CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 5 A5-Reactienota Boels Zanders Cooperación

Commissie MID 23 april 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Raad verzelfstandiging gemeenschappelijke regeling Parkstad IT1.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota

Aan

Colleges van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en dagelijks bestuur waterschap

1.

Afschrift aan

Dagelijkse besturen gemeenschappelijke regelingen

Van

Anouk Hofman en Rob de Greef

Plaats/Datum

Venlo, 22 november 2023

Betreft

Reactienota zienswijzen raden, provinciale staten en algemeen bestuur waterschap

Ingekomen zienswijzen De 31 Limburgse gemeenteraden, provinciale staten van Limburg 1 en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg hebben inmiddels besloten omtrent het al dan niet indienen van zienswijzen op de wijzigingsvoorstellen zoals die eerder in het gezamenlijk traject naar voren zijn gekomen. De ingediende zienwijzen zien op enkele verschillende onderwerpen: (1) Zienswijzen (2) Inspraak (burgerparticipatie) (3) Evaluatie (4) Aanlevertermijnen begroting Hierbij moet worden opgemerkt dat sommige gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap de oorspronkelijke wijzigingsvoorstellen hebben voorgelegd voor besluitvorming. Soms zijn er dan vervolgens geen zienswijzen ingediend, hetgeen als een ondersteuning van dat oorspronkelijke voorstel kan worden gezien. Andere gemeenteraden hebben ervoor gekozen om gewijzigde voorstellen voor te leggen waarbij de handreiking van de raadswerkgroep Noord-Limburg (bijlage 2) is gevolgd, dan wel de voorstellen zoals deze in eerdere brieven vanuit Brunssum, Stein en Voerendaal naar voren zijn gekomen (bijlage 3). In onze eerdere legal opinion zijn wij reeds op de juridische haalbaarheid van deze voorstellen ingegaan (bijlage 4). Een groot aantal gemeenteraden heeft deze voorstellen omarmd.

Tot slot zijn er ook individuele zienswijzen ingediend door sommige gemeenteraden, ongeacht wat het behandelde voorstel was. In de bijgevoegde matrix (bijlage 1) hebben wij per deelnemer én per gemeenschappelijke regeling inzichtelijk gemaakt welke voorkeuren de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben uitgesproken. 2

1

Bij de provincie moet worden opgemerkt dat het nog om een conceptzienswijze gaat, omdat provinciale staten pas begin december

beslissen 2

Bij de provincie moet worden opgemerkt dat het nog om een conceptzienswijze gaat, omdat provinciale staten pas begin december

beslissen. Reactienota op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023

1/6

In deze reactienota leggen wij u de uitkomsten voor. Wij kiezen daarbij wederom voor uniforme voorstellen voor alle gemeenschappelijke regelingen, dat was immers het uitgangspunt van het traject dat doorlopen is. Uiteindelijk kan natuurlijk besloten worden om voor bepaalde gemeenschappelijke regelingen hiervan af te wijken, maar vanuit het principe van comply or explain moet dit dan wel nadrukkelijk worden toegelicht. Voor gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap is het immers overzichtelijker wanneer zij voor alle gemeenschappelijke regelingen waarin hun colleges/dagelijkse besturen participeren (grotendeels) dezelfde instrumenten hebben. 2.

Zienswijzen 25 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. 6 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben géén vergelijkbare zienswijze aangenomen. Gelet op deze overgrote meerderheid wordt voorgesteld om het voorstel van de raadsledenwerkgroep, zoals uitgewerkt in de legal opinion, over te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen. Deze bepaling luidt voor gemeenschappelijke regelingen met vijf of minder deelnemers: 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Voor gemeenschappelijke regelingen met zes of meer deelnemers komt de tekst te luiden:

2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Dit sluit ook aan bij de toezegging op verzoek van de gemeentesecretarissen uit het gezamenlijke traject om dit te verwerken. Zie ons eerder toegezonden memo d.d. 12 juni 2023. Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023

2/6

Bij de Regionale uitvoeringsdiensten zal vanzelfsprekend ook provinciale staten dit recht krijgen (lid 2) als ware zij een van de gemeenteraden, zoals bij BsGW en het Gegevenshuis het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg deze rechten krijgt. Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar algemeen bestuur of dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. 3.

Inspraak / Burgerparticipatie 25 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. 6 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben géén vergelijkbare zienswijze aangenomen. Gelet op deze overgrote meerderheid wordt voorgesteld het voorstel van de raadsledenwerkgroep, zoals uitgewerkt in de legal opinion, over te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen. Deze bepaling luidt voor de gemeenschappelijke regelingen tot en met vijf deelnemers: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.

Voor gemeenschappelijke regelingen met zes of meer deelnemers komt de tekst te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.

Bij de Regionale uitvoeringsdiensten zal vanzelfsprekend ook provinciale staten dit recht (lid 3) krijgen als ware zij een van de gemeenteraden, zoals bij BsGW en het Gegevenshuis het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg deze rechten krijgt. Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar algemeen bestuur of dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023

3/6

4.

Evaluatie Bij de evaluatie is het beeld wat anders. 17 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. Dat komt er op neer dat 2 deelnemers kunnen vragen om een evaluatie, waarna het dagelijks bestuur een onderzoeksvoorstel moet doen. 8 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben zich uitgesproken voor het oorspronkelijke voorstel, waarbij het algemeen bestuur in meerderheid beslist of een evaluatie moet plaatsvinden, waarna het dagelijks bestuur een onderzoeksvoorstel doet. Eén gemeenteraad heeft zich uitgesproken voor een evaluatie wanneer 1/4 van de deelnemers hierom vraagt, maar in elk geval eens in de zes jaren. 6 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor een periodieke evaluatie eens per 5 jaar. Hoewel de meerderheid gering is, stellen wij toch voor het voorstel van de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg, zoals uitgewerkt in de legal opinion, op te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen met maximaal 14 deelnemers (de “kleinere” gemeenschappelijke regelingen). Dit voorstel luidt: De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.

Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. Voor de grotere gemeenschappelijke regelingen (met 15 of meer deelnemers) werkt een dergelijke bepaling naar ons oordeel niet. Dat zou ertoe leiden dat een dergelijke gemeenschappelijke regeling constant onderworpen kan worden aan evaluaties, bijvoorbeeld wanneer twee gemeenten het niet eens zijn met een door de overgrote meerderheid gekozen route. Om die reden wordt voor Omnibuzz, de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschap Limburg (BsGW), de Veiligheidsregio en Gemeentelijke Gezondheidsdienst Limburg-Noord, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, de GGD Zuid-Limburg, de Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord en de Regionale uitvoeringsdienst Zuid-Limburg voorgesteld om te kiezen voor het alternatief waarbij ééns in de vijf jaar verplicht wordt geëvalueerd. Het voorstel voor de gemeenschappelijke regelingen luidt: De werking van de regeling zal om de vijf jaar geëvalueerd worden, voor het eerst in [datum invullen]. Het dagelijks bestuur zal daartoe een onderzoeksvoorstel en de daarmee gepaard gaande financiële consequenties aan de deelnemers voorleggen.

Daarbij zal een rooster worden ontwikkeld waarbij ieder jaar per regio één gemeenschappelijke regeling wordt geëvalueerd. Dit om te voorkomen dat met name de deelnemers overspoeld worden met evaluaties in één bepaald jaar. Wel kan het zo zijn dat bijvoorbeeld beide Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023

4/6

Regionale uitvoeringsdiensten gelijktijdig worden geëvalueerd, zodat kan worden samengewerkt. Dat kan ook gelden voor de veiligheidsregio’s dan wel de gemeentelijke gezondheidsdiensten, maar omdat in Limburg-Noord beide in één gemeenschappelijke regeling zitten, zal dan gekozen moeten worden of wordt aangesloten bij de Veiligheidsregio ZuidLimburg of juist bij de GGD Zuid-Limburg. 5.

Begrotingsprocedure Sommige gemeenteraden hebben ook nog een zienswijze aangenomen omtrent de begrotingscyclus en de jaarlijkse kadernota. In ons memo d.d. 12 juni 2023 was naar aanleiding van het overleg met de gemeentesecretarissen reeds toegezegd dat in de gemeenschappelijke regelingen wordt verwerkt dat de ontwerpbegroting voor 30 april aan de gemeenteraden (provinciale staten resp. algemeen bestuur waterschap) moet worden verzonden. Dat zal in de gemeenschappelijke regelingen verwerkt worden. Zoals in de legal opinion is opgenomen kunnen hieromtrent dan nog nadere werkafspraken worden gemaakt.

6.

Vervolgproces Het vervolgproces is opgenomen in het onderstaande schema: Voor de overzichtelijkheid spreken wij in dit schema enkel van de colleges van B&W en de gemeenteraden. Uiteraard dienen daaronder ook Provinciale Staten en het AB van het Waterschap te worden begrepen Tijdlijn

Procedurestap

Tot 15 december 2023

Inventarisatie opbrengst zienswijzen bij colleges, juristen, DB's en AB's van de gemeenschappelijke regelingen

Medio december 2023 – medio januari 204

Aanpassing van de gemeenschappelijke regelingen op basis van de ingediende zienswijzen

Medio januari 2024

Aangepaste regelingen worden door de gemeenschappelijke regelingen voor toestemming naar de colleges en accounthouders verzonden

Februari – mei 2024

De raden hebben de tijd om toestemming te geven tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regelingen

Juni 2024

De collegebesluiten over de aangepaste gemeenschappelijke regelingen worden vastgesteld

Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023

5/6

1 juli 2024

Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023

De wijzigingen treden in werking

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=f2cbba92-2ea8-4fad-9f92-4daa5223488e