CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7. 24-27 Bijlage 2 Ontwerpbesluit gewijzigde GR Stadsregio Parkstad Limburg met zichtbare wijzigingen

Raadsvergadering 8 mei 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg10.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemeente: Simpelveld Voerendaal Brunssum Beekdaelen Landgraaf Kerkrade Heerlen

Aantal Leden: 2 2 2 2 2 2 2

Algemeen Bestuur Aantal stemmen per lid: 1,5 1,5 2,0 2,5 2,5 3,0 5,0

Totaal aantal:

14

(18)

Aantal stemmen totaal: 3 3 4 5 5 6 10 36

18 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-

Artikel 8 Het dagelijks bestuur Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door de burgemeesters van de deelnemende gemeenten; bij vaststelling van de regeling uit 8 7 leden. Ieder lid beschikt over één stem, zie onderstaande tabel.

Gemeente: Simpelveld Voerendaal Brunssum Beekdaelen Landgraaf Kerkrade Heerlen Totaal aantal:

Dagelijks Bestuur Aantal stemmen Aantal leden: per lid: 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 7 7

Artikel 9 Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur In de regeling is opgenomen dat de door de colleges van burgemeester en wethouders overgedragen bevoegdheden onverwijld door het algemeen bestuur (op voorstel van het dagelijks bestuur) worden overgedragen aan de bestuurscommissies. In 2014 kwamen overgedragen bevoegdheden terecht bij het Dagelijks Bestuur, via een latere wetswijziging van de Wgr is dat inmiddels het Algemeen Bestuur geworden. Op grond van artikel 33 van de Wgr kan de regeling anders bepalen. Door toevoeging van de betreffende passage aan lid 1 van artikel 9 wordt de aanpak uit 2014 gecontinueerd. De in lid 2 genoemde taken en bevoegdheden zijn feitelijk de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissies. In lid 3 wordt dit nog eens expliciet aangegeven. In de rolverdeling tussen de het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies heeft het dagelijks bestuur dan ook primair de verantwoordelijkheid voor: 1. De besturing en de (financiële) verantwoording van de gemeenschappelijke regeling het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg genoemd in artikel 4. 2. Het bevorderen en invullen van de samenwerking binnen Parkstad. 3. Het leggen van dwarsverbanden en initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten.

Dit via het aanhaken aan (bij voorkeur Parkstadbrede) kansrijke initiatieven (inclusief het verrichten van haalbaarheidsonderzoeken en het verrichten van lobby-activiteiten) die zich tijdens de uitvoering van het jaarplan kunnen aandienen en daarnaast voor 4. Bestuurscommissies/programma’s-overstijgende onderwerpen 5. grensoverstijgendechrijdende samenwerking -GROS- daarbij inbegrepen; het Dagelijks Bestuur fungeert in deze mutatis mutandis als een Bestuurscommissie GROS. 6. Het vervullen van de werkgeversrol voor de Parkstad organisatie. 7. De communicatie naar de stakeholders, zoals gemeenteraden, colleges, provincie, maatschappelijke organisaties. 8. De afwikkeling van de overdracht van de taken GBRD aan BsGW en het beheer van de daarvoor bestemde desintegratie- en frictiebudgetten (totdat dit is afgehandeld). Voor een uitgebreide toelichting op de in dit artikel genoemde taken en bevoegdheden wordt verwezen naar het “Besluit instellen Bestuurscommissies 2014” van het algemeen bestuur genomen op van 15 oktober 2014 respectievelijk het ‘Besluiten instellen nieuwe bestuurscommissies 2021’. Artikel 10 Besluitvorming door het dagelijks bestuur Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus (overeenstemming). Alleen indien er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt tot stemming overgegaan, waarbij ieder lid van het dagelijks bestuur één stem heeft. 19 Versie DB 22 nov.

2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-

Het artikel regelt verder de te volgen procedure bij het staken van de stemmen in de vergaderingen van hetdagelijks bestuur. Wanneer de stemmen staken, dan wordt de besluitvorming over dat bepaald onderwerp verdaagd tot de eerstvolgende ingeplande vergadering van het dagelijks bestuur of een extra te beleggen vergadering. Indien er sprake is van verdaging, stelt de voorzitter na heropening van de beraadslagingen vast of consensus bestaat of dat stemming nodig is. Indien stemming nodig is en de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Zie verder het vigerende Reglement van Orde. Artikel 11 De voorzitter De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen en is zowel voorzitter van het algemeen als van het dagelijks bestuur. Gelet op het feit dat wethouders geen lid van het Dagelijks Bestuur kunnen zijn, zal een aan te wijzen voorzitter altijd een burgemeester zijn. De Wgr zegt niets over het verplicht aanwijzen van een plaatsvervangend voorzitter. Bij de Stadsregio Parkstad Limburg is ervoor gekozen om een plaatsvervangend voorzitter te benoemen. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt deze zijn/haar taken met bijbehorende bevoegdheden over. Artikel 12 t/m 15 In deze artikelen wordt o.a. ingegaan op de taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris en de rechtspositie van het personeel.

Met de wijziging van artikel 14 in 2021 is deze aangepast aan de vigerende wetgeving. Artikel 16 Bestuurscommissies Met dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om bestuurscommissies te kunnen instellen. Ter behartiging van Kernagenda-onderwerpen moeten bestuurscommissies worden ingesteld; ter behartiging van Keuzeagendaonderwerpen kunnen bestuurscommissies worden ingesteld. Keuze-onderwerpen kunnen ook door reeds bestaande bestuurscommissies worden opgepakt/uitgevoerd. Artikel 17 Werkwijze van de bestuurscommissies Door het Algemeen Bestuur wordt vastgelegd hoe de werkwijze van de bestuurscommissies is geregeld. De ten behoeve van de Kernagenda ingestelde bestuurscommissies worden ondersteund door het Regiobureau. De ten behoeve van de Keuze-agenda ingestelde bestuurscommissies kunnen worden ondersteund door het Regiobureau. Hiervoor dient door de deelnemende gemeenten budget te worden toegekend (los van de reguliere bijdrage). Een ander conform het Raadsbesluit van 28 oktober 2013. In de praktijk ondersteunen de bestaande Bestuurscommissies veelal de op basis van de Keuze-agenda uit te voeren werkzaamheden. Evident is dat de reguliere bijdrage daar niet toereikend is en dat hiervoor door de deelnemende gemeenten extra c.q. aanvullende middelen aan de Stadsregio ter beschikking dienen te worden gesteld.

Artikelen 19 t/m 25 hoofdstuk Financiën Met uitzondering van artikel 21 behoeven deze artikelen geen nadere toelichting. De met ingang van 1 juli 2022 gewijzigde Wet heeft de zienswijzetermijn ten aanzien van de ontwerpbegroting met 4 weken verlengd (van 8 naar 12 weken). Tevens is de termijn voor toezending aan het college van GS verruimd (vóór 15 september in plaats van 1 augustus).Verder is nieuw dat het Dagelijks Bestuur de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis dient te stellen van zijn oordeel over de ontvangen zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.Hiervoor is bij de wetswijziging echter geen extra tijd opgenomen; dit alles dient binnen die twaalf weken te gebeuren. Het Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid om de begroting pas uiterlijk in de 2e week van september vast te stellen. De wens leeft om de begroting in de laatste AB-vergadering vóór het zomerreces van Parkstad Limburg vast te kunnen stellen. Het nog te doorlopen traject bij de Stadsregio wordt hiermee erg kort. Via werkafspraken met de raden zal worden geprobeerd de zienswijzen reeds binnen en tijdsbestek van acht weken te mogen ontvangen.

20 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-

Dit lukt alleen met instandhouding van de ‘oude’ zienswijzetermijn van maximaal 8 weken. Er moet ook nog tijd beschikbaar moet zijn om de gemeenteraden te informeren over de reactie van het Dagelijks Bestuur op de ontvangen zienswijzen. In de regeling wordt er expliciet voor gekozen om af te wijken van de in de wet genoemde termijnen en data. Dit heeft zijn beslag gekregen in het nieuwe artikel 21. De achtweken-termijn, genoemd in lid 3, biedt het Dagelijks Bestuur de gelegenheid te voldoen aan de wettelijke verplichting om de raden van de gemeenten, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis te stellen van zijn oordeel over de ontvangen zienswijze(n), alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. In lid 4 9 van artikel 21 is bepaald dat ten aanzien van begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de jaarlijkse bijdragen van de individuele gemeenten aan de regeling geen zienswijzen kunnen worden ingediend. Zienswijzen kunnen alleen worden ingediend bij wijzigingen die leiden tot een verhoging van de jaarlijkse bijdragen van de individuele gemeenten. Artikel 26 Archivering Dit artikel is in overeenstemming gebracht met de vigerende Archiefwetgeving.

Artikel 27 t/m 30 hoofdstuk Inlichtingen, verantwoording en terugroeping In deze artikelen wordt de inlichtings- en verantwoordingsplicht beschreven. Artikelen 31 t/m 34 35 hoofdstuk 8 (toetreding, uittreding, wijziging en opheffing van de regeling) Artikel 32 is in lijn gebracht met de formulering zoals die ook door de andere gemeenschappelijke regelingen binnen Parkstad Limburg wordt gebezigd. Artikel 34: Het besluit genoemd onder lid 2 leidt tot aanpassing van de regeling, waartoe de wettelijke wijzigingsprocedure dient te worden doorlopen. Artikel 35: Artikel 10, lid 2 van de wet biedt de mogelijkheid dat een regeling bepalingen kan inhouden omtrent de wijze waarop verandering kan worden aangebracht in de overgedragen bevoegdheden. Deze bepaling heeft als strekking dat indien de regeling dat bepaalt ook zonder wijziging van de regeling een uitbreiding, vermindering of andere wijzigingen kunnen worden aangebracht in het pakket van overgedragen bevoegdheden (Handelingen II 1983/84, p. 4835). Voorwaarde is dat de gemeenschappelijke regeling expliciet in de mogelijkheid voorziet en bepaalt op welke wijze dat dan moet gebeuren. Voorziet de gemeenschappelijke regeling niet in de mogelijkheid, dan kunnen de overgedragen bevoegdheden slechts gewijzigd worden door wijziging van de gemeenschappelijke regeling zelf krachtens art. 9 lid 1 en art. 1.

Overdracht buiten de gemeenschappelijke regeling om kan bijvoorbeeld geschieden bij afzonderlijk delegatiebesluit van de deelnemende besturen Een dergelijk besluit dient te worden toegevoegd aan het gemeentelijke register van gemeenschappelijke regelingen en bekend worden gemaakt door het desbetreffende bestuursorgaan. De overige artikelen behoeven geen toelichting. Artikelen 35 36 t/m 40 43 (slotbepalingen) Artikel 37 t/m 39 zijn nieuw en zijn toegevoegd naar aanleiding van de wetswijziging. Hierbij is zo veel mogelijk de uniforme formulering gevolgd. Artikel 41 lid 3: De feitelijke uitvoering hiervan berust bij de (plv.) directeur/secretaris dan wel bij een door hem/haar daartoe aangewezen ambtenaar. De overige artikelen behoeven geen toelichting.

----------------------------------------------------------------------

21 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=5a095e25-3252-459a-9bb9-1f207d22ac39