7 23-09 Bijlage 2 Concept gemeenschappelijke regeling ZVH Parkstad.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad
DE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS EN DE BURGEMEESTERS VAN DE GEMEENTEN BEEKDAELEN, BRUNSSUM, HEERLEN, KERKRADE, LANDGRAAF, SIMPELVELD EN VOERENDAAL elk voor zover het hun bevoegdheden betreft, gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de verleende toestemmingen door de gemeenteraden van Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal, overwegende dat samenwerking op het gebied van specifieke ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen ten aanzien van zorg en veiligheid binnen een Zorg- en Veiligheidshuis meerwaarde oplevert; BESLUITEN: tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot vorming van een openbaar lichaam genaamd: Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad; b. deelnemer(s): een (de) aan deze regeling deelnemend(e) college(s) van burgemeester en wethouders en de burgemeester(s) van de gemeente(n) Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal; c. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad: het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam zoals bedoeld in artikel 2 van de regeling; e. het Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van de regeling; f. het Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de regeling; g. college(s):het (de) college(s) van burgemeester en wethouders van de gemeente(n) Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal; h. burgemeester(s): de burgemeester(s) van de gemeente(n) Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de raad en burgemeester en wethouders respectievelijk burgemeester gelezen: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.
2
Artikel 2 Instelling en doel 1. Er is een openbaar lichaam dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad. 2. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is gevestigd te Heerlen. 3. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is ingesteld ter uitvoering van specifieke ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen en -taken op het gebied van zorg en veiligheid voor de deelnemers als vermeld in artikel 3 van de regeling. Met instemming van het bestuur kan het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad dit ook leveren aan niet deelnemende overheidsorganisaties, primair binnen de regio Zuid-Limburg. 4. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad voert deze regeling uitsluitend in mandaat uit. 5. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Hoofdstuk 2 Taken Artikel 3 1. Ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen hebben betrekking op tenminste een van de volgende taken: a. Bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten en partners in het justitiële, bestuurlijke en zorgdomein om te komen tot een integrale aanpak van (potentieel) criminele of ernstige overlast veroorzakende personen of systemen, mits daarbij sprake is van complexe casuïstiek. De aanpak staat in functie van het streven de sociale veiligheid te vergroten en daarmee de leefbaarheid binnen de samenleving te verbeteren. b.
Bijdragen aan de veiligheid(-sbeleving) als onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid. Hierbij gaat het om het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg. c. Het vervullen van (specialistische) uitvoerings- en ondersteuningstaken die verband houden met de taken genoemd onder a en b. d. Het inbrengen en delen van de kennis en expertise bij de beleidsvoorbereiding en uitvoering ten aanzien van de taken of afgeleiden daarvan genoemd onder a en b. 2. Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks een overzicht op van de ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen die betrekking hebben op de in het eerste lid genoemde taken. Artikel 4 Dienstverlening 1. De deelnemers in de regeling nemen het volledige pakket aan taken, zoals genoemd in artikel 3 van de regeling, af. 2. Ter uitvoering van de taken zoals opgenomen in artikel 3 van de regeling worden dienstverleningsovereenkomsten afgesloten tussen het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad als dienstverlenende instantie (opdrachtnemer) en de deelnemers als afnemende instanties (opdrachtgevers).
3
Artikel 5 Werkzaamheden voor derden Voor zover de diensten vallen binnen het kader van de in artikel 3 vermelde taken, is het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad bevoegd tot het verrichten van diensten voor andere gemeenten dan de deelnemers en/of derden met een publiekrechtelijke status, na instemming door het Algemeen Bestuur en passend binnen geldende wettelijke kaders. Met deze organisaties worden eveneens dienstverleningsovereenkomsten afgesloten en kostendekkende prijsafspraken gemaakt. Artikel 6 Deelname aan samenwerkingsvormen 1. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 93 tot en met 95 van de wet en aan een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS), overeenkomstig de Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 [Publicatieblad L 210 van 31.7.2006]. 2. Het besluit daartoe wordt door een gekwalificeerde meerderheid van het Algemeen Bestuur genomen. Van een gekwalificeerde meerderheid is sprake bij 2/3 van het totaal aantal stemmen als bedoeld in artikel 9. Alvorens het Algemeen Bestuur een besluit neemt, worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen.
Artikel 7 Bestuursorganen Het bestuur van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad bestaat uit het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Artikel 8 Het Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door de burgemeester en één wethouder per deelnemende Gemeente. 2. Met betrekking tot de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad berust bij het Algemeen Bestuur alle bevoegdheid, die niet bij wet, dan wel bij of krachtens deze regeling aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter is geattribueerd, opgedragen of gedelegeerd. 3. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 4. Het besluit bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemers een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.
4
Artikel 9 De werkwijze van het Algemeen Bestuur 1. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. 2. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken besluit aangehouden tot de eerstvolgende vergadering. Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter. 3. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 4. Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste drie keer en voorts zo vaak als de Voorzitter of het Algemeen Bestuur dit nodig acht, of ten minste een vijfde van de leden daarom verzoeken. 5. De vergaderingen zijn openbaar. Datum, tijdstip en plaats van de vergadering worden door de Voorzitter bekend gemaakt. 6. Het Algemeen Bestuur kan besluiten dat een vergadering besloten is, indien tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de Voorzitter dat nodig acht. 7. Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.
Artikel 10 Het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemers. Artikel 11 Taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur 1. De taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur volgen uit de wet, deze Regeling of zijn door de colleges of burgemeesters opgedragen. Het Dagelijks Bestuur heeft de navolgende taken: a. de uitvoering van specifieke ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen met betrekking tot de in artikel 3 genoemde taken. b. de besturing en de verantwoording van de gemeenschappelijke regeling. c. het bevorderen en invullen van de samenwerking binnen Parkstad. d. het leggen van dwarsverbanden en initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten. e. het vervullen van de werkgeversrol voor de Zorg- en Veiligheidshuis Parkstadorganisatie. f. de communicatie naar de stakeholders, zoals gemeenteraden, colleges, provincie, maatschappelijke organisaties en ketenpartners. 2. Aan het Dagelijks Bestuur worden bij deze regeling alle bevoegdheden opgedragen , die nodig zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken.
5
Artikel 12 Besluitvorming door het Dagelijks Bestuur 1. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. 2. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken besluit aangehouden tot de eerstvolgende vergadering. Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter. 3. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 4. Aan het bepaalde in het tweede lid wordt geen toepassing gegeven als naar het oordeel van de Voorzitter het onderwerp waarover dient te worden besloten uit zijn aard geen uitstel duldt. In dat geval vindt onmiddellijk stemming plaats. 5. Indien er sprake is van verdaging, stelt de Voorzitter na heropening van de beraadslagingen vast of consensus bestaat of dat stemming nodig is. 6. Er vindt stemming/besluitvorming plaats indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is vertegenwoordigd. 7. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo vaak als de Voorzitter of tenminste twee leden dit nodig oordelen. 8.
Datum, tijdstip en plaats van een vergadering van het Dagelijks Bestuur worden door de Voorzitter aan de leden meegedeeld. De vergaderingen zijn besloten. 9. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten dat een vergadering openbaar is. 10. Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Artikel 13 De Voorzitter 1. Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan, tevens zijnde voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks Bestuur. 2. De voorzitter vertegenwoordigt het Zorg- en Veiligheidshuis in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 3. De voorzitter ondertekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. Artikel 14 De directeur/secretaris 1. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd de directeur/secretaris. 2. De directeur/secretaris wordt benoemd en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur wijst een plaatsvervanger voor de directeur/secretaris aan, die de directeur/secretaris in geval van verhindering of ontstentenis vervangt. 4. Het Dagelijks Bestuur stelt de bezoldiging van de directeur/secretaris vast. 5. Het Dagelijks bestuur stelt een instructie voor de directeur/secretaris vast.
6
Artikel 15 Taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris 1. De directeur/secretaris staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter terzijde. 2. De directeur/secretaris is aanwezig tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur en draagt zorg voor de notulering daarvan. 3. Door de directeur/secretaris worden alle stukken die van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur uitgaan (mee-) ondertekend. 4. De directeur/secretaris is belast met de algemene bedrijfsvoering en de leiding van de ambtelijke organisatie. Artikel 16 Rechtspositie 1. Op het personeel van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is de CAO ‘Samenwerkende gemeentelijke organisaties’ van toepassing alsmede de door het bestuur vastgestelde personele regelingen. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden en de personele regelingen en kan daartoe volmacht/machtiging verlenen aan de directeur/secretaris. Artikel 17 Personeel 1. Het Dagelijks Bestuur stelt de formatieomvang vast. 2. Het Dagelijks Bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel. 3.
Het Dagelijks Bestuur kan de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur/secretaris van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad, tenzij het medewerkers betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard die rechtstreeks onder de directeur/secretaris ressorteren, of de directeur/secretaris zelf. Artikel 18 Organisatie van beheer en administratie 1. Het Algemeen Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad. 2. Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur gaan geen geldleningen aan, tenzij het voornemen daartoe aan de deelnemers is gemeld onder het stellen van een termijn van ten minste vier weken om blijk te geven van hun zienswijze. Artikel 19 Ontwerpbegroting, algemene financiële/beleidsmatige kaders en voorlopige jaarrekening Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting -inclusief de algemene financiële en beleidsmatige kaders - en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Een en ander overeenkomstig artikel 34b en 35 van de wet.
7
Artikel 20 De begroting 1. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient. 2. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten, overeenkomstig artikel 34, tweede lid, van de wet. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting van baten en lasten op, voorzien van een toelichting, en zendt deze conform artikel 19 toe aan de gemeenteraden. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt overeenkomstig artikel 35, vierde lid, van de wet. 4. Artikel 35, leden één, drie, vier en vijf van de Wet zijn niet van toepassing op begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de jaarlijkse bijdragen van de aan de regeling deelnemende gemeenten. Artikel 21 De jaarrekening 1.
Het Dagelijks Bestuur biedt de rekening van baten en lasten over het afgelopen jaar met alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan. 2. Deze gaat vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld overeenkomstig de ingevolge de Gemeentewet aangewezen deskundige, en van hetgeen het Dagelijks Bestuur overigens te harer verantwoording dienstig acht. 3. Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening, met alle bijbehorende stukken, binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. 4. In de jaarrekening wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van deze regeling, de door iedere deelnemende Gemeente over het desbetreffende jaar verschuldigde bijdrage opgenomen. Artikel 22 Inkomstenbronnen De begroting van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad wordt gevoed uit: a. de bijdragen van de Gemeenten, tot het bedrag dat jaarlijks bij de vaststelling van de begroting wordt aangegeven naar rato van het inwoneraantal. b. de bijdragen van de Gemeenten voor de taken die op hun verzoek worden uitgevoerd. c. subsidies; d. overige inkomsten.
8
Artikel 23 Betaling van bijdragen De Gemeenten betalen voor de vijftiende dag van de maanden januari, april, juli en oktober telkens een vierde deel van de voor het begrotingsjaar geraamde bijdrage. Artikel 24 Archivering 1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. 2. De directeur/ secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats Historisch Centrum Limburg. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Historisch Centrum Limburg. 6. De archivaris van Historisch Centrum Limburg brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7.
Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. 8. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken. 9. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 10. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling. Artikel 25 Inlichtingenplicht voor de gemeenten De besturen van de Gemeenten verstrekken op verzoek van het Algemeen Bestuur en/of het Dagelijks Bestuur de benodigde inlichtingen en geven de medewerking, die voor de vervulling van de taken van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad nodig is.
9
Artikel 26 Inlichtingen en verantwoording aan het Algemeen Bestuur 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven (on)gevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie, die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde beleid nodig is. Deze informatie wordt verstrekt tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. 3. Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, wanneer één of meer leden daarom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen. Deze inlichtingen worden, behoudens strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee maanden, in een vergadering van het Algemeen Bestuur verstrekt. Artikel 27 Inlichtingen door de leden van het Algemeen Bestuur 1. Een lid van het Algemeen bestuur verschaft de raad, het college en de burgemeester van zijn Gemeente op de voor die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen, die door deze raad, college of burgemeester worden verlangd. 2. Deze inlichtingen worden, behoudens strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden verstrekt. 3.
De raad, het college of burgemeester kan een lid van het Algemeen Bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. 4. De raad ontvangt twee maal per jaar een voortgangsrapportage. Artikel 28 Inlichtingen door de bestuursorganen 1. De bestuursorganen genoemd in artikel 7 verstrekken aan de raden en de colleges van de Gemeenten de door één of meer leden van die raden of door de colleges gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het algemeen belang. 2. De bestuursorganen genoemd in artikel 7 verstrekken aan de raden schriftelijk en zo spoedig mogelijk alle informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Artikel 29 Toetreding 1. Toetreding tot deze regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers alsmede van de potentiële deelnemer na verkregen toestemming van de gemeenteraden. Voorafgaande aan de besluitvorming omtrent toestemming worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken. 2. Het bestuur doet een voorstel omtrent de toetreding en geeft daarin aan of, en zo ja, welke voorwaarden aan de toetreding zijn verbonden. 3.
Het bestuur stelt een toetredingssom vast voor de toetreding tot deze regeling. 4. De toetreding gaat in op een in overleg tussen het bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip dat de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen.
10
Artikel 30 Uittreding 1. Een college van burgemeester en wethouders of burgemeester van een van de gemeenten kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Een college dan wel burgemeester zendt, na toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het bestuur het besluit heeft ontvangen. 3. Het bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het conceptuittredingsplan. 4. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de colleges en burgemeesters unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. Artikel 30a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de secretaris. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast.
Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 29b en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico- opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
11
8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Artikel 30b Te vergoeden kosten 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 4. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer.
De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 30a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 30a, achtste lid, anders is vastgelegd. 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 30, vijfde lid. 7. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 30c Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van het Zorg- en Veiligheidshuis die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden.
De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
12
Artikel 31 Opheffing 1. De Regeling wordt ontbonden en het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad daarmee opgeheven, indien tenminste drie/vierde van de deelnemers daartoe besluiten, na verkregen toestemming van de betreffende gemeenteraden. 2. In geval van opheffing van de Regeling en daardoor uiteindelijk de ontbinding van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad stelt het Algemeen Bestuur een liquidatieplan vast, waarin in elk geval een sociaal plan ten aanzien van het personeel is opgenomen. Voordat het algemeen bestuur het liquidatieplan vaststelt worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Zo nodig blijven de bestuursorganen van de Regeling ook na de ingangsdatum van de opheffingsbesluiten in functie, totdat de liquidatie is beëindigd. Artikel 32 Wijziging De Regeling kan worden gewijzigd indien tenminste drie/vierde van de deelnemers daartoe besluiten, nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze in te dienen en nadat de gemeenteraden toestemming hebben verleend . Artikel 33 Onvoorziene situaties In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het Algemeen Bestuur, zoveel mogelijk analoog aan of in de geest van de bepalingen van de Gemeentewet, de Wet en de Regeling.
Artikel 34 Evaluatie, burgerparticipatie en zienswijzen 1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een evaluatie van deze regeling binnen twee jaar na het in werking treden van deze regeling en rapporteert daarover aan de deelnemers. 2. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden niet betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling. 3. Deze regeling voorziet ten aanzien van de volgende besluiten van het Algemeen Bestuur in de mogelijkheid voor raden om voorafgaande aan besluitvorming door het Algemeen Bestuur een zienswijze naar voren te brengen: a. het besluit tot deelname aan een andere gemeenschappelijke regeling (artikel 6, eerste lid) b. het besluit tot deelname aan een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (artikel 6, tweede eerste lid); c. het vaststellen van een liquidatieplan (artikel 31, tweede lid).
13
Artikel 35 Rechtskracht eerder genomen besluiten Vóór de inwerkingtreding van deze regeling door de bestuursorganen genomen besluiten op grond van de Samenwerkingsovereenkomst Veiligheidshuis Parkstad, behouden hun rechtskracht totdat door de bevoegde organen in deze nieuwe besluiten zijn genomen dan wel deze besluiten van rechtswege zijn vervallen. Artikel 36 Bekendmaking en inwerkingtreden 1. De Regeling treedt in werking op 1 augustus 2023. 2. Het college van de gemeente Kerkrade is het bestuur zoals bedoeld in artikel 26, eerste lid van de wet. 3. Bekendmaking geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid van de wet. Artikel 37 Titel De Regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad“.
14
Aldus vastgesteld door: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen De burgemeester van de gemeente Beekdaelen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum De burgemeester van de gemeente Brunssum Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen De burgemeester van de gemeente Heerlen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade De burgemeester van de gemeente Kerkrade Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf De burgemeester van de gemeente Landgraaf Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld De burgemeester van de gemeente Simpelveld Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal De burgemeester van de gemeente Voerendaal
15