7 23-18 Bijlage 1 Bestemmingsplan Tienbaan 1 te Bocholtz_Regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Tienbaan 1 te Bocholtz Gemeente Simpelveld
Bestemmingsplan Tienbaan 1 te Bocholtz Gemeente Simpelveld
Onderdeel:
Regels
IDN-nummer:
NL.IMRO.0965.BPTienbaan1-CC01
Projectnummer:
M203705
Status:
concept
Datum:
15-07-2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 15
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
17
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
17 28 30 34 38 42 44
Agrarisch - Agrarisch Bedrijf Leiding - Gas Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Ecologie Waterstaat - Erosie
Hoofdstuk 3 Algemene regels
47
Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels
47 48
Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17
Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
50 51 52 55 56 57
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
59
Artikel 18 Artikel 19
59 60
Overgangsrecht Slotregel
Regels
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
3
4
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan 'Tienbaan 1 te Bocholtz' van de gemeente Simpelveld. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen als vervat in het gml-bestand NL.IMRO.0965.BPTienbaan1-CC01. 1.3 aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat voor wat betreft afmetingen en/of in architectonisch opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm) ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. Een aanbouw is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan huis gebonden bedrijf: een bedrijf, geen detailhandel zijnde, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bouwwerk, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt.
1.7 aan huis gebonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch, spiritueel, kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat voor de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bouwwerk, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt. 1.8 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 m van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.9 activiteit activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.10 afhankelijke woonruimte: een bijgebouw bij een woning, dat voor wat betreft ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
5
1.11 agrarisch: het (bedrijfsmatig) telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.12 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.13 agrarische bedrijfsvoering het bedrijfsmatig maar niet noodzakelijk volwaardig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door het houden van dieren. 1.14 agrarisch verwant bedrijf: een agrarisch verwant bedrijf is een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden (bijv. dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hoveniersbedrijven, gebruiksgerichte paardenhouderijen en instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs). 1.15 agrarisch hulpbedrijf: een agrarisch hulpbedrijf is een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten waarbij gemechaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos- of natuurbouw wordt verricht, waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, tuin-, bos- of natuurbouwkundige methoden (bijv.
mestopslag- en mesthandelsbedrijven, loonwerkbedrijven, veetransportbedrijven en veehandelsbedrijven), dierenpensions zijn uitgesloten. 1.16 ambacht(elijk): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, waarbij de omvang van de activiteit zodanig is, dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen worden uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.17 antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.18 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.19 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.20 architectonische waarde: de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering.
1.21 asielzoekerscentrum: een opvangcentrum voor asielzoekers en/of vluchtelingen die tijdelijk in een land verblijven tot over hun asielaanvraag is beslist.
6
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
1.22 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.23 bebouwingspercentage: een in de verbeelding of regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogst mag worden bebouwd. 1.24 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen niet daaronder begrepen. 1.25 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.26 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor één huishouden (van één of meer personen), wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein. 1.27 begane grond: de natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.28 beperkte verkoop: verkoop inherent en ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. Onder beperkt wordt verstaan maximaal 2 uur per dag gedurende reguliere werktijden.
1.29 besluit omgevingsrecht besluit van 25 maart 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wabo. 1.30 bestaand: bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.31 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.32 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.33 berging: een bijbehorend bouwwerk bestemd voor de stalling van bromfietsen, motorfietsen, fietsen, afvalcontainers voor huishoudelijk afval en overige huishoudelijke zaken. 1.34 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat ingevolge de Wabo bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
7
1.35 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander met de aarde verbonden bouwwerk, met een dak. 1.36 boerderijwinkel: detailhandel van agrarisch en agrarisch gerelateerde producten. 1.37 borstwering: het deel van de buitenmuren dat boven de zolder of dakvloer uitsteekt. Ook: een tot borsthoogte opgetrokken muur of open hekwerk van een balkon, loggia of dakterras. 1.38 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.39 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.40 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback en borstwering. 1.41 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.42 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel.
1.43 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.44 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.45 camping: terrein met voorzieningen om te kamperen. 1.46 coffeeshop: een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.47 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat in de loop van de geschiedenis is ontstaan door het gebruik dat de mens van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt.
8
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
1.48 dagrecreatie: het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden. 1.49 dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van dat gebouw bevindt en die in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.50 dakterras: een buitenruimte, behorende bij het gebruik van het hoofdgebouw dat bovenop het gehele of een gedeelte van een hoofdgebouw, aanbouw of uitbouw is gesitueerd. 1.51 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop, te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die, die goederen kopen respectievelijk huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.52 dienstverlening: het verrichten van diensten in een vorm die voor wat betreft ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met detailhandel en waarbij een rechtstreekse relatie bestaat met het publiek zoals reisbureaus, bankinstellingen, postkantoren, verzekerings- en/of administratiekantoren, makelaarskantoren, advocatenen/of notariskantoren, uitzendbureaus, apotheken, praktijkvestigingen voor tandtechniek, kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio's, schoenmakerijen, kleermakerijen en video-/dvd-verhuurbedrijven, fotostudio's en hondentrimsalons, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en prostitutie. 1.53 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond. 1.54 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt. 1.55 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.56 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.57 gelijke hoogte: een hoogteverschil per vloer of balklaag van maximaal 2,00 m (gemeten op het laagste punt).
1.58 gevellijn: de bouwgrens die nagenoeg gelijk loopt aan de as van de weg waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg(en) grenzende perceelsgrens.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
9
1.59 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.60 horeca: een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een (hotel-) restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum. 1.61 hotel: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van nachtverblijf met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse. 1.62 huishouden: de bewoning van een woning door één persoon, of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur. 1.63 kamerverhuur: het verhuren van een onzelfstandige woonruimte.
1.64 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.65 kampeerterrein: terrein of plaats waarop gelegenheid wordt gegeven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.66 kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. Dan wel creatieve voortbrengselen van de beeldende kunst. Onder kunstwerk wordt ook een (verplaatsbare) plantenbak verstaan. 1.67 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.68 maaiveld: bovenkant van het afgewerkt terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft na voltooiing van de bouw.
1.69 mantelzorg: langdurige, intensieve niet georganiseerde zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak door één of meer leden uit diens directe dan wel sociale omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.
10
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
1.70 monumenten: alle bouwwerken conform artikel 6 Monumentenwet, alsmede gemeentelijke monumenten. 1.71 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.72 nevengeschikte functie: functie dat bijna gelijk staat aan de hoofdfunctie en waarvoor maximaal 50% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.73 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.74 onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant gedeeltelijk onder peil is gelegen. 1.75 ondergeschikte functie: functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.76 onderscheidend concept: concept dat aansluit bij de kernwaarden van de regio en de schaarse middelen die het toeristisch product in de Zuid-Limburg bijzonder maken niet negatief beïnvloeden (met name beleving van het landschap).
1.77 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.78 onzelfstandige woonruimte: woonruimte zonder eigen afsluitbare toegang, bijvoorbeeld kamer of etage bij particuliere verhuurders, studentenflat. 1.79 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.80 opslag: het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke. 1.81 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
11
1.82 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.83 parkeernorm: aantal benodigde parkeerplaatsen bij een functie op basis van de ASVV/CROW normen. 1.84 peil: a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld. 1.85 perceel: een stuk grond dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van bijvoorbeeld heggen, afrasteringen, sloten, greppels of daarmee gelijk te stellen afschermingen. 1.86 plattelandsappartement: een (deel van) een (voormalig) agrarisch gebruikt gebouw welke wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in zelfstandige eenheden.
1.87 plattelandswoning: een (voormalige) agrarische bedrijfswoning die -naast het gebruik als bedrijfswoning voor het agrarisch bedrijf waarbij de woning behoort- tevens mag worden gebruikt voor bewoning als burgerwoning door derden die geen functionele binding hebben met het bijbehorend agrarisch bedrijf, en die niet wordt beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf, met dien verstande dat de woning is gelegen binnen een agrarisch bouwvlak ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf. 1.88 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. 1.89 recreatie: activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.90 relatie: een koppelteken tussen twee vlakken. 1.91 seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.92 setback: een dakopbouw, die gelegen is op tenminste 1 meter achter de denkbeeldig doorgetrokken achtergevel van een woning, met een hoogte van maximaal 3,3 meter, te meten vanaf de desbetreffende verdiepingsvloer.
12
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
1.93 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.94 straatmeubilair: de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstobjecten, gedenktekens, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.95 straatprostitutie: het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.96 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen/constructies met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlaten ten opzichte van normale open teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen wat leidt tot een beter kwaliteit product. 1.97 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied, waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt.
1.98 verblijfsrecreatie: het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats waarbij recreatief nachtverblijf centraal staat, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. Hieronder worden onder andere verstaan een camping, groepsaccommodatie, etc.. 1.99 verdieping: een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag op de begane grond. 1.100 vloeroppervlakte: totale oppervlakte dat gebruikt wordt voor een functie of activiteit, inclusief opslag/berging/ koeling e.d.. 1.101 voorgevel: gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. 1.102 voorgevelrooilijn: de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.103 wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.104 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
13
1.105 woning/wooneenheid: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.106 woningsplitsing: het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden. 1.107 woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst. 1.108 zaalverhuur: een inrichting ten behoeve van het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, waarbij het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of het verstrekken van drank voor consumptie ter plaatse mogelijk is. 1.109 zolder: ruimte in een gebouw die hoofdzakelijk is (zijn) afgedekt met schuine daken. 1.110 zorgunit: een kant en klare aanbouw voor een tijdelijke zorgkamer waarin een slaapkamer en een badkamer is gerealiseerd zodat bewoner(s) gelijkvloers kunnen wonen. Deze tijdelijke zorgkamer wordt los op het erf geplaatst, direct of via een sluis bij de bestaande woning, waardoor op de begane grond een mogelijkheid tot intensieve zorg wordt gerealiseerd.
14
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.7 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
2.8 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 peil: a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van het midden van de hoofdtoegang, vermeerderd met 0,30 m; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het midden van de hoofdtoegang, vermeerderd met 0,30 m. 2.10 het bebouwd oppervlakte van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
15
2.11 het bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming, waarbij overstekken van minder dan 50 cm buiten beschouwing worden gelaten.
16
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Agrarisch Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen De voor ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c.
d. 1. 2.
per bestemmingsvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan met een geheel of in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, inclusief de bestaande neventak van intensieve veehouderij; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - verkoop en herstel landbouw- en grondverzetmachines' is tevens een bedrijf in verkoop en herstel van landbouw- en grondverzetmachines toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag' is tevens opslag van agrarisch gerelateerde producten van derden toegestaan, waaronder onder andere wordt verstaan de opslag van hooi, stro, voedermiddelen, meststoffen en agrarische machinestalling; de bestaande bedrijfswoning, met dien verstande dat: het aantal bedrijfswoningen per bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1; de bedrijfswoning tevens mag worden bewoond door een persoon en diens huishouden, die gelieerd is aan het ter plaatse gevestigde bedrijf dat is gericht op de verkoop en herstel van landbouw- en grondverzetmachines.
met de daarbij behorende voorzieningen alsmede voorzieningen voor de opvang, buffering en infiltratie van hemelwater. 3.1.2 Dubbelbestemmingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 17.3. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Toegestane bebouwing Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd: a. b. c. d.
gebouwen ten behoeve van de in artikel 3.1 genoemde bestemming; één bedrijfswoning per agrarisch bedrijf, tenzij anders is aangegeven door middel van de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen'; de daarbij bijbehorende bouwwerken; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.
3.2.2 Algemeen Voor het bouwen van gebouwen, geen woning zijnde, binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: a. b.
de goothoogte van gebouwen, geen woning zijnde, mag ten hoogste 4,50 m bedragen; de bouwhoogte van gebouwen, geen woning zijnde, mag ten hoogste 10,00 m bedragen, tenzij anders is aangegeven door middel van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte';
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
17
c. d. e. f.
gebouwen met een kap van ten minste 15° zullen en ten hoogste 45° mogen worden afgedekt, uitgezonderd bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, die ook plat mogen worden afgedekt; ter plaatse van de aanduiding 'opslag' mag de opslaghoogte van buitenopslag maximaal 1,50 m bedragen; de gronden gelegen buiten het bouwvlak, mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van voorzieningen voor voeropslag ter plaatse van de functieaanduiding ‘opslag’; in afwijking van het bepaalde in sub a en b mag de maximale bouwhoogte niet meer bedragen dan de maximum bouwhoogte zoals aangegeven op de verbeelding met nadere aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'.
3.2.3 Bedrijfswoning Binnen het bouwvlak mag slechts één bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b. c. d.
één of meer (agrarische) bedrijfsgebouwen, geen woning zijnde, aanwezig is of zijn; de inhoud van de woning ten hoogste 750 m³ mag bedragen; de goothoogte van de bedrijfswoning maximaal 6,00 meter mag bedragen; de bouwhoogte van de bedrijfswoning maximaal 8,50 meter mag bedragen.
3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. b. c. d.
bijbehorende bouwwerken zijn slechts binnen het bouwvlak toegestaan; de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 150 m2 , met dien verstande dat niet meer dan 60% van de gronden behorend tot het achtererfgebied mag worden bebouwd; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,30 m; de bouwhoogte bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,00 m.
3.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
3.3
bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,00 m; de bouwhoogte van antennes en reclamemasten mag niet meer bedragen dan 15,00 m; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6,00 m; in afwijking van het bepaalde in sub a zijn voedersilo's uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, waarbij de hoogte van voedersilo’s niet meer mag bedragen dan 12,00 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 4,00 m, met dien verstande dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, binnen het bouwvlak niet meer bedragen dan 8,00 m. Nadere eisen
3.3.1 Eisen Burgemeester en wethouders kunnen, rekening houden met het gestelde in artikel 3.1.1, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b. c. d.
de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; de aard, hoogte en de situering van erfafscheidingen; voorzieningen voor voorkoming van hemelwaterproblematiek; landschappelijke inpassing en/of landschappelijke kwaliteitsverbetering.
3.3.2 Voorwaarden De onder 3.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:
18
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
a. b. c. 3.4
indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing; ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter verbetering van de gebiedskwaliteit. Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Goothoogte Burgemeester en wethouders kunnen middels omgevingsvergunning afwijken ten aanzien van de goothoogte, met dien verstande dat deze nimmer meer bedraagt dan 6,50 meter, mits: a. b. c.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'.
3.4.2 Bouwhoogte Burgemeester en wethouders kunnen middels omgevingsvergunning afwijken ten aanzien van de bouwhoogte, met dien verstande dat deze nimmer meer bedraagt dan 11,00 m, mits: a. b. c.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'.
3.4.3 Teeltondersteunende voorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen middels omgevingsvergunning afwijken ten aanzien van het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, mits: a. b.
c.
d. e. f.
de noodzaak daartoe voor de agrarische bedrijfsvoering en/of arbeidsomstandigheden ter plaatse is aangetoond; toepassing van de afwijkingsbevoegdheid niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus, aangegeven op de kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen behorende bij de provinciale 'Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen 2011', van de provincie Limburg, zoals opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels; geen toepassing van de afwijkingsbevoegdheid mag plaatsvinden voor hellingen met een hellingspercentage van meer dan 4%, volgens de bij de provinciale 'Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen 2011' van de provincie Limburg behorende kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen, zoals vastgesteld door gedeputeerde staten van Limburg op 1 februari 2005 en opgenomen als Bijlage 3 bij deze regels; natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; de teeltondersteunende voorzieningen een niet-permanent karakter hebben; er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
19
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Verboden gebruik Onder verboden gebruik wordt, met uitzondering van de op de verbeelding aangeduide activiteiten, tenminste verstaan het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. b. c. d. e. f.
g.
h.
ambachtelijke en/of industriële doeleinden; het voeren van een intensieve veehouderij; detailhandel, groothandel en verkoop van bedrijfsproducten; transport- en/of garagedoeleinden; horecadoeleinden; permanente of tijdelijke bewoning welke geen verband houdt met de agrarische bedrijfsvoering, behoudens bewoning door een persoon en diens huishouden, die gelieerd is aan het ter plaatse gevestigde bedrijf dat is gericht op de verkoop en herstel van landbouw- en grondverzetmachines; opslagdoeleinden, behoudens opslagdoeleinden die verband houden met de agrarische bedrijfsvoering en opslagdoeleinden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag', alsmede met een winterberging van onderkomens; wijziging van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen, is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de bestaande ammoniakemissie.
3.5.2 Landschappelijkeinpassing (voorwaardelijke verplichting) Binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' is legaal gebruik van de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - verkoop en herstel landbouw- en grondverzetmachines' en 'specifieke vorm van agrarisch - opslag' overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.1 slechts toegestaan als de landschappelijke inpassing overeenkomstig Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan binnen 2 jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Tienbaan 1 te Bocholtz' is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 ten behoeve van het toestaan van nevenactiviteiten onder de volgende voorwaarden: a.
b. c.
1. 2. d.
e. f. g.
20
de nevenactiviteiten worden ondergebracht in de bestaande bedrijfsbebouwing. Alleen wanneer is aangetoond dat de bestaande bebouwing niet volstaat voor de nevenactiviteit, is nieuwbouw aan de orde, passend binnen de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan rechtens biedt. de nevenactiviteiten moeten gelieerd zijn aan het agrarisch bedrijf of het agrarisch hulpbedrijf, c.q. hieraan direct/indirect verwante nevenactiviteiten; in afwijking van het bepaalde in sub b mogen niet-agrarische nevenactiviteiten uitsluitend worden uitgevoerd door de houder van het agrarisch bedrijf en diens familie in de 1e graad en gelden de volgende aanvullende voorwaarden: niet-agrarische activiteiten zijn toegestaan tot en met milieucategorie 2 en niet-agrarische activiteiten die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met milieucategorie 2; stalling van caravans, oldtimers en praalwagens is wel toegestaan als niet-agrarische activiteiten. de ondergeschiktheid van de nevenactiviteiten wordt geborgd door de oppervlakte te maximaliseren.
Het totaal aan nevenactiviteiten wordt beperkt tot het gebruik van maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de bestaande bebouwing, tot een maximale oppervlakte van 350 m²; de uitvoerbaarheid, maatschappelijk en economisch, is aangetoond; er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd;
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
h. i.
er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de nevenactiviteiten mogen geen belemmering opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel van verzoeker; j. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; k. opslag buiten de aanwezige gebouwen als gevolg van de nevenactiviteit is niet toegestaan; l. de activiteiten moeten landschappelijk goed inpasbaar zijn en mogen de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden niet onevenredig schaden; m. er is sprake van duurzaam waterbeheer; n. meerdere nevenactiviteiten zijn toegestaan binnen de gestelde kaders, met dien verstande dat een intensieve veehouderij als nevenactiviteit niet is toegestaan o. verhuur van de bestaande bedrijfsbebouwing aan derden is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. uitsluitend ten behoeve van agrarisch gerelateerde producten waaronder wordt verstaan de opslag van hooi, stro, voedermiddelen en agrarische machinestalling. 2. uitgesloten is verhuur aan derden ten behoeve van overige niet-agrarische activiteiten. 3. verhuur aan derden ten behoeve van veestalling is toegestaan, doch uitsluitend als aangetoond is dat er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen.
3.6.2 Detailhandel als nevenactiviteit (boerderijwinkel) Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 ten behoeve van het toestaan van een boerderijwinkel (detailhandel als nevenactiviteit) onder de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
boerderijverkoop onderdeel uitmaakt van een functionerend agrarisch bedrijf en wordt beëindigd bij beëindiging van het agrarische bedrijf; het betreft de verkoop van agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of agrarische producten die op het eigen bedrijf en/of in de directe omgeving daarvan op een ander agrarisch bedrijf zijn bewerkt; de vloeroppervlak voor de detailhandelsactiviteit is maximaal 200 m², dat is inclusief opslag/berging/ koeling e.d. ten behoeve van de detailhandelsactiviteit. voor het overige gelden de voorwaarden van artikel 3.6.1.
3.6.3 Horeca als nevenactiviteit of ondersteunende functie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 ten behoeve van het toestaan van horeca als nevenactiviteit of als ondersteunende functie onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
de horecafunctie dient gelieerd te zijn aan een andere nevenfunctie; de horecafunctie is gericht op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van dranken en etenswaren; de vloeroppervlakte bedraagt maximaal 100 m² inclusief terras en sanitaire voorzieningen; de horecafunctie dient uiterlijk om 21:00 gesloten te worden; de sanitaire voorzieningen dienen binnen de bestaande bebouwing te worden gerealiseerd; voor zover de horeca-activiteit vanwege zijn aard (bijvoorbeeld terras) niet inpandig mogelijk is, is de nevenactiviteit ook buiten toegestaan; voor het overige gelden de voorwaarden van artikel 3.6.1.
3.6.4 Kamperen bij de boer (als nevenactiviteit) Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 ten behoeve van het toestaan van een camping als nevenactiviteit onder de volgende voorwaarden: a. b.
omliggende gemeenten dienen conform de Bestuursovereenkomst Regionale afspraken Zuid-Limburg over de ontwikkeling te worden geïnformeerd; er dient sprake te zijn van een onderscheidend concept, met dien verstande dat de regionale behoefte in relatie tot de regionaal aangeboden voorzieningen dient te worden aangetoond mede in relatie tot
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
21
innovatie, kwaliteit en duurzaamheid en rekening houdende met de resultaten van het onderzoek 'Simpelveld marktanalyse campings zoals opgenomen in Bijlage 2 van deze regels; c. de locatie dient goed bereikbaar te zijn; d. sanitaire voorzieningen dienen in de bestaande bedrijfsbebouwing te worden gerealiseerd en hebben een maximaal oppervlakte van 50 m²; e. parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden ingericht; f. het kampeerterrein dient landschappelijk te worden ingepast; g. het kampeerterrein dient aansluitend te liggen aan de agrarische bouwkavel; h. het initiatief dient financieel uitvoerbaar te zijn; i. de afstand van het kampeerterrein tot de erfgrens van een naastgelegen woning dient minimaal 50,00 m te bedragen; j. vaste kampeermiddelen, zoals stacaravans, zijn niet toegestaan; k. de kampeermiddelen mogen alleen worden geplaatst in de periode 15 maart tot 1 november van elk jaar; l. de ontwikkeling dient kwalitatief van een hoogwaardig niveau te zijn om daarmee bij te dragen aan de strategische doelen van de gemeente; m. het kampeerterrein heeft een maximale oppervlakte van 500 m²; n. alle nevenactiviteiten tezamen hebben een maximale oppervlakte van 550 m² waarvan het oppervlakte van het kampeerterrein inclusief sanitaire voorzieningen minimaal 200 m² bedraagt; o. voor het overige gelden de voorwaarden van artikel 3.6.1.
3.6.5 Plattelandsappartement (als nevenactiviteit) Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 ten behoeve van het toestaan van een plattelandsappartement als nevenactiviteit, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
omliggende gemeenten dienen conform de Bestuursovereenkomst Regionale afspraken Zuid-Limburg over de ontwikkeling te worden geïnformeerd; uitsluitend alle bestaande gebouwen, die minimaal 3 jaar in gebruik zijn geweest, binnen de bestemming 'Agrarisch – Agrarisch Bedrijf' worden gebruikt voor plattelandsappartement(en); de plattelandsappartementen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van verblijfsrecreatie; de oppervlakte van één plattelandsappartement niet groter is dan 100 m2 ; het aantal plattelandsappartementen maximaal 2 bedraagt per agrarisch bedrijf; de karakteristiek van de gebouwen alsmede de complexiteit en de (landschappelijke) kenmerken van het (voormalig boeren) erf niet onevenredig worden aangetast; er sprake is van landschappelijke inpassing; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; er voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; voor het overige gelden de voorwaarden van artikel 3.6.1.
3.6.6 Twee agrarische bedrijven op één bestemmingsvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.1 ten behoeve van het toestaan van maximaal twee (volwaardige) agrarische bedrijven op één agrarische bouwkavel, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.
22
het aantal (bedrijf)woningen gelijk blijft; ondanks de vestiging van twee bedrijven is enkel de bestaande bedrijfswoning toegelaten; indien noodzakelijk de bedrijfswoning als plattelandswoning zal worden aangeduid door toepassing van artikel 3.6.7; het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de activiteiten geen belemmering mogen opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel;
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
f. g. h.
er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeer aantrekkende werking; er sprake is van duurzaam waterbeheer; voor wat betreft het toestaan van nevenactiviteiten de gesplitste agrarische bouwkavel als één bouwkavel wordt beschouwd.
3.6.7 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.1 ten behoeve van het toestaan van het gebruik van de (voormalige) bedrijfswoning als plattelandswoning, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g. h.
sprake is van een bestaande agrarische bedrijfswoning; aangetoond is dat de bedrijfswoning niet meer noodzakelijk is voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf; aangetoond is dat de uitoefening van een agrarisch bedrijf ter plaatse daadwerkelijk wordt voortgezet; wonen door een niet functioneel met het bedrijf verbonden derde plaatsvindt; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omliggende waarden en functies; ter plaatse van de plattelandswoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen ten aanzien van omwonenden, (agrarische) bedrijven en andere omgevingswaarden; het verlenen van de vergunning niet leidt tot de mogelijkheid om een nieuwe bedrijfswoning te bouwen binnen het bestemmingsvlak.
3.6.8 Ammoniakemissie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.5.1 sub i en een toename van ammoniakemissie als gevolg van wijziging van bestaande dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen toestaan als er geen afbreuk wordt gedaan aan natuurwaarden. 3.7
Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Bestemmingsvlak of bouwvlak vergroting Het bevoegd gezag kan de bestemming wijzigen ten behoeve van het overschrijden van de bouwgrenzen, respectievelijk het vergroten van het bouwvlak en/of het bestemmingsvlak, mits: a. b.
c. d. e. f.
g.
h.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering, niet zijnde intensieve veehouderij, is aangetoond; natuurlijke, landschappelijk en cultuurhistorische waarden en belangen en het aangrenzende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; de landschappelijke inpassing van de bebouwing verzekerd is; voorzieningen voor voorkoming van hemelwaterproblematiek zijn getroffen; de totale oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak maximaal 1,5 ha is; vergroting van het agrarisch bouwvlak vanwege een uitbreiding van de agrarische activiteiten, is enkel mogelijk indien kan worden aangetoond dat het oppervlakte bedrijfsbebouwing dat wordt aangewend ten behoeve van de nevenactiviteit(en) niet volstaat voor de uitbreiding; er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'; voor het overige voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 3 van deze regels.
3.7.2 Vormverandering Het bevoegd gezag kan de bestemming wijzigen ten behoeve van het overschrijden van de bouwgrenzen, respectievelijk het van vorm veranderen van het bouwvlak en/of het bestemmingsvlak, mits:
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
23
a. b.
c. d. e.
f.
g.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; natuurlijke, landschappelijk en cultuurhistorische waarden en belangen en het aangrenzende woon- en leefmilieu niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind; de landschappelijke inpassing van de bebouwing verzekerd is; voorzieningen voor voorkoming van hemelwaterproblematiek zijn getroffen; tegelijkertijd met voorliggende bestemmingswijziging naar 'Agrarisch- Agrarisch Bedrijf', dezelfde oppervlakte aan 'Agrarisch- Agrarisch Bedrijf' wordt gewijzigd naar de bestemming van de aansluitende gronden buiten de bestemming 'Agrarisch- Agrarisch Bedrijf'; er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'; voor het overige voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 3 van deze regels.
3.7.3 Omschakelingnaar 'Wonen' Het bevoegd gezag kan de bestemming Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'vrijkomende agrarische bebouwing'. Hiermee blijft de aanwezige woonfunctie behouden aangevuld met de mogelijkheid om meer oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken te gebruiken ten behoeve van de woonfunctie, mits: a.
de oppervlakte aan (bij)gebouwen wordt (inclusief nieuwbouw) teruggebracht naar 25% van de bestaande (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing (door middel van sloop) met een maximum oppervlakte aan gebouwen van 250 m². Dit betekent dat minimaal 75% aan (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De bedrijfswoning wordt niet meegerekend. Karakteristieke bebouwing dient behouden te blijven; b. overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek worden getroffen; d. de uitvoerbaarheid, maatschappelijk en economisch, is aangetoond; e. er in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; f. het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd; g. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; h. de activiteiten geen belemmering opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel van verzoeker; i. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; j. opslag buiten de aanwezige gebouwen als gevolg van de activiteit niet is toegestaan; k. de activiteiten landschappelijk goed worden ingepast en de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden niet onevenredig worden geschaad; l.
er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'; m. het aantal woningen mag niet toenemen. 3.7.4 Omschakelingnaar 'Wonen' met bedrijf of beroep aan huis Het bevoegd gezag kan de bestemming Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'bedrijf en/of beroep aan huis'. Hiermee blijft de aanwezige woonfunctie behouden en wordt deze aangevuld met een nieuwe bedrijfsmatige en/of beroepsmatige activiteit, mits: a.
b.
24
de bedrijfs- of beroepsactiviteiten worden ondergebracht in de bestaande (voormalige agrarische bedrijfs-)bebouwing. Alleen wanneer is aangetoond dat de bestaande bebouwing niet volstaat voor de activiteit, is nieuwbouw aan de orde; de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen wordt (inclusief nieuwbouw) teruggebracht naar 25% van de bestaande (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing (door middel van sloop) met een maximum
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
oppervlakte aan gebouwen van 500 m² (omgevingsvergunningsvrije bebouwing meegerekend). Dit betekent dat minimaal 75% aan (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De bedrijfswoning wordt niet meegerekend. Karakteristieke bebouwing dient behouden te blijven; c. overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek worden getroffen; e. de uitvoerbaarheid, maatschappelijk en economisch, is aangetoond; f. er in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; g. het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd; h. uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 3.1 uit de VNG Brochure “Bedrijven en milieuzonering' (zie bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten) toelaatbaar zijn; i. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop inherent en ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep of bedrijf; j. er geen verlichte en/of opvallende reclame-uitingen aan de gevel zichtbaar zijn; k. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; l. de activiteiten geen belemmering opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel van verzoeker; m. er geen sprake is van een onevenredige verkeer aantrekkende werking; n.
opslag buiten de aanwezige gebouwen als gevolg van de activiteit niet is toegestaan; o. de activiteiten landschappelijk goed worden ingepast en de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden niet onevenredig worden geschaad; p. er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'; q. het aantal woningen mag niet toenemen. 3.7.5 Omschakelingnaar 'Agrarisch verwant bedrijf' of 'Agrarisch hulpbedrijf' Het bevoegd gezag kan de bestemming Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf Agrarisch verwant bedrijf' of 'Bedrijf - Agrarisch hulpbedrijf', mits: a.
b.
c.
d. e. f. g. h. i. j. k. l.
het uitsluitend bedrijfsactiviteiten betreft tot en met categorie 2 uit de VNG Brochure “Bedrijven en milieuzonering' (zie Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten), of daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten; de bedrijfsactiviteiten worden ondergebracht in de bestaande (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing. Alleen wanneer is aangetoond dat de bestaande bebouwing niet volstaat voor de activiteit, is nieuwbouw aan de orde; vervanging van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de nieuwe functie is mogelijk tot maximaal 90% van de oppervlakte van de gesloopte bebouwing. Dit betekent dat minimaal 10% aan (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De woning wordt niet meegerekend.
Karakteristieke bebouwing dient behouden te blijven; de uitvoerbaarheid, maatschappelijk en economisch, is aangetoond; er in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de activiteiten geen belemmering opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel van verzoeker; er geen sprake is van een onevenredige verkeer aantrekkende werking; opslag buiten de aanwezige gebouwen als gevolg van de activiteit niet is toegestaan; de activiteiten landschappelijk goed worden ingepast en de cultuurhistorische, landschappelijke, hydrologische en ecologische waarden niet onevenredig worden geschaad; er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'.
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
25
3.7.6 Omschakelingnaar 'Dagrecreatie' Het bevoegd gezag kan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'RecreatieDagrecreatie', mits: a.
er sprake is van een onderscheidend concept, met dien verstande dat de regionale behoefte in relatie tot de regionaal aangeboden voorzieningen dient te worden aangetoond mede in relatie tot innovatie, kwaliteit en duurzaamheid en rekening houdende met de resultaten van het onderzoek "Simpelveld marktanalyse campings" zoals opgenomen in Bijlage 2 van deze regels; b. er voldaan wordt aan de afspraken zoals vastgelegd in de Bestuursovereenkomst Regionale afspraken Zuid-Limburg; c. er kwaliteitsverbetering plaatsvindt door een goede ruimtelijke inpassing van de bebouwing, waarbij er sprake is van een goede landschappelijke inpassing en maatregelen zijn getroffen om hemelwaterproblematiek te voorkomen; d. de bedrijfsactiviteiten worden ondergebracht in de bestaande (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing. Alleen wanneer is aangetoond dat de bestaande bebouwing niet volstaat voor de activiteit, is nieuwbouw aan de orde. e. voor de vestiging van de nieuwe functie een passende maximale oppervlakte wordt gehanteerd (inclusief nieuwbouw), die wordt bepaald aan de hand van een door de initiatiefnemer te overleggen bedrijfsplan tot een maximum van 75% van de bestaande (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing. Dit betekent dat minimaal 25% aan (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De bedrijfswoning wordt niet meegerekend; f.
overtollige voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt. Karakteristieke bebouwing dient behouden te blijven; g. vervanging van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de nieuwe functie is mogelijk tot maximaal 75% van de oppervlakte van de gesloopte bebouwing; h. de uitvoerbaarheid, maatschappelijk en economisch, is aangetoond; i. er in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; j. het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd; k. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; l. de activiteiten geen belemmering opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel van verzoeker; m. er geen sprake is van een onevenredige verkeer aantrekkende werking; n. opslag buiten de aanwezige gebouwen als gevolg van de activiteit niet is toegestaan; o. de activiteiten landschappelijk goed worden ingepast en de cultuurhistorische, landschappelijke, hydrologische en ecologische waarden niet onevenredig worden geschaad; p. er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg alsmede met de kleinschalige landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone landschapselementen'.
3.7.7 Omschakelingnaar 'Maatschappelijkevoorzieningen' Het bevoegd gezag kan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Maatschappelijk', mits: a.
b.
26
er kwaliteitsverbetering plaatsvindt door een goede ruimtelijke inpassing van de bebouwing, waarbij er sprake is van een goede landschappelijke inpassing en maatregelen zijn getroffen om hemelwaterproblematiek te voorkomen; voor de vestiging van de nieuwe functie wordt een passende maximale oppervlakte gehanteerd, die wordt bepaald aan de hand van een door de initiatiefnemer te overleggen bedrijfsplan tot een maximum van 75% van de bestaande (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing (door middel van sloop). Dit betekent dat minimaal 25% aan (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De bedrijfswoning wordt niet meegerekend;
bestemmingsplanTienbaan 1 te Bocholtz
c.
overtollige voormalige agrarische bebouwing dient te worden gesloopt. Karakteristieke bebouwing blijft behouden; d. de bedrijfsactiviteiten worden ondergebracht in de bestaande (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing. Alleen wanneer is aangetoond dat de bestaande bebouwing niet volstaat voor de activiteit, is nieuwbouw aan de orde. Karakteristieke bebouwing blijft behouden; e. vervanging van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de nieuwe functie is mogelijk tot maximaal 75% van de oppervlakte van de gesloopte bebouwing. Karakteristieke bebouwing dient behouden te blijven; f. de uitvoerbaarheid, maatschappelijk en economisch, is aangetoond; g. er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; h. het goede woon- en leefklimaat ter plaatse blijft geborgd; i. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; j. de activiteiten mogen geen belemmering opleveren voor agrarische bedrijven in de omgeving van het perceel van verzoeker; k. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeer aantrekkende werking; l. opslag buiten de aanwezige gebouwen als gevolg van de activiteit is niet toegestaan; m. de activiteiten moeten landschappelijk goed worden ingepast en mogen de cultuurhistorische, landschappelijke, hydrologische en ecologische waarden niet onevenredig schaden; n.