omzet van de basis- en milieugerelateerde taken. (minimale omvang in 2023 is € 16,5 miljoen).
Ca. 10 FTE.
Geen.
Ca. € 1,2 miljoen. Omzet 2023 bedroeg € 15.486.748, waarvan € 13.330.750 voor de basistaken en € 2.155.998 voor de milieugerelateerde taken.
Geen.
Er wordt zelfstandig voldaan aan de minimale normen voor robuustheid.
Geen. Er wordt voldaan aan het minimaal adequate niveau van 114 FTE.
Voor nu niet aan de orde, aangezien op versterking van taakuitvoering wordt ingezet.
Zie consequenties verbonden aan overdracht gewijzigd basistakenpakket.
Geen.
Zijn er specifieke kennisgebieden of taken die door een andere dienst worden uitgevoerd.
Geen. Er worden geen taken door een andere dienst uitgevoerd.
Incidenteel, dat we elkaar onderling bijstaan in de uitvoering.
Geen.
Geen.
Rekening houden met de robuustheid in de toekomst.
2 FTE, zijnde 1FTE BI en 1 FTE adviseur kwaliteitsmanagement en informatievoorziening. 1 FTE projectleider innoverende projecten. Ca. 10 FTE primair proces i.v.m. het omzetcriterium.
Geen.
€ 200.000.
Geen.
Geen. Geen.
€ 126.000. Ca. € 1 miljoen.
Geen. Geen.
€ 516.000.
Geen.
Vorming afdeling Bedrijfsvoering 4 FTE.
Geen.
Nader uit te werken i.v.m. het zijn van een kenniscentrum naar de toekomst.
Specialisatie van omgevingsdiensten op bepaalde kennisgebieden.
Randvoorwaarde
Geen.
22
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Nader uit te werken in ontwerpbedrijfsplan.
5. Verzamelstaat
23
5. Verzamelstaat
Stappen
Taken, Bevoegdheden, Verantwoordelijkheden
Deadline
Laten opstellen van een stevig ontwerpbedrijfsplan voor onze deelnemers t.b.v. besluitvorming over mogelijke inbreng van meer milieugerelateerde plustaken.
1. ODZL: laten opstellen ontwerpbedrijfsplan t.b.v. inbreng meer 1. milieugerelateerde plustaken. 2. ODZL en deelnemers: in overleg en aanpassen plan van aanpak. 3. AB: Definitief vaststellen Bedrijfsplan.
1. Voor 1 november 2024.
KPI 1
Omvang regionaal werkprogramma € 16,5 miljoen prijspeil 2023.
4. Individuele colleges: besluitvorming. 5. ODZL en deelnemers: Implementatie. 2
Voldoen aan kwaliteitscriteria 2.3.
Blijven investeren in opleidingen (incl. competenties) medewerkers en zorgen voor opbouw werkervaring (specifiek voor de BOA’s).
1. ODZL: Jaarlijks opleidingsprogramma vaststellen.
2. ODZL: Werving 2 FTE BOA’s.
3
5
24
2. Voor 1 maart 2025. 3. AB: vergadering 3. april 2025. 4. Mei – juni 2025. 5. Vanaf juli 2025. 1. Het opleidings1. programma 2024 is 1. op 31-01-2024 1. vastgesteld. 2. 1 mei 2024.
Versterken BOA-capaciteit met 1 FTE
3. AB: Toevoegen 1 FTE BOA aan formatie.
3. Juli 2024.
De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie, blijkend uit aanwezigheid van een innovatieagenda en innovatiebudget van 1% van de begroting.
1. Opstellen van een innovatieagenda door een projectleider 1. innovatieve projecten.
1a. AB: Toevoegen projectleider innovatieve projecten aan 1a. formatie van de dienst, in begroting 2025. 1b. ODZL: opstellen innovatieagenda. 1c. DB: vaststellen innovatieagenda. 1d. AB: vaststellen innovatieagenda 2. AB: Opnemen van 1% innovatiebudget in begroting 2026. N.B. Het innovatiebudget is opgenomen in de ontwerpmeerjarenraming 2026-2028.
1a. Juli 2024.
De dienst kan een relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt. Dit komt tot uitdrukking in (minimaal) 3 FTE BI en het opleidingsbudget is 3% van de loonsom.
1. Het versterken van onze BI, door uitbreiding met 1. 1 FTE BI en 1 FTE adviseur kwaliteitsmanagement en 1. 1. informatievoorziening. 2. Het formuleren en vaststellen van een business intelligence 2. strategie.
1. AB: toevoegen 2 FTE t.b.v. het informatie gestuurd werken, 1. in begroting 2025.
1. Juli 2024.
2. AB: vaststellen business intelligence strategie.
2. April 2025.
2. Opnemen van 1% innovatiebudget in begroting 2026.
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
1b. 1 mei 2025. 1c. juni 2025. 1d. juli 2025 2. Juli 2025
5. Verzamelstaat
Stappen
Taken, Bevoegdheden, Verantwoordelijkheden
Deadline
Alle deelnemers hebben alle basistaken volledig overgedragen. N.B. Basistakenpakket gewijzigd per 01-01-2024
1. Actualiseren lijst MBA’s van 2 deelnemers.
1. Deelnemers: deelnemers zijn verantwoordelijk voor actualiseren 1. nieuwe MBA’s die tot het gewijzigde takenpakket behoren. 2. Deelnemers en ODZL: opstellen werkprogramma 2025. 3. Deelnemers en ODZL: in overleg bijstellen werkprogramma 2024. 4. AB: Vaststellen begroting 2025 en 2026.
1. December 2024. 2. Oktober 2024.
Goed opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap.
1. Initiatief nemen tot het revitaliseren van het opdracht1. geversoverleg. 2. Review verantwoordings- en rapportageproces richting 2. opdrachtgevers. 3. Verantwoorde keuze voor sturing op input, throughput, 3. output en outcome.
1. ODZL: initiatief nemen revitalisering opdrachtgeversoverleg.
1. 1 mei 2024.
2. ODZL en Deelnemers: Laten uitvoeren van review verant2. woordings- en rapportageproces richting opdrachtgevers. 3. AB: Beslissing omtrent de wijze van verantwoorden en rappor3. teren t.a.v. output en outcome richting opdrachtgevers. 4. Deelnemers: blijvend invulling geven aan gezamenlijk opdracht4. geverschap in opdrachtgeversoverleg.
2. Oktober 2024
Randvoorwaarde
2. Opnemen vrije veld-controles in werkprogramma 2025. 3. Vertaling MBA-bestand in werkprogramma’s.
3. Jaar 2024. 4. Juli 2024 en juli 2025.
3. December 2024. 4. December 2024
Voor de minimale omvang telt uitsluitend de omzet van de basisen milieugerelateerde taken. (minimale omvang in 2023 is € 16,5 miljoen).
1. Verwerken capaciteit gemoeid met de uitvoering van het 1. gewijzigde basistakenpakket in begroting.
1. AB: Vaststellen begroting 2025.
1. Juli 2024.
Er wordt zelfstandig voldaan aan de minimale normen voor robuustheid.
1. BI-capaciteit (‘BI-unit’) op peil brengen. 2. BI-strategie vaststellen. 3. Innovatiebudget toevoegen. 4. 1 FTE projectleider innoverende projecten toevoegen 4. aan formatie. 5. Innovatiekalender opstellen. 6. BOA-capaciteit op peil brengen.
1. AB: vaststellen begroting 2025. 2. AB: vaststellen BI-strategie. 3. AB: vaststellen begroting 2026. 4. AB; vaststellen begroting 2025.
1. Juli 2024. 2. Oktober 2025. 3. Juli 2025. 4. Juli 2024.
5. AB: vaststellen Innovatiekalender. 6. AB: vaststellen begroting 2025.
5. December 2025. 6. Juli 2024.
a. Laten opstellen van een stevig ontwerpbedrijfsplan voor a. onze deelnemers t.b.v. besluitvorming over mogelijke a. inbreng van meer milieugerelateerde plustaken.
Voor a en b. 1. ODZL: laten opstellen ontwerpbedrijfsplan t.b.v. inbreng meer 1. milieugerelateerde plustaken en uitwerking kenniscentrum. 2. ODZL en deelnemers: in overleg en aanpassen plan van aanpak. 3. AB: Definitief vaststellen bedrijfsplan.
Voor a en b. 1. Voor 1 november 2024.
Rekening houden met de robuustheid in de toekomst.
b. Uitwerking omgevingsdienst als kenniscentrum meenemen b. in ontwerpbedrijfsplan.
4. Individuele colleges: besluitvorming t.a.v. bedrijfsplan. 5. ODZL en deelnemers: Implementatie.
2. Voor 1 maart 2025. 3. AB: vergadering 3. april 2025. 4. Mei – juni 2025. 5. Maart 2025.
c. Vorming afdeling Bedrijfsvoering
25
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
AB: vaststellen begroting 2025.
Juli 2024.
6. Stappen en besluitvorming
26
6. Stappen en besluitvorming
Onderstaand zijn de hoofdstappen en de daarbij behorende besluiten vermeld. Voor de overzichtelijkheid hebben wij de voorbereidende besluiten niet opgenomen. Het spreekt bijvoorbeeld voor zich dat alvorens er een begroting kan worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur, deze wordt voorafgegaan door een kaderbrief en een ontwerpbegroting. Gezien het doel van dit plan van aanpak zijn de voorbereidende stappen niet opgenomen. Besluitvorming door het Algemeen Bestuur
27
Processtap
Planning
Vaststellen Plan van Aanpak voor een robuuste Omgevingsdienst Zuid-Limburg.
AB 28 maart 2024.
Vaststellen begroting 2025 - Verwerken capaciteit gemoeid met de uitvoering van het gewijzigde basistakenpakket in begroting. - Toevoegen ‘BI-unit’ (2 FTE), 1 FTE projectleider innoverende projecten. - Toevoegen 1 FTE BOA. - Toevoegen afdeling Bedrijfsvoering.
AB 4 juli 2024.
Besluiten omtrent de wijze van verantwoorden en rapporteren t.a.v. output en outcome richting opdrachtgevers.
AB 12 december 2024.
Vaststellen bedrijfsplan t.b.v. inbreng meer milieugerelateerde plustaken en uitwerking kenniscentrum.
AB april 2025.
Vaststellen business intelligence strategie.
AB april 2025.
Vaststellen innovatieagenda.
AB juli 2025.
Vaststellen begroting 2026 - Verwerken van het in totaal geactualiseerde MBA-bestand. - Opnemen 1% innovatiebudget.
AB juli 2025.
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
6. Stappen en besluitvorming
Besluitvorming door de - vertegenwoordigende organen van de - deelnemers Processtap
Planning
Zienswijzen op ontwerpbegroting 2025.
Uiterlijk 11 juni 2024.
Besluitvorming naar aanleiding van bedrijfsplan t.b.v. inbreng meer milieugerelateerde plustaken en uitwerking kenniscentrum.
Mei – juni 2025.
Zienswijzen op ontwerpbegroting 2026.
Uiterlijk begin juni 2025.
Actie door de (ambtelijke) dienst en beslissing aan (ambtelijke) deelnemers
28
Processtap
Deelnemers
Planning
Revitaliseren opdrachtgeversoverleg.
Ambtelijke contactpersonen/ accountmanagers deelnemers.
Oproep door ODZL tot houden een opdrachtgeversoverleg in april 2024. Twee opdrachtgeversoverleggen in 2024 gehouden.
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
7. Tot slot
29
7. Tot slot
Over de voortgang van dit plan van aanpak wordt tweemaal per jaar, gelijktijdig met de voor- en najaarsrapportage ten behoeve van het algemeen bestuur, gerapporteerd. Waar nodig worden zaken bijgesteld, gewijzigd of toegevoegd door het algemeen bestuur.
30
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Bijlagen
31
Bijlage 1
Bijlage 1: Verbetermaatregelen n.a.v. visitatierapport
32
Verbeteracties
Resultaatdoelen
Termijn
Uitvoeren regionale risicoanalyse
Regionale risicoanalyse gereed voor vaststelling door de bevoegde gezagen
Juni 2024
Tot stand komen geactualiseerd uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid op basis van de regionale risicoanalyse
Geactualiseerd uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid gereed voor vaststelling door de bevoegde gezagen
December 2024
Tot stand komen regionaal uitvoeringsprogramma op basis van het geactualiseerd uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid
Regionaal uitvoeringsprogramma 2026 gereed voor vaststelling door de bevoegde gezagen
Oktober 2025
Op orde brengen van MBA-bestand van basistaken onder de Omgevingswet
Actueel MBA-bestand van basistaken
December 2024
Opschonen Omgevingsdossiers Milieu
Een verbeterde datakwaliteit
December 2024
Invoeren (nieuwe) MBA’s in Omgevingsdossiers Milieu
Vastgelegde data zijn correct
December 2024
Verbeteren VTH-werkprocessen
Correcte (zaak)informatie en omgevingsdossiers
December 2024
Uniformeren informatieoverdracht ketenpartners
Verbeterde digitale samenwerking ketenpartners
December 2024
Ontwikkelkracht van de dienst versterken
Ontwikkelkracht structureel inbedden door: 1. De bouw van een afdeling Bedrijfsvoering; 2. Uitbreiding Business Intelligence; 3. Vorm kiezen voor de organisatie als kenniscentrum voor 3. haar deelnemers en ketenpartners.
1+2: Start september 2024 3: Maart 2025
BOA-capaciteit aan de maat brengen
Samenwerking tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke partners verbeteren
April 2025
Concretiseren kernonderwerpen bestuurlijke toekomstdiscussie
Een wendbare en daadkrachtige organisatie zijn en op haar toekomst voorbereid
Juni 2026
Opstellen plan van aanpak / implementatieplan voor nieuwe milieugerelateerde taken
Regionaal organiseren milieugerelateerde plustaken
Mei 2024 – Juli 2025
Review van het verantwoordings- c.q. rapportageproces richting opdrachtgevers
Verantwoorde keuze voor sturing op input, troughput, output en outcome
Oktober 2024
Revitaliseren opdrachtgeversoverleg.
Komen tot een gezamenlijk opdrachtgeverschap door de opdrachtgevers
Maart 2025
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Bijlage 2
Bijlage 2: Minimaal adequaat niveau Uit Eindnotitie robuuste omgevingsdiensten 15 juni 2023, Bijlage 4 Minimaal adequaat niveau Voor de capaciteit is de minimale norm aangegeven (uitmondend in de minimale norm van 114 fte die correspondeert met € 16,5 miljoen (inclusief overhead)). Totale bezetting met overhead 142,5 fte. Totale bezetting zonder overhead 121,3 fte, waarvan 12,4 fte inhuur = 9,8%
Taken
Uitwerking minimaal adequaat uitvoeringsniveau
Bezetting
Milieu vergunningverlening Minimaal 16 fte (inclusief natuur en juristen) en Milieumeldingen (t.b.v. vv).
Voor het adequaat uitvoeringsniveau voor milieuvergunningverlening: 1. Efficiënte uitvoering waarbij wordt gekeken naar wet- en regelgeving en best toepasbare technieken. 2. Monitoren of en welke effecten de komst van de omgevingswet heeft op de uitvoering van het werk en de daarbij behorende tijdsinzet. 3. Structureel in te zetten op het actueel houden van vergunningen.
In dienst Vergunningverlener milieu 18 fte. Jurist vergunningen 5.4 fte. Inhuur Vergunningverlener milieu 0.9 fte. Totaal 24,3 fte
Voor adequate uitvoeringsniveau voor meldingen milieu: 1. Investeren aan de voorkant onder meer door betere afstemming met de toezichthouders om achteraf bij toezicht en handhaving tijd te besparen. 2. De prioritering van de aanpak en de accenten bij de meldingen verder te verbeteren aan de hand van typen meldingen, inhoudelijke aspecten en ervaringen met naleefgedrag. 3. Een minimale capaciteitsinzet bepalen.
In dienst Technisch adviseur bodem 8 fte. Technisch adviseur asbest 5 fte. Technisch adviseur geluid 2.3 fte. Technisch adviseur brandveiligheid 1 fte. Technisch adviseur externe veiligheid 1 fte. Technisch adviseur lucht 4 fte. Inhuur Technisch adviseur lucht 0,2 fte. Totaal 21,5 fte
33
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Bijlage 2
Taken
Uitwerking minimaal adequaat uitvoeringsniveau
Bezetting
Milieutoezicht Minimaal 54 fte (inclusief bouw provinciale taken, energiebesparing en duurzaamheid, ketenhandhaving, natuur en juristen).
Voor het adequaat uitvoeringsniveau voor milieutoezicht: 1. Vaststellen minimale frequenties bij de verschillende risicoklassen. 2. Te gaan werken met een risicomodel met als doel het rendement van het werk en daarmee het naleefgedrag te verhogen. 3. Een minimale capaciteitsinzet bepalen. 4. Monitoren van de kengetallen. 5. Adequate inzet op ketenhandhaving en samenwerking (boven)regionale handhavingsprojecten.
In dienst Toezichthouder milieu 24,4 fte. Toezichthouder bouw provincie 3 fte. Technisch adviseurs energie 5,6 fte. Technisch adviseur bodem 4 fte. Technisch adviseur asbest 1 fte. Jurist Toezicht en Handhaving 3.9 fte. Data-analist/informatiebeheer 2 fte. Technisch adviseur geluid 5 fte. Technisch adviseur brandveiligheid 2.7 fte. Technisch adviseur externe veiligheid 1,3 fte. Technisch adviseur lucht 7,9 fte. Inhuur Toezichthouder milieu 1.7 fte. Jurist Toezicht en Handhaving 2.3 fte. Technisch adviseur geluid 2,3 fte. Totaal 67,1 fte
Strafrechtelijke handhaving/ BOA Minimaal 4 fte. (N.B. Deze 4 fte komt niet uit de kwaliteitscriteria)
Voor het adequaat uitvoeringsniveau voor de strafrechtelijke BOA capaciteit monitoren van de beschikbare capaciteit en afspraken maken over een minimale capaciteitsinzet.
In dienst/werving maart 2024 BOA I 1 + 1 fte. Totaal 2 fte
Bouwen vergunningverlening Voor het adequaat uitvoeringsniveau voor taak vergunningverlening Bouwen: Minimaal 4 fte voor provinciale 1. De consequenties van de WKB voor de vergunningverlening Bouw per deelnemer uit te werken. taken. 2. Inzet op een betereserviceverlening voor de aanvrager. 3. Inzet op het verminderen van regeldruk (afschaffen regels) door o.a. gebruik te maken van een eenvoudiger toetsingskader.
In dienst Vergunningverleners Bouw en Ruimtelijke Ordening provincie 4,4 fte. Inhuur Vergunningverleners Bouw en Ruimtelijke Ordening provincie 2 fte. Totaal 6,4 fte
34
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Bijlage 2
Taken
Uitwerking minimaal adequaat uitvoeringsniveau
Overhead
Bezetting In dienst Directeur 1 fte. Afdelingshoofden 4 fte. Controller 1 fte. Directie-adviseur 1 fte. Concernjurist 1 fte. HR-adviseur 2 fte. Medewerker Coördinatieteam 5,5 fte. Secretariaatsmedewerker 2,3 fte. Managementassistent 0,9 fte. HR-medewerker 0,6 fte. Ambtelijk secretaris OR 0,3 fte. Inhuur HR-adviseur 0,7 fte. Medewerker Coördinatieteam 0,9 fte. Totaal 21,2 fte
35
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Bijlage 3
Bijlage 3: Omvang werkprogramma 2023 Werkprogramma RUD taken 2023
Totaal
Pakketdeel
uurtarief (in €)
tijd per inrichting (in uur)
totaal (in €)
aantal 2022
aantal 2023
kosten pakketdeel
BRZO inrichting
€ 117,00
383,8
€ 44.899,57
56
56
€ 2.514.375,86
RIE 4 inrichting
€ 117,00
236,0
€ 27.612,00
13
13
€ 358.956,00
RIE overig (Limburg Zuid)
€ 105,00
86,9
€ 9.123,77
64
63
€ 574.797,20
RIE overig (Limburg Noord)
€ 105,00
86,9
€ 9.123,77
75
76
€ 693.406,14
categorie C inrichting
€ 95,00
35,1
€ 3.335,26
269
267
€ 890.514,42
categorie B basistaak inrichting
€ 95,00
8,8
€ 834,01
844
849
€ 708.070,25
1.321
1.324
€ 5.740.119,86
uren
kosten programmadeel
Totalen Programmadeel
uurtarief (in €)
kengetal (in uur)
Vergunningverlening Rapportage- / Meldplicht Milieu
€ 105,00
-
€ 18.375,00
Omgevingsvergunning Milieu
€ 105,00
-
€ 31.290,00
€ 105,00
-
€ 680.400,00
€ 95,00
-
€ 95,00
-
€ 359.575,00
Bouw Melding
€ 105,00
-
€-
Bodem Melding
€ 95,00
-
€-
Milieu Effect Rapportage (MER)
€ 105,00
-
€-
Ontheffing
€ 95,00
-
€ 27.075,00
Bezwaar & Beroep Vergunningverlening
€ 117,00
-
€ 158.886,00
Omgevingsvergunning Bouw
Omgevingsvergunning Bouw(activiteit)
Milieu Melding Melding Sloop / Asbest
36
Melding Sloop / Asbest
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
€ 25.200,00
€ 321.290,00
Bijlage 3
Programmadeel
uurtarief (in €)
kengetal (in uur)
uren
kosten programmadeel
Toezicht & Handhaving Milieu Toezicht Bouw Toezicht Bodem Toezicht
Bodem Toezicht
Energie Toezicht
€ 374.496,00
€ 83,00
-
€ 105,00
-
€ 1.193.850,00
€ 105,00
-
€ 1.210.125,00
€ 105,00
-
€-
Afhandelen Incident
Afhandelen Incident
€ 105,00
-
€ 13.125,00
Afhandelen Klacht
Afhandelen Klacht
€ 95,00
-
€ 12.825,00
€ 117,00
-
€-
€ 117,00
-
€ 118.287,00
Bestuursrechtelijke Handhaving
€ 117,00
-
€ 578.005,14
Strafrechtelijke Handhaving
€ 117,00
-
€-
Bezwaar en Beroep Toezicht & Handhaving Handhavingsverzoek
Handhavingsverzoek
Specialismen
-
Advies Externe Veiligheid / Omgevingsveiligheid
Advies Externe Veiligheid / Omgevingsveiligheid
Advies Afval
€ 105,00
-
€ 181.104,00
€ 105,00
-
€-
€ 77.595
Advies (water) bodem - water - bouwstoffen
Advies (water) bodem - water - bouwstoffen
€ 105,00
-
€ 168.315,00
€ 72.135,00
Advies Geur, Lucht
Advies Geur, Lucht
€ 105,00
-
€ 1.234.065,00
€ 528.885,00
Advies Geluid, Trilling en Licht
Advies Geluid, Trilling en Licht
€ 105,00
€ 484.438,00
€ 207.616,00
Advies Asbest
Advies Asbest
€ 95,00
€ 115.295,00
Advies Energie
Advies Energie
€ 105,00
€ 234.465,00
Advies Omgevingsplan
Advies Omgevingsplan
€ 105,00
-
€-
Advies Bibob
Advies Bibob
€ 105,00
-
€-
Advies EVOA kennisgeving
Advies EVOA kennisgeving
€ 105,00
-
€-
Advies Bouw
Advies Bouw
€ 105,00
-
€-
Beleidsadvies / - ondersteuning
Beleidsadvies / - ondersteuning
€ 105,00
-
Verzoek Woo
Verzoek Woo
€ 105,00
€ 84.630,00
Informatieverstrekking / Algemeen Advies
Informatieverstrekking / Algemeen Advies
€ 95,00
€ 474.810,00
37
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
€-
Bijlage 3
Programmadeel
uurtarief (in €)
kengetal (in uur)
uren
kosten programmadeel
Projecten Project Omzetting Inrichting - MBA (2023)
€ 100,00
-
€ 348.601,96
Project Y….
€ 105,00
Emissie
€ 75.000,00
Project Z….
€ 105,00
-
€-
Afdeling overstijgend Post onvoorzien, actuele casuïstiek, (partner) overstijgende projecten, beleidsintensivering
€ 95,00
Ter inzage leggen
€ 95,00
€-
Pubicatie
€ 95,00
€-
€ 336.870,00
Totaal werkprogramma 2023
€ 13.330.750,96
Incidentele opdrachten -
€-
-
€-
-
€€-
38
Plan van Aanpak Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
€ 2.155.998,00
Bijlage 4
Bijlage 4: Kwaliteitscriteria 2.3
39
O
W
A
F
1. Casemanagen
100%
100%
100%
100%
2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening
75%
100%
83%
75%
3. Vergunningverlening milieu
98%
100%
100%
100%
4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening
100%
100%
100%
100%
5. Toezicht en handhaving milieu
96%
100%
97%
100%
6. Toezicht en handhaving bodem
100%
100%
96%
100%
8. Behandelen juridische aspecten vergunningverlening