7. 24-25 Bijlage 2 Ontwerpbesluit gewijzigde GR RUD Z-L met zichtbare wijzigingen
Tekst van het document
25.3 De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden, naast de voorzitter, meeondertekend door de directeur. Artikel 26 (Vervallen) Dit artikel is vervallen Artikel 27 Overleg 27.1 Het dagelijks bestuur voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemers omtrent de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken. Tijdens dit bestuurlijk overleg wordt in ieder geval behandeld: a. de duur en kosten van de taakuitvoering; b. de opzegtermijn van de dienstverlening; c. de verrekening van eventuele desintegratiekosten bij vroegtijdige uittreding. 27.2 De bevoegdheden van het openbaar lichaam kunnen worden gewijzigd in geval van noodzakelijke aanpassing aan landelijke en/of Europese wetgeving.
Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) Hoofdstuk 5 Organisatiebepalingen Artikel 27 De Directeur 27.1 De omgevingsdienst heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van de omgevingsdienst en met de zorg voor een juiste taakvervulling door de omgevingsdienst. 27.2 Het dagelijks bestuur legt de instructie van de directeur vast in een directiestatuut.
Toelichting Hernummerd. Naamswijziging.
Artikel gesplitst. Instructie voor directeur door dagelijks bestuur aangezien de ambtelijke organisatie betreft.
27.3 De directeur van de omgevingsdienst fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
Naamswijziging. "ambtelijk" geschrapt.
27.4 De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden, naast de voorzitter, medeondertekend door de directeur in de hoedanigheid van secretaris.
Ondertekening in hoedanigheid secretaris.
Vervallen. -
Vervangen door wettelijk voorgeschreven evaluatiebepaling in artikel 41.
-
Geschrapt. Kan altijd en daarvoor is een wijziging van de GR noodzakelijk.
Pagina 17 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017) Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) Hoofdstuk 6 Financiën Hoofdstuk 6 Financiën Artikel 28 Begroting Artikel 28 Algemeen 28.1 Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast inzake het Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast inzake het financieel en administratieve beheer van het openbaar lichaam. financieel en administratieve beheer van het openbaar lichaam. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet en artikelen 216 en De artikelen 216 en 217 van de Provinciewet zijn van 217 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing. overeenkomstige toepassing.
28.2 Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 15 april een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam voor het komende kalenderjaar, met bijbehorende toelichting, toe aan de raden en provinciale staten.
Toelichting Hernummerd. Betreft een regeling tussen provincie en gemeenten, waardoor ingevolge artikel 59 Wgr de artikelen uit de Provinciewet van toepassing zijn.
Artikel 29 Begroting Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. 29.1 Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en concrete datum wordt geschrapt uit GR (wordt werkafspraak). bijbehorende stukken ten minste twaalf weken voordat deze aan Artikel 59 lid 1 Wgr schrijft voor dat het DB de ontwerp begroting het algemeen bestuur worden aangeboden, doch uiterlijk 30 april tenminste 12 weken voor aanbieding aan het AB, aan de van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de deelnemers stuurt voor zienswijzen. NB datum 30 april ontwerpbegroting geldt, toe aan de colleges en raden toegevoegd n.a.v. zienswijzeprocedure gemeenteraden/ onderscheidenlijk aan gedeputeerde staten en provinciale staten. provinciale staten.
28.3 In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam.
29.2 In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam.
Geen wijzigingen.
28.4 De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.
29.3 De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld.
Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject.
28.5 De raden en provinciale staten kunnen binnen 8 weken na toezending van de ontwerpbegroting hun zienswijzen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt, alvorens verzending van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur, de commentaren en zienswijzen van de raden en provinciale staten toe.
29.4 De raden en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.
Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject.
28.6 Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk 19 juli voorafgaande aan het jaar waar deze voor dient, vast. Terstond na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de deelnemers, en in ieder geval voor 1 augustus aan de minister. 28.7 Het bepaalde in dit artikel is ook van toepassing wanneer het wijzigingen van de begroting betreft.
29.5 Het dagelijks bestuur stelt de raden en provinciale staten Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 29.6 Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 29.7 Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. artikel 58, tweede lid, van de Wet genoemde datum zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 29.8 Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. begroting aan de raden en provinciale staten, die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
Pagina 18 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017)
Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) Toelichting 29.9 Het bepaalde in het eerste, vierde, vijfde, zevende en achtste lid Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. van dit artikel is, met uitzondering van de in het zevende lid genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Artikel 29 Jaarrekening Artikel 30 Jaarrekening 29.1 Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar 30.1 Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden en provinciale staten. aan de raden en provinciale staten. 29.2 Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast op uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop zij betrekking heeft. 29.3 Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling in het algemeen bestuur met bijbehorende stukken aan de minister. De jaarrekening dient in ieder geval voor 15 juli te worden verzonden.
30.2 Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar Hernummerd. vast op uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop zij betrekking heeft. 30.3 Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken Hernummerd. na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voorts aan de raden en provinciale staten.
29.4 Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: a. af te boeken van reserves, voor zover aanwezig; b. ten laste te brengen van deelnemers naar rato van ieders afname (= omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft; c. in de kalenderjaren of een deel van een kalenderjaar waarin nog geen personeel in dienst is van de RUD Zuid-Limburg, de resultaten ten laste te brengen van deelnemers naar afname van uren opgenomen in het werkprogramma van het jaar waarop de resultaten betrekking hebben.
30.4 Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: a. af te boeken van reserves, voor zover aanwezig; b. ten laste te brengen van deelnemers naar rato van ieders afname (= omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Sub c (oud) geschrapt. Niet meer aan de orde.
29.5 Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele te bestemmen voor: a. een egalisatiereserve; b. uit te keren aan deelnemers naar rato van ieders afname (= omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft; c. in de kalenderjaren of een deel van een kalenderjaar waarin nog geen personeel in dienst is van de RUD Zuid-Limburg, de resultaten naar afname van uren zoals opgenomen in het werkprogramma van het jaar waarop de resultaten betrekking hebben.
30.5 Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele te bestemmen voor: a. een egalisatiereserve; b. een uitkering aan de deelnemers naar rato van ieders afname (= omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Sub c (oud) geschrapt. Niet meer aan de orde.
Pagina 19 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017) 29.6 De deelnemers waarborgen de tijdige en volledige betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van gesloten en af te sluiten kort- en langlopende leningen, lease-contracten en rekeningcourantovereenkomsten. Artikel 30 Doorberekening van kosten 30.1 Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid, gehoord de raden en provinciale staten, nadere regels vaststellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen financiële bijdragen. 30.2 Deelnemers dragen bij aan de kosten van het goed functioneren van het openbaar lichaam en het uitoefenen van de hem opgedragen taken op basis van de feitelijke afname van taken. 30.3 Bij de kostentoerekening worden naast de directe uitvoeringskosten tevens de overheadkosten verdisconteerd.
30.4 Het algemeen bestuur kan ieder kwartaal voorschotnota’s indienen bij de deelnemers. 30.5 In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 30.6 Indien enig jaar een batig saldo oplevert wordt dit saldo toegevoegd aan het weerstandsvermogen van het openbaar lichaam. Het weerstandsvermogen mag maximaal 10% van de jaaromzet bedragen. Voor zover het batig saldo van enig jaar zou leiden tot een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de jaaromzet, wordt het saldo boven de 10% gerestitueerd, tenzij een meerderheid van de deelnemers gemotiveerd instemt met een doelreservering van het batig saldo voor het openbaar lichaam. Het algemeen bestuur stelt hiertoe een voorstel vast. 30.7 Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het algemeen bestuur een plan vast dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Het algemeen bestuur bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de deelnemers zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden en provinciale staten gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen.
Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) 30.6 De deelnemers waarborgen de tijdige en volledige betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van gesloten en af te sluiten kort- en langlopende leningen, leasecontracten en rekeningcourantovereenkomsten. Artikel 31 Doorberekening van kosten 31.3 Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid, gehoord de raden en provinciale staten, nadere regels vaststellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen financiële bijdragen. 31.2 Deelnemers dragen bij aan de kosten van het goed functioneren van het openbaar lichaam en het uitoefenen van de hem opgedragen taken op basis van de feitelijke afname van taken.
Toelichting Hernummerd.
Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
31.3 Bij de kostentoerekening worden naast de directe Geen wijzigingen. uitvoeringskosten tevens de overheadkosten verdisconteerd. 31.4 Het algemeen bestuur kan ieder kwartaal voorschotnota’s Geen wijzigingen. indienen bij de deelnemers. 31.5 In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemer Geen wijzigingen. verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 31.6 Indien enig jaar een batig saldo oplevert wordt dit saldo Tekstuele verduidelijking. toegevoegd aan het weerstandsvermogen van het openbaar lichaam. Het weerstandsvermogen mag maximaal 10% van de jaaromzet bedragen. Voor zover het batig saldo van enig jaar zou leiden tot een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de jaaromzet, wordt het saldo boven de 10% gerestitueerd, tenzij een meerderheid van de deelnemers gemotiveerd instemt met een doelreservering van het batig saldo voor het openbaar lichaam. Het algemeen bestuur stelt een voorstel van de deelnemers hieromtrent vast. 31.7 Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het Geen wijzigingen. weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het algemeen bestuur een plan vast dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Het algemeen bestuur bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de deelnemers zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo.
Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden en provinciale staten gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen.
Pagina 20 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017) Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) 30.b Wanneer het algemeen bestuur overeenkomstig het gestelde in 31.8 Wanneer het algemeen bestuur overeenkomstig het gestelde in het vorige lid een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen het vorige lid een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het nadelige exploitatiesaldo: nadelige exploitatiesaldo gedragen op basis van ieders afname a. Gedragen op basis van ieders afname (=omzet) in het jaar (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. waarop de jaarrekening betrekking heeft; b.
In de kalenderjaren of een deel van een kalenderjaar waarin nog geen personeel in dienst is van de RUD Zuid-Limburg, gedragen naar rato van afname van uren zoals opgenomen in het werkprogramma van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Artikel 31 Archief Artikel 32 Archief 31.1 Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden 32.1 Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van overeenkomstig en volgens een door het algemeen bestuur vast de bestuursorganen van het openbaar lichaam. te stellen regeling ingevolge artikel 40 van de Archiefwet 1995. 31.2 Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbestanden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de Rijksarchiefbewaarplaats te Maastricht.
32.2 De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Toelichting Sub b (oud) geschrapt. Niet meer aan de orde.
Hernummerd. Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject.
Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject.
32.3 Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. de archiefbescheiden van de bestuursorganen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 32.4 Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. de bestuursorganen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het Historisch Centrum Limburg te Maastricht. 32.5 Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. bestuursorganen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Historisch Centrum Limburg te Maastricht. 32.6 De aangewezen archivaris brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject.
32.7 Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van het openbaar lichaam.
Pagina 21 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017)
Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) Toelichting Artikel 33 Inspraak 33.1 Ingezetenen van de provincie en belanghebbenden kunnen via de Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. De wijziging van de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de Wgr introduceert de mogelijkheid burgers (ingezetenen van de deelnemers onderscheidenlijk bij gedeputeerde staten en deelnemers en andere belanghebbenden) te betrekken bij de provinciale staten betrokken worden bij de voorbereiding, voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR uitvoering en evaluatie van beleid. (art 10 Wgr). In een GR moet worden opgenomen of burgers betrokken worden en zo ja, op welke wijze en bij welke beslissingen. 33.2 In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten Toegevoegd n.a.v. zienswijzentraject gemeenteraden/provinciale dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met staten. ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 33.3 Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden, provinciale staten inbegrepen, het dagelijks bestuur hierom verzoeken.
Toegevoegd n.a.v. zienswijzentraject gemeenteraden/provinciale staten.
33.4 Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de provincie en de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Toegevoegd n.a.v. zienswijzentraject gemeenteraden/provinciale staten.
Hoofdstuk 8 Toetreding, uittreding, opheffing en wijziging Nieuw hoofdstuk Artikel 32 Toetreding Artikel 34 Toetreding Hernummerd. 32.1 Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van burgemeester en 34.1 Het algemeen bestuur doet naar aanleiding van een verzoek tot De procedures voor toetreding, uittreding en wijziging van de wethouders, dagelijkse besturen van waterschappen en toetreding een voorstel omtrent toetreding aan de deelnemers en regeling zijn geüniformeerd en in overeenstemming gebracht dagelijkse besturen van andere openbare lichamen, waartoe ook kan daarbij voorwaarden stellen. met de Wgr. Aan de toetreding kunnen ook voorwaarden worden de minister behoort die het aangaat, toetreden. verbonden, bijvoorbeeld door een toetreedsom te bepalen. De bevoegdheid voorwaarden te stellen, kan aan het algemeen bestuur worden toegekend. 32.2 Toetreding is mogelijk op ieder moment. 34.2 Toetreding vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van alle idem deelnemers. 32.3 Het betreffende bestuursorgaan dat wil toetreden, dient hiertoe een verzoek in bij het dagelijks bestuur. Het betreffende bestuursorgaan voegt hierbij het besluit tot toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan. 32.4 Het dagelijks bestuur brengt het verzoek ter kennis van het algemeen bestuur en geeft daarbij een advies over de toetreding.
34.3 De toetreding gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en de nieuwe deelnemer, een en ander met inachtneming van bekendmaking van de benodigde besluiten.
idem
Geschrapt.
32.5 Toetreding kan geschieden nadat het algemeen bestuur hiertoe bij unanimiteit heeft besloten.
Geschrapt.
Pagina 22 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017) Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) 32.6 Een lid van het algemeen bestuur kan slechts voor toetreding stemmen, nadat hij hiervoor de instemming van het bestuursorgaan van de deelnemer die hem heeft aangewezen heeft verkregen. Dit bestuursorgaan kan deze instemming pas verlenen na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan. Artikel 33 Uittreding Artikel 35 Uittreding 33.1 Een deelnemer kan uit de regeling treden door toezending aan 35.1 Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van het onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de Wet en bij of bestuursorgaan dat de regeling mede is aangegaan na verkregen krachtens artikel 18.21 van de Omgevingswet.
toestemming van het vertegenwoordigend orgaan van de betreffende deelnemer als bedoeld in artikel 51 van de Wet. 33.2 Het algemeen bestuur besluit over de voorwaarden waaronder de uittreding geëffectueerd kan worden en regelt de financiële en overige gevolgen van de uittreding.
Toelichting Geschrapt.
Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject.
35.2 Een deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van twee jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen of de wet tot een andere datum dwingt. 33.3 Uittreden vindt niet eerder plaats dan met ingang van 1 januari 35.3 Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. van het jaar volgende op dat waarin de voor uittreding uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet noodzakelijke wijziging van deze regeling in werking is getreden worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 33.4 Het uittreden van een van de deelnemers leidt niet tot opheffing 35.4 Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. van de regeling. algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 35.5 Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject.
deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Artikel 36 Procedure en inhoud van het uittredingsplan 36.1 Het in artikel 35, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 36.2 Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
Pagina 23 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017)
Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) Toelichting 36.3 Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 36.4 De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 35 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 36.5 Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden.
Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 34 Opheffing en liquidatie Artikel 37 Opheffing en liquidatie 34.1 Deze regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden 37.1 De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde bij of bestuursorganen van de deelnemers, met inachtneming van de krachtens artikel 18.21 van de Omgevingswet. Het besluit tot daartoe strekkende bepalingen van de Wet. opheffing wordt niet genomen voordat de raden onderscheidenlijk provinciale staten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij burgemeester en wethouders respectievelijk gedeputeerde staten naar voren te brengen. 34.2 Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan opgesteld na alle deelnemers te hebben geraadpleegd.
Hernummerd. Cf. regionaal voorstel gezamenlijk traject. Aanpassing aan begripsbepalingen GR.
37.2 Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan opgesteld na Geen wijzigingen. alle deelnemers te hebben geraadpleegd.
Pagina 24 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017) Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) Toelichting 34.3 Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers 37.3 Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers Geen wijzigingen. tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. voor het personeel. 34.4 Toewijzing van personeel aan de deelnemers vindt plaats bij 37.4 Toewijzing van personeel aan de deelnemers vindt plaats bij Geen wijzigingen. besluit van het algemeen bestuur. besluit van het algemeen bestuur.
34.5 Bij de ontbinding van het openbaar lichaam in verband met Kan vervallen. Is geregeld in artikel 9 lid 3 Wgr. opheffing van de regeling of anderszins, blijft het openbaar lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. Artikel 35 Wijziging Artikel 38 Wijziging Hernummerd. 35.1 Wijziging van de regeling kan plaatsvinden bij daartoe 38.1 Wijziging van de regeling kan plaatsvinden bij daartoe Op grond van artikel 9 lid 1 Wgr kan in de gemeen schappelijke strekkende besluiten van de bestuursorganen van alle strekkende besluiten van een tweederde meerderheid van de regeling bepaald worden dat de gemeenschappelijke regeling deelnemers die de regeling zijn aangegaan, na verkregen deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de Wet. reeds gewijzigd is wanneer toestemming van de vertegenwoordigende organen van de een in de gemeenschappelijke regeling bepaalde meerderheid deelnemers. van de deelnemers daarmee heeft ingestemd. Deze wijziging is dan voor alle betrokken deelnemers bindend, niet slechts voor diegenen die voor gestemd hebben. Dit vergroot de slagkracht en voorkomt vertragingen bij doorvoeren wijzigingen. 35.2 Zowel het dagelijks bestuur, als de bestuursorganen van de deelnemers kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
35.3 Een besluit tot wijziging dat conform het gestelde in het eerste lid tot stand is gekomen, treedt in werking op de in het wijzigingsbesluit genoemde datum.
38.2 Zowel het dagelijks bestuur als de deelnemers kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
Het bestuursorgaan = de deelnemer. Geschrapt. Komt niet overeen met artikel 42.3.
Pagina 25 van 26
VERSIE 19-1-2024
Overzicht wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling RUD/Omgevingsdienst Zuid-Limburg Wijzigingen op basis van gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, 1 juli 2022)/gezamenlijk tractject GR's in Limburg , Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra, 1 januari 2020) , Wet open overheid (Woo, 1 mei 2022) , Omgevingswet (Ow) (1 januari 2024) , Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (1 april 2023), interne aandachtspunten/correcties, naamswijziging en ingediende zienswijzen door gemeentetaden/provinciale staten. Tekst GR huidige GR (2e wijziging 2017) Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 36 Slotbepalingen 36.1 Het algemeen bestuur beslist in alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet. 36.2 Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. 36.3 Gedeputeerde staten zijn belast met verzending van deze regeling aan de minister. 36.4 Gedeputeerde Staten zijn belast met de bekendmaking van besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding, in de deelnemende provincie en gemeenten door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 137 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing lnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van deze regeling, alsmede de registratie van deze regeling.
Ontwerp tekst GR 2024 (incl. verwerkte zienswijzen) Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Artikel 39 Gevallen waarin de regeling niet voorziet Het algemeen bestuur beslist in alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet.
Toelichting Hernummerd. Hernummerd en hernoemd. Geen wijzigingen. Verplaatst naar artikel 42.
Artikel 40 Duur van de regeling De regeling is getroffen voor onbepaalde tijd.
Nieuw artikel
Artikel 41 Evaluatie De werking van de regeling zal om de vijf jaar geëvalueerd Bepaling gewijzigd n.a.v. zienswijzentraject gemeententaden/ worden, voor het eerst in 2030. Het dagelijks bestuur zal daartoe provinciale staten. een onderzoeksvoorstel en de daarmee gepaard gaande financiële consequenties aan de deelnemers voorleggen.
Artikel 37 Citeertitel 37.1 Deze regeling kan worden aangehaald als: gemeenschappelijke regeling RUD Zuid-Limburg en treedt in werking op 1 januari 2013.
Artikel 42 Bekendmaking en inwerkingtreding 42.1 De wettelijk voorgeschreven bekendmaking van deze regeling als bedoeld in artikel 52 jo. artikel 26 van de Wet, geschiedt door gedeputeerde staten. 42.2 Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. 42.3 Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. Artikel 43 Citeerwijze Hernummerd. Deze regeling kan worden aangehaald als: gemeenschappelijke Inwerkingtreding in apart artikel. regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Naamswijziging.
Pagina 26 van 26