7 23-28 Bijlage 1 Brief gemeenteraad + Ontwerpbegrotingswijziging 2023, ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 RUD Zuid-Limburg.pdf
Tekst van het document
oUD
ImZw/dLimburg ■o
De raad van de gemeente Simpelveld Postbus 21000 6369 ZA SIMPELVELD
Ons kenmerk Uw kenmerk Bijlage(n) Contactpersoon Telefoon E-mail Onderwerp
Geachte
2 H. Frins 06 55 41 89 12 hma.frins@rudzl.nl Ontwerpbegroting 2024, meerjarenraming begrotingswijziging 2023
Maastricht
21 maart 2023
Verzonden
2 1
NAAM 2023
2025 - 2027 en ontwerp-
raadsleden,
Bijgevoegd treft u de ontwerpbegroting 2024, meerjarenraming 2025-2027, van de RUD Zuid-Limburg aan. Tevens zenden wij u een ontwerpbegrotingswijziging voor dit boekjaar. De reden dat wij u een begrotingswijziging voorleggen ligt in het feit dat dit jaar de lonen van onze werknemers volgens nieuwe Cao-afspraken meer zullen stijgen dan eerder kon worden voorzien. De benodigde bijstelling kan niet worden opgevangen binnen de vastgestelde begrotingsruimte 2023. Verderop in deze brief, onder indexering, lichten wij dit nader toe. Vooruitlopend op de begroting 2024 hebben wij een kaderbrief gestuurd en daarbij de gelegenheid geboden om hierover een zienswijze in te dienen. Een aantal gemeenteraden heeft hiervan gebruik gemaakt. De twee punten waarover wij de meeste opmerkingen c.q. vragen hebben ontvangen zijn de financiering van de nieuwe bodemtaken en de indexering. Elke indiener hebben wij een reactie gestuurd, en wij vinden het gewenst om onze antwoorden c.q. toelichting ook bij de toezending van de ontwerpbegroting 2024, meerjarenraming 2025 - 2027 en ontwerpbegrotingswijziging 2023 te delen. Nieuwebodemtaken Recent stemde de Eerste Kamer in met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Dit betekent dat er per die datum een bevoegdheidsverschuiving optreedt van provincies en naar gemeenten voor wat betreft de uitvoering van een aantal specifieke bodemtaken.
Deze specifieke bodemtaken zijn aangewezen als basistaken en gemeenten moeten de uitvoering ervan aan hun
Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy+en+proclaimer
.
omgevingsdiensten opdragen. Bevoegd gezaggemeenten Wbb Heerlen en Maastricht blijven bevoegd, maar dienen deze basistaken ook door onze dienst te laten uitvoeren. Over de financiering van deze taken is jarenlang onduidelijkheid geweest. Bij het versturen van de kaderbrief was deze onduidelijkheid er nog steeds. Gelukkig kunnen wij in die zin positief nieuws brengen, namelijk dat er landelijk inmiddels afspraken zijn gemaakt tussen Rijk, IPO en de VNG. De afspraken houden in dat de rijksbijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), worden gecontinueerd aan de huidige bevoegde gezagen. En dat provincies en de bevoegd gezaggemeenten Wbb de rijksbijdragen doorzetten in de omgevingsdienst ter financiering van de uitvoering van de wettelijke nieuwe basistaken bodem voor alle gemeenten. Daarmee is de financiering van onze uitvoering begrotingstechnisch geregeld. De financiële afspraken moeten nog wel worden geëffectueerd voor onze dienst, en daarvoor treden wij tijdig in overleg met de betreffende deelnemers. Indexering Op 21 februari 2023 is een principeakkoord bereikt tussen de werkgeversorganisaties en vakbonden over de Cao gemeenten en de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO), dat betrekking heeft op het jaar 2023.
Wij zien daardoor een loonstijging van 7,24% voor de bij ons meest voorkomende loonschaal. In de begroting 2023, die in een volstrekt ander tijdsgewricht is opgesteld namelijk vóór de inval van Rusland in de Oekraïne, is gerekend met een loonstijging van 2,3%. Dat betekent dus dat de verwachting van toen met de kennis van nu veel te optimistisch was. Dat geldt ook voor de prijsinflatie van 1,3%. De grote verandering in loon- en prijsstijging zijn in de ontwerp-begrotingswijziging 2023 aangepast. Gerekend is nu met een loonstijging van 7,24% en een inflatie van 5,9% (inflatiecijfer CPB). De totale begrotingswijziging bedraagt € 734.759 waarvan € 585.330 is toe te schrijven aan het effect van de looninflatie en € 147.911 is toe te schrijven aan het effect van de prijsinflatie. Voor de hierop gebaseerde ontwerpbegroting 2024 is gerekend met een loonstijging van 4% en een prijsstijging van 5%. De prijsstijging van 5% is ontleend aan de verwachting die de DNB (De Nederlandsche Bank) heeft gepubliceerd. We verwachten dat de loonstijging deze volgt maar er iets onder zal liggen. Voor 2024 betekent dat een verwacht effect van de looninflatie van € 481.855 en € 106.667 van de prijsinflatie. Het totaaleffect vanwege loon- en prijsstijgingen is derhalve € 588.522.
Fte Zoals hiervoor is aangegeven verandert het basistakenpakket voor gemeenten bij inwerkingtreding van de Omgevingswet met nieuwe bodemtaken. Wij hebben hiervoor 6 fte in de ontwerpbegroting opgenomen, in lijn met de kaderbrief 2024. Deze fte zijn een inschatting en gebaseerd op het aantal meldingen in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen en het aantal saneringen (beschikkingen) van de afgelopen jaren, zoals deze aantallen zijn verstrekt door de huidige bevoegde gezagen Wbb. Deze aantallen zijn vermenigvuldigd met de kengetallen uit onze Producten- & Dienstencatalogus, welke kengetallen zijn gebaseerd op landelijke cijfers. Zowel landelijk als op schaal van onze dienst, zullen de uren inzet voor deze nieuwe bodemtaken worden gemonitord. In de ontwerpbegroting 2024 is een toename van 3 fte energiespecialisten opgenomen ad € 299.241. Deze fte worden gefinancierd via de SPUK Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht, welke regeling speciaal voor omgevingsdiensten is gemaakt. Dit, vooruitlopend op het wettelijk verankeren van deze werkzaamheden als basistaak. Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy-en-proclaimer
.
3
Er is een tekort aan vergunningverleners bouw. Het betreft 0,8 fte ad € 79.997. Deze 0,8 fte wordt gefinancierd door de Provincie aangezien het uitsluitend provinciale taken betreft. De provincie kan leges heffen voor deze diensten bij de desbetreffende vergunningaanvragers. Eveneens is in de begroting 2 fte BOA en materieel opgenomen, ten behoeve van en gefinancierd voor € 249.582 door de Provincie. over de jaren, bijvoorbeeld door verduidelijking van het Door de toename in werkzaamheden basistakenpakket, wordt er meer ondersteuning gevraagd van ons interne coördinatieteam vergunningen/specialismen. Ook gelet op de nieuwe basistaken onder de Omgevingswet is deze directe administratieve en procesmatige ondersteuning van het primaire proces nodig. Becijferd is dat werklast op te vangen. er 1,05 fte extra nodig is om de gestegen Er is binnen de organisatie behoefte aan een concernjurist, waarbij kennis van (Europese) wetgeving rondom digitale overheid, onder meer elektronische publicaties, toegankelijkheid, contractenrecht, aansprakelijkheidsrecht, inkooptrajecten, wijzigingen Wgr, Awb, Archiefwet etc. is geborgd. Het voldoen aan de diverse wettelijke bepalingen buiten het VTH-domein is steeds op ad hoe basis door het management ingevuld of ingekocht.
Beide varianten hebben geen structurele basis, wat wel nodig is voor de bedrijfsvoering van onze organisatie, ook gelet op alle uitdagingen rondom digitale overheid. Omdat er steeds meer gevraagd en verplicht wordt op het gebied van geautomatiseerde verwerking, aansluiting op landelijke systemen en dus een goede werking van onze systemen, is er behoefte aan een fte databeheer. De kosten hiervoor bedragen € 99.000 en is er sprake van meerkosten van licenties ad € 50.000. Uw mogelijke zienswijzen op de ontwerpbegroting graag uiterlijk op 13 juni 2023.
2024, meerjarenraming
2025 - 2027, ontvangen
wij
Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de RUD Zuid-Limburg, De secretaris, .
Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy-en-proclaimer
.
I mZw/dLimburg o
Begrotingswijziging begroting 2023
Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
16 maart 2023
Inhoud A.
Aanleiding
3
B.
Financieel
4
C.
Indicatief effect van voorgestelde begrotingswijziging op voorlopige werkprogramma ’s5
Begrotingswijziging
begroting
2023
A. Aanleiding Zoals bekend is 2022 het jaar geweest dat de oorlog in Oekraïne begon, hetgeen geleid heeft tot ongekende prijsstijgingen. Deze prijsstijgingen als gevolg van de ontstane problematiek op de energiemarkt, het minder voorhanden zijn van grondstoffen, teruggeschroefde productie en/of distributie et cetera heeft ook zijn weerslag gehad op de cao-onderhandelingen in de diverse sectoren. Zo ook voor onze caoonderhandelingen. Directe aanleiding voor de begrotingswijziging 2023 is het voorliggende principeakkoord van februari 2023 voor de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Hiermee is zicht gekomen op de prijsstijging van onze belangrijkste component in de begroting: de personele kosten. Op 14 juli 2022 is door het Algemeen Bestuur de begroting 2023 en meerjarenraming 2024 - 2026 percentage loonstijging bedraagt 2,3%. vastgesteld. Het hierin gehanteerde Het principeakkoord voor de nieuwe cao SGO tot en met 1 januari 2024 houdt kernachtig het volgende in. Er is een nominale structurele loonsverhoging van € 240 afgesproken voor alle schalen met daaroverheen een procentuele verhoging van 2%. Daarnaast komt er vanaf 2023 een extra vakantiedag en in 2024 een extra feestdag bij. Het akkoord wordt definitief na de ledenraadplegingen van de afzonderlijke partijen en bekrachtiging door de afzonderlijke besturen. Dat is op zijn vroegst 6 april 2023.
De salarisstijging voor werknemers in schaal 10 max, zijnde de schaal waarin de meeste van onze medewerkers zitten, is 7,24%. De onderhandelingen voor de cao vanaf 2 januari 2024, het jaar waarop de komende begroting ziet, moeten nog starten. Met de nu bekende inflatiecijfers en de twee extra dagen is een hogere indexering aangewezen dan bij het vaststellen van de begroting 2023, meerjarenraming 2024 - 2026 werd voorzien. Gegeven dit principeakkoord en de inflatie hebben wij er voor gekozen om naast een ontwerpbegroting 2024, meerjarenraming 2025 - 2027, deze ontwerpbegrotingswijziging 2023 op te stellen. In de ontwerpbegroting 2024, meerjarenraming 2025 - 2027 is de ontwerpbegrotingswijziging 2023 doorgerekend. Zonder deze begrotingswijziging voorzien wij een tekort op de loonkosten 2023 van ruim € 600.000. De gehanteerde indexering in de ontwerpbegroting 2024 ten opzichte van de te wijzigen begroting 2023 is vanzelfsprekend lager dan opgenomen in onze kaderbrief 2024 van 8 december 2022. Voor de begroting
2023 betekent
dit voor de componenten
Lonen: Voor de lonen behelst het voorstel een Prijzen: Voor de prijzen van overige aankopen plaats van 1,5%. De extra vrije dag in 2023 uit het principeakkoord 0,65 manjaar.
Begrotingswijziging
begroting
2023
lonen
en prijzen
het volgende:
verhoging van 7,24%, in plaats van 2,3%. behelst het voorstel een verhoging van 5,9% (CPB-index), in
betekent
een
verlies
van 871,5 productieve
uren oftewel
B. Financieel Gezien
de ontwikkelingen
sinds de vastgestelde
begroting
2023, betekenen
de voorstellen
financieel
gezien
het volgende:
!HSSlS239I rf*m
PERSONELE LASTEN Salariskosten
€ 11.272.525
€ 11.816.868
Overige personele kosten
€ 800.655j € 1.030.1201
€ 847.926 €1.067.179
KAPITAALLASTEN
€ 165.797
€ 165.797
Verbruikskosten
€ 238.444
€252.513
€ 1.290.072
€ 1.374.377
€ 146.967
€ 154.381
€ 14.942.315
€ 15.676.774 € 734.459,36
PERSONEEL DERDEN en onderhoudskosten materieel
INDIRECTE KOSTEN ONVOORZIEN Onvoorzien 5% (incl. afronding) Totaal effect begrotingswijziging De effecten
van deze
wijziging op de tarieven
komt neer
op de volgende
Vastgesteld
Voorgesteld
Zeer complex
€ 111
€ 117
Tarief
tariefvoorstellen
Complex
€ 100
€ 105
Gemiddeld
€90
€95
Eenvoudig
€79
€83
exploitatiesaldo
is en de opbrengsten
Exploitatiesaldo De tarieven zijn zodanig bepaald
dat er geen
voor 2023:
kostendekkend
Weerstandsvermogen De aanpassing van de begroting heeft geen consequenties voor het weerstandsvermogen. Deze gebaseerd op de risico-inventarisatie en die wordt niet aangepast bij deze begrotingswijziging.
zijn.
is immers
4 Begrotingswijziging
begroting
2023
C. Indicatief effect van voorgestelde begrotingswijziging op voorlopige werkprogramma ’s voorlopig werkprogramma na begrotingswijziging 2023 463.727 482.276 € € 679.508 € 653.373 € 127.398 € 122.498 € 162.772 € 156.512 € 159.061 € 152.943 € 677.052 € 651.012 € 297.211 285.780 € € 272.297 € 261.824 € 1.336.994 1.285.572 € € 262.606 € 273.110 € 68.020 65.404 € € € 796.487 € 765.853 645.027 € 620.218 € 124.934 € 120.129 € 63.827 € 61.373 € 145.266 139.679 € € € 9.345.977 € 8.986.516
organisatie Beek Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Meerssen Simpelveld Sittard-Geleen Stein Vaals Valkenburg a/d Geul Voerendaal Provincie Limburg
In deze voorlopige werkprogramma's 2023 is nog geen rekening gehouden met wijzigingen die voortvloeien uit de besprekingen over deze werkprogramma's met de deelnemers die op dit moment gevoerd worden. De toegepaste verhoging voor de deelnemers is 4%. Het is een indicatie. Na bespreking van de werkprogramma ’s zal een nieuwe berekening gemaakt worden op basis van de voorgestelde tarieven en de eventuele bijstellingen in het werkprogramma in overleg met de desbetreffende deelnemer.
5 Begrotingswijziging
begroting
2023
m mZw/WLimburg •o
Ontwerpbegroting 2024 Meerjarenraming 2025-2027
Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
16 maart 2023
Zm/Limburg
Inhoud
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving........................................... Focus 2024 .................................................... ......................................
..3 ..3 ..4 ..7 14
2
Beheer van de RUD Zuid-Limburg........................................................... 2.1 Vergunningverlening.......................................................................... 2.2 Toezicht................................................................................................ 2.3 Advisering en Onderzoek .................................................................
15 15 18 19
3
Financieel.............................. ............................................. ........................ 3.1 Lasten ................................................................................................... 3.2 Baten.....................................................................................................
21 23 24
4
Verplichte paragrafen................................ ............................................... 4.1 Lokale heffingen..................... ............................................................ 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing............................ ....... 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen.......................................................... 4.4 Financiering................................................... ..................................... 4.4.1 Algemene ontwikkelingen ............................................................ 4.4.2 Risicobeheer ................................................................................. 4.4.3 Renterisicobeheer ......................................................................... 4.4.4 Kasgeldlimiet ................................................................................
26 26 26 28 28 28 28 29 29
5
Bedrijfsvoering & Overhead...................................................................... 5.1 Personeel- en organisatiebeleid...................................................... 5.2 Kwaliteitsbeleid................................................................................... 5.3 Ondersteuning ..................................................................................... 5.4 Financieel kader voor 2024 en meerjarenperspectief 2025-2027 5.5 Geprognoticeerde balans 2022-2025............................................... 5.6 Geplande investeringen 2024-2026 .................................................
30 30 31 31 33 35 36
6
Bijlagen........................................................................................................ 6.1 Tarievenoverzicht............................................................................... 6.2 Bijdrage per deelnemer..... .............................................................. 6.3 Overzicht werkprogramma’s 2023..................................... ............. 6.4 Lijst met afkortingen ..........................................................................
37 37 39 40 57
1
Inleiding........................................................................................................ 1.1 Begroting en koers in 2024 in éénoogopslag ............................... 1.2 Opgaven RUD Zuid-Limburg............................................................ 1.3 1.4
Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
Begroting
BEGROTING EN KOERS 2024 IN ÉÉN OOGOPSLAG
RUD Zuid-Limburg 2024
De Omgevingsdienst
RUD Zuid-Limburg bundelt
kennis,
Dit doen wij in opdracht van de Provincie Limburg en 16 gemeenten Zuid-Limburgse regio. Wij voeren en adviseren
in opdracht voor deze partijen
daarnaast over milieuzaken.
Deze visual geeft
een
overzicht
CD
<D (Q
kunde en capaciteit. Inde
wettelijke
taken uit
Dit doen we zo efficiënt
mogelijk.
van ons werk in 2024 en de kosten
daarvan.
3
(O O 3 3T O
z 1“ m g z
O
CD CA
WAT DOEN WE?
toetsen
vergunningen
Voor onze opdrachtgevers
IO O ISJ ■C* We zorgen voor milieutoezicht,
Specialistisch en juridisch
veiligheid en handhaving
toezicht
<D'
CD3
gemeenten
in Zuid-Limburg en
De RUD Zuid-Limbuig houdt
De RUD Zuid-Limburg verstrekt
de provincie
toetsen
toezicht op basis van de vastgestelde dienstverlenings-
juridisch advies cn houdt specialistisch
toezicht
overeenkomsten en werk programma's van onze opdrachtgevers (deelnemers).
bodemtaken
en asbestsanerln-
kader van de Omgevingswet. Daarna verleent de betreffende gemeente of de provincie eventueel de vergunning.
Toezicht
we
vergunningsaanvragen.
Dit
doen we vanaf 2023 binnen
het
We verzamelen een
We handelen wetteliike
ze binnen termijnen
We beoordelen ze op juistheid en volledigheid.
op
CA
ai
CQ
informatie of
regels in de vergunning af.
CQ
activiteit voldoet aan de
aan algemene beoordelen
en/of
tegels. We
Advies en Onderzoek
de activiteit op
basis van deze Informatie.
De RUD Zuid Limburg voert onderzoek
Handhaving: het overgaan tot (herstel)sancties wanneer het toezicht blijkt dat een niet aan de gestelde voldoet.
eisen
uit partij
adviezen
uit en verstrekt op het gebied
geluid, lucht, enerqie veiligheid
van en externe
aan de gemeenten
en
de Provincie.
Risicogericht werken
Leveren
van
Meer focus op
Versterken
uitgangspunt
expertise
bij
data van
samenspel
omgevings
big eight
toezicht
bij
O O O -ö
de 16
en
omgevingstafel,
benadering leefomgeving
omgevingsvisies
en
bij
■
kwaliteit
-plannen
Ziuc/Limburg
w
>
Zim'Lirnburg
1.2
Opgaven RUD Zuid-Limburg
De opgaven voor onze organisatie laten zich als volgt samenvatten: het zijn van een robuuste, deskundige, vernieuwende en efficiënte omgevingsdienst, die de door de bevoegde gezagen aan ons opgedragen taken met gezag en professionaliteit kan uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de VTH1-keten op orde is. Maatschappelijke context Droogte, hitte, stikstofcrisis, energiecrisis, ondermaatse waterkwaliteit: als éénding opnieuw duidelijk is geworden tijdens de zomer van 2022 is het wel dat onze leefomgeving alle aandacht nodig heeft. Niet alleen onze gezondheid, het milieu en de natuur beginnen te lijden onder uitputting en verontreiniging, er is ook grote maatschappelijke onrust ontstaan. Energietransitie en klimaatadaptie zijn noodzakelijk, maar er moeten ondertussen ook extra woningen gebouwd worden. Voor een gezonde en veilige leefomgeving is het van groot belang dat milieuwaarden meer prioriteit krijgen bij het maken van ruimtelijke plannen en dat vergunningverlening, toezicht en handhaving effectief worden uitgevoerd. Omgevingsdiensten hebben de bouwstenen in handen om deze essentiële bijdragen te leveren. Dit geldt voor de woningbouwopgave, maar ook bij andere opgaven zoals stikstofreductie, energietransitie en circulariteit. Daarbij wordt de noodzaak voor een sterke omgevingsdienst alleen maar groter met de invoering van de Omgevingswet.
De verantwoordelijkheid voor een veilige, schone leefomgeving komt dan nog meer bij decentrale overheden te liggen. Gemeenten moeten bij het inrichten van de ruimte keuzes maken en milieuaspecten als geluid, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit hier een plek in geven. Zij moeten in staat zijn om het hele speelveld - economie, recreatie, duurzaamheid, milieu, etc. - te overzien en alle belangen integraal af te wegen. En daar stopt het niet. Als deze afweging vastligt in omgevingsvisiesen omgevingsplannen, moeten de afspraken en ambities voor het milieu worden waargemaakt en gewaarborgd door een effectieve uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De RUD Zuid-Limburg kan zowel aan de voorkant, wanneer belangen worden gewogen, als bij de uitvoering, als het milieu daadwerkelijk beschermd en versterkt moet worden, een cruciale rol spelen. Als het aankomt op het milieu heeft de RUD Zuid-Limburg toezichthouders, vergunningverleners en juristen in huis, met veel gespecialiseerde vakkennis en vaak jarenlange ervaring met de lokale situatie. Zij vullen zo de kennis bij de gemeenten en de provincie aan. Versterking VTH-stelsel Een goed functionerend VTH-stelsel was de basisgedachte bij het oprichten van de omgevingsdiensten.
Naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de ramp in Moerdijk, heeft de commissie Mans gerapporteerd over de tekorten op het gebied van handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Hierin constateerde de commissie dat het aantal overtredingen fors is en de samenwerking tussen de overheden voor een gedegen bestuurlijke en strafrechtelijke aanpak beperkt is. Om deze praktijk te verbeteren heeft het toenmalige kabinet besloten om omgevingsdiensten te laten oprichten, waarbij de deelnemers verplicht werden de VTH-taken voor in ieder geval de ‘complexere ’ milieu-inrichtingen over te dragen. Inmiddels voeren de omgevingsdiensten alweer een aantal jaren de VTH-taken uit op het gebied van het milieu. In die tijd zijn er verschillende evaluaties en onderzoeken gedaan. Hieruit blijkt dat omgevingsdiensten
1 VTH = Vergunningverlening,
Toezicht
en Handhaving 4
Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
ZuK/limburg
zicht ontwikkelen, maar dat er problemen zijn die niet opgelost kunnen worden in het huidige VTH-stelsel. In opdracht van de ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de adviescommissie VTH, onder leiding van de heer Van Aartsen, in 2021 de mogelijkheden in kaart gebracht om het VTH-stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. De commissie Van Aartsen concludeerde dat het stelsel weliswaar verbeterd is met de vorming van omgevingsdiensten, maar dat verdere verandering noodzakelijk is. De commissie gaf hierbij 10 aanbevelingen voor aanpassing van het stelsel. De aanbevelingen van de commissie Van Aartsen zijn geland in het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP) van 8 juli 2022. Binnen dit programma werken Rijk, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten samen om concrete stappen te zetten ter verbetering van het stelsel. Door versterking van het VTH-stelsel wordt beoogd te komen tot een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving en het voorkomen van milieuschade in plaats van het achteraf te moeten herstellen. De deelnemende partijen onderschrijven dat omgevingsdiensten hierin een essentiële rol moeten spelen. Dit geldt niet alleen voor de uitvoering van de VTH-taken, maar ook voor de aanpak van grote maatschappelijke transitieopgaven als energietransitie, stikstofopgave, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit.
Een sterkere rol van de omgevingsdiensten is dan ook de basis voor het IBP. In het programma staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. De zes ontwikkelpijlers van het programma zijn: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatievoorziening VTH; 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Daarbij is de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten in staat zijn om naast de huidige taken een essentiële rol te vervullen in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Op 16 januari 2023 is een eerste voortgangsrapportage verschenen. Daaruit blijkt dat er in een relatief korte periode al veel werk is verzet in de 6 pijlers. Daarmee ligt er een stevige agenda voor de jaren 2023 en 2024 Toekomstagenda 2021-2025 In 2021 zijn wij gestart met het gefaseerd oppakken van de thema ’s uit de Toekomstagenda 2021- 2025, zijnde het strategisch document dat eind 2020 door het algemeen bestuur is vastgesteld.
Het zijn thema's die, in wat andere bewoordingen, ook zijn geland in het IBP. Begin 2022 is geconstateerd dat éénvan de thema ’s als afgehandeld kon worden beschouwd, namelijk de ’Pilot verdergaande samenwerking'. Uit een inventarisatie bleek dat er geen behoefte was aan het opzetten en uitvoeren van een dergelijke pilot. De zes andere thema's zijn: 1. Het voeren van een strategische discussie over koers: uitvoeringsdienst of omgevingsdienst; 2. Groeien naar partnerschap, met als instrumenten: a. een programma om de politiek-bestuurlijke sensitiviteit te vergroten voor alle niveaus binnen de dienst; b. het inrichten en inbedden van een communicatiefunctie gericht op stakeholders, met als speciale doelgroep gemeenteraadsleden en leden Provinciale Staten; c. het versterken van relatiemanagement; 3. Positionering/zichtbaarheid van de dienst;
Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
rIi
IJ
/mi/limburg
4. 5. 6.
Interne ontschotting, om de organisatie nog integraler, invoering van de Omgevingswet; . Het zijn van een aantrekkelijke werkgever; RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum.
efficiënter
en effectiever
te maken, ook richting
Via de voortgangsnotities ‘De Dóórontwikkeling' worden het algemeen bestuur en onze deelnemers tweemaal per jaar over de voortgang van de uitvoering van de acties die gekoppeld zijn aan deze thema's, geïnformeerd. In onderstaand
overzicht
Eigenaarschap
bij het
is de stand van zaken ten tijde van het
van deze
begroting
als volgt.
bestuur 2023 Q1 l Q2 Q3
Thema's
opstellen
2024 Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Discussie koers RUD + RUD als kenniscentrum Positionering zichtbaarheid
en
Eigenaarschap
bij de organisatie 2023
Thema's Groeien
Q1
Q2
Q3
2024 Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
naar partnerschap Politieke
sensitiviteit
Communicatie
'l'!'!1!1!
Relatiemanagement Interne
ontschotting
Aantrekkelijk
!]!]ij!]!|
.
werkgeverschap
jj
üj
Implementatie Geïmplementeerd vraagt blijvende
en aandacht
Op basis van bovenstaande agenda zouden in 2024 alle thema's geïmplementeerd moeten zijn. In het jaar 2023 zal door het bestuur, na de startbijeenkomst op 7 december 2022, worden gediscussieerd over de koers van de organisatie: sec uitvoeringsdienst blijven of dóórontwikkeling naar een omgevingsdienst? Bij de discussie worden de uitkomsten van het IBP betrokken, nu dit de landelijke opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen betreft waar de koepels IPO, VNG en ODNL zich aan hebben gecommitteerd. Het thema "De RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum ” is gekoppeld aan de bestuurlijke dialoog, omdat de ruimte voor deze ontwikkeling moet passen binnen de kaders van de uitgezette koers. Dat de kennisinfrastructuur, de kennisontwikkeling en de kennisdeling van omgevingsdiensten essentieel is voor het toekomstproof maken van omgevingsdiensten volgt uit de pijlers 3 en 4 van het IBP.
6 Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
rUD
■ m /uii /Limburg
De onderdelen communicatie en relatiemanagement van het thema 'Groeien naar partnerschap' bevinden zich in de implementatiefase, evenals het thema 'Aantrekkelijk werkgeverschap'. Voor de herkenbaarheid van onze organisatie voor ‘de buitenwacht ’ vermelden wij sinds vorig jaar in onze communicatie-uitingen al vaker het woord Omgevingsdienst als toevoeging aan de naam RUD Zuid-Limburg (zie bijvoorbeeld onze website RUD Zuid-Limburg ). Dit in het kader van het geïmplementeerde thema 'positionering en zichtbaarheid’ , maar het heeft een duidelijke relatie met het onderdeel Communicatie uit het thema “Groeien naar partnerschap ’ en, zeker in de huidige overspannen VTH-arbeidsmarkt, met het thema 'Aantrekkelijk werkgeverschap ’. Een wijziging van de officiële naam kan met de komende wijziging van de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling plaatsvinden (zie hierover verder onder 1.3, wijziging Wet gemeenschappelijke 1.3
regelingen).
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving
De Omgevingswet De inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is 1 januari 2024. Na meerdere malen uitstel zal de wet dan eindelijk ingaan. Er is dan bijna twintig jaar aan de invoering gewerkt en het wordt wel de grootste wetgevingsoperatie sinds Thorbecke genoemd. In 2023 is de fulltime projectmatige aanpak van de implementatie de resterende implementatiewerkzaamheden intern overgedragen. een aantal onderwerpen die inzet vereisen.
binnen onze organisatie losgelaten en zijn In de going concernaanpak zijn er in 2024
Het eerste onderwerp dat de aandacht vraagt betreft de omzetting van ons inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten. Hiermee zijn wij in 2023 al gestart en hebben een doorlooptijd van 3 jaar hiervoor gepland. Het volgende thema betreft de ondersteuning van onze deelnemers bij het ontwikkelen van hun omgevingsvisies en omgevingsplannen. Wij verwachten dat er een beroep zal worden gedaan op onze VTHkennis. In het verlengde hiervan bevinden zich ook eventuele aanpassingen aan de zogeheten “bruidsschat ’’ die gemeenten wellicht willen maken, waar wij over kunnen adviseren. Een derde onderwerp is de actualisatie van de berekeningen van de milieuleges. Voor het eerste jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn inmiddels kant en klare cijfers gereed, die door de deelnemers direct opgenomen kunnen worden in hun legesverordeningen. Het overgrote deel van onze deelnemers heeft aangegeven hier gebruik van te maken. Voor het jaar na inwerkingtreding moet een nieuwe calculatie worden gemaakt, gebaseerd op actuele cijfers. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet verwachten we daarnaast aanzienlijk meer tijd kwijt te zijn aan de nieuwe vorm van vooroverleggen, de zogeheten intake- en omgevingstafel.
Tevens bieden we de rol van ‘milieucontactpersoon ’ aan, welke tegen die tijd meer vorm zal hebben gekregen, en daarmee meer inzet vraagt van onze vergunningen medewerkers. Ook zal er van de toezichthouders meer worden gevraagd in relatie tot het afwikkelen van meldingen, als gevolg van het vergunningsvrij worden van bepaalde activiteiten.
7 Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
■ m Zuulü mburg
Dit alles gaat tot slot ook nog gepaard met de nieuwe, ruimere afwegingsruimte die bevoegd gezagen krijgen als gevolg van de Omgevingswet. Mochten lokale werkwijzen uiteen gaan lopen, dan zal ook dit aanvullend werk opleveren in onze dagelijkse praktijk. Nieuwe bodemtaken onder de Omgevingswet Voor de discipline bodem zal het meest gaan veranderen
met de komst van de Omgevingswet
per
1 januari
2024. Niet alleen de Provincie, gemeenten Heerlen en Maastricht, maar alle gemeenten worden onder het regiem van de Omgevingswet bevoegd gezag bodem. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze bevoegdheidswijziging komen alle taken voor de bodem(sanering) bij gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie en de 'bevoegd gezaggemeenten Wbb'. In het Omgevingsbesluit is bepaald welke taken onder de Omgevingswet deel uitmaken van het ' basistakenpakket van omgevingsdiensten. Het basistakenpakket is zoveel mogelijk beleidsneutraal omgezet onder de Omgevingswet. De VTH-taken van gemeenten voor bodem blijven ook onder de Omgevingswet bij de omgevingsdiensten. In het basistakenpakket worden alle milieubelastende activiteiten op of in de bodem van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen, dus inclusief de taken op het gebied van bodem en de daarbij behorende werkzaamheden. Als gevolg van de Aanvullingswet bodem is het basistakenpakket voor ‘bodem ’ wel veranderd. De wetgever heeft het wenselijk geoordeeld dat, evenals voor de andere milieubelastende activiteiten, de taak vergunningverlening ten aanzien van bodemgerelateerde activiteiten ook onderdeel te laten zijn van het basistakenpakket.
De uitbreiding geldt eveneens bij de taak meldingen, maatwerkvoorschriften en gelijkwaardige maatregelen m.b.t. bodemsaneringen. Alle gemeenten dienen deze taken als basistaken in te brengen bij de omgevingsdiensten en door hen te laten uitvoeren. 2022 is aan de gemeenteraden en provinciale staten onze kaderbrief 2024 gestuurd voor het Op 8 december geven van een zienswijze. Over de nieuwe bodemtaken voor gemeenten is opgenomen dat ten tijde van het sturen van de Kaderbrief er voor de bevoegdheidsoverdracht financieel niet is geregeld qua overheveling vanuit het Provinciefonds naar het Gemeentefonds. Voor de uitvoering van deze taken is becijferd dat er 6 fte nodig zijn binnen de RUD Zuid-Limburg. Aangegeven is dat de organisatie alleen de nieuwe bodemtaken zal uitvoeren die door de deelnemers worden ingebracht en betaald. Vanwege de landelijke onduidelijkheid over middelen is destijds aangegeven dat er in de begroting 2024 van een ingroeimodel kan worden uitgegaan. Nadien zijn er financiële afspraken gemaakt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen over Rijksmiddelen voor de voortzetting van een robuuste uitvoering van de bodemtaken in de 'Bestuurlijke afspraken Bodem en ondergrond en verdeling bodemsaneringsmiddelen ’.
Hierin is afgesproken de huidige Rijksbijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) tot en met 2030 te continueren. En dat provincies en de al bevoegd gezag gemeenten Wbb hun financiële (rijks)bijdragen continueren in de omgevingsdienst, wat betekent dat de rijksbijdragen voor de uitvoering van de wettelijke nieuwe basistaken bodem moeten worden doorgezet naar onze dienst. De financiële consequenties van de verschuiving van bodemtaken konden niet goed geraamd worden. daarom afgesproken om met behulp van monitoring in de gaten te houden welke consequenties de verschuiving van taken heeft in de uitvoering. Ook is een kwaliteits- en efficiency impuls voor 3 jaar afgesproken voor de uitvoering.
Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
Er is
/ii/i/limburg
Verwacht wordt dat in 2023 een landelijke nulmeting beschikbaar is van hoeveel capaciteit/uren de omgevingsdiensten nu hebben voor de VTH-taken bodem en het aantal meldingen/controles inclusief goede kwalitatieve duiding. Er wordt zowel voor als na inwerkingtreding van de Omgevingswet gemonitord, zodat ook duidelijk wordt hoeveel uren inzet de uitvoering van de VTH-bodemtaken (basistakenpakket) vraagt. Naar aanleiding van de Kaderbrief van 16 november 2022 en de hierin gestelde vraag hoe gemeenten tegenover de (financiële) invulling van de uitvoering van de bodemtaken staan hebben wij diverse zienswijzen ontvangen, die samengevat het volgende beeld geven: Men kiest voor een ingroeimodel voor de bodemtaken; Men vraagt om een nadere onderbouwing van de becijferde fte voor de bodemtaken, omdat men niet akkoord is met de gehanteerde aantallen en kengetallen die zijn gehanteerd. In deze begroting gaan wij uit van de landelijke bestuurlijke afspraken Bodem en ondergrond en verdeling bodemsaneringsmiddelen 2023 t/m 2030. Zoals hiervoor al is aangegeven houden deze houden in dat vanuit het rijk de middelen voor de komende jaren wordt voortgezet en dat de financiering van 'nieuwe bodemtaken ’ bij de omgevingsdiensten gebeurd door de bevoegde gezagen die eerst deze taken uitvoerden. In onze in onze gemeenschappelijke regeling.
In de werkprogramma ’s per situatie betreft dit drie deelnemers deelnemer worden wel de uren die wij nu ramen voor de uitvoering van de nieuwe basistaken vermeld, maar in de facturering zullen wij afspraken maken met deze drie deelnemers t.b.v. alle deelnemers. Nu er landelijke afspraken zijn over de financiering van de nieuwe bodemtaken is er geen reden meer voor een ingroeimodel. De kengetallen die wij hebben gehanteerd voor de onderbouwing van de 6 fte zijn opgenomen in onze Producten & Dienstencatalogus. Deze kengetallen zijn gebaseerd op landelijke cijfers. Mochten er nieuwe landelijke cijfers beschikbaar komen vanuit de net genoemde monitoring, dan kunnen deze worden gehanteerd. Doorwerking Europees klimaat- en milieubeleid De invloeden op het klimaat en het milieu zijn steeds merkbaarder. Bouwen aan een klimaatneutraal en groen Europa behoort dan ook niet voor niets tot de prioriteiten van de Europese Unie. Op Europees niveau wordt verschillende wetgeving op het gebied van milieu en klimaat vastgesteld. Zo beschermt het EUmilieubeleid de lucht, het water en de bodem in Europa. Het EU-klimaatbeleid en de klimaatactie op EU-niveau kregen een nieuwe impuls door de Green Deal . De Green Deal heeft het doel om een transitie naar een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte, schone en circulaire economie te bewerkstelligen.
Specifiek moet de Green Deal leiden tot een klimaatneutraal Europa in 2050, wat inhoudt dat er netto geen broeikassen uitgestoten worden. Deze klimaatdoelstellingen zijn vervolgens bindend geworden door de Europese Klimaatwet en nader uitgewerkt met het ‘Fit for 55'-pakket. Dit pakket stelt het tussendoel van 55% emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990. Ook moet in dat jaar 40% van de energie uit hernieuwbare bronnen komen. Deze EU-wetgeving heeft ook zijn doorwerking op decentraal niveau. Bijzondere aandacht is er voor de onderwerpen afval, chemische stoffen, C02 en luchtkwaliteit, energie, landbouw, natuur en biodiversiteit en waterbeheer naast de onderwerpen klimaat en milieubeleid. Een verantwoord beheer van afval en hergebruik van materialen vormen essentiële elementen van het EUmilieubeleid. Met een gestructureerd afvalbeleid probeert de EU bij te dragen aan de circulaire economie, naast het verminderen van de hoeveelheid afval. De Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) vormt de basis van de EU-wetgeving op het gebied van afvalstoffen. Ingeval van een EU-verordening geldt dat deze 9 Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
Zi/n/limburg
wetgeving rechtstreeks werkt in Nederland zoals voor het vervoer van afval tussen lidstaten, en voor richtlijnen geldt dat deze in onze nationale wetgeving zijn omgezet. De Nederlandse afvalregelgeving is nu (nog) vastgelegd in hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer. Gemeenten en provincies spelen een belangrijke rol in afvalbeheer en het hergebruiken van afvalstoffen c.q. het gebruik van nieuwe grondstoffen. Denk hierbij aan de VTH-taken bij afvalbedrijven, welke onze dienst namens het bevoegd gezag uitvoert. Om mens en milieu beter te beschermen tegen schadelijke chemische stoffen is er uitgebreide regelgeving op EU-niveau. De belangrijkste wetgeving op het gebied van chemische stoffen is de REACH-verordening (Verordening 1907/2006). Daarnaast is ook de Seveso lll-richtlijn (2012/18/EU) van belang: deze richtlijn legt regels vast om ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn te voorkomen, en de gevolgen voor mens en milieu te beperken. Deze laatstgenoemde richtlijn is in Nederland omgezet in het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO) en de Regeling risico's zware ongevallen. Voor de handhaving van het BRZO bij bedrijven waarop dit besluit van toepassing is, is onze dienst éénvan de zes landelijk aangewezen gespecialiseerde omgevingsdiensten.
Eén van de noodzakelijkheden om klimaatverandering tegen te gaan is de uitstoot van broeikasgassen, zoals C02, sterk te verminderen. Emissiereductie is daarom een essentieel onderdeel van het Europese klimaatbeleid en verder uitgewerkt in Europese regelgeving. Decentrale overheden kunnen op verschillende terreinen te maken krijgen met Europese regels op het gebied van broeikasgassen. Er worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan luchtkwaliteit en aan de uitstoot van C02 en luchtverontreinigende stoffen. Waar van toepassing bij bedrijven c.q. grote verontreinigende installaties, zoals bijvoorbeeld de Richtlijn Industriële Emissies, worden namens het bevoegd gezag vergunningen verleend door onze dienst en vindt toezicht en handhaving plaats. De vergunningsvoorschriften moeten worden vastgesteld op basis van de best beschikbare technieken (BBT). Daarnaast moet bij het verlenen van een vergunning rekening worden gehouden met de totale milieuprestatie van de installatie. Dus ook met energie-efficiëntie en het gebruik van (nieuwe) grondstoffen. Het Europees energiebeleid is veelomvattend: het betreft thema's als duurzame energieopwekking, maar ook de introductie van energielabels voor producten en gebouwen. In 2030 moet de energie-efficiëntie met 32% verbeterd zijn. Dit kan bijvoorbeeld door energiezuinige technische oplossingen of maatregelen die verspilling tegenaan.
Om in Nederland daar invulling aan te gaan geven zal derhalve in de zomer van 2023 de uitvoering van de bestaande energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen aangepast gaan worden. Deze aanpassing verplicht bedrijven en instellingen met een energiegebruik van 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgasequivalent alle mogelijke energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd van vijfjaar of minder. Ook zal er een verbreding plaatsvinden naar meer verduurzaming van het energiegebruik met C02-reducerende maatregelen. Naast energiebesparende maatregelen worden daarmee ook maatregelen voor het produceren van duurzame energie en elektrificatiemaatregelen met een terugverdientijd van vijfjaar of minder toegevoegd aan de verplichting. Hiermee wordt het aantal maatregelen en de reikwijdte van de energiebesparingsplicht uitgebreid. Verder wordt de doelgroep die onder de verplichting valt uitgebreid door ook grote energiegebruikers, inclusief bedrijven die deelnemen aan het EUETS2 van af 2023 te verplichten alle maatregelen ter verduurzaming van het energieverbruik met een terugverdientijd van vijfjaar of minder te treffen. Belangrijk onderdeel van de energiebesparingsplicht en de bijbehorende informatieplicht zijn de Erkende Maatregelenlijsten (EML).
Door het uitvoeren van de toepasselijke maatregelen kan een bedrijf of instelling invulling geven aan de energiebesparingsplicht. De maatregelen op de EML vormen ook de basis voor de vierjaarlijkse informatieplicht waarmee bedrijven en instellingen rapporteren over de genomen maatregelen. 2 ETS staat voor Emission Trading System, het
Europese
systeem
van handel
in broeikasemissierechten 10
Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
IV /n/i/Limburg
De EML kunnen onvoldoende uitputtend de energiebesparingsmogelijkheden bij de complexere processen van grootverbruikers afdekken. Voor grootverbruikers (o.a. ETS-bedrijven) wordt daarom bij de aanpassing van de energiebesparingsplicht ook de verplichting opgelegd om vierjaarlijks onderzoek te doen naar de verduurzaming van het energiegebruik. Grootverbruikers zijn daarom straks verplicht om procesmaatregelen met een terugverdientijd van vijfjaar of minder te identificeren, vervolgens op te nemen in een uitvoeringsplan en tenslotte daadwerkelijk uit te gaan voeren. De uitvoering van deze energiebesparingsplicht sluit hierbij zoveel mogelijk aan bij de eisen van de energie-audit (EED) die een deze doelgroep al moet uitvoeren op grond van de Europese energie-efficiëntie
deel van de bedrijven richtlijn.
uit
Circulaire economie In een circulaire economie bestaat geen afval en worden producten en grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Het afval is de nieuwe grondstof. Inzet is om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Voor de overgang naar een circulaire economie werkt de overheid samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties. In februari 2023 is het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 - 2030 (NPCE) verschenen. Hierin is opgenomen hoe een circulaire economie voor verbetering kan zorgen van het klimaat, leveringszekerheid en biodiversiteit en vermindering van vervuiling; vier maatschappelijke opgaven. Het NPCÉ richt zich op alle fasen van de productieketen. Dit houdt in dat zowel de winning als het gebruik van (primaire) grondstoffen. Het programma bevat stimulerende en richtinggevende beleidsmaatregelen om zowel de nationale uitstoot van C02 als de C02-uitstoot van de gehele productieketen te verminderen. De implementatie van het Europese Actieplan Circulaire Economie 2020 is daarbij meegenomen. Waar het beleid zich eerder vooral richtte op de achterkant van de keten worden nu meer maatregelen aan de inputkant (zoals circulair ontwerp) en in de gebruikfase. Er zijn vier knoppen waar met circulaire-economiebeleid aan gedraaid kan worden om ons grondstoffengebruik meer circulair te maken.
De maatregelen in het NCPE zijn daarop gericht. 1. Verminderen van grondstoffengebruik: minder (primaire) grondstoffen gebruiken door af te zien van het produceren of kopen van producten, deze te delen of ze efficiënter te maken. 2. Substitutie van grondstoffen: primaire grondstoffen vervangen door secundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffen die zo hoogwaardig mogelijk toegepast worden, of door andere, meer algemeen beschikbare grondstoffen met een lagere milieudruk. 3. Levensduurverlenging: producten en onderdelen langer en intensiever gebruiken door hergebruik en reparatie. Dit vertraagt de vraag naar nieuwe grondstoffen. 4. Hoogwaardige verwerking: de kringloop sluiten door recycling van materialen en grondstoffen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort en er meer hoogwaardig aanbod van secundaire grondstoffen ontstaat. Met name bij de tweede knop kunnen wij bedrijven bewuster maken bij overleg over vergunningaanvragen over de inzet van secundaire grondstoffen, circulair te ontwerpen en samenwerking te zoeken met andere partijen in de keten van een bepaalde (secundaire) grondstof. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Voor 1 juli 2024 dient de tekst van onze gemeenschappelijke regeling te zijn aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022.
Doel van de gewijzigde Wgr is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende rol van gemeenteraden en provinciale staten te versterken en te verbeteren.
■ Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
11
rUO
■ m Zi(»/Limburg
In gezamenlijkheid met andere gemeenschappelijke regelingen in Limburg is in 2022 het initiatief genomen, onder begeleiding van externe juridische adviseurs, om de krachten te bundelen en de gemeenteraden en provinciale staten te ontzorgen bij de aanpassingen van de gemeenschappelijke regelingen enerzijds en de operationele vertaling anderzijds. Waar mogelijk zullen de aanpassingen in de teksten van de gemeenschappelijke regelingen zoveel mogelijk uniform zijn en gestreefd wordt naar een gelijktijdige behandeling van de voorgestelde aanpassingen in de vergaderingen van deze vertegenwoordigende organen. De start van het formeel besluitvormingsproces is voorzien in de zomer van 2023, opdat voor 1 juli 2024 de teksten van de gemeenschappelijke regelingen ook kunnen zijn aangepast. Er is geïnvesteerd in de (goede) contacten met de griffies. De gewijzigde Wgr brengt ook een procedurele verandering mee met betrekking tot het vaststellen van de begroting. De veranderde termijnen gelden al, dus ook bij deze (ontwerp-)begroting. Reden hiervoor is dat de gewijzigde termijnen beter aansluiten op de begrotingscyclus van gemeenten en provincies. Actie
Uiterste datum voor 1 juli 2022
Uiterste datum vanaf 1 juli 2022
Het dagelijks bestuur zendt algemene financiëleen beleidsmatige kaders aan de gemeenteradenen provinciale staten Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden en provinciale staten Gemeenteradenen provinciale staten kunnen zienswijzen indienen bij het dagelijks bestuur over de ontwerpbegroting Toevoegen commentaren op de ontwerpbegroting t.b.v. het algemeen bestuur door het dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteradenen provinciale staten in kennis van zijn oordeel over de (eventueel) ingediende zienswijze en de conclusies die het daaraan verbindt Vaststelling begroting door het algemeen bestuur Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
15 april
30 april
8 weken voor aanbieding bestuur aan het algemeen
12 weken voor aanbieding aan het algemeen bestuur
8 weken na aanbieding door het dagelijks bestuur
12 weken na aanbieding door het dagelijks bestuur
Bij aanbieding van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur
Bij aanbieding van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur Voorafgaand aan de vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur
Uiterlijk 19 juli
Uiterlijk 30 augustus
Binnen 2 weken na vaststelling, maar vóór 1 augustus
Binnen 2 weken na vaststelling, maar voor 15 september
12 Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
/im/Limburg
Niet elke wetswijziging is per se een verbetering ten opzichte van een eerdere situatie. Het is ook daarom dat wij streven om de begroting 2024 op 10 juli 2023 te laten vaststellen door het algemeen bestuur. De gegeven langere zienswijzetermijn voor gemeenteraden en provinciale staten zou bij het volgen van de uiterste termijnen namelijk als consequentie hebben dat reactietermijnen in een regulier zomerreces gaan vallen. Om deze
reden
is de ontwerpbegroting
al in maart 2023 aangeboden
voor een
zienswijze.
Wet open overheid De Wet open overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf is de invulling van deze verplichting in de begroting 2024. De Wet open overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: ■ 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris De Woo-contactfunctionaris is een nieuwe rol die per 1 mei 2022 per bestuursorgaan is aangewezen. In 2024 zullen rol en positie worden gecontinueerd zoals ingezet. Indien nodig kunnen deze worden herijkt op basis van de ervaringen die tot dan toe zijn opgedaan. Passieve openbaarmaking De Wet open overheid is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Op het gebied van passieve openbaarmaking (Wob- of Woo-verzoeken) kent de Woo de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob.
De werkwijze en doorlooptijd van verzoeken tot (passieve) openbaarmaking van informatie onder de Wet open overheid worden in 2024 gecontinueerd zoals ingezet bij inwerkingtreding van de Woo. Uitgangspunten daarbij zijn transparantie en snelheid. • . Actieveopenbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle 11 categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf maar naar verwachting zullen later in 2023 de eerste categorieën gepubliceerd moeten worden. De landelijke digitale infrastructuur PLOOI (Platform voor Open Overheidsinformatie) t.b.v. de openbaarmaking zal fundamenteel worden herontworpen, zo is eind december 2022 aangekondigd. In 2024 zullen wij zorgen dat wij voldoen aan de Woo door de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief te publiceren conform een basis ambitieniveau. Dit betekent dat wij de wettelijke fasering van de Woo volgen. Voor elke fase worden de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar gemaakt. Daarmee voldoen wij aan het wettelijk minimum voor wat betreft het openbaar maken van overheidsstukken uit de categorieën, opgenomen in artikel 3.3 van de Woo, in de daartoe behorende fase.
Het proces van actieve openbaarmaking zal zodanig worden vormgegeven dat we op efficiënte, veilige, en AVG-conforme wijze kunnen publiceren.
13 Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
■ m Zun/Limburg
Informatiehuishouding oporde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar op orde wordt gebracht. er op basis van een op te stellen meerjarenplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden.
Dit betekent
dat
1.4 Focus 2024 Net als in de voorgaande jaren ligt in 2024 de focus van de organisatie op de uitvoering van de taken rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en de specialistische taken rondom omgevingsveiligheid, bodem, geluid, lucht, asbest, energie, vuurwerk en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderende leefomgeving. De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg wil het effect van haar inzet zo groot mogelijk maken en tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk de taken voor haar deelnemers uitvoeren. Ontwikkeimogelijkheden zijn er op het gebied van programmeren, de financieringsmethodiek, het professionaliseren van het informatie- en datamanagement en dóórontwikkeling van business control. Ten aanzien van de VTH-taakuitvoering zetten wij in op: • Steeds meer risicogerichte en resultaatgerichte toezicht en handhaving. Daarvoor moeten we meer data ontsluiten om te bepalen waar het risico het grootst is voor de leefomgeving en het effect van onze inzet het grootst is. • Meer en meer organiseren rondom maatschappelijke thema's en risico's in de leefomgeving, zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen, klimaat en energie, ketengericht toezicht en gebiedsgerichte aanpak. Wij verwachten een toename van toezicht op bovengenoemde thema's en daarmee een verschuiving in de • •
•
•
vormen van toezicht. Een rol in het vooroverleg samen met het bevoegd gezag en andere stakeholders bij de intake- en omgevingstafel. En daarmee het leveren van (VTH-)expertise aan de voorkant van een aanvraag. Een adviserende rol in de (regionale) beleidsvorming van omgevingsvisies en -plannen. Onze inzet richt zich op de uitvoerbaarheid van onze VTH-taken en inbreng van onze VTH-expertise. Maar ook het belang van regionale afstemming van omgevingsplannen om onder andere wildgroei en versnippering van verschillende regels voor geluid en lucht tegen te gaan. Versterken van het samenspel in de Big Eight. De Big Eight is een visuele weergave van de procescriteria die wettelijk zijn vastgelegd. Deze procescriteria gelden voor alle bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor beleid- en uitvoering van VTH-taken. Meer focus op monitoring van data van omgevingskwaliteit om de kwaliteit in de leefomgeving te kunnen volgen, maatwerk te kunnen leveren en maatregelen te kunnen treffen en te beoordelen.
Onze dienst streeft naar een uniforme wijze van uitvoering geven aan de wettelijke kaders op het gebied milieu- en omgevingsrecht. Hierbij werkt zij samen met haar deelnemers aan meer uniformiteit van werkprocessen, samenwerking tussen vergunningverleners, toezichthouders, specialisten en juristen en efficiëntie en effectiviteit van gekozen werkwijzen. ■
van
14 Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
II Zmi/Limburg
2
BEHEER VAN DE RUD ZUID-LIMBURG
Taken De taken van de RUD Zuid-Limburg zijn het in opdracht van gemeenten en Provincie, individueel en collectief, uitvoeren van wettelijke taken en adviestaken op het terrein van milieu, op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een goed kwaliteitsniveau. De RUD Zuid-Limburg heeft daartoe werknemers in dienst en verwerft op contractbasis personele capaciteit en/of specifieke kwaliteit van extern personeel. Activiteiten RUD Zuid-Limburgbreed Op dienstniveau worden afspraken gemaakt met de opdrachtgevers over inhoudelijke en financiële verantwoording. Naast het rapporteren van gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds communiceren met de opdrachtgevers een belangrijk aspect. De activiteiten worden opgenomen in een jaarlijks werkprogramma dat besproken en afgestemd wordt met de opdrachtgevers, waarna door hen het werkprogramma wordt vastgesteld. Van de dienst kunnen de opdrachtgevers verwachten dat de taakuitvoering conform de vastgestelde kwaliteitscriteria is. SpeerpuntPrestatie Proactief informeren
Periodiek
overleg
van opdrachtgever
opdrachtgever
Uitvoeringskwaliteit
op landelijk niveau ________
indicator 2 maal per jaar voortgangsrapportage en 1 eindrapportage conform planning in werkprogramma Per kwartaal overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (contracthouders en accountmanagers) Werken conform de kwaliteitscriteria
VTH-taken De RUD Zuid-Limburg voert voor ca. 3.800 inrichtingen, waarvan ruim 1.300 basistaak-inrichtingen, verschillende (vuurwerk)evenementen en het buitengebied de volgende werkzaamheden uit: • Behandeling van jaarlijks circa 600 vergunningaanvragen (inclusief vooroverleg) • Beoordeling van circa 1.500 meldingen (Activiteitenbesluit, bodemmeldingen en overige). • Behandeling en afhandeling van circa 1.550 klachten en incidentmeldingen • Uitvoering van circa 2.100 controles (o.a. milieucontroles, bouw- en bodemtoezicht) Uit bovenstaande handhavingszaken 2.1
zaken ontstaan ook vaker bezwaar- en beroepsprocedures, (circa 150).
zienswijzen,
bestuursrechtelijke
Vergunningverlening
Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. Beide procedures moeten geïntegreerd worden behandeld in het kader van de Omgevingswet, waarbij aansluiting moet zijn met de gemeentelijke loketten. De door de burgers en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en kunnen bij volledigheid en juistheid leiden tot een vergunning die door het betreffende bevoegd gezag wordt verstrekt. 15 Begroting
RUD Zuid-Limburg 2024
Zim/Umburg
Speerpunt Tijdige vergunningen
Tijdige advisering over de te nemen beslissing op een aanvraag
Kwaliteit
Actualiteit
Prestatie indicator 95% van de vergunningen, voorbereid met de uitgebreide procedure, dient binnen de wettelijke behandeld te zijn tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding. 95% van de vergunningen voorbereid met de reguliere procedure, dient binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn. 95% van de adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag dient binnen de afgesproken termijn gegeven te zijn tenzij wordt ingestemd met termijnverlenging Vergunningen c.q. adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving (normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid van de opdrachtgever. Van de bezwaarschriften mag maximaal 15% gegrond worden verklaard. worden binnen de Vergunningen daarvoor geldende termijnen aangepast aan BBTconclusies/BREF's.
Informatievoorziening/meten VTH-applicatie op basis van aanvraag- én besluitdatum Communicatie middels voortgangsrapportages
VTH-applicatie op basis van adviesaanvraag én adviesdatum
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State Communicatie middels voortgangsrapportages
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State in relatie tot toezichts- en handhavingsacties
In 2024 streven wij ernaar alle openstaande vacatures te hebben ingevuld. De krapte op de arbeidsmarkt in het algemeen, en de VTH-arbeidsmarkt in het bijzonder zal hier mogelijk een knelpunt vormen. Dit vormt een vereiste om alle vergunning-taken te kunnen blijven uitvoeren en de inhoudelijke kwaliteit te blijven garanderen. in het opleiden van trainees en schoolverlaters met een geschikte Wij blijven ook in 2024 investeren vooropleiding. Het kost echter minimaal 3 tot 5 jaar om te kunnen spreken van een dusdanig kennisniveau om de vergunningaanvragen van de complexe tot zeer complexe bedrijven zelfstandig te kunnen afhandelen. Daarnaast komt de begeleiding van deze groep medewerkers bij het steeds kleiner wordende team ervaren vergunningverleners te liggen. Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. Beide procedures moeten geïntegreerd worden behandeld het kader van de Omgevingswet, waarbij aansluiting moet zijn met de gemeentelijke loketten. De door de