CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 3 Gewijzigde regeling Stadsregio Parkstad Limburg-versie met wijzigingen en toelichting

Commissie MID 23 januari 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad10.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 2

CONCEPT (ontwerpregeling) met doorhalingen en gele markeringen die de aanpassingen weergeven

Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (wijziging van de regeling van 1 januari 2020 1 mei 2021)

Datum inwerkingtreding: 1 mei 2021 1 juli 2024

(vastgesteld door de colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten van Parkstad Limburg 1ste kwartaal 2021) Tekstversie dec. 2020

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal overwegende dat: ➢

➢ ➢

➢

➢

➢ ➢

in het jaar 2014 de raden, de colleges en de burgemeesters van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal respectievelijk ieder voor zover het hun taken en bevoegdheden betrof en gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet, besloten hebben om: o de Plusregio Stadsregio Parkstad Limburg op te heffen en dit, op grond van artikel 110 juncto artikel 108, tweede lid, Wgr mede te delen aan Gedeputeerde Staten van Limburg en aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; o de “gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg” (vastgesteld op 22 februari 2010) te wijzigen in een regeling die uitsluitend wordt getroffen door colleges van burgemeester en wethouders en die op 23 juni 2014 in werking is getreden; o toestemming te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders, op grond van artikel 1, tweede lid, Wgr, tot het treffen van een gewijzigde gemeenschappelijke regeling; o toestemming te verlenen aan het Algemeen Bestuur van de Stadsregio Parkstad Limburg, als bedoeld in artikel 25, tweede lid, Wgr, voor het instellen van bestuurscommissies; naar aanleiding van een wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen de regeling per 1 januari 2016 is aangepast; met ingang van 1 januari 2019 de gemeenten Nuth en Onderbanken samen

met de gemeente Schinnen zijn opgegaan in de nieuwe gemeente Beekdaelen en deze gemeente de rechtsopvolger van deze gemeenten is; de gemeente Beekdaelen in december 2019 besloten heeft om deelnemer aan deze gemeenschappelijke regeling te blijven, hetgeen tot aanpassing van de naamgeving van deze deelnemer heeft geleid; naar aanleiding van de inwerkingtreding van de “Wet normalisering rechtspositie ambtenaren”, de actualisatie van de strategische agenda en een gevoerde takendiscussie, de regeling per 1 mei 2021 is aangepast; op 1 juli 2022 de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen in werking is getreden hetgeen een aanpassing van de regeling vereist; op verzoek van de samenwerkende Parkstadgemeenten binnen de (water)werkregio het thema water (zoals begrensd in het ‘Blauwe Schema’) aan de kernagenda wordt toegevoegd en verder gelet op:

➢ ➢

de bepalingen van Wet gemeenschappelijke regelingen, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet, de verkregen toestemming van de betreffende gemeenteraden

besluiten: tot wijziging van de ”gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg” (in werking getreden op 1 januari 2020 1 mei 2021) door deze te vervangen door de onderstaande regeling en als volgt vast te stellen:

1 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de wet: de (vigerende) Wet gemeenschappelijke regelingen b. de regeling: de gemeenschappelijke regeling ‘Stadsregio Parkstad Limburg’; c. de (deelnemende) Gemeente(n): een (of alle) aan de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg deelnemende gemeente(n); d. deelnemer: een aan de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg deelnemend college van burgemeester en wethouders van een Parkstad Limburggemeente e. deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders van de Parkstad Limburggemeenten f. Parkstad-Limburg gemeente(n): Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Beekdaelen, Brunssum, Voerendaal, Simpelveld g. de Kern-agenda: onderwerpen die worden aangewezen door het Algemeen Bestuur waarvan de colleges van alle deelnemers: I. bevoegdheden hebben overgedragen dan wel overdragen en II. hebben bepaald dat deze bevoegdheden behoren tot een onderwerp dat deel uitmaakt van de Kern-agenda; h. de Keuze-agenda: onderwerpen die worden aangewezen door het Algemeen Bestuur waarvan ten minste twee deelnemers hebben verzocht deze aan de Keuze-agenda toe te voegen en, indien nodig, ter zake bevoegdheden hebben overgedragen dan wel gaan overdragen; i.

het Regiobureau: de (ambtelijke) organisatie die onder verantwoordelijkheid van de (plv.) directeur/secretaris werkt; j. Bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de Wet, ingesteld door het Algemeen Bestuur. k. Blauwe Schema: een unaniem door de deelnemers vastgesteld schema waarin kernagendaonderwerpen zijn uitgewerkt. l. jaarplan: plan waarin de in dat kalenderjaar uit te voeren activiteiten worden beschreven en waarin een verdere specificering van de in het Blauwe Schema opgenomen kernagenda-onderwerpen wordt gegeven. 2. Waar in de Regeling een wet of regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in de plaats van de gemeente, de raad, het college, de burgemeester en de secretaris c.q. griffier onderscheidenlijk gelezen het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur/de Bestuurscommissie(s), de voorzitter en de directeur/secretaris van het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg.

Artikel 2 Doelstelling/te behartigen belangen 1. Stadsregio Parkstad Limburg heeft tot doel om op basis van de onderwerpen genoemd in de Kern-agenda en de Keuze-agenda de samenwerking tussen de deelnemers te faciliteren en te komen tot een samenhangend beleid en uitvoering daarvan op de gebieden van ruimte, mobiliteit, water, economie & toerisme, wonen & herstructurering, energie en duurzaamheid, (inclusief klimaatadaptatie, klimaatmitigatie, circulaire economie, sociaal economische structuurversterking en grensoverschrijdendestijgende samenwerking. Dit alles dient de brede welvaart in Parkstad te versterken: Parkstad dient een vitale en leefbare regio met een krachtig economisch, fysiek, sociaal en duurzaam profiel te zijn waarbij een niveau van welvaart en welzijn wordt gehaald van tenminste het gemiddelde niveau van Nederland. 2. De vorm van de samenwerking kan verschillen. Aan de Kernagenda-onderwerpen nemen alle deelnemers deel. Daarbij is het Regiobureau procesmatig en inhoudelijk verantwoordelijk. Aan Keuzeagendaonderwerpen nemen alleen deelnemers deel die daarvoor kiezen. Daarbij heeft het Regiobureau ten minste een monitorende en versterkende taak; de procesverantwoordelijkheid kan echter ook buiten de Stadsregio Parkstad Limburg worden gelegd. 3. Tot de onderwerpen van de Kern-agenda behoren in elk geval: 2 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v.

de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

a. ruimte b. energie en c. duurzaamheid (inclusief d. klimaatadaptatie en e. klimaatmitigatie f. circulaire economie) g. mobiliteit; h. water i. economie & toerisme; j. wonen & herstructurering; k. sociaal-economische structuurversterking: (verbinding) onderwijs/arbeidsmarkt, Gezonde Basisschool van de Toekomst (GBT) en Kansrijke Start l. grensoverschrijdendestijgende samenwerking zoals weergegeven in het Blauwe Schema en nader gespecificeerd in de jaarplannen. Artikel 3 Deelname aan samenwerkingsvormen 1. Stadsregio Parkstad Limburg kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 93 tot en met 95 van de Wet. 2. Stadsregio Parkstad Limburg kan deelnemen aan een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS), overeenkomstig de Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 [Publicatieblad L 210 van 31.7.2006]. 3. Stadsregio Parkstad Limburg kan overeenkomstig artikel 31a van de Wet stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, corporaties en onderlinge waarborgmaatschappijen oprichten, eraan deelnemen en/of lid ervan worden. 4. Het besluit daartoe wordt door het Algemeen Bestuur genomen. Alvorens het Algemeen Bestuur een dergelijk besluit neemt, worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.

HOOFDSTUK 2 HET RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEND LICHAAM Artikel 4 Openbaar lichaam 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam in de zin van artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd: ‘Stadsregio Parkstad Limburg’. Het is gevestigd te Heerlen. 2. Het rechtsgebied van de Stadsregio Parkstad Limburg omvat het grondgebied van de deelnemende Parkstad Limburggemeenten. Artikel 5 Bestuursorganen Het bestuur van de Stadsregio Parkstad Limburg bestaat uit het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de (plv.) voorzitter en de bestuurscommissie(s). Artikel 6 Het Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door de burgemeesters van de Parkstad-Limburggemeenten en één wethouder per deelnemer. 2. De bevoegdheden van het Algemeen Bestuur volgen uit de wet of de regeling.

Artikel 7 Besluitvorming door het Algemeen Bestuur 1. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus, behoudens als: a. een of meerdere leden van het Algemeen Bestuur om stemming verzoeken; b. geen consensus wordt bereikt. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen met inachtnemening inachtneming van de in lid 5 aangegeven hoeveelheid stemmen per AB-lid.

3 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

2.

In het geval genoemd in het vorige lid onder a en b, stoppen de beraadslagingen en wordt de besluitvorming over het betreffende onderwerp verdaagd tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur. 3. Aan het bepaalde in het vorige lid wordt geen toepassing gegeven als naar het oordeel van de Voorzitter het onderwerp waarover dient te worden besloten uit zijn aard geen uitstel duldt. In dat geval vindt onmiddellijk stemming plaats. 2. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken besluit aangehouden (verdaagd) tot de eerstvolgende (fysieke/digitale/hybride) vergadering. 3. Indien er sprake is van verdaging, stelt de Voorzitter na heropening van de beraadslagingen vast of consensus bestaat of dat stemming nodig is. Indien stemming nodig is en de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 4. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 5. De leden van het Algemeen Bestuur hebben elk een halve stem, alsmede een halve stem voor elke 10.000 inwoners of een gedeelte ervan. Het aantal stemmen per lid van het Algemeen Bestuur bedraagt nooit minder dan ééneneenhalf. 6.

Voor de vaststelling van het aantal inwoners van een gemeente wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde cijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt. 7. Er vindt stemming/besluitvorming plaats indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is vertegenwoordigd, die bovendien de meerderheid van het aantal stemmen vertegenwoordigen. 8. Het vorige lid vindt geen toepassing als hetzelfde voorstel, na agendering, in een volgende vergadering wordt behandeld. 9. Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste drie keer en voorts zo vaak als de voorzitter of het Algemeen Bestuur dit nodig acht, of ten minste een vijfde van de leden daarom verzoeken. 10. De vergaderingen zijn openbaar. Datum, tijdstip en plaats van de vergadering worden door de voorzitter bekend gemaakt. 11. Het Algemeen Bestuur kan besluiten dat een vergadering besloten is, indien tenminste een vijfde gedeelte twee van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter dat nodig vindt. 12. Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Artikel 8 Het Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de Parkstad-Limburggemeenten.. , aan te wijzen door en uit het Algemeen Bestuur. 2.

De leden van het Dagelijks Bestuur worden zo gekozen dat zij samen nooit de meerderheid van het Algemeen Bestuur uitmaken, noch in het aantal personen, noch in het aantal te vertegenwoordigen stemmen. Artikel 9 Taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur 1. De taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur volgen uit de wet, deze regeling of zijn door de deelnemers overgedragen. Overgedragen bevoegdheden berusten bij het Dagelijks Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur heeft de navolgende taken en bevoegdheden ter uitvoering van de Kernagenda zoals genoemd in artikel 2, lid 3 en uitgewerkt in het Blauwe Schema/de Jaarplannen: • het uitoefenen van een regionale platformfunctie • het nemen van besluiten ten aanzien van bovenregionale, bovengemeentelijke afstemmingsvraagstukken alsmede het bepalen op welke manier dergelijke vraagstukken kunnen worden afgewikkeld; • het namens de regio, zijnde alle deelnemers, kunnen reageren op van hogere overheden ontvangen documenten, waaronder het geven van inspraakreacties; • het voorbereiden van regionaal beleid; • het vaststellen van regionaal beleid voor zover dit een collegebevoegdheid betreft; • het opstellen en vaststellen van regionale beleidsregels; • het toetsen van de toepassing en uitvoering van regionaal beleid; • het programmeren en vaststellen van regionale programmeringen en regionale programma’s; • het regionaal monitoren; •

het regionaal ontwikkelen van instrumenten en 4 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

• het verstrekken van financiële middelen/subsidies (voor zover -regionaal- budget voorhanden is) en het procedureel afwikkelen daarvan. • het aanvragen (en verder procedureel afwikkelen) van subsidies. 3. Met het vaststellen van deze gemeenschappelijke regeling zijn de in lid 2 van dit artikel vermelde collegebevoegdheden met betrekking tot de kernagenda-onderwerpen overgedragen aan het Dagelijks Bestuur. 4. De door de deelnemers overgedragen bevoegdheden, genoemd in artikel lid 2 van dit artikel, worden met inachtneming van het Blauwe Schema onverwijld door het Algemeen Bestuur, op voorstel van het Dagelijks Bestuur, aan de Bestuurscommissies overgedragen. 5. Het Dagelijks Bestuur heeft hierdoor primair de verantwoordelijkheid voor: a) de besturing en de verantwoording van de gemeenschappelijke regeling; het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg genoemd in artikel 4; b) het bevorderen en invullen van de samenwerking binnen Parkstad; c) het leggen van dwarsverbanden en initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten.

Dit via het aanhaken aan (bij voorkeur Parkstadbrede) kansrijke initiatieven (inclusief het verrichten van haalbaarheidsonderzoeken) die zich tijdens de uitvoering van een Jaarplan kunnen aandienen; d) Bestuurscommissies/programma’ s-overstijgende onderwerpen; e) grensoverschrijdendestijgende samenwerking -GROS-; f) het vervullen van de werkgeversrol voor de Parkstad Limburg-organisatie het Regiobureau g) de communicatie naar de stakeholders, zoals gemeenteraden, colleges, provincie, maatschappelijke organisaties. 6. De mogelijkheid bestaat om bevoegdheden in mandaat op te dragen; dit geschiedt op basis van separate collegebesluiten buiten deze regeling om. 7. de afwikkeling van de overdracht van de taken GBRD aan BsGW en het beheer van de daarvoor bestemde desintegratie- en frictiebudgetten. Is afgewikkeld in december 2022 en is niet langer aan de orde 8. De bestuursorganen van deze Regeling kunnen bepalen op welke wijze verandering kan worden gebracht in de overgedragen bevoegdheden, met dien verstande dat niet kan worden besloten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden. Zie artikel 35 Artikel 10 Besluitvorming door het Dagelijks Bestuur 1. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus, behoudens als: a. een of meerdere leden van het Dagelijks Bestuur om stemming verzoeken; b. geen consensus wordt bereikt. 2.

In het geval genoemd in het vorige lid onder a en b, stoppen de beraadslagingen en wordt de besluitvorming over het betreffende onderwerp verdaagd tot de eerstvolgende vergadering van het Dagelijks Bestuur. 3. Aan het bepaalde in het vorige lid wordt geen toepassing gegeven als naar het oordeel van de Voorzitter het onderwerp waarover dient te worden besloten uit zijn aard geen uitstel duldt. In dat geval vindt onmiddellijk stemming plaats. 4. Indien er sprake is van verdaging, stelt de Voorzitter na heropening van de beraadslagingen vast of consensus bestaat of dat stemming nodig is. 5. De leden van het Dagelijks Bestuur hebben elk één stem. 6. Er vindt stemming/besluitvorming plaats indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is vertegenwoordigd. 7. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo vaak als de Voorzitter of tenminste twee leden dit nodig oordelen. 8. Datum, tijdstip en plaats van een vergadering van het Dagelijks Bestuur worden door de Voorzitter aan de leden meegedeeld. De vergaderingen zijn besloten. 9. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten dat een vergadering openbaar is. 10. Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.

1. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is (in fysieke dan wel digitale vorm). 2. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig (in fysieke dan wel digitale vorm) is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. 5 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

3. Op de vergadering, bedoeld in lid 2, is lid 1 niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is (in fysieke dan wel digitale vorm). 4. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. 5. De leden van het dagelijks bestuur hebben elk één stem. 6. Indien bij een stemming met betrekking tot een bepaald voorstel de stemmen staken, dan wordt de besluitvorming over dat bepaald onderwerp verdaagd tot de eerstvolgende ingeplande vergadering van het dagelijks bestuur of een extra te beleggen vergadering. 7. Indien er sprake is van verdaging, stelt de voorzitter na heropening van de beraadslagingen vast of consensus bestaat of dat stemming nodig is. Indien stemming nodig is en de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 8. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 9. Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of tenminste twee leden dit nodig oordelen. 10.

Datum, tijdstip en plaats van een vergadering van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter aan de leden meegedeeld. De vergaderingen zijn besloten. 11. Het dagelijks bestuur kan besluiten dat een vergadering openbaar is. 12. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.

Artikel 11 De voorzitter 1. Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan, tevens zijnde voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks Bestuur. 2. De (plv.) voorzitter vertegenwoordigt de Stadsregio Parkstad Limburg in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 3. De (plv.) voorzitter ondertekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan.

HOOFDSTUK 3 DE DIRECTEUR/SECRETARIS EN HET PERSONEEL Artikel 12 De directeur/secretaris 1. Stadsregio Parkstad Limburg heeft een ambtelijke organisatie, het Regiobureau, met aan het hoofd de directeur/secretaris. 2. De directeur/secretaris wordt benoemd in dienst genomen en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur wijst een (of meer) plaatsvervanger(s) voor de directeur/secretaris aan, die de directeur/secretaris in geval van verhindering of ontstentenis afwezigheid vervangt. 4. Het Dagelijks Bestuur stelt de bezoldiging van de directeur/secretaris vast. 5. Het Dagelijks bestuur stelt een instructie voor de directeur/secretaris vast. Artikel 13 Taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris 1. De (plv.) directeur/secretaris staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de (plv.) voorzitter en de bestuurscommissies terzijde. 2. De (plv.) directeur/secretaris is aanwezig tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur en draagt zorg voor de notulering daarvan. 3. Door de (plv.) directeur/secretaris worden alle stukken die van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur uitgaan (mee-) ondertekend. 4. De (plv.) directeur/secretaris is belast met de algemene bedrijfsvoering en de leiding van het Regiobureau en de leiding van de ambtelijke organisatie. Artikel 14 Rechtspositie

6 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

1. Op het personeel van het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg is de cao ‘samenwerkende gemeentelijke organisaties’ van toepassing alsmede de binnen de organisatie vastgestelde personele regelingen. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden en de personele regelingen en kan daartoe mandaat/volmacht/machtiging verlenen aan de directeur/secretaris die tevens de bevoegdheid in deze heeft tot het verlenen van ondermandaat/ondervolmacht/ondermachtiging. Artikel 15 Personeel 1. Het Dagelijks Bestuur stelt regels voor de bezoldiging van het personeel vast. 2. Het Dagelijks Bestuur stelt de formatieomvang vast. 3. Het Dagelijks Bestuur benoemt besluit tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht en met tot het schorsen en ontslaan van het personeel, gehoord hebbende de (plv.) directeur/secretaris. 4. Het Dagelijks Bestuur kan voor het uitoefenen van de bevoegdheden genoemd in lid 3 mandaat/ volmacht/machtiging verlenen aan de (plv.) directeur/secretaris met uitzondering van aangelegenheden die de directeur/secretaris zelf betreffen. 5. De directeur/secretaris heeft de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat/ondervolmacht/ondermachtiging ten aanzien van de op grond van lid 4 verkregen bevoegdheden.

HOOFDSTUK 4 COMMISSIES Artikel 16 Bestuurscommissies 1. Het Algemeen Bestuur stelt, ter behartiging van de belangen die gemoeid zijn met de onderwerpen die deel uit maken van de Kernagenda bestuurscommissies in. 2. Een bestuurscommissie is samengesteld uit één portefeuillehoudend collegelid per deelnemer. In het daartoe strekkende instellingsbesluit regelt het Algemeen Bestuur de bevoegdheden en de samenstelling van een bestuurscommissie/de bestuurscommissies. 3. Het Algemeen Bestuur kan ter behartiging van de belangen die gemoeid zijn met onderwerpen die deel uit maken van de Keuze-agenda (een) bestuurscommissie(s) instellen dan wel deze belangen onderbrengen bij een reeds bestaande bestuurscommissie. 4. Een Bestuurscommissie is samengesteld uit één portefeuillehoudend collegelid per aan het onderwerp deelnemende gemeente, waaraan het Algemeen Bestuur de van de colleges van de deelnemende Gemeenten ontvangen bevoegdheden overdraagt.

Artikel 17 Werkwijze van Bestuurscommissies 1. De werkwijze van de Bestuurscommissies wordt vastgelegd in een door het Algemeen Bestuur vast te stellen algemeen reglement. 2. De Bestuurscommissies in het kader van de Kern-agenda worden ondersteund door het Regiobureau. 3. De Bestuurscommissies in het kader van de Keuze-agenda kunnen door het regiobureau worden ondersteund mits daarvoor financiële middelen beschikbaar zijn dan wel deze additioneel ter beschikking worden gesteld.

Artikel 18 Adviescommissies Overeenkomstig artikel 24 van de Wet kunnen adviescommissies worden ingesteld.

HOOFDSTUK 5 FINANCIËN Artikel 19 Organisatie van beheer en administratie 7 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

1. Het Algemeen Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van de Stadsregio Parkstad Limburg 2. Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur gaan geen geldleningen aan, tenzij het voornemen daartoe aan de deelnemers is gemeld onder het stellen van een termijn van ten minste vier weken aan de deelnemers om blijk te geven van hun zienswijze. Artikel 20 Ontwerpbegroting, Algemene financiële/beleidsmatige kaders (Kadernota), voorlopige jaarrekening 1. Het Dagelijks Bestuur zendt overeenkomstig artikel 34b van de wet vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting -inclusief de algemene financiële en beleidsmatige kaders (de Kadernota) daarvoor en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemers. 2. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken ten minste twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de colleges en raden. Een en ander overeenkomstig artikel 34b en 35 van de Wet. Artikel 21 De (ontwerp)begroting 1. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2.

Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting van baten en lasten op, voorzien van een toelichting en zendt dit ontwerp 8 weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 4. Artikel 35, leden één, drie en vier van de Wet zijn niet van toepassing op begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de jaarlijkse bijdragen van de aan de regeling deelnemende gemeenten. Nieuw artikel 21: De (ontwerp)begroting Tekst Boels/Zanders; 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken ten minste twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden (echter uiterlijk op 30 april) toe aan de colleges en raden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. 3.

De raden kunnen binnen twaalf weken na toezending van de ontwerpbegroting, bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.. 6. Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september, zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten. 7. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het bepaalde in het eerste, derde en vierde lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting; 9. Het achtste lid is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de deelnemende Gemeenten.

8 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

Artikel 22 De jaarrekening en het jaarverslag 1. Het Dagelijks Bestuur biedt de rekening van baten en lasten over het afgelopen jaar met alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan. Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het Dagelijks Bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het Algemeen Bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het Dagelijks Bestuur de voorlopige jaarrekening ieder kalenderjaar vóór 30 april toe aan de raden. 2. Deze gaat vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld overeenkomstig de ingevolge de Gemeentewet aangewezen deskundige, en van hetgeen het Dagelijks Bestuur overigens te zijner verantwoording dienstig acht. 3. Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening, met alle bijbehorende stukken, binnen twee weken na de vaststelling door het Algemeen Bestuur, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. 4. In de jaarrekening wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 van deze regeling, de door iedere deelnemer over het desbetreffende jaar verschuldigde bijdrage opgenomen.

Artikel 23 Inkomstenbronnen De begroting van Parkstad Limburg wordt gevoed uit: a. de bijdragen van de gemeenten, tot de bedragen die jaarlijks bij de vaststelling van de begroting worden aangegeven, naar rato van het algemeen deel van de laatst definitief vastgestelde algemene uitkering uit het gemeentefonds, per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. Deze bijdragen bestrijken de vaste kosten, alsmede de kosten gerelateerd aan de Kern-agenda. b. de bijdragen van de deelnemers voor de keuzeagenda-onderwerpen die op hun verzoek worden uitgevoerd. c. subsidies; d. overige inkomsten. Artikel 24 Betaling van bijdragen De deelnemers betalen voor de vijftiende dag van de maanden januari, april, juli en oktober telkens een vierde deel van de voor het begrotingsjaar geraamde bijdrage. Artikel 25 Borgstelling 1. De betaling van rente, aflossing en kosten van de door het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg aangegane geldleningen en op te nemen gelden in rekening-courant, wordt door de Gemeenten gegarandeerd. 2. De Gemeenten doen ter zake afstand van de voorrechten die het Burgerlijk Wetboek aan borgen toekent. 3. De verplichtingen voortvloeiend uit de vorenstaande leden gelden in verhouding tot het algemeen deel van de laatst definitief vastgestelde algemene uitkering uit het gemeentefonds, per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar.

HOOFDSTUK 6 ARCHIEF Artikel 26 Archivering Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg. 1. Hierop zijn van overeenkomstige toepassing de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring, het beheer en het toezicht daarop van de gemeente waarbinnen de Stadsregio Parkstad Limburg is gevestigd. 2. Bij opheffing van het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg worden alle archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente als bedoeld in het vorige lid. 3. In afwijking van de vorenstaande leden kan het Dagelijks Bestuur besluiten dat archiefbescheiden, verband houdende met de uitvoering van diensten ten behoeve van de Keuze-agenda, worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van één van de aan het betreffende onderwerp deelnemende Gemeenten. 9 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

Archiefzorg: 1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam en is verplicht om de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.

Archiefbeheer: 2. De (plv.) directeur/ secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Archiefbewaarplaats: 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt de archiefbewaarplaats ‘Historisch Centrum Limburg’ aangewezen. Het Dagelijks Bestuur kan een andere archiefbewaarplaats aanwijzen. Toezicht: 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Historisch Centrum Limburg. Het Dagelijks Bestuur kan een andere archivaris aanwijzen. Verantwoording: 6. De in lid 5 aangewezen archivaris brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7.

Het Dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. Terbeschikkingstelling (voor zover van toepassing): 8. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het Dagelijks bestuur de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen (en eventueel opgedragen) taken. 9. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 10. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling. Kosten 11. De kosten hiervoor, in ieder geval die voor het archiefsysteem, de aangewezen archiefbewaarplaats en archivaris, komen ten laste van de deelnemers.

HOOFDSTUK 7 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING EN TERUGROEPING Artikel 27 Inlichtingenplicht voor de gemeenten De besturen van de Parkstad Limburgemeenten verstrekken op verzoek van de voorzitter, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur of de bestuurscommissie(s) de benodigde inlichtingen en geven de medewerking, die voor de vervulling van de taken van het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg nodig is.

Artikel 28 Inlichtingen en verantwoording aan het Algemeen Bestuur 10 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

1. De leden van het Dagelijks Bestuur en van de bestuurscommissies zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven (on)gevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie, die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur en de Bestuurscommissies te voeren en gevoerde beleid nodig is. Deze informatie wordt verstrekt tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. 3. Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit of één of meer leden daarom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen. Deze inlichtingen worden, behoudens strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee maanden, in een vergadering van het Algemeen Bestuur verstrekt.

Artikel 29 Inlichtingen door de leden van het Algemeen Bestuur 1. Een lid van het Algemeen bestuur verschaft de raad en het college van zijn gemeente op de voor die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen, die door deze raad of dit college worden verlangd. 2. Deze inlichtingen worden, behoudens strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden verstrekt. 3. De raad kan een lid van het Algemeen Bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Artikel 30 Inlichtingen door de bestuursorganen (actieve en passieve informatieplicht) 1. De bestuursorganen genoemd in artikel 5 geven aan de raden van de Parkstad Limburggemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. de door één of meer leden van die raden of door de colleges gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het algemeen belang. 2. De bestuursorganen genoemd in artikel 5 verstrekken aan de raden van de Parkstad Limburggemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk.

HOOFDSTUK 8 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING VAN DE REGELING

Artikel 31 Toetreding 1. Voor toetreding tot de regeling wordt volstaan met een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de toetredende gemeente, na verkregen toestemming van de betreffende gemeenteraad, overeenkomstig artikel 1 van de wet mits het Algemeen Bestuur het verzoek tot toetreden inwilligt. 2. Een daartoe strekkend besluit van het Algemeen Bestuur kan slechts worden genomen met een meerderheid van twee/derde van het aantal stemmen. 3. In het besluit van het Algemeen Bestuur kan de deelname aan de regeling afhankelijk worden gesteld van het voldoen aan bepaalde voorwaarden,door de betrokken gemeente. 4. De toetreding gaat in op een in overleg tussen het bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip dat de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen. 1. Toetreding tot deze regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers alsmede van de potentiële deelnemer na verkregen toestemming van de gemeenteraden. Voorafgaande aan de besluitvorming omtrent toestemming worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken. 2. Het bestuur doet een voorstel omtrent de toetreding en geeft daarin aan of, en zo ja, welke voorwaarden aan de toetreding zijn verbonden. 3. Het bestuur stelt een toetredingssom vast voor de toetreding tot deze regeling. 4.

De toetreding gaat in op een in overleg tussen het bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip dat de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen. Artikel 32 Uittreding 11 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het Algemeen Bestuur van het daartoe strekkende besluit van zijn college, na verkregen toestemming van de betreffende gemeenteraad. 2. De uittredende deelnemer betaalt de bijdrage als bedoeld in artikel 23 gedurende vijf jaren, met dien verstande dat met elk jaar het bedrag met 20% wordt verlaagd totdat de uittredende deelnemer in het zesde jaar niets meer hoeft te betalen. 3. De uittreding kan, behoudens een door het Algemeen Bestuur toe te stane afwijking, niet eerder plaatsvinden dan op 1 januari van het tweede jaar volgend op dat, waarin de in het eerste lid van dit artikel genoemde besluiten zijn opgenomen in het register als bedoeld in artikel 27 van de Wet. Boels/Zanders-formulering: Uittreding 1. 2.

3.

4. 5.

Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. Een deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 (twee) jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.

Artikel 33 Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel 32, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen dagelijks bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 3. Het algemeen dagelijks bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de (plv.) directeur/secretaris. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen dagelijks bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4.

De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 32 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5-10% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het dagelijks bestuur onderzoekt namens het algemeen bestuur in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.

Artikel 33 34 Opheffing 12 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

1. De Regeling wordt ontbonden en het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg daarmee opgeheven, indien de colleges -van tenminste drie/vierde van de Gemeenten daartoe besluiten, na verkregen toestemming van de betreffende gemeenteraden. (Formulering Boels/Zanders): De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers gedurende 12 weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 2. In geval van ontbinding van de regeling en daardoor opheffing van het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg, stelt het Algemeen Bestuur‚ de deelnemers gehoord hebbende, een liquidatieplan vast, waarin in elk geval een sociaal plan ten aanzien van het personeel is opgenomen. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Zo nodig blijven de bestuursorganen van de regeling ook na de ingangsdatum van de opheffingsbesluiten in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

Artikel 34 35 Wijziging De Regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van burgemeester en wethouders van tenminste drie/vierde van de deelnemende Gemeenten daartoe besluiten, na verkregen toestemming van de betreffende gemeenteraden. 1. De regeling kan worden gewijzigd indien alle deelnemers -minus maximaal twee- daartoe besluiten, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2. De wijziging genoemd in lid 1 kan pas ingaan, nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze in te dienen en na verkregen toestemming van alle -minus maximaal twee- de betreffende gemeenteraden, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. 3. Bij afzonderlijke delegatiebesluiten van de deelnemers kan een uitbreiding, vermindering of andere wijziging worden aangebracht in het pakket van overgedragen bevoegdheden, zonder dat de regeling hiervoor formeel dient te worden gewijzigd. 4. De betreffende uitbreiding, vermindering of andere wijziging in het pakket van overgedragen bevoegdheden genoemd in lid 3 kan enkel plaatsvinden indien alle deelnemers - minus maximaal tweedaartoe besluiten.

HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN Artikel 35 36 Onvoorziene situaties In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het Algemeen Bestuur, zoveel mogelijk analoog aan of in de geest van de bepalingen van de Gemeentewet, de wet en de regeling. Artikel 37 Evaluatie De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit dan wel indien minimaal twee deelnemers daarom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. Artikel 38 Burgerparticipatie

1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van lid 1 kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3.Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 13 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

4.Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in lid 2 leden 2 en 3 en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de Parkstad-Limburggemeenten en belanghebbenden zal worden vorm gegeven. Artikel 39 Participatierecht raden/zienswijzen 1. Het algemeen bestuur beslist bij een voorstel dat voor de gemeenten ingrijpende gevolgen kan hebben niet alvorens de raden door het dagelijks bestuur om zienswijzen zijn gevraagd. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het eerste of tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden maximaal twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken.

Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Deze regeling voorziet daarnaast ten aanzien van de volgende besluiten van het algemeen bestuur in de mogelijkheid voor raden om voorafgaande aan besluitvorming door het algemeen bestuur een zienswijze dan wel wensen en bedenkingen naar voren te brengen: a. het besluit tot deelname aan een andere gemeenschappelijke regeling (artikel 3, eerste lid); b. het besluit tot deelname aan een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (artikel 3, tweede lid); c. het besluit tot het oprichten, eraan deelnemen en/of lid worden van stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, corporaties en onderlinge waarborgmaatschappijen overeenkomstig artikel 31a van de wet (artikel 3, derde lid); d. het besluit tot het opheffen van de gemeenschappelijke regeling (artikel 34, lid 1). Artikel 37 40 Rechtskracht eerder genomen besluiten Vóór de inwerkingtreding van deze gewijzigde regeling door de bestuursorganen genomen besluiten, behouden hun rechtskracht totdat door de bevoegde bestuursorganen in deze nieuwe besluiten zijn genomen dan wel deze besluiten van rechtswege zijn vervallen.

Artikel 38 41 Inwerkingtreden 1. De gewijzigde Regeling treedt in werking op 1 mei 2021, waarbij zij van tevoren is bekend gemaakt. 2. De bekendmaking geschiedt door kennisgeving van de inhoud van de regeling in de Staatscourant door het college van de vestigingsgemeente, zijnde de gemeente Heerlen, waarbij artikel 140 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is. 3. Zij wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 1. De gewijzigde Regeling treedt in werking op 1 juli 2024. 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen maakt deze regeling, alsmede besluiten tot wijziging, tot uittreding van, tot toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door de gemeente Heerlen uitgegeven Gemeenteblad. 3. Het Dagelijks Bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, lid 2, van de wet. Artikel 39 42 Duur De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 40 43 Naam De Regeling kan worden aangehaald als ‘gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg’. 14 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

Aldus vastgesteld door: ❖ Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen ❖ Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade ❖ Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf ❖ Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen ❖ Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum ❖ Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld ❖ Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal (uiteraard bij definitieve vaststelling te voorzien van de handtekeningen van de burgemeesters en de gemeentescretarissen)

15 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

Toelichting op de gewijzigde gemeenschappelijke regeling van Parkstad Limburg Algemeen/achtergrond Op 23 juni 2014 is de gewijzigde “Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg” in werking getreden. Hierbij is niet langer sprake van regeling tussen alle bestuursorganen (burgemeester, college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad) van de deelnemende gemeenten, maar van een regeling tussen de colleges van burgemeester en wethouders. Deze trendbreuk is het directe resultaat van het door alle gemeenteraden van Parkstad Limburg genomen Raadsbesluit van 28 oktober 2013 tot wijziging van de samenwerkingsstructuur van de Stadsregio Parkstad Limburg. Eén van de uitgangspunten van dit raadsbesluit is dat de gemeentelijke portefeuillehouders meer in stelling worden gebracht en dat de bestuurlijke verantwoordelijkheden daar worden gelegd, waar ze thuishoren: bij de gemeenten. In de regeling is daarom opgenomen dat bestuurscommissies kunnen worden ingesteld. Door middel van deze bestuurscommissies kunnen de portefeuillehouders bindende besluiten op collegeniveau nemen. Door de gemeenteraden is (in 2014) aan het Algemeen Bestuur toestemming verleend dergelijke bestuurscommissies in te stellen. Om de bestuurscommissies optimaal te kunnen laten functioneren is het noodzakelijk dat er bevoegdheden worden overgedragen.

Aangezien het hier een samenwerking op collegeniveau betreft, kunnen alleen collegebevoegdheden worden overgedragen. Het betreffen enkel de taken en bevoegdheden in het kader van het regionaal belang en zoals omschreven in deze regeling; overige collegebevoegdheden (zoals genoemd in artikel 160 Gemeentewet) blijven des colleges. Begin 2014 hebben de onderscheiden colleges bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio Parkstad Limburg overgedragen. Vervolgens heeft het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur de Bestuurscommissies ingesteld en de aan het Dagelijks Bestuur overgedragen bevoegdheden aan de bestuurscommissies overgedragen (hierbij was sprake van “allodelegatie”; artikel 25 Wgr oud juncto artikel 10:20 Awb). Inmiddels is de Wet gemeenschappelijke regelingen aangepast en worden overgedragen bevoegdheden rechtstreeks aan het Algemeen Bestuur toegekend, tenzij bij wet of de gemeenschappelijke regeling anders is bepaald. Om de tot nog toe gehanteerde lijn te kunnen voortzetten is in de regeling de passage opgenomen dat overgedragen bevoegdheden bij het Dagelijks Bestuur berusten. Via het eerder genoemde construct van allodelegatie worden de bevoegdheden overgedragen aan de bestuurscommissies.

Op 15 oktober 2014 heeft het Algemeen Bestuur daadwerkelijk 4 bestuurscommissies voor de zogenaamde Kern-agendataken ingesteld (taken die door alle 8 7 Parkstadgemeenten worden opgepakt). Ook is op deze datum een algemeen reglement vastgesteld. Vervolgens zijn hier in 2021 nog 2 bestuurscommissies aan toegevoegd en is het thema grensoverschrijdende stijgende samenwerking formeel bij het Dagelijks Bestuur belegd. Ingevolge het Raadsbesluit van 28 oktober 2013 dient echter ook te kunnen worden samen gewerkt door tenminste twee gemeenten. Dit is de Keuze-agenda, die tot stand kan komen via de “coalition of the willing”. Indien gewenst, kan daarvoor een bestuurscommissie worden ingesteld. Deze samenwerking wordt vanuit het Regiobureau echter slechts op basis van hierover te maken afspraken per onderwerp begeleid. De daaraan verbonden kosten worden gedragen door de betrokken gemeenten. Het oppakken hiervan betreft maatwerk; voor de verdere werkwijze ten aanzien van deze onderwerpen kunnen per onderwerp bepaalde onderdelen uit het instellingsbesluit van de bestuurscommissies van toepassing worden verklaard door de deelnemende gemeenten. Reden voor de wijziging in 2016 Op 1 januari 2015 is de “Wet gemeenschappelijke regelingen” gewijzigd.

Artikel 14 lid 3 bevat een nieuw element, dat niet eerder gold: “De leden van het dagelijks bestuur mogen nimmer de meerderheid van het 16 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

algemeen bestuur uitmaken, tenzij sprake is van een regeling als bedoeld in artikel 13, zevende lid, met minder dan zes deelnemende gemeenten”. Aangezien in de regeling van Parkstad Limburg de leden van het dagelijks en het algemeen bestuur identiek zijn, voldoet de regeling op dit punt niet meer en moest ze worden aangepast. Daarnaast zijn in de wet de termijnen voor het opstellen e.d. van financiële stukken/producten aangepast. Ook op dit punt diende de regeling te worden gewijzigd. Reden voor de wijziging in 2020 Ten gevolge van de totstandkoming van de fusiegemeente Beekdaelen klopt de naamgeving van de deelnemers niet meer; met deze wijziging wordt dit gecorrigeerd. Door de inwerkingtreding van de ‘wet normalisering rechtspositie ambtenaren’ kan de Stadsregio niet langer de rechtspositie van de gemeente Heerlen volgen. Met ingang van 1 januari 2020 is op gemeenten de cao gemeenten van toepassing; deze geldt niet voor gemeenschappelijke regelingen. Redenen voor wijziging in 2021 Binnen de BC Ruimte heeft het thema energietransitie (met daarbinnen klimaatadaptatie en circulaire economie) zich organisch ontwikkeld tot een zelfstandig en volwaardig overleg. In de praktijk functioneert dit overleg - weliswaar onder de vlag van de BC Ruimte- als een zelfstandige bestuurscommissie. Het moment is aangebroken om dit om te zetten naar een volwaardige bestuurscommissie Duurzaamheid.

Verder is in 2020 de takendiscussie gevoerd, is de strategische agenda geactualiseerd en is regionaal (samen) gewerkt aan de in de Regio Deal opgenomen activiteiten/onderwerpen met betrekking tot het thema sociaal economische structuurversterking: (verbinding) onderwijs/arbeidsmarkt, Gezonde Basisschool van de Toekomst (GBT), verlengde schooldag en kansrijke start De aanpassing van de gemeenschappelijke regeling voorziet in de formalisering hiervan. Reden voor de wijziging in 2024 Directe aanleiding is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik te gemaakt de regeling op te schonen (waaronder een actualisatie van de archiefbepalingen) en het op wens van de deelnemende gemeenten toevoegen van het thema water aan de Kernagenda. Toelichting op aanhef/artikelsgewijs Aanhef Bij de laatste twee gedachtestreepjes worden de redenen voor de wijzigingen beknopt benoemd. Artikel 1 Begripsverklaring Behoeft geen nadere toelichting. Artikel 2 De doelstelling Vloeit rechtstreeks voort uit besluitvorming van de gemeenten d.d. 28 oktober 2013 en is bij daarop volgende wijzigingen geactualiseerd. Ook hier wordt voor de duidelijkheid het “Blauwe Schema” genoemd en wordt verwezen naar de jaarplannen. Artikel 3 Deelname aan samenwerkingsvormen Hieraan is bij wijziging in 2020 lid 3 toegevoegd.

Met ingang van 1 januari 2020 is op gemeenten de cao gemeenten van toepassing. Doordat gemeenten lid zijn van de VNG is deze cao rechtstreeks op de gemeenten van toepassing. Gemeenschappelijke regelingen kunnen geen lid van de VNG worden. De VNG heeft hiervoor een aparte werkgeversorganisatie opgericht met daarbij een aparte cao voor ‘samenwerkende gemeentelijke organisatie’ waaronder ook de gemeenschappelijke regelingen vallen. Het lid kunnen worden van een vereniging moet in de regeling zijn opgenomen. Artikel 3 voorzag hierin niet expliciet. Dit is met deze wijziging mogelijk gemaakt. Artikel 4 Openbaar lichaam Behoeft geen nadere toelichting. 17 Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.

Artikel 5 Bestuursorganen Hier worden de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling genoemd. Artikel 6 Het algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeester en één wethouder per deelnemende gemeente; bij vaststelling van deze regeling uit 14 leden. Artikel 7 Besluitvorming van het algemeen bestuur In dit artikel wordt beschreven op welke manier de besluitvorming binnen het algemeen bestuur plaatsvindt. Hoofdregel is dat besluiten worden genomen op basis van consensus. Als er geen consensus wordt bereikt of als een lid van het algemeen bestuur er om vraagt, wordt besloten op basis van stemming. Hierbij is sprake van een gewogen stemverhouding. Meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden dient tegenwoordig te zijn. Lid 5: Iedere deelnemende gemeente beschikt over 1 (één) stem + 1 (één) stem per iedere 10.000 inwoners of gedeelte ervan; waarbij een deelnemende gemeente nooit minder dan 3 (drie) stemmen heeft (ongeacht het inwoneraantal). Ter info: aantal inwoners per 1 januari 2014 (bron: CBS; “Demografische kerncijfers per gemeente 2014”) Simpelveld 10.844 = 3 stemmen Voerendaal 12.454 = 3 stemmen Brunssum 28.958 = 4 stemmen Beekdaelen 35.938 = 5 stemmen (gegevens jan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=75764959-59fc-486f-8df7-0392ba3fd81b