CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 13 E2-Cao samenwerkende gemeentelijke organisaties 2023

Commissie MID 5 maart 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Parkstad IT27.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Preambule De WSGO, FNV, CNV Overheid en PDO hebben de ambitie om de arbeidsvoorwaarden van organisaties in de gemeentelijke sector uniform te houden. Dat betekent dat de Cao SGO dezelfde arbeidsvoorwaarden kent als de Cao Gemeenten

2

Klik op de iconen om direct naar een hoofdstuk te navigeren

3

Algemeen ARTIKEL 1.1 | BEGRIPPEN ARTIKEL 1.2 | TOEPASSING CAO SGO ARTIKEL 1.3 | VRIJSTELLING

ARTIKEL 1.4 | LOOPTIJD EN INWERKINGTREDING ARTIKEL 1.5 | KARAKTER VAN DE CAO

ARTIKEL 1.6 | INFORMATIE OVER DE CAO ARTIKEL 1.7 | HARDHEIDSCLAUSULE

ARTIKEL 1.8 | CITEERAANDUIDING ARTIKEL 1.9 | VOLTIJD- EN DEELTIJDDIENSTVERBAND

ARTIKEL 1.10 | BRUTO BEDRAGEN

4

HOOFDSTUK 1

Algemeen ARTIKEL 1.1 | BEGRIPPEN De begrippen in deze cao betekenen: A

•

aanvullende uitkering: uitkering bovenop de werkloosheidsuitkering;

•

AAC-DO: Advies- en Arbitragecommissie Decentrale Overheden;

•

ABP: Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds;

•

AOW-gerechtigde leeftijd: leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat volgens de Algemene Ouderdomswet;

•

arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd met feestdagen in artikel 6.6; arbeidsverleden: arbeidsverleden volgens de Werkloosheidswet;

•

boventalligheid: als een werknemer door een reorganisatie niet kan terugkeren in de

•

B

formatie na de reorganisatie; C

•

Cao-partijen: (of “partijen”) als werkgeverspartij de WSGO en als werknemerspartijen de FNV, CNV Overheid en PDO

D

•

CAR-UWO: de Centrale Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst geldend op 31 december 2019;

•

CNV: Christelijk Nationaal Vakverbond;

•

dagvenster: maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 en 22.00 uur;

•

deeltijddienstverband: dienstverband waarvan de arbeidsduur minder dan 1836 uur per jaar en de formele arbeidsduur minder dan 36 uur per week is; dienstverband: een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd;

• •

feitelijke arbeidsduur: de vooraf overeengekomen arbeidsduur voor een bepaalde periode;

• •

FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging; formele arbeidsduur: de arbeidsduur volgens de arbeidsovereenkomst;

•

functie: het geheel van werkzaamheden van de werknemer;

• •

functieschaal: de salarisschaal die bij een functie hoort; gemeentelijke bestuurder: burgemeester en wethouder; gemeente: organisatie zoals bedoeld in artikel 123 van de Grondwet;

H

•

herleving: herleving volgens de Werkloosheidswet;

I

•

IKB: Individueel Keuze Budget, bestaande uit:

F

G

- de vakantietoelage: jaarlijkse toelage van 8% van het salaris en de salaristoelage(n) en de overwerkvergoeding, welke met ingang van 1 januari 2017 een vast onderdeel van het IKB vormt; - de eindejaarsuitkering: jaarlijkse toelage van 6,75% van het salaris, welke met ingang van 1 januari 2017 een vast onderdeel van het IKB vormt; - de levensloopbijdrage: jaarlijkse toelage van 1,5% van het salaris, welke met ingang van 1 januari 2017 een vast onderdeel van het IKB vormt; - 14,4 bovenwettelijke vakantie-uren, omgezet in jaarlijkse toelage van 0.8% van het salaris,

54

welke met ingang van 1 januari 2017 een vast onderdeel van het IKB vormt;

•

inlenersbeloning: de wettelijk verplichte beloningselementen benoemd in de cao van de payroll werkgever, die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst met een payroll werknemer en corresponderen met de beloningselementen in de Cao SGO van een werknemer in dienst van de inlenend werkgever en werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie; IVA: Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten;

•

LOGA: Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden;

•

nagelaten betrekkingen: de nagelaten betrekking in artikel 7:674 lid 3 BW;

•

na-wettelijke uitkering: de uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering;

O

•

P

•

overwerk: werkzaamheden die de werknemer, voor wie de bijzondere werktijdenregeling geldt, in opdracht van de werkgever verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per week; payrollwerknemer: de werknemer met een payrollovereenkomst in artikel 7:692 BW;

•

PDO: Professionals werkzaam bij Decentrale Overheden;

•

pensioen: een pensioen in de zin van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; Pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; pensioenrekenleeftijd: de leeftijd waarop de opbouw van het pensioen gebaseerd is in het Pensioenreglement;

•

L N

• •

R

•

periodiek: het maandbedrag in een salarisschaal;

•

reparatie-uitkering: uitkering die de WW-uitkering in opbouw en duur aanvult naar het niveau op 31 december 2015; restverdiencapaciteit: het inkomen dat een werknemer nog kan verdienen, vastgesteld door het UWV; RVU: regeling voor vervroegde uittreding als in artikel 32ba lid 7 van de Wet op de loonbelasting 1964; salaris: maandbedrag dat binnen de salarisschaal met de werknemer is overeengekomen, naar evenredigheid van zijn formele arbeidsduur; salaris per uur: 1/156 gedeelte van het salaris van de werknemer per maand met een voltijddienstverband;

• • S

• • •

salarisschaal: een reeks maandbedragen als opgenomen in artikel 3.3 lid 3;

•

salaristoelage(n): de functioneringstoelage, de arbeidsmarkttoelage, de waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage, de toelage beschikbaarheidsdienst, de inconveniëntentoelage, de garantietoelage en de afbouwtoelage, die aan de werknemer zijn toegekend;

•

samenwerkingsverband: een organisatie waarin een gemeente samenwerkt met één of meer andere gemeenten dan wel met Rijk, provincies, waterschappen of andere organisaties in het publieke domein;

•

sector gemeenten: alle organisaties waarop de Cao Gemeenten of de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing is;

•

sluitingsdag: een door de werkgever aangewezen dag waarop de organisatie gesloten is en die als verplichte vakantiedag geldt voor werknemers; TOR: toelage overgangsrecht hoofdstuk 3 van de rechtspositieregeling van de werkgever op de datum waarop de toelage door de werkgever is vastgesteld; UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen in de SUWI;

T

•

U

•

V

•

vakantie: de tijd in afdeling 3 van titel 10 van boek 7 BW waarin de werknemer is vrijgesteld van de verplichting tot het verrichten van arbeid voor de werkgever om te recupereren;

65

• • • W •

vakbond: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, aangesloten bij een vakcentrale die is toegelaten tot het LOGA; verlof: de tijd waarin de werknemer is vrijgesteld van de verplichting tot het verrichten van arbeid voor de werkgever vanwege een bepaalde omstandigheid of gebeurtenis; voltijddienstverband: een dienstverband waarvan de arbeidsduur per jaar 1836 uur is en de formele arbeidsduur per week 36 uur; werkdag: een dag waarop de werknemer werkt voor de werkgever;

•

werkgever: een overheidsorganisatie waarop de Cao SGO van toepassing is volgens artikel 1.2; werkloos(heid): werkloos(heid) volgens de Werkloosheidswet, waarbij het arbeidsurenverlies volgt uit de beëindiging van het dienstverband met de werkgever; werkloosheidsuitkering: WW-uitkering en reparatie-uitkering samen;

•

werknemer: hij die met de werkgever een arbeidsovereenkomst is overeengekomen;

•

werktijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen waarin de werknemer werkt voor de werkgever;

•

wettelijk betaald ouderschapsverlof: de periode waarin de werknemer recht heeft op een uitkering in artikel 6.3 Wazo; WGA: Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten; WSGO: Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties

• •

• •

• WW-uitkering: uitkering volgens de Werkloosheidswet; Wetten •

AOW: Algemene Ouderdomswet;

•

BW: Burgerlijk Wetboek;

•

SUWI: Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen;

• •

VPL: Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling; Waadi: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;

•

Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

•

WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

•

Wazo: Wet arbeid en zorg;

•

WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

• •

WML: wettelijk minimumloon op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; WOR: Wet op de ondernemingsraden;

•

WW: Werkloosheidswet;

•

ZW: Ziektewet.

ARTIKEL 1.2 | TOEPASSING CAO SGO

1

Deze cao is van toepassing op: a. organisaties die een ambtelijke fusieorganisatie zijn van gemeenten die alle uitvoeringstaken van de gemeenten in opdracht van de gemeenten hebben overgenomen, terwijl die gemeenten nog bestaan; b. organisaties die op onderdelen een ambtelijke fusieorganisatie zijn van gemeenten die in opdracht van gemeenten delen van de uitvoeringstaken van een of meer gemeenten volledig hebben overgenomen, terwijl die gemeenten nog bestaan; c. organisaties die op grond van de Archiefwet 1995 (Stb 1995, 671) werkzaamheden verrichten in het kader van gemeentelijke archieven, regionale archieven, streek archieven of historische archieven; d. organisaties die belast zijn met de beleidsvoorbereiding, heffing en invordering van

76

2

3 4

gemeentelijke belastingen en/of waterschapsbelastingen op grond van de Gemeentewet en de Waterschapswet en/of belast zijn met de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; e. organisaties zonder winstoogmerk die financiële dienstverlening aanbieden aan inwoners van gemeenten waarbij diensten worden verleend op het gebied van onder andere schuldhulpverlening, inkomensbeheer, sociale kredietverlening, schuldpreventie, afgifte van verklaringen op grond van de Faillissementswet, bewindvoering en curatele op grond van de Faillissementswet en/of het Burgerlijk Wetboek; f. organisaties die gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst taken uitvoeren op grond van de Wet publieke gezondheid en/of de Wet op de lijkbezorging; g. organisaties die gemeenten en provincies ondersteunen bij de uitvoering van een of meer taken op het gebied van omgevingsrecht, vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze organisatie voeren ten minste de taken uit die zijn beschreven in het Basistakenpakket zoals is vastgelegd in het Besluit Omgevingsrecht; h.

organisaties in de vorm van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin gemeenschappelijke bovengemeentelijke belangen van gemeenten worden behartigd op het gebied van bijvoorbeeld subsidies, grensoverschrijdende samenwerking, economische ontwikkeling en arbeidsmarkt, mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting, leefbaarheid en voorzieningen, zorg en welzijn, jeugd en onderwijs, cultuur, recreatie en toerisme; i. organisaties die zorgdragen voor de inzameling en verwerking van onder andere huishoudelijk afval, grof huishoudelijk afval, groente- fruit- en tuinafval, de inzameling en het (doen) verwerken van bedrijfsafvalstoffen op grond van de Wet milieubeheer. Alsmede straatreiniging, kolkreiniging en andere werkzaamheden voor beheer en toezicht op de openbare ruimte; j. organisaties die uitvoering geven aan taken op het gebied van het sociaal domein waaronder de arbeidsparticipatie, arbeidsondersteuning en bijstand op grond van de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet; k. organisaties die (gemeenschappelijke) belangen behartigen op het gebied van bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid op grond van de Woningwet en de Monumentenwet; l.

organisaties die educatieve taken uitvoeren op het gebied van muziek en dans zoals het verzorgen van lessen, cursussen en/of projecten op het terrein van de dansante en muzikale vorming en/of het uitvoeren van ondersteunende activiteiten op dit gebied; m. organisaties, niet genoemd in artikel 1.2 lid 1 sub a tot en met l van de cao, die een gemeente op grond van de wet heeft opgericht of die mede door de gemeente is opgericht om, al dan niet in een samenwerkingsverband, de taken van de gemeente uit te voeren die al dan niet bij wet aan gemeenten zijn opgedragen. In aanvulling op de in lid 1 van dit artikel genoemde type organisaties gelden de navolgende eisen voor bovengenoemde organisaties: a. organisaties verrichten werkzaamheden in het publieke domein en hebben geen winstoogmerk, en b. in geval van een samenwerkingsverband dienen de deelnemende organisaties voor ten minste de helft of meer te bestaan uit gemeenten, dan wel dienen gemeenten in overwegende mate de kosten van de organisatie te dragen, of c. in geval van rechtspersonen met aandeelhouders, dient ten minste de helft of meer van de aandelen in die rechtspersoon in eigendom toe te behoren aan één of meer gemeenten, of d.

in geval van rechtspersonen zonder aandeelhouders dient bestuurlijke zeggenschap binnen de rechtspersoon in overwegende mate bij gemeentelijke bestuurders zelf, danwel bij de door gemeenten aangewezen of voorgedragen bestuurders van de rechtspersoon te liggen. Deze cao geldt voor de werknemer die met de werkgever een arbeidsovereenkomst is overeengekomen. Deze cao geldt niet voor: a. de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand; b. de onbezoldigd ambtenaar die is aangewezen op grond van artikel 1, lid 2 van de Ambtenarenwet 2017 (Stb. 2017, 123) en artikel 2, onder b tot en met g van het

87

Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 (Stb. 2019, 346); de werknemer die een indicatie heeft of had voor de sociale werkvoorziening en op grond daarvan in dienst is van de werkgever, met uitzondering van de geïndiceerde die in dienst is van de werkgever in het kader van begeleid werken in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening (Stb. 2014, 516); d. de werknemer die valt onder de werkingssfeer van de Cao Ambulancezorg; e. de werknemer die valt onder de werkingssfeer van de Cao Kunsteducatie; f. de werknemer die valt onder de werkingssfeer van de Cao Aan de slag g. de werknemer met een arbeidsovereenkomst dan wel aanstelling bij een Veiligheidsregio. Indien een organisatie zoals genoemd onder lid 1 meerdere taken en/of werkzaamheden uitvoert waarvan een deel niet valt onder artikel 1.2 lid 1, dan valt een organisatie alleen onder de toepassing van deze cao als het aantal overeengekomen arbeidsuren van de werknemers die betrokken zijn bij de taken en/of werkzaamheden van de organisatie vallend onder lid 1, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de werknemers die betrokken zijn bij andere taken en/of werkzaamheden van de organisatie die niet beschreven zijn onder lid 1. c.

5

ARTIKEL 1.3 | VRIJSTELLING 1 2

3

4

5

De werkgever kan het LOGA gemotiveerd verzoeken om vrijstelling. Het verzoek kan worden gericht aan: LOGA, Postbus 11560, 2502 AN Den Haag. Vrijstelling kan gaan over: a de hele Cao SGO, of onderdelen van de Cao SGO; b alle werknemers in dienst van de werkgever, of 1 of meerdere groepen van werknemers in dienst van de werkgever. Het LOGA besluit binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk en gemotiveerd aan de werkgever. Het LOGA kan het lokaal overleg hierover raadplegen. Aan een besluit om vrijstelling te verlenen, kan het LOGA nadere voorwaarden verbinden. Bij de beoordeling of vrijstelling kan worden verleend, gelden de volgende voorwaarden: a Is er sprake van zwaarwegende omstandigheden dat in redelijkheid niet van de werkgever kan worden verlangd om deze cao of onderdelen daarvan toe te passen, en b blijven de (collectieve) arbeidsvoorwaarden van de werknemers te allen tijde voldoende gewaarborgd. Als de werkgever voor 1 januari 2020 een bepaalde vrijstelling heeft toegepast op basis van de op artikel 1:3 lid 2 CAR-UWO gebaseerde rechtspositieregeling, dan moet hij na 1 januari 2020 opnieuw vrijstelling aan het LOGA verzoeken. Het LOGA verleent dan voortzetting van die vrijstelling.

ARTIKEL 1.4 | LOOPTIJD EN INWERKINGTREDING 1 2 3 4

Deze cao geldt van 2 januari 2023 tot en met 31 december 2023. Partijen kunnen overeenkomen de cao tijdens de looptijd te wijzigen. Indien geen van de partijen uiterlijk 1 maand voor de datum waarop de cao eindigt de cao schriftelijk opzegt, wordt de duur steeds met 12 maanden verlengd. WSGO te Den Haag als de werkgeverspartij, en FNV te Utrecht, CNV Overheid, onderdeel van CNV Connectief te Utrecht en PDO, vereniging voor werknemers werkzaam bij decentrale overheden te Den Haag, elk als werknemerspartij, zijn deze collectieve arbeidsovereenkomst (cao) aangegaan, in deze cao verder te noemen: "partijen".

ARTIKEL 1.5 | KARAKTER VAN DE CAO 1

Afwijken van bepalingen in deze cao is niet toegestaan, tenzij in de cao anders is bepaald.

98

2

Voor de werkgever die voor 1 januari 2020 een rechtspositieregeling hanteerde die was gebaseerd op de rechtspositieregeling van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht, en daarom afwijkingen van de CAR-UWO kent, kunnen dezelfde afwijkende afspraken van deze cao blijven gelden. Voorwaarde voor het blijven gelden van de afwijkende afspraken is dat ze overeenkomen met de limitatief beschreven afwijkingsmogelijkheden in bijlage 7 van deze cao. Daarnaast gelden de afwijkende afspraken alleen voor de medewerkers die op 31 december 2019 een aanstelling of arbeidsovereenkomst hadden bij de werkgever. In bijlage 7 van de cao staan de

3

bepalingen waarvan afwijken mogelijk is, limitatief beschreven. De bijlagen zijn onderdeel van de cao.

ARTIKEL 1.6 | INFORMATIE OVER DE CAO De cao SGO staat op de websites van partijen bij deze cao. De werknemer krijgt, op zijn verzoek, gratis een exemplaar van de actuele cao. De cao staat ook op www.caogemeenten.nl . ARTIKEL 1.7 | HARDHEIDSCLAUSULE De werkgever kan in individuele gevallen in het voordeel van de werknemer afwijken van het bepaalde in deze cao, als naar zijn oordeel toepassing van de cao leidt tot onevenredig nadeel voor de werknemer. Dit mag geen strijd opleveren met de wet. ARTIKEL 1.8 | CITEERAANDUIDING Deze overeenkomst wordt genoemd: “de collectieve arbeidsovereenkomst Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties”, in andere regelingen afgekort: “Cao SGO”. ARTIKEL 1.9 | VOLTIJD- EN DEELTIJDDIENSTVERBAND 1 2

De aanspraken in deze cao zijn gebaseerd op een voltijddienstverband, tenzij in een artikel anders is bepaald. De aanspraken bij een deeltijddienstverband worden naar rato van de arbeidsduur bepaald, tenzij in een artikel anders is bepaald.

ARTIKEL 1.10 | BRUTO BEDRAGEN De in deze cao genoemde bedragen zijn bruto bedragen, tenzij in een artikel anders is bepaald.

9 10

11

Arbeidsovereenkomst ARTIKEL 2.1 | SLUITEN VAN EEN ARBEIDSOVEREENKOMST ARTIKEL 2.2 | VACATUREVERVULLING ARTIKEL 2.3 | KOSTEN MEDISCHE KEURING

ARTIKEL 2.4 | OPROEPOVEREENKOMST ARTIKEL 2.5 | VAKANTIEKRACHT EN ANDERE BIJZONDERE DIENSTVERBANDEN

ARTIKEL 2.6 | PAYROLLWERKNEMER ARTIKEL 2.7 | WERKNEMER IN DOELGROEP BANENAFSPRAAK

ARTIKEL 2.8 | WERKERVARINGSPLAATS ARTIKEL 2.9 | STAGEOVEREENKOMST

ARTIKEL 2.10 | EINDE ARBEIDSOVEREENKOMST BIJ BEREIKEN VAN DE AOW-GERECHTIGDE LEEFTIJD ARTIKEL 2.11 geldend met ingang van 31-12-2023 | RVU

12

HOOFDSTUK 2

Arbeidsovereenkomst ARTIKEL 2.1 | SLUITEN VAN EEN ARBEIDSOVEREENKOMST De werkgever en de werknemer gaan de arbeidsovereenkomst schriftelijk aan. ARTIKEL 2.2 | VACATUREVERVULLING 1 2

De werkgever vervult een vacature bij voorkeur met een interne kandidaat, tenzij bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Dit geldt ook voor oud-werknemers die een uitkering op grond van hoofdstuk 10 krijgen voor rekening van de werkgever.

ARTIKEL 2.3 | KOSTEN MEDISCHE KEURING Als een medische keuring voor een bepaalde functie noodzakelijk is, betaalt de werkgever de kosten. ARTIKEL 2.4 | OPROEPOVEREENKOMST 1 2

3

De werkgever en de werknemer kunnen een oproepovereenkomst aangaan als in artikel 7:628a lid 9 BW. Per maand wordt uitbetaling van salaris en salaristoelage(n) van minimaal 15 uur gegarandeerd. Middeling van gewerkte tijd gebeurt per kwartaal, als de oproepkracht in de maanden van het betreffende kwartaal meer of minder uur werkt. In de oproepovereenkomst is in ieder geval opgenomen: a dat de werkgever verplicht is werkzaamheden aan de werknemer aan te bieden als werkzaamheden de inzet van de werknemer rechtvaardigen; b dat de werknemer zich in beginsel verbindt de aangeboden werkzaamheden te verrichten; c dat de werkgever de werknemer minimaal 24 uur van tevoren oproept; d dat de werkgever de tijdstippen waarbinnen de werkzaamheden moeten worden verricht minimaal 24 uur van tevoren meedeelt; e dat de werkgever een oproep tot 24 uur voor aanvang ten dele of volledig kan afzeggen. Bij afzegging of wijziging van de tijdstippen op kortere termijn moet de werkgever salaris en salaristoelage(n) uitbetalen alsof de werkzaamheden zijn vervuld; f dat de werknemer de werkzaamheden tot 24 uur voor aanvang kan afzeggen.

ARTIKEL 2.5 | VAKANTIEKRACHT EN ANDERE BIJZONDERE DIENSTVERBANDEN 1

2

Op de werknemer die hoofdzakelijk voor een wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming in dienst is, gelden de hoofdstukken 3, 4, 7, 8 met uitzondering van artikel 8.3, 9 en 10 niet. Op de werknemer die als vakantiekracht in dienst is, gelden de hoofdstukken 3, 4, 8, 9 en 10 niet.

10 13

3

De werknemer in lid 1 en lid 2 krijgt: a 8% vakantietoelage over het voor de werknemer in de maand van opbouw geldende salaris en salaristoelage(n). Dit moet minimaal €146,65 zijn bij een voltijddienstverband; en b 1,5% over het voor de werknemer in de maand van opbouw geldende salaris. Dit moet minimaal €33,33 zijn bij een voltijddienstverband; en c 0,8% over het voor de werknemer in de maand van opbouw geldende salaris.

ARTIKEL 2.6 | PAYROLLWERKNEMER 1

2

3

4

De werkgever spreekt schriftelijk met de uitlener af dat de arbeidsvoorwaarden, waaronder de beloning van de payrollwerknemer vanaf de eerste werkdag van de terbeschikkingstelling bij de werkgever gelijk zijn aan de arbeidsvoorwaarden van de werknemer in dienst van de werkgever, die een gelijke of gelijkwaardige functie vervult onder dezelfde of vergelijkbare omstandigheden. Als de payrollwerknemer geen deelnemer is of kan worden bij de pensioenregeling ABP, dan spreekt de werkgever schriftelijk met de uitlener af dat de payrollwerknemer vanaf de eerste werkdag een toelage ontvangt voor pensioencompensatie. De toelage is een percentage van het salaris van de payrollwerknemer. De toelage is gelijk aan het verschil tussen de totale werkgeverspremiepercentages van het ABP en de totale werkgeverspremiepercentages van een adequate pensioenregeling in de zin van artikel 8a Waadi waar de payrollwerknemer deelnemer is. Daarbij worden de percentages van het: a. ouderdomspensioen, b. nabestaandenpensioen en c. arbeidsongeschiktheidspensioen met elkaar vergeleken. De werkgever verstrekt de uitlener schriftelijk alle informatie en middelen die nodig zijn om de toelage juist vast te stellen. De uitlener informeert vervolgens bij aanvang van de terbeschikkingstelling de payrollwerknemer schriftelijk als de payrollwerknemer een toelage krijgt.

De werkgever controleert dan bij de uitlener of de payrollwerknemer de juiste toelage ontvangt.

ARTIKEL 2.7 | WERKNEMER IN DOELGROEP BANENAFSPRAAK 1

2 3 4

5

6

De werkgever kan een takenpakket op maat aanbieden aan een werknemer die behoort tot de doelgroep van de banenafspraak. Dit geldt alleen als de werknemer niet in staat is om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen. Artikel 3.1 geldt in dit geval niet. De werkgever en de werknemer in lid 1 kunnen een salaris overeenkomen met toepassing van salarisschaal A in artikel 3.3 lid 4 en lid 6. Artikel 3.3 geldt verder niet. De minimumbedragen in artikel 4.2 lid 1, onder a, b en c gelden niet voor de werknemer die behoort tot de doelgroep van de banenafspraak. Voor de werknemer die onder de Wajong doelgroep valt, kan op grond van artikel 3.3 lid 3 een salaris worden vastgesteld aan de hand van de functieschaal en de in dat artikel opgenomen salaristabel. Voorwaarde is dat de werknemer voldoende arbeidsvermogen heeft om zelfstandig een reguliere functie uit te oefenen of niet in aanmerking komt voor loondispensatie. De minimumbedragen in artikel 4.2 lid 1, onder a, b en c gelden voor de werknemer die onder de Wajong doelgroep valt en voldoende arbeidsvermogen heeft om zelfstandig een reguliere functie te vervullen. De minimumbedragen gelden naar rato van de loonwaarde en de deeltijdfactor. De loonkostensubsidie uitgekeerd aan de werkgever is samen met het naar loonwaarde 11 14

7

bepaalde salaris van de werknemer gelijk aan het wettelijk minimumloon. Als de werknemer loondispensatie krijgt, wordt het salaris en salaristoelage(n) naar rato van de loonwaarde verminderd met de loondispensatie. Dit salaris vermeerderd met de Wajongaanvullingsuitkering is gelijk aan het wettelijk minimumloon.

ARTIKEL 2.8 | WERKERVARINGSPLAATS 1

2 3 4 5 6

De werkgever kan op verzoek een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW. De persoon waarmee de werkgever een werkervaringsovereenkomst sluit, wordt in dit artikel wep-er genoemd. Deze cao geldt voor de werkervaringsovereenkomst, met uitzondering van de hoofdstukken 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10. De werkervaringsovereenkomst wordt voor bepaalde tijd van maximaal 6 maanden aangegaan. De overeenkomst kan 1 keer worden verlengd met maximaal 6 maanden. In overleg worden de werkzaamheden bepaald. Het leerproces van de wep-er staat daarbij centraal. De werkgever zorgt voor goede begeleiding. De wep-er krijgt een onkostenvergoeding. De wep-er is geen werknemer in de zin van hoofdstuk 2 van het Pensioenreglement.

ARTIKEL 2.9 | STAGEOVEREENKOMST 1

2 3 4

5 6

De werkgever kan een student een stageovereenkomst aanbieden voor opleiding, studie of onderzoek. De stageovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW. Deze cao geldt voor de stageovereenkomst, met uitzondering van de hoofdstukken 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10. De stageovereenkomst wordt voor bepaalde tijd aangegaan. De duur van de overeenkomst is afhankelijk van de leerdoelen van de stagiair. De werkzaamheden van de stagiair worden samen met de stagiair en de onderwijsinstelling bepaald. Het leerproces van de stagiair staat daarbij centraal. De werkgever zorgt voor goede begeleiding. De stagiair kan een onkostenvergoeding krijgen. De stagiair is geen werknemer in de zin van hoofdstuk 2 van het Pensioenreglement.

ARTIKEL 2.10 | EINDE ARBEIDSOVEREENKOMST BIJ BEREIKEN VAN DE AOW-GERECHTIGDE LEEFTIJD 1 2

De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege met ingang van de dag waarop de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Van beëindiging van de arbeidsovereenkomst in lid 1 kunnen werkgever en werknemer afzien, als zij dat met elkaar afspreken.

ARTIKEL 2.11 geldend met ingang van 31-12-2023 | RVU 1

2

De werknemer kan deelnemen aan de RVU als hij: a maximaal 2 jaar na de ingangsdatum van zijn deelname aan de RVU, de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, en b zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd op de ingangsdatum onder a, en c op de ingangsdatum 43 jaar in dienst is geweest van een bij het ABP aangesloten werkgever waarvan de laatste 10 jaar van een werkgever in de sector gemeenten. Als de werknemer op 31 december 2025 over maximaal drie jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, kan de werknemer deelnemen aan de RVU als hij in 2026, 2027 en 2028 aan de voorwaarden voldoet. Voorwaarde is dat de afspraak over deelname aan de RVU uiterlijk 31 12 15

3 4 5 6

december 2025 wordt vastgelegd. Deelname aan de RVU duurt maximaal 2 jaar. De werknemer heeft tijdens zijn deelname aan de RVU recht op een maandelijkse uitkering gelijk aan de fiscale drempelvrijstelling voor de RVU. De werknemer en de werkgever kunnen individuele aanvullende en afwijkende afspraken maken. Als de werknemer tijdens zijn deelname aan de RVU overlijdt, stopt de uitkering in lid 3. De nabestaanden hebben recht op 3 keer de uitkering in lid 3. Deelname aan de RVU stopt als de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

13 16

17

Salaris, salaristoelagen en vergoedingen §1 ALGEMEEN ARTIKEL 3.1 | VASTSTELLEN EN WAARDEREN FUNCTIES

ARTIKEL 3.2 | UITBETALEN §2 SALARIS ARTIKEL 3.3 | OVEREENKOMEN VAN HET SALARIS ARTIKEL 3.4 | SALARISVERHOGING ARTIKEL 3.5 | VERLAGING SALARISSCHAAL ARTIKEL 3.6 | PROMOTIE ARTIKEL 3.7 | UITLOOPSCHAAL

§3 SALARISTOELAGEN ARTIKEL 3.8 | FUNCTIONERINGSTOELAGE

ARTIKEL 3.9 | ARBEIDSMARKTTOELAGE ARTIKEL 3.10 | WAARNEMINGSTOELAGE

ARTIKEL 3.11 | TOELAGE ONREGELMATIGE DIENST ARTIKEL 3.12 | BUITENDAGVENSTERTOELAGE

ARTIKEL 3.13 | TOELAGE BESCHIKBAARHEIDSDIENST ARTIKEL 3.14 | INCONVENIËNTENTOELAGE DIENST ARTIKEL 3.15 | GARANTIETOELAGE ARTIKEL 3.16 | AFBOUWTOELAGE §4 VERGOEDINGEN ARTIKEL 3.17 | JUBILEUMUITKERING ARTIKEL 3.18 | UITSTEKEND FUNCTIONEREN OF BIJZONDERE PRESTATIES ARTIKEL 3.19 | OVERWERKVERGOEDING

ARTIKEL 3.20 | VERGOEDING BHV, EHBO EN INTERVENTIETEAM ARTIKEL 3.21 | REIS- EN VERBLIJFSKOSTENVERGOEDING ARTIKEL 3.22 | REISKOSTENVERGOEDING WOON-WERK

ARTIKEL 3.22a geldend tot en met 30-042023 | THUISWERKVERGOEDING ARTIKEL 3.22a geldend vanaf 01-05-2023 | VERGOEDING HYBRIDE WERKEN ARTIKEL 3.23 | COLLECTIEVE ZORGVERZEKERING ARTIKEL 3.24 | TEGEMOETKOMING KOSTEN ZORGVERZEKERING ARTIKEL 3.25 | TOR 18

HOOFDSTUK 3

Salaris, salaristoelagen en vergoedingen §1 ALGEMEEN ARTIKEL 3.1 | VASTSTELLEN EN WAARDEREN FUNCTIES 1 2

3

De werkgever stelt de functies vast. De werkgever beschrijft en waardeert elke functie volgens een systeem van functiewaardering. Het systeem van functiewaardering wordt door de werkgever vastgesteld en staat niet in de cao. De werkgever stelt de conversietabel vast. De werkgever vertaalt, op basis van die conversietabel, de waardering van elke functie in een schaal.

ARTIKEL 3.2 | UITBETALEN De uitbetaling van salaris, salaristoelage(n), vergoedingen en uitkeringen vindt maandelijks plaats, tenzij in deze cao anders is bepaald.

§2 SALARIS ARTIKEL 3.3 | OVEREENKOMEN VAN HET SALARIS 1 2

3

De werkgever en de werknemer komen een salaris overeen, dat staat in de salaristabel die hoort bij de functieschaal. De werkgever en de werknemer kunnen 1 schaal lager dan de functieschaal overeenkomen. Dat kan als de werknemer nog niet voldoet aan eisen van ervaring, geschiktheid en bekwaamheid. De salaristabel is per 2 januari 2023: Periodiek 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Salarisschaal 1 2

2184 2190 2233 2276 2320 2363 2406 2450

2184 2195 2255 2314 2373 2433 2492 2552 2611 2671

3 2184 2211 2286 2361 2436 2511 2586 2661 2736 2811 2886

4 2184 2197 2280 2363 2446 2530 2613 2697 2780 2863 2947 3030

5 2184 2259 2351 2443 2535 2626 2718 2809 2901 2993 3084 3176

6 2295 2388 2482 2576 2669 2763 2855 2949 3042 3136 3229 3323

7 2545 2642 2739 2836 2933 3030 3127 3224 3321 3418 3515 3612

8 2878 2984 3091 3198 3304 3411 3519 3625 3732 3839 3945 4052

9 3167 3291 3416 3540 3665 3789 3914 4039 4163 4288 4412 4537

10 3396 3543 3689 3836 3983 4130 4276 4423 4570 4717 4863 5009

1419

Salarisschaal 11 periodiek 10A 0 3719 4020 1 3869 4176 2 4019 4332 3 4170 4489 4 4320 4645 5 4471 4801 6 4621 4958 7 4771 5112 8 4921 5265 9 5071 5418 10 5218 5572 11 5366 5725 4

5 6

7

8

11A 4400 4557 4713 4868 5024 5177 5330 5484 5637 5789 5942 6096

12 4781 4937 5091 5245 5398 5551 5703 5857 6010 6163 6316 6470

13 5309 5462 5616 5768 5921 6074 6228 6381 6534 6687 6840 6993

14 5625 5810 5995 6179 6364 6549 6734 6919 7105 7289 7474 7659

15 6030 6244 6457 6671 6885 7098 7312 7526 7740 7953 8167 8381

16 6439 6688 6937 7186 7435 7684 7933 8182 8430 8680 8929 9178

17 7099 7368 7636 7905 8173 8442 8710 8979 9247 9516 9784 10053

18 7843 8132 8420 8709 8997 9286 9574 9863 10152 10441 10729 11018

Voor de werknemer in artikel 2.7 lid 2 geldt een aparte salarisschaal A. De salaristabel van salarisschaal A is: Salarisschaal A

Percentage van het WML

0

100 %

1

101,8 %

2

103,6 %

3

105,5 %

4

107,3 %

5

109,1 %

6

110,9 %

7

112,7 %

8

114,5 %

9

116,4 %

10

118,2 %

11

120 %

Het startsalaris in de salaristabel in lid 3 is omgerekend naar het salaris per uur minimaal €14. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd met de cao contractloonstijging. Als het salaris in de salaristabel in lid 4 omgerekend naar het salaris per uur lager is dan €14, heeft de werknemer minimaal recht op een salaris per uur van €14. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd met de cao contractloonstijging. De werknemer die op 2 januari 2023 is ingeschaald op het startsalaris van €2.184 in de salaristabel in lid 3, krijgt met terugwerkende kracht tot 2 januari 2023 een extra periodieke verhoging. Deze extra periodieke verhoging heeft geen invloed op de periodiekdatum in artikel 3.4 cao. De werknemer die op 21 februari 2023 in dienst is en in salarisschaal A zit, wordt met terugwerkende kracht tot 2 januari 2023 ingeschaald in periodiek 11 van salarisschaal A.

ARTIKEL 3.4 | SALARISVERHOGING 1

2

Jaarlijks wordt het salaris van de werknemer verhoogd naar de volgende periodiek van de functieschaal als de werknemer: a voldoende functioneert, en b het maximum van de functieschaal nog niet heeft bereikt, en c minimaal 12 maanden geleden in dienst is gekomen, de laatste periodieke salarisverhoging kreeg of promotie kreeg. De werkgever kan voor een werknemer of een groep werknemers een vaste periodiekdatum 1520

3 4

vaststellen. De eerste periodiek kan dan in de eerste 12 maanden van het dienstverband plaatsvinden. De werkgever kan aan het geven van een salarisverhoging aanvullende voorwaarden verbinden. De werkgever kan een extra periodieke salarisverhoging geven.

ARTIKEL 3.5 | VERLAGING SALARISSCHAAL 1 2

De werkgever en de werknemer kunnen overeenkomen dat de werknemer een andere functie met een lager salaris gaat uitoefenen met aanpassing van het salaris. Hoofdstuk 3.6 van het Pensioenreglement is van toepassing als de werknemer zijn loopbaan afbouwt en binnen 10 jaar de pensioenrekenleeftijd bereikt.

ARTIKEL 3.6 | PROMOTIE De werknemer die door promotie in een hogere salarisschaal komt, krijgt vanaf de dag dat de promotie ingaat een hoger salaris. ARTIKEL 3.7 | UITLOOPSCHAAL Doorgroei van het salaris van de werknemer naar een uitloopschaal is mogelijk als dit op 31 december 2015 in een regeling stond.

§3 SALARISTOELAGEN ARTIKEL 3.8 | FUNCTIONERINGSTOELAGE 1

2 3

De werkgever kan aan de werknemer een functioneringstoelage geven als de werknemer: a het maximum van de functieschaal heeft bereikt; en b meerdere jaren zeer goed of uitstekend zijn werk heeft gedaan; of c bijzondere prestaties heeft geleverd. De functioneringstoelage duurt maximaal 12 maanden. De werkgever kan na die 12 maanden opnieuw een functioneringstoelage geven. De functioneringstoelage is maximaal 10% van het salaris.

ARTIKEL 3.9 | ARBEIDSMARKTTOELAGE 1 2 3

De werkgever kan aan de werknemer een arbeidsmarkttoelage geven als het moeilijk is personeel in dat vakgebied te krijgen. De arbeidsmarkttoelage duurt maximaal 36 maanden. Na deze periode kan opnieuw een arbeidsmarktoelage worden gegeven als de knelpunten op de arbeidsmarkt voortduren. De arbeidsmarkttoelage is maximaal 10% van het salaris.

ARTIKEL 3.10 | WAARNEMINGSTOELAGE 1

2 3

De werknemer die tijdelijk een hoger gewaardeerde functie waarneemt, krijgt voor die periode een waarnemingstoelage. Dit geldt niet als de waarneming deel uitmaakt van de eigen functie. De waarnemingstoelage is bij volledige waarneming het verschil tussen het salaris van de werknemer en het salaris dat hij zou krijgen in de hogere functieschaal. Bij gedeeltelijke waarneming krijgt de werknemer een waarnemingstoelage naar rato.

ARTIKEL 3.11 | TOELAGE ONREGELMATIGE DIENST

1621

1 2

De werknemer die valt onder de bijzondere regeling voor de werktijden in artikel 5.5 krijgt een toelage onregelmatige dienst als hij op onregelmatige uren werkt. De toelage is een percentage van het salaris per uur van de werknemer. Onregelmatige dienst op Maandag tot en met vrijdag Maandag tot en met vrijdag Zaterdag Zondag en feestdagen in artikel 6.6

3 4

Tijd tussen 06.00 en 08.00 en tussen 18.00 en 22.00 uur tussen 00.00 en 06.00 en tussen 22.00 en 24.00 uur tussen 00.00 en 24.00 uur tussen 00.00 en 24.00 uur

Percentage 20% 40% 40% 65%

Het salaris per uur is hierbij maximaal gelijk aan het maximumsalaris van salarisschaal 6. De werknemer krijgt in een week geen toelage onregelmatige dienst als hij in die week maar 1 keer maximaal 3 uur op onregelmatige tijden heeft gewerkt.

ARTIKEL 3.12 | BUITENDAGVENSTERTOELAGE 1

De werknemer krijgt een buitendagvenstertoelage als:

2

a de werknemer onder de standaardregeling voor de werktijden in artikel 5.4 valt; en b de werkgever met de werknemer is overeengekomen dat hij buiten het dagvenster werkt. De buitendagvenstertoelage is een percentage van het salaris per uur van de werknemer. Buitendagvenster op Maandag tot en met vrijdag Zaterdag Zondag en feestdagen in artikel 6.6

3 4

5

Tijd tussen 00.00 en 24.00 uur buiten het dagvenster tussen 00.00 en 24.00 uur

Percentage 50%

tussen 00.00 en 24.00 uur

100%

75%

De werknemer die tijdens een beschikbaarheidsdienst wordt opgeroepen, krijgt over de gewerkte uren buiten het dagvenster ook een buitendagvenstertoelage. Als de werknemer en de werkgever het niet eens worden over afwijkende werktijden in de standaardregeling in artikel 5.4 lid 11, dan krijgt de werknemer een buitendagvenstervergoeding voor de gewerkte uren. De werknemer met een functie in functieschaal 11 of hoger krijgt geen buitendagvenstertoelage.

ARTIKEL 3.13 | TOELAGE BESCHIKBAARHEIDSDIENST 1 2

De werknemer die buiten de voor hem geldende werktijden beschikbaarheidsdienst heeft, krijgt een toelage beschikbaarheidsdienst, ook als hij wordt opgeroepen om te werken. De toelage beschikbaarheidsdienst is een percentage van het salaris per uur van de werknemer. Beschikbaarheidsdienst op Maandag tot en met vrijdag Zaterdag, zondag en feestdagen in artikel 6.6

3

Tijd tussen 00.00 en 24.00 uur tussen 00.00 en 24.00 uur

Percentage 5% 10%

Het salaris per uur is voor de toepassing van dit artikel maximaal gelijk aan het maximumsalaris van salarisschaal 7. 1722

4

De werkgever kan ten gunste van de werknemer van dit artikel afwijken als de werknemer als arts in dienst is van de GGD of GHOR of als de werknemer werkzaam is in het crisispiket.

ARTIKEL 3.14 | INCONVENIËNTENTOELAGE De werkgever kan een regeling vaststellen voor de toekenning van een inconveniëntentoelage bij niet vermijdbaar, zwaar, onaangenaam of gevaarlijk werk. ARTIKEL 3.15 | GARANTIETOELAGE De werkgever kan aan een werknemer van wie het salaris of salaristoelage(n) lager worden een garantietoelage geven. ARTIKEL 3.16 | AFBOUWTOELAGE 1

Als de toelage onregelmatige dienst, de toelage beschikbaarheidsdienst of de inconveniëntentoelage blijvend lager wordt of eindigt, krijgt de werknemer een

afbouwtoelage. Dit geldt als: de werknemer de reden van de verlaging niet zelf heeft veroorzaakt; en de werknemer deze salaristoelage(n) zonder onderbreking van meer dan 2 maanden tijdens minimaal 36 maanden heeft gekregen; en c het bedrag van de verlaging of beëindiging minimaal 3% van het salaris is. De afbouwtoelage duurt maximaal 36 maanden en is een percentage van het af te bouwen bedrag. a b

2

Duur afbouwtoelage van 1 tot en met 12 maanden van 13 tot en met 24 maanden van 25 tot en met 36 maanden 3 4 5

Percentage 75% 50% 25%

De afbouwtoelage wordt verrekend met een salarisverhoging die de werknemer krijgt als hij een hoger gewaardeerde functie gaat uitoefenen. Als de hoogte van het af te bouwen bedrag wisselde, is de afbouwtoelage het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Dit artikel geldt niet als voor de werknemer voorzieningen zijn getroffen in een sociaal plan.

§4 VERGOEDINGEN ARTIKEL 3.17 | JUBILEUMUITKERING 1 2

3

De werknemer krijgt een jubileumuitkering als hij 25, 40 en 50 jaar in dienst is bij een bij de Stichting Pensioenfonds ABP aangesloten werkgever. Bij 25 jaar is de jubileumuitkering de helft van het salaris en salaristoelage(n) over de maand van jubileren, vermeerderd met 8%. Bij 40 en 50 jaar is de jubileumuitkering het salaris en salaristoelage(n) over de maand van jubileren, vermeerderd met 8%. De werknemer krijgt een jubileumuitkering naar rato als de werknemer: a binnen 5 jaar na de ontslagdatum een jubileumuitkering gekregen zou hebben; én b de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; én c ontslag wegens opheffing van de functie in artikel 7:669 lid 3, onder a BW krijgt; of d ontslag krijgt omdat hij volledig arbeidsongeschikt is naar het oordeel van UWV in artikel 7:669 lid 3, onder b BW. De laatste maand voor de datum van ontslag is de basis voor de jubileumuitkering. 1823

ARTIKEL 3.18 | UITSTEKEND FUNCTIONEREN OF BIJZONDERE PRESTATIES De werkgever kan een regeling vaststellen voor de eenmalige toekenning van een bedrag aan 1 werknemer of een groep werknemers voor uitstekend functioneren of bijzondere prestaties. De werkgever kan het bedrag in meerdere termijnen uitbetalen. ARTIKEL 3.19 | OVERWERKVERGOEDING 1 2

3 4

De werknemer die overwerk verricht en valt onder de bijzondere regeling voor de werktijden in artikel 5.5 krijgt een overwerkvergoeding. De overwerkvergoeding bestaat uit: a verlof en b een bedrag. Het verlof is gelijk aan het aantal gewerkte uren overwerk. Het bedrag is een percentage van het salaris per uur over het aantal gewerkte uren. Overwerk op Maandag tot en met vrijdag Maandag tot en met vrijdag Dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag maandag of de dag volgend op een feestdag Zaterdag Zondag en feestdag in artikel 6.6

5

6

7 8 9

Tijd tussen 06.00 en 20.00 uur tussen 20.00 en 24.00 uur tussen 00.00 en 06.00 uur tussen 00.00 en 06.00 uur tussen 00.00 en 24.00 uur tussen 00.00 en 24.00 uur

Percentage 25% 50% 50% 75% 75% 100%

Het verlof in lid 2 onder a wordt verleend op een zo vroeg mogelijk tijdstip. Op verzoek van de werknemer en voor zover bedrijfs- en dienstbelangen dit toelaten kan de werknemer het verlof opnemen op een door hem aangegeven tijdstip. Als het verlenen van verlof in lid 2 onder a niet mogelijk is, kan de werknemer kiezen voor: a uitbetaling van het salaris per uur, of b verlofsparen in artikel 6.5. De werknemer die tijdens een beschikbaarheidsdienst wordt opgeroepen, krijgt over de gewerkte uren ook een overwerkvergoeding. De werknemer met een functie in functieschaal 11 of hoger krijgt geen overwerkvergoeding. De werkgever kan ten gunste van de werknemer van dit artikel afwijken als de werknemer als arts in dienst is van de GGD of GHOR of als de werknemer werkzaam is in het crisispiket.

ARTIKEL 3.20 | VERGOEDING BHV, EHBO EN INTERVENTIETEAM 1

2

De werknemer krijgt een vergoeding als hij naast zijn functie werkzaamheden verricht als: a bedrijfshulpverlener in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet; of b EHBO’er; of c lid van een anti-agressie- of interventieteam. Voor het krijgen van de vergoeding is vereist dat de werknemer deelneemt aan opleiding en oefeningen. De vergoeding is €220 per jaar, ongeacht de omvang van het dienstverband en ook als de werknemer meerdere werkzaamheden in lid 1 verricht.

ARTIKEL 3.21 | REIS- EN VERBLIJFSKOSTENVERGOEDING De werkgever stelt een regeling vast voor vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen die de werknemer voor de werkgever heeft gemaakt. Bij gebruik van het openbaar vervoer is de vergoeding op basis van het 2e klasse tarief. 1924

ARTIKEL 3.22 | REISKOSTENVERGOEDING WOON-WERK 1 2

De werkgever kan een regeling vaststellen voor de vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer. Als de werknemer tijdens zijn dienstverband: a moet gaan werken op een andere locatie die niet met het openbaar vervoer te bereiken is; of b door de opgedragen werktijden de locatie niet per openbaar vervoer kan bereiken, dan krijgt hij een kilometervergoeding. De werkgever bepaalt de hoogte van deze kilometervergoeding. De werkgever en de werknemer kunnen in overleg een andere vorm van compensatie bepalen.

ARTIKEL 3.22a geldend tot en met 30-04-2023 | THUISWERKVERGOEDING 1 2 3 4 5 6

De werknemer krijgt een thuiswerkvergoeding van €2 netto voor iedere dag die hij thuis werkt, ongeacht de omvang van zijn dienstverband. De thuiswerkvergoeding geldt alleen op de dagen waarop de werknemer met de werkgever heeft afgesproken om thuis te werken. De werknemer die op een dag in overwegende mate thuiswerkt, krijgt voor die dag geen reiskostenvergoeding woon-werk. De werkgever kan hiervan afwijken. De werknemer die op een dag in overwegende mate op een locatie van de werkgever werkt, krijgt voor die dag geen thuiswerkvergoeding. De werkgever kan hiervan afwijken. De werknemer die op een dag thuiswerkt en een dienstreis maakt waarvoor de werknemer een vergoeding krijgt op basis van artikel 3.21, krijgt voor deze dag ook een thuiswerkvergoeding. De werkgever kan aanvullende regels vaststellen voor de uitvoering van de thuiswerkvergoeding.

ARTIKEL 3.22a geldend vanaf 01-05-2023 | VERGOEDING HYBRIDE WERKEN

1

2 3 4 5 6 7

De werknemer krijgt een vergoeding hybride werken, die bestaat uit een thuiswerkvergoeding van €2,15 netto en een internetvergoeding van €0,85 netto, voor iedere dag die hij thuis werkt, ongeacht de omvang van zijn dienstverband. De vergoeding hybride werken geldt alleen op de dagen waarop de werknemer met de werkgever heeft afgesproken om thuis te werken. De werknemer die op een dag in overwegende mate thuiswerkt, krijgt voor die dag geen reiskostenvergoeding woon-werk. De werkgever kan hiervan afwijken. De werknemer die op een dag in overwegende mate op een locatie van de werkgever werkt, krijgt voor die dag geen vergoeding hybride werken. De werkgever kan hiervan afwijken. De werknemer die op een dag thuiswerkt en een dienstreis maakt waarvoor de werknemer een vergoeding krijgt op basis van artikel 3.21, krijgt voor deze dag ook een vergoeding hybride werken. De werkgever kan aanvullende regels vaststellen voor de uitvoering van de vergoeding hybride werken. Als de werkgever op 21 februari 2023 een internetvergoeding gaf aan de werknemer die hoger is dan de vergoeding in lid 1, kan die blijven gelden.

ARTIKEL 3.23 | COLLECTIEVE ZORGVERZEKERING 1

De WSGO sluit een collectieve zorgverzekering af waar werknemers aan deel kunnen nemen. Ook postactieven en inactieven kunnen deelnemen aan de collectieve zorgverzekering.

2

Een inactieve in lid 1 is de oud-werknemer met een: a. WW-uitkering, b. reparatie-uitkering, c. na-wettelijke uitkering, d. WAO-uitkering, 20 25

e. WIA-uitkering, of f. wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van de werkgever. 3

Een postactieve in lid 1 is de oud-werknemer met een: a. uitkering functioneel leeftijdsontslag, b. ouderdomspensioen van het ABP, of c. ABP keuzepensioen, die direct voorafgaand aan de uitkering of dit pensioen in dienst was van de werkgever of een inactieve was.

ARTIKEL 3.24 | TEGEMOETKOMING KOSTEN ZORGVERZEKERING 1 2 3

4

De werknemer krijgt een tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering. De werkgever betaalt de tegemoetkoming jaarlijks in december uit. De hoogte van de tegemoetkoming is, ongeacht de omvang van het dienstverband: a €296 voor de werknemer met een salaris lager dan of gelijk aan het maximum van salarisschaal 6; b €168 voor de werknemer met een hoger salaris dan in sub a. De maand december is hiervoor de peildatum. Bij uitdiensttreding geldt hiervoor de laatste maand van het dienstverband. Bij indiensttreding of ontslag na 1 januari krijgt de werknemer de tegemoetkoming naar rato.

ARTIKEL 3.25 | TOR De werknemer die een TOR krijgt, behoudt dat recht op een TOR volgens de regels in bijlage 5A.

2126

27

Individueel keuzebudget ARTIKEL 4.1 | RECHT OP IKB ARTIKEL 4.2 | OPBOUW IKB ARTIKEL 4.3 | DOELEN IKB

ARTIKEL 4.4 | KEUZE UIT DOELEN IKB ARTIKEL 4.5 | UITBETALING IKB BIJ EINDE ARBEIDSOVEREENKOMST

ARTIKEL 4.6 | FISCALE GEVOLGEN IKB

28

HOOFDSTUK 4

Individueel keuzebudget ARTIKEL 4.1 | RECHT OP IKB 1 2

De werknemer krijgt een IKB. Het IKB is een bedrag per maand dat de werknemer kan besteden voor de doelen in artikel 4.3.

ARTIKEL 4.2 | OPBOUW IKB 1

De werknemer bouwt het IKB per maand op. Het IKB bestaat uit: a. 8% van het salaris en de salaristoelage(n) en de overwerkvergoeding in de maand van opbouw; b. 6,75% van het salaris in maand van opbouw; c. 1,5% van het salaris in maand van opbouw, met een minimum van €33,33 bij een voltijdsdienstverband; d. 0,8 % van het salaris in maand van opbouw.

2

Over lid 1 onder a, b en c wordt pensioen opgebouwd. Dit geldt niet voor de overwerkvergoeding onder a. Over lid 1 onder d wordt geen pensioen opgebouwd. Krijgt de werknemer in een maand een deel van het salaris en salaristoelage(n) uitbetaald, dan krijgt hij ook het IKB naar rato. Krijgt de werknemer in een maand geen salaris, dan bouwt hij die maand geen IKB op. Krijgt de werknemer in een maand een deel van het salaris en salaristoelage(n) uitbetaald, omdat hij arbeidsongeschikt is, dan bouwt hij die maand volledig IKB op. De werkgever kan bronnen toevoegen aan het IKB.

3

4 5

ARTIKEL 4.3 | DOELEN IKB 1

2

De werknemer kan het IKB besteden aan: a het kopen van bovenwettelijke vakantie-uren tot een maximum van 187 uur per kalenderjaar bij een voltijddienstverband; b extra inkomen door uitbetaling van het IKB tot maximaal het bedrag dat hij op dat moment heeft opgebouwd; en c het betalen van een opleiding, als de werkgever die opleiding, al dan niet deels, niet vergoedt en het volgens de regels van de Belastingdienst mogelijk is dit belastingvrij te doen. De werkgever kan aan het IKB doelen toevoegen.

ARTIKEL 4.4 | KEUZE UIT DOELEN IKB 1 2

De werknemer kan elke maand een keuze maken om het IKB te besteden. Hij heeft voor deze keuze geen toestemming nodig. De werkgever wijst voor elke maand een uiterste datum aan waarop de werknemer zijn keuze kenbaar moet maken.

22 29

3

4 5 6 7

De werknemer kan er ook voor kiezen het IKB in een maand niet of gedeeltelijk te besteden. Dat niet bestede IKB wordt gereserveerd. De werknemer kan dat op een later moment in het lopende kalenderjaar besteden. De werkgever betaalt het IKB dat aan het eind van het kalenderjaar niet is besteed uit bij de salarisbetaling van december. De werknemer kan alleen opgebouwd IKB besteden en zijn bestedingskeuze kan alleen betrekking hebben op hetzelfde kalenderjaar. De werknemer kan een bedrag uit het IKB dat is besteed niet meer terugstorten in het IKB. Als de werknemer bovenwettelijke vakantie-uren koopt dan betaalt hij per vakantie-uur het salaris vermeerderd met het IKB per uur van de maand waarin hij de uren koopt.

ARTIKEL 4.5 | UITBETALING IKB BIJ EINDE ARBEIDSOVEREENKOMST 1 2

Aan het einde van de arbeidsovereenkomst betaalt de werkgever het bedrag van het niet bestede IKB uit. De nagelaten betrekkingen krijgen het niet bestede IKB bij overlijden van de werknemer.

ARTIKEL 4.6 | FISCALE GEVOLGEN IKB 1 2

3

Het gebruik van het IKB kan gevolgen hebben voor loonheffingen, pensioen en sociale verzekeringen. De werknemer wordt geacht deze gevolgen te kennen. Als blijkt dat een bedrag uit het IKB niet belastingvrij betaald had mogen worden doordat de werknemer onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, verhaalt de werkgever de verschuldigde loonheffing of eventuele boetes op de werknemer. Als een netto voordeel voor de werknemer vervalt door wijziging van wet- en regelgeving dan compenseert de werkgever dat niet.

23 30

31

Arbeidsduur en werktijden §1 ARBEIDSDUUR ARTIKEL 5.1 | ARBEIDSDUUR §2 WERKTIJDEN

ARTIKEL 5.2 | WERKTIJDENREGELING ARTIKEL 5.3 | WERKEN OP ZATERDAG, ZONDAG EN FEESTDAGEN

ARTIKEL 5.4 | STANDAARDREGELING VOOR DE WERKTIJDEN ARTIKEL 5.5 | BIJZONDERE REGELING VOOR DE WERKTIJDEN

ARTIKEL 5.6 | BORSTVOEDING

32

HOOFDSTUK 5

Arbeidsduur en werktijden §1 ARBEIDSDUUR ARTIKEL 5.1 | ARBEIDSDUUR 1

2 3

4 5

De formele arbeidsduur is maximaal 36 uur per week en 1836 uur per jaar in 2023 en 1831 uur per jaar in 2024. Als er een lokale feestdag is vastgesteld, kan de formele arbeidsduur per jaar afwijken. De werkgever en de werknemer kunnen overeenkomen om de formele arbeidsduur per week tijdelijk uit te breiden van 36 uur per week naar maximaal 40 uur per week. Bij uitbreiding van de arbeidsduur wordt naar rato verhoogd: a het salaris; b het recht op vakantie; c de pensioenopbouw. De werkgever meldt vooraf de uitbreiding van de arbeidsduur aan de ondernemingsraad. De werkgever rapporteert in het sociaal jaarverslag over de uitbreiding van de arbeidsduur naar maximaal 40 uur. De werkgever legt de rapportage ter bespreking voor aan de ondernemingsraad.

§2 WERKTIJDEN ARTIKEL 5.2 | WERKTIJDENREGELING De werkgever stelt een werktijdenregeling vast voor de werknemers in de organisatie. Als de standaardregeling in artikel 5.4 niet geldt voor de werknemer, dan geldt de bijzondere regeling in artikel 5.5. ARTIKEL 5.3 | WERKEN OP ZATERDAG, ZONDAG EN FEESTDAGEN 1 2 3 4

De werknemer werkt niet op zaterdag, zondag en feestdagen in artikel 6.6, tenzij bedrijfs- of dienstbelangen dit noodzakelijk maken. Per jaar mag een werknemer op maximaal 26 zondagen werken. Bij de vaststelling van de werktijden van de werknemer wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met religieuze feestdagen en de wekelijkse religieuze rustdag van de werknemer. Wat in dit artikel geldt voor werken op zondagen, geldt ook voor werken op religieuze, nationale, landelijke, regionale of plaatselijk erkende feest- of gedenkdagen als die door de werkgever zijn aangewezen als dagen waarop de organisatie is gesloten. Dit tenzij bedrijfs- of dienstbelangen anders vereisen.

ARTIKEL 5.4 | STANDAARDREGELING VOOR DE WERKTIJDEN 1 2 3

De standaardregeling geldt voor de werknemer die binnen de kaders van dit artikel zijn werktijden kan vaststellen. De werknemer verricht zijn werk binnen het dagvenster. Het dagvenster is van maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 en 22.00 uur. Was het dagvenster voor de werknemer op 31 december 2013 ruimer, dan blijft dit ruimere 24 33

dagvenster gelden. 4 Voor het begin van ieder kalenderjaar maakt de werkgever met de werknemer afspraken over de werktijden, de vakantie, het verlof en de planning van de werkzaamheden voor het komende jaar. 5 Bij het afspreken van de werktijden geldt dat: a hierover overeenstemming bereikt wordt tussen de werkgever en de werknemer; b de arbeidstijd per dag maximaal 11 uur is en per week maximaal 50 uur, tenzij daarvan op verzoek van de werknemer wordt afgeweken. 6 Als de omstandigheden wijzigen, kunnen de afspraken over de werktijden worden aangepast. 7 De werkgever en de werknemer overleggen 2 keer per jaar over de werktijden in relatie tot de planning van de werkzaamheden. 8 Overschrijdt de werknemer door de planning van de werkzaamheden de formele arbeidsduur per jaar, dan worden de afspraken in overleg aangepast. Als de werkgever en de werknemer het eens zijn dat overschrijding van de formele arbeidsduur per jaar onvermijdelijk is, dan stellen zij in overleg de overschrijding in uren vast. In overleg bepalen de werkgever en de werknemer of de werknemer voor ieder teveel gewerkt uur een uur salaris en salaristoelage(n) of een uur vakantie krijgt. Maakt de werknemer geen keuze dan volgt uitbetaling van de te veel gewerkte uren. 9 De werknemer werkt buiten het dagvenster als bedrijfs- of dienstbelangen dat noodzakelijk maken.

Voor uren die de werknemer buiten het dagvenster werkt, krijgt hij een buitendagvenstertoelage, geregeld in artikel 3.12. 10 Als de werkgever en de werknemer niet tot overeenstemming komen over de werktijden, dan stelt de werkgever de werktijden vast als bedrijfs- of dienstbelangen dit nodig maken. De belangen van de werkgever en de werknemer worden bij de vaststelling afgewogen. De bijzondere regeling voor de werktijden in artikel 5.5 geldt. 11 De werkgever kan de werknemer incidenteel verzoeken om te werken buiten de vastgelegde werktijden, maar binnen het dagvenster, vanwege bedrijfs- of dienstbelangen. Als de werkgever en de werknemer het niet eens worden over de afwijkende werktijden, dan krijgt de werknemer een vergoeding geregeld in artikel 3.12. 12 De werkgever bespreekt ieder jaar met de ondernemingsraad de afspraken over de werktijden in de organisatie. De ondernemingsraad kan voorstellen de werktijden te veranderen. Neemt de werkgever het voorstel niet over, dan wordt dit besluit gemotiveerd. 13 De werkgever kan ter uitvoering van dit artikel aanvullende regels stellen. ARTIKEL 5.5 | BIJZONDERE REGELING VOOR DE WERKTIJDEN 1 2 3 4 5 6 7

De bijzondere regeling geldt voor de werknemer waarvan de werkgever de werktijden vaststelt. De werkgever stelt de werktijden van de werknemer vast in een rooster als voor de werknemer wisselende werktijden gelden. De feitelijke arbeidsduur is maximaal 11 uur per dag en maximaal 50 uur per week. De werkgever maakt de werktijden minimaal 1 maand voor aanvang bekend aan de werknemer. De werkgever stuurt niet aan op het ontwijken van de toelage onregelmatige dienst in artikel 3.11. De werknemer die op zaterdag of zondag heeft gewerkt, krijgt een doordeweekse dag vrij. De werkgever kan ter uitvoering van dit artikel aanvullende regels stellen.

25 34

ARTIKEL 5.6 | BORSTVOEDING De werkgever stelt de werknemer na de geboorte van haar kind in de gelegenheid om tijdens werktijd te kolven of borstvoeding te geven.

26 35

Vakantie en verlof §1 VAKANTIE ARTIKEL 6.1 | WETTELIJKE VAKANTIE-UREN ARTIKEL 6.2 | BOVENWETTELIJKE VAKANTIE-UREN ARTIKEL 6.3 | BOVENWETTELIJKE VAKANTIE-UREN BIJ ONREGELMATIG WERKEN EN BESCHIKBAARHEIDSDIENST

ARTIKEL 6.4 | VERKOOP VAN BOVENWETTELIJKE VAKANTIE-UREN § 2 VERLOF ARTIKEL 6.5 | VERLOFSPAREN § 2.1 FEESTDAGEN ARTIKEL 6.6 | FEESTDAGEN § 2.2 WAZO-VERLOF ARTIKEL 6.7 | KORTDUREND ZORGVERLOF

ARTIKEL 6.8 | LANGDUREND ZORGVERLOF ARTIKEL 6.9 | ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGSVERLOF

ARTIKEL 6.10 geldend tot en met 30-12-2023 | OUDERSCHAPSVERLOF ARTIKEL 6.10 geldend met ingang van 31-12-2023 | BETAALD OUDERSCHAPSVERLOF ARTIKEL 6.10a geldend met ingang van 31-12-2023 | BETAALD OUDERSCHAPSVERLOF EN SAMENLOOP MET WAZO-UITKERING ARTIKEL 6.11 geldend tot en met 31-05-2023 | AANSPRAKEN TIJDENS ONBETAALD WAZO-VERLOF ARTIKEL 6.11 geldend met ingang van 01-06-2023 | AANSPRAKEN TIJDENS ONBETAALD WAZO-VERLOF ARTIKEL 6.12 | ADOPTIE- EN PLEEGZORGVERLOF §2.3 ANDERE VORMEN VAN VERLOF ARTIKEL 6.13 | HUWELIJK OF GEREGISTREERD PARTNERSCHAP ARTIKEL 6.14 geldend tot en met 31-05-2023 | ONBETAALD VERLOF ARTIKEL 6.14 geldend met ingang van 01-06-2023 | ONBETAALD VERLOF ARTIKEL 6.15 | SAMENLOOP ONBETAALD VERLOF MET ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGSVERLOF ARTIKEL 6.16 | SAMENLOOP ONBETAALD VERLOF MET ARBEIDSONGESCHIKTHEID

ARTIKEL 6.17 | POLITIEK VERLOF ARTIKEL 6.18 | VERLOF VOORMALIGE VERLOFSPAARMOGELIJKHEID

36

HOOFDSTUK 6

Vakantie en verlof §1 VAKANTIE ARTIKEL 6.1 | WETTELIJKE VAKANTIE-UREN

1 2

3

In elk kalenderjaar heeft de werknemer recht op wettelijke vakantie ter grootte van vier maal de formele arbeidsduur per week met behoud van salaris en salaristoelage(n). De wettelijke vakantie-uren vervallen 12 maanden na het kalenderjaar waarin deze vakantie-uren zijn opgebouwd. De vakantie-uren vervallen niet als: a de werknemer om medische redenen redelijkerwijs niet in staat was om vakantie op te nemen; of b opname door bedrijfs- of dienstbelangen niet mogelijk was. De werknemer kan verzoeken de wettelijke vakantie-uren in te zetten voor een langere vakantieperiode. De werkgever kan daarvoor de termijn in lid 2 verlengen.

ARTIKEL 6.2 | BOVENWETTELIJKE VAKANTIE-UREN 1 2 3 4

De werknemer met een voltijddienstverband krijgt 50,4 bovenwettelijke vakantie-uren naast de vakantie in artikel 6.1 lid 1. De werkgever kan van de vakantie in lid 1 maximaal 2 dagen aanwijzen als feestdagen in artikel 6.6 onder h en/of als verplichte sluitingsdagen. In afwijking van lid 1 behoudt de werknemer die op 2 januari 2023 recht had op meer dan 50,4 bovenwettelijke vakantie-uren en die geboren is vóór 1 januari 1963, recht op zijn bovenwettelijke vakantie-uren tot het einde van het dienstverband. In afwijking van lid 1 wordt voor de werknemer die op 2 januari 2023 recht had op meer dan 50,4 bovenwettelijke vakantie-uren en die geboren is op of na 1 januari 1963, zijn recht op bovenwettelijke vakantie-uren met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks teruggebracht met 7,2 uur tot het recht 50,4 bovenwettelijke vakantie-uren is.

ARTIKEL 6.3 | BOVENWETTELIJKE VAKANTIE-UREN BIJ ONREGELMATIG WERKEN EN BESCHIKBAARHEIDSDIENST De werknemer krijgt 14,4 uur bovenwettelijke vakantie als hij: a regelmatig en overwegend op onregelmatige uren werkt in artikel 3.11; of b regelmatig en in belangrijke mate beschikbaar moet zijn in artikel 3.13. De 14,4 uur geldt ook voor werknemers met een deeltijddienstverband.

1

2

ARTIKEL 6.4 | VERKOOP VAN BOVENWETTELIJKE VAKANTIE-UREN 1 2 3

De werknemer kan elk kalenderjaar maximaal 72 bovenwettelijke vakantie-uren verkopen. Voor de werknemer met een deeltijddienstverband wordt dit aantal naar rato vastgesteld. Bovenwettelijke vakantie-uren die de werknemer heeft gekocht uit het IKB, kan hij niet verkopen. De werkgever wijst een verzoek in lid 1 toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. 27 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=82252c53-3032-4997-8139-dd0d7d1f665d