7 23-62 Bijlage 1 Regionaal Isolatie- en Verduurzamingsprogramma
Tekst van het document
Voor het meten van de effectiviteit wordt een dashboard ingericht met belangrijke indicatoren om de aanpak te kunnen monitoren. De volgende onderdelen zijn voor de monitoring van belang: • Input: alle acties gericht op bereik en conversie, zoals: verstuurde brieven, deelname aan activiteiten, gebruik van landelijke en lokale regelingen, het aantal energiecoaches en het aantal contactmomenten van uitvoeringspartners. Deze informatie kan grotendeels worden aangeleverd door uitvoeringspartners. Deels moet deze informatie zelf verzameld worden, bijvoorbeeld bij RVO of bij de betrokken communicatiemedewerker. Hiervoor zijn uren opgenomen in het programma. • Output: aantal geïsoleerde bouwdelen naar onderscheid eengezinswoningen en meergezinswoningen en het aantal woningen waar laagdrempelige maatregelen zijn gemonteerd bij de doelgroep energiearmoede. Deze informatie kan door de uitvoeringspartners worden aangeleverd. Het is belangrijk dat de gemeente in haar aanbestedingen meegeeft dat het bijhouden van deze data (binnen de kaders van privacyregelgeving) een uitvoeringsvoorwaarde is. Dit in verband met de verantwoording voor de besteding van de middelen. • Effect: over de looptijd van het programma kan het effect gemeten worden door verschillende criteria te meten, zoals voor temperatuur gecorrigeerd gasverbruik en afgemelde energielabels.
Het dashboard wordt gekoppeld aan Klimaatmonitor25 zodat de voortgang op energiebesparing gemonitord kan worden. Er is nog geen landelijk geaccepteerde methodologie om het aantal woningen te monitoren dat de Standaard heeft bereikt. Dit kan namelijk niet volledig en feilloos uit energielabels worden afgeleid. Meer generieke effecten zoals energieverbruik en CO2-reductie worden gemeten als onderdeel van PALET.
25 Klimaatmonitor: https://klimaatmonitor.databank.nl/
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
33
Om het dashboard in te richten en bij te houden zijn uren en out-of-pocketkosten opgenomen in het Isolatie- en Verduurzamings-programma. Cruciaal bij voortdurende monitoring en bijsturing is dat alle betrokkenen deze werkwijze onderschrijven, omdat het flexibiliteit in de uitvoering vraagt. Wanneer conversies achterblijven bij wat in dit programma is ingeschat wordt bijgestuurd door bijvoorbeeld extra of andere activiteiten te organiseren om de benodigde conversie wel te behalen. Figuur 13: Impressie dashboard voor monitoring uitvoeringsprogramma
4.1.3. Inzet WoonWijzerWinkel Limburg De gemeenten in de regio Parkstad Limburg maken gebruik van de WoonWijzerWinkel als digitaal en fysiek energieloket en klantenservice voor particulieren en VvE’s. WoonWijzerWinkel Limburg begeleidt bezoekers naar praktische informatie over regelingen, maatregelen en acties. De WoonWijzerWinkel houdt een website bij zodat landelijke en lokale regelingen en activiteiten altijd up to date zijn en faciliteert de transitie naar ontzorgwebsite www.parkstadverduurzaamt.nl. De WoonWijzerWinkel beschikt ook over een uitgebreid en groeiend netwerk van (betaalde) energiecoachesen klussers die een belangrijk onderdeel zijn van de regionale aanpak voor energiearmoede. De dienstverlening van de WoonWijzerWinkel wordt met het IVP alleen maar belangrijker omdat het aantal regelingen en activiteiten toeneemt. Het is de verwachting dat de vraag naar klantenservice toeneemt als het aantal activiteiten toeneemt, zowel telefonisch, digitaal als fysiek in de winkel.
Bovendien speelt WoonWijzerWinkel een belangrijke rol in de monitoring omdat zij zicht heeft op de werkzaamheden van de uitvoerders die via WoonWijzerWinkel opereren. WoonWijzerWinkel Limburg heeft een eigen exploitatie die buiten het IVP valt. Hier valt ook de inzet van de energiecoaches onder. Specifieke projecten die in het IVP zijn opgenomen kunnen wel uitbesteed worden aan WoonWijzerWinkel Limburg. 4.1.4. Uitbreiden loketten sociaal domein met duurzaamheidregelingen Alle gemeenten in de regio Parkstad Limburg beschikken over loketten voor het sociaal domein, waar inwoners terecht kunnen voor hulp met inkomen, zorg of maatschappelijk werk. Nu steeds meer mensen problemen hebben met de energierekening en er ook steeds meer duurzaamheidsregelingen beschikbaar komen voor mensen die in beeld zijn bij het sociaal domein, is het belangrijk om de expertise en dienstverlening van de ‘sociale loketten’ uit te breiden met kennis van duurzaamheidsregelingen en eventuele ondersteuning bij het aanvragen van die regelingen. Dit voorkomt dat mensen zich bij verschillende loketten
34
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
moeten melden en bevordert dat cliënten van het sociaal domein de weg naar duurzaamheidsregelingen die voor hen bedoeld zijn beter en sneller kunnen vinden. 4.1.5. Collectieve ontheffing Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming (Wnb). Het uitgangspunt is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. Dit is onder andere van toepassing op bouw- en verbouwingsactiviteiten, zoals het nemen van isolatie en energiebesparende maatregelen. Bijvoorbeeld, onder dakpannen broeden vaak mussen en in spouwmuren op de zuidkant hebben vleermuizen soms in de lente en zomer hun kraamkamers. In de praktijk betekent dit dat bij de meeste dak- en spouwmuurisolatie eerst ecologisch onderzoek gedaan moet worden, en zo nodig mitigerende maatregelen getroffen moeten worden om de flora en fauna te beschermen. Bij de provincie kan dan ontheffing aangevraagd worden om de maatregelen aan te brengen. Het onderzoek, de maatregelen en het regelen van de ontheffing komt voor rekening van de woningeigenaar. Dit werkt kostenverhogend en vertragend, en wordt ook door de Rijksoverheid gezien als een groot risico voor het opschalen van de isolatie van woningen. Er is nog geen landelijke, passende oplossing om het opschalen van de woningisolatie te verenigen met het beschermen van de flora en fauna.
Wel zijn er aanpakken ontwikkeld die de bestaande instrumenten zo efficiënt mogelijk inzetten, met name Provincie Utrecht en Provincie Overijssel experimenteren hiermee26. Het gaat dan om een gebiedsgericht ecologisch onderzoek, het opstellen van een soortenmanagementplan (SMP), het treffen van mitigerende maatregelen voor vleermuizen en vogels, en de monitoring van de effecten daarvan, waarna de provincie een ontheffing kan verlenen voor een heel gebied. Provincie Limburg heeft hiervoor budget gereserveerd om gemeenten vanaf 2023 te helpen met het opstellen van soortenmanagementplannen27. Stadsregio Parkstad, gemeenten en Provincie Limburg zijn hierover met elkaar in gesprek.
26 Programma Aardgasvrije Wijken: https://www.aardgasvrijewijken. nl/nieuws/2174812.aspx?t=PAW-in-de-praktijk-Leusden&utm_ source=nieuwsbrief_PAW&utm_medium=email&utm_ campaign=32&utm_uid=eacdb85760e04a6a815bbb5dd04454e5969dc72a 5c091607c1e2e84dbb2ebcab Provincie Utrecht: https://www.provincie-utrecht.nl/actueel/nieuws/utrechtsemethodiek-natuurvriendelijk-isoleren-nu-ook-overijssel 27 Provincie Limburg: https://limburg.bestuurlijkeinformatie. nl/Reports/Document/006ff8ac-a973-482e-8a1b4fc1da04d929?documentId=fc27474e-422a-4d3c-bd0b-80eaf5e56f0c
4.2. B – Lokale aanpak koopwoningen Deze programmalijn richt zich op een lokale aanpak voor koopwoningen, zowel woningen met een slecht energielabel en een lage WOZ-waarde (de NIPdoelgroep), als alle overige koopwoningen waar nog besparingspotentieel is. 4.2.1. Collectieve inkoopactie Centraal in deze programmalijn staan meerjarige collectieve acties voor inkoop van en advies voor isolatie en ventilatie voor particulieren. Het doel van deze actie is om zoveel mogelijk bouwdelen te isoleren gedurende de programmaperiode. Een collectieve actie houdt in dat woningeigenaren zich kunnen inschrijven op een financieel gunstig aanbod voor isolatiemaatregelen. De collectieve inkoopactie is een beproefde methode die jaarlijks honderden keren plaatsvindt door heel het land, en waar zowel uitvoeringspartners als aannemers veel ervaring mee hebben. Bij een collectieve actie worden woningeigenaren uitgenodigd voor een webinar of fysieke informatiebijeenkomst. Dit kan vanuit de gemeentelijke kanalen gecommuniceerd worden. Ook energieloketten, energiecoaches en energiecoöperaties kunnen een belangrijke rol spelen in het ‘aan de man’ brengen van de collectieve acties. Op de bijeenkomst krijgen inwoners meer informatie over de actie. De gemeente(n) en de betrokken (lokale) aannemers zijn vaak ook aanwezig.
Eigenaren kunnen aangeven voor welke maatregelen ze zich inschrijven en ontvangen op basis daarvan een offerte. Voor de juiste aanbieding inventariseert de uitvoeringspartner samen met de aannemers de woningen. Uitvoeringspartners hebben hiervoor vaak een eigen werkwijze, zoals een digitaal woningmodel, een schouw van representatieve woningtypes door de aannemer of een zelfschouw door de eigenaar met foto’s. Door akkoord te geven op de offerte doet de eigenaar mee. De actie is gericht op eigenaar-bewoners die niet in een VvE-zitten met een woning van na 1910. Voor oude woningen en monumenteneigenaren is maatwerkondersteuning van bijvoorbeeld het Restauratiefonds of het Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Monumenten beschikbaar. Voor VvE’s is een aparte activiteit opgenomen in het IVP. Ook de woningcorporaties werken aan het verduurzamen (en renoveren) van hun woningvoorraad. Hierover zijn afspraken gemaakt in de zogenaamde prestatieafspraken.
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
Daarnaast hebben een aantal Parkstad-gemeenten middelen vanuit het Volkshuisvestingsfonds en Regio Deal ontvangen om particuliere woningen te laten renoveren en verduurzamen. In het kader van een integrale gebiedsaanpak streven we om gezamenlijk, dan wel in goede afstemming tussen gemeenten en woningcorporaties aan de slag te gaan met verduurzaming. Om hierbij zo optimaal mogelijk gebruik te maken van de beschikbare middelen, zal worden verkend waar en hoe de NIP-gelden gestapeld kunnen worden met Volkshuisvestingsfonds-, Regiodeal- en/of andere relevante projecten. Collectieve acties hebben de volgende voordelen: • Onafhankelijk advies voor woningeigenaren: de uitvoeringspartner ziet toe op kwaliteit van de aannemers en organiseert informatiebijeenkomsten. Uitvoeringspartners stellen ook vaak een klantenservice beschikbaar. • Voorspelbaarheid voor woningeigenaren: zij kunnen de komende jaren plannen wanneer zij instappen en welke bouwdelen ze laten isoleren. Zij kunnen de werkzaamheden dan ook beter combineren met voor hen logische momenten, en zij kunnen nog geld sparen als dat nodig is.
35
• Voorspelbaarheid voor de aannemerij: de capaciteit op de markt is erg krap. Uitvoeringspartners contracteren één of meerdere aannemers, doen daarbij ook de prijsonderhandelingen en bieden ontzorging aan de aannemers waardoor zij een goede prijs kunnen maken voor de werkzaamheden. Doordat uitvoeringspartners de vraag organiseren en veel klantcontact uit handen nemen is de collectieve actie ook voor aannemers een aantrekkelijke activiteit. • Kostenvoordeel: door collectief in te kopen en uit te voeren neem je veel werk uit handen van de aannemerij en kunnen bijvoorbeeld materialen grootschaliger worden ingekocht. Dit leidt tot prijsvoordeel voor de woningeigenaar en meer marge voor de aannemer. • Ook voor eigenaren in ‘gespikkeld bezit’: blokken of rijen woningen die afwisselend bestaan uit corporatiehuur en particulier eigendom. Door mee te doen met de collectieve actie, kunnen ook de particuliere woningen worden verduurzaamd. Mogelijk zijn er synergievoordelen door de werkzaamheden van de corporatie te timen met de werkzaamheden van de aannemer in de collectieve actie.
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
36
De regio wordt in overleg met de uitvoeringspartner opgedeeld in vier percelen. Dit kunnen gebiedsgerichte percelen zijn, maar ook percelen op basis van woningbouwjaartypologie. Per perceel wordt ieder jaar een collectieve actie georganiseerd. Op ieder gegeven moment lopen er dus vier collectieve acties. Deze variatie is nuttig omdat het per woning verschilt wat er al gedaan is aan isolatie-ingrepen, zo bleek ook uit de recente inwonersenquête die is uitgevoerd door Invior (voormalig Toponderzoek) in alle Parkstadgemeenten. Meerdere verschillende acties zijn nodig omdat verschillende bouwdelen verschillende typen aannemers en installateurs vergen, en die hebben niet per se allemaal op hetzelfde moment capaciteit. Ook hanteren uitvoeringspartners soms maximale aantallen deelnemers voor collectieve acties, afhankelijk van het type maatregel.
Daarnaast is de conversie van een collectieve actie hoger als mensen een aanbieding krijgen voor één specifieke ingreep. De acties worden voor meerdere jaren georganiseerd zodat eigenaren en uitvoerders voorspelbaarheid en duidelijkheid krijgen op de lange termijn. De acties staan voor alle eigenaarbewoners open die niet in een VvE zitten. Dat komt de conversie van de acties ten goede. Om er wel voor te zorgen dat juist de doelgroepen meedoen die in hoofdstuk 3 genoemd zijn, organiseert de regio een activeringscampagne. Tabel 4 illustreert de werking van de parallelle collectieve acties.
Tabel 4: Voorbeeld van mogelijke parallelle collectieve acties in percelen. De bouwdelen per actie zijn illustratief en nader af te stemmen met de uitvoeringspartner. 2023
2024
2025
2026
2027
Perceel 1
Ventilatie
Hybride WP
Gevel + vloer
Dak
Glas (+kozijn) Ventilatie
Perceel 2
Glas (+kozijn) Ventilatie
Hybride WP
Gevel + vloer
Dak
Perceel 3
Dak
Glas (+kozijn) Ventilatie
Perceel 4
Gevel + vloer
Dak
Hybride WP
Glas (+kozijn) Ventilatie
Collectieve acties lenen zich er ook voor om hybride warmtepompen te stimuleren. De markt voor hybride warmtepompen is echter sterk oververhit als gevolg van tekort aan personeel in de installatiebranche en schaarste van materialen. Ook is de warmtepomp niet overal de meest geschikte oplossing, bijvoorbeeld omdat er in de toekomst een warmtenet is voorzien. Daarom zal de regio in overleg met de uitvoeringspartner van de collectieve acties bepalen waar en wanneer een actie gericht op hybride warmtepomp zinvol is in regio Parkstad Limburg.
2028
2029
2030
Hybride WP
Gevel + vloer
Glas (+kozijn) Ventilatie
Hybride WP
Gevel + vloer
Dak
Glas (+kozijn) Ventilatie
Hybride WP
Gevel + vloer
Dak
Glas (+kozijn)
Ook met een collectief aanbod zal er behoefte blijven aan maatwerk, omdat situaties van woningen en eigenaren net anders kunnen zijn dan bij de buren. Voor een goede conversie is het belangrijk om wel enige ruimte te bieden binnen de collectieve actie voor maatwerk, bijvoorbeeld door een optie voor meerwerk op te nemen of om een aanvullend advies met woningbezoek aan te vragen.
Koppeling met andere opgaven Het IVP start met isoleren maar groeit de komende jaren door. Afhankelijk van de conversie op de maatregelen ontstaat er ook ruimte om andere maatregelen te voorzien, denk hierbij aan PV, PVT, zonneboilers of andere duurzame opwek technieken. Stap voor stap zal ook de verbreding worden gezocht naar klimaatadaptieve maatregelen en ontstaat er meer aandacht voor circulair verduurzamen. Denk bijvoorbeeld ook aan een samenwerking met een uitvoerder die ook circulaire isolatiematerialen als optie aanbiedt of acties gericht op natuurinclusief renoveren. Of juist een combinatie van dakisolatie, groene daken en zonnepanelen. Door elk jaar te evalueren op de behaalde resultaten kan telkens overwogen worden welke acties opvolging vragen en welke acties kunnen worden vervangen door andere duurzame maatregelen. Zo kan het programma zich enigszins organisch ontwikkelen en worden geanticipeerd op relevante ontwikkelingen.
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
4.2.2. Activeringscampagne De activeringscampagne richt zich op alle eigenaren van koopwoningen, maar huishoudens die vallen onder de doelgroep voor de NIP-regeling worden extra geactiveerd. De activatiecampagne is grotendeels door gemeenten zelf in te vullen in afstemming met de uitvoeringspartners. Regionale sturing op de conversie blijft daarbij noodzakelijk. Kosten voor activering vallen onder uitvoerings- en communicatiekosten en zijn dus ook te dekken vanuit de separate CDOKE-regeling voor het uitvoeren van klimaat- en energiebeleid door gemeenten. Intensieve activatie bij de NIP-doelgroep De NIP-doelgroep bestaat uit huishoudens met een koopwoning en een risico op energiearmoede. Dit zijn ca. 17.400 huishoudens in de regio Parkstad Limburg. Het uitgangspunt van het IVP is dat deze doelgroep intensief geactiveerd wordt, bijvoorbeeld door langs de deuren te gaan. Het IVP gaat uit van ca. 10.000 huishoudens per jaar waar deze intensieve activatie plaatsvindt. Intensieve activatie is kostbaarder dan bijvoorbeeld het sturen van een brief, maar leidt tot hogere conversies en biedt mogelijkheid voor maatwerk, zoals meertalige ondersteuning of de inzet van ambassadeurs uit de wijk. Algemene activatie in overige gebieden De gemeenten sturen een brief op naam naar alle overige particuliere eigenaren die niet in een VvE zitten en die een energielabel D hebben of slechter.
Dit zijn ca. 17.000 woningen per jaar in de regio. Het sturen van brieven heeft een lagere conversie dan deur-aandeuractivatie, maar is wel noodzakelijk om schaal te maken en om iedereen te bereiken. Het uitgangspunt is om deze brieven gefaseerd te sturen om te kunnen sturen op conversie: bij een tegenvallende conversie kan de toon van de brief worden aangepast of kunnen herinneringsbrieven worden gestuurd. Bij meevallende conversies kunnen minder brieven worden gestuurd. Bij zowel de huis-aan-huisactivatie als de brieven is het van belang dat de uitvoeringspartner die de collectieve acties organiseert een goede administratie voert van de deelnemers, zodat deelnemers in opvolgende jaren niet opnieuw worden benaderd voor dezelfde actie. De gemeenten zien hierop toe als opdrachtgever. Ook is het logisch om energiecoöperaties en energiecoaches een rol te geven in de activatie.
37
Om de conversie nog extra te stimuleren wordt een doorlopende communicatiecampagne gevoerd met digitale middelen en zichtbaarheid in de buitenruimte. Hier wordt ook de koppeling gemaakt met het platform Parkstadverduurzaamt.nl, dat momenteel nog in ontwikkeling is. Daarnaast worden de gemeentelijke communicatiekanalen ingezet. Bij het uitrollen van de communicatiecampagne wordt rekening gehouden met verschillende (sub)doelgroepen, bijvoorbeeld oudere bewoners van wijken met VHF-regelingen. 4.2.3. Minima-aanpak Ondanks de inzet van een collectieve inkoop- en adviesactie, in combinatie met alle landelijke en lokale financiële regelingen, zal er een groep eigenaarbewoners overblijven die om allerlei redenen moeilijk te activeren is. Dit gaat om huishoudens waar sociale of financiële problematiek speelt, en waar energiebesparing geen prioriteit heeft, ook al hebben zij er wel baat bij. Om deze groep te bereiken is in het IVP budget opgenomen voor een minima-aanpak, bedoeld voor de moeilijkst te activeren eigenaren. Deze minimaaanpak bestaat uit extra financiële ondersteuning uit de NIP-middelen en extra ontzorging. Die ontzorging bestaat bijvoorbeeld bij het aanvragen van regelingen. De precieze invulling van de minima-aanpak wordt in samenwerking met de uitvoeringspartner verder uitgewerkt.
Bij de invulling van de extra ondersteuning ligt bij uitstek een taak voor energiecoaches omdat zij al achter de voordeur komen. Het IVP biedt ruimte aan 100 deelnemers voor de minima-aanpak per jaar. Dit aantal kan naar boven of beneden worden geschaald gedurende de looptijd van het programma op basis van animo.
Bij de invulling van de extra ondersteuning ligt bij uitstek een taak voor energiecoaches omdat zij al achter de voordeur komen.
38
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
Koppeling klimaatadaptatie en circulariteit In de communicatiecampagne kan er (op termijn) ook de koppeling gemaakt worden met andere verduurzamingsopgaves, zoals klimaatadaptatie en circulariteit. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van groene daken en gevels of het aanbrengen van zonwering. Zo worden inwoners en ondernemers breder geïnformeerd en geïnspireerd over wat zij nog meer kunnen doen in de verduurzaming van hun leefomgeving. Niet alleen gericht op isolatie en comfort in de winter, maar ook op verkoeling in de zomer. Hierbij kunnen uiteraard ook de verschillende regelingen en activiteiten onder de aandacht gebracht worden. Vanuit het groeimodel kan er ook gekeken worden naar het aanbieden van een integrale woningscan en advies, gericht op energiebesparing en isolatie, circulariteit en klimaatadaptatie. 4.2.4. Doe-het-zelversaanpak In de kamerbrief van 7 november 202228 heeft het kabinet duidelijk gemaakt dat er geen landelijke regeling komt voor de ondersteuning van doe-het-zelvers: eigenaren, of kleine collectieven van eigenaren, die zonder aannemer isoleren. In plaats daarvan kunnen gemeenten binnen hun lokale aanpak activiteiten voor doe-het-zelvers organiseren. Aangezien doe-het-zelvers druk van de overspannen bouw- en installatiebranche afhalen, zal ook regio Parkstad op termijn inzetten op een doe-het-zelversaanpak.
Er zijn helaas landelijk nog weinig ervaringen met regelingen of activiteiten voor doe-het-zelvers. Wel werkt het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie aan een ‘voorbeeldaanpak’ die gemeenten zouden kunnen kopiëren. Deze aanpak wordt naar verwachting in 2023 bekend. Omdat er nog onduidelijkheid bestaat over het landelijk voorbeeld, wordt er in het IVP vanaf 2024 ingezet op vouchers voor een doe-hetzelversaanpak. Het IVP gaat er nu van uit dat de nader uit te werken doe-het-zelversaanpak gemiddeld 100 eigenaren per jaar financieel ondersteunt in de periode 2024-2026. Ervaring in de praktijk moet uitwijzen of dit een realistisch getal is. Bij meer of minder conversie kan het budget communiceren met de andere onderdelen van deze programmalijn, aangezien ze bijdragen aan dezelfde doelstelling. Naast de regeling zelf is er budget opgenomen voor de ondersteuning van doe-het-zelvers. In samenwerking met bijvoorbeeld de WoonWijzerWinkel, doe-het-zelf winkels en lokale (vak)onderwijsinstellingen kan de regio workshops organiseren en instructiemateriaal beschikbaar stellen. In het IVP wordt uitgegaan van zes workshops per jaar gedurende de programmaperiode, met een waarde van 4.000 euro per workshop, inclusief de productie van video-opname en communicatie eromheen. 28 Rijksoverheid: kamerbrief-over-ondersteuning-doe-het-zelfmaatregelen. pdf (overheid.nl)
4.2.5. VvE-aanpak Deze activiteit richt zich op alle woningen die zich bevinden in VvE’s. Naar schatting zijn er ongeveer 1.100 VvE’s in de regio Parkstad Limburg met daarin koopwoningen die nog niet voldoende geïsoleerd zijn, en zijn er ongeveer 700 VvE’s met daarin woningen die voldoen aan de voorwaarden voor de NIP-regeling. De activiteit behelst een quickscan van de VvE inclusief een bezoek van een energieadviseur, en een maatwerkadvies voor verduurzamingsmaatregelen die het VvE-bestuur kan gebruiken om een investeringsbeslissing voor te bereiden. Na het uitvoeren van de quickscan kan de uitvoeringspartner eventueel ook de VvE verder begeleiden met het nemen van maatregelen. De kosten hiervan komen voor rekening van de VvE. Omdat VvE’s een lang besluitvormingsproces kennen, zullen alle VvE’s met daarin woningen die in aanmerking komen voor NIP-gelden de komende programmaperiode worden aangeschreven met een aanbod. De VvE-aanpak kan ook (deels) worden bekostigd met de VHF-middelen als de VvE is opgenomen in een VHF-project. 4.2.6. Inzet van de NIP-regeling Kenmerken NIP-regeling De Parkstadgemeenten kunnen in 2023 aanspraak maken op 7,5 miljoen euro in de eerste tranche van de NIP-regeling. In 2024 en 2025 komen ook twee tranches beschikbaar, met nog eens in totaal 17,7 miljoen euro.
Een tranche moet worden besteed in vier jaar tijd, met optie tot uitloop van twee maal één jaar. Daarnaast hebben de Parkstadgemeenten reeds in 2022 een voorschot ontvangen op de NIP-gelden van 1,3 miljoen euro. Al deze bedragen tellen op tot 26,6 miljoen euro. Als deze bedragen worden gemiddeld over de nominale looptijd zal hiervan 19,9 miljoen euro te besteden zijn in de programmaperiode 2023-2026. Minstens 80% van de koopwoningen die met deze financiële middelen worden verduurzaamd, moeten een energielabel D of slechter hebben en een WOZ-waarde niet hoger dan de NHGgrens (respectievelijk 429.300 euro) of het gemeentelijk
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
gemiddelde (zie tabel 3). Ook mag er maximaal 4.000 euro per woning worden besteed. Een uitzondering hierop zijn ontvangers van de energietoeslag en huishoudens in de schuldsanering: voor hen geldt geen maximumbedrag. Keuze voor een voucher De NIP-middelen worden uitgekeerd aan eigenaren in de vorm van een voucher voor specifieke isolatiemaatregelen. Met een voucher heeft de regio meer mogelijkheden om te sturen op de besteding van de middelen en om voor te financieren dan bij een subsidie. Dat komt omdat een voucher meer dan een subsidie is te koppelen aan specifieke producten en diensten. Het is bovendien eenvoudiger om bij te houden waar vouchers aan worden uitgegeven dan subsidies. Daarmee is er minder risico op terugvordering achteraf. Ook kunnen de voorwaarden in de loop van tijd aangescherpt worden om bijvoorbeeld circulaire materialen en natuurinclusieve toepassingen in het kader van het groeimodel te bevorderen. Het voordeel van de NIP-regeling is bovendien dat gelden gestapeld mogen worden met alle andere landelijke en lokale regelingen. Een eigenaar kan dus eventueel de NIPmiddelen combineren met de ISDE-subsidie en een VHF-subsidie als die beschikbaar is in de buurt van de eigenaar.
39
Het opzetten van de voucherregeling is een activiteit op zich omdat er gemeentelijke inzet mee gemoeid is. Er zal een subsidieverordening geschreven moeten worden, er zal afstemming moeten plaatsvinden met financiële en juridische afdelingen binnen de gemeente, en er zal een digitale faciliteit moeten worden ingericht om de voucher aan te vragen, eventueel in samenwerking met een uitvoeringspartner die hiervoor al de infrastructuur heeft. In het IVP is daarom budget opgenomen om de regeling in te richten. Overzicht van aantallen Op basis van de activiteiten beschreven in deze programmalijn, worden er drie soorten vouchers gecreëerd vanuit de NIP-gelden. Bij iedere voucher is een inschatting gemaakt van het aantal te verstrekken per jaar, zodanig dat alle NIP-gelden tijdig worden besteed. Ook zijn er bedragen geraamd per type voucher. Voor de doe-het-zelversaanpak en de minima-aanpak geldt dat deze aantallen vouchers kunnen worden vergroot als die aanpakken succesvol blijken te zijn, maar dat dat ten koste zal gaan voor budget van de reguliere vouchers. Tabel 5: Overzicht van NIP-vouchers in het IVP 2023-2026 Type voucher
Aantal in Bedrag per programmaperiode voucher (in 2023-2026 euro)
Reguliere voucher (incl. VvE’s)
10.100
€ 1.300,-
Doe-hetzelversvoucher
300
€ 1.300,-
Minimavoucher
600
€ 2.500,-
Rekenvoorbeeld: tussenwoning uit 1964, WOZ-waarde 275.000, grotendeels oorspronkelijke staat (label E). De eigenaren kiezen voor HR++-glas in de bestaande kozijnen met het plaatselijk dichten van kieren. De investering bedraagt ca. 4.000 euro29 en bespaart ca. 100 m3 gas per jaar op een oorspronkelijk verbruik van ca. 1.500 m3. • Omdat de eigenaar één maatregel neemt, kunnen zij 15% subsidie uit de ISDE ontvangen, oftewel 600 euro. • Omdat het hier gaat om een koopwoning met een ondergemiddelde WOZ-waarde kunnen de eigenaren een NIP-voucher aanvragen voor 1.300 euro. • Er resteert dan nog een bedrag dat de eigenaren zelf moeten bekostigen van 2.100 euro. • Als de eigenaren niet de mogelijkheid hebben om dit bedrag zelf te betalen, vragen zij bijvoorbeeld een Energiebespaarlening aan bij het Warmtefonds. • De energiebesparing van de gekozen maatregelen leidt tot een besparing op de energierekening van 117 euro per jaar. Daarmee is deze investering terugverdiend na 18 jaar (2.000 gedeeld door 117).
29 Investerings- en subsidiebedragen conform www.verbeterjehuis.nl
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
40
4.3. C – Aanvullende maatregelen gericht op energiearmoede Deze programmalijn is erop gericht om op de lange termijn de energierekening van kwetsbare huishoudens te verlagen. De aanpak energiearmoede wordt in ieder geval tot eind 2024 gecontinueerd. In de komende periode wordt verkend of een witgoedregeling, e-kookregeling en vouchers voor waterzijdig inregelen passende maatregelen zijn om eventueel toe te voegen aan programmalijn C. 4.3.1. Energieknip De Parkstad Energieknip bestaat uit een tegoed van 250 euro via de Parkstad Energieknip-app, waarmee inwoners energiebesparende producten kunnen kopen. Ook kunnen zij hierbij een gratis bezoek en installatiehulp van een energiecoach van de WoonWijzerWinkel krijgen. De energiecoach geeft concrete tips over energiebesparing, helpt de inwoners met het lezen van de energierekening en kan hen ook verwijzen naar andere loketten en financiële regelingen. De Energieknip is als het ware een ‘ingang’ waarmee inwoners met risico op energiearmoede toegang krijgen tot verschillende vormen van hulp. De energieknip geldt voor inwoners die eerder energietoeslag aangevraagd hebben. De Parkstad gemeenten Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Beekdaelen, Brunssum en Simpelveld hebben gekozen voor de Energieknip. Gemeente Voerendaal heeft gekozen voor vouchers in combinatie met een brief in plaats van een app30.
De Energieknip wordt momenteel financieel gedekt uit de eenmalige SPUK-gelden die de gemeenten hebben ontvangen voor bestrijding van energiearmoede in 2022. Hiermee is financiële dekking voor de energieknip t/m eind 2024 geborgd. De verwachting is echter dat nog niet al het besparingspotentieel met kleine maatregelen, zoals radiatorfolie en tochtstrippen, is verwezenlijkt voordat de SPUK-gelden moeten zijn uitgegeven in 2024. Uit de doelgroepenanalyse blijkt dat er ongeveer 39 duizend huishoudens in de regio Parkstad Limburg zijn met een verhoogd risico op energiearmoede. Een aantal van deze huishoudens kampt daadwerkelijk met energiearmoede, en een aantal daarvan heeft ook reeds de Energietoeslag en de Energieknip ontvangen. Voor nu is aangenomen dat 19 duizend huishoudens tot en met 2024 gebruik zullen maken van de Energieknip.
30
ISD Kompas
Dat betekent dat er dus nog ca. 20 duizend huishoudens geholpen kunnen worden. Er zal in aanloop naar eind 2023 verkend worden of en eventueel in welke vorm de Energieknip gecontinueerd zal worden. 4.3.2. Witgoedregeling Met een witgoedregeling kunnen minima een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor de aanschaf van energiezuinig witgoed in ruil voor inleveren van oud, inefficiënt witgoed. Het oude witgoed wordt duurzaam gerecycled. Gemeente Heerlen heeft vanaf 20 februari 2023 een witgoedregeling. Deze is bedoeld voor huishoudens met een inkomen tot 175% van de bijstandsnorm 2023. Met de regeling kunnen huishoudens maximaal één energieslurpend, ouder witgoed-apparaat omwisselen voor een nieuw energiezuinig exemplaar31. De andere Parkstad gemeenten kunnen de optie van een witgoedregeling verder verkennen. 4.3.3. E-kookregeling De overstap van gaskoken naar elektrisch koken heeft veel voordelen voor de bewoner: het is schoner, veiliger en levert ook een kleine energiebesparing op. Nadelen zijn echter dat er soms een verbouwing in de keuken nodig is, dat er soms een nieuwe pannenset nodig is en dat er werkzaamheden nodig zijn in de meterkast. De overstap naar elektrisch koken is bovendien een noodzakelijke stap in de warmtetransitie. Om inwoners hierin te ondersteunen is het mogelijk om een E-kookregeling op te stellen.
Deze regeling bestaat uit een nader te bepalen vergoeding, bijvoorbeeld maximaal 500 euro per eigenaar/huurder. Deze regeling kan gericht zijn op huishoudens met lagere inkomens. Het is ook een optie om de regeling generiek open te stellen, omdat de overstap naar elektrisch koken voor iedereen relevant kan zijn. Een succesvol voorbeeld van deze regeling bestaat al in Krimpen aan den IJssel32.
31
Gemeente Heerlen: https://www.heerlen.nl/gemeente-heerlen/nieuwegemeentelijke-maatregelen-tegen-energie-armoede-voor-brederedoelgroep.html#:~:text=De%20witgoedregeling%20is%20het%20 begin,%25%20van%20de%20bijstandsnorm%202023) 32 Gemeente Krimpen aan den IJssel: https://krimpenaandenijssel.nl/ dossiers/subsidie-voor-elektrisch-koken/
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
4.3.4. Vouchers waterzijdig inregelen Een laatste te verkennen maatregel zijn vouchers waterzijdig inregelen. Waterzijdig inregelen is het in balans brengen van de centrale verwarming van een woning. In de praktijk zijn deze vaak niet efficiënt ingeregeld waardoor er warmte verloren gaat of comfortproblemen ontstaan. De besparingspotentie van waterzijdig inregelen kan tot wel 20% gasverbruik schelen en is een relatief eenvoudige maatregel die door professionals kan worden uitgevoerd met een korte terugverdientijd. Met een voucher voor waterzijdig inregelen kan de regio deze maatregel stimuleren. De voucher kan beschikbaar worden gesteld voor zowel particulieren als huurders, aangezien huurders vaak zelf verantwoordelijk zijn voor de centrale verwarming. Een voorbeeld van deze regeling bestaat al in gemeente Rotterdam33.
33
Gemeente Rotterdam: https://www.rotterdam.nl/waterzijdig-inregelenaanvragen
41
4.4. D – Zakelijke doelgroepen Onder deze doelgroep vallen zakelijke partijen, zoals particuliere verhuurders en eigenaren van maatschappelijk en commercieel vastgoed. 4.4.1. Activeren particuliere verhuurders In regio Parkstad Limburg worden naar schatting ca. 13.800 woningen particulier verhuurd die waarschijnlijk nog niet op de Standaard zitten. Zoals in paragraaf 3.2.3 beschreven is, hebben particuliere verhuurders pas sinds kort juridische en financiële prikkels om te verduurzamen. Deze prikkels zijn echter nog niet breed bekend bij de doelgroep. Uit de najaarsnota 2022 van het kabinet blijkt dat het budget voor de SVOH-regeling in 2022 niet is opgemaakt.
42
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
Om particuliere verhuurders te activeren tot verduurzaming zal de regio enkele activiteiten organiseren. De regio organiseert een informatiebijeenkomst, bijvoorbeeld een webinar, waar een (lokale) expert toelichting geeft over de mogelijkheden voor verhuurders om te verduurzamen, en ook over de financiële regelingen die er inmiddels zijn voor deze doelgroep. De deelnemers ontvangen ook een informatiepakket, zodat zij zelf aan de slag kunnen. De deelnemers worden gericht uitgenodigd door middel van een brief om een zo hoog mogelijke opkomst te bereiken. 4.4.2. Activeren hypotheekadviseurs en makelaars Een verhuizing of verbouwing is een belangrijk natuurlijk moment voor particulieren om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Daarmee kunnen hypotheekadviseurs en makelaars een rol spelen in de bewustwording van particulieren en ondernemers. Hypotheekverstrekkers hebben de mogelijkheid om een verduurzamingsbudget op te nemen in hun hypotheekoffertes34. Sommige hypotheekverstrekkers doen dit al standaard, het is dan aan de klant om expliciet aan te geven dat niet te willen. De gemeenten kunnen verkennen of deze informatie ook via het Loket Vergunningen onder de aandacht gebracht kan worden. Hypotheekadviseurs kunnen ook een rol spelen in het activeren van de oudere doelgroep, die in regio Parkstad Limburg relatief groot is.
Uit onderzoek blijkt dat ouderen vaak aangeven geen geld te hebben voor verduurzamen, maar het wel degelijk hebben in de vorm van overwaarde35. In het IVP is opgenomen dat regio Parkstad Limburg in gesprek gaat met hypotheekadviseurs en makelaars om verduurzaming meer onder de aandacht te brengen bij hun klanten en om te verkennen wat de hoe de regio hierin kan faciliteren.
34 Verbeterjehuis.nl: https://www.verbeterjehuis.nl/energiesubsidiewijzer/ leningen/energiebespaarbudget-nationale-hypotheek-garantiebouwdepot/ 35 Aegon: https://nieuws.aegon.nl/zestigplusser-benut-overwaardenauwelijks/
4.4.3. Commercieel en maatschappelijk vastgoed Naast woningen, ligt er ook een verduurzamingsopgave voor commercieel en maatschappelijk vastgoed. Voor alle kantoren geldt al sinds 2023 de energielabel C verplichting. Nog niet alle kantoren voldoen daaraan. Toezicht en handhaving zijn reeds belegd bij de RUD Zuid-Limburg. Wat nog ontbreekt in de regio Parkstad Limburg is een zakelijk loket voor commerciële vastgoedeigenaren en ondernemers die hun pand willen verduurzamen. Dit is ook nuttig voor ondernemers die al voldoen aan de energielabel C verplichting maar nog verder willen met verduurzamen. Het oprichten van een zakelijk energieloket zou verkend kunnen worden in de regio Parkstad Limburg en een eerste verkenning hiernaar is geïnitieerd door Bestuurscommissie Economie en Toerisme van Stadsregio Parkstad Limburg richting WoonWijzerWinkel Limburg. Op de korte termijn is in het IVP opgenomen dat de regio/gemeente kantooreigenaren aanschrijft en hen wijst op de energielabel C verplichting en op bestaande regelingen die zij nu al kunnen benutten, zoals de stimuleringsregeling duurzaam en sociaal ondernemerschap in de regio Parkstad Limburg36. Daarnaast is in het IVP-budget opgenomen voor de organisatie van een webinar of andere bijeenkomst waar, net als bij particuliere verhuurders, meer informatie gegeven kan worden door een expert.
Tot slot, is het goed om de landelijke ontwikkelingen te volgen. Zo is er een MKB-ontzorgingsprogramma aangekondigd, waarbij ook aandacht is voor de financiering van de verduurzaming van gebouwen37. Voor maatschappelijk vastgoed geldt dat dit vaak gaat om uiteenlopende functies, van zwembaden tot brandweerkazernes, en dat dit vastgoed vaak in eigendom is van de gemeente of van stichtingen die door de gemeente worden gesubsidieerd. Om de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed te stimuleren hebben de provincies in Nederland een uitkering gekregen met als doel een ontzorgingsprogramma voor gemeenten op te zetten.
36 Business in Parkstad: https://businessinparkstad.com/ voucherregeling/#who 37 MKB-Nederland: https://www.mkb.nl/nieuws/goede-plannen-voorverduurzaming-van-gebouwen
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
Provincie Limburg heeft dit ook reeds aangekondigd38. Verduurzaming van maatschappelijk vastgoed is dan ook onderdeel van het groeimodel, dat nader uitgewerkt wordt komende jaren in afstemming met het ontzorgingsprogramma van de Provincie Limburg. 4.4.4. Opleiden technisch personeel Er is een breed tekort aan technisch geschoold personeel voor de bouw- en installatiebranche. Dit is een belemmering in de verduurzaming van de gebouwde omgeving en speelt landelijk. Om uitvoering van het IVP te bevorderen stimuleert het IVP de opleiding van lokale installateurs en andere technici zodat zij kundig hybride warmtepompen en andere duurzame technieken kunnen installeren en hierover kunnen adviseren. Dit kunnen ook mensen zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt die zich willen (om)scholen. Het IVP gaat uit van het verstrekken van opleidingsvouchers vanaf 2024. De opleidingen worden verzorgd door onderwijsinstellingen in de regio en erkende leer-werkbedrijven. In overleg met deze partners wordt ook bepaald bij welke doelgroepen en opleidingen deze vouchers het beste kunnen besteed.
38
Provincie Limburg: https://limburg.bestuurlijkeinformatie. nl/Reports/Document/006ff8ac-a973-482e-8a1b4fc1da04d929?documentId=fc27474e-422a-4d3c-bd0b-80eaf5e56f0c
43
4.4.5. Opleiding energieadviseurs voor erfgoed Oude woningen, en dan in het bijzonder monumenten, vergen bijna altijd maatwerk om deze goed te kunnen verduurzamen. Er zijn diverse organisaties die woningeigenaren hierbij kunnen helpen, waaronder het Nationaal Restauratiefonds. Voor monumenten zijn ook specifieke financieringen beschikbaar. Daarnaast is het Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Monumenten opgezet, speciaal voor eigenaren van rijksmonumenten. Erfgoed vereist dus aanvullende expertise van energiecoaches. Aangezien energieadviseurs een belangrijke rol spelen in de verduurzaming van de particuliere woningvoorraad in de regio Parkstad Limburg, heeft het IVP een budget voor opleiding van energieadviseurs op het gebied van erfgoed. Er is budget opgenomen voor opleidingsvouchers voor mensen die werkzaam zijn als energieadviseur (zowel professioneel als vrijwillig) of als gemeenteambtenaar op het gebied van welstand of vergunningsverlening.
44
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
45
5. DOORKIJK NA 2026 Eind 2026 voert Stadsregio Parkstad Limburg een uitgebreide evaluatie uit van het IVP: wat zijn de resultaten, wat ging goed, wat kan beter en welke nieuwe kansen zijn er in het kader van het groeimodel op het gebied van klimaatadaptatie en circulariteit. Op basis daarvan herijkt de regio het IVP en maakt zij een nieuw activiteitenprogramma voor de jaren daarna. Vanaf 2026 zullen de meeste activiteiten gecontinueerd kunnen worden maar zal de activatie verlegd worden naar doelgroepen die in de eerste periode onvoldoende bereikt zijn. Daarnaast krijgen naar verwachting met name hybride warmtepompen, particuliere verhuurders en zakelijke partijen na 2026 meer prioriteit.
5.1. Continueren programmalijnen na 2026 Het is de verwachting dat alle programmalijnen na 2026 kunnen worden gecontinueerd, maar dat de activiteiten die onder de programmalijnen vallen wel herijkt moeten worden. 51.1. Lokale aanpak koopwoningen (programmalijn B) Onder voorbehoud van de evaluatie van het IVP eind 2026 kan deze programmalijn grotendeels gecontinueerd worden na 2026, al is het maar vanwege het feit dat de NIP-gelden maximaal doorlopen tot en met 2030 (inclusief de verlengingsopties van maximaal twee keer een jaar). Bij de collectieve inkoopacties is de conversie een aandachtspunt. In het IVP is nu ingezet op intensieve activatie bij de NIP-doelgroep (lage inkomens, lage WOZ-waardes en slechte labels), en een lichtere activatie bij alle overige slechte energielabels. Na 2026 moet de activatie intensiever worden bij de doelgroepen die onvoldoende zijn bereikt in de eerste vier jaar. Het is daarom zo belangrijk dat in 2023-2026 goede registratie plaatsvindt van adressen waar wat wordt gedaan. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de huisaan-huisactivatie na 2026 niet alleen plaatsvindt bij de kwetsbare doelgroepen, maar veel breder bij iedereen die niet reageert op ‘lichte’ activatie zoals het sturen van brieven. De kosten van activatie zullen naar verwachting dan ook oplopen na 2026.
Na 2026 zal de rol van hybride warmtepompen een prominentere rol moeten krijgen in het IVP, aangezien deze vanaf 2026 genormeerd is en er tegen deze tijd meer bekend is over wat die normering betekent voor zowel woningeigenaren als gemeenten. Het ligt in de rede om de collectieve inkoop en installatie van hybride warmtepompen vanaf 2026 uit te breiden, wellicht zelfs door een apart perceel voor hybride warmtepompen in te richten. Tot slot zijn er bij sommige woningen aanvullende belemmeringen, denk aan de mogelijkheden bij vooroorlogse woningen in beschermd stadsdorpsgezicht of historische linten om buitengevel isolatie toe te passen. Vanuit duurzaamheidsoogpunt zitten er veel voordelen aan om deze woningen toch aan te pakken. Het is aan te bevelen om te onderzoeken in welke mate er voldoende ruimte is voor het verduurzamen van deze woningen waarbij er ook aandacht is om extra handelingen – zoals het aanvragen van vergunningen – waar mogelijk te voorkomen. Dit “gedoe” is voor veel mensen een extra belemmering en draagt niet bij aan de gewenste opschaling voor de energietransitie.
46
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
5.1.2. Aanvullende maatregelen ter bestrijding van energiearmoede (programmalijn C) In programmalijn C, de aanvullende maatregelen ter bestrijding van energiearmoede, hangt veel af van de mate waarin de potentie van laagdrempelige maatregelen tegen 2026 is gerealiseerd. Zo lang die potentie nog niet volledig is gerealiseerd, blijft het van belang om hier een aanpak op te handhaven (via de Energieknip of anderszins), simpelweg omdat laagdrempelige maatregelen zo’n gunstige kostenbatenverhouding hebben en omdat zowel kopers als huurders ermee bereikt kunnen worden. Indien de potentie van laagdrempelige maatregelen tegen 2026 wel voldoende is gerealiseerd, verschuift de focus naar grote maatregelen zoals woningisolatie en hybride warmtepompen enerzijds, en inkomensondersteuning anderzijds. Grote maatregelen voor particulieren zijn geborgd in programmalijn B, waar met name de minima-aanpak is bedoeld voor het smaldeel van de eigenaren dat te maken heeft met energiearmoede. Het smaldeel huurders dat huurt bij woningcorporaties is geborgd doordat er jaarlijks zowel landelijk als lokaal bindende prestatieafspraken worden gemaakt met woningcorporaties over het uitfaseren van slechte labels. Het smaldeel huurders dat huurt bij particuliere verhuurders is vooralsnog het meest kwetsbaar.
Het is dan ook de verwachting dat de aanpak gericht op particuliere verhuurders na 2026 intensiveert en diversifieert. De manier van intensivering van de aanpak voor particuliere verhuurders hangt grotendeels af van hoe de Rijksoverheid het verhuurverbod van slecht geïsoleerde woningen vanaf 2026 gaat uitwerken, en welke rol het Rijk hier ziet voor gemeenten. Hoe dan ook zullen ook particuliere verhuurders baat hebben bij informatievoorziening, collectieve inkoop en financiering. Omdat er verschillende soorten particuliere verhuurders zijn is het raadzaam de aanpak te diversifiëren na 2026. De volgende subdoelgroepen bij particuliere verhuur kunnen worden onderscheiden:
• Particulieren die één of enkele woningen verhuren. Dit zijn bijvoorbeeld particulieren met een tweede woning die deze af en toe verhuren. Activiteiten gericht op deze subdoelgroep lijkt op die van particuliere eigenaren, met als belangrijke verschil de financiering en de omgang met de huurder. Zo kan ook een kleine particuliere verhuurder profiteren van collectieve inkoop, of het advies van een energiecoach. • Middelgrote verhuurbedrijven. Dit zijn bijvoorbeeld verhuurders met enkele tientallen woningen die zowel beheer als exploitatie zelf doen. Activiteiten gericht op deze subdoelgroep zijn bijvoorbeeld gericht op het ondersteunen bij het opstellen een MJOP+ (meerjarenonderhoudsplan inclusief verduurzaming). • Grote verhuurders. Dit zijn bijvoorbeeld institutionele beleggers zoals pensioenfondsen, die vaak portefeuilles hebben van meer dan honderd woningen en die het beheer hebben uitbesteed aan beheermaatschappijen. Van deze partijen kan verwacht worden dat zij zelfstandig duurzaamheid onderdeel te maken van hun strategisch vastgoedbeheer wanneer hier wettelijke verplichtingen voor ontstaan. Mogelijk komt er wel een handhavingstaak bij gemeenten te liggen. 5.1.3. Zakelijke doelgroepen (programmalijn D) Naast de particuliere verhuurders die reeds in paragraaf 6.1.2 besproken zijn, valt bedrijfs- en maatschappelijk vastgoed onder programmalijn D.
De doorkijk van deze doelgroep kan bijvoorbeeld gepaard gaan met de inrichting van een zakelijk energieloket, genoemd als te verkennen optie in het IVP. Met een zakelijk energieloket kan de aanpak voor de zakelijke doelgroepen geïntensiveerd en ook gediversifieerd worden door bijvoorbeeld gericht activiteiten aan te bieden voor retail, horeca en andere MKB-segmenten. Er bestaan nu al aanpakken in het land gericht op deze doelgroepen waarbij bijvoorbeeld energieklussers langsgaan bij Mkb’ers om laagdrempelige maatregelen te installeren en om advies te geven.
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
5.2. Koppeling met andere opgaves De focus van het IVP lag in de periode 2023-2026 primair op isolatie en energiebesparing. In het kader van het groeimodel zal er na 2026 intensiever ingezet worden op de koppeling met de opgaves circulariteit en klimaatadaptatie. 5.2.1. Circulariteit Zoals benoemd in hoofdstuk 2 werkt Stadsregio Parkstad Limburg momenteel aan beleid op het thema circulariteit. Met dit beleid zetten we koers naar een circulaire regio in 2050. Aan de hand van dit beleid kan er verder verkend worden wat passende activiteiten zijn om toe te voegen aan het IVP. Vooruitlopend zijn hieronder vast enkele te verkennen kansen, maatregelen en voorbeelden opgenomen. • Circulariteit spreekt soms tot de verbeelding. Het is van belang om inwoners en bedrijven op weg te helpen rondom de mogelijkheden rondom circulariteit. Goede informatievoorziening, voorbeelden en communicatie hierover zorgen voor meer handelingsperspectief. Het helpt om circulariteit consequent in de duurzaamheidscommunicatie van gemeenten en regio op te nemen. • In de prestatieafspraken tussen woningcorporaties, gemeenten en huurdersorganisaties staan wat de plannen voor het woningbeleid zijn voor het komende jaar35. Het valt te verkennen om in deze gesprekken ook afspraken over circulair (ver)bouwen te maken. Een voorbeeld van een woningcorporatie die circulair te werk gaat is Corporatie Wonion36.
• Circulariteit gaat ook over het stimuleren van meer deelgebruik en minder bezit. Zo kan er verkend worden welke zogeheten ‘PAAS’ (Product as a Service) en/of andere circulaire leasemodellen er zijn voor hybride warmtepompen. Een voordeel hiervan is dat het eigenaarschap bij de producent of tussenpartijen blijft waardoor zij baat hebben bij het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken van materialen. Hierdoor zijn er minder grondstoffen nodig en worden grondstofketens gesloten. Om dit te bewerkstelligen is het uiteraard wel van belang dat de warmtepompen circulair en modulair ontworpen worden. • Het is ook interessant om verder te verkennen welke mogelijkheden gemeenten zelf hebben om circulariteit te integreren in zowel beleid als projecten. Het Kompas Circulaire
47
Gebiedsontwikkeling is bedoeld als inhoudelijke kennisbank om gemeenten op weg te helpen. Hier wordt bijvoorbeeld ook ingegaan op de kansen bij gemeentelijk grondbezit en in de openbare ruimte. Dit is ontwikkeld in een samenwerking tussen Provincie Zuid-Holland en Over Morgen. 5.2.2. Klimaatadaptatie Regio Parkstad Limburg heeft een Regionale Klimaatadaptatiestrategie en Actieprogramma opgesteld. Gedurende de uitvoering van het IVP en het Actieprogramma is het aan te raden steeds goed de afstemming te maken tussen de twee programma’s, om ook te kijken hoe activiteiten vanuit Stadsregio Parkstad Limburg in gezamenlijkheid en efficiënt opgepakt kunnen worden: op dat moment en met de blik op de komende jaren. Om de voortgang te bewaken is het nuttig om jaarlijks te monitoren en te reflecteren op het Actieprogramma. Valt de voortgang tegen, dan kan er tussentijds gekeken worden wat nodig is voor extra stimulering van het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. Ook richting 2026 is het goed om een balans op te maken op welke maatregelen er nog extra actie nodig is en hoe die gerealiseerd kan worden. Zo kan er bijvoorbeeld overwogen worden om een collectieve actie op te zetten, zoals ‘het regent tonnen’39. Een collectieve actie kan ook worden georganiseerd in samenwerking met een lokale partij, expliciet gericht op sociale huurwoningen.
Een voorbeeld hiervan is Vreewijk Coöperatie waarbij zij betaalbare regentonnen bij bewoners plaatsen40. De Rijksoverheid zet daarnaast de komende jaren samen met provincies, gemeenten en waterschappen in op een natuurinclusieve ontwikkeling van stedelijke regio’s, met onder meer natuurinclusief bouwen als uitgangspunt. Zo heeft het Rijk prestatieafspraken gemaakt met de (koepel van) Woningcorporaties over het verduurzaming en de leefbaarheid van sociale huurwoningen. Bovendien is er op initiatief van het Rijk een ‘landelijke maatlat’ in ontwikkeling voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Door natuurinclusief te ontwerpen, bouwen en te verbouwen is het mogelijk om gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn, waarbij vergroening ook leidt tot een toename van de ecologische kwaliteit en biodiversiteit.
39 Waterleider: https://hetregenttonnen.nl/ 40 Like je wijk: https://likejewijk.nl/feijenoord/regentonnen-in-vreewijk/
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
48
6. BEGROTING Het IVP start in 2023 en loopt door tot en met 2030. Het activiteitenprogramma heeft een looptijd van vier jaar en loopt van 2023 tot en met 2026. Hiervan is een indicatieve begroting opgesteld. Het programma heeft in de eerste periode een omvang van 19,5 miljoen euro. De begroting van het activiteitenprogramma 2023-2026 laat de baten en lasten van het IVP voor de komende vier jaar zien. De inkomsten uit de NIP-regeling zijn opgeteld, gemiddeld over de programmaperiode en opgenomen in de programmalijn waar ze betrekking op hebben. De lasten zijn uitgesplitst in kosten voor arbeid (gemeentelijk apparaat), out-of-pocket (inhuur en inkoop) en kosten voor regelingen (gelden en vouchers uit te keren aan derden).
Uit de begroting blijkt dat de gemeenten momenteel zicht hebben op 19,9 miljoen euro aan baten vanuit de NIP-regeling gedurende de programmaperiode, aangevuld met het restant van de SPUK energiearmoede van juli 2022. De eerste tranche wordt in 2023 aangevraagd en moet uiterlijk in 2026 zijn uitgegeven. De tweede en derde tranches van de NIP-regeling worden aangevraagd in 2024 en 2025 en moeten eveneens in vier jaar worden uitgegeven. Dat betekent dat één jaarschijf van de tweede tranche, en twee jaarschijven van de derde tranche, buiten deze begroting vallen. De som van de lasten bedraagt 19,5 miljoen euro. Hiervan is het gros (15 miljoen euro) in de vorm van regelingen voor de lokale aanpak van koopwoningen. Niet opgenomen in deze begroting zijn de CDOKEgelden voor uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord omdat deze nog niet gealloceerd zijn.
Tabel 6: Begroting activiteitenprogramma IVP 2023-2026 Programmalijn
Baten
Lasten
Totaal
Arbeid
2023
€0
€ 195.892
€ 730.000
€0
-€ 925.892
B - Lokale aanpak koopwoningen
€ 3.186.042
€ 88.135
€0
€0
€ 3.097.907
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 55.119
€ 22.500
€0
-€ 77.619
€ 3.186.042
€ 339.146
€ 752.500
€0
€ 2.094.396
C - Lange termijnaanpak D - Zakelijke doelgroepen
Jaartotaal A - Ondersteunende activiteiten
€0
€ 93.886
€ 63.000
€0
-€ 156.886
B - Lokale aanpak koopwoningen
€ 4.100.520
€ 318.403
€ 601.014
€ 5.457.602
-€ 2.276.499
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 43.118
€ 7.500
€ 20.000
-€ 70.618
€ 4.100.520
€ 455.407
€ 671.514
€ 5.477.602
-€ 2.504.002
C - Lange termijnaanpak energiearmoede D - Zakelijke doelgroepen
Jaartotaal
2025
Regelingen
A - Ondersteunende activiteiten
energiearmoede
2024
Out of pocket
A - Ondersteunende activiteiten
€0
€ 93.886
€ 207.000
€0
-€ 300.886
B - Lokale aanpak koopwoningen
€ 6.317.497
€ 318.403
€ 574.183
€ 4.974.006
€ 450.905
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 35.076
€ 15.000
€0
-€ 50.076
€ 6.317.497
€ 447.365
€ 796.183
€ 4.974.006
€ 99.943
C - Lange termijnaanpak energiearmoede D - Zakelijke doelgroepen
Jaartotaal A - Ondersteunende activiteiten
€0
€ 93.886
€ 207.000
€0
-€ 300.886
B - Lokale aanpak koopwoningen
€ 6.317.497
€ 308.381
€ 551.165
€ 4.553.265
€ 904.686
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 23.074
€0
€ 20.000
-€ 43.074
Jaartotaal
€ 6.317.497
€ 425.342
€ 758.165
€ 4.573.265
€ 560.726
Totaal
€ 19.921.557
€ 1.667.259
€ 2.978.362
€ 15.024.873
€ 251.063
2026
C - Lange termijnaanpak energiearmoede D - Zakelijke doelgroepen
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
49
Deze begroting zal jaarlijks worden herijkt op basis van evaluatie, doorlopende monitoring en het beschikbaar komen van aanvullende tranches met geld uit het Nationaal Isolatieprogramma. Daarnaast is een specificatie weergegeven van Programmalijn B en de NIP-gelden. Daaruit blijkt dat 75% van de NIP-gelden worden besteed aan daadwerkelijke vergoeding van maatregelen, en dat ca. 14% wordt besteed aan ondersteuning en uitvoering. Er nog een restbudget van 2,3 miljoen euro aan het eind van de programmaperiode. Dit positieve saldo is noodzakelijk om kosten te dekken die na 2026 verwacht worden. Er zijn namelijk geen nieuwe inkomsten uit het NIP te verwachten na 2026 terwijl de kosten van het programma, behoudens evaluatie en bijsturing, wel doorlopen. Tabel 7: Specificatie van Programmalijn B en besteding van de NIP-gelden Specificatie NIP-regeling Inkomsten Vergoeding maatregelen Ondersteuning + uitvoering Saldo
Bedrag
% € 19.921.557 € 14.984.873 € 2.759.684 € 2.177.000
100% 75% 14% 11%
50
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
7. COLOFON Dit rapport is opgesteld door Over Morgen in opdracht van en in samenwerking met Stadsregio Parkstad Limburg en de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal. Dit is mede mogelijk gemaakt door subsidie vanuit Provincie Limburg.
Stadsregio Parkstad Limburg • Pim Derwort
Over Morgen • Anouk Bakx • Lou Brandjes • Rob Geldhof
STADSREGIO PARKSTAD LIMBURG
51
8. BIJLAGE A: OVERZICHT VAN LANDELIJKE, PROVINCIALE EN LOKALE REGELINGEN 8.1. Regelingen voor gebouweigenaren Tabel 8: Overzicht landelijke, provinciale, regionale en lokale regelingen voor woning- en gebouweigenaren41 Regeling
Doelgroep
Toelichting
Verstrekker en link
Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE)
Particulieren
Investeringssubsidie voor bijvoorbeeld isolatie en warmtepompen. De subsidie is voor eigenaren van koopwoningen en heeft betrekking op: vloer-, spouwen/of dakisolatie, isolerend glas, zonneboiler, warmtepomp en aansluiting op een warmtenet.
RVO
Subsidieregeling verduurzaming voor vereniging van eigenaars (SVVE)
VvE’s
Investeringssubsidie voor energieadvies en energiebesparende maatregelen. (Vervangt SEEH en ISDE-deel voor VvE’s)
RVO
Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH)
Particuliere verhuurders
RVO Investeringssubsidie voor energiebesparende maatregelen
Nationaal Warmtefonds (leningen en hypotheken)
Particulieren en VvE’s
Het Nationaal Warmtefonds verschaft leningen en hypotheken voor energiebesparing tegen de meest gunstige voorwaarden. Per 1 oktober 2022 zijn deze regelingen uitgebreid.
Nationaal Warmtefonds
Restauratiefonds
Monumenten
Lening voor restauratie of verduurzaming van monumenten
Restauratiefonds
Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Eigenaren Monumenten rijksmonumenten
Ontzorgingsprogramma met o.a. een zelfscan, duurzaamheidsadvies en ontzorging. Voor een gedeelte van de kosten is korting mogelijk.
Rijksdienst voor Cultureel erfgoed
Energiebespaarbudget
Budget in de hypotheek voor het Energiebespaarbudget treffen van energiebesparende maatregelen. Hypotheek is maximaal 106% van de woningwaarde.
Landelijk
41
Particulieren
Regelingen die per 1 januari 2023 zijn vervallen zijn niet in het overzicht opgenomen. Het gaat hier om de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) voor gemeenten en de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming (RVV-V) voor woningcorporaties. Een deel van de regelingen is recentelijk aangepast in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma of wordt binnenkort nog aangepast. Let op: de regelingen en de looptijd daarvan kunnen veranderen. Peildatum: maart 2023.
52
ISOLATIE- EN VERDUURZAMINGS PROGRAMMA
BNG Duurzaamheidsfonds
Bedrijven, zakelijke initiatiefnemers, verenigingen
Duurzaamheidsfonds voor de financiering van energiebesparende maatregelen, duurzame projecten of producten. Bevat ook een Sportlening.
BNG Duurzaamheidsfonds
Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)
Amateursportorganisaties
Organisaties kunnen subsidie aanvragen voor bouw- en onderhoudskosten van sportaccommodaties.
Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen – Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Verzilverlening Duurzaam Thuis – stopt per 1 mei 2023
Particuliere woningeigenaren en minimaal de leeftijd van 10 jaar vóór de wettelijke AOWleeftijd
Lening ten behoeve van isolerende of levensloopbestendigheidsmaatregelen.
Provincie Limburg (Aanvragen bij Provincie Limburg, SVn is verstrekker)
Onderhandse Stimuleringsregeling Duurzaam Thuis – stopt per 1 oktober 2023
Particuliere woningLening ten behoeve van eigenaren en huurders isolerende of levensloopbestendigheidsmaatregelen tot max. 25.000 euro.
Provincie Limburg (Aanvragen bij Provincie Limburg, SVn is verstrekker)
Hypothecaire Stimuleringsregeling Duurzaam Thuis – stopt per 1 oktober 2023
Particuliere woningeigenaren
Lening ten behoeve van isolerende of levensloopbestendigheidsmaatregelen tot max. 70.000 euro.
Provincie Limburg (Aanvragen bij Provincie Limburg, SVn is verstrekker)
Zakelijke stimulering Duurzaam Thuis
Particuliere woningeigenaren die meer dan 3 panden verhuren