CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7 23-25 Bijlage 3 Begroting 2024 GR Rd4 enkelvoudig.pdf

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Begroting 2024 en jaarrekening 2022 Rd47.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEGROTING 2024 & MEERJARENBEGROTING 2025 t/m 2027 REINIGINGSDIENSTEN Rd4 Gemeenschappelijke Regeling

Heerlen, 6 april 2023

INHOUDSOPGAVE Pagina Aanbiedingsbrief aan het Algemeen Bestuur

3

Samenvatting

4

1. Beleidsbegroting

5

1.1 Programmaplan

5

1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4

5

1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen

6

1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead

6

1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting

6

1.1.5 Bedrag voor onvoorzien

6

1.2 Paragrafen

6 1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

7

1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen

9

1.2.3 Financiering

10

1.2.4 Bedrijfsvoering

13

1.2.5 Verbonden partijen

14

2. De financiële begroting

15

2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting

15

2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting

16

2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld

18

Vaststelling door Algemeen Bestuur

19

Pagina 2

Aan het Algemeen Bestuur van GR Reinigingsdiensten Rd4 Nijverheidsweg 4a 6422 PD Heerlen

Heerlen, 6 april 2023

Geachte heer, mevrouw, De Gemeenschappelijke Regeling (hierna: GR) is eind 1997 opgericht en feitelijk met haar werkzaamheden begonnen op 1 januari 1998. De GR heeft twee 100% dochtervennootschappen, te weten Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (hierna: BVF) en Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (hierna: KLB). In de BVF zijn alle medewerkers ondergebracht met een niet ambtelijke status, zij hebben de CAO voor de Energieen Nutsbedrijven sector Afval en Milieu. Behoudens de ambtenaren (gemeentelijke CAO) en de onroerende zaken, zijn met ingang van het boekjaar 2004 alle productiemiddelen gecentraliseerd in de BVF. Om een goed inzicht te krijgen in het functioneren van Rd4 als geheel, presenteren wij vanaf de oprichting een integraal geconsolideerde jaarrekening (en begroting) van de drie onderdelen samen. Volgens het besluit begroting en verantwoording (BBV), welke in de plaats is gekomen van de compatibiliteitsvoorschriften, mag dit niet meer. Echter, voor het verkrijgen van een goed en juist inzicht is het beter als we de lijn van de afgelopen jaren voort zetten. Ingevolge de vergadering van het Algemeen Bestuur, waarbij verzocht werd om de samenstelling van een enkelvoudige begroting, is er overleg geweest tussen Rd4 en de Provincie. Hierbij is ter sprake gekomen hoe deze begroting eruit zou moeten zien om te voldoen aan de regelgeving. Dienaangaande is onderstaand rapport tot stand gekomen.

Aangezien de GR onder het toezicht valt van de Provincie en niet het Facilitair Bedrijf wordt laatstgenoemde ook niet enkelvoudig als begroting aangeleverd. De enkelvoudige begroting is samengesteld uit de diverse kostensoorten zoals deze grotendeels ook worden samengesteld in de jaarrekening. Voor een detaillering op productniveau alsmede per gemeente verwijzen wij naar het begrotingsboek Reinigingsdiensten Rd4, geconsolideerd.

Hoogachtend,

W.C.H. Sijstermans Directeur

Pagina 3

SAMENVATTING Bij deze treft u de sluitende begroting aan voor het boekjaar 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4, gevestigd in de gemeente Heerlen. Deze begroting is tot stand gekomen in samenwerking met diverse ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten. Hierdoor zijn we erin geslaagd om u als Gemeenteraad een begroting voor 2024 te presenteren die kan rekenen op draagvlak bij onze opdrachtgevers, hetgeen wij erg belangrijk vinden. Om u de gelegenheid te bieden op een efficiënte en leesbare manier kennis te kunnen nemen van de inhoud van dit document, hebben we de belangrijkste onderwerpen kort en bondig samengevat. Het is in vergelijking met de afgelopen jaren een begroting waarbij we een hogere kostenstijging moeten presenteren. Een belangrijke reden hiervoor ligt bij de situatie in de wereld. Wereldwijd worden we getroffen door stijgende prijzen van producten en grondstoffen. Daarnaast lopen ook levertijden op bij onze leveranciers. Een tweede betreft het feit dat we twee belangrijke grondstoffenstromen voor 2024 opnieuw hebben aanbesteed. Dit betreft rest- en gftafval. De aanbesteding wordt op Limburgse schaal gevoerd en dat loopt via Afval Samenwerking Limburg (ASL) een samenwerkingsverband van Limburgse gemeenten.

Aan deze aanbesteding gekoppeld zijn we van plan de doorontwikkeling van de op- en overslag in 2023 verder door te zetten. Met als doel in 2024 klaar te zijn om restafval en potentieel gftafval via deze locatie naar een verwerker te laten gaan. Dit betreft een kostenneutrale operatie aangezien dit een verschuiving van werkzaamheden van de verwerker naar ons behelst. Door de stijgende prijzen staat ook de loonontwikkeling van onze medewerkers onder druk. De bekende afspraken zijn doorgerekend, maar op dit moment kunnen we niet spreken van een stabiele situatie.

Pagina 4

1. BELEIDSBEGROTING 1.1 Programmaplan 1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4

Strategisch Meerjarenplan 2022-2026 In 2021 hebben we het Strategisch Meerjarenplan 2022-2026 definitief gemaakt met het motto 'samen steeds slimmer'. Hierin hebben we verdeeld over 7 thema’s strategische doelstellingen gedefinieerd. In de begroting 2024 zijn de benodigde activiteiten en middelen vertaald. In lijn met dit plan is ook het Grondstoffenplan 2022-2026 opgesteld per gemeente en in 2022 vastgesteld om vorm te geven aan het afval/grondstoffenbeleid van de Rd4 gemeenten. Grondstoffenplan 2022-2026 In 2022 wordt gestart met de uitvoering van het Grondstoffenplan 2022-2026. Speerpunten voor 2024 zijn verdergaande communicatie en motivatie- projecten om afvalscheiding verder te stimuleren conform de gestelde ambities. Deze acties hebben geen financiële impact op de begroting 2024 van Rd4. Inzet zal gedaan worden vanuit uren van medewerkers die reeds in de begroting zijn verwerkt. Daarnaast zullen er gedragscampagnes gestart worden om dumpingen bij ondergrondse afvalcontainers tegen te gaan en zullen eventuele mogelijke investeringen gedekt worden uit de resultaten van het beter scheiden van afval. Rd4 als verbonden partij Rd4 is een verbonden partij voor onze gemeenten. Door taken in afvalbeheer en openbare ruimte uit te voeren, ‘ontzorgt’ Rd4 de gemeenten in advies- en uitvoeringstaken. Wat deze samenwerking inhoudt, is hierna toegelicht.

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Gemeenten hanteren een lijst met de partijen met wie zij verbonden zijn. Ook worden verbonden partijen ‘geadopteerd’ door 1 of meerdere gemeenten om toezicht te houden. Redenen om met een verbonden partij te werken: Gemeenten besteden steeds meer en steeds grotere taken uit. Dat biedt veel voordelen in bestuurlijk, financieel-economisch opzicht. Denk aan schaalvoordelen, risicospreiding, het regionaal kunnen behouden en uitbouwen van vakinhoudelijke expertise en werkgelegenheid. Nadelen zijn er ook. Zo beleven raadsleden en bewoners een verbonden partij als een regionaal werkende organisatie, waar je minder invloed op hebt dan op een gemeentelijke dienst. Vandaar dat wij goede afspraken, regelmatig contact, een structurele dialoog en een heldere wijze van rapporteren belangrijk vinden. Beoordelen, samenwerking en resultaten De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor de taken die de verbonden partij uitvoert. Ook de gemeenteraad moet goed in beeld hebben welke bijdragen en resultaten een verbonden partij levert. Veel gemeenteraden hebben daarom regelmatig aandacht voor evaluatie en (bij)sturing.

De rapportages van Rd4, het Grondstoffenplan 2022-2026, de jaarlijkse afvalconferenties en webinars en het jaarverslag zijn belangrijke bronnen van informatie. Daarnaast wordt regelmatig informeel contact door alle partijen prettig en zinvol gevonden. Rd4 staat daarom altijd open voor verzoeken en bezoeken van raadsleden en andere betrokken partijen. Wet open Overheid In 2023 en 2024 zal Rd4 zowel passief als actief verdere invulling geven aan de in 2022 inwerking getreden Wet Open Overheid. Regionale samenhang De Rd4-gemeenten hebben een onderlinge binding en zien Rd4 als een samenwerkingsverband. Ze zien het belang in van het collectief en onderstrepen een vergaande uniformiteit in de regio. Gestreefd wordt naar bestuurlijke en ambtelijke interactie ter versteviging van de samenwerking met en tussen de gemeenten op de beleidsterreinen afval en grondstoffen en gedeelde leefomgeving. Rd4 vervult hierin een spilfunctie en stelt zich pro-actief op. Producentenverantwoordelijkheid In het kader van het verminderen van de hoeveelheid restafval speelt producentenverantwoordelijkheid een steeds belangrijkere rol. Producentenverantwoordelijkheid betekent dat producenten en importeurs (mede) verantwoordelijk worden voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn of worden gebracht.

Daarnaast zal deze verantwoordelijkheid verduurzaming en duurzaam gebruik van producten verder stimuleren en zal het bijdragen tot de vernieuwing van de inzameling en recycling van afgedankte producten. Gemeenten hebben geen invloed op het ontwerp en de hoeveelheid consumptiegoederen en verpakkingen. Gemeenten zijn vooralsnog wel belast met de inzameling en verwerking van deze goederen ongeacht de waarde of schadelijkheid ervan. Vandaar ook dat het noodzakelijk is dat er voor gemeenten duidelijkheid komt waar ze met het gemeentelijke beleid invloed kunnen uitoefenen in de overgang naar de circulaire economie en hoe zij hun afvalkosten kunnen beheersen. Verdere landelijke afspraken met betrekking tot de uitbreiding van producentenverantwoordelijkheid en de hiermee samenhangende verwijderingskosten zullen hiertoe van groot belang zijn. Producentenverantwoordelijkheid geldt op dit moment voor elektrische en elektronische apparatuur, matrassen, batterijen en accu’s, auto-wrakken, autobanden en alle consumentenverpakkingen. Vanaf april 2023 geldt bijvoorbeeld een statiegeldsysteem voor drankblikjes. De verdere toekomst zal mogelijk ook producenten verantwoordelijk maken voor textiel en luiers. Wat kost het? Hiervoor verwijzen wij naar het overzicht van baten en lasten en de toelichting (paragraaf 2.1).

1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen De totale baten van gemeenschappelijke regeling Rd4 bestaan uit de bijdragen van de diverse gemeenten welke eveneens zijn terug te vinden in het overzicht van baten en lasten. Deze gemeentelijke bijdragen kunnen geclassificeerd worden als overige algemene dekkingsmiddelen. Er is geen sprake van lokale heffingen, algemene uitkeringen, dividend of een saldo van de financieringsfunctie.

Pagina 5

1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead Voor het berekende bedrag van de overhead verwijzen wij naar paragraaf 2.1; het overzicht van baten en lasten in de begroting en de toelichting. Het te bepalen bedrag is bepaald aan de hand van een draaitabel waarin alle kosten van de GR in detail zijn ingelezen en waarbij er een matrix is gemaakt van kostensoorten en kostenplaatsen. Voor de kostenplaatsen is bepaald welke direct toewijsbaar zijn aan de directe dienstverlening en welke niet direct toegewezen kunnen worden en derhalve als overhead worden beschouwd. Er is gefilterd op deze kostenplaatsen gerubriceerd als overhead en het totaal saldo van deze kostenplaatsen is onder paragraaf 2.1 opgevoerd. 1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Het ingeschatte bedrag is zo laag dat er geen specifieke reservering is meegenomen in de begroting maar onderdeel uitmaakt van de totale lasten voor een bedrag van circa € 8.000. 1.1.5 Bedrag voor onvoorzien Er is geen bedrag voor onvoorzien opgenomen. Er wordt ervan uitgegaan dat de lasten volledig gedekt worden door de baten. Een eventueel tekort zal worden aangezuiverd uit het beschikbare weerstandsvermogen.

1.2 Paragrafen In deze paragraaf zijn de conform BBV verplichte paragrafen opgenomen. Er zijn in totaal zeven paragrafen voorgeschreven, hiervan zijn er vijf van toepassing voor de gemeenschappelijke regeling Rd4. De volgende paragrafen zijn van toepassing voor gemeenschappelijke regeling Rd4: - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen. De overige paragrafen zijn niet van toepassing en zijn derhalve verder ook niet betrokken in de begroting: - lokale heffingen; - grondbeleid.

Pagina 6

1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten De kosten van het basispakket vormen de grootste component voor de afvalstoffenheffing die de burgers dienen te betalen. Deze kosten zijn onderhevig aan conjuncturele- en weersafhankelijke invloeden. Door het vormen van een weerstandsvermogen kunnen dit soort fluctuaties worden opgevangen. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit en verloop van het vermogen Het Algemeen Bestuur heeft besloten om aansluiting te zoeken met de systematiek zoals deze al jaren wordt toegepast in de NV, zijnde een gemiddelde weerstandscapaciteit van 11% over de omzet in het verslagjaar en 11% over de begrote omzet van het jaar volgend op het verslagjaar. Aangezien de dienstverlening over het pluspakket volledig met de gemeenten wordt afgerekend is er bij Rd4 met name een financieel risico voor overof onderbezetting van mens- en/of machine-uren, echter dit risico wordt als te klein geschat om hierover extra weerstandsvermogen op te bouwen. De verwerkingskosten worden met iedere gemeente afzonderlijk afgerekend waardoor er voor Rd4 voor dit onderdeel geen risico is. Dus het weerstandsvermogen wordt berekend over de omzet van het basispakket minus de verwerkingskosten over het verslagjaar en begroting van het daaropvolgend jaar.

Het benodigde weerstandsvermogen wordt jaarlijks opnieuw berekend, maar tot grote verschuivingen zal dit niet leiden.

Weerstandsvermogen 2022 Resultaat jaar Af : Uitgekeerd/Verrekend Toevoeging weerstandsvermogen

-496.896 -496.896 -------------0 ========

Het vermogen werd als volgt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Tot en met 2008 werd het resultaat verdeeld op basis van de inwoneraantallen. Vanaf 2009 vindt, conform de nieuwe begrotingssystematiek, de verdeling plaats op basis van aantal aansluitingen. Daarbij wordt uitgegaan van het aantal aansluitingen in het begrotingsboek van het betreffende jaar.

T/m 2022

Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Voerendaal

Ratio weerstandsvermogen:

195.538 240.913 176.153 61.575 758.001 380.749 302.893 87.635 94.902 101.956 -------------2.400.315 ======== werkelijk weerstandsvermogen benodigd weerstandsvermogen

Maximaal Weerstands vermogen 216.538 250.360 195.521 139.241 812.399 402.298 311.190 89.422 99.662 104.572 -------------2.621.202 ======== 2.400.315 2.621.202

91,6%

De reden dat de indicator kleiner dan 1 is, is vanwege de onttrekking uit het weerstandsvermogen vanwege de begrotingsbijstelling in 2019 waarbij werd afgesproken dat het tekort uit het weerstandsvermogen zou worden gefinancierd en het omdat Eijsden-Margraten (2014) en Gulpen-Wittem (2017) te kort bij Rd4 zitten om een volgestort weerstandsvermogen te hebben. Risicoparagraaf Voor het boekjaar 2023 worden de onderstaande risico’s onderkend: 1. Arbeidsrisico's Aantasting van de arbeidscapaciteit door ziekte, staking en fraude. Invulling posities voor mensen met afstand tot arbeidsmarkt.

Pagina 7

Door minder mensen in WSW en meer mensen via participatiewet (duurder) 2. Materiële risico's Beschadiging aan of verlies van gebouwen, installaties, bedrijfsinventaris en transportmiddelen. De premies van de brandverzekeringen zijn fors gestegen en de eigen risico's zijn hoger geworden. In 2020 zijn we halverwege het jaar van verzekeraar gewisseld. Hierdoor is de premiestijging afgebogen naar beneden en zijn tevens de voorraden van de kringloop en op ons terrein meeverzekerd. Om schade ten gevolge van brand zoveel mogelijk te beperken, zijn er in 2011 extra brandhydranten geplaatst. Tevens is er een noodstroomaggregaat om uitval van de stroomvoorziening op te vangen geplaatst. Gevolgschade door eventuele calamiteiten is in overleg met het Dagelijks Bestuur niet verzekerd en wordt door de gemeenten afgedekt. 3. Continuïteitsrisico Het grootste risico inzake de continuïteit vloeit voort uit aantasting van de productiecapaciteit vanwege bedrijfsstilstand. Bij volledig of gedeeltelijk verlies van het wagenpark zal vervanging op korte termijn of inhuur bij derden niet eenvoudig zijn. Bij het niet voorhanden hebben van genoeg bezetting door een pandemie zijn er ook scenario's denkbaar waarbij delen van de dienstverlening niet kunnen worden uitgevoerd. Dit risico is niet verzekerbaar. 4.

Milieurisico's Gezien de grote mate van verscheidenheid aan producten is niet met 100% zekerheid aan te geven dat alle mogelijke risico's zijn afgedekt. Er vindt een continue monitoring plaats. 5. Financiële risico's - Ontwikkeling van de prijzen van brandstoffen op de wereldmarkt (risico € 1.000.000 - € 2.000.000) Met name voor een logistiekbedrijf als Rd4 zijn de ontwikkeling van de brandstofprijzen van groot belang, afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen deze zowel een positief als een negatief effect op de begroting hebben. - Prijsontwikkeling energie gebouwen De kosten voor het verwarmen van onze gebouwen zijn op de markt nu hoger dan ons huidige niveau. Eind 2023 loopt ons huidige langdurige contract af. In onze begroting zit een aanname over de kostenstijging. Maar er bestaat grote onzekerheid over toekomstige prijsontwikkelingen. - Het risico van kwaliteit PMD Vanaf 1 januari 2022 zijn de Rd4 gemeenten, conform de landelijk geldende nieuwe ketenovereenkomst, niet meer verantwoordelijk voor de gehele keten (van verzameling t/m verwerking) bij de inzameling van het PMD afval. Vanaf deze datum zijn de gemeenten alleen nog maar verantwoordelijk voor de inzameling en de kwaliteit (mate van vervuiling) van de ingezamelde PMD stroom.

De vergoeding die de gemeente uit het Afvalfonds ontvangen voor de inzameling bedraagt € 218,per ton PMD aangeleverd bij de op- en overslag locatie. Hierbij wordt uitgegaan van een vervuilingspercentage van max. 15%. Bij vervuilingspercentages hoger dan 15% wordt er gekort op de vergoeding. Dit kan resulteren in lagere inkomsten. - Het risico van afrekening PMD voorgaande jaren (risico € 500.000 per boekjaar) Helaas zijn we in het PMD dossier vaker verrast door gewijzigde uitgangspunten. Daardoor hebben we fikse afrekeningen over voorgaande boekjaren moeten maken. We werken steeds met de dan bekende uitgangspunten maar kunnen helaas geen tegenvallers uitsluiten. - Ontwikkeling prijsniveau verwerkingskosten (risico € 500.000,-) Schommelingen in de tarieven voor de secundaire grondstoffen (vooral papier en metaal) kunnen een positief, maar zeer zeker ook een negatief effect hebben op de begroting. Voor zowel de papier- als metaal markt geldt dat deze op dit moment in een dip zitten waarbij het moeilijk te voorspellen is hoe deze markten zich het komend jaar zullen ontwikkelen. Inzake papier is al aangegeven dat er een aanname is gemaakt inzake de ontwikkeling van de huidige prijs waar een garantie over bestaat. Bij metaal hebben we ook te maken met fluctuerende prijzen en daar geldt geen garantie. We schatten in dat we met een onzekerheidsmarge van € 500.000 blijven zitten.

- Druk op de huidige CAO (minder groot voor GR maar groter voor Rd4 totaal 1% verhoging kost € 300.000) De huidige lopende CAO is afgesloten voordat de huidige prijsstijgingen optraden. Inmiddels is de CAO opengebroken en zijn loonsverhogingen doorgevoerd. We zien in de onze omgeving veel onrust en hoge looneisen worden nog steeds op tafel gelegd. We onderkennen het risico dat de overeenkomst voor het einde van de looptijd opnieuw ter discussie wordt gesteld en de daarmee gepaard gaande onzekerheid. 6. Aansprakelijkheidsrisico's Voor zover aansprakelijkheidsrisico's bekend zijn, zijn deze afgedekt. 7. Liquiditeitsrisico's Voor de komende vijf jaar is er aan de hand van een kasstroomanalyse (zie paragraaf kasstroomoverzicht 2022-2026) berekend of er langlopende leningen benodigd zijn om aan de verplichtingen te voldoen. Hierbij zijn alle bekende en door het Algemeen Bestuur goedgekeurde activiteiten voor opstelling van het document meegenomen. Voor kortlopende oplossingen is er een faciliteit om kasgeldleningen af te roepen. 8. Renterisico's Als er binnen afzienbare tijd geld geleend moet worden of een bestaande lening geherfinancierd moet worden dan bestaat er een renterisico omdat het dan geldende rentepercentage hoger zou kunnen zijn dan het percentage van de oude lening, waardoor de kosten voor de organisatie en dus indirect voor de gemeenten zouden kunnen stijgen.

Met de rentestand ten tijde van het opstellen van de begroting lijkt dit risico momenteel niet zo groot. 9. Afvalhoeveelheid risico's In de huidige begroting is gerekend met een aanpassing van de inzamelfrequentie voor restafval waarbij de begrote afvalhoeveelheden zijn aangepast aan de verwachte ontwikkeling. De werkelijke hoeveelheden afval kunnen sterker afwijken

Pagina 8

van de begroting dan in voorgaande jaren. Gemeentelijke risico's Het voordeel van de begrotingssystematiek is dat de individuele gemeenten geprikkeld worden om gerichter beleid te voeren, aangezien het voordeel van een verlaging van kosten ook voor een groot deel bij dezelfde gemeenten terecht komt. Zo kan bij een nulresultaat van Rd4 de ene gemeente een positief resultaat hebben terwijl dit voor een andere gemeente negatief kan zijn. Een risico bij de gemeente ligt aan de inkomstenkant. Indien het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing verkeerd wordt geschat en/of het aantal ledigingen dat aan burgers in rekening wordt gebracht te laag is, dan betekent dit een extra financieel risico. Bovendien bestaat het risico bij het doorberekenen van ledigingen dat niet alles kan worden doorberekend, bijvoorbeeld bij verhuizing. Om deze risico's te reduceren hebben de meeste gemeenten ervoor gekozen het tarief voor het ledigen van de restafvalcontainer Bij het samenstellen van de begroting is gekozen voor een aantal verdeelsleutels waarbij er schattingen zijn gemaakt op basis van eigen ervaringen en ervaringen van derden. Belangrijke parameters hierbij zijn het afvalvolume, de vullingsgraad van de containers en het aanbiedpercentage van de containers. Indien de realiteit slechter is dan begroot dan kan dit voor de gemeente een financieel risico betekenen.

Kengetallen Kengetallen conform Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2015, nr. 2015-0000387198. Deze regeling geeft richtlijnen om een aantal kengetallen op te nemen in het jaarverslag en de begroting. Het betreft de navolgende kengetallen: Verslag 2022 Begroot 2023 Begroot 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 - Netto schuldquote in %; 29,8% 38,5% 46,8% 46,6% 46,9% - Netto schuldquote gecorrigeerd 29,8% 38,5% 46,8% 46,6% 46,9% voor alle verstrekte leningen in %; - Solvabiliteitsratio in %; 5,3% 5,2% 5,3% 5,3% 6,1% De kengetallen zouden het de leden van de provinciale staten en de gemeenteraad makkelijker moeten maken om meer inzicht te krijgen in de financiële positie van de provincie, gemeente en in ons geval in de GR. Als we deze kengetallen nader bekijken dan zijn de laatste vier genoemde kengetallen met name gericht op gemeenten of de provincie. De GR Rd4 heeft hier eigenlijk niets mee te maken omdat er geen relevante samenhang is met de aard van de werkzaamheden van Rd4. Om deze reden worden deze kengetallen dan ook niet opgenomen in het begrotingsboek of het jaarverslag. - Kengetal grondexploitatie in % - Kengetal structurele exploitatieruimte in % - Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in % - Vaststelling provinciale belastingcapaciteit in %

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Hiervoor is het eigen vermogen van de organisatie van groot belang. Hoe hoger dit vermogen hoe beter de ratio eruit zal zien. Bij Rd4 bestaat het eigen vermogen echter voornamelijk uit het weerstandsvermogen. De raden van de gemeenten zijn van mening dat dit vermogen zo laag mogelijk moet zijn omdat ze het ongewenst vinden dat er bij gelieerde ondernemingen te "grote potten" ontstaan. Bij voorkeur zouden ze dit zelfs nihil willen zien. Zij zien zichzelf als eigen risicodrager en afdekking van de risico's genoemd onder de ratio's beschouwen zij dan ook als minder relevant. Dat is dan ook de reden dat dit eigen vermogen van Rd4 relatief laag is. Gevolg is dat dit leidt tot een lage ratio en daardoor ook leidt tot een verkeerd beeld van de organisatie. Wat betreft het kengetal structurele exploitatieruimte in % heeft de berekening niet plaatsgevonden omdat het saldo van baten en lasten gelijk is en omdat er geen incidentele posten zijn waardoor de uitkomst altijd 100% zal zijn. 1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen Ultimo 2022 bestaan de materiële vaste activa uit de gebouwen en gronden.

Hiervoor wordt het onderhoud geregeld via de voorziening groot onderhoud en het reguliere onderhoud in de begroting.

Pagina 9

Begroot 2027 46,4% 46,4% 7,2%

1.2.3 Financiering Het opstellen van de paragraaf Financiering in de begroting is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeenschappelijke regeling Rd4 de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving kennen we het treasurystatuut van gemeenschappelijke regeling Rd4. ln dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. Interne- en externe ontwikkelingen Wet Hof Het doel van De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) is het terugdringen van het begrotingstekort van Nederland. Rijk en decentrale overheden (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen) zijn daar samen verantwoordelijk voor. De wet vloeit voort uit Europese regels voor het terugdringen van het begrotingstekort. Deze zijn onderdeel van het Stabiliteits- en Groeipact. ln de Wet Hof zijn die Europese afspraken verankerd in nationale wetgeving. EMU-saldo ln de Wet Hof is vastgelegd dat er per jaar een plafond is voor het EMU-tekort van alle gemeenten samen. De hoogte van dat zogeheten macroplafond wordt elk jaar opnieuw vastgesteld op basis van bestuurlijk overleg tussen rijk en gemeenten.

Voor de huidige kabinetsperiode is afgesproken dat de decentrale overheden het begrotingstekort geleidelijk terug brengen van 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013, naar 0,2 procent bbp in 2017. Het netto financieringssaldo van alle overheden bij elkaar mag in een jaar niet boven dat plafond uitkomen. ledere gemeente krijgt daarnaast een individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort in een jaar op basis van het begrotingssaldo van het voorgaande jaar. Pas bij overschrijding van het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten kan de referentiewaarde per gemeente voor het EMU-tekort een rol gaan spelen. Gemeenschappelijke regeling Rd4 heeft zelf geen referentiewaarde. Met het hieronder opgenomen EMU-overzicht wordt inzage gegeven in de geldstromen binnen de begroting zonder onttrekkingen uit de reserves. ln onderstaand tabel betekent een positief bedrag dat gemeenschappelijke regeling Rd4 minder uitgeeft dan ontvangen wordt en een negatief bedrag dat gemeenschappelijke regeling Rd4 meer uitgeeft dat ontvangen wordt.

EMU-Saldo

2023

2024

2025

2026

2027

Exploitatiesaldo Afschrijvingen Bruto dotaties aan de post voorzieningen Investeringen Baten uit bijdragen van andere overheden Desinvesteringen Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw Baten bouwgrondexploitatie: Lasten op balanspost Voorzieningen Lasten i.v.m. transacties met derden

0 530.741 266.000 -4.210.000 0 0 0 0 -416.531 0

0 780.030 750.000 -5.465.000 0 0 0 0 -564.888 0

0 1.136.828 750.000 -650.000 0 0 0 0 -719.710 0

0 1.165.959 750.000 -575.000 0 0 0 0 -1.045.547 0

0 1.218.756 750.000 -425.000 0 0 0 0 -618.362 0

Berekend EMU-saldo

-3.829.790

-4.499.858

517.118

295.412

925.394

Vaste schulden van gemeenschappelijke regeling Rd4 De langlopende leningen bedragen ultimo 2021 na aflossing € 29.180.000. (2020: € 31.180.000). Kapitaalrente De omslagrente is vastgesteld op 2,4% (2022: 2,4%). Leningen via de BNG: € 7 mln. aflossingsvrij 15 jaar € 6 mln. lineair 25 jaar € 6,5 mln. lineair 25 jaar Lening via de NWB-bank € 10 mln. lineair 20 jaar € 7 mln. aflossingsvrij 20 jaar Kapitaalbehoefte € 2,5 mln. lineair 20 jaar € 3,1 mn lineair 20 jaar

2,250% 1,495% 4,805% 1,300% 2,184% 3,000% 3,000%

2023 2024

Dat is allereerst door de doorontwikkeling van de op en overslag in 2023. En daarnaast in 2024 door de benodigde ombouw en revitalisering van milieupark Margraten tot een grondstoffenpark. Voor 2025 hebben we voorlopig ook een aanvullende financiering ingerekend, maar dat is helemaal afhankelijk van de ontwikkeling van levertijden. Rentelasten De rentelasten zullen zich vanaf 2022 als volgt ontwikkelen, mits er geen niet geplande investeringen komen. 2023 716.572 2024 784.956 2025 932.260 2026 892.279 2027 852.298

Pagina 10

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. lndien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld en moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het begrotingstotaal en zag voor 2022 als volgt uit: Berekening (bedragen x € 1.000) Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal Percentage regeling 1 Toegestane kasgeldlimiet

2

Vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schuld

3

Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen

4

Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) Toegestane kasgeldlimiet ruimte (+) / overschrijding (-)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Jaar 2022

36.913 8,20% 3.027

36.913 8,20% 3.027

36.913 8,20% 3.027

36.913 8,20% 3.027

36.913 8,20% 3.027

0 16.917 0

0 23.841 0

0 31.588 0

0 39.541 0

0 27.972 0

0 16.917

0 23.841

0 31.588

0 39.541

0 27.972

0 44.254 0 44.254

0 49.802 0 49.802

0 59.129 0 59.129

0 64.786 0 64.786

0 54.493 0 54.493

-27.337

-25.961

-27.541

-25.245

-26.521

3.027

3.027

3.027

3.027

3.027

30.364 =========

28.988 =========

30.568 =========

28.272 =========

29.548 =========

Schatkistbankieren Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De EMU-schuld en de financieringsbehoefte van het Rijk vermindert hierdoor. Decentrale overheden kunnen in het kader van de uitoefening van de publieke taak nog steeds geld uitlenen aan een andere decentrale overheid. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan dienen in de schatkist te worden aangehouden.

Pagina 11

In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen van 2021 is geweest: Bedragen x € 1.000 (1) Drempelbedrag

261

1.000

Verslagjaar 2021 Kwartaal 1 Kwartaal 2 (2) Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a)=(1)>(2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b)=(1)<(2) Overschrijving van het drempelbedrag

Kwartaal 3

Kwartaal 4

233

265

261

261

767

735

675

739

0

0

0

0

(1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar (4b) Het deel van het begrotingstotaal <= 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal > 500 miljoen

Verslagjaar 2022 36.913 36.913 0

(1)=(4b)*0,0075+(4c)*0,002 met een minimum van 250.000 (eerste en tweede kwartaal) (1)=(4b)*0,0075+(4c)*0,002 met een minimum van 1.000.000 (derde en vierde kwartaal) (2) Berekening kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Verslagjaar 2022 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 20.973 24.141 29.920 23.984 (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2)=(5a)/(5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten s' Rijks schatkist aangehouden middelen 233 265 325 261

Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Berekening (bedragen x € 1.000) Variabelen Renterisico(norm) (1) Renteherzieningen (2) Aflossingen

2022 Jaar T: 0 1.000

2023 Jaar T+1: 0 1.125

2024 Jaar T+2: 0 1.280

2025 Jaar T+3: 0 1.580

(3)

Renterisico (1+2)

1.000

1.125

1.280

1.580

(4)

Renterisiconorm

7.757

8.131

9.618

10.030

6.757

7.131

8.047

8.329

38.783 20%

40.657 20%

48.091 20%

50.151 20%

7.757

7.757

7.757

7.757

7.757

8.131

9.618

10.030

(5a) Ruimte = (4>3 )onder renterisiconorm (5b) Overschrijding = (3>4) renterisiconorm

Renterisiconorm Berekening (4a) Begrotingstotaal jaar T (4b) Percentage Regeling Renterisiconorm (van alleen jaar T) (4) = (4a x 4b/100)

In de looptijd van de meerjarenbegroting blijft het renterisico onder het normbedrag en is daarmee afgedekt.

Pagina 12

1.2.4 Bedrijfsvoering Governance Rd4 is een verzelfstandigde organisatie, waarin we de opgedragen taken zo bedrijfsmatig mogelijk uitvoeren, dit in lijn met de opdracht uit het aandeelhoudersconvenant van 14 januari 1998 (artikel 1, punt 4: de gemeenten zullen bevorderen en bewerkstelligen dat binnen het kader van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen de GR zoveel mogelijk zelfstandig ten opzichte van de gemeenten zal functioneren). Ook de in dit convenant opgenomen overweging dat “een optimalisering van de interne bedrijfsmatigheid en efficiency gewenst is, waarbij de reinigingsdienst op afstand komt te staan van de politiek", ligt nog steeds ten grondslag aan deze taakopvatting binnen onze organisatie. Rd4 draagt dan ook de verantwoordelijkheid voor de concrete uitoefening van de opgedragen taken. In het licht van de bepalingen van de Commissie Tabaksblatt wordt gewerkt volgens het principe van “pas toe of leg uit” (apply or explain). Het in de Algemeen Bestuursvergadering jaarlijks vastgestelde normenkader geldt hierbij als belangrijk richtsnoer bij de interne, dagelijkse bedrijfsvoering. In ons gecertificeerd KAM systeem (kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu) is de visie en missie van onze organisatie vastgelegd.

Deze luidt: Missie Rd4 Rd4 is een publieke reinigingsorganisatie die in opdracht van de aangesloten gemeenten de wettelijke afvalzorgplicht volledig voor haar rekening neemt door een zo optimaal mogelijke exploitatie en beheer (maatschappelijk, financieel, milieu) van de gehele afvalketen. Visie Rd4 § Klantgerichtheid We spannen ons steeds in om onze klanten te begrijpen, hun oplossingen aan te bieden die uitvoerbaar zijn, gebaseerd op onze kennis van de afval- en milieumarkt. We zoeken steeds naar betrouwbare en op maat gesneden oplossingen voor hun problemen. We kijken steeds vanuit het perspectief van onze opdrachtgevers naar ons eigen handelen, om zo daadwerkelijk meerwaarde te kunnen (blijven) leveren. § Bedrijfsmatig presteren Rd4 is een betrouwbare en financieel stabiele organisatie. Rd4 en zijn werknemers zijn prestatiegericht. We stellen doelen en zorgen ervoor dat we deze realiseren. Iedereen levert daaraan een actieve bijdrage. We zijn professioneel en nemen verantwoordelijkheid voor onze persoonlijke prestaties, alles binnen onze eigen mogelijkheden. § Lokale aanwezigheid In een markt die steeds meer wordt gedomineerd door (een beperkt aantal) internationaal opererende marktpartijen, voelen wij ons erg thuis in de eigen regio. Door onze lokale aanwezigheid en resultaatgerichte aanpak zijn we bij uitstek in staat diensten te verlenen met een hoge klantgerichtheid.

In combinatie met ons breed pakket aan diensten, zijn we in staat onze klanten unieke totaaloplossingen te bieden. Mede door onze sterke focus op de behoefte van onze klanten, zijn we in staat geweest om een sterke regionale marktpositie te verwerven. We kennen onze klanten, hun plannen, ambities en hun problemen. Deze lokale aanwezigheid en sterke klantenbinding, zullen we blijven koesteren als een van de belangrijke concurrentievoordelen waarover we beschikken. § Gemotiveerde medewerkers Onze medewerkers zijn de sleutel voor ons succes. Hun kennis, betrokkenheid, inzet en ervaring zijn de basis voor onze dagelijkse dienstverlening aan bedrijven en gemeenten. In ons bedrijfsbeleid vinden we het dan ook erg belangrijk te investeren in professionele werving en selectie, opleiding, training en persoonlijke ontwikkeling; waarbij we uitgaan van gelijke carrièrekansen, ongeacht persoonlijke achtergrond. Het zijn onze medewerkers die waarde toevoegen aan onze diensten. Als werkgever onderkennen we het belang van marktconforme arbeidsvoorwaarden. Een actief retentiebeleid (binden en boeien van medewerkers) maakt hier deel vanuit. Dit zorgt voor continuïteit en dat is in het belang van iedereen die betrokken is bij onze organisatie. § Kernwaarden We handelen Rd4 breed vanuit onze kernwaarden (zo gaan we met elkaar om binnen onze organisatie).

Deze zijn beschreven in ons handboek KOMPAS en worden met regelmaat met onze medewerkers doorgesproken. Enkele elementen hieruit zijn gezonde en veilige werkomstandigheden, open en eerlijke communicatie, geen discriminatie of intimidatie, respectvolle omgang met (de spullen van) elkaar en de bedrijfsmiddelen, waarbij we zeggen wat we doen, doen wat we zeggen en we ons hierop laten aanspreken.

Pagina 13

§ Maatschappelijk verantwoord ondernemen Als milieuorganisatie vinden we een op duurzaamheid gebaseerde bedrijfsvoering belangrijk. In de praktijk komt dit tot uitdrukking in een veelvoud van praktische maatregelen, zoals de strenge emissienormen die we hanteren bij de aanschaf van door motoren aangedreven voertuigen. Maar ook allerlei andere zaken pakken we aan, zoals het gescheiden houden van papier, PMD (Plastic, Metaal/ blik en Drankenkartons), GFT en restafval op de kantoren, het verbeteren van onze energiehuishouding (o.a. LED verlichting, sedumdaken, zonnepanelen, etc.) en duurzaam inkopen. In de periodieke risico-inventarisatie & -evaluatie inventariseren we diverse risico's die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van medewerkers en klanten. Planmatig pakken we knelpunten aan en lossen ze zoveel mogelijk op. Het concept van duurzaamheid heeft wat ons betreft ook betrekking op ons sociaal beleid. Een fors aantal medewerkers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt zijn soms vele jaren binnen onze organisatie te werk gesteld en krijgen zo kansen om zich te ontwikkelen. Dit is een groot voordeel voor de bij de organisatie betrokken gemeenten, immers het zijn overwegend hun inwoners die niet meer aangewezen zijn op een uitkering van de gemeentelijke sociale dienst.

Daarnaast zijn we ISO 9001 gecertificeerd (kwaliteit managementsysteem/ KAM), ISO 14001 (milieumanagement) en VCA* (veiligheid). Het KAM-beleid zoals beschreven in de procedure PD-HD-02-Vxx ligt hieraan ten grondslag. 1.2.5 Verbonden partijen Deelnemers : 10 Gemeenten * / AB

Dagelijks Bestuur

Reinigingsdiensten Rd4 Gemeenschappelijke Regeling (GR)

Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (BVF)

Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (BV KLB)/(TSC)

N.V. Reinigingsdiensten Rd4 (NV) * Sinds 2019 zijn de gemeenten Nuth, Onderbanken en Schinnen (RWM) gefuseerd in de gemeente Beekdaelen. BVF Eigen vermogen 1/1/22 Eigen vermogen 31/12/22 Vreemd vermogen 1/1/22 Vreemd vermogen 31/12/22 Resultaat 2022

18.151 18.151 28.591.765 32.646.881 0

TSC -971.035 -818.701 1.738.349 1.589.803 152.332

NV 1.211.664 1.363.835 10.213.782 14.316.255 510.489

De werkorganisatie van Rd4 bestaat uit de Gr Rd4, het Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en het Rd4 Kringloop bedrijf B.V. welke gezamenlijk een fiscale eenheid vormen. In het Facilitair Bedrijf B.V. zijn bijna alle productiemiddelen ondergebracht, evenals de medewerkers die geen ambtelijke status hebben. Zij volgen derhalve ook een andere cao: vanaf september 2000 geldt de cao voor Afval en Milieu , GEO (Grondstoffen, Energie en omgeving). Alle (loon)kosten van de BVF worden volledig doorberekend aan de Gemeenschappelijke Regeling. Het exploitatieresultaat is dus nihil. De activiteiten van het Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. vinden sinds 2005 in de Gemeenschappelijke Regeling plaats. Vanaf 2014 zijn hier de activiteiten van het Textiel sorteercentrum in ondergebracht. Voor deze bedrijven gezamenlijk wordt een geconsolideerde jaarrekening samengesteld. Voor de dienstverlening aan bedrijven is er een separaat bedrijf opgezet zijnde de NV Reinigingsdiensten Rd4. Dit bedrijf heeft geen eigen personeel of activa en huurt deze merendeels in bij de GRrd4 of het Facilitair Bedrijf B.V. welke voor deze dienstverlening de variabele kostprijs plus overheadtoeslag plus winstopslag doorberekent. Volledigheidshalve willen wij opmerken dat de NV geen verbonden partij is conform de definitie van de BBV. De aandelen van de NV Reinigingsdiensten Rd4 zijn in handen van de gemeenten en niet van Rd4.

Pagina 14

2. FINANCIËLE BEGROTING 2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

2024 Baten Lasten Saldo 41.860.236 39.511.127 2.349.109 41.860.236 39.511.127 2.349.109 41.860.236 41.860.236

1.919.635 -

-1.919.635 -

41.430.762 429.474 41.860.236

429.474 -429.474 0

2025 Baten Lasten Saldo 43.778.513 41.238.256 2.540.258 43.778.513 41.238.256 2.540.258 43.778.513 43.778.513

1.967.626 -

-1.967.626 -

43.205.882 572.632 43.778.513

572.632 -572.632 -

2026 Baten Lasten Saldo 44.657.021 41.924.415 2.732.606 44.657.021 41.924.415 2.732.606 44.657.021 44.657.021

2.016.817 -

-2.016.817 -

43.941.232 715.790 44.657.021

715.790 -715.790 -

2027 Baten Lasten Saldo 45.573.530 42.647.346 2.926.185 45.573.530 42.647.346 2.926.185 45.573.530 45.573.530

2.067.237 -

-2.067.237 -

44.714.583 858.947 45.573.530

858.947 -858.947 -

Pagina 15

De gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd De totale begroting komt uit het geconsolideerde begrotingsboek, deze is geen onderdeel van onderhavige begroting omdat de diverse overige bedrijven niet vallen onder de regelgeving van de BBV. In het geconsolideerde begrotingsboek zijn de diverse bedrijven zijnde de GR Rd4, het facilitaire bedrijf BVF alsmede het kringloopbedrijf geconsolideerd. In onderhavige enkelvoudige begroting zijn de salariskosten opgenomen van de medewerkers welke vallen onder de genormaliseerde cao gemeenten (voorheen CAO CAR UWO) zijnde de medewerkers van Rd4 met een ambtelijke aanstelling welke echter maar een zeer klein gedeelte van de totale populatie vormen. In onderhavig enkelvoudige begroting zijn de posten opgenomen zoals deze rechtstreeks aan de GR Rd4 worden gefactureerd. Hierbij is de enkelvoudige jaarrekening van de GR Rd4 richtinggevend in combinatie met de verwachtte beleidswijzigingen. De kosten gemaakt bij de andere bedrijven worden in de enkelvoudige begroting GR Rd4 volledig als uitbesteed werk opgenomen. Meerjarenverwachting afvalhoeveelheden tot en met 2027 In deze meerjarenraming hebben we de reguliere indexering (2-4%) doorgetrokken. We hebben geen beleidsmatige wijzigingen doorgerekend.

Niet beïnvloedbare factoren als de ontwikkeling van het aantal aansluitingen de economische ontwikkelingen en de invloed op inflatie zijn niet becijferd. We hebben wel de verwerkingskosten berekend conform de huidige stand gekoppeld aan de verwachtingen zoals geschetst in ons strategisch meerjarenplan. In 2024 zullen nieuwe tarieven gaan gelden voor ons restafval en onze gft. De verwachting nu is dat deze hoger liggen. Deze onderhandelingen gaan in Afvalsamenwerking Limburg (ASL) verband. 2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Geprognosticeerde begin- en eindbalans

Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende Activa Totaal

2023 16.549.954 1.481.311 36.903.491 54.934.756

2024 21.234.924 1.481.311 34.180.950 56.897.185

2025 20.748.096 1.481.311 39.372.636 61.602.043

2026 20.157.137 1.481.311 38.810.882 60.449.330

2027 19.363.380 1.481.311 38.594.355 59.439.046

Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden >1 jaar Vlottende passiva Totaal

2.858.648 858.975 30.555.000 20.662.133 54.934.756

3.001.077 858.975 32.375.000 20.662.133 56.897.185

3.285.935 858.975 36.795.000 20.662.133 61.602.043

3.713.222 858.975 35.215.000 20.662.133 60.449.330

4.282.938 858.975 33.635.000 20.662.133 59.439.046

EMU saldo Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven. Financiering Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven.

Pagina 16

De stand en verloop van reserves Aangezien er met een nihil-resultaat wordt begroot betekent dit ook dat reserves naar verwachting niet muteren. Vanaf 2022 zal er een reserve in het kader van duurzaamheid worden aangelegd. De besteding hiervan wordt nader afgestemd. De stand en verloop van voorzieningen De GR heeft een voorziening groot onderhoud inzake de gebouwen Jaarlijks terugkerende arbeidskosten De salariskosten zijn gebaseerd op de bestaande directe en indirecte formatie en de ontwikkeling hiervan zoals deze de komende jaren wordt verwacht rekening houdende met de verwachte ontwikkelingen. Verder is er rekening gehouden met een jaarlijkse inflatie van 2%. Investeringen De investeringen zoals gepresenteerd hebben uitsluitend betrekking op de investeringen in de GR. Aangezien het overgrote deel van de investeringen voor het dochterbedrijf de BV Facilitair bedrijf zijn bestemd, welke buiten de scope van deze begroting vallen, zijn de investeringen in de GR minimaal. Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats o.b.v. historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie t.b.v. gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de vervaardigings- of verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na moment van ingebruikneming. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Vlottende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. De liquide middelen en overlopende activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Eigen vermogen De reserves zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onder de vaste schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De op korte termijn (binnen één jaar) verschuldigde aflossingen worden opgenomen onder de vlottende passiva.

Pagina 17

Vlottende passiva De netto vlottende schulden en de overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.

2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld

Taakveld 7.3 Afval Taakveld 0.3 Overhead Taakveld 0.5 Treasury Taakveld 0.10 Mutatie reserves Taakveld 0.11 Resultaat van baten en lasten

Baten 41.860.236 41.860.236

2024 Lasten 39.511.127 1.134.679 784.956 429.474 41.860.236

Pagina 18

Saldo 2.349.109 -1.134.679 -784.956 -429.474 0

VASTSTELLING DOOR ALGEMEEN BESTUUR

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 in de vergadering van 13 juli 2023.

De secretaris / directeur

De voorzitter

W.C.H. Sijstermans

G.G.J. Janssen

Pagina 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=98868ff9-27bb-4946-9ae1-5782fcf66581