7 23-20 Bijlage 10 Regionaal woonbehoefteonderzoek 2022-2032.pdf
Tekst van het document
0
1.000 2.000 3.000 4.000
GGB SH GGB VSH GGB Koop APP/Nultr. SH APP/Nultr. VSH APP/Nultr. Koop o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Tabel 5: Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel Woningtype Grondgebonden sociale huur Grondgebonden vrijesectorhuur Grondgebonden koop Appartementen/nultredenwoningen sociale huur Appartementen/nultredenwoningen vrijesectorhuur Appartementen/nultredenwoningen Koop Totaal
Woonvoorkeuren Basisscenario Migratiescenario 195 675 255 365 -6.465 -5.060 -1.385 -760 2.290 2.395 1.770 1.940 -3.340 -445
Verhuisgedrag Basisscenario Migratiescenario 405 885 590 710 -9.335 -8.010 85 770 3.025 3.150 1.885 2.050 -3.345 -445
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
4.4 Woningbehoefte uitgebreide productmarktcombinaties (PMC’s) Grootste overschot grondgebonden woningen aanwezig in betaalbaar koopsegment • In het grondgebonden segment is er een kleine behoefte aanwezig aan sociale huur. De behoefte aan sociale huurwoningen vanaf 80 m2 is net wat groter dan de behoefte aan sociale huurwoningen tot 80 m2. Wat opvalt is dat er in het basisscenario vanuit woonvoorkeuren een overschot ontstaat aan grotere grondgebonden huurwoningen tot de aftoppingsgrens. In het migratiescenario wordt dit echter een behoefte, doordat meer huishoudens (met lage inkomens) behouden blijven in de regio. • Vanuit woonvoorkeuren is er voornamelijk behoefte aan grondgebonden middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) tot 80 m². Op basis van verhuisgedrag is er een klein overschot zichtbaar
26
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
•
bij dit type woningen. Dit betekent dat meer huishoudens voorkeur hebben voor dit type woning, dan dat er recentelijk huishoudens naar verhuisd zijn. Dit duidt op een tekort in de (beschikbare) voorraad. De behoefte aan grondgebonden middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) vanaf 80 m² is daarentegen vooral vanuit verhuisgedrag aanwezig. Meer mensen verhuizen naar een middenhuurwoning groter dan 80 m², terwijl dat niet hun primaire woonvoorkeur heeft. Zie voor verdere verdieping over middenhuur het separate rapport ‘Regio Parkstad Limburg verdieping middenhuur’. In de koopsector ontstaat een overschot in alle segmenten op niveau van de regio als geheel (op gemeenteniveau is dit niet altijd het geval). In kleinere woningen (tot 120 m²) treden de grootste overschotten primair op in woningen onder € 200.000, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Bij grondgebonden koopwoningen vanaf 120 m2 is in elke prijsklasse een overschot zichtbaar op niveau van de regio als geheel (op gemeenteniveau is dit niet altijd het geval). Op basis van verhuisgedrag zijn de overschotten in de grondgebonden koopsector telkens net wat groter wat betekent dat er mogelijk geen grondgebonden koopwoningen beschikbaar waren.
Figuur 7: Product-marktcombinatie: grondgebonden woningen (niet levensloopgeschikt) -2.500
-2.000
-1.500
-1.000
-500
-
500
1.000
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 < 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 < 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 < 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 < 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 < 120 m² Koop meer dan € 350.000 < 120 m² Koop tot € 150.000 > 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 > 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 > 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 > 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 > 120 m² Koop meer dan € 350.000 > 120 m² o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
invloed scenario
27
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Vooral overschotten in goedkopere sociale huur appartementen (niet levensloopgeschikt) • De overschotten bij niet levensloopgeschikte appartementen treden voornamelijk op in de kleinere (tot 80 m²) en goedkopere sociale huurwoningen (tot de aftoppingsgrens). Wat opvalt is dat dit overschot vooral optreedt vanuit woonvoorkeuren en in mindere mate vanuit verhuisgedrag. Dit betekent dat huishoudens deze woningen niet per sé willen betreden, maar dit de afgelopen jaren – vanwege gebrek aan ander aanbod – wel hebben gedaan. Hierin speelt een rol dat sinds de extramuralisering beschermde doelgroepen een relatief groot aandeel van de toewijzingen van sociale woningen hebben. • Voor niet levensloopgeschikte appartementen in de middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) bestaat een kleine uitbreidingsbehoefte. Hierbij gaat de voorkeur uit naar appartementen tot 80 m². • Voor de niet levensloopgeschikte appartementen in de koopsector is de behoefte telkens min of meer in balans met de bestaande woningvoorraad (enkele woningen tekort of overschot). Figuur 8: Product-marktcombinatie: appartementen (niet levensloopgeschikt) -2.500
-2.000
-1.500
-1.000
-500
-
500
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 Koop € 150.000 tot € 200.000 Koop € 200.000 tot € 250.000 Koop € 250.000 tot € 300.000 Koop € 300.000 tot€ 350.000 Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
Gezien de beperkte kwantitatieve uitbreidingsbehoefte in de regio Parkstad Limburg en de grote kwalitatieve opgaven op de woningmarkt adviseren we u om nieuwbouw appartementen altijd levensloopgeschikt uit te voeren. Dit segment is vele malen toekomstbestendiger dan bovenstaand segment, ondanks de (relatief kleine) behoefte vanuit huishoudens. Wel zijn er mogelijk kansen in de bestaande voorraad, door segmenten waarin overschotten en tekorten bestaan met elkaar uit te wisselen. Het tempo waarin dit lukt, hangt samen met de portefeuillestrategieën van woningcorporaties en andere woningmarktpartners. We zien veel meerwaarde in het inponden van woningen uit de kwetsbare particuliere voorraad en door te exploiteren in het sociale en middeldure huursegment (en op termijn slopen of herontwikkelen), of woningen vanuit het sociale segment naar het middeldure te zetten. Daarnaast kan ook gelimiteerd en beheersbaar uitponden op specifieke locaties aan de orde zijn.
28
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Grote behoefte aan levensloopgeschikte huurwoningen tussen aftoppingsgrens en € 1.000 In regio Parkstad Limburg bestaat een grote behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en (grondgebonden) nultredenwoningen. Waar we voor niet levensloopgeschikte appartementen nog enkele overschotten constateerde, zien we bij de levensloopgeschikte woningen voornamelijk een behoefte 16. Het volgende valt op: • De behoefte aan sociale huur bevindt zich voor levensloopgeschikte appartementen en nultredenwoningen voornamelijk tussen de aftoppings- en liberalisatiegrens, en wordt gedreven door woonvoorkeuren. Aan levensloopgeschikte appartementen en nultredenwoningen tot de aftoppingsgrens ontstaat vanuit woonvoorkeuren in het basisscenario een klein overschot. In het migratiescenario wordt dit echter een behoefte, evenals vanuit verhuisgedrag van huishoudens. • Voor levensloopgeschikte appartementen en nultredenwoningen in de vrijesectorhuur ligt de behoefte nadrukkelijk op middenhuurwoningen (tussen liberalisatiegrens en € 1.000). De behoefte bestaat vanuit woonvoorkeuren, maar is groter op basis van verhuisgedrag. • In de koopsector zien we een behoefte aan levensloopgeschikte appartementen/nultredenwoningen in alle prijssegmenten.
Op basis van de woonvoorkeuren is er voornamelijk een behoefte aanwezig voor woningen tussen de € 200.000 en € 250.000, vanuit verhuisgedrag ligt te nadruk op het segment tot € 200.000. Figuur 9: Product-marktcombinatie: appartementen/nultredenwoningen (levensloopgeschikt) -500
-
500
1.000
1.500
2.000
2.500
LLG Huur tot aftoppingsgrens LLG Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens LLG Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 LLG Huur meer dan € 1.000 LLG Koop tot € 150.000 LLG Koop € 150.000 tot € 200.000 LLG Koop € 200.000 tot € 250.000 LLG Koop € 250.000 tot € 300.000 LLG Koop € 300.000 tot€ 350.000 LLG Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
We signaleren wel dat de grotere behoeftes liggen in prijssegmenten die niet altijd worden aangeboden op dit moment. Dit hangt samen met de productmarktcombinaties die worden toegevoegd. De uitdaging zit in door conceptbouw goedkopere woningen aan te bieden. We zien die landelijk steeds meer toenemen en dat steeds meer aanbieders inzetten op betaalbare levensloopgeschikte concepten met ontmoetingsmogelijkheden en zorg op afroep.
16
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
29
Woningen van NATO-personeel beperken overschotten in (duurder) grondgebonden koopsegment Op dit moment worden er in Parkstad Limburg circa 560 woningen verhuurd aan NATO-personeel, zo blijkt uit cijfers van de housing office 17. De verwachting is dat er de komende jaren geen grote wijzigingen optreden in deze aantallen. De woningen die gehuurd worden door het NATO-personeel rouleren niet mee in de reguliere verhuisstromen in de bestaande woningvoorraad. Het betreft namelijk geen huishoudens met reguliere woonwensen en verhuisgedrag, maar huishoudens die deze woningen voor een bepaalde termijn bewonen (de plaatsingsduur van het personeel). De woningen bevinden zich overwegend in de dure huur. Deze woningen vormen daarmee eigenlijk een separaat blok op de woningmarkt die niet meedraaien in de normale dynamiek en doorstroming. Deze woningen zijn niet beschikbaar voor reguliere huishoudens en worden waarschijnlijk geregistreerd als leegstaand. Het is aannemelijk dat deze grondgebonden dure huurwoningen niet sterk samenhangen met de voorkeur van reguliere huishoudens naar middenhuur maar met leegstand in het grondgebonden koopsegment. Als het NATO-personeel deze woningen niet zouden huren, dan zouden de eigenaren deze naar verwachting niet aan reguliere huishoudens verhuren (vanwege andere woonwensen), maar aanbieden als koopwoning.
Dit betekent dat het uitblijven van personeel naar verwachting samenhangt met de leegstand in de bestaande koopwoningvoorraad. Dit betekent dat op niveau van Parkstad Limburg (en de afzonderlijke gemeenten) geen uitbreidingsbehoefte bestaat vanuit het NATO-personeel, maar dat deze woningen als het ware in mindering gebracht kunnen worden op de overschotten in het (duurdere) grondgebonden koopsegment.
. Deze woningen staan grotendeels in Brunssum (277), Beekdaelen (97), Heerlen (83), Landgraaf (64) en Kerkrade (34). In Voerendaal en Simpelveld gaat het om respectievelijk twee en drie woningen.
17
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Deel B: Verdieping per gemeente
30
31
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
5 Beekdaelen 5.1 Huishoudensontwikkeling en doelgroepen Tot 2032 huishoudensontwikkeling verwacht van circa +40 tot +490 huishoudens Voor de komende tien jaar gaat de meest actuele Progneff 2021 prognose – het basisscenario – uit van een toename van circa 40 huishoudens. Deze prognose valt iets positiever uit dan de verwachtte huishoudensontwikkeling die in 2019 in de woningmarktprogrammering is gehanteerd (op basis van Progneff 2017). Het migratiescenario is positiever dan het basisscenario. Op basis van dit scenario neemt het aantal huishoudens de aankomende tien jaar met circa 490 toe. Zie onderstaande tabel. De bandbreedte voor de huishoudensontwikkeling in de gemeente ligt daarmee op +40 tot +490 tussen 2022 en 2032. Tabel 6: Huishoudensontwikkeling 2022-2032 en vergelijking met ontwikkeling uit programmering 201918 Gemeente Beekdaelen
Stand huishoudens 2022 16.295
Ontwikkeling 2018-2028 (uit programmering 2019) 5 tot 10
Ontwikkeling 2022-2032 BASISSCENARIO +40
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIESCENARIO +490
Bron: Progneff (2017 & 2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Fluctuaties in prognoses worden gedreven door binnenlandse en buitenlandse migratie Het aantal personen in de gemeente Beekdaelen is de afgelopen 10 jaar gedaald. Dit komt voornamelijk door het sterfteoverschot: gemiddeld was er jaarlijks een natuurlijke ontwikkeling van -115 personen. Fluctuaties in bevolkingsontwikkeling worden dan ook veel meer gedreven door zowel de binnenlandse als buitenlandse migratie. Het binnenlands migratiesaldo was de afgelopen twee jaar zeer positief. Het buitenlands migratiesaldo is sinds 2014 altijd positief geweest. De gemiddelde bevolkingsontwikkeling is de laatste vijf jaar iets minder negatief geweest dan gemiddeld sinds 2011. Dit komt vooral door de combinatie van een positief binnenlands en buitenlands migratiesaldo sinds 2019. Figuur 10: Bevolkingsontwikkeling (naar personen) in de gemeente Beekdaelen van 2011 tot 2021 500 400 300 200 100 0 -100 -200 -300 -400 -500 -600 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Buitenlandse migratie (saldo)
Binnenlandse verhuizingen (saldo)
Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte)
Totaal personen
2020
Bron: CBS (2021) Bewerking Stec Groep (2021). In Beekdaelen was tussen 2008 en 2020 het migratiesaldo licht positief (met 21 personen), in de laatste vijf jaar was dit jaarlijks 120 personen positief. We verwachten mede op basis hiervan dat de huishoudensontwikkeling positief blijft voor de aankomende 10 jaar. Dit komt voort uit binnenlandse migratie en buitenlandse migratie, bij een lichte afname van de natuurlijke bevolkingsgroei.
18
32
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
In beide scenario’s is sprake van vergrijzing, in migratiescenario neemt aantal gezinnen nog toe De komende tien jaar krijgt de gemeente Beekdaelen te maken met verdere vergrijzing, zowel in het basisals migratiescenario. Zo neemt het aantal gezinnen en (jonge) huishoudens tot 35 jaar af. Alleen in het migratiescenario neemt het aantal gezinnen toe met circa 85 huishoudens. Het aantal alleenstaanden en stellen van 35 tot 65 jaar neemt het sterkst in omvang af. Niet omdat deze huishoudens allemaal de gemeente verlaten, maar omdat zij in de komende tien jaar ouder worden. Daarmee belandt een groot deel van deze huishoudens in de doelgroep 65-plushuishoudens. In onderstaand figuur is te zien dat het aantal 65-plussers het meest toeneemt de komende tien jaar. Figuur 11: Huishoudensontwikkeling in de gemeente Beekdaelen naar doelgroep van 2022 tot 2032 -800
-600
-200
-
-125 -90 -60
Alleenstaanden & stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenstaanden & stellen 35 t/m 65 jaar
-400
-635
200
400
600
800
1.000
1.200
Basisscenario Migratiescenario
85
-520 855
Alleenstaanden & stellen 65 jaar en ouder
1.015
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Aantal 65-plus doelgroepen neemt het sterkst toe, aantal doelgroepen van 35 tot 65 jaar neemt af In de top vijf van doelgroepen die de aankomende tien jaar het meest zullen groeien, komen voornamelijk oudere doelgroepen terug. Alle 65-plus doelgroepen groeien in de gemeente Beekdaelen 19. De toename zit vooral in 65-plushuishoudens met lage inkomens die wonen in een suburbaan woonmilieu. Daarnaast groeit het aantal gezinnen met een hoog inkomen in een suburbaan woonmilieu en met een hoog inkomen, maar alleen in het migratiescenario. Zie onderstaande tabel. De doelgroepen die het sterkst in aantal afnemen zijn voornamelijk alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar. De twee grootste afnemende doelgroepen wonen in een suburbaan woonmilieu (‘Woonerf Welgestelden’ en ‘Jong geleerd, oud gedaan’). Ook daalt het aantal alleenstaanden en stellen tot 35 jaar met een midden en hoog inkomen licht, ook in het migratiescenario. Tabel 7: Stand en ontwikkeling doelgroepen (top-5 groeiers en top-5 dalers) Grootste doelgroepen (top-5 toename)
Samenstelling en leeftijd huishouden
Woonmilieu
Inkomen
Suburbane Senioren
Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Gezinnen
Suburbaan
Laag
Suburbaan
Ruim(t)egenieters / zilveren rand Landelijke eenvoud Landelijke luxe Ruimtezoekers voor de kinderen / Ruimte en Gemak
Subtotaal toenemende doelgroepen
19
Landelijk Landelijk Suburbaan
Stand 2022
2.600
Ontwikkeling 2022-2032 BASIS 390
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIE 460
Midden en hoog Laag
1.365
205
240
1.160
175
205
Midden en hoog Hoog
605
90
105
2.490
-30
40
5.730
855
1.100
In Beekdaelen zijn alleen suburbane en landelijke woonmilieus aanwezig, stedelijke doelgroepen zijn er om die reden niet.
33
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Grootste doelgroepen (top-5 afname)
Samenstelling en leeftijd huishouden
Woonmilieu
Inkomen
Stand 2022
Woonerf Welgestelden
Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar
Suburbaan
Midden en hoog Laag
Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden & stellen tot 35 jaar
Landelijk
Jong geleerd, oud gedaan (voortbordurend op vroeg volwassen) Stadsontwijkers / Off the (Urban) grid Honkvast / Blijf-in-dewijkers Veel voor weinig
Subtotaal afnemende doelgroepen Eindtotaal gemeente
Suburbaan
Landelijk Suburbaan
1.650
Ontwikkeling 2022-2032 BASIS -260
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIE -215
1.120
-175
-145
Midden en hoog Laag
750
-120
-95
505
-80
-65
Midden en hoog
440
-45
-30
10.565 16.295
-820 +40
-610 +490
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
34
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
5.2 Woonbehoefte 2022 tot 2032 Behoefte komende tien jaar gaat vooral uit naar appartementen en nultredenwoningen Onderstaand figuur toont de kwalitatieve behoefte aan verschillende woningtypen voor de komende tien jaar. Hierin is inzichtelijk wat de behoefte is vanuit woonvoorkeuren (blauw) en recent verhuisgedrag (groen) van huishoudens. Daarnaast is de invloed van het scenario zichtbaar: in het geval van een behoefte komt de arcering erbij, in het geval van een overschot valt de arcering eraf. Het volgende valt op: • Er is een behoefte aanwezig in de sociale huur, zowel aan grondgebonden woningen als appartementen. De behoefte ontstaat bij grondgebonden sociale huurwoningen wel voornamelijk door recent verhuisgedrag en minder door woonvoorkeuren van huishoudens. • In de vrijesectorhuur is voornamelijk een behoefte aanwezig bij appartementen en nultredenwoningen, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. • In de koopsector ontstaat een relatief groot overschot naar grondgebonden woningen, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Aan de appartementen in de koopsector ontstaat wel een behoefte. Deze behoefte is primair gedreven door woonvoorkeuren en minder door verhuisgedrag. Figuur 12: Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel -1.200 -1.100 -1.000 -900 -800 -700 -600 -500 -400 -300 -200 -100
0
100
200
300
400
500
GGB SH GGB VSH GGB Koop APP/Nultr. SH APP/Nultr. VSH APP/Nultr. Koop o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Tabel 8: Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel Woningtype Grondgebonden sociale huur Grondgebonden vrijesectorhuur Grondgebonden koop Appartementen/nultredenwoningen sociale huur Appartementen/nultredenwoningen vrijesectorhuur Appartementen/nultredenwoningen Koop Totaal
Woonvoorkeuren Basisscenario Migratiescenario 130 195 85 105 -1.095 -810 305 360 265 275 345 365 35 490
Verhuisgedrag Basisscenario Migratiescenario 340 405 45 65 -1.115 -830 330 390 305 315 135 145 40 490
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
35
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Grootste overschot grondgebonden woningen aanwezig in betaalbaar koopsegment • In het grondgebonden segment is voornamelijk nog een behoefte aanwezig aan sociale huur, voornamelijk vanuit verhuisgedrag. De behoefte is het sterkst aanwezig in de grotere sociale huurwoningen (vanaf 80 m2) en is groter vanuit recent verhuisgedrag dan vanuit woonvoorkeuren. • Vanuit woonvoorkeuren is er nog een kleine behoefte aan grondgebonden middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) tot 80 m². Er is echter voornamelijk behoefte aan grondgebonden middenhuurwoningen vanaf 80 m², zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. • In de koopsector ontstaat een overschot in alle segmenten. In de kleinere woningen (tot 120 m²) treden de grootste overschotten primair op in woningen onder de € 200.000, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Bij grondgebonden koopwoningen vanaf 120 m2 is in elke prijsklasse een overschot zichtbaar. Op basis van de woonvoorkeuren is hier het overschot telkens net wat groter. Figuur 13: Product-marktcombinatie: grondgebonden woningen (niet levensloopgeschikt) -200
-150
-100
-50
-
50
100
150
200
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 < 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 < 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 < 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 < 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 < 120 m² Koop meer dan € 350.000 < 120 m² Koop tot € 150.000 > 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 > 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 > 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 > 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 > 120 m² Koop meer dan € 350.000 > 120 m² o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
invloed scenario
250
36
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Beperkte behoefte aan goedkopere sociale huur- en koopappartementen (niet levensloopgeschikt) • Een overschot bij niet levensloopgeschikte appartementen treedt alleen op in de kleinere en goedkopere sociale huurwoningen (tot 80 m² en tot de aftoppingsgrens). Wat opvalt is dat dit overschot alleen optreedt vanuit woonvoorkeuren, terwijl op basis van verhuisgedrag de behoefte positief is. Dit betekent dat huishoudens deze woningen niet per sé willen betreden, maar dit de afgelopen jaren – vanwege gebrek aan andere aanbod – wel hebben gedaan. • Voor niet levensloopgeschikte appartementen in de middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) bestaat een kleine uitbreidingsbehoefte. Het gaat om circa tien appartementen tot 80 m² en tien vanaf 80 m². Vanuit verhuisgedrag blijkt de behoefte aan kleinere oppervlaktes iets groter. • Ook voor niet levensloopgeschikte appartementen in de koopsector is een kleine behoefte zichtbaar in het goedkope segment tot € 200.000. Op basis van de woonvoorkeuren is vooral een behoefte aanwezig voor woningen tussen de € 150.000 en € 200.000. Op basis van verhuisgedrag is de behoefte telkens min of meer in balans met de bestaande woningvoorraad. Figuur 14: Product-marktcombinatie: appartementen (niet levensloopgeschikt) -60
-50
-40
-30
-20
-10
-
10
20
30
40
50
60
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 Koop € 150.000 tot € 200.000 Koop € 200.000 tot € 250.000 Koop € 250.000 tot € 300.000 Koop € 300.000 tot€ 350.000 Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
Grote behoefte aan levensloopgeschikte huurwoningen tussen aftoppingsgrens en € 1.000 In Beekdaelen bestaat een grote behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en (grondgebonden) nultredenwoningen. Waar we voor niet levensloopgeschikte appartementen nog een overschot constateerde (kleine sociale huurwoning tot de aftoppingsgrens), zien we bij de levensloopgeschikte woningen alleen maar een behoefte. Het volgende valt op: • De behoefte naar sociale huur komt voornamelijk door de woonvoorkeuren en daarbij iets meer voor levensloopgeschikte appartementen/nultredenwoningen tussen de aftoppings- en liberalisatiegrens. • Voor vrijesectorhuur ligt de behoefte nadrukkelijk op middenhuurwoningen (tussen liberalisatiegrens en € 1.000). De behoefte is aanwezig vanuit zowel de woonvoorkeuren als verhuisgedrag. • In de koopsector zien we een behoefte aan levensloopgeschikte appartementen/nultredenwoningen in alle prijssegmenten. Op basis van de woonvoorkeuren is er voornamelijk een behoefte aanwezig voor woningen tussen de € 200.000 en € 250.000.
37
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Figuur 15: Product-marktcombinatie: appartementen/nultredenwoningen (levensloopgeschikt) -
20
40
60
80
100 120 140 160 180 200 220 240 260
LLG Huur tot aftoppingsgrens LLG Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens LLG Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 LLG Huur meer dan € 1.000 LLG Koop tot € 150.000 LLG Koop € 150.000 tot € 200.000 LLG Koop € 200.000 tot € 250.000 LLG Koop € 250.000 tot € 300.000 LLG Koop € 300.000 tot€ 350.000 LLG Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
WONINGBEHOEFTE EN OPGAVEN VAN GEMEENTE BEEKDAELEN OP HOOFDLIJNEN •
•
•
• •
•
Het aantal huishoudens in de gemeente Beekdaelen neemt de komende tien jaar naar verwachting toe met 40 (basisscenario) tot 490 (migratiescenario). In beide scenario’s is er sprake van vergrijzing. De doelgroepen die in omvang toenemen zijn hoofdzakelijk 65-plushuishoudens, zowel met lage als midden en hoge inkomens. De demografische verwachtingen voor Beekdaelen kennen een wat hoger relatief saldo dan andere gemeenten in de regio. Dit hangt samen met de relatief wat grotere instroom binnenlandse migranten, naast de instroom van buitenlandse migranten, bij een beperkte natuurlijke afname van de bevolking. In Beekdaelen is voornamelijk een behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en nultredenwoningen. Deze behoefte bestaat uit sociale huur, middeldure huur en koop. De behoefte is vanuit zowel woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Er ontstaat de komende tien jaar een overschot van circa 800 tot 1.100 grondgebonden koopwoningen in de gemeente. Deze overschotten ontstaan in alle koopsegmenten, zowel betaalbaar als duurder. Wel is er nog een relatief kleine behoefte aan grondgebonden midden- en sociale huurwoningen (vanaf 80 m²). No-regret keuzes: levensloopgeschikte huurappartementen en -nultredenwoningen tot € 1.000 en levensloopgeschikte koopappartementen en -nultredenwoningen tussen de € 150.000 en € 300.000.
Kansen in de bestaande voorraad: verhuren van bestaande grondgebonden koopwoningen, zo wordt voorzien in een behoefte aan huur, en gelijktijdig een overschot in de koop ‘onttrokken’. Tevens kunnen grondgebonden koopwoningen mogelijk levensloopgeschikt gemaakt worden. Niet (veel) toevoegen: reguliere grondgebonden koopwoningen en kleine, niet levensloopgeschikte sociale huurappartementen.
38
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
6 Brunssum 6.1 Huishoudensontwikkeling en doelgroepen Tot 2032 huishoudensontwikkeling verwacht van circa -300 tot -160 huishoudens Voor de komende tien jaar gaat de meest actuele Progneff 2021 prognose – het basisscenario – uit van een afname van circa 300 huishoudens. Dit ligt in lijn met de verwachtte huishoudensontwikkeling die in 2019 in de woningmarktprogrammering is gehanteerd (op basis van Progneff 2017). Het migratiescenario is minder negatief. Op basis van dit scenario neemt het aantal huishoudens de aankomende tien jaar met circa 160 af. Zie onderstaande tabel. De bandbreedte voor de huishoudensontwikkeling in de gemeente ligt daarmee op -300 tot -160 tussen 2022 en 2032. Tabel 9: Huishoudensontwikkeling 2022-2032 en vergelijking met ontwikkeling uit programmering 2019 Gemeente
Stand huishoudens 2022 13.510
Brunssum
Ontwikkeling 2018-2028 (uit programmering 2019) -300 tot -320
Ontwikkeling 2022-2032 BASISSCENARIO -300
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIESCENARIO -160
Bron: Progneff (2017 & 2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Fluctuaties in prognoses worden gedreven door binnenlandse en buitenlandse migratie Het aantal personen in de gemeente Brunssum daalde jaarlijks in de afgelopen tien jaar. Dit komt voornamelijk door het sterfteoverschot: gemiddeld was er jaarlijks een natuurlijke groei van -150 personen. Fluctuaties in bevolkingsontwikkeling worden dan ook veel meer gedreven door (binnenlandse) migratie. Het binnenlands migratiesaldo was de afgelopen vijf jaar overwegend positief (2019 uitgezonderd). Het buitenlands migratiesaldo is sinds 2016 altijd positief geweest. De gemiddelde bevolkingsontwikkeling is de laatste vijf jaar iets minder negatief geweest dan gemiddeld sinds 2011. Dit komt vooral door de combinatie van een positief binnenlands en buitenlands migratiesaldo sinds 2016. Figuur 16: Bevolkingsontwikkeling (naar personen) in de gemeente Brunssum van 2011 tot 2021 100 50 0 -50 -100 -150 -200 -250 -300 -350 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Buitenlandse migratie (saldo)
Binnenlandse verhuizingen (saldo)
Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte)
Totaal personen
Bron: CBS (2021) Bewerking Stec Groep (2021).
2020
39
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
In beide scenario’s is sprake van huishoudensverdunning en vergrijzing De komende tien jaar krijgt de gemeente Brunssum te maken met huishoudensverdunning en verdere vergrijzing, zowel in het basis- als migratiescenario. Zo neemt het aantal gezinnen en (jonge) huishoudens tot 35 jaar af. Het aantal alleenstaanden en stellen van 35 tot 65 jaar neemt het sterkst in omvang af. Niet omdat deze huishoudens allemaal de gemeente verlaten, maar omdat zij in de komende tien jaar ouder worden. Daarmee belandt een groot deel van deze huishoudens in de doelgroep 65-plushuishoudens. In onderstaand figuur is te zien dat alleen het aantal 65-plussers nog toeneemt de komende tien jaar. Figuur 17: Huishoudensontwikkeling in de gemeente Brunssum naar doelgroep van 2022 tot 2032 -1.000
-800
-600
-400
-
200
400
-155 -145
Alleenstaanden & stellen tot 35 jaar
600
800
1.000
1.200
Basisscenario Migratiescenario
-300 -260
Gezinnen Alleenstaanden & stellen 35 t/m 65 jaar
-200
-785 -745 940 990
Alleenstaanden & stellen 65 jaar en ouder Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Aantal 65-plus doelgroepen neemt het sterkst toe, aantal doelgroepen van 35 tot 65 jaar neemt af In de top vijf van doelgroepen die de aankomende tien jaar het meest zullen groeien komen alleen oudere doelgroepen terug. Alle 65-plus doelgroepen groeien in de gemeente Brunssum. De toename zit vooral in 65-plushuishoudens met lage inkomens. Zij wonen vooral in een stedelijk of suburbane woonmilieu. De doelgroepen die het sterkst in aantal afnemen zijn alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar. De twee grootste afnemende doelgroepen zijn doelgroepen met een laag inkomen (‘KISS’ en ‘Jong geleerd, oud gedaan’). Ook daalt het aantal suburbaan wonende gezinnen met een hoog inkomen in de gemeente. Tabel 10: stand en ontwikkeling doelgroepen (top-5 groeiers en top-5 dalers) Grootste doelgroepen (top-5 toename)
Samenstelling en leeftijd huishouden
Woonmilieu
Inkomen
Oudere eenvoud Stedelijk
Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder
Stedelijk
Laag
Suburbaan Stedelijk
Suburbane Senioren Stedelijk genieten Ruim(t)egenieters / zilveren rand Landelijke eenvoud
Subtotaal toenemende doelgroepen
Suburbaan Landelijk
Stand 2022
1.735
Ontwikkeling 2022-2032 BASIS 360
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIE 375
Laag
1.600
330
345
Midden en hoog Midden en hoog Laag
585
120
125
550
115
120
65
15
15
4.555
940
990
40
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Grootste doelgroepen (top-5 afname)
Samenstelling en leeftijd huishouden
Woonmilieu
Inkomen
KISS (klein inkomen, Stedelijke setting) Jong geleerd, oud gedaan
Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Gezinnen
Stedelijk
Laag
Suburbaan Stedelijk
Midlife, Mid-City Woonerf Welgestelden Ruimte en Gemak
Subtotaal afnemende doelgroepen Eindtotaal gemeente
Suburbaan Suburbaan
Stand 2022
1.000
Ontwikkeling 2022-2032 BASIS -205
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIE -190
Laag
950
-190
-180
Midden en hoog Midden en hoog Hoog
920
-185
-175
910
-185
-175
1.015
-80
-70
8.950 13.510
-1.240 -300
-1.150 -160
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
41
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
6.2 Woonbehoefte 2022 tot 2032 Behoefte komende tien jaar gaat vooral uit naar appartementen en nultredenwoningen Onderstaand figuur toont de kwalitatieve behoefte aan verschillende woningtypen voor de komende tien jaar. Hierin is inzichtelijk gemaakt wat de behoefte is vanuit woonvoorkeuren (blauw) en recent verhuisgedrag (groen) van huishoudens. Daarnaast is de invloed van het scenario zichtbaar: in het geval van een behoefte komt de arcering erbij, in het geval van een overschot valt de arcering eraf. Het volgende valt op: • Er is een kleine behoefte aanwezig in de sociale huur, zowel aan grondgebonden woningen als appartementen. De behoefte ontstaat wel voornamelijk door verhuisgedrag en minder door de woonvoorkeuren. Dit is vooral terug te zien bij de appartementen/nultredenwoningen. • In de vrijesectorhuur is voornamelijk een behoefte aanwezig bij appartementen. Ook hier is de behoefte door het verhuisgedrag groter dan op basis van de woonvoorkeuren. • In de koopsector ontstaat een relatief groot overschot naar grondgebonden woningen. Op basis van verhuisgedrag is dit overschot nog groter dan op basis van de woonvoorkeuren. Aan koopappartementen en nultredenwoningen bestaat wel een behoefte. Figuur 18: Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel -1.300
-1.100
-900
-700
-500
-300
-100
100
300
500
GGB SH GGB VSH GGB Koop APP/Nultr. SH APP/Nultr. VSH APP/Nultr. Koop o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
Tabel 11: Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel Woningtype Grondgebonden sociale huur Grondgebonden vrijesectorhuur Grondgebonden koop Appartementen/nultredenwoningen sociale huur Appartementen/nultredenwoningen vrijesectorhuur Appartementen/nultredenwoningen Koop Totaal
Woonvoorkeuren Basisscenario Migratiescenario 130 150 30 35 -810 -740 35 65 250 255 65 80 -300 -155
Verhuisgedrag Basisscenario Migratiescenario 165 190 85 90 -1.190 -1.125 160 190 360 370 120 130 -300 -155
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
42
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Grootste overschot grondgebonden woningen aanwezig in betaalbaar koopsegment • In het grondgebonden segment is voornamelijk nog een behoefte aanwezig aan sociale huur, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. De behoefte is het sterkst aanwezig in de grotere sociale huurwoningen (vanaf 80 m2). • Vanuit woonvoorkeuren is er nog een kleine behoefte aan grondgebonden middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) tot 80 m². Op basis van verhuisgedrag is er ook een behoefte aan grondgebonden middenhuur, deze gaat echter uit naar middenhuurwoningen vanaf 80 m². • In de koopsector ontstaat een overschot in (bijna) alle segmenten. De grootste overschotten treden op in de kleinere woningen (tot 120 m²) onder de € 200.000, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Bij grondgebonden koopwoningen vanaf 120 m2 is in elke prijsklasse een overschot zichtbaar. Figuur 19: Product-marktcombinatie: grondgebonden woningen (niet levensloopgeschikt)
-300
-250
-200
-150
-100
-50
-
50
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 < 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 < 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 < 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 < 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 < 120 m² Koop meer dan € 350.000 < 120 m² Koop tot € 150.000 > 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 > 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 > 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 > 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 > 120 m² Koop meer dan € 350.000 > 120 m² o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
invloed scenario
100
43
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Vooral overschotten in goedkopere sociale huur- en koopappartementen (niet levensloopgeschikt) • De overschotten bij niet levensloopgeschikte appartementen treden voornamelijk op in de kleinere (tot 80 m²) en goedkopere sociale huurwoningen (tot de aftoppingsgrens). Wat opvalt is dat dit overschot vooral optreedt vanuit woonvoorkeuren en in mindere mate vanuit verhuisgedrag. Dit betekent dat huishoudens deze woningen niet per sé willen betreden, maar dit de afgelopen jaren – vanwege gebrek aan andere aanbod – wel hebben gedaan. • Voor niet levensloopgeschikte appartementen in de middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) bestaat een kleine uitbreidingsbehoefte. Hierbij gaat de voorkeur uit naar appartementen tot 80 m². • Ook voor niet levensloopgeschikte appartementen in de koopsector is een klein overschot zichtbaar in het goedkoopste segment tot € 150.000. Bij de duurdere niet levensloopgeschikte koopappartementen is de behoefte telkens min of meer in balans met de bestaande woningvoorraad (enkele woningen tekort of overschot). Figuur 20: Product-marktcombinatie: appartementen (niet levensloopgeschikt) -200 -180 -160 -140 -120 -100 -80
-60
-40
-20
-
20
40
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 Koop € 150.000 tot € 200.000 Koop € 200.000 tot € 250.000 Koop € 250.000 tot € 300.000 Koop € 300.000 tot€ 350.000 Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
Grote behoefte aan levensloopgeschikte huurwoningen tussen aftoppingsgrens en € 1.000 In Brunssum bestaat een grote behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en (grondgebonden) nultredenwoningen. Waar we voor niet levensloopgeschikte appartementen nog overschotten constateren, zien we bij de levensloopgeschikte woningen bijna alleen maar een behoefte. Het volgende valt op: • De grootste behoefte vanuit woonvoorkeuren gaat uit naar sociale huur en daarbij specifiek levensloopgeschikte appartementen/nultredenwoningen tussen de aftoppings- en liberalisatiegrens. • Voor vrijesectorhuur ligt de behoefte nadrukkelijk op middenhuurwoningen (tussen liberalisatiegrens en € 1.000). Vanuit verhuisgedrag is deze behoefte nog iets groter dan vanuit woonvoorkeuren. • In de koopsector zien we een behoefte aan levensloopgeschikte appartementen/nultredenwoningen in (bijna) alle prijssegmenten. Hierin zijn geen opvallende uitschieters. Uitzondering hierop zijn de goedkoopste woningen tot € 150.000, hieraan ontstaat een klein overschot vanuit woonvoorkeuren.
44
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Figuur 21: Product-marktcombinatie: appartementen/nultredenwoningen (levensloopgeschikt) -100
-50
-
50
100
150
200
250
300
LLG Huur tot aftoppingsgrens LLG Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens LLG Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 LLG Huur meer dan € 1.000 LLG Koop tot € 150.000 LLG Koop € 150.000 tot € 200.000 LLG Koop € 200.000 tot € 250.000 LLG Koop € 250.000 tot € 300.000 LLG Koop € 300.000 tot€ 350.000 LLG Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
WONINGBEHOEFTE EN OPGAVEN VAN GEMEENTE BRUNSSUM OP HOOFDLIJNEN •
•
•
•
• •
•
Het aantal huishoudens in de gemeente Brunssum neemt de komende tien jaar naar verwachting af met 300 (basisscenario) tot 160 (migratiescenario). In beide scenario’s is er sprake van vergrijzing. De doelgroepen die in omvang toenemen zijn voornamelijk 65-plushuishoudens met lage inkomens. Wat opvalt is dat de beide scenario’s relatief dicht bij elkaar zitten. Dit hangt ermee samen dat de natuurlijke bevolkingsafname (voortkomend uit geboorte en sterfte) een dominante rol in de huishoudensontwikkeling speelt, die minder dan in andere gemeenten wordt opgevangen door binnenlandse en buitenlandse migratie. In Brunssum is voornamelijk een behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en nultredenwoningen. Deze behoefte bestaat over het algemeen uit sociale huur en middeldure huur. De behoefte is er vanuit zowel woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Er ontstaat de komende tien jaar een overschot van circa 750 tot 1.200 tot grondgebonden koopwoningen in de gemeente. Deze overschotten ontstaan in alle koopsegmenten, zowel betaalbaar als duurder. Wel is er nog een relatief kleine behoefte aan grondgebonden midden- en sociale huurwoningen (vanaf 80 m²). No-regret keuzes: levensloopgeschikte huurappartementen en -nultredenwoningen tot € 1.000 en levensloopgeschikte koopappartementen en -nultredenwoningen tussen € 150.000 en € 250.000.
Kansen in de bestaande voorraad: verhuren van bestaande grondgebonden koopwoningen, zo wordt voorzien in een behoefte aan huur, en gelijktijdig een overschot in de koop ‘onttrokken’. Tevens kunnen grondgebonden koopwoningen mogelijk levensloopgeschikt gemaakt worden. Niet (veel) toevoegen: reguliere grondgebonden koopwoningen en kleine, niet levensloopgeschikte sociale huurappartementen.
45
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
7 Heerlen 7.1 Huishoudensontwikkeling en doelgroepen Tot 2032 huishoudensontwikkeling verwacht van circa -1.145 tot -120 huishoudens Voor de komende tien jaar gaat de meest actuele Progneff 2021 prognose – het basisscenario – uit van een afname van circa 1.145 huishoudens. Deze prognose valt positiever uit dan de verwachtte huishoudensontwikkeling die in 2019 in de woningmarktprogrammering is gehanteerd (op basis van Progneff 2017). Het migratiescenario is minder negatief dan het basisscenario. Op basis van dit scenario neemt het aantal huishoudens de aankomende tien jaar met circa 120 af. Zie onderstaande tabel. De bandbreedte voor de huishoudensontwikkeling in de gemeente ligt daarmee op -1.145 tot -120 tussen 2022 en 2032. Tabel 12: Huishoudensontwikkeling 2022-2032 en vergelijking met ontwikkeling uit programmering 2019 Gemeente
Stand huishoudens 2022 45.145
Heerlen
Ontwikkeling 2018-2028 (uit programmering 2019) -1.770 tot -1.820
Ontwikkeling 2022-2032 BASISSCENARIO -1.145
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIESCENARIO -120
Bron: Progneff (2017 & 2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Fluctuaties in prognoses worden gedreven door binnenlandse en buitenlandse migratie Het aantal personen in de gemeente Heerlen is de afgelopen tien jaar gedaald. Het totaal aantal personen daalde elk jaar, met uitzondering van de jaren 2018 en 2019. Dit komt voornamelijk door het sterfteoverschot: gemiddeld was er jaarlijks een natuurlijke groei van -330 personen. Fluctuaties in bevolkingsontwikkeling worden dan ook veel meer gedreven door zowel de binnenlandse als buitenlandse migratie. Het binnenlands migratiesaldo was de afgelopen vijf jaar overwegend positief (2016 en 2017 uitgezonderd). Het buitenlands migratiesaldo is sinds 2015 altijd positief geweest. De gemiddelde bevolkingsontwikkeling is de laatste vijf jaar minder negatief geweest dan gemiddeld sinds 2011. Dit komt vooral door de combinatie van een positief binnenlands en buitenlands migratiesaldo sinds 2018. Figuur 22: Bevolkingsontwikkeling (naar personen) in de gemeente Heerlen van 2011 tot 2021 800 600 400 200 0 -200 -400 -600 -800 -1.000 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Buitenlandse migratie (saldo)
Binnenlandse verhuizingen (saldo)
Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte)
Totaal personen
Bron: CBS (2021) Bewerking Stec Groep (2021).
2020
46
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
In beide scenario’s is sprake van huishoudensverdunning en vergrijzing De komende tien jaar krijgt de gemeente Heerlen te maken met huishoudensverdunning en verdere vergrijzing, zowel in het basis- als migratiescenario. Zo neemt het aantal gezinnen en (jonge) huishoudens tot 35 jaar af. Het aantal alleenstaanden en stellen van 35 tot 65 jaar neemt het sterkst in omvang af. Niet omdat deze huishoudens allemaal de gemeente verlaten, maar omdat zij in de komende tien jaar ouder worden. Daarmee belandt een groot deel van deze huishoudens in de doelgroep 65-plushuishoudens. In onderstaand figuur is te zien dat alleen het aantal 65-plussers nog toeneemt de komende tien jaar. Figuur 23: Huishoudensontwikkeling in de gemeente Heerlen naar doelgroep van 2022 tot 2032 -3.000
-2.000
-1.000
1.000
-935 -800
Alleenstaanden & stellen tot 35 jaar
2.000
3.000
Basisscenario
-345
Gezinnen Alleenstaanden & stellen 35 t/m 65 jaar
-
Migratiescenario
-75
-2.190 -1.880
2.325 2.630
Alleenstaanden & stellen 65 jaar en ouder
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
Aantal 65-plus doelgroepen neemt het sterkst toe, aantal doelgroepen van 35 tot 65 jaar neemt af In de top vijf doelgroepen die de aankomende tien jaar het meest zullen groeien komen alleen oudere doelgroepen terug. Alle 65-plus doelgroepen groeien in de gemeente Heerlen. De toename zit vooral in 65plushuishoudens met lage inkomens, maar ook midden en hoge inkomens nemen zeker nog toe. Het gaat vooral om huishoudens in een stedelijk of suburbaan woonmilieu. De doelgroepen die het sterkst in aantal afnemen zijn alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar. De twee grootste afnemende doelgroepen zijn doelgroepen met een laag inkomen (‘Jong geleerd, oud gedaan’ en ‘KISS’). Ook daalt het aantal stedelijke alleenstaanden en stellen tot 35 jaar met een midden en hoog inkomen. Tabel 13: Stand en ontwikkeling doelgroepen (top-5 groeiers en top-5 dalers) Grootste doelgroepen (top-5 toename)
Samenstelling en leeftijd huishouden
Woonmilieu
Inkomen
Suburbane Senioren
Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder Alleenstaanden en stellen 65 jaar en ouder
Suburbaan
Laag
Stedelijk Stedelijk
Oudere eenvoud Stedelijk Stedelijk genieten Ruim(t)egenieters / zilveren rand Landelijke eenvoud
Subtotaal toenemende doelgroepen
Suburbaan Landelijk
Stand 2022
5.315
Ontwikkeling 2022-2032 BASIS 905
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIE 1.025
Laag
4.695
800
905
Midden en hoog Midden en hoog Laag
1.895
320
365
1.725
295
330
25
5
5
13.660
2.325
2.630
47
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Grootste doelgroepen (top-5 afname)
Samenstelling en leeftijd huishouden
Woonmilieu
Inkomen
Jong geleerd, oud gedaan (voortbordurend op vroeg volwassen) KISS (klein inkomen, Stedelijke setting) Woonerf Welgestelden
Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar
Suburbaan
Laag
Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden en stellen 35 - 64 jaar Alleenstaanden & stellen tot 35 jaar
Stedelijk Suburbaan
Midlife, Mid-City JULB (jong urbaan, laag budget)
Subtotaal afnemende doelgroepen Eindtotaal gemeente
Stedelijk Stedelijk
Stand 2022
4.335
Ontwikkeling 2022-2032 BASIS -695
Ontwikkeling 2022-2032 MIGRATIE -595
Laag
3.830
-615
-525
Midden en hoog Midden en hoog Laag
2.865
-460
-395
2.595
-415
-355
2.235
-350
-300
31.480 45.145
-3.465 -1.145
-2.755 -120
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
48
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
7.2 Woonbehoefte 2022 tot 2032 Behoefte komende tien jaar gaat vooral uit naar appartementen en nultredenwoningen Onderstaand figuur toont de kwalitatieve behoefte aan verschillende woningtypen voor de komende tien jaar. Hierin is inzichtelijk wat de behoefte is vanuit woonvoorkeuren (blauw) en recent verhuisgedrag (groen) van huishoudens. Daarnaast is de invloed van het scenario zichtbaar: in het geval van een behoefte komt de arcering erbij, in het geval van een overschot valt de arcering eraf. Het volgende valt op: • Er is een klein overschot aanwezig in de grondgebonden sociale huur, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Bij sociale huur appartementen ontstaat voornamelijk een relatief groot overschot op basis van de woonvoorkeuren. Vanuit verhuisgedrag is dit overschoot veel kleiner. • Voor vrijesectorhuur is voornamelijk behoefte aanwezig bij appartementen en nultredenwoningen. Hier is de behoefte door verhuisgedrag net wat groter dan op basis van de woonvoorkeuren. • In de koopsector ontstaat een relatief groot overschot naar grondgebonden woningen. Op basis van verhuisgedrag is dit overschot nog groter dan op basis van de woonvoorkeuren. Aan appartementen en nultredenwoningen in de koopsector bestaat wel een behoefte. Figuur 24: Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel -2.500 -2.250 -2.000 -1.750 -1.500 -1.250 -1.000 -750
-500
-250
0
250
500
750
1.000
GGB SH GGB VSH GGB Koop APP/Nultr. SH APP/Nultr. VSH APP/Nultr. Koop o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
Tabel 14: Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel Woningtype Grondgebonden sociale huur Grondgebonden vrijesectorhuur Grondgebonden koop Appartementen/nultredenwoningen sociale huur Appartementen/nultredenwoningen vrijesectorhuur Appartementen/nultredenwoningen Koop Totaal
Woonvoorkeuren Basisscenario Migratiescenario -200 -10 30 70 -990 -560 -1.360 -1.105 865 910 510 580 -1.145 -115
Verhuisgedrag Basisscenario Migratiescenario -230 -40 190 230 -2.450 -2.060 -390 -105 1.100 1.145 635 705 -1.145 -125
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021). Afgerond op vijftallen.
49
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Grootste overschot grondgebonden woningen aanwezig in betaalbaar koop- en huursegment • Er een kleine behoefte aan kleinere woningen (tot 80 m2) in de sociale huur. Voor grotere sociale huurwoningen (vanaf 80 m2) ontstaat er een overschot, zowel vanuit woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Dit overschot is het grootst in het betaalbaarste segment (tot de aftoppingsgrens). • In het grondgebonden segment is er op basis van woonvoorkeuren voornamelijk nog een behoefte aan middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) tot 80 m². Op basis van verhuisgedrag is er ook een behoefte aan grondgebonden middenhuurwoningen vanaf 80 m². • In de koopsector ontstaat een overschot in (bijna) alle segmenten. De grootste overschotten treden op in de kleinere woningen (tot 120 m²) onder de € 200.000. Op basis van verhuisgedrag is dit overschot nog groter dan op basis van de woonvoorkeuren. Bij grondgebonden koopwoningen vanaf 120 m2 is in elke prijsklasse een overschot zichtbaar. Ook hier zijn de overschotten telkens het grootst op basis van verhuisgedrag. Figuur 25: Product-marktcombinatie: grondgebonden woningen (niet levensloopgeschikt) -550 -500 -450 -400 -350 -300 -250 -200 -150 -100 -50 -
50 100 150 200
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 < 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 < 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 < 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 < 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 < 120 m² Koop meer dan € 350.000 < 120 m² Koop tot € 150.000 > 120 m² Koop € 150.000 tot € 200.000 > 120 m² Koop € 200.000 tot € 250.000 > 120 m² Koop € 250.000 tot € 300.000 > 120 m² Koop € 300.000 tot€ 350.000 > 120 m² Koop meer dan € 350.000 > 120 m² o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
invloed scenario
50
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Vooral overschotten in goedkopere sociale huurappartementen (niet levensloopgeschikt) • De overschotten bij niet levensloopgeschikte appartementen treden voornamelijk op in de kleinere (vanaf 80 m²) en goedkopere sociale huurwoningen (tot de aftoppingsgrens). Wat opvalt is dat dit overschot vooral optreedt vanuit woonvoorkeuren en in mindere mate vanuit verhuisgedrag. Dit betekent dat huishoudens deze woningen niet per sé willen betreden, maar dit de afgelopen jaren – vanwege gebrek aan andere aanbod – wel hebben gedaan. • Voor niet levensloopgeschikte appartementen in de middenhuur (tussen liberalisatiegrens en € 1.000) bestaat een kleine uitbreidingsbehoefte. Hierbij gaat de voorkeur uit naar appartementen tot 80 m². • Voor niet levensloopgeschikte appartementen in de koopsector is de behoefte min of meer in balans met de bestaande woningvoorraad (enkele woningen tekort of overschot). Figuur 26: Product-marktcombinatie: appartementen (niet levensloopgeschikt) -1.200
-1.000
-800
-600
-400
-200
-
200
Huur tot aftoppingsgrens < 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens < 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 < 80 m² Huur meer dan € 1.000 < 80 m² Huur tot aftoppingsgrens > 80 m² Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens > 80 m² Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 > 80 m² Huur meer dan € 1.000 > 80 m² Koop tot € 150.000 Koop € 150.000 tot € 200.000 Koop € 200.000 tot € 250.000 Koop € 250.000 tot € 300.000 Koop € 300.000 tot€ 350.000 Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
Grote behoefte aan levensloopgeschikte huurwoningen tussen aftoppingsgrens en € 1.000 In Heerlen bestaat een grote behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en (grondgebonden) nultredenwoningen. Waar we voor niet levensloopgeschikte appartementen nog overschotten constateren, zien we bij de levensloopgeschikte woningen bijna alleen maar een behoefte. Het volgende valt op: • In de sociale huur tot de aftoppingsgrens bestaat als enige segment een overschot. Vanuit verhuisgedrag constateren we echter wel een behoefte. Voor de sociale huur tussen de aftoppings- en liberalisatiegrens is een relatief grote behoefte aanwezig, voornamelijk vanuit de woonvoorkeuren. • Voor vrijesectorhuur ligt de behoefte nadrukkelijk op middenhuurwoningen (tussen liberalisatiegrens en € 1.000). Vanuit verhuisgedrag is deze behoefte nog iets groter dan vanuit woonvoorkeuren. • In de koopsector zien we een behoefte aan levensloopgeschikte appartementen/nultredenwoningen in (bijna) alle prijssegmenten. Op basis van verhuisgedrag is er de grootste behoefte aanwezig voor woningen tussen € 150.000 en € 200.000, vanuit voorkeuren tussen € 200.000 en € 250.000.
51
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
Figuur 27: Product-marktcombinatie: appartementen/nultredenwoningen (levensloopgeschikt) -300 -200 -100
-
100
200
300
400
500
600
700
800
900
LLG Huur tot aftoppingsgrens LLG Huur aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens LLG Huur liberalisatiegrens tot € 1.000 LLG Huur meer dan € 1.000 LLG Koop tot € 150.000 LLG Koop € 150.000 tot € 200.000 LLG Koop € 200.000 tot € 250.000 LLG Koop € 250.000 tot € 300.000 LLG Koop € 300.000 tot€ 350.000 LLG Koop meer dan € 350.000 o.b.v. woonvoorkeuren
invloed scenario
o.b.v. verhuisgedrag
invloed scenario
Bron: Progneff (2021), LMW (2019), WoOn2015 en WoOn2018. Bewerking Stec Groep (2021).
WONINGBEHOEFTE EN OPGAVEN VAN GEMEENTE HEERLEN OP HOOFDLIJNEN •
•
•
•
•
•
Het aantal huishoudens in de gemeente Heerlen neemt de komende tien jaar naar verwachting af met 1.145 (basisscenario) tot 120 (migratiescenario). In beide scenario’s is er sprake van vergrijzing. De doelgroepen die in omvang toenemen zijn voornamelijk 65-plushuishoudens met lage inkomens. In Heerlen is voornamelijk een behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en nultredenwoningen. Deze behoefte bestaat uit middeldure huur en koop en is er vanuit zowel woonvoorkeuren als verhuisgedrag. Er is wel een overschot zichtbaar bij (voornamelijk niet levensloopbestendige) appartementen en nultredenwoningen in de sociale huur. Er ontstaat de komende tien jaar een overschot van circa 600 tot 2.450 tot grondgebonden koopwoningen in de gemeente. Deze overschotten ontstaan in alle koopsegmenten, zowel betaalbaar als duurder. Hoewel dit overschot er ook bestaat vanuit woonvoorkeuren, is deze wel veel groter vanuit verhuisgedrag. De duidt erop dat huishoudens de afgelopen jaren minder vaak dan gewenst een grondgebonden koopwoning hebben betrokken, door gebrek aan aanbod of verminderde betaalbaarheid. Wel is er nog een relatief kleine behoefte aan grondgebonden middenhuurwoningen. No-regret keuzes: levensloopgeschikte huurappartementen en nultredenwoningen tussen de aftoppingsgrens en € 1.000 en levensloopgeschikte koopappartementen en nultredenwoningen tussen € 150.000 en € 300.000.
Kansen in de bestaande voorraad: verhuren van bestaande grondgebonden koopwoningen, zo wordt voorzien in de behoefte aan grondgebonden huur, en gelijktijdig een overschot in de koop ‘onttrokken’. Tevens kunnen grondgebonden koopwoningen mogelijk levensloopgeschikt gemaakt worden. Niet (veel) toevoegen: reguliere grondgebonden koopwoningen, grondgebonden sociale huurwoningen (tot de aftoppingsgrens) en kleine, niet levensloopgeschikte sociale huurappartementen.
52
Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 - 2032 21.235
8 Kerkrade 8.1 Huishoudensontwikkeling en doelgroepen Tot 2032 huishoudensontwikkeling verwacht van circa -1.270 tot -540 huishoudens Voor de komende tien jaar gaat de meest actuele Progneff 2021 prognose – het basisscenario – uit van een afname van circa 1.270 huishoudens. Dit ligt in lijn met de verwachtte huishoudensontwikkeling die in 2019 in de woningmarktprogrammering is gehanteerd (op basis van Progneff 2017). Het migratiescenario is minder negatief dan het basisscenario. Op basis van dit scenario neemt het aantal huishoudens de aankomende tien jaar met circa 540 af. Zie onderstaande tabel. De bandbreedte voor de huishoudensontwikkeling in de gemeente ligt daarmee op -1.270 tot -540 tussen 2022 en 2032. Tabel 15: Huishoudensontwikkeling 2022-2032 en vergelijking met ontwikkeling uit programmering 2019 Gemeente Kerkrade