7 23-24 Bijlage 5 Kadernota begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027.pdf
Tekst van het document
Kadernota begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Versie 1.1 November 2022
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .........................................................................................................................3 1. Inleiding/voorwoord ...............................................................................................................4 2. Organisatie ...........................................................................................................................5 3. Beleidsmatige ontwikkelingen .................................................................................................7 4. Financiën ............................................................................................................................ 12 5. Planning begroting ............................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage 1. Heffingen per deelnemer ......................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage 2. Landelijke ontwikkelingen ....................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage 3. Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) ................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage 4. Kostenverdeelmethode ........................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage 5. Weerstandsvermogen ............................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
3
1. Inleiding/voorwoord Hierbij bieden wij u de kadernota 2024 aan. Deze nota biedt de kaders voor het opstellen van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Deze kaders betreffen (beleids)ontwikkelingen die in de begroting verder zijn uitgewerkt en financieel vertaald worden en de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. Meerjarenperspectief/Ontwikkelingen De in de kadernota 2024 genoemde ontwikkelingen, beleidsvoornemens en financiële uitgangspunten vormen de basis voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027, die komend voorjaar ter zienswijze wordt aangeboden aan de gemeenteraden resp. het algemeen bestuur van Waterschap Limburg en na vaststelling wordt toegezonden aan provinciale staten. Tot slot. We bevinden ons in bijzondere economische omstandigheden. De oorlog in Oekraïne heeft vergaande humanitaire en financiële gevolgen, tot uitdrukking komend in forse inflatie door stijging van energie- en voedselprijzen. Dit alles maakt het geven van kaders voor 2024 en volgende jaren misschien wel gecompliceerder dan ooit. In deze kadernota is derhalve uitgegaan van de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau, waarbij deze voor de opvolgende jaren gelijk zijn gehouden. Het CPB heeft na 2023 geen prognose meer afgegeven in tegenstelling tot voorgaande jaren, waar drie jaar vooruit werd geprognosticeerd.
Naast forse prijsstijgingen, die leveranciers momenteel doorvoeren als gevolg van de energiecrisis, hebben we daarnaast te maken met no cure no pay-bedrijven (ncnp-bedrijven), die voortdurend op zoek zijn naar “meer en anders”: bezwaren op andere soorten heffingen, complexere bezwaren, met informatieverzoeken gecombineerde bezwaren et cetera. De toenemende spanning op de arbeidsmarkt vraagt om nu te anticiperen, bijvoorbeeld in de vorm van leer-werktrajecten en trainee-ships, als investering in de nabije toekomst. BsGW zal ondanks de huidige economische situatie blijven zoeken om -waar mogelijk- efficiënter te werken. Dit mag de continuïteit en de kwaliteit van onze dienstverlening evenwel niet in gevaar brengen.
4
2. Organisatie BsGW is als zelfstandige belastingsamenwerking voor zowel gemeenten als Waterschap Limburg opgericht op 1 april 2011. Per 1 januari 2022 zijn het Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal en Weert deelnemers in BsGW.
BsGW is belast met de heffing en inning van lokale heffingen voor zowel de deelnemende gemeenten als het waterschap en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet WOZ. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de (huidige) heffingssoorten per deelnemer.
5
Missie Wij heffen en innen belastingen voor onze klanten, slim en doordacht, op een kosteneffectieve wijze. Inzichtelijk, voorspelbaar en betrouwbaar in wat we doen. Visie Waarderen, heffen en innen; het wordt steeds complexer. Door het proces slim en goed te organiseren zijn wij dé organisatie om dit voor onze deelnemers te verzorgen. Zo kunnen zij zich op hun andere (kern)taken richten. Ambitie BsGW heeft de ambitie een toppositie binnen de samenwerkingsverbanden te bekleden. Speerpunten Daarnaast zijn een aantal speerpunten aangegeven waar BsGW zich de komende jaren op gaat richten. Imago Was de blik in de periode 2018-2020 vooral intern gericht, de komende jaren is de tijd rijp om de blik naar buiten te richten. Kostenbewust BsGW staat voor een flinke bezuinigingsopgave. Dit betekent kritisch kijken wat wel en niet kan en vooral ook oog hebben voor kleine besparingen die snel zijn te realiseren. Integraal management Het management is per 1 december 2021 met 1 fte gereduceerd, waarbij de afdelingen over drie afdelingshoofden zijn verdeeld. Het eigenaarschap van de medewerkers in het algemeen en integraal management in het bijzonder zal verder worden doorontwikkeld. Hybride werken Sinds het begin van de covid-19-pandemie zijn de BsGW-medewerkers volop thuis aan het werk. Inmiddels is het uitgangspunt dat er in principe 60% thuis wordt gewerkt en 40% op kantoor.
Het kantoor is een plek van ontmoeten en samenwerken.
6
3. Beleidsmatige ontwikkelingen In deze paragraaf is op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door de externe (landelijke) ontwikkelingen. In bijlage 2 zijn deze ontwikkelingen uitgebreider omschreven. 3.1 Landelijke ontwikkelingen -
Inflatie in het algemeen en stijgende energiekosten in het bijzonder: De overheid neemt maatregelen om gezinnen te helpen, die door de huidige situatie op de energiemarkt en de stijgende inflatie hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen en vroegsignalering zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Dit zal mogelijk invloed hebben op de begrote vervolgingsopbrengsten.
-
Proceskosten: BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende uitvoerings- en proceskosten. Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer. Maar ook corona en de energiecrisis heeft impact op het aantal ingediende bezwaren. Dit maakt het voor BsGW lastig om vooraf te begroten wat de omvang exact zal zijn. Financiële tegenvallers zijn daardoor steeds mogelijk. Vooralsnog blijft de begrote post proceskostenvergoeding derhalve gehandhaafd.
-
Fiscale vereenvoudigingswet 2017: Diverse wetswijzigingen zijn te verwachten welke mogelijk van invloed zullen zijn op de begroting van BsGW, zoals hogere proceskostenvergoedingen dan wel lagere opbrengst vervolgingskosten.
-
Wet open overheid (Woo): Het doel van deze wet is om de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Deze wet leidt, net zoals bij de deelnemers, voor BsGW tot extra én aanvullende inspanningen. Inspanningen, waartoe de huidige organisatie niet geoutilleerd is. Extra formatie op het terrein van communicatie en Juridische Zaken is dientengevolge noodzakelijk. De deelnemers hebben in het kader van de Woo niet alleen middelen ontvangen voor de eigen organisatie, maar ook voor de GR-en waarin zij deelnemen. De BsGW-begroting dient hiertoe logischerwijs in redelijkheid en billijkheid bovenwaarts te worden aangepast. In concreto gaat het om 1 extra fte communicatiemedewerker en 0,5 fte medewerker Juridische Zaken.
-
Implementatie gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen: Deze wetswijziging brengt met zich mee dat alle Gemeenschappelijke Regelingen moeten worden aangepast om zo scherpere afspraken te maken over bijvoorbeeld uittreding of evaluatie en dat keuzes worden gemaakt over het al dan niet instellen van een gemeenschappelijke commissie voor raadsleden. Naast eenmalige inspanningen voor de aanpassing van de GR zelf zal dit vanaf medio 2023 ook structureel extra capaciteitsbeslag (o.a. bestuursondersteuning en Juridische Zaken) van de organisatie vergen van 0,5 fte.
Bovenstaande ontwikkelingen zijn gedetailleerder beschreven in bijlage 2, naast diverse overige ontwikkelingen.
7
3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Aanbevelingen Rekenkamer(commissie)s In de zomer van 2021 is het rapport van de rekenkamer(commissie)s van elf (van de negenentwintig deelnemende) gemeenten opgeleverd. Het onderzoek dat hieraan ten grondslag ligt, heeft geresulteerd in zeven aanbevelingen, waarvan er zes rechtstreeks op (de relatie tussen de deelnemers en) BsGW betrekking hebben: het gefaseerd ontwikkelen van een volledige en samenhangende set kwaliteitsindicatoren; het op interactieve wijze ontwikkelen van een overzichtelijk dashboard met relevante financiële informatie; het actiever en gerichter communiceren met gemeenteraden; het opstellen en vaststellen van een strategische aanpak ten einde de proceskosten terug te dringen; het organiseren van het harmonisatietraject inclusief het kostenaspect; het maken van afspraken ter verbetering van het samenspel tussen Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur. De uitvoering van de aanbevelingen is ter hand genomen. De voortgang wordt via de Bestuursrapportages op kwartaalbasis gerapporteerd. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Vanwege einde contractduur is het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur als de huidige belastingpakketten via een Europese aanbesteding aan de orde.
Na oplevering beschikt BsGW over een actueel c.q. vernieuwd applicatielandschap, dat aansluit bij de technologische ontwikkelingen, zoals de scheiding van data met processen en het verminderen van afhankelijkheid van leveranciers conform de Common Ground gedachte. Daarnaast is de infrastructuur geschikt om de samenhang tussen de verschillende basisregistraties integraal te ontsluiten. De kosten voor de implementatiefase van de hierboven genoemde aanbestedingen zijn voor het totaalbedrag en eenmalig opgenomen in de begroting 2023 (€ 2,275 miljoen). Daarbij is aangegeven dat BsGW voor het toekomstige aanbestedings- en implementatietraject tijdig en gespreid een bestemmingsreserve wil vormen. Het AB heeft zich op 30 juni 2022 opengesteld om voor de implementatiefase een bestemmingsreserve te creëren. Aan dotaties zal uiteraard een expliciet AB besluit voorafgaan. De overeenkomst met de (nieuwe) leveranciers wordt in principe voor drie jaar aangegaan, met daarna de optie tot driemaal een jaar verlenging. Op basis van het huidige prijspeil zou vanaf 2024 € 555.000,- per jaar gereserveerd moeten worden voor de volgende aanbesteding in 2028 inclusief de implementatie in 2029. Omdat het huidig aanbestedingstraject nog niet is afgerond zal dit geschatte bedrag (voorlopig) worden opgenomen voor de jaren 2024 - 2029 in de begroting van BsGW.
Wanneer het implementatietraject is afgerond, kan een meer gedegen onderbouwing van de te verwachten kosten worden opgesteld en zal het Dagelijks Bestuur hiertoe een (begrotings-)voorstel indienen. Harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode Op dit moment zijn er veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief de automatisering hiervan, ingewikkeld. Maatwerk, work-arounds en meer zijn hiervoor nodig. Harmonisatie is een onderwerp dat geruime tijd op de actielijst stond. Op 9 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het procesvoorstel m.b.t. harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode. Het onderdeel Harmonisatie is ter hand genomen. Besluitvorming hierover
8
vindt medio 2023 plaats. Voor de herijking van de kostenverdeelmethode inclusief besluitvormingstraject is 2023 uitgetrokken. Implementatie van de herziene kostenverdeelmethode staat voor 2025 gepland. Zie ook bijlage 4. Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. In 2022 zijn op basis van het vastgestelde plan van aanpak de eerste verbeterstappen gezet. Het traject om te voldoen aan de Archiefwet loopt door in 2023. Naast het digitaliseren van ons archief en het zaaksysteem-werken is met name ook aanvullende kennis en kunde nodig om alle digitale aspecten binnen BsGW vanuit juridisch
perspectief
én
kostenbewustzijn
(enkelvoudige
opslag
–
meervoudig
gebruik)
te
(waar)borgen. Voor dit laatste ontbreekt het op dit moment aan capaciteit binnen onze organisatie. Vanaf 2024 is 1 fte archiefbeheer benodigd is om aan de vereiste kwaliteit van een digitaal archief te kunnen voldoen. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. In 2021 is met tien gemeentelijke deelnemers een start gemaakt met deze nieuwe waarderingssystematiek. Zoals gezegd worden met ingang van 2022 alle woningen op basis van de gebruiksoppervlakte gewaardeerd, waarmee tevens de beheerfase start: het bij- en actueel houden van de gegevens. Hiervoor zullen de deelnemers jaarlijks een WOZ-mutatiedetectie (laten) uitvoeren. In dit kader werken deelnemers, gegevenshuizen en BsGW samen met een zogenaamd Samenwerkingsportaal (tot voor kort Regieportaal genaamd). Dit is een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Namens de keten heeft BsGW de regie op zich genomen voor het aanschaffen van dit portaal.
Voor de jaren 2022 tot en met 2024 is voor het samenwerkingsportaal € 333 duizend per jaar opgenomen. Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR). Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie.
In juni 2020 heeft het Dagelijks Bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau (Berenschot) met betrekking tot de vraag waar en hoe de samenhangende objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden.
9
Het is evenwel de vraag of de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2025 van de SOR realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. De kostenraming in dit rapport geeft een eerste indicatie van de hoogte van de kosten die samenhangen met de rol van gemeenten als bronhouder voor de SOR. Uit de analyse van de VNG (rapport Impactindicatie SOR, september 2022) blijkt dat de kosten substantieel zullen zijn: de implementatiekosten zullen tussen de € 131 miljoen en € 358 miljoen bedragen (excl. 3D, ICT-kosten softwareleveranciers, kosten ketenpartners); de structurele bijhoudingskosten voor BAG en BGT liggen tussen de € 125 en € 146 miljoen per jaar; de structurele kosten voor het gegevensbeheer WOZ liggen op € 59 miljoen per jaar. Alle projectmatige activiteiten met betrekking tot de SOR vanuit BsGW zijn in dit kader tot nader order opgeschort. Dit ook om onnodige projectkosten (o.a. de inzet van Berenschot) te voorkomen. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd.
Hiertoe was reeds een bedrag opgenomen van € 250 duizend per jaar in de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2027. Dit wordt nu verhoogd naar € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen geven. Dit is in lijn met de kosten van het Samenwerkingsportaal voor 2022 – 2024 ad. € 333 duizend. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie (voorheen niet jaarlijks) waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover staat een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Krapte op de arbeidsmarkt: trainees Momenteel is er een ongekende krapte op de arbeidsmarkt. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel. Traditionele wervingscampagnes helpen hierin niet langer meer en er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen. BsGW blijft hierin niet achter en leidt medewerkers zelf op tot bijvoorbeeld taxateur. Voordat deze 100% inzetbaar zijn, vergt dit niet alleen tijd, maar ook inzet van senior-taxateurs. Hierdoor gaat op korte termijn ook capaciteit ‘verloren’. Voor wat betreft ICT-ers en taxateurs is het vissen in dezelfde vijver, omdat ook andere partijen dringend behoefte aan hen hebben.
Dat dit alles kostenverhogend werkt moge duidelijk zijn, niet alleen door niet ingevulde vacatures in te vullen met inhuur, maar ook doordat de salarissen van deze functionarissen inmiddels fors hoger zijn dan in de begroting 2023, jaarschijf 2024, zijn opgenomen In lijn met de gedachtewisseling tijdens de AB-vergadering van 29 september jl. wordt ingezet op het structureel opleiden van 2 trainees. Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het verslagjaar 2023 is het Dagelijks Bestuur verplicht een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening. Op dit moment gaat dit via een verklaring in de jaarrekening van de (externe) accountant. De verantwoordelijkheid voor de financiële huishouding en het rechtmatig handelen wordt hiermee explicieter bij het Dagelijks Bestuur belegd. Het Dagelijks Bestuur dient de administratie en interne beheersing zodanig in te richten, dat het verantwoording kan afleggen.
10
Er wordt helder geschetst hoe zij tot deze verantwoording is gekomen, welke processen zijn getoetst aan welke normen en welke verbeteringen zij wil doorvoeren. Dit betreft (in eerste instantie) de financiële rechtmatigheid. Het Algemeen Bestuur gaat hierover in gesprek met het Dagelijks Bestuur en kan zo zijn controlerende taak beter vervullen. In 2022 is hiervoor een projectgroep opgericht onder begeleiding van een externe projectleider deskundige. Vanaf verslagjaar 2023 leidt een en ander tot extra capaciteitsbeslag op de gehele organisatie in het algemeen en voor auditwerkzaamheden en controlling in het bijzonder. Dit heeft extra structurele personele kosten tot gevolg in de vorm van 1 fte auditor.
Samenvatting: Fte-effect op de begroting 2024 en verdere jaren: Woo:
1,5 fte
Wgr:
0,5 fte
Rechtmatigheidsverantwoording:
1,0 fte
Archiefbeheer:
1,0 fte
Trainees:
2,0 fte
Totaal:
6,0 fte
Nb 1 fte = € 80.000,- prijspeil 2021
Financieel effect op de begroting 2025-2027: Samenwerkingsportaal:
€ 100.000,-/jaar
11
4. Financiën Dit hoofdstuk bevat de financiële kaders zoals BsGW die leidend hanteert bij het opstellen van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Financieel technische uitgangspunten Het CPB heeft, in afwijking van vorige jaren, geen meerjaren-doorkijk afgegeven voor de indexen, mogelijk als gevolg van de zeer onzekere economische situatie waarin we ons begeven. De septembercirculaire van het gemeentefonds is voor de prognose van de indexen als uitgangspunt genomen voor de meerjarenraming 2024 en verdere jaren. BsGW valt onder de CAO Werken voor Waterschappen. De huidige CAO eindigt eind 2022. De uitkomsten van de CAO-onderhandelingen zijn nog niet bekend en kunnen derhalve niet worden opgenomen in de kadernota. Zodra bekend zullen zij in de ontwerpbegroting worden verwerkt. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting BsGW 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Onderwerp
Uitgangspunt
Raming personele lasten
Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).
Formatie en personeel
BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.
Financiering
Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Raming materiële lasten
Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Inhuur derden
De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.
Raming onvoorzien
1,4 % van de begrote kosten.
Investeringen in het belastingpakket
Investeringen verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en
12
daarna jaarlijkse licentiekosten (geen reservering kapitaalslasten meer inzake belastingsoftware: er wordt niet op afgeschreven i.v.m. geen juridisch eigenaar). Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.
Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers
Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.
Kostenverdeelmethode
De gewijzigde kostenverdeelmethode wordt gehanteerd, zoals die is vastgesteld in de AB-vergadering van 25 juni 2020, waarbij de WOZproceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld.
Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020
Het OOP en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14-12-2017. De uitvoering van het OOP was een separaat traject en behoorde niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het OOP raakt in die zin de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2024-2027 van BsGW niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze Kadernota. De taakstellende, structurele kostenreductie à € 1,3 miljoen per jaar, die het AB BsGW heeft opgelegd zal vanaf 2028 tot uitdrukking komen in lagere netto-kosten voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis.
Toelichting indexen salariskosten en materiële lasten Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten en materiële lasten is de septembercirculaire van het Ministerie van BZK met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte salariskosten betreft dat de ‘loonvoet sector overheid’. Voor de verwachte materiële lasten betreft dat de ‘nationale consumentenprijsindex’. Uitgangspunt voor de jaren 2024-2027 is een normale economische situatie. Aangezien de doorkijk in de septembercirculaire niet verder reikt dan 2023, wordt 2023 als uitgangspunt genomen voor de indexatie van de meerjarenbegroting. Dit betekent de volgende indexen: Loonindex: 3,3% Prijsindex: 2,6% De te (verwachten) hogere inflatie op lonen, goederen en diensten voor de jaren 2022 en 2023 wordt buiten beschouwing gelaten in deze kadernota 2024, de begroting 2024 en de meerjarenraming 20252027. Eventuele noodzakelijke bijstellingen over de jaren 2022 en/of 2023 worden via de reguliere P&C-cyclus voorgelegd aan de deelnemers.
13