7. 24-13 Bijlage 1 Regels
Tekst van het document
Regels
bestemmingsplan “Molsberg 83 en 85, Simpelveld” Planstatus: ontwerp Datum: 20231123 Plan identificatie: NL.IMRO.0965.BPmolsberg83en85-ON01 Auteur: tbergs_arvalis
1 Inleidende regels .................................................................................................................................. 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................. 22 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................ 24 Artikel 3 Agrarisch - Agrarisch Bedrijf................................................................................................ 24 Artikel 4 Waarde - Archeologie 2 ...................................................................................................... 35 Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 ...................................................................................................... 39 Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 ...................................................................................................... 43 Artikel 7 Waarde - Archeologie 5 ......................................................................................................
47 Artikel 8 Waarde - Ecologie ............................................................................................................... 51 Artikel 9 Waterstaat - Erosie ............................................................................................................. 53 3 Algemene regels ................................................................................................................................. 55 Artikel 10 Anti-dubbeltelregel ........................................................................................................... 55 Artikel 11 Algemene bouwregels ...................................................................................................... 56 Artikel 12 Algemene gebruiksregels .................................................................................................. 58 Artikel 13 Algemene afwijkingsregels ............................................................................................... 59 Artikel 14 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................ 63 Artikel 15 Algemene procedureregels...............................................................................................
65 Artikel 16 Overige regels ................................................................................................................... 66 4 Overgangs- en slotregels .................................................................................................................... 67 Artikel 17 Overgangsrecht ................................................................................................................. 67 Artikel 18 Slotregel ............................................................................................................................ 68
2
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan het bestemmingsplan Molsberg 83 en 85, Simpelveld van de Gemeente Simpelveld. 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen als vervat in het gml-bestand NL.IMRO.0965.BPmolsberg83en85-ON01. 1.3 Aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat voor wat betreft afmetingen en/of in architectonisch opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm) ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. Een aanbouw is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo. 1.4 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 Aaneengebouwd bebouwing welke wordt gekenmerkt door een rij van minimaal drie aan elkaar gebouwde hoofdgebouwen.
1.7 Aan huis gebonden bedrijf een bedrijf, geen detailhandel zijnde, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bouwwerk, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt. 1.8 Aan huis gebonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch, spiritueel, kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat voor de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bouwwerk, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt. 1.9 Achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 m van de voorkant van het hoofdgebouw.
3
1.10 Activiteit activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.11 Afhankelijke woonruimte een bijgebouw bij een woning, dat voor wat betreft ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht. 1.12 Agrarisch het (bedrijfsmatig) telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.13 Agrarisch bedrijf een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.14 Agrarisch bedrijfsmatig gebruik het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf. 1.15 Agrarische bedrijfsvoering het bedrijfsmatig maar niet noodzakelijk volwaardig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door het houden van dieren. 1.16 Agrarisch hobbymatig gebruik kleinschalig agrarisch gebruik, anders dan ten behoeve van een agrarisch bedrijf.
1.17 Agrarisch verwant bedrijf een agrarisch verwant bedrijf is een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden (bijv. dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hoveniersbedrijven, gebruiksgerichte paardenhouderijen en instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs). 1.18 Agrarisch hulpbedrijf een agrarisch hulpbedrijf is een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten waarbij gemechaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bosof natuurbouw wordt verricht, waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, tuin-, bos- of natuurbouwkundige methoden (bijv. mestopslag- en mesthandelsbedrijven, loonwerkbedrijven, veetransportbedrijven en veehandelsbedrijven), dierenpensions zijn uitgesloten.
1.19 Ambacht(elijk) het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, waarbij de omvang van de activiteit zodanig is, dat als deze in een woning en daarbij
4
behorende bijgebouwen worden uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.20 Antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.21 Antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.22 Archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.23 Architectonische waarde de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering. 1.24 Asielzoekerscentrum een opvangcentrum voor asielzoekers en/of vluchtelingen die tijdelijk in een land verblijven tot over hun asielaanvraag is beslist. 1.25 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.26 Bebouwingspercentage een in de verbeelding of regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogst mag worden bebouwd.
1.27 Bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen niet daaronder begrepen. 1.28 Bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.29 Bedrijfsvloeroppervlak het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 1.30 Bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor één huishouden (van één of meer personen), wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein. 1.31 Bed & breakfast een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de hoofdfunctie. Onder 5
een bed and breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.32 Beeldkwaliteit de aan een bouwwerk toegekende architectonische waarde met betrekking tot de bouwkundige vormgeving en ruimtelijke en functionele aspecten. 1.33 Begane grond de natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.34 Beperkte verkoop verkoop inherent en ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. Onder beperkt wordt verstaan maximaal 2 uur per dag gedurende reguliere werktijden. 1.35 Beperkt kwetsbaar object Objecten zoals benoemd in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.36 Besluit omgevingsrecht besluit van 25 maart 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wabo. 1.37 Bestaand a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan legaal aanwe-zig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een verleende omgevingsvergunning; b.
ten aanzien van gebruik: het legale gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan. 1.38 Bestaande legale woning/wooneenheid een woning/woningeenheid die ten tijde van het vaststellen van het bestemmings-plan legaal aanwezig was, waarmee wordt bedoeld dat hiervoor de benodigde ver-gunning(en) is/zijn verleend en onherroepelijk is/zijn geworden. 1.39 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.40 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.41 Berging een bijbehorend bouwwerk bestemd voor de stalling van bromfietsen, motorfietsen, fietsen, afvalcontainers voor huishoudelijk afval en overige huishoudelijke zaken. 6
1.42 Bevoegd gezag bestuursorgaan dat ingevolge de Wabo bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 1.43 Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander met de aarde verbonden bouwwerk, met een dak. 1.44 Boerderijwinkel detailhandel van agrarisch en agrarisch gerelateerde producten. 1.45 Borstwering het deel van de buitenmuren dat boven de zolder of dakvloer uitsteekt. Ook: een tot borsthoogte opgetrokken muur of open hekwerk van een balkon, loggia of dakterras. 1.46 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.47 Bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.48 Bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback en borstwering. 1.49 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.50 Bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel.
1.51 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.52 Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.53 Buitenopslag het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke.
7
1.54 Camping terrein met voorzieningen om te kamperen. 1.55 Carport/ overkapping een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw. Een carport/overkapping is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo. 1.56 Coffeeshop een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.57 Consument verzorgend ambacht/consument verzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis verbonden beroep, gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteit zodanig is dat als deze in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.58 Containervelden werk niet zijnde bouwwerk bestaande uit grond afgedekt met plastic, antiworteldoek en/of beton, eventueel in combinatie met andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen. De gewassen worden op deze afdeklaag los van de ondergrond geteeld in potten.
1.59 Cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat in de loop van de geschiedenis is ontstaan door het gebruik dat de mens van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.60 Dagrecreatie het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden. 1.61 Dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van dat gebouw bevindt en die in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.62 Dakterras een buitenruimte, behorende bij het gebruik van het hoofdgebouw dat bovenop het gehele of een gedeelte van een hoofdgebouw, aanbouw of uitbouw is gesitueerd. 1.63 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop, te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die, die goederen kopen respectievelijk huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 8
1.64 Dienstverlening het verrichten van diensten in een vorm die voor wat betreft ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met detailhandel en waarbij een rechtstreekse relatie bestaat met het publiek zoals reisbureaus, bankinstellingen, postkantoren, verzekerings- en/of administratiekantoren, makelaarskantoren, advocaten- en/of notariskantoren, uitzendbureaus, apotheken, praktijkvestigingen voor tandtechniek, kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio's, schoenmakerijen, kleermakerijen en video-/dvd-verhuurbedrijven, fotostudio's en hondentrimsalons, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en prostitutie. 1.65 Eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond. 1.66 (eet-)café een horecabedrijf, waarin alcoholvrije en alcoholhoudende dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse, al of niet in combinatie met het bereiden en verstrekken van maaltijden; de nadruk ligt echter op het verstrekken van dranken. 1.67 Erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt.
1.68 Escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.69 Evenement een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.70 Functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.71 Garagebox een ruimte geschikt en bestemd voor de stalling van auto's en (motor)fietsen, die onderdeel is van een zelfstandig gebouw of complex van gebouwen, dat uitsluitend bestaat uit één of meerdere garageboxen. 1.72 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.73 Gelijke hoogte een hoogteverschil per vloer of balklaag van maximaal 2,00 m (gemeten op het laagste punt). 9
1.74 Geluidgevoelige functies functies zoals bedoeld in het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen. 1.75 Geluidszoneringsplichtige inrichting een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone als bedoeld in die wet moet worden vastgesteld. 1.76 Geschakelde woning een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijbehorend bouwwerk verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd. 1.77 Gestapelde woning een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat. 1.78 Gevellijn de bouwgrens die nagenoeg gelijk loopt aan de as van de weg waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg(en) grenzende perceelsgrens. 1.79 Grondgebonden woning een gebouw dat uitsluitend één woning omvat en waarvan op het bijbehorende bouwperceel geen andere woningen voorkomen. 1.80 Hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.81 Horeca een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een (hotel-) restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum. 1.82 Horeca van categorie 1 een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt. 1.83 Horeca van categorie 2 een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria / snackbar, fastfood en broodjeszaak, lunchroom, ijssalon / ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken. 10
1.84 Horeca van categorie 3 een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar. 1.85 Horeca van categorie 4 een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder wordt begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. 1.86 Horeca van categorie 5 een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek / dancing, nachtcafé en een zalencentrum (met nachtvergunning). 1.87 Hotel een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van nachtverblijf met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse.
1.88 Houtteelt de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de meldingen herplantplicht ex artikel 2 en 3 van de Boswet. 1.89 Huishouden de bewoning van een woning door één persoon, of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur. 1.90 Kamerverhuur het verhuren van een onzelfstandige woonruimte. 1.91 Kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. Een stacaravan is geen kampeermiddel en is niet toegestaan. 1.92 Kampeerplaats een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, door middel van nummering, stroomvoorzieningen, erfafscheidingen of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal één kampeermiddel ten behoeve van tijdelijk recreatief verblijf. 1.93 Kampeerseizoen de periode van 15 maart tot 1 november, gedurende welke kampeermiddelen op een kampeerterrein geplaatst mogen zijn. 11
1.94 Kampeerterrein terrein of plaats waarop gelegenheid wordt gegeven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.95 Kantine een drink- en eetgelegenheid die zich bevindt bij bedrijven, scholen, sportvoorzieningen of andere instanties en die ondergeschikt is aan en uitsluitend ten dienste staat van de hoofdfunctie. 1.96 Kantoor een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijke administratieve aard ten behoeve van derden. 1.97 Karakteristieke bebouwing alle bouwwerken, welke zijn opgenomen in Bijlage 7 Karakteristieke bebouwing bij de regels: overzicht karakteristieke bebouwing. 1.98 Kantoor een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijke administratieve aard ten behoeve van derden. 1.99 Kelder een geheel ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk. 1.100 Kleinschalige beroepsmatige activiteiten een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch, spiritueel, kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, evenals een kapsalon of manicure.
1.101 Kunstwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. Dan wel creatieve voortbrengselen van de beeldende kunst. Onder kunstwerk wordt ook een (verplaatsbare) plantenbak verstaan. 1.102 Kwetsbaar object Objecten zoals benoemd in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.103 Landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.104 Lichte bedrijvigheid het op ambachtelijke wijze vervaardigen, herstellen, onderhouden of bewerken van producten en/of diensten in de vorm van bedrijven die voorkomen in de van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten. 12
1.105 Maaiveld bovenkant van het afgewerkt terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft na voltooiing van de bouw. 1.106 Maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten. 1.107 Manege een agrarisch verwant bedrijf dat derden de mogelijkheid biedt om op het manegeterrein of in de omgeving ervan te rijden en/of te trainen (dressuur) met manegepaarden, die gestald worden op het manegeterrein. 1.108 Mantelzorg langdurige, intensieve niet georganiseerde zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak door één of meer leden uit diens directe dan wel sociale omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. 1.109 Meergezinswoning een gebouw dat dient voor de permanente huisvesting van meerdere huishoudens in afzonderlijke woonruimten. 1.110 Monumenten alle bouwwerken conform artikel 6 Monumentenwet, alsmede gemeentelijke monumenten. 1.111 Mortuarium een gebouw waar het lichaam van een overledene gedurende enkele dagen wordt bewaard en/of opgebaard tot aan de begrafenis of crematie.
1.112 Natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.113 Nevengeschikte functie functie dat bijna gelijk staat aan de hoofdfunctie en waarvoor maximaal 50% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.114 Omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.115 Onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant gedeeltelijk onder peil is gelegen. 1.116 Ondergeschikte detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten. 13
1.117 Ondergeschikte functie functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.118 Ondergeschikte horeca het qua aard en omvang beperkt verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit in direct verband met andere ter plaatse toegestane hoofdactiviteiten (niet zijnde horeca). 1.119 Ondergeschikte loonwerktak Een agrarisch loonwerkbedrijf dat ondergeschikt is aan het agrarisch bedrijf en landbouwwerktuigen en vakmensen verhuurt aan agrarische bedrijven. 1.120 Onderscheidend concept concept dat aansluit bij de kernwaarden van de regio en de schaarse middelen die het toeristisch product in de Zuid-Limburg bijzonder maken niet negatief beïnvloeden (met name beleving van het landschap). 1.121 Ondersteunende horeca onder ondersteunende horeca wordt verstaan, horeca dat ten dienste staat van een andere hoofdactiviteit bijv. het verstrekken van consumpties bij excursies/rondleidingen op de boerderij of bij een proeverij op het agrarisch bedrijf. In deze vorm van horeca wordt geen consumptie verstrekt aan passanten.
1.122 Onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.123 Onzelfstandige woonruimte een woonruimte welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.124 Openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.125 Openbare nutsvoorziening een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.126 Opslag het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke.
14
1.127 Overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.128 Paardenbak een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijdactiviteiten, voorzien van een zand of grindbed, schorsbedekking of andere (constructief) materiaal ter versteviging van de ondergrond en al dan niet voorzien van een omheining. 1.129 Paramedische voorzieningen voorzieningen gericht op het verlenen van medische gezondheidszorg, anders dan door artsen, door bijvoorbeeld diëtisten, ergotherapeuten, fysiotherapeuten, huidtherapeuten, logopedisten, mondhygiënisten, oefentherapeuten Cesar en/of Mensendieck, optometristen, orthoptisten en/of podotherapeuten. 1.130 Patiowoning een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevels van belendende, dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing. 1.131 Pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.132 Parkeernorm aantal benodigde parkeerplaatsen bij een functie op basis van de ASVV/CROW normen. 1.133 Peil a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst of ten hoogste 3 m uit de grens van de weg is gelegen: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.
voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang meer dan 3 m uit de grens van de weg is gelegen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; c. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder hoofdtoegang: het afgewerk-te aansluitende terrein van dat bouwwerk. 1.134 Perceel een stuk grond dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van bijvoorbeeld heggen, afrasteringen, sloten, greppels of daarmee gelijk te stellen afschermingen. 1.135 Permanente bewoning bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf. 1.136 Plattelandsappartement een (deel van) een (voormalig) agrarisch gebruikt gebouw welke wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in zelfstandige eenheden. 15
1.137 Plattelandskamer Plattelandskamer is de benaming voor een bed & breakfast bij een agrariër. 1.138 Plattelandswoning een (voormalige) agrarische bedrijfswoning die -naast het gebruik als bedrijfswoning voor het agrarisch bedrijf waarbij de woning behoort- tevens mag worden gebruikt voor bewoning als burgerwoning door derden die geen functionele binding hebben met het bijbehorend agrarisch bedrijf, en die niet wordt beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf, met dien verstande dat de woning is gelegen binnen een agrarisch bouwvlak ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf. 1.139 Productiegebonden detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat die goederen vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.140 Productiegerichte paardenhouderij een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen en verhandelen van paarden. 1.141 Prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.
1.142 Raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen. 1.143 Recreatie activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.144 Recreatief medegebruik het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, en voor plaatsgebonden recreatieve activiteiten, zoals voor sportvisserijen, alsmede route-ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rusten informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.145 Recreatieverblijf een (deel van een) gebouw dat dient als verblijf voor recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.146 Relatie een koppelteken tussen twee vlakken. 1.147 Risicovolle inrichting een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (BRZO'99) of het Vuurwerkbesluit.
16
1.148 Ruimtelijke kwaliteit de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte. 1.149 Schuilgelegenheid een bouwwerk dat aan dieren de gelegenheid biedt te schuilen tegen weersinvloeden, waarbij de dieren vrij in en uit kunnen lopen. 1.150 Seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.151 Setback een dakopbouw, die gelegen is op tenminste 1 meter achter de denkbeeldig doorgetrokken achtergevel van een woning, met een hoogte van maximaal 3,3 meter, te meten vanaf de desbetreffende verdiepingsvloer. 1.152 Serviceshop een gebouw, of een gedeelte van een gebouw bij een benzinestation waar behalve autogerelateerde artikelen bij wijze van serviceverlening ook artikelen als bijvoorbeeld kranten, dranken, ijs, en daarmee vergelijkbare versnaperingen worden verkocht.
1.153 Spoorwegvoorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van het het railverkeer, zoals rails, perrons, overkappingen, fietsenstallingen, viaducten en onderdoorgangen, taluds, geluidsschermen, (keer)muren, transformatorgebouwen, stationsvoorzieningen en dergelijke. 1.154 Standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikma-kend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 1.155 Stedenbouwkundig beeld het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.156 Stichting Kwaliteitscommissie Limburg een onafhankelijke adviescommissie ingesteld om gemeenten in de provincie Limburg te adviseren over aanvragen voor ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de provinciale beleidsregels ‘Limburgs Kwaliteitsmenu 2012’ (LKM), zoals opgenomen in Bijlage 4 bij deze regels.
17
1.157 Straatmeubilair de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstobjecten, gedenktekens, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.158 Straatprostitutie het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.159 Supermarkt detailhandel in de vorm van een zelfbedieningszaak met een grote verscheidenheid aan hoofdzakelijk levensmiddelen. 1.160 Teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen/constructies met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlaten ten opzichte van normale open teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen wat leidt tot een beter kwaliteit product. 1.161 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen overkapping is maximaal 6 maanden of korter in het jaar aanwezig (al dan niet in een aaneengesloten periode). 1.162 Terras een buiten een gebouw gelegen gebied, waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt.
1.163 Twee-aaneen gebouwde bebouwing bebouwing bestaande uit halfvrijstaande en/of geschakelde hoofdgebouwen. 1.164 Uitvaartcentrum gebouw waarin de plechtigheid plaats vindt, waar aan iemand eer wordt bewezen na zijn of haar overlijden. 1.165 Vast kampeermiddel een stacaravan, trekkershut of ander recreatief verblijf met de bedoeling te plaatsen op een kampeerterrein voor een aantal jaren. 1.166 Verblijfsrecreatie het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats waarbij recreatief nachtverblijf centraal staat, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. Hieronder worden onder andere verstaan een camping, groepsaccommodatie, etc.. 1.167 Verdieping een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag op de begane grond.
18
1.168 Verkoopvloeroppervlakte de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte binnen een gebouw, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank. 1.169 Vloeroppervlakte totale oppervlakte dat gebruikt wordt voor een functie of activiteit, inclusief opslag/berging/ koeling e.d.. 1.170 Volwaardige intensieve veehouderij een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet (in overwegende mate) afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Op grond van toetsing aan de volgende elementen kan het als volwaardig worden aangemerkt: a. b. c. d. e. f. g. h.
de aard en omvang van het bedrijf; de arbeidsbehoefte die het agrarische hoofdberoepsbedrijf vergt; de mate waarin het bedrijf in het hoofdinkomen voorziet; de mate waarin de continuïteit van het bedrijf ook op de langere termijn is verzekerd; de outillage van het bedrijf; eventueel voorziene investeringen; de opleiding/ervaring van het bedrijfshoofd; het beschikken over voldoende mestproductierechten;
1.171 Voorgevel gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. 1.172 Voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.173 Vrijstaande bebouwing bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet in de perceelsgrens zijn gebouwd. 1.174 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.175 Waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.176 Weg een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.177 Werk een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde of een handeling. 19
1.178 Winkel een gebouw dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk is bedoeld om te worden gebruikt voor de uitoefening van detailhandel. 1.179 Woning/wooneenheid een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.180 Woningsplitsing het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden. 1.181 Woningtoevoeging het netto toevoegen van één of meerdere woning aan de bestaande woningvoorraad. 1.182 Woonverblijf een gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die zijn verbonden met de in dat gebouw gevestigde functie(s). 1.183 Woonwagen voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst. 1.184 Woonwagenstandplaats een stuk grond, aangewezen voor het bouwen van één woonwagen, alsmede de bijbehorende voorzieningen. 1.185 Woonzorgcomplex woonvorm, bedoeld voor ouderen die niet geheel zelfstandig kunnen wonen, maar geen behoefte hebben aan intensieve verzorging, zoals dat in een bejaardenhuis het geval is. De zorg wordt op maat verleend.
1.186 Zaalverhuur een inrichting ten behoeve van het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, waarbij het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of het verstrekken van drank voor consumptie ter plaatse mogelijk is. 1.187 Zelfstandige woonruimte een woonruimte welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.188 Zijstrook de strook grond gelegen naast het hoofdgebouw, waarvan de breedte wordt bepaald door de afstand tussen de zijdelingse perceelsgrens en de zijgevel van het hoofdgebouw over de volledige diepte van het bouwperceel, behorende bij het hoofdgebouw. 1.189 Zolder ruimte in een gebouw die hoofdzakelijk is (zijn) afgedekt met schuine daken. 20
1.190 Zorgunit een kant en klare aanbouw voor een tijdelijke zorgkamer waarin een slaapkamer en een badkamer is gerealiseerd zodat bewoner(s) gelijkvloers kunnen wonen. Deze tijdelijke zorgkamer wordt los op het erf geplaatst, direct of via een sluis bij de bestaande woning, waardoor op de begane grond een mogelijkheid tot intensieve zorg wordt gerealiseerd. 1.191 Zorgverlenende dienstverlening dienstverlening in het kader van maatschappelijke zorg, waaronder tevens wordt begrepen de verkoop en verhuur van zorgmaterialen en zorgmaterieel. 1.192 Zorgwoning zelfstandige woningen, waar zorg op afroep of 24 uurszorg beschikbaar is vanuit een verpleeg- of verzorgingshuis, een woonzorgcentrum of bijvoorbeeld een dienstcentrum.
21
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2 De bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 De dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 De goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 De inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.7 De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
2.8 De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 Peil a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst of ten hoogste 3 m uit de grens van de weg is gelegen: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, vermeerderd met 0,30 m; b. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang meer dan 3 m uit de grens van de weg is gelegen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld of terrein ter plaatse van de hoofdtoegang, vermeerderd met 0,30 m; c. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder hoofdtoegang: het afgewerk-te aansluitende maaiveld of terrein, vermeerderd met 0,30 m. 2.10 Het bebouwd oppervlakte van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
22
2.11 Het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming, waarbij overstekken van minder dan 50 cm buiten beschouwing worden gelaten.
23
2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch - Agrarisch Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan met een geheel of in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; b. de bestaande bedrijfswoningen, 2 in totaal; c. verblijfsrecreatie, in de vorm van 2 vakantieappartementen, uitsluitendter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2 plattelandsappartementen'; d. verblijfsrecreatie, in de vorm van maximaal 60 kampeerplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 60 kampeerplaatsen'; e. verblijfsrecreatie, in de vorm van voorzieningen, zoals het sanitairgebouw, receptie, slechtweer accommodatie met (voorzieningen voor) sport en spel en amusement, opslagdoeleinden, ondersteunende horeca met terras, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfrecreatie'; f. een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; g. het bouwen en gebruik van stacaravans en chalets is uitgesloten. met daaraan ten dienste: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
opslag ten dienste van het agrarische bedrijf en de (verblijfs)recreatie; dienstverlening beheer en onderhoud; groenvoorzieningen en tuin; speel- en wandelvoorzieningen; terrassen; wegen, voet- en fietspaden op het kampeerterrein en ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’; bermen en beplantingen; waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede voorzieningen voor de opvang, buffering en infiltratie van hemelwater.
3.1.2 Dubbelbestemmingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 16 lid 3. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Toegestane bebouwing Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd: a. gebouwen en maximaal 2 vakantieappartementen ten behoeve van de in artikel 3 lid 1 genoemde bestemming; b. twee bedrijfswoningen; 24
c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 3.2.2 Algemeen Voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen, binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: a. de goothoogte van agrarische bedrijfsgebouwen, mag ten hoogste 4,50 m bedragen; b. het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen, mag ten hoogste 10,00 m bedragen, tenzij anders is aangegeven door middel van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte'; c. agrarische bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak van ten minste 15° zullen en ten hoogste 45° mogen worden afgedekt, uitgezonderd bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, die ook plat mogen worden afgedekt; d. de gronden gelegen buiten het bouwvlak, mogen niet worden bebouwd. 3.2.3 Bedrijfswoningen Op dit agrarisch bedrijf en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoningen' mogen slechts twee bedrijfswoningen worden gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat: a. b. c. d.
één of meer agrarische bedrijfsgebouwen, geen woning zijnde, aanwezig is of zijn; de inhoud van de woning ten hoogste 750 m³ mag bedragen; de goothoogte van de bedrijfswoning maximaal 6,00 meter mag bedragen; de bouwhoogte van de bedrijfswoning maximaal 8,50 meter mag bedragen.
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. Bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van agrarische bedrijfsvoering mogen alleen binnen bouwvlak worden gebouwd; b. Bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van kampeerplaatsen, indien noodzakelijk voor het inrichten van kampeerplaatsen mogen ook buiten bouwvlak worden gebouwd binnen gronden met de aanduiding ‘kampeerplaats’; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 m; d. de bouwhoogte van antennes en reclamemasten mag niet meer bedragen dan 15,00 m; e. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6,00 m; f. in afwijking van het bepaalde in sub a zijn voedersilo's uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, waarbij de hoogte van voedersilo’s niet meer mag bedragen dan 12,00 m; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 4,00 m, met dien verstande dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, binnen het bouwvlak niet meer bedragen dan 8,00 m. 3.2.5 Plattelandsappartement Plattelandsappartementen zijn toegestaan uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2 plattelandsappartementen', met dien verstande dat: a.
uitsluitend de bestaande bedrijfsgebouwen, die minimaal gedurende drie jaar in agrarisch gebruik zijn geweest, worden gebruikt voor plattelandsappartementen. 25
b. c. d.
e. f. g. h.
Nieuwbouw is niet toegestaan en de huidige oppervlakte aan bebouwing mag niet worden overschreden; de plattelandsappartementen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van verblijfsrecreatie; de oppervlakte van één plattelandsappartement niet groter is dan 100 m2; het aantal plattelandsappartementen niet meer bedraagt dan het reeds voor deze locatie vergunde aantal, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2 plattelandsappartementen' maximaal 2 plattelandsappartementen zijn toegestaan; de karakteristiek van de gebouwen alsmede de complexiteit en de (landschappelijke) kenmerken van het (voormalig boeren) erf niet onevenredig worden aangetast; er sprake is van landschappelijke inpassing; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; er voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
3.3 Nadere eisen 3.3.1 Eisen Burgemeester en wethouders kunnen, rekening houden met het gestelde in artikel 3 lid 1.1, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b. c. d.
de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; de aard, hoogte en de situering van erfafscheidingen; voorzieningen voor voorkoming van hemelwaterproblematiek; landschappelijke inpassing en/of landschappelijke kwaliteitsverbetering.
3.3.2 Voorwaarden De onder artikel 3 lid 3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing; b. ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. ter verbetering van de gebiedskwaliteit. 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Goothoogte Burgemeester en wethouders kunnen middels omgevingsvergunning afwijken ten aanzien van de goothoogte, met dien verstande dat deze nimmer meer bedraagt dan 6,50 meter, mits: a. de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; c. er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschapselementen'. 26
3.4.2 Bouwhoogte Burgemeester en wethouders kunnen middels omgevingsvergunning afwijken ten aanzien van de bouwhoogte, met dien verstande dat deze nimmer meer bedraagt dan 11,00 m, mits: a. de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; c. er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschapselementen'. 3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Verboden gebruik Onder verboden gebruik wordt tenminste verstaan het gebruik van de gronden en opstallen voor, uitgezonderd de nader aangeduide activiteiten: a. ambachtelijke en/of industriële doeleinden; b. het voeren van een intensieve veehouderij; c. detailhandel, groothandel en verkoop van bedrijfsproducten; met uitzondering van een boerderijwinkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel boerderijwinkel'; d. transport- en/of garagedoeleinden; e. horecadoeleinden; f.
permanente of tijdelijke bewoning welke geen verband houdt met de agrarische bedrijfsvoering alsmede permanente bewoning van recreatiewoningen, kampeermiddelen, stacaravans en chalets of vakantieappartementen; g. opslagdoeleinden, behoudens opslagdoeleinden die verband houden met de verblijfsrecreatie of agrarische bedrijfsvoering, alsmede met een winterberging van onderkomens; h. wijziging van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen, is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de bestaande ammoniakemissie; i. oprichten van vaste standplaatsen, zoals chalets, vakantiewoningen e.d.; j. plaatsen / aanwezig zijn van kampeermiddelen buiten het kampeerseizoen. 3.5.2 Voorwaardelijke verplichting landschap Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming Agrarisch - Agrarisch bedrijf, voor zover dit toeziet op de gronden met de aanduiding ‘svr – 60 kampeerplaatsen’, is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in Bijlage 5 van deze regels, direct na het onherroepelijk worden van voorliggend plan wordt uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 3.5.3 Voorwaardelijke verplichting aanvraag omgevingsvergunning Bij een aanvraag omgevingsvergunning dient voor de uitvoering van de aanlegfase (d.w.z.
bouwactiviteiten en inrichten van het kampeer- en parkeerterrein) een aeuriusberekening te worden uitgevoerd om vast te stellen dat de activiteiten geen negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000 -gebieden.
27
3.5.4 Voorwaardelijke verplichting bodem Voor de functie aanduidingen “Specifieke vorm van recreatie” danwel voor bouwwerken waar meer dan 2 uur mensen ten behoeve van de verblijfsrecreatie verblijven dienen bij een aanvraag omgevingsvergunning danwel vóór ingebruikname van het terrein een toereikend bodemonderzoek te worden overlegd waaruit blijkt dat dat de bodemkwaliteit geschikt is voor desbetreffende functie. Het betreft o.a. het kampeerterrein, het sanitairgebouw, een slechtweeraccommodatie en het speelterrein. 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3 lid 5.1 ten behoeve van het toestaan van nevenactiviteiten onder de volgende voorwaarden: a. de nevenactiviteiten worden ondergebracht in de bestaande bedrijfsbebouwing. Alleen wanneer is aangetoond dat de bestaande bebouwing niet volstaat voor de nevenactiviteit, is nieuwbouw aan de orde, passend binnen de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan rechtens biedt. b. de nevenactiviteiten moeten gelieerd zijn aan het agrarisch bedrijf c.q. hieraan direct/indirect verwante nevenactiviteiten; c.
in afwijking van het bepaalde in sub b mogen niet-agrarische nevenactiviteiten uitsluitend worden uitgevoerd door de houder van het agrarisch bedrijf en diens familie in de 1e graad en gelden de volgende aanvullende voorwaarden: 1. niet-agrarische activiteiten zijn toegestaan tot en met milieucategorie 2 en niet-agrarische activiteiten die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met milieucategorie 2; 2. stalling van caravans, oldtimers en praalwagens is wel toegestaan als nietagrarische activiteiten. d. de ondergeschiktheid van de nevenactiviteiten wordt geborgd door de oppervlakte te maximaliseren. Het totaal aan nevenactiviteiten wordt beperkt tot het gebruik van maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de bestaande bebouwing, tot een maximale oppervlakte van 350 m²; e. de uitvoerbaarheid, maatschappelijk en economisch, is aangetoond; f. er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; g. het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd; h. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; i. de nevenactiviteiten mogen geen belemmering opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel van verzoeker; j. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; k. opslag buiten de aanwezige gebouwen als gevolg van de nevenactiviteit is niet toegestaan; l.
de activiteiten moeten landschappelijk goed inpasbaar zijn en mogen de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden niet onevenredig schaden; m. er is sprake van duurzaam waterbeheer; n. meerdere nevenactiviteiten zijn toegestaan binnen de gestelde kaders, met dien verstande dat een intensieve veehouderij als nevenactiviteit niet is toegestaan 28
o. verhuur van de bestaande bedrijfsbebouwing aan derden is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. uitsluitend ten behoeve van agrarisch gerelateerde producten waaronder wordt verstaan de opslag van hooi, stro, voedermiddelen en agrarische machinestalling. 2. uitgesloten is verhuur aan derden ten behoeve van overige niet-agrarische activiteiten. 3. verhuur aan derden ten behoeve van veestalling is uitsluitend toegestaan als aangetoond is dat er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen. 3.6.2 Detailhandel als nevenactiviteit (boerderijwinkel) Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3 lid 5.1 ten behoeve van het toestaan van een boerderijwinkel (detailhandel als nevenactiviteit) onder de volgende voorwaarden: a. boerderijverkoop onderdeel uitmaakt van een functionerend agrarisch bedrijf en wordt beëindigd bij beëindiging van het agrarische bedrijf; b. het betreft de verkoop van agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of agrarische producten die op het eigen bedrijf en/of in de directe omgeving daarvan op een ander agrarisch bedrijf zijn bewerkt; c. de vloeroppervlak voor de detailhandelsactiviteit is maximaal 200 m², dat is inclusief opslag/berging/ koeling e.d. ten behoeve van de detailhandelsactiviteit. d.