CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage 3.2 Het Bestemmingsplan 'Markt 11 te Simpelveld' d.d. 5 december 2022-Toelichting.pdf

Commissie GGZ 26 januari 2023, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Markt 11 Simpelveld14.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde. Dit houdt in dat er een kans van 1 op 1 miljoen is op overlijden. 5.6.2 Risicovollebronnen Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico's, is de Risicokaart Limburg geraadpleegd.

Op de risicokaart is informatie opgenomen over transportroutes, buisleidingen, en risicovolle inrichtingen.

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

33

Uitsnede Risicokaart met aanduiding plangebied Risicovolleinrichtingen (Bevi) Sinds 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van kracht, op basis waarvan overheden verplicht zijn afstand te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Op een afstand van 865 meter van onderhavig plangebied is een gasdrukregel- en meestation gelegen. De risicocontour van deze inrichting bedraagt 15 meter. Zowel de plaatsgebonden risicocontour als het groepsrisico van deze inrichting vormt geen belemmeringen. Transportroutes (Bevt) In de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Overeenkomstig het Bevt hoeft geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op minder dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, dient een berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van de) hoogte van het groepsrisico. Op een afstand van circa 960 meter van onderhavig plangebied is de provinciale weg N281 gelegen. De autosnelweg A76 is gelegen op een afstand van ruim 1.100 meter van het plangebied. Over deze wegen is sprake van transportroutes voor gevaarlijke stoffen.

Beide wegen zijn echter gelegen op meer dan 900 meter van het plangebied. Omdat geen sprake is van een ligging binnen 200 meter van deze wegen, vormen deze transportroutes geen beperkingen voor onderhavig planvoornemen. Transportleidingen gevaarlijke stoffen (Bevb) Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Deze AMvB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen, zoals aardgas. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan, op grond waarvan de bouw van een kwetsbaar object bij een

34

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

buisleiding wordt toegelaten: wordt een waarde in acht genomen van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten ofwel binnen de PR-contour is de bouw van een kwetsbaar object niet toegestaan; wordt tevens het groepsrisico in het invloedgebied van de buisleiding verantwoord (invloedsgebied: het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico van de buisleiding tot de grens waarbinnen de letaliteit van die personen 1% is). De meest nabij gelegen buisleiding is op circa 1.100 meter ten noordoosten gelegen van onderhavig plangebied. Het betreft een aardgasleiding in beheer van de Gasunie. Onderhavig plangebied valt buiten de plaatsgebonden risicocontour en is niet gelegen binnen het invloedsgebied van de buisleiding (430 meter). 5.6.3 Conclusie externe veiligheid Als gevolg van onderhavige planontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico's in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Hierdoor is de planontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.7

Milieuzonering

5.7.1

Algemeen

Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. 5.7.2 Bestaande bedrijvigheid Teneinde te bepalen of een goed woon- en leefklimaat in de nieuw te realiseren woningen aanwezig is, dient bestaande bedrijvigheid in de (directe) omgeving van onderhavig plangebied te worden beoordeeld. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)'. Het plangebied is gelegen op de locatie Markt 11 te Simpelveld. Onderhavige locatie kenmerkt zich als een gemengd gebied omdat op relatief korte afstand meerdere centrumvoorzieningen zijn gelegen, waaronder woningen, horeca, bedrijfslocaties en detailhandel.

Uitgaande van de VNG handreiking 'Bedrijven en milieuzonering 2009' geldt als uitgangspunt dat de richtafstand in een gemengd gebied kan worden verlaagd. Markt 5 Simpelveld Aan de oostzijde van het plangebied is een fitnessstudio gelegen. Met inachtneming van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor de categorie 'fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden' (SBI-2008:9313, 9604) een minimale richtafstand van 30 meter. Aangezien onderhavige locatie is gelegen in gemengd gebied kan de richtafstand worden verlaagd tot 10 meter. Aan deze afstand wordt voldaan.

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

35

Markt 13 Simpelveld Aan de westzijde van onderhavig plangebied is een cafetaria gelegen. Met inachtneming van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor de categorie 'restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.' (SBI-2008:561) een minimale richtafstand van 10 meter. Aangezien onderhavige locatie is gelegen in gemengd gebied kan de richtafstand worden verlaagd tot 0 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Markt 15 Simpelveld Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt op de locatie Markt 15 te Simpelveld de bestemming 'Centrum' met de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor dit type bedrijfsactiviteit een minimale richtafstand van 30 meter. Gelet op het feit dat de locatie is gelegen in een gemengd gebied, kan de richtafstand worden verlaagd tot 10 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Kloosterstraat Bovendien is aan de zuidzijde van onderhavig plangebied de Kloosterstraat gelegen. Aan deze zijde van het plangebied zijn diverse centrumvoorzieningen aanwezig, waaronder een horecagelegenheid en diverse winkels. Gelet op de afstand tussen het beoogd appartementengebouw en deze voorzieningen, wordt geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling geen invloed heeft op de bedrijfsvoering van deze bedrijven.

Andersom hebben deze activiteiten geen invloed op het garanderen van een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen. 5.7.3

Conclusie milieuzonering

Gelet op vorenstaande uiteenzetting wordt geconcludeerd dat het aspect milieuzonering geen belemmering vormt voor de voorgenomen planontwikkeling.

5.8

Natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. 5.8.1 Natuurnetwerk Blijkens de kaart 'Natuur' van de ontwerp-omgevingsverordening 2021 is onderhavig plangebied gelegen buiten de Natuurbeek, Natura 2000-gebieden, Natuurbeekzones, Natuurnetwerk en de Groenblauwe mantel.

36

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

Uitsnede kaart 'Natuur' POL2014 met aanduiding plangebied 5.8.2 Natura2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura-2000 gebieden worden beschermd door de 'Wet Natuurbescherming'. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft het zuidwestelijk gelegen 'Geuldal'. De afstand tussen onderhavig plangebied en dit Natura 2000 gebied bedraagt circa 2 kilometer. Ter plaatse van onderhavig plangebied zelf is geen Natura-2000 gebied aanwezig.

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

37

Kaart 'Natura2000' van Atlas Limburg met aanduiding plangebied Met onderhavig voornemen wordt een nieuw appartementengebouw met commerciële ruimte gerealiseerd aan de Markt 11 te Simpelveld. Tot voor kort was de realisatiefase van een project vrijgesteld van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. De bedoeling daarvan was dat bij de vergunningverlening voor een project geen rekening hoefde te worden gehouden met de stikstofuitstoot van bouwactiviteiten. In de uitspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) is echter geoordeeld dat deze bouwvrijstelling niet mag worden toegepast. Rekening houdend met onderhavige ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd dat zich toespitst op de realisatiefase (slopen en bouwen) en de gebruiksfase. Betreffend stikstofonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Realisatiefase Bij de sloop van het bestaande gebouw en de bouw van het nieuwe pand wordt gebruik gemaakt van machines met verbrandingsmotoren. Bij dit gebruik komt NOx vrij. Naast het gebruik van de machines vindt er NOx-emissie plaats door verkeersbewegingen die horen bij de aan- en afvoer van bouwmaterialen en verkeersbewegingen van bouwpersoneel. Op basis van de bouwtekening is een "worst –case" inschatting gemaakt van het gebruik en de duur van het gebruik van de bouwmachines en het brandstofgebruik.

Tijdens de bouw wordt gebruik gemaakt van graafmachines voor de sloop van het gebouw en het bouwrijp maken van de locatie, het uitgraven van de fundering en het aanleggen van infrastructuur. Tijdens de bouw wordt vervolgens gebruik gemaakt van betonstorters en hijskranen. Gebruiksfase De nieuwbouw wordt voorzien van een warmtepomp en is als zodanig emissie-loos. Alleen de verkeersbewegingen, behorende bij het gebruik van het gebouw veroorzaken NOx--emissie. In de gebruiksfase is, op basis van normering CROW (Nr. 381), gekeken naar de te verwachten verkeersbewegingen. Als norm voor het bepalen van de verkeersbewegingen is voor het gebruik van de appartementen uitgegaan van koopappartement (duur, centrum), met maximaal 7.6 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de commerciële ruimte is op basis van de hoofdgroep winkelen en boodschappen (centrum, niet stedelijk), uitgegaan van 38,2 verkeersbewegingen per 100 M2 BVO per etmaal. In dit geval is op basis van voorgaande uitgegaan van (160 m2 maal 38,2 /100 m2 ) 61,12 verkeersbewegingen voor de commerciële ruimte en (26 maal 7,6) 197,6 verkeersbewegingen voor het gebruik van de appartementen. De verkeersbewegingen worden in de berekening

38

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

meegenomen totdat het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. In dit geval zijnde de rotonde aan de Dorpstraat. Uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op, voor stikstof gevoelige, natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Kortom: negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen met zekerheid worden uitgesloten. De uitkomsten van de AERIUS berekening geven derhalve geen aanleiding een Wnb-vergunning aan te vragen of een verklaring van geen bedenkingen te vragen vanwege mogelijke effecten op N2000-gebieden. 5.8.3 Flora- en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten.

Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Vooropgesteld moet worden dat onderhavig plangebied volledig is verhard respectievelijk bebouwd. Gelet op de terreingesteldheid van onderhavige locatie, wordt niet verwacht dat ter plekke leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde dier- en plantensoorten. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is de website www.waarneming.nl geraadpleegd welke recente data bevat met waarnemingen over flora en fauna. Uitgaande van waarneming.nl zijn tot voor kort geen beschermde flora en fauna aangetroffen ter plaatse van onderhavig plangebied. In onderstaande figuur wordt een en ander nader gevisualiseerd.

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

39

Uitsnede kaart www.waarneming.nl met aanduiding plangebied 5.8.4 Conclusie natuurbescherming Gelet op vorenstaande vormt het aspect natuurbescherming geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling. Opgemerkt wordt dat artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

40

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

Hoofdstuk 6 6.1

Waterparagraaf

Nationaal waterplan

In het Nationaal waterplan is het (strategische) waterbeleid van het Rijk vastgelegd. De hoofdlijnen van het Nationaal waterplan luiden als volgt (artikel 4.1, lid 2 Waterwet): a. b. c. d.

een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn; een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid; een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatveranderingen.

Het Nationaal waterplan kent een looptijd van 2016 tot 2021 en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen.

6.2

Provinciaal beleid

De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.

6.3

Afhandeling afval- en hemelwater

Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Simpelveld. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

41

afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui met een neerslaghoeveelheid van 80 millimeter in 2 uur, met een noodoverlaat. De footprint van de begane grond van de beoogde bebouwing bedraagt in totaal 975 m². Daarnaast zal naar verwachting op bepaalde delen van het buitenterrein worden gewerkt met volledige verharding. Bovendien zal een deel van het terrein worden uitgevoerd met halfverharding zodat het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren in de bodem. In deze fase van de planontwikkeling staat de concrete invulling van het buitenterrein nog niet vast, hetgeen in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' nader zal worden uitgewerkt. Bovendien is initiatiefnemer voornemens om na de sloop van de bestaande bebouwing een iniltratieonderzoek te laten uitvoeren naar de waterdoorlatendheid van de bodem.

Op het moment dat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, kan initiatiefnemer de voorgenomen wijze van opvang van hemelwater op eigen terrein nader uitwerken. Indien een concrete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend voor het realiseren van onderhavig bouwplan op basis van voorliggend bestemmingsplan, dient ten behoeve van de uitwerking van een hemelwatervoorziening rekening te worden gehouden met vorenstaande kengetallen. Daarnaast is op dat moment de concrete invulling van het buitenterrein duidelijk. Gelet op de grootte van onderhavig plangebied is afdoende ruimte beschikbaar voor het kunnen realiseren van een adequate hemelwatervoorziening. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening dient enkel schoon hemelwater te worden opgevangen, waaraan geen verontreinigde stoffen worden toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. Een infiltratievoorziening kan in dat opzicht tevens dienst doen als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert. Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien.

6.4

Conclusie waterhuishouding

Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

42

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

Hoofdstuk 7

Overige aspecten

Naast de diverse milieuaspecten en de waterhuishouding, zoals uiteengezet in hoofdstuk 5 en 6, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten kabels en leidingen, verkeer en parkeren, en duurzaamheid.

7.1

Kabels en leidingen

Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.

7.2

Verkeer en parkeren

Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 7.2.1 Verkeersstructuur Onderhavig plangebied wordt ontsloten via de Markt. In de beoogde situatie wordt de bestaande bebouwing ten behoeve van het bouwcenter gesloopt en ter plekke een nieuw appartementengebouw opgericht. De ontsluiting van het plangebied wordt ook in de beoogde situatie voorzien via de Markt. Deze in-uitritconstructie verschaft eveneens de toegang naar het parkeerterrein welk wordt beoogd aan de zuidwestzijde van het plangebied. Het bestaande wegennet is zodanig dat het de verkeersstromen als gevolg van de nieuwe wooneenheden probleemloos kan opvangen. 7.2.2 Parkeren De CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' voorziet allereerst in parkeerkencijfers voor 'koop, appartement, midden'. Onderhavige locatie is gelegen in 'weinig stedelijk gebied' en 'centrum'. Daarbij zijn minimaal 1,0 en maximaal 1,8 parkeerplaatsen per appartement benodigd. Onderhavige ontwikkeling ziet op het realiseren van een nieuw appartementengebouw met 26 appartementen. De parkeerbehoefte die met de realisatie van de woonappartementen gepaard gaat, bedraagt minimaal 26 parkeerplaatsen en maximaal 47 parkeerplaatsen.

Wat betreft de te realiseren woningen beoogd initiatiefnemer aan te sluiten bij de minimale parkeernorm, namelijk één parkeerplaats per appartement. Dit omdat de beoogde woningen een levensloopbestendig karakter hebben en daarmee uitermate geschikt zijn voor de oudere doelgroep. Gelet op dit type doelgroep ligt het niet in de verwachting dat elke bewoner beschikt over een auto. Daarnaast is het niet wenselijk om op het volledige terrein parkeerplaatsen te realiseren omdat daarmee de openheid en de landschappelijke functie die net zo gewenst zijn in het centrum van Simpelveld, komen te vervallen. Daar komt bij dat in de toekomst wellicht kan worden toegegroeid naar extra parkeergelegenheid op eigen terrein door potentiële ontwikkelingen aan de westzijde van het plangebied. Bovendien wordt in de nieuwe bebouwing een commerciële ruimte in de plint aan de straatzijde voorzien. Deze commerciële plint kan vrij worden ingevuld ten behoeve van onder andere detailhandel, horeca of dienstverlening. Ten aanzien van deze categorieën worden op basis van de CROW-publicatie de volgende parkeernormen aangehouden: Detailhandel

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

43

Voor de categorie 'woonwarenhuis/woonwinkel' wordt op basis van de CROW-publicatie in de zone 'weinig stedelijk gebied' en 'centrum' uitgegaan van minimaal 1,0 parkeerplaats en maximaal 1,5 parkeerplaatsen. Uitgaande van een brutovloeroppervlak van 160 m2 , bedraagt de parkeerbehoefte minimaal 2 parkeerplaatsen en maximaal 3 parkeerplaatsen. Horeca Voor de categorie 'café/bar/cafetaria' wordt op basis van de CROW-publicatie in de zone 'weinig stedelijk gebied' en 'centrum' uitgegaan van minimaal 5,0 parkeerplaatsen en maximaal 7,0 parkeerplaatsen. Uitgaande van een brutovloeroppervlak van 160 m2 , bedraagt de parkeerbehoefte minimaal 8 parkeerplaatsen en maximaal 12 parkeerplaatsen. Commerciële dienstverlening In de zone 'weinig stedelijk gebied' en 'centrum' wordt per 100 m2 bvo uitgegaan van minimaal 2,2 en maximaal 2,7 parkeerplaatsen. Uitgaande van een brutovloeroppervlak van 160 m2 , bedraagt de parkeerbehoefte minimaal 4 parkeerplaatsen en maximaal 5 parkeerplaatsen.

Uitgaande van de maximale parkeerbehoefte voor de vrijelijk in te vullen commerciële ruimte, dient de categorie 'horeca' als uitgangspunt te worden genomen. Daarbij geldt een minimale en maximale parkeerbehoefte van 8 respectievelijk 12 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte die gepaard gaat met de te realiseren commerciële ruimte kan worden afgewikkeld op het Marktplein en in het verlengde daarvan de Parklaan. De openbare parkeerbalans is ter plaatse zodanig dat deze de aanvullende parkeerbehoefte kan opvangen. Tot slot dient rekening te worden gehouden met het feit dat onderhavige ontwikkeling gepaard gaat met het wegbestemmen van een bedrijfsmatige functie ter plaatse. Tot op heden wordt op onderhavige locatie Bouwcenter Muyrers & Wijnen geëxploiteerd, hetgeen gepaard gaat met een verkeersaantrekkende werking met bijbehorende parkeerbehoefte. Klandizie van het bouwcenter parkeert in de huidige situatie reeds op het Marktplein. Daarbij is van belang dat de beoogde commerciële ruimte gelet op haar aard en omvang minder verkeersaantrekkende werking en parkeerbehoefte heeft dan het bouwcenter. 7.2.3 Conclusie verkeer en parkeren Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

7.3

Duurzaamheid

Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen. Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. De nieuwe bebouwing wordt gasloos en energiezuinig uitgevoerd. Daartoe worden de gevels en de daken hoogwaardig geïsoleerd. Daarnaast wordt gewerkt met een warmtepomp. Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat.

44

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

Hoofdstuk 8

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

8.1

Grondexploitatie

8.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 8.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).

Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Onder artikel 6.2.1, sub a, zijn vervolgens gevallen opgenomen waarvoor geen exploitatieplan behoeft te worden opgesteld. De gemeente Simpelveld sluit vooralsnog geen anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van het project.

8.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Simpelveld zal met initiatiefnemer/ontwikkelaar voorafgaand aan het opstarten van de procedure Wro een zogenaamde 'planschadeverhaalsovereenkomst' sluiten waarbij alle hiermee gemoeide kosten van adviseurs en dergelijke alsmede de daadwerkelijke kosten uitbetaling planschade voor rekening initiatiefnemer/ontwikkelaar komen.

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

45

46

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

Hoofdstuk 9 9.1

Juridische aspecten

Algemene plansystematiek en juridische opbouw

Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings-, wijzigings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.

Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting. 9.1.1 Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan is niet juridisch bindend, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het plan.

Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: Hoofdstuk 1: Inleidende regels 1. Begrippen 2. Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

47

1. Bestemmingen 2. Voorlopige bestemmingen 3. Uit te werken bestemmingen 4. Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels 1. Anti-dubbeltelregel 2. Algemene bouwregels 3. Algemene gebruiksregels 4. Algemene aanduidingsregels 5. Algemene afwijkingssregels 6. Algemene wijzigingsregels 7. Verwerkelijking in de naaste toekomst 8. Algemene procedureregels 9. Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels 1. Overgangsrecht 2. Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Daarbij dient te worden vermeld dat de regels van voorliggend plan overeenkomstig het 'moederplan' (bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld') zijn opgesteld. Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'.

Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/ maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. Verder voorziet een verbeelding in de naam van het van toepassing zijnde bestemmingsplan en een IDN-nummer, conform het 'Handboek gebiedsgerichte besluiten gemeente Simpelveld'. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen. 9.1.2 Toelichting gehanteerde planologisch-juridischeregeling Hiernavolgend wordt een toelichting gegeven op de in voorliggend bestemmingsplan gehanteerde planologisch-juridische regeling en de daaromtrent gemaakte keuzen.

48

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

Op de verbeelding wordt gewerkt met bestemmingen en bouw- en functieaanduidingen. Voor het toepassen van de bestemmingen is de systematiek van het bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld' overgenomen. Bestemming 'Centrum' Bij voorliggend bestemmingsplan is de bestemming 'Centrum', conform het bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld', vastgelegd. Daarnaast is de omvang van het bestaande bouwvlak teruggebracht tot de contouren van de beoogde bebouwing. Bovendien is binnen het plangebied een maatvoeringsaanduiding opgenomen waardoor ter plekke een maximale bouw- en goothoogte van 12,5 meter in acht moet worden genomen. Het voornemen is om op onderhavige locatie nieuwe bebouwing te realiseren waar 26 gestapelde appartementen worden beoogd en aanvullend een commerciële ruimte worden voorzien. Op de verbeelding wordt met behulp van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' vastgelegd dat ter plekke maximaal 26 woningen/wooneenheden aanwezig mogen zijn. Bovendien wordt in de plint aan de straatzijde van het pand een commerciële ruimte voorzien die vrij kan worden ingevuld ten behoeve van onder andere detailhandel, horeca of dienstverlening.

9.2

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties.

9.3

Inspraak

Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Simpelveld heeft kenbaar gemaakt dat voor voorliggende planontwikkeling geen inspraak hoeft te worden gehouden met als gevolg dat direct wordt overgegaan tot de formele bestemmingsplanprocedure (vanaf ontwerp plan).

9.4

Formele procedure

9.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken.

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

49

3. 4. 5.

6. 7.

Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

9.4.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 5 oktober 2022 tot en met 15 november 2022 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingekomen.

50

bestemmingsplanMarkt 11 te Simpelveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=45474786-8e99-4c5f-84b2-db5f7c757235