5. Raadsvoorstel RES 1.0 Zuid-Limburg, vaststelling definitieve RES 1.0 gemeente Simpelveld.pdf
Tekst van het document
Advies aan gemeenteraad
Datum advies: 6 april 2021
Afdeling: Vergunningen Zaakkenmerk: 148720
Financiële consequenties: Niet van toepassing
Behandelend ambtenaar: J.E. Hodselmans Afdelingsmanager: P.F.J.M. Engelen Portefeuillehouder: De heer W. Schleijpen
Onderwerp: Regionale Energie Strategie (RES 1.0) Zuid-Limburg: vaststelling definitieve RES 1.0 gemeente Simpelveld
Beslispunt: 1. Stellen met de RES Zuid-Limburg (RESZL) 1.0 het bod van 1.3 TWh vast en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind. 2. Stemmen in om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen.
pag. 1/12
Toelichting: Inleiding Een opmerking vooraf met betrekking tot de beslispunten. Het RES-proces is uitzonderlijk omdat het visiedocument RESZL 1.0 is samengesteld door gemeenten, provincie en waterschap. Om te bereiken dat de RESZL 1.0 op eenduidige wijze wordt aangenomen heeft de RES Zuid-Limburg eensluidende beslispunten geformuleerd. Aanleiding Energietransitie en klimaatverandering zijn belangrijke en actuele maatschappelijke thema’s. De energieambitie van de RES Zuid-Limburg maakt deel uit van een (inter)nationale context. Om de negatieve effecten van klimaatverandering beheersbaar te houden maar bovenal om onze kwaliteit van leven te behouden, hebben 195 landen in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Het streven is om de temperatuurstijging wereldwijd beneden de 2°C te houden. Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken. Hierin is afgesproken dat we de CO 2-uitstoot met elkaar sterk gaan verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990 en in 2050 zelfs met 95%. Het akkoord kent vijf thema’s: gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. Over elk van deze thema’s zijn aan de zogeheten ‘klimaattafels’ afspraken gemaakt.
Voor de thematafels ‘elektriciteit’ en ‘gebouwde omgeving’ is door IPO, VNG en UvW afgesproken om deze onderdelen uit te werken in 30 energieregio’s in Nederland. Het gaat daarbij om het produceren van elektriciteit uit grootschalige zon en wind op land (35 TWh in 2030) en de overgang van aardgas naar duurzame vormen van verwarming voor de gebouwde omgeving (de zogenaamde Regionale Structuur Warmte). Zuid-Limburg is één van deze RES-regio’s. Hierin werken de 16 Zuid-Limburgse gemeenten in drie sub-regio’s nauw samen met Provincie Limburg, Waterschap Limburg en netbeheerder Enexis om in beeld te brengen hoeveel energie zij denken op te kunnen wekken uit wind-op-land en zonnepanelen in 2030 en welke (potentiële) regionale warmtebronnen beschikbaar zijn. Inhoudelijke toelichting Voor u ligt het bod van de RES Zuid-Limburg. In de afgelopen maanden hebben het programmateam van de RES Zuid-Limburg samen met de aangesloten gemeenten en met geworven externe deskundigen hard gewerkt om te komen tot het voorliggende resultaat. Dit bod is via de Stadsregio Parkstad Limburg en in nauwe afstemming met uw (ambtelijke) organisatie tot stand gekomen.
RES Zuid-Limburg Conform de Startnotitie (mei 2019) is de RES Zuid-Limburg opgedeeld in drie sub-regio’s: Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland, die volgens gemeenschappelijke aannames en uitgangspunten een afgewogen en afgestemd bod voor hernieuwbare elektriciteit formuleren. Hierbij is het afgesproken dat iedere sub-regio naar vermogen bijdraagt aan het totale bod. Bij elkaar opgeteld vormen deze bijdragen één bod voor de RES Zuid-Limburg ter hoogte van 1,3 TWh. Hierbij is een afweging gemaakt tussen vier onderdelen: -
De kwantiteit van het regionale bod en de bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh; Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak; De impact op het energiesysteem en energie-infrastructuur.
Het kwantitatieve bod (in TWh) is opgebouwd volgens de door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gehanteerde methodiek zoals voorgeschreven door het Nationaal Programma RES, waarbij drie onderdelen worden onderscheiden: 1. 2. 3.
Gerealiseerd vermogen: Het bestaand en producerend vermogen, gebaseerd op o.a. CBS-statistieken, de Klimaatmonitor en/of bij Enexis bekende gegevens (peildatum: 2017); Vermogen in de pijplijn: Het vermogen van installaties die op de planning staan en waarvoor door RVO een SDE+ beschikking is afgegeven (t/m najaar 2020); Nog te realiseren vermogen: Het toekomstig vermogen, dat als beleidsvoornemen wordt gezien.
pag. 2/12
Verdeeld over de drie sub-regio’s ziet het bod van Zuid-Limburg er als volgt uit: Tabel 1: Opbouw bod RES 1.0 Zuid-Limburg Bestaand en producerend vermogen (TWh) Parkstad Limburg 0,026
In de planning (pijplijn) (TWh)
Nog te realiseren vermogen (TWh)
Totaal (TWh)
0,053
0,425
0,504
Westelijke Mijnstreek
0,007
0,145
0,316
0,468
Maastricht-Heuvelland
0,020
0,068
0,262
0,35
Totaal (TWh)
0,053
0,266
1,00
1,322
Regionale Structuur Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW 1.0) geeft inzicht in de huidige en (verwachte) toekomstige warmtevraag en het aanbod van bovenregionale warmtebronnen. Ook geeft het inzicht in de bovengemeentelijke warmteinfrastructuur. Er bestaat een nauw verband met de Transitievisie Warmte, een apart traject naast de RES. Op basis van de Klimaatatlas, nationaal beschikbare informatie en aanvullend lokaal onderzoek is het potentiële bovenregionale warmteaanbod geïnventariseerd. De voorlopige conclusie is dat er minder duurzame (rest)warmtebronnen in de regio aanwezig zijn dan aan de voorkant veronderstelt, bijvoorbeeld omdat bronnen kleiner zijn dan oorspronkelijk aangenomen of beschikbare restwarmte opnieuw ingezet wordt in het eigen productieproces. De RSW 1.0 vormt een eerste verkenning van de opgave (warmtevraag) en mogelijkheden (warmteaanbod) en kent nog veel onzekerheden. Derhalve worden in deze fase ook nog geen afspraken gemaakt over de inzet van bovengemeentelijke warmtebronnen en warmte-infrastructuur. In de Transitievisie Warmte (TVW) onderzoeken gemeenten welke alternatieven er voor aardgas zijn, en welke buurten tot 2030 kansrijk zijn voor de inpassing van alternatieve, duurzame warmtebronnen. Zodra de TVW’s gereed zijn (eind 2021) krijgen wij een beter beeld van de toekomstige regionale warmtevraag.
In de RES 2.0 (2023) zal dit onderdeel dan ook verder worden uitgewerkt. Parkstad Limburg Het voorliggende bod voor Parkstad Limburg is uitgewerkt onder regie en coördinatie van de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid van de Stadsregio en de zogenaamde PALET-Broedkamer, bestaande uit de energie- en duurzaamheidscoördinatoren van de samenwerkende Parkstad-gemeenten en een ambtelijke vertegenwoordiging van de Stadsregio Parkstad. Het concept-bod voor Parkstad Limburg is op 13 mei 2020 vastgesteld door de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid. Deze is vervolgens ingebracht als onderdeel van de RES Zuid-Limburg. Op 1 oktober 2020 is de concept-RES van Zuid-Limburg formeel aangeboden aan het Rijk. Hierin was sprake van globale zoekgebieden en een concept-bod. In de afgelopen maanden is het concept-bod verder uitgewerkt tot een definitief bod voor de grootschalige opwek van wind-op-land en zon-PV tot 2030. Hierin zijn de zoekgebieden voor grootschalige opwek nader uitgewerkt, waarbij er een verfijning van de ruimtelijke onderbouwing heeft plaatsgevonden. Het voorlopige bod is geactualiseerd naar een definitief bod voor Parkstad Limburg, waarbij nieuwe inzichten zijn verwerkt. De zoekgebieden zijn hieronder weergegeven op kaart.
pag. 3/12
Het definitieve bod voor Parkstad Limburg is verdeeld over drie onderdelen: -
Windenergie; 2 Grootschalig zon-op-dak (op daken groter dan 285 m , uitgangspunt NP-RES); Grootschalig zon-op-land (onbenutte terreinen in bebouwd gebied; gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; gronden in gebruik voor landbouw).
Verdeeld over de drie onderdelen ziet het bod van Parkstad Limburg (0,5 TWh) er als volgt uit: Tabel 2: Opbouw bod sub-regio Parkstad Limburg Bestaand en producerend vermogen (TWh) Windenergie 0,002
In de planning (pijplijn) (TWh)
Nog te realiseren vermogen (TWh)
Totaal (TWh)
0
0,128
0,130
Grootschalig zon-op-dak
0,018
0,027
0,139
0,184
Grootschalig zon-op-land
0,006
0,026
0,158
0,190
Totaal (TWh)
0,026
0,053
0,425
0,504
Aandeel gemeente Simpelveld in bod RES Zuid-Limburg Zoals tabel 2 betreffende het bod van de sub-regio Parkstad Limburg laat zien gaat het ten behoeve van het vaststellen van de RES 1.0 m.n. om het nog te realiseren vermogen dat als beleidsvoornemen wordt gezien. Ofwel het vaststellen van de locaties en/of zoekgebieden voor wind en zon. De zoekgebiedenkaart voor de gemeente Simpelveld – een uitsnede op wat grotere schaal dan de eerder getoonde kaart van de (sub)regio Parkstad – is onderstaand weergegeven.
pag. 4/12
Leidend voor het bod is het ‘Regionaal Afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (RAK)’ dat door alle Parkstadgemeenten afzonderlijk is vastgesteld. Een kader om initiatieven van zonne- en windenergie zorgvuldig ruimtelijk af te wegen en landschappelijk in te passen. Elke gemeente heeft hierin desgewenst – afhankelijk van de lokale ruimtelijke omstandigheden/beperkingen – een nadere invulling/verdiepingsslag aangebracht. In het RAK-Simpelveld betreft dit zowel wind- als zonne-energie. Verdeeld over de drie onderstaande onderdelen is het aandeel van Simpelveld in het bod RES 1.0, zoals dat eerder tijdens de consulterende raadsinformatieavond op 11 februari 2021 is voorgelegd, als volgt. Windenergie In het RAK-Simpelveld is een zoekgebied voor windenergie aangewezen. Een strook langs de A76, aan de zuidzijde begrensd door de gemeentegrens en aan de noordzijde door de Wijnstraat. Hierbij is in overweging genomen dat weliswaar op grond van het POL plaatsing van windmolens binnen het Nationaal Landschap ZuidLimburg (NL ZL) en daarmee in de gehele gemeente Simpelveld is uitgesloten, doch dat hetzelfde POL wel ruimte biedt voor windinitiatieven aan de randen van het NL ZL en tegen de lands- c.q. provinciegrens waar al windmolens zijn gesitueerd.
Het RAK en de PALET-doelstelling zijn voor de gemeenten Heerlen, Kerkrade en Simpelveld aanleiding geweest een bestuurlijke samenwerking aan te gaan. Daarbij is de ambitie geformuleerd om de realisatie van 4 à 8 windturbines in het gebied Parkstad-Zuid (dit is incl. het zoekgebied van Simpelveld) te verkennen. Conform het eerder vastgestelde concept-RES zijn 4 windturbines van dit project als ambitie in het RES-bod opgenomen. Eén van de uitgangspunten van de samenwerking is dat de mogelijk te realiseren opbrengst van het project evenredig over de drie gemeenten wordt verdeeld. Dit ongeacht in welke gemeente(n) de windturbines fysiek worden neergezet. Grootschalig zon-op-dak Alleen zon PV-installaties met een vermogen van meer dan 15 kWp worden volgens het Klimaatakkoord meegeteld voor het 35 TWh-doel. Er wordt daarom uitgegaan van installaties op een dak met een minimaal 2 oppervlak van 285 m . Niet alle daken zijn echter geschikt voor zonnepanelen. Conform de landelijke uitgangspunten wordt een benuttingspercentage van 30% gehanteerd. Daarnaast wordt rekening gehouden met een benuttingspercentage van 12,5% voor monumentale daken en daken gelegen in beschermde stads- en dorpsgezichten. Daken van kastelen, kloosters en kerken zijn uitgesloten op basis van overwegingen ten 2 aanzien van ruimtelijke kwaliteit.
Zoals de kaart laat zien is de beschikbaarheid van daken vanaf 285 m in Simpelveld zeer beperkt. Dit betekent dat – rekening houdende met de benuttingspercentages – de potentie c.q. pag. 5/12
het aandeel van Simpelveld in het RES-bod van het met grootschalig zon-op-dak nog te realiseren vermogen dat als beleidsvoornemen wordt gezien nihil is. Grootschalig zon-op-land Voor de zoekgebieden grootschalig zon-op-land is conform de door GS op 22-10-2019 vastgestelde zonneladder de volgende onderverdeling gemaakt. 1. 2. 3.
Onbenutte terreinen in gebouwd gebied; Gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; Gronden in gebruik voor landbouw.
Het heeft de voorkeur om zoveel mogelijk grondgebonden zonne-energie te realiseren op onbenutte terreinen in gebouwd gebied (bijv. braakliggende terreinen en parkeerterreinen) om zo landbouwgronden en natuur te ontzien. Naast onbenutte terreinen in het bebouwd gebied zijn er ook in het buitengebied een aantal mogelijke locaties die een andere primaire functie hebben dan landbouw of natuur (bijv. voormalige delfstofwinplaatsen of stortplaatsen). De totale potentie voor het realiseren van zon op agrarische grond is groot. Het is echter niet wenselijk en realistisch om alle agrarische gronden te transformeren tot zonneparken. Dit gebeurt alleen als ze voldoen aan strikte voorwaarden en als de kernkwaliteiten van het landschap en de landschappelijke beleving niet worden aangetast. Zo moeten initiatiefnemers zorgen voor een zo goed mogelijke landschappelijke inpassing van het zonnepark en moeten zij de omgeving maximaal betrekken bij de planvorming. Ook dienen de maatschappelijke baten deels terug te vloeien naar de gemeenschap. E.e.a. zoals in de sub-regio Parkstad Limburg als uitgangspunt in het eerder vermelde RAK is opgenomen. Hierna wordt voor de drie deelgebieden ingegaan op het aandeel van Simpelveld in het RES-bod. Ad. 1 Onbenutte terreinen in gebouwd gebied Deze – eventueel voor zon-op-land geschikte – gronden zijn in Simpelveld amper dan wel niet voorhanden.
Het aandeel van Simpelveld in het RES-bod is derhalve nihil. Ad. 2 Gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur Deze – eventueel geschikte – gronden zijn in Simpelveld schaars. Een (enkel) voorbeeld hiervan is het voormalig stort te Bocholtz waar inmiddels een zonnepark gerealiseerd is. Voor het overige is het aandeel in het RES-bod ook hier nihil. Ad.3 Gronden in gebruik voor landbouw D.i. onder te verdelen in landbouwgronden buiten resp. binnen het NL ZL. -
-
Buiten het NL ZL Uitgaande van de voor deze gebieden geldende restricties wordt uitgegaan van een benuttingspercentage van max. 10%. In Simpelveld betreft het “slechts” twee locaties/percelen. Qua potentie is het dus verwaarloosbaar/nihil te noemen. Binnen het NL ZL Vrijwel alle landbouwgronden van de gemeente Simpelveld bevinden zich binnen het NL ZL. Wat is over deze potentiegebieden op te merken? Het (nog) vigerende beleid (POL2014), op grond waarvan realisatie van zonneparken in het NL ZL in principe niet wordt uitgesloten. Vervolgens – anticiperend op de RES – de door GS vastgestelde zonneladder. Uitgangspunt is de zorgvuldige inpassing van grootschalige opwek in het landschap, waarbij rekening moet worden gehouden met de bestaande kwaliteit van gebieden. Essentie is om bij de duurzame opwek van zonne-energie landbouw en natuur zoveel mogelijk te ontzien (het ‘nee, tenzijprincipe’). Voorts de ontwerp-POVI (Provinciale Omgevingsvisie), waarin de zonneladder is opgenomen en waarbij nadrukkelijk de voorkeur wordt uitgesproken om zeer terughoudend te zijn met het benutten van het landelijk gebied voor het realiseren van zonneparken. Tot slot is onlangs door de Provincie Limburg en de RES Zuid-Limburg ingestemd met het uitvoeren van een ‘Landschappelijk Verdiepingsonderzoek Wind en Zon Zuid-Limburg’.
De studie moet bouwstenen opleveren voor een samenhangend ruimtelijk afwegingskader. Het doel is om te komen tot een gelijkluidende aanpak en een zorgvuldige inpassing van energieinitiatieven voor zowel wind als zon op de schaal van heel Zuid-Limburg. Reeds met het eind 2019 door uw raad vastgestelde RAK-Simpelveld is ervoor gekozen om met betrekking tot grootschalig zon-op-land twee initiatieven van maximaal 5 ha als pilot toe te staan. Dit is als zodanig ook als bod opgenomen in de concept-RES en – mede gezien de hiervoor geschetste ontwikkelingen – ook in de nu voorliggende RES 1.0. De energieopbrengst van 10 ha zon-op-land is ongeveer gelijk aan dat van 1 windturbine met een vermogen van 3 MW.
pag. 6/12
Wet- en regelgeving Bevoegdheid De RES 1.0 met hierin het bod ten aanzien van elektriciteit en een Regionale Structuur Warmte, wordt conform de afspraken met het Nationaal Programma RES geaccordeerd door de colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en de Waterschapsbesturen. De bevoegdheid tot het formeel vaststellen ligt bij gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen. Daarmee is de RES 1.0 bestuurlijk bindend en heeft het de status van een beleidsstuk. Bestuurlijk bindend betekent dat het bindend is voor de instantie zelf. Een ander kan er geen juridische rechten/plichten aan ontlenen. De RES zal juridische status gaan krijgen in de verankering in het instrumentarium van de Omgevingswet. Strategische visie / beleidsprogramma Programma 7: Programma 8.
Volksgezondheid en milieu. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing.
Als operationele vertaling van het Coalitieprogramma 2018-2022 heeft het thema duurzaamheid een duidelijke plaats in de College agenda 2018-2022 gekregen. Relatie met bestaand beleid / eerdere voorstellen Onder regie en coördinatie van de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid van de Stadsregio Parkstad Limburg is in de periode 2013-2015 kaderstellend energietransitiebeleid opgesteld, genaamd ‘Parkstad Limburg EnergieTransitie’ (PALET). Dit beleid – bestaande uit een regionaal ambitiedocument PALET 1.0 en acht gemeentelijke potentiestudies PALET 2.0 – is medio 2015 unaniem vastgesteld door de gemeenteraden van Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal. In 2015-2016 is de lange termijn doelstelling om in 2040 als regio energieneutraal te zijn, vertaald in een regionaal uitvoeringsprogramma PALET 3.0 voor de korte termijn i.c. de periode 2016-2020. In de Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG op 29 november 2019 is – onder voorwaarden – door de gemeenten ingestemd met het ondertekenen van het Klimaatakkoord. Het Rijk heeft vanuit het Klimaatakkoord in overleg met de koepel VNG, IPO en VNW bepaald dat overheden de krachten moeten bundelen om van de energietransitie een succes te maken. Hiervoor is besloten tot een meerjarige programmatische nationale aanpak met landsdekkend integrale regionale energie strategieën (RES).
In een Handreiking voor de regio’s stelt het Rijk de landelijke spelregels voor wat betreft de producten, planning en het proces, zodat RES-regio’s op een gelijksoortige manier energiestrategieën maken die landelijk optelbaar en vergelijkbaar zijn. De RES 1.0 Zuid-Limburg is een strategisch visiedocument. De doelstellingen uit de RES zullen worden meegenomen in een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET 3.1 voor de komende periode (2022-2025). Gemeenten beslissen hierbij over eigen grondgebied. Overwegingen -
-
-
Het RES 1.0-bod is een weloverwogen bod en tot stand gekomen in een zorgvuldig proces met de ambtelijke organisatie, volksvertegenwoordigers en maatschappelijke partijen. U bent op verschillende momenten in dit proces betrokken in de totstandkoming van het voorliggende bod (zie onder ‘Communicatie’). De regionale energie strategie is gericht op samenwerking en wijzigt niets aan de bevoegdheidsverdeling bij ruimtelijke initiatieven. De gemeente(raad) besluit zelf over initiatieven voor zonneweides en windmolens. Met het vaststellen van de RES 1.0 wordt niet besloten tot het realiseren van concrete initiatieven of projecten met betrekking tot wind-op-land en/of zon-PV. Hiervoor dienen de reguliere planologische procedures te worden doorlopen, met de daarbij behorende participatie-, inspraak-, bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Binnen het Nationaal Programma RES is afgesproken dat alle RES regio’s uiterlijk 1 juli 2021 een definitieve RES 1.0 aan het Rijk dienen aan te bieden. Het Rijk heeft aangegeven dat deze datum, ondanks de situatie rondom Covid-19, ongewijzigd blijft. Uiterlijk vanaf 1 juli 2021 starten alle regio’s met de voorbereiding van de verankering van de RES in het eigen omgevingsbeleid via de instrumenten van de Omgevingswet en/of de wet ruimtelijke ordening. Omgevingsvergunningen dienen tijdig verleend te zijn om in 2030 landelijk de 35 TWh gerealiseerd te hebben.
pag. 7/12
Risico’s -
-
-
Het is niet duidelijk of de bijdrage van de RES Zuid-Limburg voldoende is om de landelijke doelstelling van 35 TWh hernieuwbare opwek uit wind-op-land en/of zon-PV te realiseren. Indien blijkt dat de 30 RES’en samen niet optellen tot 35 TWh zal het Nationaal Programma samen met de RES-regio’s zoeken naar mogelijkheden om dit alsnog te realiseren. Mocht ook dit niet haalbaar blijken, zullen de landelijke koepels (IPO, VNG en UvW) de landelijke restopgave verdelen over de RES-regio’s. De verdeelsleutel hiervoor is niet bekend, omdat het proces vanuit de decentrale overheden centraal staat. Op dit moment is nog onduidelijk of alle grootschalige opwek die in het bod geprojecteerd is ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Mogelijke belemmeringen zijn bijvoorbeeld hoogtebeperkingen rondom vliegbasis Geilenkirchen (windenergie) en (geldende) beleidsrestricties rondom de opwek van winden zonne-energie binnen het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De RES 1.0 is een tussenproduct in een langjarig proces. Nieuwe kennis en inzichten zullen in de RES 2.0 en verder, in het bod worden verwerkt. Om de beoogde opwek daadwerkelijk te kunnen realiseren, zijn ook inspanningen en aanpassingen nodig vanuit het Rijk.
Belangrijke randvoorwaarden zijn bijvoorbeeld stimuleringsregelingen of het door gemeenten afdwingbaar maken voor zon-op-dak bij bestaande en/of nieuwbouw, financiële instrumenten voor inwoners (bijv. gebouw-gebonden financiering) en voldoende budget voor uitvoeringscapaciteit. Indien het Rijk de randvoorwaarden niet invult, heeft dat gevolgen voor het kunnen realiseren van de in het bod geformuleerde ambitie.
Samenwerking Voerendaal Niet van toepassing. Opties Niet van toepassing. Personele aspecten Zoals hierna onder ‘Financiële aspecten’ wordt aangegeven leidt de RES als uitvloeisel van het Klimaatakkoord tot extra (uitvoerings)taken en -lasten voor gemeenten. Totdat er tussen de VNG en het Rijk afspraken zijn gemaakt over aanvullende financiering hiervoor, kan slechts de aanwezige capaciteit worden ingezet. Financiële aspecten Voor het opstellen van de RES 1.0 zijn landelijk middelen beschikbaar gesteld door een bijdrage vanuit het Nationaal Programma RES. De middelen voor de ondersteuning van de definiëring van de RES’en zijn toegekend in de septembercirculaire 2019. Voor Zuid-Limburg komt dit neer op een rijksbijdrage van €1.359.428,- voor de kalenderjaren 2019 t/m 2021. Vanuit de Provincie is hierop aanvullend €75.000- ter beschikking gesteld voor de kosten van een projectsecretaris. Van de deelnemende gemeenten is geen aanvullende bijdrage gevraagd. Met het vaststellen van de RES 1.0 Zuid-Limburg wordt het fundament gelegd op basis waarvan overheden, semioverheden, bedrijven, woningcorporaties, inwoners etc. in gezamenlijkheid tot concrete uitvoeringsmaatregelen komen om de energietransitie in de regio en uw gemeente in gang te zetten. Voor dit proces zullen vanuit het Rijk opnieuw middelen beschikbaar worden gesteld. De hoogte hiervan is op dit moment nog onduidelijk.
Door de val van het kabinet zal een besluit omtrent de rijksbijdrage mogelijk vertraging oplopen. NB Eén van de randvoorwaarden die de gemeenten gesteld hebben aan de instemming met het Klimaatakkoord (zie ook onder ‘Relatie met bestaand beleid / eerdere voorstellen’) is het krijgen van een vergoeding voor de uitvoeringslasten. Waarbij ook is aangegeven: ‘Als op termijn onvoldoende aan deze randvoorwaarde(n) wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren. De randvoorwaarden van gemeenten blijven in volgende fases in het traject dan ook volledig van kracht’. Het VNG-bestuur heeft de opdracht gekregen te werken aan de invulling hiervan. De VNG zegt in haar bijlage bij ledenbrief van 15 januari 2021, ‘Uitnodiging BALV 12 februari 2021’, hierover het volgende: in 2020 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een onderzoek verricht naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord bij decentrale overheden voor de periode 2022-2030. In het onderzoek wordt gekeken naar de pag. 8/12
hoogte van de uitvoeringslasten, de verdeling van het budget tussen gemeenten en de organisatie van de uitvoering. De uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten zijn door Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de ROB geraamd op € 450 miljoen in 2022, € 540 miljoen in 2023 en € 599 miljoen in 2024. Dit bedrag is opgebouwd uit uitvoeringslasten in de sector gebouwde omgeving voor 60%, elektriciteit 15%, mobiliteit 10% en landbouw 5% en overige kosten 10%. De hoogte van de uitvoeringslasten neemt jaarlijks toe doordat ook het aantal plannen dat gemeenten moeten uitvoeren toeneemt. Investeringskosten (voor bijvoorbeeld de bouw van een zonnepark) maken geen onderdeel uit van het onderzoek. Met het rapport dat er nu ligt wordt géén uitspraak gedaan over de daadwerkelijke toekenning van middelen: dit is onderwerp van gesprek tussen koepels en het kabinet. Op 25 januari jl. is het rapport gepubliceerd onder de titel 'Van Parijs naar praktijk. Er is hiermee een eerste stap gezet, maar de middelen zijn hiermee nog niet geregeld. Prioriteit voor gemeenten is dan ook dat in overleg met het kabinet ervoor wordt gezorgd dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Tevens zal de VNG benoemen dat het nodig is dat de uitvoering wordt ondersteund door nationale programma's voor in ieder geval de sectoren elektriciteit (RES) en gebouwde omgeving.
Tot slot realiseert de VNG zich dat afspraken voor het jaar 2022 snel nodig zijn en voor een deel niet kunnen wachten tot het moment dat er structurele meerjarige afspraken zijn vastgelegd. Hierover blijven zij in gesprek met het kabinet. Vooralsnog zal voor de uitwerking van de RES in een Uitvoeringsprogramma (gecombineerd met een nieuw uitvoeringsprogramma voor PALET) en het uitvoeren hiervan gebruik moeten worden gemaakt van bestaande middelen en met bestaande capaciteit. Aanbesteding Niet van toepassing. Communicatie De besluitvorming in uw raad is zorgvuldig en op maat voorbereid, in samenspraak met uw gemeente. Zo heeft onder andere op 8 juli 2020 een informerende raadsinformatiebijeenkomst plaatsgevonden, waarvoor u als raadslid bent uitgenodigd. Voorts heeft op 11 februari 2021 een tweede, consulterende raadsinformatieavond plaatsgevonden. De bijdrage van gemeente Simpelveld in het totale bod van Zuid-Limburg is hierin aan u voorgelegd. Maatschappelijke partners zoals natuur- en milieufederaties, woningcorporaties, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en het MKB zijn middels een zogenaamde Klankbordgroep periodiek betrokken en gevraagd mee te denken in het proces. Inwoners zijn in januari 2021 door middel van een Parkstad-brede Duurzaamheidskrant gezamenlijk geïnformeerd over de RES en Transitievisie Warmte (TVW).
Hiermee is het participatieproces voor deze trajecten gestart. De RES is een doorlopend en langjarig proces. Het participatieproces is een blijvend onderdeel van deze aanpak. Externe communicatie, bijvoorbeeld via een persconferentie en/of persbericht, vindt pas plaats nadat alle gremia positief hebben besloten over het voorliggende bod. Evaluatie Het nationale RES traject kent een doorlooptijd tot 2030. De RES wordt in een cyclus van minimaal 2 jaar geüpdatet. Twee jaar na de RES 1.0 volgt een RES 2.0 en zo verder. Deze tweejaarlijkse cyclus borgt mede dat de RES aansluit bij de wettelijk vereiste investeringsplannen van de netbeheerders en dat nieuwe inzichten en ontwikkelingen ten aanzien van grootschalige opwek en warmte kunnen worden meegenomen. Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van de regionale bijdrage heeft het PBL een landelijke (kwantitatieve) analyse-, monitoring en rekensystematiek ontwikkeld. Daarop aanvullend zal er ook op het niveau van de Parkstad-gemeenten een kwalitatieve monitoring/evaluatie van de voortgang van afspraken en prestaties plaatsvinden. Vervolg / planning Besluitvorming vindt gelijktijdig plaats in de 16 gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg. Nadat alle gremia de RES 1.0 voor Zuid-Limburg hebben vastgesteld zal deze aan het Rijk worden aangeboden, doch uiterlijk 1 juli 2021.
pag. 9/12
Om de in de RES 1.0 gestelde ambitie in de praktijk om te zetten in concrete maatregelen en prestaties, zal in de vervolgfase onder de ambtelijke regie van Parkstad Limburg worden overgegaan tot het uitwerken van een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET i.c. op het schaalniveau van Parkstad Limburg. Het traject van de RES heeft consequenties voor PALET. De RES-methodiek wijkt op een viertal belangrijke punten af van de aanpak in PALET. 1.
2.
3.
4.
Primair / Secundair energiegebruik In PALET is uitgegaan van het primaire energiegebruik (vanuit de bron), terwijl de RES uitgaat van secundair energiegebruik (uiteindelijk energiegebruik door afnemer). Om de samenhang met de RES te bewaren zullen wij in de toekomst dus ook in Parkstad uitgaan van het secundair energieverbruik. Basisjaar gegevens In PALET is uitgegaan van basisjaar 2011, terwijl de RES 2017 als basisjaar hanteert. In de RES heeft dus een actualisatie van PALET op deze fronten plaatsgevonden. Reikwijdte van sectoren De RES is beperkt tot de Klimaattafels ‘Elektriciteit’ en ‘Gebouwde omgeving’. De sectoren ‘industrie’, ‘verkeer en vervoer’ en ‘landbouw en landgebruik’ worden door de overige Klimaattafels opgepakt. In PALET wordt echter uitgegaan van een integrale aanpak, waarbij alle sectoren worden meegenomen. De opgave vanuit de RES betreft dan ook niet de gehele opgave die wij ons in PALET hebben gesteld. In het uitvoeringsprogramma voor Parkstad blijven wij uitgaan van een integrale aanpak voor alle sectoren. Het uiteindelijke doel Tot slot geeft de RES invulling aan de nationale doelstelling om met elkaar de CO 2-uitstoot sterk te verminderen: in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. De ambitie van PALET is om in 2040 als regio energieneutraal te zijn.
In aanloop naar het nieuw op te stellen Uitvoeringsprogramma zal PALET geëvalueerd worden, waar een aanvang wordt gemaakt de het verschil in uitgangspunten en doelstellingen tussen de RES en PALET zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.
In de aankomende periode zal PALET ‘RES-proof’ gemaakt moeten worden, vooral om goed en efficiënt aangehaakt te blijven binnen de RES Zuid-Limburg en het Klimaatakkoord. Dit om de kwaliteit, de dynamiek en de effectiviteit van de regionale samenwerking via de GR Parkstad Limburg en op het gebied van energietransitie niet kwijt te raken. Alleen al de resultaten rondom de formulering van gemeenschappelijk regionaal beleid van PALET, het Zonnepanelenproject, de warmtetransitie, de windprojecten en de Woonwijzerwinkel tonen die meerwaarde aan. Het binnen de RES te maken uitvoeringsprogramma voor Parkstad Limburg wordt na PALET 3.0 (2016-2020) nu PALET-RES 3.1 (2022-2025). De monitoring volgt vanuit het Nationaal Programma RES.
Bijlage Regionale Energie Strategie (RES 1.0) Zuid-Limburg, 16 maart 2021 (Verseon nummer 148791).
pag. 10/12
Beslispunt: 1. Stellen met de RES Zuid-Limburg 1.0 het bod van 1.3 TWh vast en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind. 2. Stemmen in om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen.
Het college van burgemeester en wethouders in Simpelveld,
De secretaris,
De burgemeester,
Mw. mr. M. Liu
mr. R de Boer
In de raadscommissie vergadering van 25 mei 2021 hebben de fracties als volgt geadviseerd: De fractie
BurgerBelangen : Leefbaar Simpelveld : Lokaal Actief : CDA : SAMEN 1 :
voor / tegen voor / tegen voor / tegen voor / tegen voor / tegen
De commissiegriffier
pag. 11/12
Aanbieding aan de Raad Aan de raad wordt voorgesteld om 1. Met de RES Zuid-Limburg 1.0 het bod van 1.3 TWh vast te stellen en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind; 2. In te stemmen om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen.
Simpelveld, 3 juni 2021 Het presidium van Simpelveld, De griffier,
De voorzitter,
bc. F.G. Simons
mr. R. de Boer
pag. 12/12