CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7 23-61 Bijlage 1 Transitievisie Warmte 2.0

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie Warmte 2.022.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitievisie Warmte 2.0

Voorwoord

Simpelveld, daar begint het! In deze tijden van klimaatverandering en groeiende bewustwording van onze ecologische voetafdruk, is het essentieel dat we collectief actie ondernemen om een duurzame toekomst te realiseren. In het Klimaatakkoord is daarom afgesproken om ons in te zetten voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Voor 2030 hebben wij de ambitie om het aardgasverbruik met 20% te reduceren ten opzichte van 2019. Daarnaast hebben wij ons gecommitteerd aan de PALET-ambitie, waarbij we streven naar energieneutraliteit in 2040.

We streven naar een toekomst waarin hernieuwbare energiebronnen de norm zijn, waarin energie efficiënt wordt gebruikt en waarin we zorgvuldig omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen. Door te investeren in duurzame oplossingen, kunnen we niet alleen een positieve impact hebben op het klimaat, maar ook op onze lokale gemeenschappen, de economie en de kwaliteit van ons dagelijks leven.

We kunnen deze immense uitdaging alleen succesvol volbrengen als we een breed draagvlak creëren. In Simpelveld en Bocholtz vind je nog dat echte dorpsgevoel, waar mensen elkaar kennen en tijd voor elkaar maken. Uw betrokkenheid en samenwerking zijn van onschatbare waarde in deze cruciale stap naar een duurzame toekomst voor Simpelveld. Samen kunnen we een positief verschil maken en bouwen aan een duurzamere en groenere gemeente.

Als gemeente hebben we de verantwoordelijkheid genomen om hierin het voortouw te nemen en deze uitdaging aan te grijpen als een kans om onze woningen toekomstbestendig te maken en te verduurzamen. Met de transformatie van de Schilterstraat naar een groene, duurzame wijk hebben we al de eerste concrete stappen genomen. Deze Transitievisie Warmte 2.0 (TVW 2.0) wijst de weg naar een energiezuinig en aardgasvrij Simpelveld in 2050. Het verduurzamen van alle woningen vereist vaak een combinatie van maatregelen. We beginnen met energiebesparing, aangezien veel gebouwen in Simpelveld nog onvoldoende geïsoleerd zijn en daardoor niet energiezuinig. Vervolgens streven we naar aardgasvrije verwarming. We begrijpen dat de warmtetransitie vooral impact zal hebben op particuliere woningeigenaren. Het is echter onrealistisch om in één keer heel Simpelveld aardgasvrij te maken. Daarom kiezen we ervoor om de overgang stap voor stap te laten verlopen, met haalbaaren betaalbaarheid als uitgangspunt.

2

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Wiel Schleijpen Wethouder duurzaamheid

Inhoudsopgave

Samenvatting 1.

Totstandkoming Transitievisie Warmte

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.4 1.5

2.

Ambitie aardgasreductie 2030

2.1 2.2

3.

Afspraken Waarom aardgasvrij? Transitievisie Warmte 2.0 Actualisatie TVW 2.0 Hoe kwam deze visie tot stand? Leeswijzer Stand van zaken Ambitie

Naar een energiezuinig en aardgasvrij Simpelveld

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.3 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6

Energiebesparen Isoleren Ventileren Gedrag Energiedragers voor duurzame warmte Strategieën om van het aardgas af te gaan Wat zijn de kansrijke warmteopties in gemeente Simpelveld? Haalbaar en betaalbaar Financiering Maatschappelijke kosten Waar wordt gestart?

5 5 6 6 7 8 8

9 9 10

11 11 11 12 12 12 13 15 17 18 18 19

4.

Gemeentebrede aanpak

21

5.

Doelgroepenaanpak

23

5.1

6.

7.

Uitvoeringsplan

24

Rol en betrokkenheid van de gemeente

26

6.1 6.2

26 27

De rol van de gemeente Energiebesparing tot en met 2030

Bronnenlijst

Bijlagen

3

4

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

30 31

Samenvatting In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeente aan de slag gaat met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Daarnaast heeft regio Parkstad de PALET-ambitie waarbij het uitgangspunt is: energieneutraal worden door te besparen op energie en eigen energie in de regio zelf op te wekken.

Om in Simpelveld in 2050 energiezuinig en aardgasvrij te zijn, zet de gemeente de komende jaren stappen op basis van deze Transitievisie Warmte 2.0. Deze kwam tot stand middels verdiepend onderzoek op de technische oplossingen en gesprekken met stakeholders waaronder de woningcorporaties en netwerkbeheerder Enexis. Inwoners beantwoordden middels een enquête vragen over energiezuinig en aardgasvrij wonen.

individuele oplossing voor de eigen woning. Op sommige locaties is er potentie voor een kleine collectieve voorziening voor meerdere adressen.

De ambitie van de gemeente is om in 2030 20% minder aardgas te verbruiken ten opzichte van 2019. Doordat de gemeente de regierol heeft in deze opgave, is ervoor gekozen deze opgave te gebruiken met het oog op het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad.

1. Gemeentebreed

Om alle woningen te verduurzamen is er vaak een combinatie van maatregelen nodig. Zo wordt altijd gestart met besparen. Veel gebouwen in Simpelveld zijn nog niet goed geïsoleerd en dus niet energiezuinig. Na het isoleren volgt de stap naar aardgasvrije verwarming. Voor aardgasvrij wonen zijn verschillende warmtestrategieën onderzocht. In Simpelveld gaan waarschijnlijk de meeste woningeigenaren over op een

4

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Uiteindelijk zijn deze stappen alleen mogelijk als ze haalbaar en betaalbaar zijn. Middels een twee sporen beleid wordt ingezet op het behalen van de ambitie.

Enerzijds komt er gemeentebreed een isolatie- en verduurzamingsprogramma dat samen met de andere gemeenten in Parkstad wordt ontwikkeld. Dit programma wordt vanaf 2024 ingezet. Tevens wordt er binnen de gemeente ook ingezet op het faciliteren van ondersteuning op onder andere het gebied van kennis, financiën en subsidies.

2. Doelgroepenaanpak Anderzijds wordt er met een aantal specifieke doelgroepen aan de slag gegaan door hier focus aan te brengen om daarmee te zorgen voor de benodigde versnelling.

1. Totstandkoming Transitievisie Warmte In dit hoofdstuk komen de landelijke, regionale en lokale afspraken met betrekking tot het klimaatakkoord aan bod. Vervolgens wordt toegelicht waarom de keuze voor aardgasvrij wordt gemaakt. De totstandkoming van deze TVW komt in 1.3 en 1.4 aan bod. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een leeswijzer.

1.1

Afspraken

Landelijk

Gemeente

Om invulling te geven aan de internationale afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs (2015), sprak Nederland in 2019 in een nationaal Klimaatakkoord een centraal doel af: het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen met 49% ten opzichte van 1990.

Om op het gemeentelijk niveau invulling te geven aan de warmtetransitie, is de Transitievisie Warmte 1.0 verder uitgewerkt tot deze 2.0 versie.

In het Klimaatakkoord staan diverse afspraken, gemaakt voor verschillende sectoren. Deze transitievisie geeft richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving1.

Regionaal Nederland heeft dertig klimaatregio’s, die elk een Regionale Energiestrategie (RES) opstelden. De gemeente Simpelveld is partner in de RES-regio Zuid-Limburg. De gemeenteraad stelde in 2021 de RES Zuid-Limburg vast. Onderdeel van deze RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). Dit gaat over het gebruik van warmtebronnen en hoe deze in te zetten binnen de regio. Daarnaast heeft de regio Parkstad de PALET-ambitie waarbij het uitgangspunt is: energieneutraal zijn in 2040 door te besparen op energie en eigen energie in de regio zelf op te wekken.

1

Bron: Ontwerp Warmteprogramma Hengelo

Definitie gebouwde omgeving; gebouwen zoals woningen, winkels, MKB of zorgcentra in de woongebieden. Industriegebieden vallen

buiten de scope van de Transitievisie Warmte en binnen de sector ‘Industrie’ in het klimaatakkoord.

5

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

1.2

Waarom aardgasvrij?

In 2050 moeten alle zeven miljoen woningen en één miljoen gebouwen in Nederland goed geïsoleerd zijn én duurzaam verwarmd worden. Als eerste stap worden tot 2030 de eerste 1,5 miljoen woningen verduurzaamd. Klimaatverandering is hiervoor een belangrijke reden, maar er zijn meer voordelen aan aardgasvrij op de lange termijn: •

Betaalbaarheid: De betaalbaarheid van de energierekening staat onder druk. Aardgas wordt steeds duurder en het is daarom van belang om energie te besparen en op zoek te gaan naar een betaalbaar alternatief voor zowel de maatschappij alsook de inwoners. Duurzame warmte is in eerste instantie een investering, maar zorgt er wel voor dat de betaalbaarheid op de lange termijn gewaarborgd blijft.

• Rechtvaardigheid: Simpelveld streeft ernaar de energie die nodig is in de regio zoveel mogelijk zelf op te wekken. De regio stelde daarom als doel om in 2040 energieneutraal te zijn, waarin aardgasvrij een belangrijke rol speelt. Daarbij moeten de lusten en de lasten op een eerlijke manier over de samenleving worden verdeeld. Uitgangspunt is dan ook dat iedereen kan meedoen in deze transitie naar een duurzame energievoorziening.

• Betrouwbaarheid: Door samen te werken aan een energiezuinige en aardgasvrije gebouwde omgeving is er minder afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland.

1.3

Transitievisie Warmte 2.0

Om de overstap naar een aardgasvrije gemeente te laten slagen, is het belangrijk om aan de voorkant duidelijkheid te scheppen over een tweetal zaken: waar starten we mee en welke alternatieven voor aardgas zijn kansrijk. Door heldere afspraken met elkaar te maken wordt duidelijk wie waarvoor aan de lat staat. Dit doen gemeenten door het vaststellen van een Transitievisie Warmte (TVW). Hierin geeft de gemeente richting aan de aanpak van het energiezuinig en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving binnen de eigen gemeentegrenzen. In december 2021 stelde gemeente Simpelveld de TVW 1.0 vast. Ook werd de afspraak gemaakt om deze versie verder te verdiepen tot een TVW 2.0 waarin keuzes en de rol van de gemeente duidelijk naar voren komt.

Terugblik TVW 1.0 In de TVW 1.0 van gemeente Simpelveld zijn de volgende uitgangspunten afgesproken waarmee we richting geven aan de overstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving: We doen het samen: De overgang naar een aardgasvrije samenleving slaagt alleen als iedereen meedoet. Alleen door samen te werken kunnen we een aanpak ontwikkelen die zo goed mogelijk aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de betrokken partijen. We zetten in op energie besparen of ‘aardgasvrijvoorbereid’: Goede isolatie en ventilatie zijn belangrijke randvoorwaarden om onze gebouwen op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Daarom kan het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving niet los worden gezien van het stimuleren en ondersteunen bij het ‘aardgasvrij-voorbereid’ maken van gebouwen. Betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar: Iedereen moet kunnen meedoen aan de warmtetransitie. Daarom vindt de gemeente het belangrijk dat de woonlasten van inwoners en bedrijven betaalbaar blijven. Uiteraard moet het alternatief voor aardgas betrouwbaar, gelijkwaardig en beter voor het milieu zijn. Koppelkansen benutten: Door verschillende opgaven en werkzaamheden met elkaar te verbinden, kunnen we verschillende voordelen behalen. Bijvoorbeeld door aan te sluiten op groot onderhoud aan gebouwen, openbare ruimte en infrastructuur in een buurt.

Mogelijke voordelen zijn tijdswinst en kostenbesparing door werkzaamheden gezamenlijk uit te voeren. Ook kunnen we daarmee de overlast voor inwoners zo klein mogelijk houden.

6

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

De TVW 2.0 geeft - op basis van huidige inzichten en technieken - een doorkijk naar de kansrijke alternatieven voor aardgas binnen onze gemeente. Daarmee biedt deze TVW handelingsperspectief aan betrokken partijen om maatregelen te nemen gericht op de verduurzaming van de eigen woning. In deze TVW 2.0 beschrijven we: a. Wat de stand van zaken en ambitie in Simpelveld is; b. Welke alternatieve warmtevoorzieningen kansrijk zijn; c. Welke aanpak in Simpelveld gehanteerd wordt voor de warmtetransitie; d. De rol en betrokkenheid van de gemeente. De TVW 2.0 vormt de basis voor de uitvoeringsplannen, waarin invulling gegeven wordt aan diverse bouwstenen: warmteoplossing, financiën, organisatie, planning, uitvoering en koppelkansen. De gemeente stelt deze plannen gezamenlijk met alle betrokkenen op. Denk hierbij aan inwoners, verhuurders, woningcorporaties en de netwerkbeheerder.

Naast de TVW 2.0 wordt door alle Parkstad-gemeenten gezamenlijk een (regionaal) isolatie- en verduurzamingsprogramma ontwikkeld. Dit programma is gericht op het verduurzamen van met name woningen. De focus van dit programma is de komende periode voornamelijk gericht op isoleren, met nadrukkelijk aandacht voor de verbetering van de slecht geïsoleerde woningen. Dit programma loopt van 2024 tot 2030. De maatregelen die dit programma aan verschillende doelgroepen biedt, sluiten zoveel mogelijk aan bij de kansrijke warmteoplossingen zoals beschreven in deze TVW.

De juridische verankering van de TVW 2.0 en het daar­opvolgende uitvoeringsplan zijn te vinden in bijlage 2.

1.3.1 Actualisatie TVW 2.0 Met het vaststellen van de TVW 2.0 zijn de meest kansrijke oplossing en aanpak niet in beton gegoten. Er ontstaat steeds meer inzicht in de haalbaarheid van de technieken en de betaalbaarheid daarvan. De bestaande warmteoplossingen worden steeds efficiënter en nieuwe innovatieve technieken komen voor 2050 aan het licht. Elke vijf jaar wordt de TVW daarom geactualiseerd op basis van technische, financiële en praktische haalbaarheid.

7

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

1.4

Hoe kwam deze visie tot stand?

De volgende, regionaal afgesproken, stappen zijn doorlopen en leidden tot de TVW 2.0:

1. Potentiestudie (pandanalyse) Dit is een verdieping op de startanalyse uit de TVW 1.0. Deze studie is bijgevoegd in bijlage 3 en bracht kansrijke oplossingen in beeld gebaseerd op kenmerken van inwoners. Denk hierbij aan type eigenaar, inkomen en energieverbruik.

2. Stakeholdersessies Er zijn stakeholdersessies georganiseerd met de woningcorporatie Krijtland Wonen en Enexis. Daarbij zijn projecten met bijbehorende planningen van alle partijen opgehaald om koppelkansen te identificeren.

3. Inwonersenquête Inwoners zijn met een enquête bevraagd over energiezuinig en aardgasvrij wonen. In deze enquête kregen zij vragen die ingingen op hoe de gemeente de warmtetransitie zou moeten vormgeven en aan welke maatregelen zij behoefte hebben. De resultaten (bijlage 4) leverden ook een bijdrage aan het opstellen van het regionaal isolatie- en verduurzamingsprogramma.

4. Data-analyse De resultaten van bovengenoemde middelen werden gecombineerd met data waarvan de benodigde analyses zijn gemaakt. Denk hierbij aan informatie over energielabels, energieverbruik, maatschappelijke kosten en allerlei andere informatie. Deze data komt voort uit de landelijke databases van onder andere de VNG, PBL, CBS en het kadaster.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 van deze TVW gaat in op de stand van zaken en ambitie van de gemeente in de transitie naar een energiezuinige en aardgasvrije gebouwde omgeving. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 3 de stappen naar energiezuinige en aardgasvrije gebouwen. Ook alternatieve warmteopties komen hierin terug. Op basis van deze informatie richten hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 zich op de twee sporenaanpak: een gemeentebrede aanpak en een doelgroepenaanpak. In de bijlagen zijn een aantal stukken toegevoegd die meer informatie geven over de technische maatregelen. Relevante onderzoeksresultaten die zijn gebruikt bij het opstellen van deze TVW zijn ook als bijlage toegevoegd.

8

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

2. Ambitie aardgasreductie 2030 De ambitie van de gemeente is belangrijk. Het ambitieniveau bepaalt het tempo waarmee het gebruik van aardgas wordt verminderd. Naast een heldere ambitie kan de gemeente de daaruit voortkomende opgave op meerdere manieren invullen. In dit hoofdstuk komt de ambitie van de gemeente uitgebreid aan bod.

2.1

Stand van zaken

Om alle woningen in Simpelveld aardgasvrij te kunnen maken, is het belangrijk om te weten wat het startpunt is. Voor de evaluatie wordt het jaar 2019 gebruikt als basisjaar van de aardgasbesparing. Ondanks dat er meer recente gegevens beschikbaar zijn, is gekozen voor een referentiejaar van vóór de Corona periode. Figuur 2 uit de databank Regionale Klimaatmonitor (CBS, 2023) laat het aardgasverbruik van woningen in Simpelveld zien, in de periode 2009-2019. Volgens De Regionale Klimaatmonitor werd in 2009 9,8 miljoen m3 aardgas gebruikt voor woningen2, in 2019 was dit nog ongeveer 8,1 miljoen m3 aardgas (temperatuur gecorrigeerd3). Dit is een aardgasreductie van ongeveer 17% over een periode van 10 jaar. Dit laat zien dat er al stappen gezet zijn, maar er nog een grote opgave voor ons ligt om aardgasvrij te zijn in 2050.

2

Simpelveld had in 2019 5.320 woningen.

3

Om het jaarlijks aardgasverbruik met elkaar te kunnen vergelijken wordt het aardgasverbruik gecorrigeerd op basis van het aantal dagen

in het jaar dat verwarming benodigd is. Dit worden ook wel graaddagen genoemd.

9

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Figuur 2: Totaal gasverbruik woningen gemeente Simpelveld (CBS)

12,5 12,0 11,5 11,0 10,5

miljoen m3

10,0 9,5 9,0 8,5 8,0 7,5 7,0 6,5 6,0

2009

2010

2011

2012

2013 woningen

2014

2016

2017

2018

2019

woningen (temperatuurgecorrigeerd)

De besparingen in deze jaren zijn vooral voortgekomen uit gedrag, kleine maatregelen, optimalisatie van (bestaande) installaties en (kleinschalig) isoleren. Daarnaast zijn er ook ontwikkelingen op het gebied van verwarmen, zo wordt een airconditioning steeds vaker gebruikt om (bij) te verwarmen. Deze, veelal autonome, ontwikkelingen hebben geleid tot een substantiële aardgasreductie. Deze reductie kent echter een grens. Wanneer deze maatregelen tot een maximum zijn ingezet is slechts een aardgasreductie bereikt. Om volledig aardgasvrij te worden zijn grotere stappen nodig en zullen in een woning alle aardgasgestookte

2.2

2015

warmtebronnen (tapwater, koken en verwarming) vervangen moeten worden door aardgasvrije alternatieven. In 2019 waren ongeveer 319 woningen (6%) in Simpelveld aardgasvrij. Dit betekent dat er nog ruim 5.001 woningen van het aardgas af moeten om als gemeente helemaal aardgasvrij te worden. Het aardgasverbruik van utiliteitsgebouwen was in 2019 1,4 miljoen m3. Het totale aardgasverbruik door woningen en utiliteiten komt daarmee uit op 9,5 miljoen m3.

Ambitie

Simpelveld streeft voor de gebouwde omgeving naar minimaal 20% aardgasreductie in 2030, ten opzichte van 2019. In 2019 werd in de gemeente Simpelveld 9,5 miljoen m3 aardgas gebruikt door woningen en utiliteiten. De bovengenoemde ambitie staat gelijk aan een besparing van 1,9 miljoen m3 aardgas. Nieuwbouwwoningen worden aardgasvrij gebouwd en zijn geen onderdeel van de bovengenoemde streefreductie van 20%. Hoe wij deze besparing willen realiseren wordt in de volgende hoofdstukken toegelicht.

10

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

3. Naar een energiezuinig en aardgasvrij Simpelveld Uit onderzoek blijkt dat een kleine twintig procent van de inwoners al een energiezuinige woning heeft. Daarnaast wil meer dan de helft van de inwoners die dit nog niet heeft wél hun eigen woning verduurzamen. De meest genoemde drijfveren voor deze motivatie zijn het verlagen van de energierekening en de verbetering voor het milieu en klimaat.

Hernieuwbare opwek

Energiezuinig gedrag

Maak gebruik van de zon: • Zonnepanelen (PV) voor elektriciteit • Zonnecollectoren en zonneboilers voor warmte • PVT: een combinatie van elektriciteit en warmte

Zet de thermostaat lager (<19°C), verwarm alleen de ruimtes waar je bent en doe de deuren dicht. Doe de lichten uit. Douche korter (5 min). Krijg inzicht met een energieverbruiksmanager

Aardgasvrije & efficiënte apparaten Kies een aardgasvrij(ready) alternatief: • Warmtepompen • Warmtenetten: (midden, lage en zeer lage temperatuur) • Hybride warmtepompen Vervang onzuinige apparaten door zuinige apparaten.

5 4

1 3

2

Energiezuinige gebouwen

(Bestaande) installatie optimaliseren Neem kleine energiebesparende maatregelen: • o.a. tochtstrips, ledlampen, radiatorfolie en waterbesparende douchekop. Optimaliseer je ketel: • opnieuw inregelen of zet je ‘m op 60 graden of lager.

Ga isoleren: • Vloer, dak, gevels en ramen (glas en kozijnen). Zorg voor vergroening en zuinige koeling Zorg voor goede en zuinige ventilatie

In dit hoofdstuk wordt kort toegelicht wat de verschillende warmteoplossingen zijn. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve en individuele warmtetechnieken. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in bijlage 1.2. Daarnaast benoemt dit hoofdstuk welke warmteoplossing het meest kansrijk lijkt op basis van huidige inzichten.

11

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

3.1

Energiebesparen

Omdat verschillende aardgasvrije alternatieven op lagere temperatuur verwarmen dan een cv-ketel, is isoleren in veel gevallen een eerste noodzakelijke stap. Daarnaast zorgt isoleren ook voor energie- en dus CO2-besparing. Om ervoor te zorgen dat de woning naast comfortabeler ook gezonder wordt is het belangrijk om tijdens het isolatieproces aandacht te besteden aan ventilatie.

3.1.1

Isoleren

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het isoleren van woningen. Voor de utiliteit gelden andere normen en uitgangspunten. Deze zijn terug te vinden via het beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving en de Rijkdienst voor ondernemend Nederland. De landelijke standaard voor woningisolatie geeft duidelijkheid aan woningeigenaren over het benodigde isolatieniveau, vooruitlopend op het alternatief voor aardgas. In deze standaard zijn ook streefwaarden voor individuele bouwdelen vastgesteld, waarmee een enkel bouwdeel zeker ‘toekomstbestendig’ is. Met het isoleren volgens de standaard worden woningen voorbereid op een toekomst waarin deze aardgasvrij kunnen worden verwarmd, met technieken die op een lage temperatuur verwarmen. Goede woningisolatie is minder relevant voor aardgasalternatieven die op hoge temperatuur

12

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

verwarmen, maar deze zijn niet beschikbaar binnen gemeente Simpelveld. Meer informatie over isoleren en de nieuwe isolatierichtlijnen is te vinden in bijlage 1.1. Op dit moment voldoen circa 12% van alle woningen in Simpelveld aan de isolatiestandaard (EP-online Register). Het streven is dat woningen in Simpelveld minimaal geïsoleerd worden tot het niveau van de landelijke standaard voor woningisolatie. De standaard betreft een minimum, daarom is het belangrijk om deze in de uitwerking te vergelijken met isolerende maatregelen boven de standaard, richting de streefwaarden. Dit kan worden afgewogen op onder andere de investering, de energierekening over een periode van 30 jaar en het comfort of de waarde van de woning. Daarnaast kan het, afhankelijk van de warmteoplossing, nodig zijn om de streefwaarden aan te houden als het niet mogelijk is om alle bouwdelen te isoleren.

3.1.2 Ventileren Bij het isoleren worden bestaande naden en kieren die zorgen voor natuurlijke ventilatie, gedicht. Het is dus van belang om de verbetering van de ventilatie mee te nemen om te komen tot een gezonde woning en vochtproblemen te voorkomen. Bovendien draagt een goede ventilatie bij aan een gezond binnenklimaat.

3.1.3 Gedrag Bewust omgaan met energie is een belangrijke manier om te besparen. De energiecrisis dwingt inwoners ertoe om het verbruik te reduceren. Daarbij wordt gezocht naar een balans tussen energiebesparen en het behouden van een acceptabel comfortniveau. Bij slecht en matig geïsoleerde woningen is het belangrijk om de thermostaat te verlagen, enkel ruimten te verwarmen waar mensen verblijven en ‘s nachts of bij afwezigheid de thermostaat verder te verlagen. Belangrijk hierbij is om te allen tijde te zorgen voor voldoende ventilatie en de ruimtetemperatuur niet (langdurig) onder de vijftien graden te laten zakken om (vocht)problemen te voorkomen.

3.2

Energiedragers voor duurzame warmte

Om aardgas als energiedrager te vervangen, zijn duurzame alternatieven nodig. Alternatieve energiedragers voor de warmtetransitie zijn: • Elektriciteit; • Natuurlijke bronnen zoals zonnewarmte, lucht, bodem en water; • Restwarmte uit bijvoorbeeld de industrie of de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie); • Duurzame gassen zoals groen gas en waterstof. Het is mogelijk om aardgas te vervangen door een duurzaam gas. Het is alleen nog onzeker of deze op termijn voldoende beschikbaar komt voor

13

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

het verwarmen van woningen en of dit dan ook betaalbaar is. Door elektrificatie van onze energiebehoefte is het noodzaak om het netwerk te moderniseren en nieuwe technieken te implementeren om netcongestie te minimaliseren. Het probleem netcongestie treedt op wanneer er een mismatch is tussen vraag en aanbod van elektriciteit in een bepaald gebied. Hierdoor lopen we tegen de limiet van het net aan wat weer leidt stagnatie in het behalen van onze ambitie. Bijlage 1.3 beschrijft meer informatie over warmtebronnen en duurzaam gas.

3.3

Strategieën om van het aardgas af te gaan

Om alle gebouwen aardgasvrij te maken heeft het Expertise Centrum Warmte (ECW) warmtestrategieën gedefinieerd. Voor elke strategie zijn meerdere technische oplossingen mogelijk. De strategieën zijn te verdelen in twee groepen: individuele en collectieve oplossingen. In bijlage 1 worden de collectieve en individuele oplossingen verder beschreven. Hieronder een korte opsomming van de vier hoofdstrategieën die zijn meegenomen in deze TVW. Daarnaast zijn schematisch de verschillen per alternatieve techniek in beeld gebracht.

Individuele oplossing • Strategie 1 (S1): individuele elektrische warmtepomp • Strategie 4 4 (S4): cv-ketel + hybride warmtepomp in combinatie met duurzaam gas Collectieve oplossing • Strategie 2 (S2): warmtenet met een midden- tot hogetemperatuurbron • Strategie 3 (S3): warmtenet met een lagetemperatuurbron In onderstaande tabel staan de kerneigenschappen van de verschillende strategieën benoemd:

Tabel 1: De vier hoofdstrategieën S1: Individuele warmtepomp

S2: Warmtenet MT- HT

S3: Warmtenet LT

S4: Hybride warmtepomp

Isolatieniveau woningen (schillabel)*

B+

B+ of D+

B+ of D+

B+ of D+

Temperatuur verwarmings­systeem**

Circa 50 °C

Circa 70 °C

Circa 50 °C of 70 °C

Circa 70 °C

Energie infrastructuur

Elektriciteit

Warmtenet

Warmtenet en elektriciteitsnet

Duurzaam gas en elektriciteit

Overstap naar het alternatief

Meer ruimte voor eigen tempo

Iedereen tegelijk

Iedereen tegelijk

Meer ruimte voor eigen tempo

Kosten

Aanpassen gebouwen en installaties

Aanleggen warmtenet

Aanpassen gebouw en aanleggen warmtenet

Aanpassen gebouw

Voordeel

Keuzevrijheid eigenaar in verduurzaming

Minder isolerende maatregelen nodig

Vaak lokaal netwerk en bron

Weinig aanpassingen gebouw- en energieinfrastructuur

Nadeel

Risico op geluidsoverlast omgeving

Iedereen gaat tegenlijk over op deze oplossing.

Naast aanleg netwerk is er meestal ook een warmtepomp nodig (per woning of buurt)

Geen zekerheid over beschikbaarheid en betaalbaarheid van duurzaam gas

* Uitgangspunt bij schillabels: • B+: gebouwen hebben een isolatieniveau overeenkomende met een gemiddelde Rc-waarde5 van 2,5 voor woningen (voldoet aan de isolatiestandaard) en 3,5 voor utiliteitsgebouwen. • D+: gebouwen hebben een isolatieniveau overeenkomende met een gemiddelde Rc-waarde van 1-1,5 voor woningen. ** Uitgangspunt bij temperatuur verwarmingssysteem: • bij 50°C is veelal vervanging van bestaande radiatoren noodzakelijk; • bij 70°C kunnen bestaande radiatoren (grotendeels) worden behouden.

4

Binnen deze TVW zijn de strategieën S4 (groengas) en S5 (waterstof) gecombineerd tot duurzaam gas.

5

Deze waarde geeft het warmte-isolerend vermogen van een materiaal aan (m2K/W). Hoe hoger deze waarde, des te beter het isolerend

vermogen.

14

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

3.4

Wat zijn de kansrijke warmteopties in gemeente Simpelveld?

Het startpunt voor het aanwijzen van het alternatief voor aardgas per buurt is de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), gepresenteerd in de TVW 1.0. Als aanvulling heeft bureau Stantec, in opdracht van de gemeente Simpelveld, een analyse op pand- en clusterniveau gemaakt. In onderstaande afbeelding staan de meest kansrijke duurzame warmtetechnieken bij gelijkwaardig comfort weergegeven als resultaat vanuit de analyse.

Figuur 3: Kansrijke duurzame warmtetechnieken

Bron: potentiestudie Simpelveld

Deze oplossingen zijn niet in beton gegoten, maar bieden wel handelingsperspectief voor aardgasvrij wonen aan inwoners en andere stakeholders. Het is belangrijk om te onthouden dat de analyse een momentopname is en naisolatie kan leiden tot een verschuiving van de meest kansrijke strategie. Het is daarom van belang dat daar waar de gemeente aan de slag gaat met een uitvoeringsplan de beschikbare opties samen nader worden verkend.

15

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

In paragraaf 1.4 werd beschreven hoe deze TVW tot stand kwam. Verschillende onderzoeken werden uitgevoerd. Concrete resultaten uit dit proces zijn: 1. De strategieën individuele oplossingen (S1 en S4), isoleren en besparen passen het beste bij Simpelveld. Duurzaam gas is een belangrijke bron in strategie S4. Het is alleen nog onzeker of er in de toekomst voldoende en betaalbaar duurzaam gas beschikbaar is. Het is daarom noodzaak om de beperkte beschikbaarheid zo zinvol mogelijk in te zetten. Dit is in buurten waar een alternatieve warmtevoorziening veel duurder of technisch niet haalbaar is, zoals bij monumenten en vooroorlogse woningen. De toepassing van de hybride warmtepomp in combinatie met een cv-ketel is voor de meeste woningen een tussenoplossing om te komen tot aardgasvrij. 2. Starten in buurten met veel slecht geïsoleerde woningen en waar de betaalbaarheid van de energierekening bij veel huishoudens onder druk staat heeft de voorkeur; 3. Er is beperkt draagvlak voor collectieve warmteoplossingen en geen passende midden- en hogetemperatuurbron (MT-HT) beschikbaar (S2). Wel is er potentie voor een middelgroot collectief warmtenet in de kern van Simpelveld waarbij gebruik kan worden gemaakt van restwarmte uit de RWZI. Er is onvoldoende zicht op de haalbaarheid en de langdurige beschikbaarheid van deze bron om dit nu als voorkeurstrategie vast te leggen. 4.

Een perfecte oplossing voor iedereen bestaat niet. Elke keuze heeft voor- en nadelen. 5. Uit de inwonersenquête blijkt lokaal en regionaal dat veel inwoners nog niet altijd weten welke stappen zij nu al kunnen zetten. Om inwoners hierin te ondersteunen, organiseerde de gemeente zeven informatieve webinars in samenwerking met de WoonWijzerWinkel. Deze webinars zijn specifiek gericht op VvE’s en woningeigenaren en behandelen onderwerpen als energie besparen, isoleren, zonnepanelen, aardgasvrije technieken en hoe deze maatregelen gefinancierd kunnen worden. 6. Bij de kansrijke oplossingen wordt voor nu uitgegaan van technieken die voldoende marktrijp zijn. Dit zijn bewezen technieken die een hoge mate van zekerheid geven over de effectiviteit. Dit wil niet zeggen dat innovaties worden uitgesloten bij de verdere uitwerking van een alternatief op buurtniveau. Door de energietransitie zijn veel technieken met potentie in ontwikkeling.

Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en huidige inzichten met betrekking tot de beschikbare warmteopties voorziet gemeente Simpelveld het volgende:

Doen: individuele warmteoplossingen en kleine collectieven Om ervoor te zorgen dat de alternatieve warmteoplossing mogelijk wordt, is het nodig om te starten met het isoleren van de huidige woningvoorraad. Daarbij geldt dat de warmteoplossing efficiënter werkt bij een hoger isolatieniveau. Tevens zorgt deze aanpak ervoor dat op termijn zoveel mogelijk woningen de nationale isolatiestandaard bereiken. Gelijktijdig worden woningen voorzien van hybride of hybride+ warmtepompen6. Een hybride warmtepomp is een combinatie tussen warmtepomp en cv-ketel: de cv-ketel springt bij in het verwarmen van de woning als het buiten te koud is. Ook het warm water komt nog uit de cv-ketel. Naarmate het isolatieniveau van de woning stijgt, neemt ook het aandeel van de warmtepomp in deze opstelling toe. Daardoor hoeft de cv-ketel minder vaak bij te springen. Bij de toepassing van een hybride+ warmtepomp kan uiteindelijk worden overgestapt naar volledig elektrisch opgewekte verwarming. Woningen die al voldoen aan de isolatiestandaard en waarvan de afgifte systemen geschikt zijn kunnen direct inzetten op een volledig elektrische warmtepomp. Daar waar op projectniveau of vanuit inwoners potentie en draagvlak aanwezig is voor het opzetten van kleine collectieven is het wenselijk dit proces te ondersteunen als gemeente.

6

Hybride+ warmtepompen zijn geschikt om zowel hybride als volledig elektrisch te verwarmen. Dit betekent dat deze als hybride ingezet

wordt zolang het standaard isolatieniveau nog niet bereikt is en/of het afgiftesysteem geschikt gemaakt is voor lage temperatuur.

16

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Onderzoeken: restwarmte RWZI en inzet duurzame gassen Uit de pandenanalyse blijkt dat de kern van Simpelveld beschikt over voldoende dichtheid van woningen om een warmtenet rendabel te maken. De restwarmte vanuit de RWZI kan worden gebruikt voor een middelschalig collectief warmtenet (+/- 300 woningen). Onderzoek naar de technische-, economische- en sociale haalbaarheid is nodig om te beoordelen in hoeverre dit een geschikte oplossing is. Verder blijkt dat een hybride warmtepomp in combinatie met duurzaam gas de meest kansrijke warmtetechniek is. Maar de beschikbaarheid en inzet van duurzame gassen is onzeker. Om hier meer zicht op te krijgen en deze potentie optimaal te benutten neemt gemeente Simpelveld deel aan een onderzoek naar de potentie van groen gas in Zuid-Limburg.

Niet doen: grootschalig collectieve warmtenetten Gezien het beperkte draagvlak en het ontbreken van de benodigde warmtebronnen is dit geen voorkeursstrategie en gaan wij hier niet mee aan de slag.

3.5

Haalbaar en betaalbaar

Het uitgangspunt uit het Klimaatakkoord is dat de alternatieve warmtevoorziening haalbaar en betaalbaar moet zijn. Bij haalbaarheid gaat het om de technische haalbaarheid en de sociale haalbaarheid: draagvlak en maatschappelijke acceptatie voor het alternatief. Bij betaalbaarheid gaat het om de balans tussen de maatschappelijke kosten, gebruikerskosten en de opbrengsten. Aardgasvrije alternatieven brengen vaak investeringen met zich mee. Aan de andere kant kent niets doen ook een prijs. De kosten van het alternatief moeten betaalbaar zijn voor de gebruiker en de eigenaar, zonder alle kosten bij de maatschappij neer te leggen. Het uitgangspunt is dat de warmtetransitie alleen slaagt als iedereen mee kan doen. Daarvoor moet de overstap

naar een alternatief voor aardgas en de verduurzaming van de woning ook voor iedereen betaalbaar zijn. Woonlastenneutraliteit voor het overgrote deel van de inwoners is hierbij het uitgangspunt. Dat betekent dat de investering in de verduurzaming op termijn wordt terugverdiend door de besparing op energiekosten. Dit kan niet voor alle individuele inwoners worden gegarandeerd. Bij het opstellen van het uitvoeringsplan, wordt rekening gehouden met de verwachte betaalbaarheid. Het kabinet maakt de komende periode middelen vrij om gemeenten te ondersteunen bij de transitie naar een energiezuinige en aardgasvrije gebouwde omgeving. Die financieringsconstructies kunnen de drempel tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen voor inwoners een stuk verlagen.

Wat de verduurzamingskosten zijn voor de eigenaar hangt af van verschillende factoren waaronder: • Het type gebouw en de oppervlakte van het gebouw: hoe groter het oppervlak van de gevel en het dak, hoe meer warmte verloren kan gaan. Dit heeft invloed op de investeringskosten en de maandlasten; • De huidige staat van het gebouw: is het al goed geïsoleerd? Is er wel of geen achterstallig onderhoud? Wat is de leeftijd van het gebouw? Deze vragen beïnvloeden hoeveel er geïnvesteerd moet worden om het gebouw energiezuinig te maken; • Het warmtealternatief voor aardgas: dit alternatief heeft invloed op de kosten. Dit kan gaan over de kosten voor de woning maar ook over de kosten voor de infrastructuur, een warmtenet of het elektriciteitsnet. Hierbij komen de investeringen bij verschillende partijen terecht. De investeringen in het gebouw zijn voor de eigenaar. De investeringen in het netwerk liggen bij de netwerkbeheerder of het warmtebedrijf en worden door de inwoners betaald via de energierekening; • Naast deze kosten zijn er ook externe factoren die de kosten beïnvloeden. Denk hierbij aan prijsontwikkelingen voor materialen en of deze voldoende beschikbaar zijn.

17

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

3.5.1 Financiering Financiering is een belangrijk onderdeel om stappen te kunnen zetten. Uit de inwonersenquête blijkt dat dit voor veel inwoners een lastig vraagstuk is. Wat leveren de investeringen op? Daarnaast zijn de investeringskosten hoog, niet iedereen heeft de financiële middelen om dit te bekostigen. Er zijn landelijk subsidies beschikbaar voor inwoners met een koophuis en VvE’s voor isolatie of de aanschaf van een warmtepomp. Deze dekken een deel van de investeringskosten. Via het landelijk platform Verbeterjehuis, is een totaaloverzicht beschikbaar van subsidies en financierings­ mogelijkheden. Voor eigenaren met een laag inkomen biedt het Nationaal Warmtefonds onder voorwaarden een lening tegen 0% rente aan. Tevens biedt het platform een verbetercheck aan waarbij inwoners op een eenvoudige wijze zicht krijgen op welke verbeteringen mogelijk zijn, wat de kosten zijn en wat de beoogde jaarlijkse besparing is. Iedereen kan voor algemene vragen, informatie, maatwerkadvies en ondersteuning in het nemen van maatregelen terecht bij de WoonWijzerWinkel.

3.5.2 Maatschappelijke kosten De startanalyse van Planbureau voor de leefomgeving (2020) geeft inzicht in de warmtealternatieven per buurt met de laagste maatschappelijke kosten. Deze studie is één van de studies die is gebruikt bij het opstellen van deze TVW. Het is de taak en verantwoordelijkheid van de gemeente om te zorgen voor de laagste maatschappelijke kosten. Dit zijn de totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers: dus de kosten voor aanpassingen aan de gebouwen, de kosten voor de infrastructuur en de kosten voor de warmtebron en levering van energie, die nodig zijn voor een aardgasvrije gebouwde omgeving.

18

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

De maatschappelijke kosten zijn meegenomen in het selecteren van de meest kansrijke warmteoptie en speelt ook in rol in het bepalen waar mee gestart moet worden. Voor Simpelveld hebben de individuele oplossingen de laagste maatschappelijke kosten. Een warmtenet is veel duurder, vooral omdat bronnen ontbreken en er dus zeer ingrijpende maatregelen getroffen moeten worden voor duurzame opwek en de aanleg van het warmtenet. Enkel de kosten voor het gebruiken van RWZI-restwarmte zijn vergelijkbaar met een volledig elektrische warmtepomp.

3.6

Waar wordt gestart?

Het Klimaatakkoord bepaalt dat gemeenten een regierol krijgen bij de buurtgerichte aanpak. De buurtgerichte aanpak is een aanpak waarbij elke buurt samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt. Om te komen tot een buurtvoor-buurt stappenplan zijn de buurten op basis van onderstaande selectiecriteria met elkaar vergeleken.

Gemeente Simpelveld definieerde de volgende selectiecriteria: 1. Bewoners en participatiegroepen De gemeente Simpelveld vindt het belangrijk om de mening, actiebereidheid en wensen van inwoners ten opzichte van aardgasvrij wonen mee te nemen bij het maken van de plannen. Uit de enquête komen de volgende criteria naar voren: • De isolatiewaarde van de woning. Buurten waarbij een groot deel van de woningen nog een relatief laag energielabel (E, F of G) hebben, verbruiken ook veel aardgas; • De hoogte van het energieverbruik. Het verbruik van veel aardgas zorgt voor een hoge energierekening. En dat zorgt voor energiearmoede; • De aanpasbaarheid van woningen. Sommige woningen zijn sneller/eenvoudiger aan te passen dan anderen. • De actiebereidheid van de buurt. Hoe hoger de actiebereidheid, hoe interessanter het is om in deze buurt te starten. 2. Gebouwde omgeving Per buurt is gekeken naar het soort bebouwing. In buurten waar enkele eigenaren meerdere panden in bezit hebben, kunnen gelijksoortige oplossingen worden toegepast. Monumenten zijn een vertragende factor. Per buurt is daarom gekeken naar: • Woningcorporaties en gemeentelijk vastgoed; • Wijkuniformiteit; • Monumenten. 3. Koppelkansen Bij koppelkansen wordt gekeken naar de werkzaamheden die in de komende jaren in de buurt op de planning staan en gecombineerd kunnen worden met het verduurzamen.

Informatie omtrent de volgende koppelkansen zijn meegenomen in de afweging: • Infrastructuur, zoals gasnet en riolering; • Buurtontwikkelingen; • Plannen woningcorporaties. 4. Betaalbaarheid Het is de taak en verantwoordelijkheid van de gemeente om de kosten voor iedereen betaalbaar te houden. De maatschappelijke kosten uit de startanalyse en pandenanalyse zijn een optelsom van kosten en baten van alle partijen, maar houden geen rekening met waar die terecht komen. De differentiatie in kosten voor de maatschappij en eindgebruikers wordt inzichtelijk gemaakt in de uitvoeringsplannen.

19

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

De analyse per buurt levert het volgende beeld op: Tabel 2: resultaten gewogen multicriteria analyse (hoe hoger de score, des te hoger de prioriteit)

20

Buurten

Score

Baneheide

139

Bocholtz

152

Bocholtzerheide

141

Huls

137

Hulsveld

135

Molsberg

143

Prickart-Broek

144

Simpelveld

148

Verspreide huizen

145

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Het verschil in score is onvoldoende om te komen tot een logisch buurt-voor-buurt stappenplan. In een landelijk gebied zoals Simpelveld zijn de mogelijkheden, uitdagingen en dilemma’s rond de warmtetransitie vaak anders dan in steden. Dit is ook de reden dat het Programma Aardgasvrije Wijken concludeerde dat een wijkgerichte aanpak veelal niet werkt voor het platteland. Door de resultaten van de analyse te bekijken op pandniveau, leiden een viertal doelgroepen tot clustering: (1) energiearmoede, (2) plannen van de woningcorporaties (3) gemeentelijk- en maatschappelijk vastgoed en (4) initiatieven door inwonersgroepen. Anders dan de buurt-voor-buurt aanpak zet gemeente Simpelveld op basis van de onderzoeksresultaten in op de volgende twee sporen: 1. De gemeentebrede aanpak; en 2. De doelgroepenaanpak die zich richt op bovenstaande vier doelgroepen. Er zit een overlap tussen beide aanpakken, met het grootste verschil dat bij de doelgroepenaanpak meer oog is voor ontzorging en aanvullende regie vanuit de gemeente om de benodigde stappen versneld te behalen. Dit wordt in de volgende hoofdstukken verder toegelicht.

4. Gemeentebrede aanpak Simpelveld is een landelijke gemeente waarin een gemeentebrede aanpak de voorkeur heeft. Uit de afgenomen Inwonersenquête bleek dat de meeste inwoners een voorkeur hebben voor het zelfstanding verduurzamen. Hierbij wordt wel aangegeven dat zij ontzorgd willen worden bij het nemen van verduurzamingsstappen. Met de gemeentebrede aanpak wordt daarom ingezet op het ondersteunen van inwoners en ondernemers. Dit gebeurt en gaat gebeuren met:

Regionaal isolatie- en verduurzamingsprogamma De gemeente kreeg naast het aardgasvrij maken ook een taak in het isoleren van koopwoningen met slechte energielabels (D,E, F, G). Daarvoor werkte Simpelveld samen met andere Parkstad-gemeenten aan een isolatie- en verduurzamingsprogramma (IVP). Dit programma loopt vooralsnog van 2024 tot 2030. Het IVP is als groeimodel opgezet en wordt in de komende jaren steeds verder uitgewerkt. De focus voor de eerste fase is het isoleren van woningen met slechte energielabels. In de fase daarna is er ook aandacht voor andere duurzame maatregelen, zoals bijvoorbeeld hybride warmtepompen. Met behulp van het IVP, waarvoor de gemeentemiddelen krijgt uit het nationaal isolatieprogramma, is het streven om het isolatieniveau van zoveel mogelijk woningen voor 2030 te verbeteren. Hiervoor bevat het IVP-bouwstenen om gemeentebreed stappen te zetten naar energiezuinigere woningen: • Woningeigenaren met een slecht label en relatief laag inkomen, worden extra ondersteund. • Er komen collectieve inkoopacties voor isoleren. Alle woningeigenaren kunnen hiervan gebruik maken; • Woning- en gebouweigenaren worden actief ondersteund bij het realiseren van de besparingsopgave en het zetten van stappen naar een energiezuinig en aardgasvrij Simpelveld.

Onafhankelijk energieloket De WoonWijzerWinkel Limburg is opgezet door onder andere Simpelveld om als onafhankelijk adviesloket voor verduurzaming te werken. De WoonWijzerWinkel helpt door het verstrekken van informatie, advies, financiële opties en offertes rondom isolatie, ventilatie, verwarming en energieopwekking. Het aanbod van de WoonWijzerWinkel wordt continu gemonitord en verbeterd naar de vraag van de inwoners. Daarnaast wordt ingezet op het bekender maken van de WoonWijzerWinkel onder de inwoners.

21

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Duurzaamheidslening De gemeente Simpelveld stimuleert en maakt het verduur­zamingsproces aantrekkelijker door te acteren als betrouwbare partner in het aanbieden van een financieel aantrekkelijke lening, de “Duurzaamheidslening Simpelveld”. Eigenaren van woningen en panden gelegen in de gemeente Simpelveld worden daarmee ondersteund bij de verduurzaming hiervan. De “Duurzaamheidslening Simpelveld” verstrekt geen subsidies, maar verstrekt leningen aangaande duurzaamheidsprojecten tegen gunstige condities.

Cv-ketel vervangen vanaf 2026 Hybride warmtepompen worden vanaf 2026 de nieuwe standaard voor het verwarmen van woningen in de bestaande bouw. Daarbij geldt voor monumenten en appartementen dat deze vooralsnog uitgezonderd zijn van de verplichting. Ook is het bij hybride warmtepompen van belang dat de terugverdientijd niet langer is dan 7 jaar en dat er niet binnen 10 jaar gestart

22

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

wordt met de ontwikkeling van een warmtenet of een ander aardgasrij alternatief in de buurt. Een hybride warmtepomp maakt nog gebruik van aardgas en is dus een eerste stap naar volledig aardgasvrij wonen. Woningen gebouwd na 1992 kunnen bij vervanging direct overstappen naar een all-electric warmtepomp omdat de woning daar meestal goed genoeg voor is geïsoleerd. Het is hierbij wel van belang dat de afgiftesystemen hiervoor geschikt zijn, bijvoorbeeld vloerverwarming of LTV-radiatoren.

Samenwerken voor het omzetten van nationale regelgeving Het rijk stimuleert met nationale regelgeving het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Gemeente Simpelveld zet zich in om gezamenlijk met betrokkenen de gestelde ambities te behalen. Denk hierbij aan de uitfasering van slechte energielabels bij utiliteitsgebouwen en het feit dat woningcorporaties en particuliere verhuurders vanaf 2030 geen woningen meer mogen verhuren met energielabel E, F, of G.

5. Doelgroepenaanpak Dit hoofdstuk licht de doelgroepenaanpak toe. Om stappen te kunnen zetten is het belangrijk om focus aan te brengen. Dit is mogelijk door in te zetten op het bereiken en activeren van de juiste doelgroepen. Focus wordt in eerste instantie aangebracht op de onderstaande vier clusters. Aanvullende doelgroepen die naar aanleiding van clustering worden geïdentificeerd kunnen later aan deze aanpak worden toegevoegd.

Energiearmoede Inwoners die moeite hebben met het betalen van de energierekening kunnen meedoen met het isolatie- en verduurzamingsprogramma (IVP), zoals beschreven in hoofdstuk 4. Als er voldoende woningeigenaren deelnemen en in het proces ontzorgd worden, kan de gewenste win-win situatie ontstaan: het energiegebruik wordt verlaagd en de benodigde koopkracht binnen deze doelgroep neemt toe. Huurders van woningcorporaties moeten erop vooruitgaan door gezamenlijk op te trekken met de woningcorporatie om slechte labels uit te faseren. Met het IVP wordt ook ingezet op particuliere verhuurders.

Woningcorporaties De woningcorporaties spelen een belangrijke rol in de energietransitie: ze hebben bezit en kennen hun inwoners. Tevens moeten zij, met het vooruitzicht op de uitfasering van de slechte labels, de komende tijd stappen zetten. Het bezit van de woningcorporaties in Simpelveld is circa 25% van de totale woningvoorraad. De verduurzaming van de woningcorporaties biedt mogelijkheden om hierin gezamenlijk op te trekken met particuliere woningeigenaren en daarmee het bereik te vergroten.

Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed De gemeente wil het goede voorbeeld geven. Met de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen wordt een minimale aardgasreductie van 50% ten opzichte van 2019 behaald in 2030. Dit komt ongeveer uit op 30.000 m3.

23

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Om inzichtelijk te maken wat de mogelijkheden en de daarbij behorende investeringen zijn om de gemeentelijke panden te verduurzamen, wordt gewerkt aan een routekaart. Het volgen van deze routekaart leidt tot een integratie in het onderhoudsplan en de ontwikkeling van projecten ten behoeve van verduurzaming. In de routekaart wordt gekeken naar: • isolatie van gevels, vloer en dak; • aardgasvrije verwarming en warm tapwater; • opwekking elektriciteit; • energiezuinigere installaties.

De Pioniers Uit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) blijkt dat landelijke gebieden resultaat kunnen behalen door de toepassing van meerdere verschillende aanpakken naast elkaar. Het openstaan voor, en opzoek gaan naar, kleinschalige coöperatieve samenwerkingen en oplossingen die van onderop ontstaan blijkt succesvol. Het maatschappelijk middenveld wat de verbinding vormt tussen de gemeenschap, de markt en de overheid speelt een belangrijke rol. Dit zijn de pioniers, vrijwilligers, weldoeners en onderzoekers. Ze jagen de energietransitie aan door te zoeken naar de verbinding en overeenkomsten tussen de verschillende rollen. Denk bij deze aanpak aan het faciliteren van buurtinitiatieven en het bieden van een podium voor de pioniers. Daarnaast is ook de samenwerking met onderwijsinstanties en marktpartijen in de ontwikkeling van Living Labs een mogelijkheid. Binnen Living Labs worden innovatieve producten en processen in de ‘echte’ wereld getest en verbeterd.

5.1

Uitvoeringsplan

De uitvoering

Participatie

Voor de doelgroepenaanpak wordt een uitvoeringsplan opgesteld. In een wijkuitvoeringsplan uit het Klimaatakkoord wordt een plan opgesteld door gemeente, inwoners en gebouweigenaren uit de wijk.

De afbeelding hieronder beschrijft op hoofdlijnen het stappenplan om te komen tot een breed gedragen uitvoeringsplan. Het participatieproces is een cruciale factor en vraagt om maatwerk.

Een doelgroepenaanpak is anders, maar volgt op hoofd­ lijnen dezelfde leidraad om de uniformiteit in aanpak te waarborgen.

De totstandkoming van een uitvoeringsplan is een lang traject, dat twee jaar of soms nog langer kan duren. Gedurende die tijd is het cruciaal om inwoners en gebouweigenaren te betrekken. Door inwoners vroegtijdig te betrekken wordt duidelijk onder welke voorwaarden inwoners mee willen in de warmtetransitie, wat dit voor hen aantrekkelijk maakt en wat voor ondersteuning zij nodig hebben van de gemeente.

In het uitvoeringsplan uit de doelgroepenaanpak wordt beschreven welke warmteoplossing het beste per cluster binnen de doelgroepen past, wanneer er op dit alternatief voor aardgas kan worden overgegaan en welke maatregelen nodig zijn om dit mogelijk te maken. Ook de kosten en de ruimtelijke impact worden in beeld gebracht. Deelname aan het uitvoeringsplan is niet verplicht. De doelgroepen worden gestimuleerd en ondersteund, maar niet verplicht om van het aardgas af te gaan. Het uitvoeringsplan moet aan een aantal inhoudelijke, juridische en procedurele eisen voldoen. De regie ligt daarom bij de gemeente. Inwoners, gebouweigenaren en andere partijen zoals de woningcorporatie en Enexis worden hierbij betrokken, zodat zij weten wat er van hen wordt verwacht en wat zij andersom van de gemeente mogen verwachten.

24

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Het succes van een participatieproces is in grote mate afhankelijk van menselijk contact tussen inwoners en de gemeente. In de kern gaat het erom dat de gemeente openstaat voor ideeën en ervaringen van inwoners en rekening houdt met het perspectief en overwegingen van deze inwoners. Het is van belang iedereen een mogelijkheid te geven om mee te doen en ervoor te zorgen dat iedereen gehoord wordt.

Figuur 4: Uitvoeringsplan & participatie

Bron: Programma Aardgasvrije Wijken

25

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

6. Rol en betrokkenheid van de gemeente 6.1

De rol van de gemeente

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een centrale rol vervullen in de lokale warmtetransitie: de regierol. Simpelveld neemt daarom een proactieve regierol, waarbij de inwoners ervan op aan kunnen dat de gemeente hen helpt om gezamenlijk woningen toekomstbestendig te maken en te verduurzamen.

Gemeentebrede aanpak Binnen de gemeentebrede aanpak gaat het voornamelijk om het faciliteren van informatie en mogelijkheden om te verduurzamen. Dit betekent inzicht geven in subsidie- en financieringsmogelijkheden, het ondersteunen in het ontwikkelen van stappenplannen voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen en het aanbieden van maatregelen. Uit onderzoek blijkt dat dit vanuit een groot deel van de inwoners ook gewenst is.

Doelgroepenaanpak Door inwoners en gebouweigenaren aan te moedigen en te ondersteunen wil gemeente Simpelveld verduurzaming binnen de focusgebieden van de doelgroepenaanpak versnellen. Simpelveld zet in op een integrale aanpak waarbij alle belanghebbende worden betrokken. Binnen deze aanpak pakt de gemeente het touw iets meer in handen. Dit in de vorm van initiatieven van onderop aanjagen, navigeren en monitoren.

26

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

6.2

Energiebesparing tot en met 2030

In paragraaf 2.2 werd de ambitie vastgesteld op 20% reductie (1,9 miljoen m3) en in de daaropvolgende hoofdstukken is de aanpak ten aanzien van de warmtetransitie toegelicht. Met behulp van de bovenstaande aanpak en deels autonome ontwikkelingen is de volgende aardgasreductie te verwachten:

Tabel 3: Aardgasbesparing 2030 Aardgasbesparing in 2030 Gemeentebrede aanpak

1,43 mln. m3

Doelgroepenaanpak

0,47 mln. m3

De besparing van de gemeentebrede aanpak is gebaseerd op de volgende verdeling:

Figuur 5: Verdieping gemeentebrede aanpak

23%

47%

30%

Gemeentebrede aanpak Hybride warmtepompen Volledig elektrische warmtepompen Isolatie

27

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

De uitgangspunten hierbij zijn als volgt: Tabel 4: energiebesparing gemeentebrede aanpak t/m 2030 Gemeentebrede aanpak

Besparende maatregel

Reductie in m3 [*100.000]

Bron

Isolatie en verduurzaming

230 isolatie ingrepen per jaar

280

IVP

226 Hybride warmtepompen per jaar

640

Aantal ketelvervangingen per jaar8

40 Volledig elektrische warmtepompen per jaar

320

Aantal ketelvervangingen per jaar

Uitfasering slechte energielabels utiliteitsgebouwen en particuliere verhuurders, autonome ontwikkeling sloop/ nieuwbouw

190

Inschatting, 2% reductie

Cv-ketel vervanging

Omzetten nationale regelgeving

De besparing van de doelgroepenaanpak is gebaseerd op de volgende verdeling:

Figuur 6: Verdieping doelgroepenaanpak

6%

16%

60%

18%

Doelgroepenaanpak Woningbouwcorporaties Gemeentelijk vastgoed Pioniers Energiearmoede

8

In Nederland worden per jaar 400.000 cv-ketels vervangen. Het Simpelveldse aandeel daarin is ongeveer 0,0007%.

Aanname is dat 85% wordt vervangen door een hybride warmtepomp en 15% door een volledig elektrische warmtepomp.

28

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

De uitgangspunten hierbij zijn als volgt: Tabel 5: energiebesparing doelgroepen aanpak t/m 2030 Doelgroep

Besparende maatregel

Reductie in m3 [*100.000]

Bron

Energiearmoede

50 isolatie ingrepen per jaar

65

IVP

Woningcorporaties en betrokken particulieren

Isoleren woningvoorraad van woningcorporaties (minimaal conform regelgeving)

290

Input woningcorporaties incl. 20% extra woningen van particulieren

Gemeentelijk vastgoed

50% aardgasreductie

30

Ambitie

Pioniers

In totaal 80 woningen volledig aardgasvrij

85

Inschatting

De totale reductie van aardgasgebruik in Simpelveld in 2030 bedraagt daarmee 1,9 miljoen m3. In totaal resulteert dit in circa 20% reductie in 2030. Met deze aanpak zorgt gemeente Simpelveld naast een reductie van het aardgasgebruik er ook voor dat een deel van de woningvoorraad gereed is om de overstap te maken naar volledig aardgasvrij verwarmen.

29

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Bronnenlijst

Gemeente Simpelveld TVW 1.0. (2021).

Nieman. (2023).

Transitievisie warmte 1.0

Webinar: voorbij de standaard

Regionale Klimaatmonitor.

PALET. (2015).

Aardgasverbruik gebouwde omgeving Simpelveld 2019

Parkstad Limburg Energietransitie (PALET)

EP-online Register.

PBL. (2022). Startanalyse aardgasvrije buurten

Isolatieniveau woningen

Ministerie van BZK.

Programma Aardgasvrije Wijken. (PAW). Stappenplan en uitvoeringsplan

Nationaal Isolatieprogramma

Ministerie van BZK.

RVO. (2021). Standaard en streefwaarden voor woningisolatie

Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving

WoonWijzerWinkel Limburg. WoonWijzerWinkel

Nationaal Warmtefonds. Energiebespaarlening

30

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0

Bijlage 1

31

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 1

Bijlage 1

1. Verdieping isoleren en warmtealternatieven Deze bijlage licht de standaard- en streefwaarden bij het isoleren van woningen toe. Vervolgens worden de verschillende warmtetechnieken verder toegelicht. De meeste alternatieven voor aardgas gebruiken elektriciteit om de installatie draaiende te houden. Daarnaast maken deze ook gebruik van een bron. Dit kunnen natuurlijke bronnen zijn maar ook restwarmte of duurzaam gas. Aan het einde van deze bijlage wordt de status van duurzaam gas en waterstof toegelicht.

1.1. Standaard- en streefwaarden woningisolatie De landelijke Standaard voor woningisolatie legt vast tot welk niveau de gehele woning minimaal geïsoleerd moet worden om over te kunnen stappen naar een aardgasvrij alternatief. Deze isolatienorm is gekoppeld aan de hoeveelheid warmte/m² die een woning nodig heeft. Daarnaast houdt de standaard rekening met het soort ventilatiesysteem en de mate van kier- en naaddichting. Er wordt geen rekening gehouden met mogelijke oververhitting en de behoefte aan koeling als gevolg in de zomer. Isoleren conform de standaard betekent niet direct dat de woning voldoende geïsoleerd is voor het kansrijke warmtealternatief. Onderstaande afbeelding geeft aan wanneer de standaard geschikt is per technische oplossing en bijbehorende temperatuur.

Tabel 1: Alternatieven voor aardgas Alternatief voor aardgas Ander ‘gas’ (1)

Hybride WP/CV

HT

MT

Nu (LT)

Toekomst

HT

MT

LT

(Z)LT

Temperatuurniveau

>75°C (90°C)

55-75°C

30-55°C

55-75°C

> 75°C (90°C)

55-75°C

30-55°C

<30°C

Onder de Standaard

V

X

X

X

V

X

X

X

Vooroorlogse Standaard

V

V

X

V

V

V

X

X

Naoorlogse Standaard

V

V

V

V

V

V

V

X

Voorbij de Standaard

V

V

V

V

V

V

V

V

Warmtepomp

(1) Niet op korte termijn beschikbaar

32

Gemeente Simpelveld | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 1

Warmtenet

Bron: Nieman: Webinar: Voorbij de Standaard

Uitleg standaard Deze standaard houdt rekening met vooroorlogse woningen (bouwjaar tot en met 1945) en naoorlogse woningen (bouwjaar na 1945). Voor woningen gebouwd tot en met 1945 geldt een andere standaard dan voor woningen die zijn gebouwd na 1945. De standaard voor vooroorlogse woningen gaat uit van minder isolatie waardoor de woning nog niet geschikt is voor lage temperatuur verwarming (LT). De standaard is hierbij vergelijkbaar met energielabel D. Dit heeft, ondanks dat er voldaan wordt aan de standaard voor isoleren, de consequentie dat de woning niet of in mindere mate geschikt is voor sommige alternatieve warmtetechnieken. De standaard voor woningen na 1945, komt ongeveer overeen met energielabel A of B. De standaard is daarmee het isolatieniveau waarbij de woning in principe voldoende geïsoleerd is om de woning met een lage temperatuur te verwarmen. Op alle nieuwe energielabels – vanaf 1 augustus 2021 – staat vermeld of de isolatie van de woning voldoet aan de ‘Standaard voor isolatie’. Meer informatie over de isolatiewaarde van de verschillende bouwdelen zijn beschikbaar via het Rijk en aanvullende informatie over de standaard bij het Expertise Centrum Warmte.

Streefwaarden Naast een standaard voor de gehele woning bestaan er ook streefwaarden voor afzonderlijke bouwdelen van woningen. Deze zijn bedoeld voor eigenaren die een of enkele delen van de woning verduurzamen. Deze isolatienormen geven aan wanneer een enkel bouwdeel (zoals dak, vloer of ramen) zeker ‘toekomstbestendig’ is. Het isoleren van een bouwdeel naar deze streefwaarde zorgt ervoor dat dit bouwdeel goed genoeg is geïsoleerd. Bij aansluiting op een alternatieve warmtebron wordt dit gedeelte niet meer aangepakt. Het doel is wel dat de woning voldoet aan de standaard. Het is daarom niet nodig alle streefwaarden te realiseren.’1 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=c16c9f24-f467-4589-8de6-ce487a29ff1e