6. Bijlage 3.2_Bijlage 2 Archeologisch bureauonderzoek.pdf
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21122 Markt 11 te Simpelveld Gemeente Simpelveld Bureauonderzoek
Concept versie 29-07-2022 Rob Paulussen Anneleen Van de Water
Juli 2022
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21122 Markt 11 te Simpelveld Gemeente Simpelveld Bureauonderzoek
Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
Aelmans, Kerkstraat 4, 6367 JE Voerendaal 21-201 ArcheoPro Rapport Markt 11, Simpelveld 2022 07 29 29-07-2022 Concept 2 5143535100 Gemeente Simpelveld Hilde Vanneste Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro 1569-7363 Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Niet van toepassing Drs. R.P.A. Paulussen, senior KNA archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2022 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 29-07-2022
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 3
Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 6 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 6 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 6 1.3 HUIDIGE SITUATIE (LS01) .................................................................................................................................................................... 7 1.4 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................ 8 1.5 ONDERZOEK EN VRAAGSTELLING ..............................................................................................................................................................
9 1.6 BELEID EN RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................................................................10
2 BUREAUONDERZOEK ......................................................................................................................... 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE EN BODEM (LS04) ...........................................................................................................................................12 2.3 REFERENTIEPROFIEL.................................................................................................................................................................................15 2.4 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................20 2.5 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN (LS01/LS04) ..................................................................................................................27 2.6 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................27 2.7 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05)
...........................................................................................31
3 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
(VS07) .............................................................................. 35
3.1. CONCLUSIES ...............................................................................................................................................................................................35 3.2. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................35
4. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 37 5. BIJLAGES................................................................................................................................................ 40 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................40 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................40 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................41 BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN ........................................................................................................................42 BIJLAGE 5: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN .....................................................................................................43
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 4
Samenvatting In mei 2022 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot een terrein aan de Markt 11 te Simpelveld (gemeente Simpelveld). Het archeologisch vooronderzoek betrof een bureauonderzoek. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Op basis hiervan dient te worden bepaald of archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat voor het plangebied een hoge verwachting voor afgedekte bijzondere (paleoecologische, landschapsgenetische en natte archeologische) datasets en uit alle perioden geldt alsmede een hoge verwachting voor archeologische off site en beekdalgerelateerde resten uit alle periodes vanaf de Romeinse tijd. Tevens geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten en grafvelden uit alle periodes vanaf het neolithicum. Voor alle andere complexen geldt een lage verwachting op basis van het bureauonderzoek. Op basis van de resultaten van de bureaustudie en de daarin geformuleerde (middel)hoge archeologische verwachting voor resten uit het neolithicum of latere perioden wordt geadviseerd om een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van archeologische nederzettings- en off site resten binnen het plangebied.
Deze resten kunnen een relevante kenniswinst opleveren over het gebruik van het Eyserbeekdal en de bijbehorende beekdalranden in het verleden. Geadviseerd wordt om het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische begeleiding (IVO-P variant archeologische begeleiding, KNA-protocol 4003,) met de optie van doorstart naar een opgraving (KNA-protocol 4004), waarbij de sloop van ondergrondse moderne bouwelementen pas plaatsvindt na beëindiging van de begeleiding c.q. de opgraving dan wel ter plaatse van terreindelen die tussentijds op basis van waarnemingen tijdens de begeleiding door de gemeente Simpelveld expliciet zijn vrijgegeven.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 5
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart.1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 6
1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens
Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging
Versie: 29-07-2022
Niet van toepassing Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro
(LS02)
Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging
Kadastrale ligging
Aelmans, Kerkstraat 4, 6367 JE Voerendaal Sjoerd van de Venne Mei 2022 5143535100 Bestemmingsplanwijzing Gemeente Simpelveld Mevr. H. Vanneste
Limburg Simpelveld Simpelveld Markt 11 Het plangebied ligt in de kern van Simpelveld, zowat centraal binnen de gemeente Simpelveld. Aan de noordzijde begrenst de Markt het plangebied; aan de andere zijdes begrenzen de achtererven of bebouwing van de Marktstraat, Kloosterstraat of Markt het plangebied. Figuur 1 en 2. 196.981 / 316.217 196.981 / 316.296 197.038 / 316.296 197.038 / 316.217 SPV00, sectie B, nummers 3270, 3272, 3440 en 3507 (allen gedeeltelijk) 1321 m2 Particulier (grotendeels) en publiek (klein gedeelte). Figuur 2. Bebouwd en verhard 134,3 t/m 139,8 m +NAP
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 7
Figuur 2: Luchtfoto2 uit 2021. Het plangebied is rood omlijnd.
1.3 Huidige situatie
(LS01)
Het plangebied ligt in de kern van Simpelveld, zowat centraal binnen de gemeente Simpelveld. Aan de noordzijde begrenst de Markt het plangebied; aan de andere zijdes begrenzen de achtererven of bebouwing van de Marktstraat, Kloosterstraat of Markt het plangebied. Het plangebied is heden ten dage deels bebouwd (bouwmarkt) en deels verhard en in gebruik voor opslag en/of parkeren. Figuur 3. Informatie over de ondergrondse delen van de bestaande bebouwing of andere ondergrondse structuren is niet verkregen van de opdrachtgever. Het is derhalve onbekend of kelders aanwezig zijn, dan wel hoe gebouwen gefundeerd zijn.
2 Bron: http://www.pdok.nl
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 8
Figuur 3: Foto-impressie van het plangebied.3
1.4 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep
Wijze fundering Onderkeldering Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging GW-stand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
Het planvoornemen bestaat uit de herontwikkeling van het gebied. De wens bestaat om de bestaande bebouwing te slopen en te vervangen door twee appartementengebouwen. In totaal worden met het nieuwe bouwplan 26 wooneenheden voorzien. Buiten het plangebied wordt een landschappelijke inpassing voorzien met groen en wadi’s en parkeergelegenheid voor 26 auto’s. Figuur 4. Vanwege het RO-proces waarin het planvoornemen zich bevindt, zijn nog geen gedetailleerde bouwtekeningen bekend. Concrete informatie over fundering, kabels en leidingen, etc. zijn nog niet voorhanden. Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend
3 Bron: google street view, mei 2022.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 9
Figuur 4: Planvoornemen.4 Het plangebied is rood omlijnd.
1.5 Onderzoek en vraagstelling In mei 2022 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Markt 11 te Simpelveld (gemeente Simpelveld). Het archeologisch vooronderzoek betrof een bureauonderzoek. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P.A. Paulussen (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector), lic. A.E.M. Van de Water (senior KNA archeoloog) en drs. ing. P.J. Orbons (GIS-ondersteuning) conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000). ArcheoPro is in het bezit van het daarvoor vereiste SIKB BRL 4000 certificaat 4002 en 4003 (IVO o).
4 Bron: Voorontwerp nieuw bouwvlak d.d. 14 april 2022.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 10
1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld.5 Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan Kernen gemeente Simpelveld6 valt het plangebied in een zone van archeologische waarde. Aan deze zonering heeft het gemeentelijke beleid en het bestemmingsplan de vrijstellingsgrenzen van 40 cm (diepte) en respectievelijk 100 m² (oppervlakte) gekoppeld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer bij overschrijding van de vrijstellingsgrens, een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Simpelveld heeft geen aanvullende uitvoeringskaders voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek. Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.
5 Vanneste, H. & M. Verhoeven, 2013. Geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart
gemeente Simpelveld. I. Archeologische verwachtings- en beleidskaart, vastgesteld 19-12-2013; II. Beslistabel archeologische onderzoeksplicht, vastgesteld 19-12-2013 en III. Verhoeven M., 2007. Hoog, Middelhoog en Laag; een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor Parkstad Limburg gemeenten en de gemeente Nuth, RAAP-rapport 1483. 6 NL.IMRO.0965.BPLGM04Kernen-VA01, onherroepelijk vastgesteld 26 maart 2015. Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 11
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap, J. Renes 1988 • Gemeente Simpelveld, archeologische verwachtingskaart en beleidskaart • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 • Kaart Archeologie in Nederland7 • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven. De kaart Archeologie in Nederland is een combinatie van de 7 Bron: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-
nederland-amk-en-ikaw Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 12
Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De huidige AMK kan dan ook beschouwd worden als een statisch bestand. De IKAW bevat een vlakdekkende en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten. Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologisch inhoudelijke kennis van het bodemarchief. De kaart geeft een globaal beeld van de trefkans op archeologische resten in de bodem en onder water. Deze trefkans wordt per gebied van 50 bij 50 meter aangegeven met een van de categorieën: ‘hoge', ‘middelhoge', ‘lage' of ‘zeer lage' trefkans, dan wel: ‘niet gekarteerd'. Deze laatste categorie geeft aan van welke gebieden tijdens het maken van deze versie van de IKAW geen bodemkundige of geologische gegevens beschikbaar waren. Het gaat hier vooral om bebouwde gebieden.
2.2 Geo(morfo)logie en bodem (LS04) Het plangebied ligt binnen het Zuid-Limburgse lössgebied op de zuidrand van het zogenaamde Plateau van Ubachsberg. Figuur 5. Dit is een hooggelegen erosierest waar de Pleistocene Maas geen invloed heeft gehad. De zuidelijke begrenzing van dit plateau wordt gevormd door het dal van de Eyserbeek. De ondergrond van het plateau van Ubachsberg bestaat uit een dik pakket mariene zanden uit het laat-Tertiair (periode van het Oligoceen en Mioceen, ca. 34-5,3 miljoen jaar BP). Plaatselijk komen nog geïsoleerde resten van fluviatiele Maasafzettingen behorend tot de kiezeloölietformatie uit het Laat-Tertiair en Vroeg-Pleistoceen (ca. 5-2,2 miljoen jaar BP) voor. Deze geïsoleerde resten liggen vooral op de hogere delen van het landschap en waren ooit onderdeel van het Laagpakket van Waubach. Dit laagpakket bestaat uit licht gekleurd, kwartsrijk, matig fijn tot uiterst grof zand dat zeer grindrijk kan zijn met lokale voorkomens van tussengeschakelde kleilagen. In de top van dit laagpakket kan gedurende het LaatPlioceen en de interglaciale fasen van het Pleistoceen een verweringsbodem zijn ontstaan. Door langdurige extreme verwering kunnen deze bodems sterk kleihoudend en ijzerrijk zijn.
Resten van (fossiele) rode bodems zijn eerder in de omgeving van Huls aangetroffen.8 Het door de Maas vormgegeven terrassenlandschap is tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, ca. 115.000-11.500 jaar BP) afgedekt met een pakket eolische löss (leem). Deze lössleemafzettingen worden aangeduid als het laagpakket van Schimmert, onderdeel van de formatie van Boxtel).9 Löss bestaat voor 75 procent uit kwartsdeeltjes met een korrelgrootte tussen 2 en 50 μm. De dikte van het lösspakket kan plaatselijk meer dan tien meter bedragen maar varieert, mede als gevolg van erosie, sterk. Het plateaureliëf wordt vooral bepaald door de vlakke restanten van de hooggelegen Maasterrassen inclusief de erosierest van het Eiland van Ubachsberg, de later gevormde lösshellingen en de vele beek- en droogdalen. De niet permanent watervoerende dalen oftewel droogdalen zijn in hun huidige verschijningsvorm ontstaan onder periglaciale omstandigheden gedurende vooral de tweede helft van de laatste ijstijd (het Midden- en Laat-Weichselien). Ze zijn nog verder verdiept dan wel weer met sedimenten opgevuld onder invloed van ontbossing en de daarmee gepaard gaande bodemerosie gedurende het Laat-Holoceen. 8 Vleeshouwer en Damoiseaux 1990, p. 17 9 De Mulder e.a. 2003
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 13
Figuur 5: Reliëfkaart van Zuid-Limburg op basis van het AHN met de aanduiding van het plangebied (rode ster).10 Volgens de geologische oppervlaktekaart van Nederland (figuur 7) ligt het plangebied nog net binnen een zone waar eolische lössafzettingen van het laagpakket van Schimmert aan de oppervlakte liggen. Pal ten noorden van het plangebied bevindt zich de dalbodem van de Eyserbeekloop, een zijtak van de Geul. De bijbehorende holocene beekafzettingen behoren tot het laagpakket van Singraven van de formatie van Boxtel en bestaan uit afzettingen van klei, zand en grind en lokaal veensedentaat. Geomorfologisch gezien ligt het zuidelijke deel van het plangebied op een zwak hellende beekdalwand, op de geomorfologische kaart aangeduid als een lösswand (figuur 8, legenda eenheid 11A51). Dergelijke dalwanden begrenzen de geïsoleerde delen van een sterk versneden plateaurest (figuur 8, legenda eenheid 9E41l). Het noordelijke deel van het plangebied ligt nog juist binnen de laaggelegen beekdalbodem van de Eyserbeek (figuur 8, legenda eenheid 43R42L). Op een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; figuur 9) is te zien dat het plangebied relatief laag binnen een dalvormige structuur (blauwe zone) ligt. Het AHN-
10 Bron: ww.ahn.nl
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 14
hoogtebeeld toont op dit schaalniveau geen reliëfsprong tussen beekdalbodem en dalhelling overeenkomstig de aanduiding op de geomorfologische kaart. In de oorspronkelijke periglaciale lössleem op de plateaus en dalwanden, zijn tijdens het Holoceen zogenaamde brikgronden ontstaan met een kenmerkende roodbruine, relatief lutumrijke Bt-horizont (zie paragraaf 2.3). De dikte van deze Bt-horizont is een globale maat voor de antropogene bodemerosie die er heeft plaatsgevonden. Een reguliere dikte ligt tussen de 60 en 80 cm. In de door erosie gevormde secundaire löss oftewel colluvium, dat behalve in droogdalen veelal aan de voet van hellingen op de overgang naar dalbodems wordt aangetroffen, worden polder- en ooivaaggronden zonder duidelijke B-horizont, aangetroffen. Volgens de bodemkaart van Nederland (figuur 10) ligt het plangebied in een niet gekarteerde zone. Extrapolatie van de bodemkaarteenheden in combinatie met de geo(morfo)logische kaartdata maakt het aannemelijk dat ter plaatse van het plangebied bergbrikgronden in siltige leem (eenheid BLb6) of kalkloze poldervaaggronden met lichte zavel (eenheid Rn15C) voorkomen. Bergbrikgronden zijn onthoofde radebrikbodems met een A-B-C profielopbouw. Dit betekent dat de roodbruine B-horizont hier aan het maaiveld of direct onder de humusrijke toplaag of ploegvoor ligt.
De aanwezigheid van bergbrikgronden wijst er op dat er bodemerosie heeft plaatsgevonden waardoor de oorspronkelijke toplaag (A-horizont), de uitspoelingshorizont (E-horizont) en eventueel ook een deel van de B-horizont is verdwenen. Is ook de B-horizont verdwenen en ligt de geelbruine lössleem aan de oppervlakte, en worden de bodems aangeduid als ooivaaggronden in siltige leem in situ. De kalkloze poldervaaggronden in lichte zavel zijn jonge beekafzettingen bestaande uit (zandige) leem. De leemfractie bestaat grotendeels uit verspoelde löss.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 15
2.3 Referentieprofiel Brikgronden worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een ‘briklaag’, die op minder dan 80 cm –mv begint. Een briklaag is een veelal roodbruine laag waarin door de inspoeling van lutum een textuur-B oftewel Bt-horizont is ontstaan. Deze laag is vrij stug ten opzichte van de bovenliggende A- en Ehorizonten. Om als briklaag te kwalificeren dient de lutuminspoelingshorizont tenminste 15 cm dik te zijn en minimaal 8% lutum te bevatten. De maximaal waargenomen dikte bedraagt ruim 60 cm. Brikgronden komen voor in oude rivierkleigronden maar vooral in de ZuidLimburgse lössgronden. Radebrikgronden zijn droge (xeromorfe) brikgronden die vooral voorkomen op de hooggelegen, vlakkere plateaus. Door de uitspoeling van lutum en ijzeroxiden is de E-horizont veelal lichter van kleur en ook minde stug. Wanneer door erosie de toplaag is verdwenen en de briklaag aan of nabij het maaiveld ligt, spreekt men van een bergbrikgrond. In radebrikgronden begint de briklaag op 40 tot 50 cm –mv. Komen in de briklaag onder invloed van periodiek meer grondwater duidelijke gleyverschijnselen voor (roestvlekken), dan spreekt men van daalbrikgronden. Figuur 6: Voorbeeld van een radebrikgrond onder bouwland in löss bij St. Geertruid. N 50˚77’22’’ / E 005˚44’36’’.11
11 Foto: R. Paulussen
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 16
Figuur 7: Uitsnede uit de geologische oppervlaktekaart van Zuid-Limburg.12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
12 Bron: RGD, 1988
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 17
Figuur 8: Uitsnede uit de geomorfologische kaart.13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 13 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 18
Figuur 9: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.14 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
14 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 19
Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart.15 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
15 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
2.4 Archeologie
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 20
(LS01/LS04)
Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 3.0; figuur 11 en 12) ligt het plangebied geheel in een niet-gekarteerde zone (binnen de bebouwde kern). Extrapolatie van de omgeving en toepassing van de uitgangpunten van de IKAW leidt waarschijnlijk tot een inschaling in een zone van lage archeologische verwachting (vanwege de ligging in een beekdal). Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Simpelveld, ligt het plangebied binnen een (middel)hoge verwachting vanwege de ligging langs de rand van een beekdal (waardecategorie 3). Op de beleidskaart (figuur 13) heeft het plangebied een zeer hoge verwachtingswaarde vanwege de ligging binnen een historische kern (waardecategorie 2). Het plangebied ligt binnen een archeologisch terrein, namelijk. AMK 16490. Binnen het onderzoeksgebied liggen daarnaast nog drie archeologische terreinen: AMK terrein 5530, 16495 en 16503. Terrein 16490 betreft een terrein van hoge archeologische waarde met bewoningssporen uit de Romeinse tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Simpelveld. Simpelveld was al een Romeinse nederzetting langs de oude doorgangsroute, de heirbaan Mosae Trajectum Colonia Agrippina (Maastricht-Köln). Simpelveld had een bloeiend agrarisch leven, al vanaf de middeleeuwen. Verschillende Romaanse boerderijen van Kunrader kalkbreuksteen getuigen daarvan.
De oude kern van Simpelveld heeft de structuur van een vroegmiddeleeuwse hof, met een domeingedeelte en een aantal horigenhoeven. Het zuidelijke deel van voorliggend plangebied ligt binnen dit AMK terrein. Zowat ingeklemd door voorgaand AMK terrein ligt AMK terrein 5530. Het betreft een terrein met de gedeeltelijk onderzochte resten van een villa(complex) uit de Romeinse tijd. In de nazomer van 1938 is deze villa gedeeltelijk opgegraven door het RMO. Op basis van dat onderzoek wordt gedacht dat deze 'kleine' villa een mogelijk onderdeel is van de iets noordwestelijk gelegen 'grote' villa De Molt (voormalig monument 69E-014, zaaknummer 3035356100). De gebouwresten in de Remigiusstraat liggen in een achtertuin. De zuidelijke begrenzing van het monument is in die zin aangepast, waarbij de woonhuizen erbuiten gehouden zijn. Op de archeologische monumenten kaart (AMK) zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19de-eeuwse en vroeg 20steeeuwse kaarten.
Binnen deze contouren worden in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning verwacht, maar ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Zo zijn de kernen van Molsberg (AMK 16495) en Rodeput (AMK 16503) op de AMK opgenomen. Binnen het plangebied zijn tot op heden geen waarnemingen gedaan. Binnen het onderzoeksgebied zijn wel verschillende waarnemingen bekend. Enkel de voor dit plangebied relevante vondsten, die verder niet behoren bij een AMK terrein of het resultaat zijn van een archeologisch onderzoek (die komen later in dit hoofdstuk separaat aan bod) worden uitvoeriger beschreven. Voor een compleet overzicht van de binnen het onderzoeksgebied aanwezige waarnemingen en/of vondsten wordt verwezen naar bijlage 3.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 21
Figuur 11: Kaart met Archis vondstlocaties.16 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 16 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 22
Figuur 12: Kaart met Archis-onderzoeksmeldingen.17 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 17 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 23
Figuur 13: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart.18 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 18 Bron: Vanneste & Verhoeven, 2013.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 24
Ten noordoosten van het plangebied ligt zaaknummer 3182590100, een oude vondstmelding van een ijzeren wapen en wat aardewerk, allen uit de vroege middeleeuwen en waarschijnlijk behorend bij een graf. Ten zuidwesten ligt het zaaknummer 2803972100. Dit betreft eveneens een oude melding. Deze keer van Romeins aardewerk en dakpannen. Het complextype is onbekend. Ten westen van het plangebied liggen, ter plaatse van Stampstraat 51A en 57, twee zaaknummers, namelijk 3136193100 en 3136217100. Beide zaaknummers behoren bij een grafveld en villa uit de Romeinse tijd. In totaal zijn vier sarcofagen aangetroffen. De mooiste en best bewaarde (de zogenaamde ‘sarcofaag van Simpelveld’) is uitvoerig opgegraven en gepubliceerd.19 De sarcofagen lagen zo'n zeven meter ten noorden van de Stampstraat, allemaal op een rij van oost naar west. Iets verder oostelijk ligt de eerder genoemde Romeinse villa De Molt (zaaknummers 2922937100 en 3035356100. Deze villa is in twee fasen opgegraven, namelijk in de zomer van 1937 is de westelijke helft onderzocht en in het voorjaar van 1947 de oostelijke helft. Het eerste deel (westelijke helft) is in 1989 opnieuw onderzocht. Vermoed wordt dat deze villa en het AMK terrein 5530 tot hetzelfde villacomplex hebben behoord (zie eerder).
Deze vindplaatsen bevinden zich geomorfologisch gezien op een hoger gelegen eenheid (afbraakwand; code 17/16A2) en niet in het beekdal waar voorliggend plangebied grotendeels in ligt. Rondom het plangebied zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Direct oostelijk is het onderzoeksgebied Centrumplan Simpelveld onderzocht20 (figuur 14). Het onderzochte gebied ligt in het beekdal van de Eyserbeek, een zijbeek van de Geul. Tijdens het onderzoek zijn in het noordelijke deel, onderaan de dalhelling, resten van oude lopen van de Eyserbeek aangetroffen vanaf de Romeinse tijd. De geul van de Eyserbeek meanderde en verlegde zich. De huidige beekloop ligt ten noorden van het plangebied. De resten van een aangetroffen poel uit de nieuwe tijd in het zuidelijke deel van de zone met beeksedimenten kan gebruikt zijn als drinkplaats voor vee. Ter plaatse van het plangebied was vanaf de Romeinse tijd geen sprake van een netto ophoging door sedimentatie of een netto verlaging door een insnijding van de beken. De basis van de diverse beeklopen ligt dan ook op eenzelfde niveau. Sediment van bovenstrooms werd grotendeels getransporteerd door het plangebied en kwam alleen in inactief wordende of verlaten lopen tot bezinking.
De sedimenten, lemen, die in de beekgeulen tot bezinking kwam veranderde niet in de tijd, of alleen pas enigszins in de loop van de nieuwe tijd, zoals bleek uit korrelgrootteanalyses. Het overgrote deel van de beeksedimenten verschilt lithologisch niet van het colluvium uit het Weichselien of Vroeg Holoceen waarin de beken zijn ingesneden. Wel zijn de beeksedimenten humeuzer en zachter (minder hard en compact) dan het colluvium. De beeklopen kunnen vooral van elkaar worden onderscheiden op basis van de inhoud van verspoelde archeologische resten, vooral aardewerk. Tijdens het onderzoek zijn daarnaast ook archeologische sporen aangetroffen, hoofdzakelijk uit de Romeinse tijd en vermoedelijk ook uit de Merovingische tijd. De sporen concentreren zich op het laagste deel van de dalhelling bij de overgang van de zone met beeklopen. De sporen zijn off site sporen en wijzen niet op bewoning te plaatse. Jongere middeleeuwse archeologische resten komen hoofdzakelijk voor in verspoelde vorm in de zone met oude beeklopen. Een uitzondering vormen de archeologische resten die samenhangen met baksteenfabricage in de nieuwe tijd C.
19 Holwerda 1931. 20 Nales 2007 & Kramer 2011.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 25
Figuur 14: ASK onderzoeksgebied Centrumplan.21 Voorliggend plangebied ligt ten westen hiervan. Zuidelijk van het plangebied is onderzoeksgebied Schilterstraat onderzocht. Het onderzoek bestond uit een bureau- en verkennend booronderzoek.22 Op grond van het bureauonderzoek geldt een kans op het voorkomen van archeologische waarden uit de periode vanaf de Romeinse tijd. Voor de overige periodes geldt een lage verwachting. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn verdeeld over het plangebied 22 boringen geplaatst. In alle archeologische boringen in het plangebied is een geroerde bovenlaag 21 Bron: Kramer 2011 bijlage 4 (inzet: Kramer 2011 bijlage 2). 22 Sophie & Modderkolk 2020.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 26
aangetroffen op een egaal pakket leem. Nergens is een Bt-horizont waargenomen, of zijn archeologische indicatoren aanwezig. Het aangetroffen bodemprofiel wordt geïnterpreteerd als een verstoord profiel. Hierdoor wordt de kans als laag ingeschat dat nog intact archeologische resten aangetroffen kunnen worden. Zuidoostelijk van het plangebied heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau bv. een vooronderzoek uittgevoerd binnen onderzoeksgebied Kloosterstraat.23 Dit onderzoek bestond uit een bureaustudie met verkennende boringen. Voor het plangebied gold bij aanvang van het veldonderzoek een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars en landbouwers. Deze verwachting werd met name bepaald door de aanwezigheid van een vrij vlakke helling (hellingklasse B) en vruchtbare bodems. Tijdens het veldwerk is in het plangebied een 1 tot meer dan 4 m dik pakket colluvium aangetroffen. Alleen in het uiterst westelijke deel van het plangebied heeft het pakket secundaire löss een dikte van 95 tot 160 cm. In het colluvium is geen bodemvorming vastgesteld: er is sprake van een ooivaaggrond. Onder het colluvium bevindt zich de primaire löss. Archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Ten westen van het plangebied, binnen onderzoeksgebied Hennebergstraat en Dr.
Ottenstraat, heeft Synthegra een vooronderzoek uitgevoerd.24 Dit vooronderzoek bestond uit een bureauonderzoek met verkennende boringen. Op basis van het bureauonderzoek is een lage verwachting uitgesproken (vanwege ligging in het dal van de Eyserbeek). Het verkennend booronderzoek heeft deze lage verwachting bevestigd. Echter, in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn vindplaatsen bekend waardoor randvindplaatsen in het beekdal verwacht kunnen worden. Deze zijn moeilijk op te sporen door een booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek. Daarom wordt geadviseerd om de toekomstige werken archeologisch te begeleiden. Dit vervolgonderzoek heeft -voor zover inzichtelijk- (nog) niet plaatsgevonden. Tenslotte en eveneens ten westen van het plangebied, heeft Econsultancy BV in 2018 en 2019 een opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd voor het plangebied aan de Vroenhofstraat-Pastoriestraat-Panneslagerstraat rondom de Sint-Remigiuskerk in de oude dorpskern van Simpelveld.25 Op basis van (beperkt) vooronderzoek werden archeologische resten uit de Romeinse tijd, en de middeleeuwen en de nieuwe tijd verwacht. Geconstateerd is dat het onderzoeksgebied binnen het dal van de Eyserbeek ligt en de bodemopbouw gekenmerkt wordt door holocene beekafzettingen. Tijdens de begeleiding zijn vier behoudenswaardige sporen aangetroffen.
Twee (maar mogelijk drie) sporen betreffen funderingen van baksteen en deels mergelbrokken, die als een kerkhofmuur geïnterpreteerd kunnen worden. Daarnaast is een boomstam(water)put aangetroffen. De (water)put was ingegraven in een sterk zandig en sterk grindig, grijsblauw leempakket, dat als beekafzettingen geïnterpreteerd kan worden. In de vulling van de (water)put is aardewerk, dierlijk botmateriaal, metaal, natuursteen en hout aangetroffen. Op basis van het aardewerk (productie Brunssum-Schinveld) kan de boomstam(water)put in de volle middeleeuwen (11de en 12de eeuw na Chr.) gedateerd worden. Samenvattend kan vastgesteld worden dat het beekdal van de Eyserbeek binnen de kern van Simpelveld een bijzondere verwachting kent. In de directe omgeving zijn vondsten gedaan van onder andere een boomstamwaterput uit de volle middeleeuwen en Romeinse en mogelijk Merovingische resten. 23 Janssens 2007. 24 Hagens e.a. 2008. 25 Mientjes 2021.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
2.5 Informatie amateurarcheologen
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 27
(LS01/LS04)
ArcheoPro heeft geen contact opgenomen met lokale amateurarcheologen of een heemkundevereniging met betrekking tot eventuele (niet in Archis geregistreerde) archeologische oppervlaktevondsten binnen het plangebied. Het onderzochte gebied kent een terreingebruik (bebouwing en bestrating ten behoeve van opslag en parkeergelegenheid) wat het niet mogelijk maakt om oppervlaktevondsten te verkrijgen.
2.6 Historie (LS03) Simpelveld is ontstaan in de middeleeuwen, in het dal van de Eyserbeek, bij een vroenhof. Een vroenhof (= herenhoeve) verwijst vaak nog naar de structuur van een vroegmiddeleeuws hofstelsel. De locatie van dit vroenhof is evenwel nog niet bekend. De oudste vermelding is gedateerd in 1155 op basis van een kopie uit de 13de eeuw waarin melding wordt gemaakt van Semplouei en Sebplouoir dat is afgeleid van het GalloRomeinse sempervivetum dat zoveel betekent als altijd groen.26 De Tranchotkaart uit 1805 (figuur 15) is de oudste kaart die voor dit plangebied relevante informatie toont. Het plangebied ligt daarbij ten zuiden van de Eyserbeek, in een onbebouwd gebied. De oude kern van Simpelveld ligt iets ten (noord)westen van het plangebied, aan weerszijde van de beek. Zuidelijk van het plangebied is een weg ingetekend. Deze weg kan herleid worden naar de huidige Kloosterstraat. De Markt en Marktstraat zijn begin 19de eeuw nog niet aanwezig.
Figuur 15: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805.27 Het plangebied rood omlijnd. 26 Berkel en Samplonius 2006.
27 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 28
Figuur 16: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832.28 Het plangebied is rood omlijnd. De kadasterkaart uit 1832 (figuur 16) plaatst het plangebied in een gelijkaardig landschap. Ook volgens deze kaartuitsnede ligt het plangebied in het onbebouwde gedeelte van Simpelveld, ten zuiden van de Eyserbeek. Het noordelijke gedeelte lijkt daarbij in het (actieve) beekdal gesitueerd te zijn, terwijl het centrale en zuidelijke deel op de rand ervan is gelegen.
28 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 29
Figuur 17: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1926, 1960 en 2016.29 Het plangebied is telkens rood omlijnd. Het vierluik van figuur 17 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1926, 1960 en 2016. Op deze kaarten is te zien dat gedurende de afgelopen tweehonderd jaar de hoofdstructuur van het landschap waarin het plangebied ligt, niet erg veel verandering heeft ondergaan. Het stratenpatroon van Tranchotkaart en Kadastrale Minuut wordt verder als hoofdaders uitgebouwd. Daarnaast verschijnen vanaf medio 20ste eeuw de straten Markt en Markstraat. De straten worden aangelegd op perceelsgrenzen. Het plangebied blijft tot medio 20ste eeuw onbebouwd, daarna wordt het opgenomen in de uitbreidingen van Simpelveld. Deze evolutie wordt ook gezien als de studie van Renes30 ter hand genomen wordt. Renes heeft immers in de jaren 1980 een studie gemaakt naar de historisch geografische evolutie
29 Bron: www.topotijdreis.nl 30 Renes 1988.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 30
en ontwikkelingen in Zuid-Limburg. Hierbij heeft hij gepoogd nog gave en historisch complete delen in het huidige landschap aan te duiden en te dateren.
Figuur 18a: Uitsnede uit de kaart met historische relicten van Zuid Limburg.31 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
31 Bron: Renes 1988.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 31
Figuur 18b: Legenda van de kaart met historische relicten van Zuid Limburg.32 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan Volgens de kaart van de historische relicten (figuur 19) ligt het plangebied in een sterk gewijzigd deel van het landschap (witte zones). In voorgaande tekst is al duidelijk geworden dat het oude open landschappelijke gebied van het dal van de Eyserbeek stelselmatig is omgevormd tot het verstedelijkt gebied dat het momenteel is. Het wegenstelsel west- en zuidelijk van het plangebied, binnen de kern van Simpelveld geeft Renes een middeleeuwse ouderdom (of zelfs nog ouder); bruine lijnelementen. De wegen buiten de kern dateert hij in de 19de eeuw; oranje lijnelementen. Behalve de oude kern van Simpelveld (gearceerde zone) zijn er geen bijzondere historisch geografische elementen (meer) aanwezig.
2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
(LS05)
Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt landschappelijk in en op de rand van het dal van de Eyserbeek. De oorspronkelijke bodem bestaat naar verwachting uit alluviale, colluviale en/of in situ lössafzettingen, al dan niet met holocene bodemvorming in deze afzettingen. 32 Bron: Renes 1988.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 32
Vanuit historisch oogpunt heeft het plangebied tot begin 20ste eeuw goeddeels in het onbebouwde gebied ten oosten van de oude kern van Simpelveld gelegen, deels in het beekdal en deels op de rand ervan. Bebouwing binnen het plangebied verschijnt pas vanaf medio 20ste eeuw. Verwachte perioden (datering) en complextypen Met betrekking tot het plangebied geldt op basis van zowel de landschappelijke situering alsmede de reeds verrichte archeologische waarnemingen binnen het onderzoeksgebied: - Een hoge verwachting voor afgedekte bijzondere (paleoecologische en landschapsgenetische) datasets uit alle perioden. - Een hoge verwachting voor archeologische off site inclusief beekdalgerelateerde resten33 uit alle periodes vanaf de Romeinse tijd; - Een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten en grafvelden uit alle periodes vanaf het neolithicum; - Een lage verwachting voor nederzettingsresten uit de steentijd (paleo- en mesolithicum); Aanleiding voor deze gespecificeerde verwachting zijn met name de reeds verrichte waarnemingen en opgravingen in de directe omgeving van het plangebied en de historische en landschappelijke ligging van het plangebied. Nederzettingen (kampementen) uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen in principe overal voorkomen. Deze jagers-verzamelaars verbleven doorgaans niet lang op dezelfde plaats en trokken veelvuldig door het landschap.
Er is echter wel een tendens in de vestiging van deze jagers-verzamelaars zichtbaar: met name de hoogtes bestaande uit terrassen, plateaus, hoge ruggen, lokale opduikingen en de gradiëntzones nabij beek- en droogdalen, kaaplocaties en/of dalhoofdbekkens werden opgezocht. Onderzoek heeft aangetoond dat hierbij een maximale afstand van ca. 200 m aangehouden kan worden. De ligging binnen een beekdal waarbij er geen aanwijzingen zijn voor lokale opduikingen maakt het minder aannemelijk dat resten van steentijdvindplaatsen voorkomen. Vandaar de lage verwachting voor deze vroegste periodes. Uit de verwachtingsanalyses in andere lössregio’s34 blijkt dat ook gedurende het neolithicum tot en met de Romeinse tijd de meeste bewoning zich binnen een afstand van 200-500 meter van een droog- of beekdal bevond op de hogere flanken en terrassen naast de dalen. Voor de ijzertijd komen deze resten ook wel eens binnen het beekdal voor. Gezien de landschappelijke ligging geldt voor deze periodes (neolithicum t/m Romeinse tijd) dus een middelhoge verwachting; Er zijn voor een aantal periodes nog geen duidelijk aanwijsbare resten aangetroffen, maar de aanwezigheid kan niet uitgesloten worden hoewel in de directe omgeving er waarschijnlijk beter geschikte terreinen aanwezig waren (zoals de noordzijde van het Eyserbeekdal waar Romeinse bebouwing en grafvelden bekend zijn).
Vanaf de middeleeuwen ontstaan er bebouwingsclusters. Deze concentreren zich in eerste instantie nabij landschappelijk ‘interessante’ locaties, zoals nabij Romeinse bebouwing, bij kruisingen van wegen of waterlopen of nabij kerken en/of kastelen. Rondom deze bebouwing werden dan de huisweides en boomgaarden gevonden en daar rondom de akkerlanden. Het plangebied ligt in en nabij zo’n historische bebouwingscluster, namelijk Simpelveld. Nederzettingsresten of begravingen uit middeleeuwen en/of nieuwe tijd kunnen voorkomen, maar worden op basis van de kaartstudies in het beekdal niet 33 Dit zijn resten die niet aan het complex van bewoning of van begraving gerelateerd kunnen worden.
Hieronder behoren ook de beekdalgerelateerde fenomenen. 34 O.a. van Wijk & Orbons 2009. Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 33
zondermeer verwacht. Off site fenomenen en specifiek beekdalgerelateerde resten daarentegen worden zeer zeker wel verwacht. Er zijn immers aanwijzingen voor gebruiksresten uit de volle middeleeuwen. Derhalve een hoge verwachting voor off site fenomenen en beekdalgerelateerde resten en een middelhoge verwachting voor alle andere complextypen. Uiterlijke kenmerken Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal (met name vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal bestaande uit natuursteen, baksteen of verbrande leem en houtskool) of als spoorvullingen van afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, e.d. Dit geldt eveneens voor off-site verschijnselen oftewel randfenomenen uit alle periodes. Deze kunnen worden verwacht in de vorm van bijvoorbeeld greppels, grensstenen, landinrichtingselementen, houtskoolmeilers, wegen of opgevulde ploegsporen. Daarnaast is er een bijzondere soort off site fenomenen, die in beekdalen of in natte contexten (kunnen) voorkomen. Het kunnen puntlocaties zijn of fenomenen die meer als lijnelement of vlaklocatie kunnen worden beschouwd. Voorbeelden van puntlocaties zijn: 1. Houten en stenen constructies die verband houden met infrastructuur, bijvoorbeeld restanten van voorden, bruggen, sluizen en stuwen; 2.
Voorzieningen voor de visvangst en jachtattributen: fuiken, visweren, eendenkooien, strikken en netten, pijlen en harpoenen; 3. Plaatsen van ‘rituele depositie’ van stenen of metalen voorwerpen, potten aardewerk en van menselijk en dierlijk botmateriaal; 4. Vaartuigen, waaronder uitgeholde boomstammen (kano’s) en boten; 5. Fenomenen uit historische tijd: watermolens, kastelen, moated sites; 6. Archeobotanische resten met sporen van menselijke bewerking, bijvoorbeeld boomstammen met kapsporen. Voorbeelden van lijnelementen en vlaklocaties zijn: 1. Perceleringssystemen, hooiwinnings- en beweidingarealen; 2. Knuppelpaden, wegen en dammen; 3. Gegraven waterwerken uit historische tijd: grachten, kanalen, molentakken; 4. Winningszones van grondstoffen, zoals vuursteen, leem, veen en ijzeroer; 5. Stortzones of dumps van (nederzettings-)afval. Diepteligging en stratigrafie Indien er geen afdekking heeft plaatsgevonden (afdekking door colluvium of alluvium) worden archeologische resten in één laag in de top van de lössbodem verwacht. Indien er sprake is van een afdekkende laag, dan kunnen er minimaal twee archeologische niveaus voorkomen; onder de moderne bouwvoor en in dan wel direct onder de afdekkende laag.
Op basis van uitgevoerd onderzoek in de (directe) omgeving kan vastgesteld worden dat (ongestoorde) alluviale en colluviale afzettingen op eolische lössafzettingen voorkomen.35 Zonder gedetailleerd (boor)profielonderzoek is voor het plangebied geen gespecificeerde aanname te maken over bodemstratigrafie en diepteligging van eventuele archeologische resten. Door de ligging op de overgang van dalhelling naar dalbodem kan de diepteligging van archeologische resten ook binnen de contouren van het plangebied variëren. Gaafheid en conservering Eventuele dierlijke of menselijke resten of andere organische resten boven de grondwaterstand zullen slecht geconserveerd zijn. Anorganische resten (aardewerk, 35 Kramer 2011
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 34
vuursteen, e.d.) zijn doorgaans goed bewaard. In verkoolde staat zullen ook organische resten doorgaans goed bewaard zijn. Ingeval van afwezigheid van afdekkende lagen kunnen archeologische resten door landgebruik (ploegen, bouwen) verstoord zijn. Dit kan geleid hebben tot een verminderde gaafheid van vindplaatsen, in het bijzonder van vuursteenvindplaatsen uit de steentijd. Door de (gedeeltelijke) situering van het plangebied binnen de dalbodem van de Eyserbeek en op de overgang naar de dalhelling kunnen naast antropogene resten en sporen ook afzettingen en afgedekte bodems aanwezig zijn die dusdanig intact zijn en goede conserveringsomstandigheden bieden, dat ze middels de analyse van bijzondere (proxy)datasets in aanmerking komen voor diachroon landschapsgenetisch en paleoecologisch onderzoek van het voormalige landschap in de perifere zone van (post)Romeins Simpelveld. Mogelijke verstoringen Het plangebied is sinds midden 20ste eeuw opgenomen in de verstedelijking van Simpelveld. Door de toenemende bebouwing en grondvoorbereidingen kunnen archeologische resten die zich in de top van de bodem bevonden, verstoord geraakt zijn. Met name premiddeleeuwse resten zullen in meer of mindere mate vergraven zijn.
De huidige moderne bebouwing kan tot een significante verstoring van het bodemarchief hebben geleid, zeker als de bouw gepaard is gegaan met het nivelleren van het oorspronkelijke terreinreliëf.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
3 Conclusies en aanbevelingen
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 35
(VS07)
3.1. Conclusies In mei 2022 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot een terrein aan de Markt 11 te Simpelveld (gemeente Simpelveld). Het archeologisch vooronderzoek betrof een bureauonderzoek. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Op basis hiervan dient te worden bepaald of archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat voor het plangebied een hoge verwachting voor afgedekte bijzondere (paleoecologische, landschapsgenetische en natte archeologische) datasets en uit alle perioden geldt alsmede een hoge verwachting voor archeologische off site en beekdalgerelateerde resten uit alle periodes vanaf de Romeinse tijd. Tevens geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten en grafvelden uit alle periodes vanaf het neolithicum. Voor alle andere complexen geldt een lage verwachting op basis van het bureauonderzoek.
Deze verwachting is met name gebaseerd op de resultaten van het opgravingsonderzoek op het direct aangrenzende terrein en andere nabijgelegen onderzoeksgebieden en de landschappelijke situering van het plangebied op de overgang van dalwand naar dalbodem in de nabijheid van de historische kern van Simpelveld.
3.2. Selectieadvies Op basis van de resultaten van de bureaustudie en de daarin geformuleerde (middel)hoge archeologische verwachting voor resten uit het neolithicum of latere perioden wordt geadviseerd om een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van archeologische nederzettings- en off site resten binnen het plangebied. Deze resten kunnen een relevante kenniswinst opleveren over het gebruik van het Eyserbeekdal en de bijbehorende beekdalranden in het verleden. Tegelijkertijd is nog onbekend welke impact de huidige bebouwing op het bodemarchief inclusief archeologische resten) heeft gehad. Geadviseerd wordt om het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische begeleiding (IVO-P variant archeologische begeleiding, KNA-protocol 4003,) met de optie van doorstart naar een opgraving (KNA-protocol 4004), waarbij de sloop van ondergrondse moderne bouwelementen pas plaatsvindt na beëindiging van de begeleiding c.q. de opgraving dan wel ter plaatse van terreindelen die tussentijds op basis van waarnemingen tijdens de begeleiding door de gemeente Simpelveld expliciet zijn vrijgegeven. Tijdens de voorafgaande sloop van bovengrondse bouwelementen inclusief het verwijderen van bestaande verhardingen dient de bodem niet c.q. zo min mogelijk worden geroerd (geen egalisatie en/of betreding met zwaar materieel).
Het archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een (actieve) begeleiding mag enkel plaatsvinden op basis van een vooraf door de gemeente Simpelveld goedgekeurd
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 36
programma van eisen (PvE). In het PvE kan gemotiveerd worden afgeweken van de eisen zoals gesteld in dit KNA-protocol. Het PvE is daarmee leidend voor de uitvoering van de IVOP – variant archeologische begeleiding. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister en tevens de gemeente Simpelveld conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.
Versie: 29-07-2022
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Markt 11 te Simpelveld, Gemeente Simpelveld.
ArcheoPro Rapport, 21122, Pagina 37
4. Literatuur en bronnen Literatuur Berkel, G. van & K. Samplonius, 2006. Nederlandse plaatsnamen, herkomst en historie. Bunnik, F.P.M., 1999. Vegetationsgeschichte der Lößbörden schwisssen Rhein und Maas von der Bronzezeit bis in die frühe Neuzeit. PhD-thesis universiteit Utrecht. Franssen, G.H., 1970. Van Semplevei tot Simpelveld : geschiedenis van Simpelveld. Hagens, D.T.P., L.F.M. Valckx, S.M. Koeman, E.J.N. Rondags & E.A. Schorn., 2008. Bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen: Hennebergstraat en Dr. Ottenstraat te Simpelveld, gemeente Simpelveld. Synthegra Rapport S083255. Holwerda, J.H., 1931. Romeinsche sarcofaag uit Simpelveld. IN: Oudheidkundige Mededelingen uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden suppl. 12, pp. 27-48 Janssens, M., 2007. Plangebied Kloosterstraat, Gemeente Simpelveld. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP notitie 2293. Kramer, J. de, 2011. Centrumplan, Simpelveld, Gemeente Simpelveld. Archeologische begeleiding, onderzoek met proefsleuven en opgraving. B&G rapport 1267 Mientjes, A.C., 2021. Rapportage archeologische begeleiding Vroenhofstraat-PastoriestraatPanneslagerstraat te Simpelveld in de gemeente Simpelveld. Econsultancy rapport 8209.001. Nales, T., 2007. Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase: Centrumplan, Simpelveld, Gemeente Simpelveld.