7 23-27 Bijlage 5 Ontwerpbegroting 2024 Stadsregio Parkstad Limburg.pdf
Tekst van het document
Behandeld in de DB-vergadering van 12 april 2023
Concept Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenraming 2025 - 2027
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Financieel Beeld 2024-2027
6
3.
Programma Kerntaken
11
4.
Programma Flexibele Schil
16
5.
Algemene Dekkingsmiddelen
16
6.
Overhead en Bedrijfsvoering
18
7.
Bedrag heffing vennootschapsbelasting
19
8.
Onvoorzien
20
9.
Mutatie reserves & voorzieningen
20
10.
Paragrafen
21
10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
21
10.2 Financiering
24
10.3 Openbaarheidsparagraaf
26 27
Geconsolideerde begroting 11.1 Vermoedelijke geconsolideerde balans
27
11.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
29
11.3 Overzicht incidentele baten en lasten
30 32
Bijlage 1 Kadernota 2024
32
Bijlage 2 Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2023-2027
39
Bijlage 3 Lijst van Afkortingen
44
2
1. Inleiding Algemeen De begroting van Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) is een sterk getint financieel-beleidsmatig document. Het vormt het financiële kader voor het jaarplan dat rond de jaarwisseling op basis van inhoudelijke bijdragen van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Centraal in de begroting staat het streven naar een structureel sluitend financieel meerjarenperspectief. Met ingang van 2015 is het voor gemeenschappelijke regelingen verplicht (Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 9 juli 2014) algemene financiële en beleidsmatige kaders ten behoeve van de begroting op te stellen, de zogenaamde kadernota. Het doel van de Kadernota is de betrokken gemeenteraden over deze kaders tijdig (vóór 30 april) te informeren, zodat raden ook tijdig (afzonderlijk of gezamenlijk) kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de begroting. De Kadernota 2024 is vastgesteld in het Dagelijks Bestuur van 8 februari 2023. Aansluitend daarop is de Kadernota ter kennisneming aangeboden aan de gemeenteraden. Daarbij is aangegeven dat de Kadernota voor de raden primair een informatief document is. En dat daarom ook op dat moment van de raden nog geen zienswijze wordt gevraagd.
Ook is aangegeven dat het de gemeenteraden vrijstaat om aan de hand van de Kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn mee te geven aan de vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van SPL. De Kadernota geeft een indicatie over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie en is het startpunt voor de begroting. De Kadernota is opgenomen in bijlage 1. De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Limburg Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in april 2021. De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de (nieuwe) strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën. De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”.
Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters van de deelnemende gemeenten), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders). Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverschrijdende samenwerking en verdeling van middelen. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (bestuurscommissiesoverstijgende onderwerpen).
3
In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de zes kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte en Mobiliteit • Duurzaamheid • Economie en Toerisme • Sociaal Economische Structuurversterking • Grensoverschrijdende Samenwerking (thema GROS valt onder het Dagelijks Bestuur). Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur / Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen. Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan SPL in 2024 1. De afgelopen jaren is veel gepresteerd. Hieruit blijkt dat samenwerken loont. Voorbeelden hiervan zijn IBA Parkstad, Regiodeal 2019-2022 en het Volkshuisvestingsfonds (VHF). 2. De opgave is : a. groter • aanpak sociaal economische achterstanden/brede welvaart blijft en wordt opgevoerd en vraagt om integraliteit.
Wat is opgestart wordt nu in uitvoering gebracht; • grote transities zoals de energietransitie; • meer dan in het verleden kansen benutten, zoals de ontwikkeling op de bedrijventerreinenmarkt, die sneller gaat dan de afgelopen 40 jaar. Verder wordt vanuit het Rijk verwacht dat er gebiedsgerichte inzet komt voor de stedelijke vernieuwingsgebieden en de grens- en krimpregio’s. Voor beiden worden financiële middelen verwacht. b. complexer (integraler en grensoverschrijdend). 3. Nieuwe strategische agenda. 4. Meer geld dan ooit voor de realisatie van de strategische agenda. 5. Voortzetting Regio Deal: Het is van groot belang om de ingezette lijn via de Regio Deal 2019-2022 voort te zetten, om daarmee een trendbreuk te realiseren in de samenhangende problematiek waarmee de regio kampt. Om die reden is in november 2022 door Stadsregio Parkstad Limburg, een aanvraag bij het Rijk ingediend voor Regio Deal 2023-2025 voor het maximaal beschikbare bedrag van €40 miljoen. Op 17 februari 2023 is de stadsregio door het Ministerie van BZK geïnformeerd, dat naar aanleiding van deze aanvraag €25 miljoen is gereserveerd bij het Rijk. Vanuit de regio dient dit bedrag minimaal te worden verdubbeld Daarnaast is de stadsregio actief op zoek naar meekoppelkansen die de bijdrage nog verder kunnen verhogen.
Deze ontwikkelingen vergroten de opgave in omvang en complexiteit voor Stadsregio Parkstad Limburg. Hiermee zullen procesgeld en personele kosten gemoeid zijn. 6. Water en klimaatadaptatie: In 2023 worden, mits invulling kan worden gegeven aan de door het DB gestelde randvoorwaarden (zie DB besluit d.d. 23 november 2022), de thema’s water en klimaatadaptatie toegevoegd aan de bestuurscommissie Ruimte en Mobiliteit. Deze thema’s zijn momenteel belegd bij het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en worden op verzoek van die netwerksamenwerking toegevoegd, in eerste instantie middels het construct ‘coalition of the willing’ en vervolgens via een wijziging van de GR. Het SWPL bestaat uit de zeven Parkstadgemeenten, het Waterschap Limburg, het Waterschapsbedrijf Limburg en WML. De financiële middelen à € 297.000 worden na de overdracht door deze partijen gezamenlijk (90% gemeenten; 10% waterpartijen) en structureel ter beschikking gesteld aan de Stadsregio. Uit deze middelen worden personele inzet (inschatting 2 FTE) en werkbudget gefinancierd. Door het onderbrengen van de thema’s bij de Stadsregio, kan de inhoudelijke verbinding worden gelegd met
4
de thema’s die momenteel al bij de Stadsregio belegd zijn. Het onderbrengen van de thema’s bij de BC RuMo sluit aan bij de richting die de Rijksoverheid is ingeslagen, waarbij de ondergrond meer structurerend wordt voor de ruimtelijke ontwikkeling, zoals verwoord in de kabinetsbrief ‘Water en bodem sturend’. In de voorliggende begroting is bovenstaand overigens nog niet meegenomen. 7. Energietransitie: Eind 2022 heeft het kabinet aangekondigd dat het tot en met 2030 structureel middelen aan gemeenten ter beschikking zal stellen om uitvoering te kunnen geven aan energie- en klimaatbeleid. Parkstad-breed gaat het hierbij om een bedrag van ruim €5,1 miljoen voor 2023. Dit bedrag zal naar schatting oplopen tot een jaarlijkse bijdrage van tussen de €8 miljoen en €10 miljoen euro. Middelen in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK ) dienen exclusief ter beschikking te worden gesteld om personele uitbreiding en hiermee gepaarde materiële lasten te bekostigen. Dit besluit is dan ook conform het advies van de Raad van Openbaar Bestuur om uitvoeringskracht van gemeenten te versterken om doelstellingen van het Klimaatakkoord te kunnen behalen. Uniek voor Parkstad-gemeenten is de beschikking over een regionaal bureau. Dit maakt dat uitvoeringskracht zowel op regionaal als op gemeentelijk niveau kan worden gerealiseerd.
In 2023 moet blijken hoe gelden aangewend kunnen worden voor regionale maar vooral ook voor gemeentelijke versterking. 8. Er is een tendens waarneembaar dat meer taken op regionaal niveau opgepakt worden. Voorbeelden van deze tendens zijn de ontwikkelingen rondom water- en klimaatadaptatie zoals benoemd bij voorgaande punten (6 en 7). Dit maakt de workload groter en complexer, hetgeen een groot beroep doet op organisatie- en uitvoeringskracht van betrokken partijen. In dat kader is in een eerder stadium opdracht gegeven aan de secretarissen van de Parkstadgemeenten, de directeur van IBA en de directeur van SPL om advies uit te brengen over de organisatiekracht van de gemeenten. Daarnaast zijn c.q. komen er fondsen/geldstromen die nieuwe mogelijkheden/kansen voor Parkstad (kunnen) bieden. Op nationaal niveau o.a. het Volkshuisvestingsfonds (hiervoor heeft Parkstad onlangs € 36 miljoen toegekend en uitgekeerd gekregen door het Rijk; de Woningbouw-impuls), het RRF fonds, het EZKretailfonds; kansenongelijkheid onderwijs en op Europees niveau o.a. Green Deal en Bauhaus. Tenslotte zijn er nog de bestaande projecten zoals: • Regio Deal 2019-2022: in november 2021 is nagenoeg de volledige € 40 miljoen geprogrammeerd.
Hiermee zijn projecten gestart die op termijn het verschil moeten maken; in gezondheid, arbeidsdeelname, kansengelijkheid voor schoolgaande kinderen, wonen, leefbaarheid, veiligheid en voorzieningen. De focus zal in 2023 en verder met name liggen bij de verdere uitvoering van de projecten. • De huidige decentralisatie-uitkering (DU) bevolkingsdaling (€ 3,9 miljoen per jaar voor de periode 2016-2020, waarvan 75% regionaal wordt ingezet) liep door tot 2020 en was gekoppeld aan het nationale Actieplan Bevolkingsdaling. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaatsgevonden, waarin de DU bevolkingsdaling is meegenomen. Hierdoor is de decentralisatie-uitkering bevolkingsdaling met een jaar verlengd tot en met 2021. In 2022 zijn de middelen voor bevolkingsdaling ter beschikking gesteld middels een specifieke uitkering (SPUK). De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af. Dit alles zal een aanzienlijk werkpakket met zich meebrengen. De indeling van de begroting 2024 is in overeenstemming met de BBV en bestaat uit de volgende programma’s / onderdelen: 1. Inleiding 2. Financieel Beeld 2023-2026 3. Programma Kerntaken 4. Programma Flexibele schil 5. Algemene Dekkingsmiddelen 6. Overhead en bedrijfsvoering 7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting 8. Onvoorzien
5
9. Mutaties reserves 10. Paragrafen 11. Geconsolideerde begroting 12. Besluit Aanvullend op deze programma’s / onderdelen zijn drie bijlagen opgenomen: 1. Kadernota 2023-2026 2. Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2023-2027 3. Lijst met afkortingen
2. Financieel Beeld 2024-2027 Samenvatting beleidsmatige en financiële Kaders 2024-2027 De Kadernota 2024 bevat de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de begroting 2024 en meerjarenramingen 2023-2027 voor Stadsregio Parkstad Limburg. De kadernota 2024 is integraal opgenomen in bijlage 1. In deze paragraaf zijn de uitgangspunten opgenomen. De begroting sluit aan op de Kadernota, met uitzondering van het volgende: - In de begroting is een post opgenomen van € 30.000 voor extern advies. Dit o.a. vanwege de toenemende complexiteit van de projecten en van de verantwoording. - Voor opleiding is een bedrag opgenomen van € 40.000. Voor een verdere professionalisering van de organisatie, wil SPL structureel ruimte creëren voor het volgen van opleidingen. Vanuit de medewerkers is ook een duidelijke behoefte en vraag naar opleiding. Invulling hiervan is in het kader van binden en boeien in de huidige moeilijke arbeidsmarkt nog belangrijker. Qua budget is aangesloten bij het berekend percentage van het Binnenlands Bestuur voor Gemeenten. - In het kader van de verdere professionalisering wil SPL een verdere stap zetten in een betere ICT ondersteuning enerzijds en anderzijds voldoen aan de archief wet.
Hiervoor is in 2014 incidenteel een bedrag opgenomen van € 27.000 voor het inrichten van systemen voor digitale handtekening en inkoopmanagement en het project archiefbewerking periode 2016-2023. Deze incidentele kosten worden gefinancierd door een bijdrage uit de reserve “Organisatie op orde” en zijn budgetneutraal. Structureel is een bedrag van k€ 42.000 opgenomen voor de jaarlijkse licentie kosten voor het archiefsysteem (dat in 2023 wordt geïmplementeerd), de digitale handtekening en digitaal vergaderen (iBabs). - Inmiddels hebben VNG, de WSGO, FNV Overheid, CNV Overheid en PDO op 21 februari 2023 een principeakkoord voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO gesloten. HR heeft dit doorgerekend voor 2023 en de uitkomst is dat dit voor SPL tot een hogere personeelslast leidt van € 175.000 die natuurlijk ook in 2024 door werkt en als zodanig in de voorliggende begroting is meegenomen. - De renteopbrengst van een eventueel ‘spaarsaldo’ bij de schatkist was de afgelopen jaren nagenoeg nihil. Vanaf Q3 2022 krijgt SPL weer een rentevergoeding. In deze begroting is in de baten en lasten geen rentebate opgenomen omdat de hoogte ervan op voorhand lastig is vast te stellen door de fluctuerende rente en uitstaande bedragen. Eventuele rentebaten zullen toegerekend worden aan de programma’s waar ze betrekking op hebben en dus toegevoegd worden aan de programmagelden.
De begroting en meerjarenbegroting zijn structureel en reëel in evenwicht. Algemene beleidsmatige kaders 2024 - 2027 Voor de begroting 2024 en de daarop volgende jaren worden in lijn de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren.
6
3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4. Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en door vertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, het Dagelijks Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact. De algemene financiële kaders 2024 - 2027 Omvang van het Bureau: Tabel: Ontwikkeling bezetting Stadsregio Parkstad Limburg in fte (structureel) 01/2006 01/2010 12/2013 01/2014 12/2014 01/2015 07/2015 01/2018 01/2021 01/2022 01/2023 01/2024 Parkstadbureau
26
30,5
29,5
26
19
15,5
11,5
13,7
20,3
26,3
26,8
26,8
GBRD
0
42
42,0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
BAG/GEO
0
18,5
18,5
18,5
18,5
18,5
0
0
0
0
0
0
26
91,0
90,0
44,5
37,5
34,0
11,5
13,7
20,3
26,3
26,8
26,8
Totaal
NB: De sprong in 2021 is het gevolg van de takendiscussie.
Parkstadbegroting: in € miljoen.
NB: De sprong in 2021 is het gevolg van de takendiscussie.
Financiële kaders 1. Voor de uitvoering van de kerntaken is een structureel werkbudget beschikbaar van k€ 720 per jaar. Dit is k€ 20 hoger dan in de begroting van 2023 vanwege de verschuiving van de contributie AG Charlemagne van “GROS”. Deze k€ 20 is dus specifiek gelabeld. Het overige werkbudget is al verschillende jaren k€ 700 en zal op enig moment verhoogd moeten worden.
7
2. In de begroting 2024 is het werkbudget ongesplitst. Op basis van het Jaarplan 2024 verdeelt het Algemeen Bestuur het werkbudget over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur. 3. In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen. 4. De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 400.000 per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2030. 5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau over een vaste bezetting van 26,8 fte. Bij de vaststelling van de begroting 2023 is besloten om de 0,44 fte die wordt ingezet ten behoeve van GROS/AG Charlemagne over te hevelen van het programma flexibele schil naar de kernformatie. 6. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 7. De prijsindexering van de materiële kosten (2,4,% voor 2024 ) en de salariskosten (3,9% voor 2024) is gebaseerd op de prognose volgens de meest recente circulaire (september) van de algemene uitkering. Tevens is rekening gehouden met het voorliggende principeakkoord Cao Gemeenten. De aanpassing van de regiobijdragen voor deze kostenstijgingen is onvermijdelijk. 8.
Medio 2022 is gestart met de uitvoering van het sectoraal functiebeschrijvings- en waarderingssysteem HR21 bij SPL. Met de invoering van HR21 wordt aangesloten bij de Parkstadgemeenten. De directe aanleiding voor de invoering HR21 bij de Stadsregio Parkstad Limburg is het achterstallige onderhoud op het functiegebouw. Vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap heeft dit geleid tot een onderhoudsronde op het functieloongebouw om zodoende de onderliggende verplichting uit de CAO te borgen; te komen tot actuele beloningsverhoudingen als uitgangspositie voor de medewerkers. Zodoende blijft Parkstad ook marktconform binnen de regionale (krappe) arbeidsmarkt. Binnen SPL wordt de komende tijd invulling gegeven aan de verdere procesgang, besluitvorming en de aanloop naar de inwerkingtreding (onder voorbehoud van goedkeuring) van de HR21 normfuncties. Onderstaande tabel illustreert de marsroute naar besluitvorming:
Het functieonderhoud middels de HR21 systematiek zal in een aantal gevallen leiden tot hogere functieschalen dan de functieschalen waar betreffende functiehouders nu zijn ingedeeld. In afstemming met de PoHo’s is de met HR21 samenhangende financiële impact nu meegenomen in de kadernota en de voorliggende begroting. Uitgaande van 1 januari 2023 als ingangsdatum van HR21 zullen indicatief de financiële consequenties in het eerste jaar maximaal €55.000 bedragen (waarvan €15.000 reeds is voorzien, door lopende salarisgaranties die worden gefinancierd via de frictiereserve. Eenmalig kunnen deze extra kosten door SPL gedekt worden. Voor de jaren na 2023 is een verhoging van de bijdragen van de gemeenten noodzakelijk om de effecten van HR21 op te vangen. Aangezien betreffende functiehouders pas in de loop van meerdere jaren in het maximum van hun nieuwe functieschaal worden ingepast, is het voorstel om de gemeentelijke bijdragen op basis van een reële
8
inschatting te laten ingroeien tot de benodigde structurele maximale jaarlijkse bijdrage van €200.000 (vanaf 2027). Onderstaande tabel illustreert het ingroeimodel uitgaande van een personeelsbegroting van €2.677.000 in het jaar 2023.
9. In 2023 wordt een beroep gedaan op de frictiereserve van € 15.000 voor de extra loonkosten van één medewerker, die op basis van het Sociaal Plan salaris betaald krijgt op grond van de functie en bijbehorende waardering van voor de transitie. De planning was dat deze kosten door zouden lopen tot en met 2026 (pensioendatum). Door de invoering van HR21 eindigt deze onttrekking na 2023. Verder worden de afschrijvingskosten inzake de verbouwing ten behoeve van extra werk/vergaderruimte van €7.000 per jaar uit de frictiereserve onttrokken. 10. Verder is de voor 2022 geplande onttrekking van de frictie reserve ad € 60.000 voor de implementatie van het nieuwe financieel systeem, de inrichting van het archief en de implementatie van de rechtmatigheids-verklaring, die oorspronkelijk via de eerste begrotingswijziging in 2022 was gepland, doorgeschoven naar 2023. 11. Parkstad heeft een structureel sluitende begroting. De bijdragen van de gemeenten daarin zijn opgebouwd uit twee delen; deze zijn voor 2024: a. Een bedrag van € 4.652.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; In dit bedrag is de bijdrage voor GROS (onderdeel AG Charlemagne) meegenomen.
De algemene lijn die binnen Parkstad wordt gevolgd en jaren geleden als dusdanig is overeengekomen en wordt nageleefd is dat gelden die vrijvallen bij de bedrijfsvoering in beginsel (op basis van de reguliere verdeelsleutel) terugvloeien naar de gemeenten. Gelden die vrijvallen bij projecten of anderszins middelen van de Bestuurscommissies/het DB blijven te allen tijde beschikbaar voor Parkstad en vloeien niet terug naar de gemeenten. b. Een bedrag van € 1.095.000 voor Regionale Initiatieven. 12. Er zijn geen ombuigingen, taakstellingen en of bezuinigingen opgenomen in de voorliggende planningsperiode. 13. De renteopbrengst van een eventueel ‘spaarsaldo’ bij de schatkist was de afgelopen jaren nagenoeg nihil. Vanaf Q3 2022 krijgt SPL weer een rentevergoeding. In deze begroting is in de baten en lasten geen rentebate opgenomen omdat de hoogte ervan op voorhand lastig is vast te stellen door de fluctuerende rente en uitstaande bedragen. Eventuele rentebaten zullen toegerekend worden aan de programma’s waar ze betrekking op hebben en dus toegevoegd worden aan de programmagelden. Daarnaast worden op grond van bestuurlijk geaccordeerde afspraken/overeenkomsten bijdragen gevraagd voor kosten van tijdelijke projecten, zoals het Zonnepanelenproject. Deze zijn niet in deze begroting opgenomen.
9
Samenvatting financieel beeld 2024-2027 Initiële begroting 2023
Na voorgenomen 1st begrotigingswijziging 2023
Werkbudget kernactiviteiten
700
700
720
720
720
720
Lobby inzake subsidieverwerving
40
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Afschrijvingen buitenring
264
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
95
95
82
69
55
42
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Flexibele schil / Grensoverschrijdende samenwerking Loonkosten formatie
2024
2025
2026
2027
50
50
0
0
0
0
2.627
2.627
3.031
3.190
3.349
3.516
Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
15
15
0
0
0
0
Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting
544
604
488
468
474
483
Afschrijvingskosten verbouwing
7
7
7
7
7
7
551
611
495
475
481
490
Totaal lasten
4.342
4.402
4.632
4.758
4.909
5.071
Bijdragen deelnemende gemeenten
4.557 4.759,27
Totaal materiële kosten bedrijfsvoering Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting
3.955
3.955
4.244
4.401
Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie
356
356
408
417
426
399
Totaal bijdragen deelnemende gemeenten
4.311
4.311
4.652
4.818
4.983
5.159
50
50
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten flexibele schil / Grensoverschrijdende samenwerking Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten Totaal baten
pm
pm
pm
pm
pm
pm
4.361
4.361
4.652
4.818
4.983
5.159
19
-41
20
60
73
87
197
197
219
241
266
293
156
156
165
174
186
199
Exploitatieresultaat Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen Organisatie Op Orde
27
Frictiereserve
22
82
7
7
7
7
Begrotingsresultaat
0
0
0,00
0,00
0,00
0,00
Verdeling van middelen (via balans)
Na 1e begrotingswijziging 2023
2023
2024
2025
2026
2027
Bestemming regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
0
0
0
0
0
0
Saldo
Verdeling van middelen (via balans)
Na 1e begrotingswijziging 2023
2023
2024
2025
2026
2027
Regionale initiatieven
1.076
1.076
1.095
1.114
1.134
1.154
Bijdragen regionale initiatieven
1.076
1.076
1.095
1.114
1.134
1.154
0
0
0
0
0
0
Saldo
10
3. Programma Kerntaken De regionale samenwerking verloopt via twee sporen: de kernsamenwerking waar elke gemeente aan meedoet en de flexibele samenwerking (flexibele schil). Hiermee wordt uiting gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de coalition of willing. Dit leidt tot een kernagenda en een keuze agenda. De Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg is een regeling tussen colleges van burgemeester en wethouders. Naast het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur fungeren binnen Parkstad Bestuurscommissies, bestaande uit portefeuillehouders. De Bestuurscommissies hebben het bestuurlijk primaat en de budgetverantwoordelijkheid binnen de door het Algemeen Bestuur toebedeelde taken en budgetten. De betrokkenheid van de gemeenteraden en colleges krijgt gestalte via Regionale Raadsinformatiebijeenkomsten en College-Regiodagen. De regionale samenwerking wordt ondersteund door het Regiobureau. Het Regiobureau faciliteert de inhoud en de processen van de Bestuurscommissies en de andere gremia en activiteiten rondom die samenwerking: het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de Regiodagen en informatiebijeenkomsten.
Het uitgangspunt is een “mean and lean” bureau van een voldoende kaliber om te kunnen voldoen aan de eisen van onafhankelijke bestuurlijke ondersteuning, strategische programmabewaking en procesmanagement en –coördinatie.
Indeling programma in deelactiviteiten en deelbudgetten Het programma Kerntaken is onderverdeeld in 6 deelactiviteiten; 1. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda die gedekt worden uit het werkbudget. 2. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda voor het thema GROS, onderdeel AG-Charlemagne. 3. Regionale initiatieven. 4. Cofinanciering van kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies, zoals de Regio Deal en het Volkshuisvestingsfonds 5. Kernformatie. 6. Financieringskosten en afschrijvingskosten Buitenring.
11
Het bijbehorend financieel beeld is weergegeven in onderstaand overzicht.
Initiële begroting 2023
Na voorgenomen 1st begrotigingswijziging 2023
Werkbudget:
700,0
700
720
720
720
720
Lobby subsidieverwerver
40,0
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden projecten kernactiviteiten/projectlasten
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Afschrijvingskosten Buitenring
264
264
264
264
264
264
Financieringskosten Buitenring
95
95
82
69
55
42
Flexibele schil/Grensoverschrijdende samenwerking
50
50
0
0
0
0
1.658
1.658
1.937
2.039
2.142
2.251
15
15
0
0
0
0
2.822
2.822
3.043
3.132
3.222
3.316
pm
pm
pm
pm
pm
pm
0
0
0
0
0
0
-2.822
-2.822
-3.043
-3.132
-3.222
-3.316
197
197
219
241
266
293
0
0
0
0
0
0
156
156
165
174
186
199
0
0
0
0
0
0 0
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Loonkosten formatie Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Totale lasten Kerntaken Cofinanc. door derden kernactiviteiten/projectbaten Totale baten Kerntaken Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken
2024
2025
2026
2027
Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Reserve werkbudget Bestuurscommissies
0
0
0
0
0
Frictiereserve
15
15
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves Kerntaken
26
26
54
67
80
94
Gerealiseerde resultaat Kerntaken
-2.848
-2.848
-3.097
-3.199
-3.302
-3.411
Initiële begroting 2023
Na 1e begrotingswijziging 2023
Bestemming regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Initiële begroting 2023
Na 1e begrotingswijziging 2023
Regionale initiatieven
1.076
1.076
1.095
1.114
1.134
1.154
Bijdragen regionale initiatieven
1.076
1.076
1.095
1.114
1.134
1.154
0
0
0
0
0
0
Verdeling van middelen (via balans)
2024
2025
2026
2027
Saldo
Verdeling van middelen (via balans)
Saldo
12
2024
2025
2026
2027
Werkbudget kernactiviteiten Voor de uitvoering van de kernthema’s is in de begroting 2024 een werkbudget opgenomen van € 720.000. Dit is € 20.000 hoger dan 2023 door de verschuiving van de contributie AG Charlemagne van Grensoverschrijdende samenwerking naar het werkbudget en als zodanig gelabeld. Het overige werkbudget is verder niet geïndexeerd. Het werkbudget is bedoeld ter dekking van activiteiten: voorbereidingskosten van beleid en programmering, monitoring, ondersteuning, instrumentontwikkeling et cetera, passend binnen de Kernagenda. De activiteiten zijn zowel inhoudelijk als proces ondersteunend van aard. In de begroting is het werkbudget een ongesplitst bedrag. Op basis van het jaarplan 2024 zal het Algemeen Bestuur dit werkbudget verdelen over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met de plannen die de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur aandragen in het kader van het jaarplan 2024. Grensoverschrijdende samenwerking (GROS) De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städte Region Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals.
Per 1 januari 2021 heeft de Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio zich na een unaniem besluit in 2020 van de Vorstand aangesloten bij de EGTS-EMR. In de begroting 2024 is het budget voor GROS, conform bovenstaand voor k€ 20 opgenomen in het werkbudget en k€ 35 onder loonkosten formatie. Deze structurele bijdrage van Parkstad aan AG Charlemagne wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Parkstad Limburg. Regionale initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Starterscentrum, het Routebureau, Visit Zuid-Limburg (voormalige VVV) en het Vestigingenregister. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2024 zijn op basis van de vigerende afspraken onderstaande ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de gemeenten worden doorberekend.
BTM (STG)
Brunssum
8.898,0
4.517
2.721
8.459
79.378
11.963
2.519
118.455
Heerlen
25.773,0
13.085
10.871
24.973
258.252
37.447
9.353
379.753
Kerkrade
14.391,0
7.306
5.295
12.913
176.980
19.672
4.678
241.235
Landgraaf
8.831,0
4.483
6.918
10.597
121.061
16.101
5.510
173.501
Simpelveld
1.074,0
546
1.428
5.386
20.775
4.539
1.214
34.962
Voerendaal
1.308,0
664
1.106
4.237
25.912
5.364
1.042
39.633
Beekdaelen
4.726,0
2.399
3.057
14.380
65.594
15.453
1.750
107.359
Totaal
65.000
33.000
31.396
80.945
747.951
110.539
26.066
1.094.900
Nog te verhogen met BTW
Vestigingenregister
Nog te verhogen met BTW
Visit Zuid Limburg
Starterscentrum
Totaal
Gemeente
Nog te verhogen met BTW
Routebureau
Uitvoeringsprogramma Toerisme
BTM (C'magne)
Bedragen x€1
Nog te verhogen met BTW
De bijdragen aan BTM, Starterscentrum en het Uitvoeringsprogramma Toerisme zijn identiek aan de bijdragen in 2023. In 2020 is aan BTM een begrotingspostsubsidie toegekend met een maximale bijdrage van € 65.000,- per jaar. Dit onder de voorwaarde dat de Parkstadgemeenten hun financiële bijdrage hiervoor blijven leveren. Het resterende beschikbare BTM-budget wordt gebruikt voor het verstrekken van opdrachten.
13
De bijdrage aan Visit Zuid Limburg is gebaseerd op het convenant voor de subsidiëring in de periode 2021-2026. De bijdrage aan het Routebureau is gebaseerd op de bijdrage 2018-2019, geïndexeerd met 2%. De bijdrage aan het Starterscentrum is gebaseerd op € 0,45 per inwoner. De bijdrage is ontleend aan de meerjarenbegroting van het Starterscentrum. De bijdrage aan het Vestigingenregister bestaat uit 2 delen “Gemeenten aan het Werk” en “VRLparticipatie”. De bijdragen zijn ontleend aan de meerjarenbegroting van het Vestigingenregister Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten en fondsen danwel geldstromen uit nationale en internationale subsidies In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. Ook wordt gezocht naar fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies. De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten verloopt via deze post. Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door de wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn.
Kernformatie De kernformatie bestaat per 1 januari 2023 uit 26,8 fte. In lijn met de BBV is de totale formatie van Parkstad (totaal 26,8 fte) gesplitst in een programmadeel en een overheaddeel (zie hoofdstuk bedrijfsvoering). In onderstaande tabel is de omvang van de kernformatie en de raming van de loonkosten opgenomen voor de jaren 2023 tot en met 2027. Initiële begroting 2023
Na 1e begrotingswijziging 2023
FTE kernformatie programma's
15,72
16,2
16,16
16,2
16,2
16,2
FTE kernformatie overhead
10,60
10,6
10,6
10,6
10,6
10,6
FTE kernformatie
26,32
26,8
26,8
26,8
26,8
26,8
Initiële begroting 2023
Na 1e begrotingswijziging 2023
1.658
1.658
Totaal kernformatie
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Loonkosten kernformatie programma activiteiten Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Loonkosten kernformatie overhead Totaal
2024
2025
2024
2026
2025
1.937
2027
2026
2.039
2027
2.142
2.251
15
15
0
0
0
0
969
969
1.095
1.150
1.207
1.265
2.642
2.642
3.031
3.190
3.349
3.516
In de berekening van de loonkosten is uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers volgens de meest recente (september) circulaire 2022 van de algemene uitkering (3,9% voor 2024). Tevens is rekening gehouden met het voorliggende principeakkoord Cao Gemeenten Zoals onder punt 7 van de financiële kaders gemeld worden de effecten van de implementatie van HR21 in de begroting meegenomen. In 2023 wordt nog een beroep gedaan op de reserve frictiegelden voor de afdekking van de extra loonkosten van één medewerker, die op basis van het Sociaal Plan het salaris betaald krijgt op grond van de functie en bijbehorende waardering van voor de transitie. Deze kosten worden in 2023 geraamd op € 15.000. Deze kosten zouden normaliter doorlopen tot en met 2026. Met de implementatie van HR21 is
14
vanaf 2024 voor deze medewerker geen beroep meer nodig op de frictiekosten en vallen deze kosten binnen de reguliere loonkosten. Financiering en afschrijving Buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijvingen en rentekosten van de lening voor het aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring. Het bedrag van € 7,2 miljoen wordt afgeschreven in lijn met de afschrijvingstermijnen van de Provincie. Het asfaltgedeelte wordt afgeschreven in 15 jaar en het funderingsgedeelte in 40 jaar. De afschrijving is gestart in het jaar na ingebruikname van de Buitenring, 2020. De afschrijvingskosten zijn € 264.000 per jaar. De rentekosten, als onderdeel van de annuïteit, bedragen in 2024 € 81.810. Aan de reserve Ringwegen wordt, conform BBV, naar rato van de verhouding reserve/vast actief in 2024 ongeveer de helft van de afschrijvingslasten onttrokken. Het verschil tussen de bijdragen van de Parkstad gemeenten (€ 400.000 per jaar) en de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en rentelasten ( € 81.810 voor 2023) wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd. In 2030 is de reserve voldoende groot om de resterende afschrijvingslasten te dekken. De bijdrage van de gemeenten voor de Buitenring is in het verleden gekort op het werkbudget. Na 2030 zal aan het DB worden voorgesteld de oude situatie te herstellen en de bijdrage weer aan het werkbudget toe te voegen.
Frictiereserve In de begroting van 2023 is een onttrekking aan de frictiereserve voorzien voor de hierboven onder kernformatie genoemde salarisgarantie conform het Sociaal Plan ad € 15.000. En tevens € 7.000 voor de afschrijvingskosten van de verbouwing van de tweede en derde verdieping van het kantoorgebouw. Voor 2022 was een onttrekking van € 60.000 meegenomen voor de herinrichting bedrijfsvoering, inhuur deskundigheid voor implementatie nieuwe financieel systeem, inrichting archief en implementatie rechtmatigheidsverklaring. Deze laatste onttrekking heeft niet plaatsgevonden en is nu als voorgenomen begrotingswijziging gepland voor 2023. De totale onttrekking voor 2023 zal dan k€ 82.000 bedragen. Voor 2024 zal k€ 7.000 onttrokken worden voor de genoemde afschrijving.
15
4. Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarbij partijen elkaar kunnen vinden via de coalition of willing. Administratieve ontzorging zonnepanelen. Dit betreft de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW teruggaaf voor de deelnemers. De beschikbaar gestelde middelen en de toevoeging aan de projectbudgetten worden via tussentijdse begrotingswijzigingen opgenomen in de begroting.
Programma Flexibele schil (* € 1.000)
Initiële Na voorgenomen begroting 1st begrotigings2023 wijziging 2023
2024
2025
2026
2027
Administratie zonnepanelen
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Totale lasten Flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Bijdragen gemeenten aan administratie zonnepanelen
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Totale baten Flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Saldo mutaties reserves Flexibele schil
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Gerealiseerde resultaat Flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
5. Algemene Dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg van 1 mei 2021 - plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering, nadat eerst de extra bijdrage voor de takendiscussie is verrekend. Voor de begroting 2024 is de Algemene Uitkering 2020 gehanteerd.
16
Verdeelsleutel 2023
Begroting 2023
Verdeelsleutel 2024
Meerjarenraming 2024-2027 (* € 1.000)
Gemeente 2023 na 1e voorg. begr. wijz.
AU 2019 Basis
Aandeel gemeente
Beekdaelen
30.666
10,53%
443
443
Brunssum
31.606
10,85%
450
450
Heerlen
114.817
39,41%
1.436
1.436
Kerkrade
54.120
18,58%
770
770
Landgraaf
40.308
13,83%
571
571
Simpelveld
9.544
3,28%
136
136
Voerendaal
10.290
3,53%
149
Totaal
291.352
100,00%
3.955
Bod Heerlen * Totaal
2023
AU 2020 Basis
Aandeel gemeente 10,54%
475
492
510
10,76%
479
497
514
537
39,41%
1.545
1.602
1.659
1.734
18,65%
827
858
888
927
13,83%
612
635
658
687
3,28%
146
152
157
164
149
30.939 31.577 115.693 54.738 40.613 9.638 10.368
3,53%
159
165
171
178
3.955
293.567
100,00%
4.244
4.401
4.557
4.759
2024
2025
2026
2027
532
356
356
408
417
426
441
4.311
4.311
4.652
4.818
4.983
5.200
* Bod Heerlen w as niet opgenom en in de prim aire begroting 2022. Dit betreft nog de form alisering van de besluitvorm ing rondom de takendiscussie zoals die in 2021 zow el bij de gem eenten als bij de Stadsregio heeft plaatsgevonden. Met de 1e begrotingsw ijziging is dit alsnog in de begroting 2022 verw erkt. Bod Heerlen w ordt jaarlijks geindexeerd m et de stijging van de loonkosten.
Gemeentelijke bijdragen thema GROS, onderdeel AG Charlemagne De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. Per 1 januari 2021 heeft de Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio zich na een unaniem besluit in 2020 van de Vorstand aangesloten bij de EGTS-EMR. De structurele bijdrage van Parkstad aan AG Charlemagne bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken tot en met de begroting van 2023 apart doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Parkstad Limburg. Vanaf de voorliggende begroting 2024 is conform besluit de contributie (€ 15.000) opgenomen onder het werkbudget en de personeelskosten (€ 35.000 onder loonkosten formatie. De contributie voor 2024 is daarnaast met € 5.000 verhoogd. Totaal overzicht De algemene dekkingsmiddelen zien er samengevat als volgt uit: Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Totale lasten
Initiële begroting 2023
Na voorgenomen 1st begrotigingswijziging 2023
Na voorgenomen 2e begrotingswijziging 2023
2024
2025
2026
2027
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen deelnemende gemeenten
4.361
4.361
4.361
4.652
4.818
4.983
5.159
Totale baten
4.361
4.361
4.361
4.652
4.818
4.983
5.159
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen
4.361
4.361
4.361
4.652
4.818
4.983
5.159
Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerde resultaat Algemene Dekkingsmiddelen
4.361
4.361
4.361
4.652
4.818
4.983
5.159
Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
17
6. Overhead en Bedrijfsvoering Dit onderdeel is in overeenstemming met de BBV-voorschriften. Op dit onderdeel worden de kosten verantwoord van de personele overhead en de kosten voor de bedrijfsvoering, bestaande uit de materiële kosten voor huisvesting, ICT, facilitaire zaken, financiën en personele zaken. Overhead In de nota van toelichting bij het besluit van 6 maart 2017 inzake de wijziging van de BBV wordt uiteengezet welke kosten worden gerekend tot de overhead: • Financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie • Personeelszaken en organisatie • Inkoop • Interne en externe communicatie • Juridische zaken • Bestuurszaken en bestuursondersteuning • Informatievoorziening en automatisering • Facilitaire zaken en huisvesting • Documentaire informatievoorziening • Managementondersteuning primair proces Personele overhead De formatie van het onderdeel overhead bestaat in 2024 uit 10,6 fte. In de begroting 2024 is een bedrag aan loonkosten formatie overhead opgenomen van € 1.095.000.
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Loonkosten kernformatie programma activiteiten Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
Initiële begroting 2023
Na 1e begrotingswijziging 2023
1.658
1.658
2024
2025
1.937
2026
2.039
2027
2.142
2.251
15
15
0
0
0
0
969
969
1.095
1.150
1.207
1.265
2.642
2.642
3.031
3.190
3.349
3.516
Totaal formatie
Initiële begroting 2023
Na 1e begrotingswijziging 2023
FTE kernformatie programma's
15,72
16,2
16,16
16,2
16,2
16,2
FTE kernformatie overhead
10,60
10,6
10,6
10,6
10,6
10,6
FTE kernformatie
26,32
26,8
26,8
26,8
26,8
26,8
Loonkosten kernformatie overhead Totaal
2024
2025
2026
2027
Indexering loonkosten In de berekening van deze loonkosten is uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers volgens de meest recente (september) circulaire 2022 van de algemene uitkering (3,9%). Hieraan is de impact van HR21, voor 2024 € 26.400, voor de personele overhead, toegevoegd. Bedrijfsvoering Voor het onderdeel materiële kosten bedrijfsvoering was in de begroting 2023 voor 2023 € 551.000 als budget opgenomen. Middels een voorgenomen begrotingswijziging is dit budget verhoogd met € 60.000. Dit betreft de implementatie van het nieuwe financieel systeem, de inrichting van een archiefsysteem en de implementatie van de rechtmatigheidsverklaring. Deze waren oorspronkelijk, via de eerste begrotingswijziging, in 2022 gepland, maar zijn nog niet uitgevoerd. Deze € 60.000 wordt, zoals gepland, bekostigd via een onttrekking aan de frictiereserve. Voor 2024 was in de begroting van 2023 een budget opgenomen van € 356.000. Dit bedrag is opgebouwd uit € 349.000 reguliere kosten en € 7.000 voor de afschrijvingskosten verbouwing.
18
De reguliere kosten voor 2024 zijn aangepast op basis van de nieuwe indexatie conform de meest recente circulaire Gemeentefonds (september 2022) en gecorrigeerd voor de eerder opgenomen indexatie. Tevens is een bedrag opgenomen van € 40.000, € 30.000 en € 39.000 voor respectievelijk opleidingskosten, advieskosten en licentiekosten voor de systemen voor het archief, digitale handtekening en digitaal vergaderen (iBabs). Voor 2024 is verder nog eenmalige € 27.000 gebudgetteerd voor de het inrichten van de systemen voor digitale handtekening en inkoopmanagement en het op orde brengen van het archief voor de periode 2016-2023 in lijn met de vereisten van de archiefwet. Hiervoor wordt € 27.000 onttrokken aan de frictiereserve en is dus budgetneutraal. Begroting Na voorgenomen Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 1st begrotigings2024 2025 2026 2027 x € 1.000 wijziging 2023 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 344 344 349 354 359 360
Materiële kosten bedrijfsvoering (Bedragen * € 1.000) Budget materiële kosten bedrijfsvoering begroting 2023 Prijsindex begroting 2023 1,5%
-5
-5
-5
Prijsindex begroting 2024
8
8
7
7
7 40
7 41
7 42
7 43
Budget advieskosten
30
31
31
32
Inrichten digitale handtekening en inkoopman. + archief '16-'23
27
Structurele kosten archiefsysteem, digitale handtekening/iBabs
39
40
40
41
495
475
481
490
Afschrijfvingskosten verbouwing Opleidingsbudget
7
Incidentele kosten op orde brengen bedrijfsvoering
7
200
200
551
611
Eenmalige kosten inrichten rechtmatigheid/Exact/Archief systeem
60
Totaal budget materiële kosten bedrijfsvoering begroting 2023
De algemene lijn die binnen Parkstad wordt gevolgd en jaren geleden als dusdanig is overeengekomen en wordt nageleefd, is dat gelden die vrijvallen bij de bedrijfsvoering in beginsel (op basis van de reguliere verdeelsleutel) terugvloeien naar de gemeenten. Voor het onderdeel personele overhead en bedrijfsvoering ziet de totale raming er als volgt uit (bedragen x € 1.000):
Overhead (bedragen * € 1.000)
Initiële begroting 2023
Na voorgenomen 1st begrotigingswijziging 2023
969
969
2024
2025
2026
2027
Exploitatielasten Kosten formatie Bedrijfsvoering
1.095
1.150
1.207
1.265
551
611
495
475
481
490
Totale lasten Overhead
1.520
1.580
1.589
1.626
1.687
1.755
Totale baten Overhead
0
0
0
0
0
0
-1.520
-1.580
-1.589
-1.626
-1.687
-1.755
7
67
7
7
7
7
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Overhead Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Frictiereserve Saldo mutaties reserves Overhead
7
67
7
7
7
7
Gerealiseerde resultaat Overhead
-1.513
-1.513
-1.582
-1.619
-1.680
-1.748
7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Stadsregio Parkstad Limburg niet VPB-plichtig is. Dit is bevestigd door de Belastingdienst.
19
8. Onvoorzien Er is geen post begroot voor onvoorziene uitgaven. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve ad € 115.000 als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Als het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd.
9. Mutatie reserves & voorzieningen In deze paragraaf wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves.
Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)
Initiële Na voorgenomen begroting 1st begrotigings2023 wijziging 2023
2024
2025
2026
2027
Stortingen in reserves kerntaken: - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale stortingen
197
197
219
241
266
293
0
0
0
0
0
0
197
197
219
241
266
293
Onttrekkingen aan reserves - Reserve Ringwegen
156
156
165
174
186
199
- Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur
0
0
0
0
0
0
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
0
0
0
0
0
- Organisatie Op Orde
0
0
27
0
0
0
22
82
7
7
7
7
Totale onttrekkingen
- Frictiereserve
178
238
198
181
193
206
Saldo van onttrekkingen en stortingen
-19
41
-20
-60
-73
-87
In bijlage 2 zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2023 tot en met 2027 (bedragen x € 1.000). Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt € 0,4 miljoen bijdrage van de Parkstad gemeentes ontvangen voor de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening (€ 82.000 voor 2024). Het verschil tussen de bijdragen van de Parkstad gemeenten en de afschrijvingskosten en rentelasten wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2030. De reserve is daarmee in 2030 voldoende om de resterende afschrijvingslasten te dekken. Frictiereserve De meerjarige frictiekostenbudgetten vanaf 2014 waren modelmatig berekend en gebaseerd op een gelijkmatig gefaseerde afname. De afspraak is dat het verschil tussen de werkelijke kosten en het budget worden verrekend via de reserve frictiegelden. Door de snellere uitstroom van personeel van het Parkstadbureau dan voorzien, is het beroep op het frictiebudget in de afgelopen jaren lager dan het daarvoor beschikbare budget. De stand van de reserve per ultimo 2023 is naar verwachting € 90.000.
In 2024 wordt de afschrijving van de verbouwing gedekt uit de frictiereserve. De salarisgarantie conform het Sociaal Plan ad € 15.000 eindigt in 2023 met de voorgenomen implementatie van HR21. De onttrekking van € 7.000 voor de jaren 2024-2027 betreffen de afschrijving van de verbouwing. Eind 2028 is deze volledig afgeschreven.
20
Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur. Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies en Dagelijks Bestuur De werkbudgetten van de Bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan. Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies” c.q. Dagelijks Bestuur. Per saldo is het gerealiseerde resultaat - nihil. Grensoverschrijdende samenwerking/Reserve Städte Region Aachen / EGTS) Deze reserve is door de resultaatbestemming jaarrekening 2009 en 2010 gevormd uit budgetoverschotten van de AG Charlemagne (de voorloper naar een EGTS). Het doel is de aanloop naar de vorming van een EGTS mogelijk te maken. In 2015 heeft er een onttrekking plaatsgevonden van € 50.000.
In 2022 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. De hoogte van de reserve bedraagt eind 2022 € 7.668. De verwachting is dat deze reserve nog aangesproken gaat worden in de toekomst, maar vooralsnog is deze niet begroot. Meerjarige ontwikkeling reserves Aan het begin van 2024 is de verwachte omvang van de bestemmingsreserves € 5,9 miljoen. De reserve Ringwegen is het grootst met een saldo van € 3,8 miljoen. De toename van de reservepositie na 2022 is vrijwel volledig toe te schrijven aan de netto toevoeging aan de reserve ringwegen. De mutatie in de reserve werkbudgetten is als p.m. opgenomen. Voorzieningen In 2022 is een voorziening voor verlofsparen gevormd.
10. Paragrafen 10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de voorgeschreven financiële kengetallen. Op 30 november 2011 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met de notitie ‘Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Op 19 december 2011 heeft de Parkstadraad de notitie voor kennisgeving aangenomen. De risiconotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. In 2023 is een geactualiseerde concept notitie “Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg” opgesteld. Deze wordt met het DB en AB verder afgestemd. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Door beheersmaatregelen afgedekte risico’s (via bijvoorbeeld voorzieningen of verzekeringen of andere maatregelen) hebben geen invloed op het weerstandsvermogen.
21
De weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, stille reserves en incidentele begrotingsruimte. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Aangezien SPL geen stille reserves, incidentele begrotingsruimte, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte heeft, bestaat de weerstandscapaciteit van SPL uit de Algemene Reserve. De post onvoorzien structureel wordt op nihil geschat. De algemene reserve heeft een omvang van € 115.000. Deze reserve wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Als het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. Parkstad houdt geen verder eigen vermogen aan als weerstandsvermogen voor niet-structurele financiële risico’s, met het oog op de continuïteit van de organisatie en de taakvervulling.
Dit risico wordt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gedragen door de deelnemende gemeenten. Dat betekent dat Parkstad alleen dient te beschikken over enige financiële ruimte om tussentijdse incidentele financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium. Dat ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequaat risicomanagement om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Risicomanagement handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse. Onderstaande risico’s zijn thans onderkend: Omschrijving Cyberrisico
Kans PM
Totale Impact omvang (€) (€) PM
Complexiteit van de projecten
0,5
50.000
Ziekte
0,25
100.000
WW
0,25
100.000
Toelichting
PM Generiek werkt SPL in de cloud bij een externe leverancier die op basis van de genomen continuïteitsmaatregelen voldoende maatregelen (o.a. certificering ISO 27001 en NEN 7510) heeft genomen. Daarnaast heeft SPL nog een aantal minder kritische applicaties bij andere leveranciers in de cloud. 25.000 De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een revolverend fonds, het grensoverschrijdende project Velocity en de toenemende SISA verantwoording voor specifieke uitkeringen zoals het Volkshuisvestingsfonds. Waar nodig wordt hiervoor juridische en fiscale kennis ingehuurd. In de begroting 2024 is hiervoor k€ 30 opgenomen. Ook voor de interne organisatie heeft dat consequenties. Risico is dat hier additioneel 0,5 fte voor moet worden ingezet. 25.000 SPL is niet verzekerd voor het ziekterisico. Ingeval van uitval van kritische functionarissen zal externe ondersteuning ingehuurd moeten worden. De kosten hiervan zijn hoger dan de ziekte-uitkering. 25.000 SPL is eigenrisicodrager voor de WW. In het P-budget is normaliter enige ruimte om dit op te vangen. Gezien de beperkte omvang van de organisatie is de wet van de grote getallen voor SPL niet van toepassing. Indien een medewerker langdurig in de WW gaat is dat niet gedekt door de begroting
De berekende omvang van het risico bedraagt € 75.000. De weerstandscapaciteit bedraagt € 115.000. Dit leidt tot een tot een weerstandsratio van 1,5. SPL streeft in principe naar een minimale
22
weerstandsratio van 1,0. Dit vooral door de risico’s zoveel mogelijk te mitigeren. Zoals in bovenstaand aangegeven worden de risico’s uiteindelijk gedragen door de deelnemende gemeentes en wordt de genoemde 1,0 gehanteerd als minimale streefwaarde en niet als harde norm. Financiële kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen en risicobeheersing dient een set van financiële kengetallen te worden opgenomen. Deze kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Stadsregio Parkstad Limburg niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven op basis van de verwachte balansposities en de voorliggende begroting. Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Norm
Netto schuldquote
54,2%
44,4%
36,5%
28,8%
21,3%
<100%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
54,2%
44,4%
36,5%
28,8%
21,3%
<100%
Solvab iliteitsratio *
85,5%
89,2%
93,9%
99,2%
100,0%
>=20%
Structurele exploitatie
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
>=0
Kengetal
*Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruit ontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.
Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden te delen door de jaarlijkse baten. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Bij SPL daalt de netto schuldquote de komende jaren als gevolg van de periodieke aflossing op de langlopende lening inzake deelname in de financiering van de Buitenring. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SPL in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio van SPL neemt de komende jaren toe omdat de langlopende schuld periodiek wordt afgelost en de verwachting is dat er verder geen vreemd vermogen aangetrokken hoeft te worden.
Structurele exploitatie Bij de structurele exploitatieruimte wordt het financiële resultaat gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten of mutaties in de reserves. Dit geeft inzicht in de mate waarin de reguliere/ structurele baten de reguliere/ structurele lasten dekken. De structurele exploitatieruimte wordt uitgedrukt als een percentage van de omzet. De begroting van SPL is exact structureel en reëel in evenwicht.