7 24-33 Bijlage 2 Concept jaarrekening 2023 VRZL_179161
Tekst van het document
0,00% 1,47% 0,40% 1,20%
3,78% 2,55% 0,00% 2,26%
2,10% 1,15% 0,93% 1,18%
gemiddeld verzuim 6,65% 5,86% 1,92% 5,32%
Personele opbouw en samenstelling De personele opbouw en samenstelling van VRZL is als volgt: Personele opbouw en samenstelling (in FTE)
Formatie
Directie Crisisbeheersing & Rampenbestrijding Brandweerzorg Bedrijfsvoering Totaal exclusief vrijwilligers Vrijwilligers (aantal) Totaal inclusief vrijwilligers
Bezetting per 31 december 2023 2,00 28,43 296,16 54,69 381,28 511,00 892,28
2,00 34,36 299,50 59,01 394,87 535,00 929,87
Vacatures
Gemiddelde leeftijd
5,93 3,34 4,32 13,59 24,00 37,59
57,60 42,70 45,00 45,70 45,00 40,00 43,48
2.4.4.4 Wat heeft het gekost? Voor wat betreft overhead wordt de definitie gevolgd zoals die door de wetgever wordt gegeven; daarbij sluiten we aan bij de landelijke handreiking voor veiligheidsregio’s. Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Algemene dekkingsmiddelen
Rekening 2022
Begroting 2023 voor wijziging
Begroting 2023 na wijziging
Rekening 2023
Bijdrage gemeenten
45.371
43.914
47.775
47.775
Bijdrage gemeenten (FLO)
1.880
1.908
1.947
1.947
Bijdrage Rijk (BDUR)
6.288
6.153
6.816
6.816
Bijdrage Rijk (BDUR) extra gelden Totaal
53.539
51.975
691 57.229
417 56.955
Baten
Voor de toelichting op de cijfers verwijzen wij naar de jaarrekening.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 40/83
Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Bedrijfsvoering (overhead)
Rekening 2022
Begroting 2023 voor wijziging
Begroting 2023 na wijziging
Rekening 2023
377 10.312
141 9.996
224 11.819
704 12.057
Onvoorzien
-
10
-
-
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
59 59
-
100 100
37 37
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
514 -514
775 -775
144 -144
144 -144
-9.480
-9.090
-11.551
-11.246
Baten Lasten
Resultaat
Voor de toelichting op de cijfers verwijzen wij naar de jaarrekening.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 41/83
2.4.4.5 Financiële rechtmatigheidsverantwoording Algemeen De externe accountant heeft tot en met de jaarrekening van 2022 een controleverklaring afgegeven met betrekking tot zowel getrouwheid als financiële rechtmatigheid. Vanaf de jaarrekening van 2023 zal de externe accountant alleen nog een controleverklaring afgeven omtrent getrouwheid. Vanaf jaarrekening 2023 moet het dagelijks bestuur een financiële rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening van VRZL. De rechtmatigheidsverantwoording maakt onderdeel uit van de jaarrekening. Het dagelijks bestuur gaat daarmee verantwoording afleggen omtrent de financiële rechtmatigheid. Deze financiële rechtmatigheidsverantwoording wordt getoetst bij de jaarrekeningcontrole door de externe accountant. Om het dagelijks bestuur de mogelijkheid te geven om deze financiële rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening dienen er interne controle werkzaamheden te worden uitgevoerd. Deze interne controle werkzaamheden worden uitgevoerd binnen VRZL op basis van het vastgestelde interne controle plan 2023. De bevindingen van de interne controle werkzaamheden worden in de bestuursrapportage en de jaarrekening gerapporteerd aan het bestuur.
Reikwijdte van interne controle De financiële rechtmatigheid en daarmee de interne controle is gericht op het begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik. Begrotingscriterium Het begrotingscriterium ziet toe op het respecteren van het budgetrecht van het Algemeen Bestuur. Begrotingsrechtmatigheid wordt omschreven als: financiële beheers handelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s. In de begroting zijn maxima voor de lasten vermeld die door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheers handelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De voorwaarden zijn afkomstig uit de regelgeving en hebben betrekking op aspecten als: bevoegdheden, verordeningen, mandaten, wettelijke voorschriften (BBV). Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Vanuit de interne controle wordt in het kader van het M&O-criterium onderzocht of er sprake is van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Deze controle richt zich op het waarborgen van integriteit, transparantie en verantwoording in het gebruik van financiële en materiële middelen binnen VRZL. Binnen de interne controle worden diverse maatregelen genomen om het M&O-criterium te beoordelen. Tevens wordt er specifiek aandacht besteed aan het identificeren van signalen van fraude en integriteitsschendingen. Kaders en toleranties De interne controle ziet toe op de financiële rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties. Voor de uitvoering van de controle wordt jaarlijks door de commissie BBV een kadernota rechtmatigheid uitgegeven. Voor het toetsen van het voorwaardencriterium (naleving wet- en regelgeving) geldt het normenkader zoals opgenomen in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde controleprotocol Veiligheidsregio Zuid Limburg. VRZL heeft ervoor gekozen niet af te wijken van de goedkeuringstoleranties zoals deze gelden voor de accountantscontrole. De goedkeuringstoleranties zijn opgenomen in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde controleprotocol accountantscontrole voor de Veiligheidsregio Zuid Limburg. De goedkeuringstoleranties wordt bepaald op basis van de totale lasten (inclusief dotaties aan reserves).
Aan de hand van de primitieve begroting 2023 zijn de toleranties bepaald, waarbij nog geen rekening is gehouden met de onzekerheid rond bijkomende kosten en opbrengsten gedurende het begrotingsjaar. De goedkeuringstolerantie in euro’s voor fouten en onzekerheden moeten op eindejaar opnieuw bepaald worden.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 42/83
Aan de hand van de primitieve begroting zijn de volgende toleranties bepaald: Goedkeurings- en rapportagetolerantie
Goedkeurend
Beperking
Oordeelonthouding
Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% van de las ten)
≤1%
˃1%˂3%
-
≥3%
Onzekerheden in de controle (% van de las ten
≤3%
˃ 3 % ˂ 10 %
≥ 10 %
-
Bevindingen interne controlewerkzaamheden 2023: De interne controlewerkzaamheden zijn uitgevoerd conform het vastgestelde interne controleplan 2023. Begrotingscriterium Verschillende gemeenten hebben gevraagd om, waar mogelijk, tussentijds in het begrotingsjaar technische begrotingswijzigingen door te voeren. Deze wijzigingen zorgen ervoor dat de begroting van 2023 wordt bijgewerkt met de laatste financiële stand van zaken op basis van genomen bestuursbesluiten. Het beoogde effect is om bestuursbesluiten tijdig te verwerken in de begroting om zo de begrotingsrechtmatigheid te waarborgen. In de bestuursrapportage 2023 zijn meerdere technische begrotingswijzigingen verwerkt. Deze wijzigingen zijn budgetneutraal, waardoor ze zonder zienswijzeprocedure kunnen worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Technische begrotingswijzigingen zijn tijdig doorgevoerd. We hebben vastgesteld dat de bestedingen en investeringen die in het jaar 2023 zijn gedaan, in lijn zijn met de begroting en het meerjareninvesteringsplan (MIP) zoals deze zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
Voorwaardencriterium Op basis van de interne controlewerkzaamheden over het jaar 2023 hebben wij vastgesteld dat financiële beheers handelingen zijn uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, conform hetgeen verwoord is in het normenkader zoals opgenomen in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde controleprotocol Veiligheidsregio Zuid Limburg. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Een belangrijke stap in het bevorderen van integriteit is het afleggen van de ambtseed (Ethische Code) door alle medewerkers van VRZL in 2023. Door het afleggen van deze ambtseed benadrukken de medewerkers hun toewijding aan integriteit en verantwoordelijkheid binnen de organisatie. Daarnaast wordt er momenteel gewerkt aan het opstellen van een fraude risicoanalyse. Deze analyse zal een gedetailleerd inzicht bieden in mogelijke risico's op fraude en integriteitsschendingen gedurende het jaar 2023. Door het uitvoeren van deze analyse kunnen preventieve maatregelen worden genomen om het risico op fraude te verminderen en de interne beheersing te versterken. Hiermee zorgen we ervoor dat misbruik en oneigenlijk gebruik van financiële en materiële middelen binnen de Veiligheidsregio Zuid Limburg effectief worden aangepakt. Conclusie: Op basis van de interne controlewerkzaamheden over het jaar 2023 concluderen wij dat er geen financiële onrechtmatigheden zijn vastgesteld.
De verantwoorde baten en lasten, evenals balansmutaties over het jaar, zijn rechtmatig tot stand gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders, zoals de begroting en verordeningen, en met bepalingen in relevante wet- en regelgeving.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 43/83
2.4.4.6 Digitale toegankelijkheid Digitale toegankelijkheid is wettelijk verplicht voor Nederlandse overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) en instellingen uit de (semi-)publieke sector. Het is verplicht om te voldoen aan de eisen van Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.1, niveau A en AA. Digitale toegankelijkheid of web accessibility betekent dat al onze online communicatie, zoals onze website, pdf’s, formulieren en video’s, bruikbaar is voor iedereen, dus ook voor mensen met een functie-beperking. Dat betekent bijvoorbeeld dat blinde gebruikers onze content kunnen beluisteren via hun eigen spraaksoftware of dat slechthorenden onze video’s kunnen volgen door ondertiteling. Door content op de juiste manier aan te bieden, weet je zeker dat deze voor iedereen bruikbaar is. Zo voldoe je aan de internationale WCAG 2.1 richtlijnen, ook wel web richtlijnen genoemd. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op 4 principes:
Het belangrijkste voordeel van accessibility is natuurlijk dat we onze doelgroep veel beter bedienen. Vooral voor overheden is het belangrijk dat al hun informatie en communicatie voor iedereen bruikbaar is. Er zijn in Nederland namelijk veel mensen met een functie-beperking. Als we die ook bereiken en bedienen, kan dit veel opleveren. Het is ook verplicht om een toegankelijkheidsverklaring te plaatsen. Voor de onderbouwing van een toegankelijkheidsverklaring zijn onderzoeksresultaten nodig, een onderzoeksrapport is daarvoor een goed hulpmiddel. Als wij een toegankelijkheids-verklaring voor onze website of app opstellen, moeten wij daarin de nalevingsstatus aangeven. De volgende statussen worden onderscheiden: • • • • •
Status A: er is maximaal drie jaar geleden een onderzoek uitgevoerd. Er zijn geen problemen gevonden en de site voldoet geheel. Status B: er is een onderzoek uitgevoerd, problemen en de gevolgen voor gebruikers zijn benoemd en (herstel)maatregelen zijn gepland. Status C: er is een eerste stap gezet, bijvoorbeeld een eerste onderzoek ingepland. De mate van toeganke-lijkheid is nog grotendeels onbekend. Status D: er zijn nog geen concrete stappen gezet. Wel is een verklaring beschikbaar. Status E: er is geen enkele informatie over de toeganke-lijkheid van de site beschikbaar. Deze websites staan nog niet in het register.
Onze website www.vrzl.nl is eind november getest en we hebben een mooie B-status gescoord. Maar we moeten dus een plan van aanpak maken om naar de A-status te promoveren. Voor Emric.org, de vakmanschapsapp en Viadesk moeten we het plan van aanpak opstarten. Je mag als organisatie zelf het toegankelijkheidsonderzoek uitvoeren. Maar dat is niet makkelijk. Je moet de technische kennis, alle benodigde documentatie en het gereedschap hebben om dit goed te doen. Het onderzoeken van een website of app volgens de onderzoeksmethode WCAG-EM is specialistisch werk dat veel tijd kost.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 44/83
Deze kennis en capaciteit hebben we op dit moment niet binnen VRZL waardoor wij genoodzaakt zijn dit uit te besteden aan een onderzoeksbureau. Hier gaan incidentele middelen mee gepaard die niet in onze begroting opgenomen zijn aangezien dit een autonome ontwikkeling betreft. De kosten hangen af van verschillende zaken. Bijvoorbeeld: Hoe groot is de site of app? Is er al eerder onderzoek uitgevoerd? Gebruikt de site of app templates of bouwstenen die al toegankelijk zijn? Onderzoeksresultaten zijn 3 jaar geldig als onderbouwing van een toegankelijkheidsverklaring. Worden meerdere deelonderzoeken gebruikt? Dan mag het oudste onderzoek maximaal 3 jaar oud zijn. De onderbouwing mag bestaan uit één volledig onderzoek of meerdere deelonderzoeken. Zolang alle 50 toegankelijkheidseisen maar zijn gecontroleerd. Elk deelonderzoek gaat over een gedeelte van de 50 toegankelijkheidseisen. Wélk gedeelte dat is, hangt af van hoe de site of app in elkaar zit. Het deelonderzoek van de inhoud richt zich op alles wat de web redactie zelf kan aanpassen: teksten, afbeeldingen, ingesloten video’s, de teksten bij formulieren, pdf-bestanden, enzovoort. Wat er precies onder valt, verschilt per platform. Bij het deelonderzoek van de techniek worden alle onderdelen onderzocht die de leverancier beheert. Ook dit kan per platform verschillen.
De onderzoeker kijkt of een redacteur met het platform toegankelijke inhoud kan plaatsen. En of de onderdelen die het platform levert toegankelijk zijn. Bijvoorbeeld de formuliervelden, de navigatiemenu’s en de zoekfunctie. Het onderzoeksbureau dient in haar rapport duidelijk te beschrijven welke onderdelen en welke toegankelijkheidseisen zij hebben onderzocht. In het rapport dient zichtbaar te zijn dat dit over alle verplichte 50 toegankelijkheidseisen gaat, én over alle onderdelen van de website of app. Bij de controle van de toegankelijkheidsverklaring wordt hier door DigiToegankelijk naar gekeken.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 45/83
2.4.5 Verbonden partijen 2.4.5.1 Definitie Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin de gemeenschappelijke regeling zowel bestuurlijk als financieel een belang heeft. VRZL is een samenwerkingsverband op grond van de Wet veiligheidsregio’s, waaraan de 16 Zuid-Limburgse gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd zijn. 2.4.5.2 Lijst van verbonden partijen De Veiligheidsregio Zuid-Limburg participeert in de gemeenschappelijke regeling ICT Parkstad-IT als verbonden partij. Verbonden partij Belang GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN (GR) Gemeenschappelijke • Bestuurlijk verbonden regeling ICT Parkstad-IT via het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling. • Financieel verbonden via de bijdrage in de gemeenschappelijke kosten voor circa € 1,2 miljoen op jaarbasis.
Doel
Ontwikkelingen
Het leveren van ICTbasisvoorziening door middel van technisch beheer.
VRZL neemt vanaf 2015 deel aan deze regeling en draagt naar rato van de afname van ICT-diensten bij aan de kosten van de gemeenschappelijke regeling ICT ter ondersteuning van de bedrijfsvoering.
Deze kosten betreffen: • Kosten van accounts en werkplekken • Kosten van opslag Overige diensten worden afgerekend op basis van overeenkomst.
Vanuit financieel perspectief zijn de volgende cijfers relevant: Verbonden partij GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN (GR) Gemeenschappelijke regeling ICT Parkstad-IT Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwacht resultaat Risico’s
31 december 2021
31 december 2022
-
Parkstad-IT functioneert zonder winstoogmerk. De kosten worden naar rato van afname van de dienstverlening verdeeld over de deelnemers. De bijdrage van de deelnemers op rekeningbasis is gelijk aan de geraamde bijdrage tenzij het resultaat in de jaarrekening van Parkstad-IT met meer dan € 250.000 afwijkt. In dat geval vindt verrekening met de deelnemers naar rato plaats. Resultaten binnen de bandbreedte van € 250.000, positief of negatief, lopen via de balans over naar een volgend exploitatiejaar. De bijdrage aan Parkstad-IT wordt jaarlijks in de begroting van de VRZL geraamd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 46/83
2.4.5.3 Overige aspecten samenwerking Naast de verbonden partijen, zijn de volgende zaken van belang. • • • • •
Met de Politie is een convenant afgesloten waarin afspraken over de bijdrage van de politie aan de gezamenlijke risicobeheersing, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding staan benoemd; Met de GGD Zuid-Limburg is een bestuursovereenkomst afgesloten waarin de afspraken rond de uitvoering van de GHOR-taken staan benoemd. De GHOR maakt organisatorisch deel uit van de afdeling Acute Zorg van de gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg; In 2013 is met de colleges van de deelnemende gemeenten een overeenkomst gesloten waarin de taakoverdracht is geregeld rondom bevolkingszorg (voorbereiding en coördinatie). Deze is in 2023 geactualiseerd en opnieuw bestuurlijk bekrachtigd.; Verder is er een overeenkomst tot levering van diensten met Chemelot/Sitech. Dit betreft een samenwerking op het gebied van ongevalsbestrijding met gevaarlijke stoffen (gaspakkeninzet en schuimblussing). Door deze overeenkomst (per 1-1-2014) wordt voldaan aan de Wet veiligheidsregio’s. In 2022 is het startsein gegeven voor de meerjarige campagne Samen Veilig Rondom Chemelot. Onder deze benaming laten Chemelot, VRZL, gemeente Beek, gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, provincie Limburg, brandweer, GGD Zuid Limburg en politie de komende jaren zien wat de risico’s zijn van wonen in de omgeving van een chemisch industrieterrein. En wat Chemelot, overheden en hulpdiensten doen om die risico’s te beperken.
Ook is er uitgebreide aandacht voor wat omwonenden zelf kunnen doen bij incidenten. De veiligheidsbeleving van omwonenden verschilt van die van de bovengenoemde partijen. Daarom wordt de communicatie-inhoud in lijn gebracht met de communicatiebehoeften van specifiek omwonenden.
2.4.6 Wet open overheid (WOO) De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 (deels) in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden en semi-overheden transparanter te maken om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen. De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Naast de Woo is er sprake van ‘aanpalende’ informatiewetgeving, reeds geldend of in behandeling, zoals de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Archiefwet. De Woo (en andere i-wetten) brengt voor de veiligheidsregio een aantal verplichtingen met zich mee die zowel een juridische en technische opgave zijn, maar ook nopen tot een cultuurverandering. Met de implementatie van deze wetgeving hangen een aantal andere discussies/opgaven samen zoals het invoeren van elektronische handtekeningen, anonimiseren in openbaar te maken documenten en digitaal toegankelijk maken van documenten. De Wet Openbare Overheid zal tot structurele meerkosten gaan leiden. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het rijk, deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds.
Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. In 2023 is voortgebouwd op de eerste verkenning die in 2022 heeft plaatsgevonden en is de eerste hand gelegd aan een projectplan. VRZL heeft in 2023 in totaal drie Woo-verzoeken ontvangen die in behandeling zijn genomen. De ervaring die hierbij is opgedaan onderstreept het belang van een goede procesinrichting en de verdere vormgeving hiervan in 2024. In 2024 zal een verdere invulling gegeven worden aan de Woo, waarbij o.a. aandacht besteed zal worden aan de loketfunctie voor externen, het verder vormgeven van het Wooproces en de actieve publicatieplicht die naar verwachting in 2024 in werking zal treden.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 47/83
2.5 FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG (FLO) Het Algemeen Bestuur heeft in de bestuursvergadering van 6 december 2019 de nota reserves en voorzieningen vastgesteld. In deze nota is o.a. aangegeven dat de FLO-kosten (tot en met 2044) een grillig verloop hebben en dat deze moeten worden geëgaliseerd om de gemeentelijke bijdrage stabiel te houden. Om de kosten die samenhangen met het FLO te kunnen dragen heeft VRZL in 2021 op advies van de accountant een voorziening getroffen. De herijking FLO die in 2021 heeft plaatsgevonden heeft ertoe geleid dat er een forse extra structurele dotatie gedaan moest worden aan deze voorziening om te voorkomen dat deze voorziening negatief zou worden, iets dat niet mag bij een voorziening. In het AB van 14 april 2023 heeft het AB het besluit genomen dat ten aanzien van de hogere FLO kosten, de zienswijzen van de deelnemende gemeenten meegenomen hebbende, een structurele reguliere bijdrage van deelnemende gemeenten VRZL inzake de FLO voorziening en met een omvang van in totaal € 560.000 met ingang van 2023 te laten plaatsvinden. De FLO overgangsregeling is sinds 2019 aangepast naar een gegarandeerd netto loon van 75%. Dit loon bestaat uit de uitkering levensloop aangevuld met bijdrage van de werkgever tot aan de pensioendatum. Door een recente wetswijziging stopt de levensloopregeling landelijk in 2022.
In 2022 is de regeling “netto FLOspaartegoed” gestart. Medewerkers kunnen door deze wetswijziging zelf kiezen wanneer zij de FLO laten ingaan. Dat kan een verschuiving van kosten tot gevolg hebben waardoor bestuurlijk is afgesproken de FLO jaarlijks te herijken en te monitoren op inhoud en effecten. Inzake de FLO is met het AB afgesproken dat er jaarlijks een herijking plaatsvindt van de FLO kosten. Dat is de maand april 2023 gebeurd en in de maand juli 2023 heeft er opnieuw een herijking plaatsgevonden van de FLO kosten. Ook in de maand oktober 2023 wordt een herijking gedaan aangezien de spaarbedragen opnieuw berekend worden door de WVSV en o.a. aangepast aan de onlangs doorgevoerde Cao-verhoging. Dat heeft ertoe geleid dat vanaf het boekjaar 2023 een extra incidentele dotatie dient te worden gedaan aan de FLO voorziening van € 900.000.- Deze extra incidentele dotatie is door het AB in haar vergadering van 13 oktober 2023 goedgekeurd door middel van een technische begrotingswijziging. FLO zal in de maand januari 2024 nogmaals herijkt worden en daarmee gemonitord op inhoud en effecten. Het gemeenschappelijke belang om de FLO-casus goed en structureel af te hechten staat hierbij voorop.
2.6 HOOGWATERRAMP In de maand juli 2021 is Zuid-Limburg getroffen door een Hoogwaterramp van exceptionele proporties. Vijf dagen lang is onze organisatie op de proef gesteld en waren we maximaal opgeschaald. VRZL is verantwoordelijk geweest voor de coördinatie van de hulpverlening. Samen met onze vertrouwde partners en met hulp van velen uit andere veiligheidsregio’s en uit andere organisaties hebben we een gigantische klus geklaard. Gezien de omvang en impact is sprake van forse financiële consequenties. In eerste aanleg moet daarbij natuurlijk vooral aan de schade voor getroffen burgers en bedrijven worden gedacht, maar de bestrijding van de (gevolgen van) de ramp is een kostbare aangelegenheid voor de betrokken (overheids)organisaties. Volgens artikel 55 lid 2 van de Wet veiligheidsregio’s verleent de Minister een bijdrage voor de kosten die voor een veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken. VRZL heeft een claim ingediend bij zowel de WTS alsook bij de WVR. Beide claims zijn door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beoordeeld met als uitkomst dat de door VRZL ingediende claims volledig zijn gehonoreerd, waardoor VRZL geen financieel nadeel heeft ondervonden. De vorderingen die waren opgenomen in de balans van de jaarrekening 2022 zijn daarmee gemitigeerd. Een en ander is afgerond in de eerste maanden van 2023
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 48/83
2.7 OEKRAÏNE / CRISIS NOODOPVANG ASIELZOEKERS Oekraïne: Op 24 februari 2022 is door het oorlogsgeweld in Oekraïne een grote stroom van ontheemden ontstaan. Vanwege de mogelijke komst van vele ontheemden uit Oekraïne naar Nederland, is de noodzaak ontstaan om op korte termijn voldoende opvangplekken te creëren. De toestroom van ontheemden uit Oekraïne is dermate hoog dat Nederland niet in staat is om binnen de bestaande structuren opvang te bieden. In de brief aan de Tweede Kamer van 8 maart 2022 heeft het kabinet toegezegd dat de kosten die worden gemaakt vanwege de realisatie en exploitatie van deze opvang van rijkswege worden vergoed. Dit besluit van de Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid voorziet in de vergoeding van de kosten die worden gemaakt door de veiligheidsregio’s, gemeenten en de GGD-en/GHOR en die zien op de coördinerende werkzaamheden en de eerste opvang in hun regio. Het besluit treedt in werking na de datum van uitgifte van de Staatcourant waarin zij wordt geplaatst. Het besluit voorziet in een incidentele bijdrage aan veiligheidsregio’s voor de daadwerkelijk gemaakte kosten (meerkosten) die aanvullend worden gemaakt ten behoeve van de coördinatie en eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne en dit besluit wordt voortgezet voor de periode vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.
VRZL heeft voor zowel het eerste halfjaar 2023 alsook voor het tweede halfjaar 2023 een voorschot aangevraagd voor de kosten die hiermee gepaard gaan. Beide aanvragen zijn gehonoreerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De middelen die hiermee gepaard gaan zijn inmiddels ontvangen zodat de liquiditeit van VRZL gegarandeerd is. De volgende in die periode gemaakte kosten komen voor vergoeding in aanmerking: (a) De kosten die veiligheidsregio’s maken voor de coördinatie en de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. (b) De kosten die binnen een regio waarbinnen een veiligheidsregio haar taken uitvoert, door gemeenten worden gemaakt, voor zover deze in plaats van of in aanvulling op, de veiligheidsregio belast zijn met de coördinatie en de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. (c) De kosten die binnen een veiligheidsregio door GGD en GHOR worden gemaakt, voor de uitvoerende taken die betrekking hebben op de opvang van ontheemden uit Oekraïne en voor zover deze taken niet in aanmerking komen voor een vergoeding op grond van de Wet publieke gezondheid of een andere regeling op basis waarvan de organisatie haar taken uitvoert. De onder b en c bedoelde kosten worden via de desbetreffende veiligheidsregio gedeclareerd.
Crisisnoodopvang asielzoekers In het Veiligheidsberaad van 23 mei 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een dringend beroep gedaan op de veiligheidsregio’s om te helpen bij het ontlasten van het aanmeldcentrum in Ter Apel door middel van het realiseren van tijdelijke crisisnoodopvang van asielzoekers. In lijn met hiertoe gemaakte afspraken met de operationeel directeur COA, is door de RCDV een aflosschema crisisnoodopvang voor de veiligheidsregio’s opgesteld, waar het Veiligheidsberaad op 7 juni 2022 mee heeft ingestemd. Volgens dit aflosschema spannen telkens vier veiligheidsregio’s zich in om gedurende 14 dagen 150 crisisnoodopvangplekken voor asielzoekers uit Ter Apel te realiseren, leidend tot een continue beschikbaarheid van 600 crisisnoodopvangplekken gedurende een periode van 12 weken. Dit aflosschema is nog steeds operationeel. Bijna elke dag worden de veiligheidsregio’s benaderd om nog meer opvangplekken beschikbaar te stellen. De ambtelijke organisaties van gemeenten zijn niet in staat om nog meer inzet te leveren. In de praktijk is dit wel nodig bij crisisnoodopvang, omdat het COA geen of maar een heel klein deel van de benodigde inzet kan leveren en onvoldoende personeel heeft om haar afspraken ten aanzien van de crisisnoodopvanglocaties na te komen.
Het COA is in de praktijk niet bij machte om, zoals afgesproken, de medische zorg op de opvanglocaties te organiseren, zodat ook deze taak bij de gemeenten en/of veiligheidsregio’s landt. Aan veel afspraken die door de RCDV, met instemming van het Veiligheidsberaad (Veiligheidsberaad 7 juni 2022), met het COA zijn gemaakt, wordt door het COA (nog) niet voldaan.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 49/83
Daarbij is er nog steeds geen beeld hoe het COA ervoor zorgt dat asielzoekers, na de crisisnoodopvang, naar (semi)permanente opvangplekken worden gebracht. Sterker nog, nu worden asielzoekers van de ene crisisnoodopvang naar de volgende gebracht (van sporthal naar sporthal). Er is gelukkig wel duidelijkheid ontstaan inzake de vergoeding van gemaakte kosten door VRZL inzake CNO. Eind 2022 is de afspraak gemaakt dat het COA de kosten aan VRZL voor 100% vergoed. Voor 2023 is dat ook gebeurd. Met het COA hebben wij de afspraak kunnen maken dat wij met ingang van 2023 telkenmale na afloop van de maand een declaratie insturen van de gemaakte kosten CNO, waarna het COA de factuur binnen een termijn van 14 dagen betaald aan VRZL. Vermeldenswaardig is ook dat in samenwerking met de gemeente Sittard op 12 juni 2023 een opvangcentrum ten behoeve van CNO operationeel is, naast het gebouw van de VRZL, voor maximaal 300 asielzoekers. Dit voor de duur van één jaar. Na twee jaar Corona, meer dan een jaar opvang van Oekraïners en daarnaast de inspanningen ten behoeve van CNO komen veiligheidsregio’s en gemeenten nauwelijks nog aan de eigen taken toe. Ondanks eerdere toezeggingen vanuit andere overheidsorganisaties is van personele bijstand nog geen sprake. De veiligheidsregio’s en gemeenten lossen steeds meer uitvoeringsproblemen van het COA op.
Strakke coördinatie en prognoses vanuit het COA ontbreken. De inspanningen van de veiligheidsregio’s zijn niet alleen gericht op het ondersteunen en faciliteren van de gemeenten, maar ook op het bereiken van maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Wat is naar de samenleving toe verantwoord en hoe blijf je als overheid betrouwbaar? Het ontbreken van heldere prognoses van het COA en de steeds wisselende vraag richting veiligheidsregio’s en gemeenten, maken dit niet eenvoudiger. De asiel- en vluchtelingenketen vraagt in zijn totaliteit aandacht. Aan diverse landelijke tafels is bepleit om het vraagstuk breder aan te vliegen, maar dit krijgt nog lastig vervolg in de landelijke crisisstructuur. In de gemeenten en gemeenschappen komen alle vormen van opvang (particulier, via bedrijven en vakantieparken, crisisnoodopvang, noodopvang, satellietlocaties, asielzoekerscentra et cetera) voor alle doelgroepen (asielzoekers, statushouders en vluchtelingen uit Oekraïne) samen. Door de focus op één specifiek onderdeel uit deze keten te leggen, ontstaan geregeld een vertekend beeld en ongewenste effecten. Daarbij kent de problematiek rond de opvang van asielzoekers nauwe samenhang met andere grote dossiers, denk aan de problematiek rond de krapte op de woningmarkt.
2.8 MEERJARENBELEIDSPLAN VRZL 2024-2027 In de Wet veiligheidsregio's (Wvr) staat vermeld dat het bestuur ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt waarin het beleid is vastgelegd voor de taken van de veiligheidsregio. Ons huidige meerjarenbeleidsplan Samen Veilig 2020-2023 loopt dit jaar ten einde en vraagt om een actualisatie voor de komende beleidsperiode. Deze actualisatie is doorgevoerd en afgelopen periode voorgelegd aan ons Algemeen Bestuur. Het betreft: 1. Het meerjarenbeleidsplan 2024 t/m 2027 Veiligheidsregio Zuid-Limburg (artikel 14 Wet veiligheidsregio’s); 2. De onderliggende stukken die daarbij horen, te weten: a) provinciaal risicoprofiel 2023 incl. voorstel te prioriteren risico’s (artikel 15 Wet veiligheidsregio’s) b) brandweerrisicoprofiel (artikel 15 Wet veiligheidsregio’s) c) oefenbeleidsplan ‘MOTO’ (artikel 14 lid d. Wet veiligheidsregio’s) d) dekkingsplan 2024 t/m 2027 inclusief materieelspreidingsplan 2023 (artikel 14 lid f. Wet veiligheidsregio’s) e) visie op inrichting risicobeheersing en beschrijving niet wettelijke adviesfunctie, waaronder de advisering met betrekking tot het omgevingsplan (artikel 14 lid e. Wet Veiligheidsregio’s) f) memo opbrengst Bestuurlijke dialoog Brandweerzorg 2023 en de vertaling daarvan in ambities voor de periode 2024-2027.
Het (ontwerp) beleidsplan is vanuit VRZL ter consultatie schriftelijk aangeboden aan de gemeenteraden. Met inachtneming van deze schriftelijke consultatie heeft het Algemeen Bestuur het meerjarenbeleidsplan VRZL 2024 t/m 2027 in haar vergadering van 13 oktober 2023 vastgesteld.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 50/83
Inzicht geven in de risico’s die ons kunnen overkomen en het effect dat die risico’s potentieel kunnen hebben is de basis van dit meerjarenbeleidsplan. We analyseren wat we als organisaties in de crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg aan slagkracht kunnen inzetten tegenover de aanwezige risico’s. Daarbij kijken we verder dan onze veiligheidsregio als organisatie. De uiteindelijke kracht wordt namelijk bepaald door de samenwerking van alle partners in het veiligheidsdomein. Tevens hebben we gekeken naar trends en ontwikkelingen binnen ons werkveld. Het ontstane beeld is in dit meerjarenbeleidsplan vertaald naar concrete ambities voor onze afzonderlijke programma’s. Ook is gekeken naar wat er de afgelopen periode allemaal is gebeurd en welke invloed dat heeft op wie we zijn, waar we voor staan en wat we de komende periode willen en moeten bereiken vanuit onze maatschappelijke rol en positie. Die terugblik was mede behulpzaam bij het vinden van antwoorden op de vraag in welke richting VRZL zich moet bewegen. De COVID19-pandemie, de hoogwaterramp in 2021 en de stroom aan vluchtelingen en asielzoekers als gevolg van oorlog, conflict en geweld leverden ons daarbij talrijke ervaringen en inzichten op. De belangrijkste ambities voor de komende jaren zijn: • Opzet van een flexibele, breed inzetbare crisisorganisatie, ook bij langdurige crises.
• Versteviging van de netwerkrol tussen VRZL en (vitale) partners. • Doorontwikkeling van de informatiearchitectuur en -veiligheid. • Transformatie van de werk- en denkwijze, van regelgericht naar risicogericht. • Invoering van een strategische personeelsplanning. Ons meerjarenbeleidsplan gaat uit van realistisch beleid met beoogde resultaten die passen bij de huidige tijdsgeest en binnen een verantwoord financieel beleid. Het voorliggende beleidsplan vervangt daarmee het huidige vastgestelde beleidsplan 2020-2023.
2.9 AFRONDING BESTUURLIJKE DIALOOG BRANDWEERZORG In 2021 en 2022 is een bestuurlijke dialoog gevoerd over de toekomst van de brandweerzorg. Bij burgemeesters en gemeenteraden hebben we tijdens meerdere sessies informatie ingewonnen voor de inrichting hiervan. Het resultaat van deze sessies is verwerkt in de ambities van het programma brandweerzorg. Tijdens de startsessie in 2021 heeft het Algemeen Bestuur het belang van de vrijwillige brandweer al benadrukt. Uit het oogpunt van betaalbaarheid maar zeker ook vanuit inwonersbetrokkenheid. Tenslotte heeft het bestuur aangegeven dat het binnen de huidige financiële kaders wil blijven. Ten aanzien van het mogelijk veranderend beleid inzake huisvesting, zullen de financiële effecten en risico’s apart worden beschouwd. Een aantal belangrijke opgetekende bestuurlijke kaders zijn: • Blijf vanuit het perspectief van alle inwoners van Zuid-Limburg kijken naar het verlenen van goede brandweerzorg en verlies hierbij de onderlinge solidariteit niet uit het oog. • De burgemeesters voelen zich verantwoordelijk voor de brandveiligheid binnen de gemeente. • De brandweer is dé adviseur fysieke veiligheid voor de gemeenten. • De gemeenten nemen het brandweerrisicoprofiel als uitgangspunt voor een gesprek met de brandweer om risicogericht keuzes te maken over de producten die de brandweer aan de gemeente levert.
Op basis van het brandweerrisicoprofiel willen gemeenten het gesprek aangaan met de brandweer. • De gemeenten maken de gevolgen van deze keuzes inzichtelijk voor de gemeenteraden (restrisico’s). • De keuzes worden verankerd in het integraal veiligheidsplan. • De niet-wettelijke taken zoals de brandweer die nu uitvoert staan hierbij niet ter discussie. Met de vaststelling in 2023 van het meerjarenbeleidsplan is de dialoog dan ook afgerond. Het onderwerp huisvesting wordt tijdens de reguliere procesgang in 2024 verder opgepakt.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 51/83
2.10 HUISVESTING BESTUURLIJKE OPDRACHT Het bestuur heeft opdracht gegeven om toekomstbestendige huisvestingsscenario’s uit te werken. De eigendomskwestie van kazernes dient hierbij nadrukkelijk te worden meegenomen in de scenario’s. De uitwerking hiervan is afgelopen periode gestart. Reeds eerder is bestuurlijk bekrachtigd dat, daar waar nieuwbouw aan de orde is, dit in eigendom van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL) komt. De fysieke plek van de kazernes volgt vanuit het dekkingsplan. Het uitgangspunt is dat er gezocht wordt naar regionale kaders waarbinnen er ruimte is voor lokale belangen. Het beeld is ontstaan dat vanuit regionaal perspectief centralisatie een positief effect kan hebben. Tijdens de dialoogsessie over huisvesting zijn reeds diverse bestuurlijke kaders opgetekend voor de onderwerpen: • Duurzaamheid; • Flexibiliteit / functionaliteit / innovatie; • Financiën en eigendom. Belangrijke vervolgstap is de duiding van adequate en actuele gegevens van het bestaande panden-bestand. Komend jaar wordt e.e.a. ter besluitvorming voorgelegd.
2.11 WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Met deze wijziging wordt o.a. de betrokkenheid van volksvertegenwoordigers bij het bestuur van een samenwerkingsverband vergroot. Het deel van de wet dat rechten geeft aan volksvertegenwoordigers is per 1 juli 2022 in werking getreden. Voor het andere deel (verplichtingen om bestaande gemeenschappelijke regelingen aan te passen, om zo scherpere afspraken te maken over bijvoorbeeld uittreding of evaluatie) geeft de wet een implementatieperiode van twee jaar. In 2023 hebben we hier al samen met andere gemeenschappelijke regelingen invulling aan gegeven. Aangezien deze wet voor alle gemeenschappelijke regelingen geldt, staan alle gemeenschappelijke regelingen voor dezelfde opdracht, actualisatie van de GR vóór 1 juli 2024. Hierdoor is het idee ontstaan om de krachten te bundelen en samen op te trekken in zowel kennisdeling als procesgang (o.a. richting de raden). Ondertussen is een dergelijk traject vormgegeven en ligt de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg momenteel voor zienswijze voor in de deelnemende gemeenten.
In lijn met de geest van de wetswijziging, zet de nieuwe gemeenschappelijke regeling VRZL in op een verbeterde informatiepositie van de gemeenteraden en meer betrokkenheid bij het besluitvormingsproces. Zo is het voorstel om in de toekomst ook het meerjarenbeleidsplan expliciet voor zienswijze aan te bieden aan de raden. Daarnaast is vanuit VRZL zo veel mogelijk gezocht naar gelijkloop met andere gemeenschappelijke regelingen in Limburg.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 52/83
3
DEEL C – JAARREKENING
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 53/83
3.1 BALANS (VOOR RESULTAATBESTEMMING) Activa
31 december 2023 31 december 2022
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa met economisch nut Gronden en terreinen
1.951.141
1.779.749
Bedrijfsgebouwen
12.780.276
13.040.640
Inventaris en inrichting Installaties ICT en automatiseringsapparatuur
994.255
872.271
1.006.458
1.118.679
349.684
355.959
Voer- en vaartuigen en haakarmbakken
16.575.102
17.658.509
Brandweermaterialen
1.698.173
1.982.435
Kleding
829.382 36.184.471
810.416 37.618.658
Totaal vaste activa
36.184.471
37.618.658
Vorderingen op openbare lichamen
11.535.261
10.811.984
Uitzetting in ’s Rijks schatkist
18.008.094
13.953.230
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar
Rekening-courant verhouding niet-financiële instellingen
9.244
-
Overige vorderingen
53.532 29.606.131
253.083 25.018.297
Liquide middelen
139.252
139.623
Overlopende activa
719.398
996.469
Totaal vlottende activa
30.464.781
26.154.389
Totaal activa
66.649.252
63.773.047
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 54/83
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 55/83
3.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Hieronder is het recapitulerend financieel overzicht weergegeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Veiligheidsregio Zuid-Limburg (totaal)
Rekening 2022
Begroting 2023 voor wijziging
Begroting 2023 na wijziging
Rekening 2023
Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Bijdrage Rijk (BDUR) extra Overige inkomsten Baten
45.371 1.880 6.288 13.094 66.633
43.914 1.908 6.153 1.945 53.920
47.775 1.947 6.816 691 28.458 85.687
47.775 1.947 6.816 417 32.918 89.873
Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten
29.537 1.678 611 507 14.072 1.050 1.179 4.356 52.990
32.409 2.168 783 516 4.449 925 954 4.337 46.541
31.213 2.216 525 521 28.276 1.008 847 4.428 69.034
31.259 1.847 496 474 30.290 995 1.089 4.423 70.873
Overhead Onvoorzien Totaal
10.312 10.312
9.996 10 10.006
11.819 196 12.015
12.057 196 12.253
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
3.586 3.586
1.923 3.396 -1.473
3.628 3.628
3.797 3.797
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
4.332 4.185 147
4.072 5.226 -1.154
4.976 3.966 1.010
4.976 3.966 1.010
Resultaat
-402
-
-
1.940
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 56/83
3.3 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Hierna wordt per categorie aangegeven welke grondslagen zijn gehanteerd. In de jaarrekening is de Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) als integraal onderdeel van VRZL verantwoord. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het dagelijks bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.
3.4 TOELICHTING OP DE BALANS Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 2.500 en een levensduur van > 2 jaar worden conform de financiële verordening geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegen duurzame waardeverminderingen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. VRZL beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een duurzame waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld.
Van een duurzame waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een verlies als gevolg van een duurzame waardevermindering wordt direct als een last verwerkt in het overzicht van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het actief.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 57/83
Afschrijvingen De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening zoals vastgesteld door het algemeen bestuur in haar vergadering van 24 september 2021. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten op 1 januari van het jaar ná ingebruikname van het actief. De afschrijvingstermijnen worden bepaald op basis van de verwachte gebruiksduur rekening houdend met een restwaarde die nihil is. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate verwerkt in de jaarrekening. De volgende afschrijvingstermijnen, zoals vastgelegd in de financiële verordening, zijn van toepassing: Activa
Afschrijvingstermijnen in jaren
Gronden en terreinen Gebouwen en renovaties Installaties Inventaris en inrichting ICT en automatiseringsapparatuur Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Brandweermaterieel Kleding
Niet over afschrijven 10 - 40 5 - 20 5 - 10 3-8 3 - 20 3 - 20 5 - 10
Vlottende activa De vlottende activa worden onderverdeeld in: • • •
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar De uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Tenzij anders vermeld, staan de liquide middelen ter vrije beschikking aan de Veiligheidsregio. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Op de overlopende activa wordt geen voorziening in mindering gebracht
Vaste passiva Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een besluit van het algemeen bestuur voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van VRZL. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de nominale waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 58/83
Voorzieningen worden gevormd indien sprake is van: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatig verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren • De onderhoudsvoorzieningen hebben betrekking op diverse beheerprogramma’s en dienen voornamelijk tot gelijkmatige verdeling van lasten over een reeks van jaren, afhankelijk van de onderhoudscyclus. De vorming van een voorziening, dan wel dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als last in het betreffende boekjaar verantwoord. Onttrekkingen aan de voorziening worden rechtstreeks op de voorziening verantwoord en lopen niet via de exploitatie. Aan de voorziening ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht.
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Vaste schulden De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden onderverdeeld in: • •
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de ontvangen gemeentelijke en rijksbijdragen alsmede de overige inkomsten en alle aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. Hierbij wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd, met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel, het toerekeningsbeginsel en het realisatiebeginsel. Vennootschapsbelasting VRZL heeft geen activiteiten die vallen onder de vennootschapsbelasting en is derhalve niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 59/83
3.4.1 Vaste activa 3.4.1.1 Materiële vaste activa met economisch nut Per einde boekjaar 2023 bedraagt de boekwaarde van de materiële vaste activa € 36,2 miljoen (ultimo 2022 € 37,6 miljoen). Voor de opbouw naar activasoort wordt verwezen naar het onderstaande overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven. Overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving
Boekwaarde
Vermeerderingen
Afschrijvingen
Boekwaarde
31 december
2023
2023
31 december
2022
2023
Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen
1.779.749
171.392
-
1.951.141
b. Bedrijfsgebouwen
13.040.640
371.987
632.351
12.780.276
872.271
263.677
141.693
994.255
1.118.679
101.375
213.596
1.006.458
c. Inventaris en inrichting d. Installaties e. ICT en automatiseringsapparatuur
355.959
130.974
137.249
349.684
d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken
17.658.509
1.018.024
2.016.676
16.575.102
e. Brandweermaterialen
1.982.435
224.541
494.688
1.698.173
810.416
363.578
344.612
829.382
37.618.658
2.645.548
3.980.865
36.184.471
f. Kleding Totaal materiële vaste activa
Overzicht kapitaallasten Omschrijving
Afschrijvingen
Rente
Kapitaallasten
2023
2023
2023
Materiële vaste activa met economisch nut a. Gronden en terreinen
-
20.906
20.906
b. Bedrijfsgebouwen
632.351
153.180
785.531
c. Inventaris en inrichting
141.693
10.246
151.939
d. Installaties
213.596
13.140
226.736
e. ICT en automatisering
137.249
4.181
141.430
2.016.676
207.423
2.224.099
494.688
23.286
517.974
344.612 3.980.865
9.520 441.882
354.132 4.422.747
d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken e. Brandweermaterialen f. Kleding Totaal materiële vaste activa
Toelichting mutaties materiële vaste activa met economisch nut 2023 Alle investeringen die in 2023 zijn gedaan, passen binnen het door het algemeen bestuur goedgekeurde meerjarig investeringsplan. Gronden en terreinen Saldo per 31.12.2023 is € 1.951.141. In 2023 is voor € 171.392 grond aangekocht voor de kazerne SittardOost. Bedrijfsgebouwen Saldo per 31.12.2023 is € 12.780.276. In 2023 is in de nieuwbouw kazerne Sittard Oost € 214.614 geïnvesteerd en voor inbreiding kazerne Maastricht Zuid is € 70.134 geïnvesteerd. Installaties Saldo per 31.12.2023 is € 1.006.458. In 2023 is er voor € 101.375 in installaties geïnvesteerd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 60/83
Inventaris en inrichting Saldo per 31.12.2023 is € 994.255. In 2023 is er voor € 220.069 nieuwe inventaris aangeschaft. Het betreft voornamelijk vervanging van bestaande inventaris. Zonwering Maastricht Noord € 80.720. • •
Inventaris Zuigschrobmachine
€ €
220.069 24.431
ICT- en automatiseringsapparatuur Saldo per 31.12.2023 is € 349.684. De investeringen in 2023 bedroegen € 130.974 en hebben o.a. betrekking op: • • • •
iPhone Videoconference (teams) Laptops Beeldschermen
€ € € €
49.747 17.006 52.886 9.716
Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Saldo per 31.12.2023 is € 16.575.102. De investeringen in 2023 bedroegen € 1.018.024 en betreffen o.a.: • • • • •
Redgereedschap Modificatie voertuigen Meetapparatuur Warmtebeeldcamera’s WTS
€ € € € €
682.133 116.376 31.069 45.824 62.915
Brandweermaterialen Saldo per 31.12.2023 is € 1.698.173. De investeringen in 2023 bedragen totaal € 224.541 en hebben betrekking op onder meer: • • • • • • • •
Oefenpoppen Knetterkasten Testapparatuur duiken Werkluchtcompressor Duikpakken Werkplaatsapparatuur Pagers P2000
€ € € € € € € €
16.393 9.069 28.656 16.486 5.345 41.613 27.210 22.748
Kleding Saldo per 31.12.2023 is € 829.382. In 2023 is voor € 363.578 aan bluskleding aangeschaft. 3.4.2 Vlottende activa 3.4.2.1 Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Het saldo per 31 december 2023 bedraagt € 29.606.131. De vorderingen op openbare lichamen aan het einde van 2023 bedragen € 11.535.261, waarvan een aanzienlijk deel bestaat uit een vordering op het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers met betrekking tot verschillende locaties van noodopvang in Oekraïne, ter waarde van € 10.757.428. Daarnaast omvat de vordering de afrekening met de Veiligheidsregio Limburg-Noord met betrekking tot de gezamenlijke meldkamer, ter hoogte van € 252.142. Ten slotte bedraagt de vordering op de Zuid-Limburgse gemeenten € 75.560. De overige vorderingen op openbare lichamen bedragen € 450.131. Conform artikel 39 van het BBV wordt de rekening-courantverhouding met het Rijk, het Schatkistbankieren, van € 18.008.094 gepresenteerd onder uitzettingen in 's-Rijksschatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar. Het verschil tussen de boekjaren 2022 en 2023 wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de kosten voor noodopvang van vluchtelingen niet zijn voorgefinancierd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 61/83
Het saldo op de rekening-courantverhouding van € 9.244 betreft een vordering op het EMRIC-project. De overige vorderingen betreffen vorderingen op derden. De afwikkeling van deze vorderingen verloopt normaal.
Specificatie uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Omschrijving Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekening-courant verhouding niet-financiële instellingen Overige vorderingen Totaal
31 december 2023 11.535.261 18.008.094 9.244 53.532 29.606.131
31 december 2022 10.811.984 13.953.230 0 253.083 25.018.297
3.4.2.2 Overzicht Schatkistbankieren De Wet Schatkistbankieren schrijft voor dat de decentrale overheden, waaronder ook de Veiligheidsregio, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën. In 2023 is een drempelbedrag bij de bank gehanteerd van € 1.694.000. Er zijn geen overschrijdingen geweest in 2023. Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000.
Berekening benutting drempelbedrag Schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 1.694 Kwartaal 1 Kwartaal 2 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 133 151 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 1.561 1.543 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 84.677 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat 84.677 kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
Kwartaal 3 145
Kwartaal 4 139
1.549 -
1.555 -
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,02 Drempelbedrag 1.694 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks 11.970 13.741 13.340 12.788 schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's 133 151 145 139 Rijks schatkist aangehouden middelen
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2023
pagina 62/83
3.4.2.3 Liquide middelen Saldo per 31.12.2023 is € 139.252. De liquide middelen laten per ultimo 2023 een positieve stand zien van € 0,14 miljoen (2022: € 0,14 miljoen) en bestaan uit € 2.793 aan contante middelen en uit € 136.459 aan tegoeden bij bankinstellingen. Specificatie liquide middelen Omschrijving Kas Bank Totaal
31 december 2023 2.793 136.459 139.252
31 december 2022 6.406 133.217 139.623
Rondom de liquide middelen zijn de regels van Schatkistbankieren van toepassing. In paragraaf 3.2.3.2 is het desbetreffende overzicht ingevoegd.
3.4.2.4 Overlopende activa Specificatie overlopende activa Omschrijving Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal