CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 1 Onderwijsachterstandenbeleid Simpelveld.pdf

Commissie MID 19 mei 2022, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Onderwijsachterstandenbeleid Simpelveld9.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID PARKSTAD 2020-2024

1

VOORWOORD Bij de gemeente Simpelveld vinden we het belangrijk dat kinderen gezond en veilig opgroeien. Ieder kind verdient gelijke kansen en de beste omstandigheden om zich te ontplooien en ontwikkelen. Voor u ligt dan ook de nota Onderwijsachterstandenbeleid Simpelveld voor de periode 2020-2024. Hierin wordt het beleid beschreven die de gemeente Simpelveld de komende jaren wil uitvoeren om onderwijsachterstanden bij jonge kinderen te bestrijden. Dit doen we op een structurele, efficiënte en effectieve manier.

2

INHOUDSOPGAVE Onderwijsachterstandenbeleid Parkstad 2020-2024.............................................................. 1 Voorwoord ............................................................................................................................. 1 1.

Inleiding .......................................................................................................................... 5

2. Doelgroep & bereik ............................................................................................................ 7 2.1 Doelstelling................................................................................................................... 7 2.2 Criteria onderwijsachterstand & doelgroepdefinitie ....................................................... 8 2.3 Toeleiding naar VVE & realisatie bereik ....................................................................... 9 3. Ouderbetrokkenheid .........................................................................................................11 3.1 Resultaatafspraak/ doelstelling: ...................................................................................11 3.2 Achtergrond doelstelling ..............................................................................................11 3.3 Rol van de gemeente ..................................................................................................12 4.

Resultaatafspraken kwaliteit ..........................................................................................13 4.1 Kwantitatieve doelen en resultaatafspraken ................................................................13 4.2 Plan van aanpak resultaatafspraken ...........................................................................14 4.2.1 Kwantitatieve doelen en resultaten: ......................................................................14 4.2.2 Kwalitatieve doelen en resultaten: ........................................................................15 4.3 Realisatie resultaatafspraken in samenwerking ...........................................................15 4.4 Monitoring en evaluatie van resultaatafspraken ...........................................................16 4.5 Structurele verbetering van VVE op gemeentelijk niveau ............................................16 4.6 VVE-inspectie door de GGD ........................................................................................17 4.7 Verbeterplannen ..........................................................................................................17 4.8 Interne kwaliteitszorg van voor- en vroegscholen ........................................................17

5.Gemeentelijk aandeel in beleid ..........................................................................................19 5.1 VVE- locaties...............................................................................................................19 5.2 Afspraken aangaande plaatsing e.d. ...........................................................................19 5.3 Samenstelling van de doelgroep-populatie ..................................................................19 5.4 Gemeentelijke aanpak uitvoering wetgeving VVE/ OAB ..............................................20 6. Doorgaande lijn & zorg .....................................................................................................22 6.1 Vormgeving doorgaande lijn ........................................................................................22 6.2 Overdracht van kindgegevens van voor- naar vroegschool .........................................23 6.3 Startklassen in Parkstad ..............................................................................................23 6.4 Koppeloverleg .............................................................................................................24 6.5 (Externe) zorg .............................................................................................................24 6.6 Gebruik integraal VVE-programma

..............................................................................25 7. Evaluatie & financiële verantwoording ..............................................................................27

3

7.1 Overlegstructuur met stakeholders ..............................................................................27 7.2 VVE-coördinatie op gemeentelijk niveau .....................................................................27 7.3 Financiële verantwoording (incl. gemeentelijk VVE-subsidiekader) .............................28 7.4 Samenwerking met overige gemeenten ......................................................................28 7.5 Structurele (systematische) evaluatie en verbetering van VVE op gemeentelijk niveau ..........................................................................................................................................28 Bijlage 1 Indicatiegronden VVE op basis van risico- en belemmerende factoren ..................30 Bijlage 2. Afkortingen............................................................................................................31 Bijlage 3. Afspraken warme overdracht regio Parkstad Limburg (als pdf toegevoegd) ..........32

4

Onderwijsachterstandenbeleid Parkstad 2020-2024 1. INLEIDING In de Wet op het Primair Onderwijs staan onder andere de geldende regels omtrent de aanpak van onderwijsachterstanden (zie artikel 165 e.v.). Niet alleen scholen voor primair onderwijs krijgen via hun bestuur al dan niet een bekostiging voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, ook gemeenten ontvangen hiervoor vanuit het Rijk financiering. Het doel van de middelen die de gemeente ontvangt is het voorkomen dan wel terugdringen van onderwijsachterstanden, waarbij de primaire focus ligt op de voor- en vroegscholen (zie wet op Primair Onderwijs, artikel 167 e.v.). Daarbij is een intensieve samenwerking met organisaties in de kinder- en peuteropvang, het onderwijs, de jeugdgezondheidszorg en eventueel andere partners van essentieel belang. Het Rijk benadrukt daarbij dat de leeftijd tussen 2½ en 4 jaar van essentieel belang is, vandaar de intensivering van het aantal uren voor deze groep kinderen met ingang van uiterlijk 1 augustus 20201. De keuze is echter aan gemeenten om de aanvangsleeftijd al dan niet te vervroegen. Een van de onderdelen in de verantwoording van de middelen betreft het meten van de opbrengst van de gehanteerde aanpak voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE).

Omdat het niet voor alle Parkstadgemeenten mogelijk was om aan te sluiten bij eenzelfde peutermonitor waarmee jaarlijks het bereik en de behaalde resultaten gemonitord worden (vanwege o.a. lopende contracten), is besloten om in ieder geval wel een gezamenlijk beleid op hoofdlijnen te formuleren, waarbij uiteraard wel ruimte is voor lokale kleur. In dit Onderwijsachterstandenbeleid Parkstad zijn ook gezamenlijke Parkstadbrede doelstellingen en resultaatafspraken, een van de verplichtingen volgens de Wet op het Primair Onderwijs, opgenomen. Naast het periodieke overleg tussen de gemeenten onderling en tussen de individuele gemeenten en hun kindpartners, vindt er jaarlijks een evaluatie plaats op basis van de doelstellingen, resultaatafspraken en het gevoerde beleid. Daar waar nodig vinden er aanpassingen plaats op basis van opgestelde en uitgevoerde verbeterplannen. Wanneer gestelde doelen bereikt zijn voor het einde van de looptijd van dit beleidsplan, kunnen zij naar boven worden bijgesteld. Uiteraard worden de kindpartners hierbij betrokken. Het nu voorliggende beleidsplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen de zeven Parkstadgemeenten, de VVE kinder- en peuteropvanglocaties, het basisonderwijs en de jeugdgezondheidszorg. Er is daarbij rekening gehouden met ieders unieke uitgangssituatie. Tegelijkertijd zijn de doelen ambitieus maar realistisch te noemen.

We gaan er dan ook van uit dat aan het einde van deze beleidsperiode er grote stappen zijn gezet in het bereiken van de doelen en resultaatafspraken. Door de coronacrisis zijn 2020 en 2021 bijzondere jaren geweest. Er zijn periodes geweest van lockdown waarin zowel noodopvang als onderwijs op afstand is geboden en periodes met steeds veranderende coronamaatregelen die invloed hebben gehad op de uitvoering van het onderwijs en de kinderopvang. Hierdoor is het maken van noodzakelijke resultaatafspraken

1 Voor gemeente Simpelveld geldt dat de ingangsdatum is uitgesteld.

5

met opvang en onderwijs vertraagd. Dit betekent dat de beleidsperiode aangegeven in het beleidsdocument al is gestart. De uitvoering van het beleid is inmiddels gestart.

6

2. DOELGROEP & BEREIK 2.1 DOELSTELLING Om onderwijsachterstanden in de ontwikkeling van een kind zoveel mogelijk te voorkomen, is het van belang dat risicofactoren op tijd worden opgemerkt en dat een eventuele achterstand zo spoedig mogelijk wordt weggewerkt. Wetenschappelijk onderzoek toont het belang aan van dit vroegtijdig opsporen en aanpakken van achterstand bij jonge kinderen. Investeren in de eerste levensjaren van een kind door o.a. het inzetten van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) heeft een positieve weerslag op diens latere schoolprestaties en kansen in het leven. De Parkstadgemeenten streven er naar dat 85% van de doelgroep-peuters aan het einde van de beleidsperiode 2019 – 20232 deelneemt aan voorschoolse educatie. Dit betekent dat om dit percentage te halen en te behouden een continue inspanning wordt verwacht in de voorschool, samen met de jeugdgezondheidszorg, gemeente en eventueel andere ketenpartners om de doelgroep te bereiken, te behouden en ook de ouders van deze kinderen betrokken te houden. Als peildatum houden we 1 januari aan omdat in de jaarlijkse VVE-vragenlijst van de Inspectie van het Onderwijs aan de gemeenten ook deze datum wordt aangehouden als meetmoment (voorheen werd 1 oktober aangehouden). Op deze manier zorgen we ervoor dat we steeds over dezelfde cijfers spreken.1 anuari)3

Resultaatafspraak/ doelstelling: bereik Er is sprake van een bereik van minimaal 85% van de doelgroeppeuters, waarbij op wijken/ of kernniveau niet achteruit wordt gegaan in percentage ten opzichte van het voorgaande jaar (peildatum 1 januari)3

Beoogde voortgang De beoogde voortgang wordt gezamenlijk met de betrokken partners ingevuld. Onderstaande tabel wordt hiervoor gebruikt.

2020

2021

2022

2023

Parkstad Eigen gemeente

2 Simpelveld hanteert de beleidsperiode 2020-2024 vanwege latere moment van invoering 3 Gegevens zijn afkomstig uit de in de gemeente gehanteerde VVE-monitor.

7

2.2 CRITERIA ONDERWIJSACHTERSTAND & DOELGROEPDEFINITIE Het aantal kinderen in Parkstad dat het risico loopt op een onderwijsachterstand is significant hoger4 door de economische en sociaal-emotionele problematiek die in deze regio aanzienlijk is. Hierbij merken we wel op dat er verschil is tussen de gemeenten met een meer stedelijk profiel en de overige gemeenten. Dit verschil in percentage doelgroepkinderen neemt niet weg dat alle gemeenten streven naar vroegtijdige signalering en aanpak van dreigende achterstand of mogelijke risico’s. De Parkstadgemeenten kiezen er daarom voor om zoveel mogelijk kinderen, die een risico lopen, te bereiken om ze kansen en een aantrekkelijker perspectief te kunnen bieden. Dit resulteert in een doelgroep-definiëring voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) die afwijkt van de door het rijk gehanteerde CBS-indicator die uitgaat van: het opleidingsniveau van de ouders, het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op de school, het land van herkomst van de ouders, de verblijfsduur van de moeder in Nederland en of gezinnen gebruik maken van een schuldsanering. De Parkstad-definitie sluit hierop aan maar is meer op de lokale en regionale situatie toegespitst en biedt meer diepgang dan de CBS-definitie.

In zijn algemeenheid is er sprake van een (risico op een) achterstand wanneer een kind zich niet ontwikkelt conform zijn leeftijd, wanneer de ontwikkeling vertraagt of wanneer er factoren in de omgeving van het kind aanwezig zijn die de ontwikkeling mogelijk kunnen belemmeren. In de regel wordt dit al geconstateerd op het consultatiebureau. De indicatie voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) wordt afgegeven door de jeugdarts van het consultatiebureau. Dit vindt bij voorkeur plaats rond een leeftijd van 14 maanden. Maar ook wanneer de peuter al op de peuter- of kinderopvang geplaatst is, kan er alsnog een indicatie worden afgegeven. De peuter wordt dan door de jeugdarts gezien op verzoek van de peuter- of kinderopvang, de ouder(s), de huisarts of een andere verwijzer (denk bijv. aan een logopedist). Ook kan het voorkomen dat tijdens een regulier bezoek aan het consultatiebureau signalen worden opgemerkt die een indicatie voor VVE rechtvaardigen. Het streven is om de indicatie voor VVE zo vroeg mogelijk af te geven zodat er zo optimaal mogelijk geprofiteerd kan worden van de duur van het aanbod. In Parkstad worden gelijke criteria gehanteerd bij het afgeven van een VVE- indicatie. De gemeenten hebben deze in overleg met de jeugdgezondheidszorg opgesteld, waarbij de criteria zoals gehanteerd door het Rijk zijn meegenomen.

De gronden op basis waarvan een VVE-indicatie kan worden afgegeven zijn: • • •

(sociaal-) medisch; is het kind bijvoorbeeld te vroeg geboren? (sociaal-) economisch; is er in het gezin bijvoorbeeld sprake van schuldhulpverlening? (sociaal-) cultureel; betreft het bijvoorbeeld een kind met een migratie-achtergrond/ statushouders?

4 Zie voor een actueel beeld de heatmap op https://dashboards.cbs.nl/v1/onderwijskansen_180543/

8

•

(sociaal-) emotioneel; is er bijvoorbeeld sprake van een ontwikkelingsachterstand bij het kind, bijvoorbeeld op het gebied van taal/ spraak?

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is bedoeld voor peuters en kleuters die een risico op een (taal)achterstand lopen; zij worden door het Rijk aangemerkt als doelgroepkinderen. Aan dit risico kunnen een aantal factoren ten grondslag liggen. Denk daarbij aan een laag opleidingsniveau van de ouder(s), een complexe thuissituatie waarin sociale en/ of financiële problematiek een rol speelt of het hebben van een andere thuistaal dan het Nederlands. Ook kan er sprake zijn van kindfactoren die ervoor zorgen dat een kind een risico loopt op een algehele cognitieve, sociaal-emotionele, motorische of taalachterstand of deze inmiddels al opgelopen heeft. Met behulp van het extra VVE-aanbod kan een risico op een achterstand terug worden gedrongen of zelfs voorkomen worden. Als bijlage 1 op dit onderwijsachterstandenbeleid is er een blad toegevoegd met daarop een meer gespecificeerd overzicht van redenen die gehanteerd worden om een peuter in aanmerking te laten komen voor een indicatie voor Voor- en Vroegschoolse Educatie. Dit overzicht, zoals gehanteerd door de jeugdgezondheidszorg, wordt overigens in heel ZuidLimburg gehanteerd. Er is dus sprake van uniformiteit als het gaat om de gronden waarop indicaties worden gesteld. Een belangrijk onderdeel van het OAB is VVE. VVE heeft betrekking op de leeftijdsgroepen peuters en kleuters (voorschool tot en met groep 2 van het basisonderwijs).

Voor jonge kinderen vanaf groep 3 wordt op de basisschool een programma ingezet dat buiten de kaders van dit OAB- beleid valt.

2.3 TOELEIDING NAAR VVE & REALISATIE BEREIK De Jeugdgezondheidszorg (1 JGZ vanuit GGD Zuid-Limburg) vervult een belangrijke rol bij de toeleiding naar de voorschool. Vrijwel alle kinderen passeren het consultatiebureau. Bovendien is het een basistaak van de JGZ om actief spraak- en taalachterstanden bij jonge kinderen op te sporen. Specifiek voor de gemeente Simpelveld betekent dit dat de volgende afspraken zijn gemaakt met de JGZ. •

•

• •

Bij de contactmomenten van JGZ worden ouders gestimuleerd om hun kind te laten deelnemen aan een peuterprogramma of -als dit van toepassing is- het VVEprogramma. Goede voorlichting aan ouders is hierbij belangrijk. Ouders ontvangen een brief met de contactgegevens van de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van voorschoolse educatie en een folder met informatie over VVE Met toestemming van de ouders geeft het consultatiebureau de gegevens van VVEgeïndiceerde kinderen door aan de voorschool, zodat die contact kan opnemen met de ouders voor het maken van een afspraak. Na de doorverwijzing bewaken de JGZ en de VVE-aanbieder of het kind ook daadwerkelijk wordt ingeschreven. Er zijn afspraken met ouders, Humankind en JGZ om peuters met een VVE-indicatie met voorrang te plaatsen. Humankind neemt contact op met ouder(s) / verzorger(s) wanneer de peuter niet wordt gebracht. Na 4 weken afwezigheid neemt de VE-aanbieder contact op met de contactpersoon van het JGZ. Getracht wordt de reden van afwezigheid te achterhalen. Zo nodig wordt ook de maatschappelijk werkster erbij betrokken.

9

•

Humankind ontvangt een overzicht van de JGZ en neemt contact op met ouders die (nog) geen gebruik maken van de VVE. Hier informeren ze ouders over VVE en het belang ervan voor hun kind wordt benadrukt. Indien ouders alsnog besluiten geen gebruik te maken van het VVE aanbod, wordt dit teruggekoppeld naar de JGZ.

Doelgroepkinderen maken gebruik van de voorschoolse voorziening naar keuze en via de VVE monitor wordt gemonitord wat het ontwikkelingsniveau van de kinderen is en welke resultaten geboekt worden in de loop van de VVE periode, waarin de peuter het VVE aanbod ontvangen.

10

3. OUDERBETROKKENHEID 3.1 RESULTAATAFSPRAAK/ DOELSTELLING: Ouderbetrokkenheid is erg belangrijk als het gaat om het stimuleren en borgen van de vooruitgang in de ontwikkeling die we (VVE-)peuters graag zien maken. Onder ouderbetrokkenheid verstaan we de (actieve) deelname van ouders aan activiteiten, georganiseerd door de voor- of vroegschool, met als doel om de interactie en communicatie tussen ouder en kind te stimuleren en educatie te ondersteunen. Onder een activiteit worden alle activiteiten verstaan die bijdragen aan de interactie, communicatie en educatie tussen ouder en kind. Denk daarbij aan VVE-Thuis bijeenkomsten, thema-activiteiten op de peuteropvang, uitstapjes, etc.activiteit5 Resultaatafspraak/ doelstelling: ouderbetrokkenheid 50 % van de doelgroepouders neemt minimaal twee keer per jaar deel aan een activiteit5.

3.2 ACHTERGROND DOELSTELLING Ouderbetrokkenheid is en blijft een moeilijk thema binnen VVE. Onder ouderbetrokkenheid verstaan we de (actieve) deelname van ouders aan activiteiten, georganiseerd door de voorof vroegschool, met als doel om de interactie, communicatie en educatie tussen ouder en kind te stimuleren. Vaak worden de ouders die al betrokken zijn bij hun kind bereikt met de extra activiteiten. De ouders die het juist extra hard nodig hebben, zijn het moeilijkste te bereiken. Dit is niet alleen een trend in de Parkstadregio, maar ook een landelijke tendens. Ouders hebben een belangrijke invloed op de ontwikkeling van hun kind. Een positieve en gezonde interactie met het kind, waarbij vertrouwen centraal staat, is daarbij van wezenlijk belang. De sociale interactie tussen het kind en zijn ouders/ opvoeders heeft veel invloed op de ontwikkeling van het kind, en gaat veel verder dan alleen de taalontwikkeling. Hier wordt immers de basis gelegd voor het vertrouwen van het kind in zichzelf en anderen. Het is daarom belangrijk om ouders al vroeg te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind en hen, daar waar nodig, te helpen om de omgeving van het kind zo stimulerend en ondersteunend mogelijk in te richten.

Het is van belang dat ouders de meerwaarde inzien en begrijpen van vormen van partnerschap tussen peuter- en kinderopvang, scholen en ouders en dat dit de ontwikkeling van hun kind ten goede komt. Als partnerschap zien we dat ouders en (voor)school als gelijkwaardige partners met elkaar optrekken, met als gemeenschappelijk doel het optimaliseren van de ontwikkeling van hun kind. De peuter- en kinderopvang kent, net als de scholen, de ouders en hun kinderen het beste en kan het beste inschatten welk soort activiteiten het meest aansluiten op de populatie van de betreffende locatie. Daarbij is het van belang dat er een actieve benadering naar de ouders toe is (vanuit alle partners), waarbij oog is voor de interesse en behoeften van de ouders, hun 5 Gegevens zijn afkomstig uit de in de gemeente gehanteerde VVE-monitor en het monitorsysteem zoals

gehanteerd door de VVE-scholen.

11

mogelijkheden en onmogelijkheden, eventuele laaggeletterdheid/ taalproblematiek en de daarbij behorende passende communicatie. Ook het delen van successen, bijvoorbeeld via social media, kan een belangrijke stimulerende factor zijn, evenals de samenwerking met externe partners. Het is van belang om na iedere activiteit te evalueren waarom ouders wel/niet geweest zijn. We verwachten zo in beeld te krijgen wat hierbij goed werkt en wat minder effect heeft.

3.3 ROL VAN DE GEMEENTE De rol van de gemeente betreffende ouderbetrokkenheid is het faciliteren van gezamenlijke kennisdeling via onder andere het koppeloverleg, het mogelijk beschikbaar stellen/ financieren van materialen en het voorzien in training/scholing waar nodig op dit terrein door middel van (incidentele) scholing. Gemeenten voeren hierop specifiek een eigen beleid, waarbij zoveel als mogelijk afstemming wordt gezocht binnen de regio. Specifiek voor de gemeente Simpelveld betekent dit dat: •

•

•

Het bevorderen van ouderbetrokkenheid maakt deel uit van de regulier opdracht van de aanbieder van VVE. Zij zetten daar ook actief op in. De partners vragen regelmatig aan de doelgroepouders waar hun behoeften liggen ten aanzien van ouderbetrokkenheid en ouderinformatie. Deze informatie wordt ook periodiek teruggekoppeld. In onze gemeente bevinden de opvangorganisaties en basisscholen zich in de brede scholen, één in de kern Bocholtz en één in de kern Simpelveld. Op beide locaties vinden koppeloverleggen plaats: overleggen tussen de voorschool en vroegschool, indien nodig ondersteund door de zorgcoördinator en intern begeleider. De komende jaren wordt eraan gewerkt om meer inhoud aan die overleggen te geven zodat afstemming plaatsvindt over het pedagogisch klimaat, educatief handelen, ouderbetrokkenheid en zorg. Het stimuleren van ouderbetrokkenheid wordt ook een thema op de agenda van de structurele overleggen. Er wordt een podium gegeven aan successen. Daarnaast wordt onderling kennis gedeeld tussen de kinderopvangorganisaties van Humankind.

12

4. RESULTAATAFSPRAKEN KWALITEIT Naast de eerder in dit plan geformuleerde resultaatafspraken/ doelstellingen voor wat betreft ouderbetrokkenheid en bereik, zijn de volgende resultaatafspraken6 en doelstellingen voor afgesproken.

4.1 KWANTITATIEVE DOELEN EN RESULTAATAFSPRAKEN Resultaatafspraak/ doelstelling: Groei peuters Minimaal 70% van de doelgroeppeuters (meetmoment 3 ¾ jaar oud) ontwikkelt zich volgens de voor die leeftijd geldende norm.

De peuteropvangorganisaties gebruiken ieder hun eigen kindvolgsysteem. De observaties die zij doen (resultaten ten aanzien van de ontwikkeling van taal, rekenen, sociaalemotioneel en motoriek van alle peuters incl. VVE-peuters) leggen zij sinds enige tijd systematisch vast in de gebruikte peutermonitor.

Resultaatafspraak/ doelstelling: Groei kleuters Minimaal 70% van de kleuters (meetmoment 5 jaar oud en eind groep 2) ontwikkelt zich volgens of sneller dan de voor die leeftijd geldende norm6 Scholen hanteren hiervoor hun eigen observatie en volginstrument. De benodigde, geanonimiseerde gegevens worden op schoolniveau uit het registratie/leerlingvolgsysteem gehaald en jaarlijks aangeleverd bij de gemeente. De rapportage die de gemeente op basis van deze gegevens opstelt biedt aanknopingspunten aan de VVE-partners in Simpelveld om lokale trends en aandachtspunten samen te bespreken.

Resultaatafspraak/ doelstelling: Van de kleuters die zich tijdens de meetmomenten langzamer ontwikkelen dan de voor hun leeftijd geldende norm (vergelijkbaar met CITO niveau 4 en 5), laat 2/3 deel een grotere groei dan gemiddeld zien tijdens het volgende meetmoment (vergelijkbaar met groei van de vaardigheidsscore, zoals genoemd bij CITO, t.o.v. gemiddelde of landelijke groei. Uitgangspunt is informatie tenminste over taal en rekenen) 6.

De benodigde, geanonimiseerde gegevens worden op schoolniveau uit het registratie/leerlingvolgsysteem gehaald en jaarlijks aangeleverd bij de gemeente. De rapportage die de gemeente op basis van deze gegevens opstelt biedt aanknopingspunten aan de VVE-partners in Simpelveld om lokale trends en aandachtspunten samen te bespreken.

6 De gegevens zijn afkomstig uit de in de gemeente gehanteerde VVE-monitor en het overzicht zoals aangeleverd

door de VVE-scholen (gebaseerd op hun observatiesysteem).

13

4.2 PLAN VAN AANPAK RESULTAATAFSPRAKEN In onderstaande tabellen worden nogmaals de kwantitatieve en kwalitatieve doelen weergegeven met daarachter in het kort de wijze waarop deze doelen bereikt worden. Indien een doel structureel niet bereikt wordt moet er een om een verbeterplan worden opgesteld. 4.2.1 Kwantitatieve doelen en resultaten: Doelstelling

Wijze van bereiken

100% van de doelgroeppeuters krijgt een warme overdracht voorafgaand aan de overstap naar de basisschool, waarbij de daarvoor geldende afspraken worden nageleefd.

Alle VVE- locaties passen de reeds eerder gemaakte afspraken met betrekking tot de warme overdracht en het overdrachtsformulier (de kijkwijzer) toe. Tevens is het knooppunt van zorg op alle locaties geïmplementeerd en zijn er korte lijnen met de partners die zitting nemen in het knooppunt.

50 % van de doelgroepouders neemt minimaal twee keer per jaar deel aan een activiteit.

Samen gaan we op zoek naar goede voorbeelden in de regio. Daar waar nodig wordt expertise ingeschakeld. De daadwerkelijke uitwerking vindt plaats door de pedagogisch medewerkers en de leerkrachten.

Er is sprake van een bereik van minimaal 85% van de doelgroeppeuters, waarbij op wijk- en/ of kernniveau niet achteruit wordt gegaan in percentage ten opzichte van het voorgaande jaar (peildatum 1 januari van het betreffende jaar).

De indicering door JGZ vindt op een zo vroeg mogelijke leeftijd plaats (vanaf 14 maanden). Voor wat betreft de samenwerking tussen JGZ, Peuteropvang en de gemeente zijn er duidelijke afspraken gemaakt die ook worden nageleefd voor wat betreft de uitwisseling van gegevens en het benaderen van ouders betreffende het inschrijven op een locatie. Van belang is daarnaast een goede registratie van zowel de peuters die een indicatie hebben gekregen als de daadwerkelijke inschrijvingen op een locatie in de VVE-monitor. Communicatie is daarbij van essentieel belang.

Minimaal 70% van alle leerlingen in groep 3 behaalt een III- score of hoger op Cito Woordenschat7, afnamemoment M3.

Gedacht kan worden aan extra inzet van een woordenschatmethodiek (bijv. Verhallen) mocht het huidige aanbod ontoereikend zijn. Ook preventieve logopedie kan hierin ondersteunend zijn. Per gemeente wordt samen met de pedagogisch medewerkers en leerkrachten gekeken wat er tot de mogelijkheden behoort.

Resultaatafspraken gebaseerd op SLO-doelen

Dit is afhankelijk van de resultaten die behaald worden en de behoeften die daaruit voortvloeien. Samen met de kindpartners wordt besproken wat hierin al dan niet nodig is.

7 Vanaf 1 januari 2022 is het voor groepen 1 en 2 van het basisonderwijs niet meer toegestaan om Citotoetsen af

te nemen. Beide basisscholen gebruiken hiervoor een ander meetinstrument (De leerlijn van Parnassys).

14

4.2.2 Kwalitatieve doelen en resultaten: Doelstelling

Wijze van bereiken

Per kalenderjaar worden er minimaal 3 gezamenlijke activiteiten georganiseerd door het koppel peuter-/ kinderopvang en de basisschool.

De gekoppelde voor- en vroegscholen voeren regelmatig met elkaar een koppeloverleg. Als onderdeel van dit verleg worden aan het begin van het nieuwe schooljaar 3 activiteiten gepland die gezamenlijk georganiseerd en uitgevoerd kunnen worden gedurende het schooljaar. Voorbeelden hiervan zijn carnavals- of sinterklaasactiviteiten).

Per kalenderjaar wordt er minimaal 1 gezamenlijk thema uitgevoerd binnen koppel peuter-/ kinderopvang en de basisschool.

De gekoppelde voor- en vroegscholen voeren regelmatig met elkaar een koppeloverleg. Als onderdeel van dit verleg wordt aan het begin van het nieuwe schooljaar 1 thema uitgezocht dat zowel de kinderopvang als de vroegschool qua planning overlappend aanbiedt. Wanneer er geen thema is dat hieraan voldoet kan ervoor gekozen worden om zelf samen een thema te schrijven.

4.3 REALISATIE RESULTAATAFSPRAKEN IN SAMENWERKING De gemeente is verplicht om resultaatafspraken met het basisonderwijs te maken en hierover ook op bestuurlijk niveau jaarlijks in gesprek te gaan met zowel het basisonderwijs als de kinderopvang (zie hiervoor de wet PO, o.a. art. 167 en 167a). Daarnaast moeten er ook gesprekken worden gevoerd tussen gemeente, het basisonderwijs en de kinderopvang over onder andere de doorgaande lijn, het bereik van de doelgroep, etc. Het realiseren van de resultaatafspraken komt tot stand in nauwe samenwerking met de partners uit het veld; de kinderopvangorganisaties, het onderwijs, het welzijnswerk en eventuele andere partijen. Maar ook de nabije omgeving van het kind mag niet vergeten worden. Met betrekking tot VVE is afgesproken dat alle VVE- locaties, ongeacht of deze zich op een kinderopvanglocatie of basisschool bevinden, een gecertificeerd VVE- programma uitvoeren. Daar hoort ook een degelijke observatiemethodiek bij. Daar waar in het verleden opbrengstnormen en resultaatafspraken veelal gebaseerd werden op Cito-toetsen8 die af werden genomen bij kleuters, kiezen wij er als Parkstadgemeenten er gezamenlijk voor om deze los te laten als meetinstrument opbrengst VVE. Scholen en kinderopvangorganisaties bepalen zelf of ze Cito-toetsen nog op een andere wijze willen blijven inzetten in hun organisatie.

Omdat er (nog) verschil zit in de gebruikte observatiemethodieken en er binnen de Parkstadregio ervoor gekozen is om dezelfde resultaatafspraken te hanteren, zijn de nieuwe afspraken gebaseerd op de SLO- doelen. Daarbij is er bewust voor gekozen om deze samen met de pedagogisch medewerkers en leerkrachten van enkele VVE- locaties op te stellen. Omdat ontwikkeling verder gaat dan alleen taal, wetende dat dit een zeer belangrijk aspect binnen VVE is, is de keuze gemaakt om breder te kijken en bijvoorbeeld ook de sociaalemotionele ontwikkeling, motorische ontwikkeling en rekenen mee te nemen. Een volledig overzicht van de resultaatafspraken en doelen is te vinden aan het begin van dit hoofdstuk, evenals een beknopte omschrijving van de wijze waarop de doelen bereikt worden.

8 Vanaf 1 januari 2022 is het voor groepen 1 en 2 van het basisonderwijs niet meer toegestaan om Citotoetsen af

te nemen

15

4.4 MONITORING EN EVALUATIE VAN RESULTAATAFSPRAKEN Iedere gemeente heeft een monitor waarmee opbrengsten en resultaatafspraken in kaart kunnen worden gebracht. In de Parkstadregio hebben de gemeenten de keuze gemaakt tussen de Speelpleziermonitor en Nipia. Alle informatie in deze monitor wordt door de pedagogisch medewerkers geregistreerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de privacywetgeving en andere relevante regelgeving of voorschriften. Afspraken hieromtrent, ook betreffende de AVG, zijn vooraf vastgelegd in onder andere verwerkersovereenkomsten. Door het gebruik van de VVE-monitor kunnen de resultaatafspraken afgezet worden tegen de realisatiecijfers c.q. opbrengsten. Tijdens onder andere de bestuurlijke overleggen kan hierover het gesprek gevoerd worden. De cijfers kunnen tevens als basis dienen voor eventuele verbeterplannen.

4.5 STRUCTURELE VERBETERING VAN VVE OP GEMEENTELIJK NIVEAU Aan de hand van de realisatiecijfers van het OAB- /VVE-beleid, de VVE- koppeloverleggen, de ambtelijke en bestuurlijke overleggenen onder andere de rapportages van de onderwijsinspectie en de inspecties van de GGD kan het beleid worden verbeterd/bijgesteld. Omdat de ontwikkelingen in onderwijs en jeugd snel gaan, is het van belang om continu de vinger aan de pols te houden. Daarom is in dit OAB- beleid bij de resultaatafspraken en doelen overal een tabel opgenomen waarin jaarlijks de realisatie/ tussenstand kan worden opgenomen. Doelen die reeds bereikt zijn worden naar boven bijgesteld of vervangen door nieuwe doelen op een ander vlak. Om beter zicht te krijgen op de effecten van het gevoerde beleid is er door de gemeenten gezamenlijk besloten om de gemeentelijke monitoring op een andere manier uit te voeren. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe monitor (een deel van de gemeenten werkt met de Speelpleziermonitor, een ander deel met Nipia). Dit is een van de voorbeelden die bij heeft gedragen aan een structurele verbetering van VVE op gemeentelijk (en regionaal) niveau. Onze gemeente maakt gebruik van de Speelpleziermonitor. De monitor geeft inzicht in het ontwikkelingsniveau van peuters op verschillende domeinen: taal en ontluikende geletterdheid, motoriek, rekenen en sociaal-emotioneel.

De monitor geeft een beeld van het percentage peuters dat op schema loopt, achterloopt of voorloopt ten opzichte van het ontwikkelingsniveau. In de gemeente Simpelveld gaan we samen met de ketenparners in de komende jaren de volgende structurele verbeteringen op het vlak van VVE doorvoeren: • •

Implementeren van een nieuwe werkwijze en bekostigingsmodel voor de bekostiging van VVE doelgroepplaatsen volgens het principe geld volgt kind. Doorgaande lijn voor- en vroegschool verbeteren door samenwerking en systematische uitwisseling en afstemming rondom kinderen en aanbod.

16

4.6 VVE-INSPECTIE DOOR DE GGD De GGD inspecteert jaarlijks onder andere alle VVE-locaties in de kinderopvang. Deze inspectie is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving zoals onder andere weergegeven in het actuele onderzoekskader voor de voorschoolse educatie en het primair onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs9. De resultaten van de inspecties zijn terug te vinden in de jaarverantwoording van de kinderopvangorganisaties en op de website van het landelijk register kinderopvang10. De resultaten worden jaarlijks aan de raad toegezonden.

4.7 VERBETERPLANNEN Wanneer uit de inspecties of eigen evaluaties blijkt dat er verbeteringen nodig zijn, dan worden hierover afspraken gemaakt met de kinderopvangorganisaties en onderwijsinstellingen. Deze worden vastgelegd tijdens het bestuurlijk overleg en komen terecht in de verslaglegging. Er kan ook besloten worden om, zeker wanneer het gaat om meer complexe zaken, een verbeterplan op te stellen. De gemeente Simpelveld ontvangt sinds 2019 voor het eerst OAB-middelen. De ketenpartners spannen zich in om de doelstellingen te behalen. Door onder andere de coronacrisis moet de gemeente haar weg nog zien te vinden ten aanzien van de check op de resultaatafspraken. In de gemeente werken we samen met de educatieve partners al jaren aan thema’s die ook gelden voor het onderwijsachterstandenbeleid en voorgesteld wordt om verbeterafspraken en plannen zoveel als mogelijk te laten aansluiten bij de structurele overleggen.

4.8 INTERNE KWALITEITSZORG VAN VOOR- EN VROEGSCHOLEN Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de uitvoering van het VVE-beleid van de voorscholen incl. de afstemming met het onderwijs (vroegscholen), en daarmee ook voor het verzorgen en bewaken van een goede kwaliteit. De VVE-monitor is een van de mogelijkheden om het VVE-beleid op gemeentelijk niveau te evalueren en waar nodig te verbeteren/bij te stellen. Bij kwaliteitszorg gaat het om al datgene dat VVE-locaties, scholen en gemeente doen om de gewenste kwaliteit te realiseren. De wettelijke kwaliteit wordt getoetst door de GGD.

Onderdelen in de interne kwaliteitszorg VVE: • • • •

Regelmatige evaluatie, samen met de betrokken instellingen; Opsporen van knelpunten; Nagaan of alles uitgevoerd wordt en loopt zoals is afgesproken/ bedoeld Controleren of verdere verbetering van de kwaliteit nodig of mogelijk is

9 Zie voor het nu actuele onderzoekskader:

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderzoekskaders/documenten/rapporten/2019/06/06/onderzoeks kader-2017-po-en-vve 10 www.landelijkregisterkinderopvang.nl

17

Dit is een continu proces, samen met de partners. Zowel de voor- als vroegscholen hebben hun eigen systemen voor periodieke kwaliteitszorg waarin diverse aspecten met elkaar geïntegreerd zijn.

18

5.GEMEENTELIJK AANDEEL IN BELEID In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het gemeentelijk aandeel in het beleid betreffende VVE. Aan bod komen onder andere de beschikbare VVE-locaties, afspraken betreffende plaatsing en de gemeentelijke aanpak betreffende de uitvoering van de wetgeving rondom VVE/ OAB.

5.1 VVE- LOCATIES In de gemeente Simpelveld zijn op 1 januari 2022, de volgende VVE-locaties (Voorschools) Naam en adres KOV-locatie

Aantal VVEgroepen

Totaal aantal VVEplaatsen

Naam en adres gekoppelde vroegschool

Humankind Bocholtz

1

16

Basisschool Bocholtz Wijngracht 11

Humankind Simpelveld

1

16

Basisschool de Meridiaan Scheelenstraat 100

5.2 AFSPRAKEN AANGAANDE PLAATSING E.D. In het kader van de wijzigingen in het nieuwe landelijke VVE-/ OAB- beleid, hebben alle peuters met een VVE-indicatie vanaf uiterlijk 1 augustus 2020 recht op 16 uur VVE per week. Deze uren mogen verdeeld worden over meerdere schoolweken, zolang het totaal aantal uren van 960 in anderhalf jaar maar bereikt wordt. De groepen waarin de doelgroeppeuters, peuters met een VVE- indicatie, terecht kunnen, zijn gemengde groepen. De afspraak is echter wel dat ernaar gestreefd wordt dat er geen doelgroeppeuters op een wachtlijst terecht komen. Mocht dit wel het geval zijn, dan zal er een plek op een andere locatie of in een andere VVE-groep aangeboden worden. In ieder geval zullen er altijd voldoende plekken voorradig moeten zijn voor het aantal doelgroeppeuters in de gemeente. Soms komt het voor dat een peuter die woonachtig is in gemeente A, om welke reden dan ook, graag ingeschreven wil worden op een kinderopvanglocatie in gemeente B. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer er oudere broers of zussen ingeschreven staan op een basisschool in een buurgemeente (bijvoorbeeld door een eerdere verhuizing toch op de school ingeschreven gelaten). Voor ouders kan het dan handiger zijn om alle kinderen op dezelfde school en gekoppelde kinderopvang te hebben.

Gemeenten maken onderling afspraken met elkaar of er kinderen uit buurgemeenten gebruik kunnen maken van het door de gemeente gefinancierde VVE-aanbod. In onze gemeente komt dit nauwelijks voor en indien het zich voordoet, wordt een maatwerkoplossing gezocht.

5.3 SAMENSTELLING VAN DE DOELGROEP-POPULATIE De indicaties die door het consultatiebureau worden afgegeven, geven inzicht in de redenen waarom een peuter een VVE- indicatie krijgt. Immers speelt niet alleen het opleidingsniveau van de ouders een rol, maar ook eventuele (sociale) problematiek in de gezinssituatie, spraak-

19

taal problematiek en nog vele andere factoren. Zie voor de indicatiecriteria die worden aangehouden bij het afgeven van een VVE-indicatie hoofdstuk 1: doelgroep & bereik.

5.4 GEMEENTELIJKE AANPAK UITVOERING WETGEVING VVE/ OAB Zowel binnen de Parkstadregio als binnen onze gemeente is men zich ervan bewust dat er meer moet worden ingezet op preventie wil er een omslag bereikt worden in de ontwikkeling en het welzijn van de (toekomstige) inwoners. In de afgelopen jaren hebben zich een aantal veranderingen voorgedaan, denk aan de Harmonisatie Kinderopvang, de implementatie/ aanpassing van de wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang en de veranderingen binnen zowel de wetgeving & beleid en de financiën rondom VVE/ OAB. Met de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, beiden in werking getreden op 1 januari 2018, verdwijnt onder andere het onderscheid tussen het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang. Vandaar dat er nu niet meer wordt gesproken over peuterspeelzalen maar over peuteropvang. Ook zijn er nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden voor de kinderopvang. Ook is per 1 januari 2018 landelijk gezien de Harmonisatie Kinderopvang van kracht geworden; sommige gemeenten liepen hierop al voor en zijn zelf eerder al van start gegaan. Deze wet regelt dat peuterspeelzaalwerk onder de definitie van kinderopvang komt. Het onderscheid tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven is daarmee verdwenen.

De Harmonisatie brengt als gevolg met zich mee dat nu ook de ouders van wie de kinderen nu naar de peuteropvang gaan, daardoor ook recht krijgen op kinderopvangtoeslag mits zij aan de voorwaarden voldoen. Naast de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk is ook de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang op 1 januari 2018 in werking getreden, de wet IKK. Dit betekent dat de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de kinder- en peuteropvang gelijk worden getrokken. Voor 1 januari 2018 golden er namelijk andere kwaliteitseisen voor de kinderopvang dan voor peuterspeelzalen. Ook binnen het OAB/ VVE hebben zich een aantal veranderingen voorgedaan. Zo is er door het CBS, in opdracht van het Rijk, een onderzoek uitgevoerd naar nieuwe indicatoren die het risico op een mogelijke onderwijsachterstand beter voorspellen. Deze indicatoren zijn inmiddels vastgesteld, en hebben tegelijkertijd ook geleid tot een herverdeling van Rijksmiddelen over alle gemeenten. Voor de gemeenten in de Parkstadregio heeft dit positief uitgepakt. Tot en met het jaar 2018 kregen wij naar verhouding een zeer klein tot geen budget omdat het aantal leerlingen met een extra leerlinggewicht (dit wordt gebaseerd op het opleidingsniveau van de ouders), relatief laag was in het peiljaar waarop de budgetten gebaseerd werden.

De nieuwe indicatoren, zoals opgesteld door het CBS, nemen niet meer alleen het opleidingsniveau van de ouders in ogenschouw, maar hebben betrekking op een bredere range aan kenmerken die goede voorspellers zijn voor een risico op een onderwijsachterstand: 1) 2) 3) 4)

Opleidingsniveau van de ouders Land van herkomst van de ouders Verblijfsduur in Nederland (van de moeder) Schuldsanering (zit het gezin in de schuldsanering)

Ook voor wat betreft het Rijksbeleid aangaande VVE zijn er veranderingen doorgevoerd. Zo worden gemeenten vanaf 1 augustus 2020 verplicht gesteld om 16 uur per week VVE aan te

20

bieden aan peuters met een VVE-indicatie. Ook wil de minister graag meer hbo-geschoolde professionals naast de mbo-geschoolde professionals op de VVE-groepen zien. Met bovenstaande veranderingen, zijn er ook wat veranderingen in de rol van de gemeente. Zo blijft de gemeente wel verantwoordelijk voor de bekostiging van voorschoolse voorzieningen voor peuters wanneer ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag11, maar niet meer voor ouders die wel recht hebben op deze toeslag. De reguliere instandhoudingssubsidie zoals deze tot en met 2017 aan de peuteropvang werd toegekend voor de gemeenten waar dat van toepassing was, is daarmee verdwenen. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor het aanbod voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de voorschool en voert zij gesprekken over de behaalde resultaten (opbrengst) van VVE in de vroegschool12. In onze eigen gemeente hebben we de uitvoering VVE als volgt aangepakt: •

In de gemeente Simpelveld is gekozen voor de methode Speelplezier. De monitor geeft inzicht in het ontwikkelingsniveau van peuters op verschillende domeinen: taal en ontluikende geletterdheid, motoriek, rekenen en sociaal-emotioneel. De monitor geeft een beeld van het percentage peuters dat op schema loopt, achterloopt of voorloopt ten opzichte van het ontwikkelingsniveau. Opleiding en basistraining voor het werken met deze VVE-methodiek heeft voor de peuteropvang jaren geleden plaatsgevonden. De nieuwe locaties van Humankind hebben ook deze opleiding gekregen.

11 Binnen het nieuwe peuterstelsel, waarin ouders al dan niet recht hebben op kinderopvangtoeslag, is het van

belang dat er een duidelijke splitsing wordt aangebracht in kosten die voor VVE worden gemaakt en kosten die voor reguliere opvang gaan gelden. Dit om te voorkomen dat ouders kinderopvangtoeslag verkeerd aanvragen en achteraf mogelijk te veel ontvangen kinderopvangtoeslag terug moeten betalen. 12 Wet PO, artikel 167

21

6. DOORGAANDE LIJN & ZORG In dit voorlaatste hoofdstuk komen de doorgaande lijn en de zorg aan bod. Gesproken wordt onder andere over de vormgeving van het koppeloverleg, de zorg rondom de peuters, de doorgaande lijn en de overdracht van gegevens van de voor- naar de vroegschool en uiteraard het gebruik van een VVE-programma. Met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden wordt er al bij de aanvang in de kinderopvang preventief gewerkt aan het creëren van een omgeving waarbij diverse beschermende factoren en middelen worden ingezet om een kind een optimale ontwikkeling te laten doormaken. Immers wordt op jonge leeftijd de basis gelegd voor vaardigheden die het kind in zijn toekomstige (school)loopbaan nodig heeft.

6.1 VORMGEVING DOORGAANDE LIJN Een doorgaande lijn voor kinderen van de voorschool naar de vroegschool draagt bij aan een ononderbroken ontwikkeling van kinderen. De basisschool kan het kind passend onderwijs bieden en direct aansluiten op waar een kind al goed in is of waarvoor extra aandacht nodig is. Met het oog op een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan VVE en de wenselijkheid van een warme overdracht van zorgkinderen in verband met de zorgcontinuïteit zijn de volgende afspraken met houders van kinderopvang en schoolbesturen gemaakt: • • •

Alle peuters met een indicatie krijgen een warme overdracht. Ook peuters met een extra zorgbehoefte krijgen een warme overdracht. Hier wordt extra aandacht aan besteed. De gekoppelde voor- en vroegschool stemmen zowel het pedagogisch aanbod als het didactisch handelen zoveel als mogelijk op elkaar af zodat de overgang voor de peuter zo soepel mogelijk verloopt.

Specifiek voor onze gemeente zijn er daarnaast ook nog aanvullende afspraken betreffende de borging van de doorgaande lijn gemaakt. • • -

De intern begeleiders van de basisscholen komen observeren om de peuters beter in beeld te krijgen. Dit gebeurt op aanvraag of spontaan. De gemeente Simpelveld subsidieert een zorgcoördinator die tot taak heeft: het ondersteunen van leidsters bij het in kaart brengen van de zorgbehoefte van peuters; het begeleiden van ouders van peuters met een zorgbehoefte, al dan niet tot aan een indicatie of doorverwijzing; contacten met de samenwerkende organisaties en deelname aan verschillende zorgoverleggen.

Het doel is het vroegtijdig signaleren en begeleiden bij opvoed- en ontwikkelingsproblemen van peuters, zodat de meest vroegtijdige interventie in het geval van problemen plaats kan vinden. Een zo vroeg mogelijke investering in de ontwikkeling van kinderen levert meer op dan ondersteuning in een latere fase van de ontwikkeling van het opgroeiende kind/jongere. Begeleiding van peuters met specifieke ondersteuningsbehoeften en de ouders en coaching

22

van leidsters voorkomt/bestrijdt daarnaast achterstanden op het gebied van onderwijs. Ook past de zorgcoördinatie binnen de doorgaande leer- en zorglijn. De zorgcoördinator heeft contact met de intern begeleiders van de basisscholen op het moment dat peuters met specifieke ondersteuningsbehoeften naar de basisschool gaan.

6.2 OVERDRACHT VAN KINDGEGEVENS VAN VOOR- NAAR VROEGSCHOOL Om de overgang van een kind van de voorschoolse voorziening naar het basisonderwijs te verbeteren en uniformeren hebben partijen in Parkstad (voorschoolse voorzieningen, jeugdgezondheidszorg, schoolmaatschappelijk werk, basisscholen en gemeenten) samen een werkwijze en overdrachtsformulier ontwikkeld. Deze werkwijze geldt zowel voor de overgang van de voorschoolse voorziening naar een reguliere basisschool als naar het speciaal (basis)onderwijs. Op hoofdlijnen is de werkwijze als volgt: • • • •

•

Een voorschoolse voorziening informeert de basisschool van aanmelding over de ontwikkeling van het kind. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het overdrachtsformulier; Ouders zijn betrokken bij deze (warme) overdracht; Ouders kunnen het eigen beeld van hun kind toevoegen aan de overdracht; De voorschoolse voorziening mag geen rapportages van extern deskundigen overdragen tenzij er wordt voldaan aan de afspraken geldend voor de warme overdracht (zie bijlage 3). De rapportages van (medisch) specialisten over het kind kunnen ouders zelf aan de basisschool geven. In het kader van de AVG mogen voorschoolse voorzieningen en basisscholen deze rapportages niet in het peuter/leerlingdossier bewaren, in tegenstelling tot situaties waarin er wel sprake is van een verwerkersovereenkomst. Als een kind een ondersteunings- of zorgbehoefte heeft, vindt de overdracht plaats via het knooppunt voorschoolse voorziening en knooppunt primair onderwijs. Als een voorschoolse voorziening gekoppeld is aan een basisschool is er sprake van een integraal knooppunt.

6.3 STARTKLASSEN IN PARKSTAD Onderwijsachterstandenbeleid is erop gericht om kinderen betere kansen te bieden zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Een reguliere aanpak met een versterkt aanbod (VVE) als basis is daarbij het uitgangspunt. Dat geldt niet alleen in de voorschool maar ook in de vroegschool: de basisschool. Soms heeft een kind met een hulpvraag echter net iets extra’s nodig om in het reguliere basisonderwijs te kunnen starten. Daarom zijn er in het schooljaar 2019-2020 op diverse plaatsen in Parkstad startklassen13 ingericht. De startklas is een kleutergroep, gevestigd in het reguliere basisonderwijs, die bedoeld is voor kinderen vanaf 4 jaar. Het gaat daarbij specifiek om kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, maar daarmee wel uitzicht hebben op een structurele plaatsing in het reguliere onderwijs. Het voorkomt dus dat kinderen onnodig/ te snel in het speciaal (basis-) onderwijs 13 Het gaat om de MOVARE-scholen Meander in Brunssum, Steltloper en De Schakel in Kerkrade, Mijn Spoor en

De Vlieger in Heerlen en Wereldwijs in Landgraaf. De startklassen van INNOVO-scholen zijn: De Schakel, St. Tarcisius en De Wegwijzer in Heerlen.

23

geplaatst worden. Uiteraard vindt een plaatsing in het speciaal (basis-) onderwijs wel plaats indien dit nodig blijkt. Kinderen die in aanmerking komen voor de startklas kunnen uit diverse situaties komen; rechtstreeks vanuit het Medisch KinderDagverblijf (MKD), vanuit een voorziening kinder- of peuteropvang of vanuit thuis zonder dat ze enige vorm van opvang bezocht hebben. Uiteraard vindt er ook voor deze kinderen, voorafgaand aan de plaatsing, een warme overdracht plaats. Dit kan echter ook al op een eerder moment plaatsvinden. Als blijkt dat er extra ondersteuningsbehoeften zijn, die gesignaleerd kunnen worden door zowel de ouders, de voorschoolse voorziening als andere kind-partners, is een overleg met 3 jaar en 6 maanden een belangrijke eerste moment om met elkaar de te doorlopen stappen te bespreken. Daarbij staat de vraag centraal: “Gaat het kind naar een reguliere school of is er meer nodig?” Kinderen bezoeken de startklas, waarin extra voorzieningen en ondersteuning aanwezig zijn, maximaal een jaar. Gedurende dat jaar wordt duidelijk of definitieve plaatsing in het reguliere onderwijs wenselijk en haalbaar is, of dat plaatsing in het speciaal (basis-) onderwijs toch noodzakelijk blijkt te zijn. De eerste ervaringen met de Startklas zijn positief en het blijkt mogelijk een heel aantal kinderen naar regulier onderwijs te laten doorstromen.

6.4 KOPPELOVERLEG De voorschoolse voorzieningen zijn gekoppeld aan een of meerdere vroegscholen. De gekoppelde voorschoolse voorzieningen en basisscholen voeren ten minste vier keer per jaar onderling overleg. In dit koppeloverleg vindt afstemming plaats over onder andere de doorgaande leer- en zorglijnen, het gezamenlijk curriculum voor het jonge kind, pedagogische afstemming voor wat betreft kwaliteit en handelen, ouderomgang, afstemming educatief programma en kindvolgsysteem, activiteiten voor ouder en kind, bij elkaar kijken in de groep en de (warme) overdracht.

6.5 (EXTERNE) ZORG Kinderen maken in hun eerste levensjaren een enorme ontwikkeling door op verschillende gebieden. Problemen en/of stagnaties in deze fase kunnen gevolgen hebben voor de rest van hun leven. Het is dan ook van groot belang dat een kind gezond en veilig kan opgroeien in een stimulerende omgeving. Als dit niet het geval is, is het van belang dat een kind in een zo vroeg mogelijk stadium ondersteund wordt. In Parkstad bezoekt ca. 70% van de kinderen (0-4 jarigen) een voorschoolse voorziening. De voorschoolse voorzieningen zien de kinderen meerdere uren/dagen per week en hebben veelvuldig contact met de ouders/verzorgers. Zij hebben zicht op eventuele achterstanden bij kinderen en problematiek binnen het gezin. Naast het stimuleren van de ontwikkeling van jonge kinderen hebben zij een taak in de signalering en samenwerking met c.q. doorverwijzing naar de jeugdpartners en de overgang naar het primair onderwijs. Besturen van de voorschoolse voorzieningen in Parkstad hebben besloten dat elke locatie voor de verbinding van de basisondersteuning en de extra zorgondersteuning (zo mogelijk samen met het primair onderwijs) een knooppunt inricht waarmee adequaat ketenpartners bij een casus betrokken kunnen worden en zorgondersteuning (indien nodig) ontsloten kan

24

worden. Dit hoeft niet bij elke locatie op dezelfde manier, maar is afhankelijk van kind populatie, pedagogisch- en onderwijskundig concept, etc. Met betrekking tot de knooppunten in de voorschoolse voorzieningen zijn de volgende afspraken gemaakt: • • •

Elke voorschoolse voorziening richt (al dan niet samen met het primair onderwijs) het knooppunt in waar de zorgvraag centraal staat; De kernpartners in het knooppunt zijn: de interne zorgcoördinator, de ouders, het maatschappelijk werk, team toegang jeugd en jeugdgezondheidszorg; Binnen ieder knooppunt zijn er afspraken gemaakt over de frequentie en wijze waarop het knooppunt bij elkaar komt, de concrete werkwijze van het knooppunt en de aansluiting van kernpartners bij het knooppunt indien dit nodig is.

Het knooppunt in de voorschoolse voorziening heeft diverse doelstellingen en opbrengsten. Deze zijn als volgt: • • • • • • • • • •

Snel signaleren van opvoed- en opgroeiproblemen. Snel signaleren van (mogelijk) absentie/schoolverzuim. Na het maken van de ‘foto’, dat wil zeggen een inventarisatie van de zorgvraag/ behoefte, snel ontsluiten en beschikbaar krijgen van zorgondersteuning. Niet de procedure maar het signaal bepaalt de invulling, intensiteit en vorm van samenwerking. Locaties halen snel en tijdig hun vaste partners erbij (consult, advies, knooppuntoverleg). De casus is een gedeelde verantwoordelijkheid van de diverse partners binnen het knooppunt. Er wordt samen met ouders/kinderen gesproken in plaats van over hen. Daarmee wordt de regie van de ouders versterkt. Indien nodig bouwen ouders zelf, of met ondersteuning, aan een ondersteuningsplan via het gezinsplan (1G1P1R); integraal, oplossingsgericht en op maat. Lichte hulp/ondersteuning met behulp van de omgeving waar het kan, en zware ondersteuning waar het moet. Iedere locatie heeft zijn eigen contactpersonen, waarbij zoveel als mogelijk voor aansluiting op het primair onderwijs wordt gezorgd (dezelfde personen binnen eenzelfde locatie). Dit draagt bij aan een snellere en betere afstemming.

6.6 GEBRUIK INTEGRAAL VVE-PROGRAMMA De voor- en vroegscholen die bekend staan als VVE-locatie en ook als zodanig door de gemeente hiervoor een subsidie of andere ondersteuning ontvangen, maken gebruik van een van de onderstaande erkende14 VVE-programma’s: • • •

Ben ik in Beeld Kaleidoscoop Peuterplein en Kleuterplein

14 Een integraal VVE-programma dat door Sardes of het Nederlands Jeugdinstituut is beoordeeld. Zie www.nji.nl.

25

• • • • •

Piramide Speelplezier Startblokken en Basisontwikkeling Uk & Puk Schatkist

Aanvullend op bovenstaande VVE-programma’s dient er ook een observatiesysteem gebruikt te worden voor het volgen van de brede ontwikkeling van de peuters. Bovenstaande erkende VVE-programma’s hebben vaak al een gestandaardiseerd observatie-instrument dat aan het programma is gekoppeld. We zijn aan het bezien om een uniform instrument te gebruiken voor onze regio, om zo makkelijker gegevens te vergelijken. Afspraken hierover worden gemaakt in het bestuurlijk overleg tussen de gemeente, kinderopvang en onderwijs (in het kader van de doorgaande lijn en evt. overdracht) en worden meegenomen in de basis voor de subsidieverstrekking/inkoop. In onze gemeente maakt de kinderopvangorganisatie gebruik van het erkende VVEprogramma Speelplezier. Indien een organisatie hiervan af wil wijken kan dit uiteraard, mits ze kiezen voor een genormeerd VVE-programma en afspraken binnen het koppel hierover maken, zodat de doorgaande lijn geborgd wordt. Het is van belang dat het onderwijs ook gebruik maakt van een gecertificeerde VVE -methodiek. Hiervoor is bij een basisschool, waarbij dit eerst niet het geval was, de VVE-methodiek de Schatkist is aangeschaft. De andere basisschool werkt reeds met een gecertificeerde VVE methodiek (Piramide).

26

7. EVALUATIE & FINANCIËLE VERANTWOORDING In hoofdstuk zes wordt er tot slot aandacht besteed aan de evaluatie van het VVE-/ OABbeleid en de bijbehorende verantwoording. Aan bod komen de diverse overlegstructuren, gemeentelijke VVE-coördinatie, financiële verantwoording en systematische evaluatie en verbetering.

7.1 OVERLEGSTRUCTUUR MET STAKEHOLDERS Twee keer per jaar vindt er op Parkstadniveau overleg plaats met de GGD/1JGZ over de toeleiding en indicering van doelgroepkinderen. Daarnaast vindt minimaal een keer per jaar bestuurlijk overleg plaats met de kinderopvangen onderwijsorganisaties. De deelnemers aan en de frequentie van deze overleggen verschillen per gemeente. Er vinden zowel ambtelijke als bestuurlijke overleggen plaats. In dit overleg worden alle aspecten van de uitvoering van het VVE-beleid geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. In de gemeente Simpelveld vinden er ook verschillende overleggen plaats. Zo wordt er minimaal 4 keer per jaar (waarvan 1 keer bestuurlijk) overleg plaats met Humankind. Daarnaast vinden er 4 keer per jaar koppeloverleggen plaats tussen de basisscholen en Humankind. Vanaf 2022 vinden er ook 4 overleggen plaats binnen het VVE netwerk; kinderopvangorganisaties, basisscholen en JGZ.

7.2 VVE-COÖRDINATIE OP GEMEENTELIJK NIVEAU De gemeenten zijn regievoerder voor VVE. Daarbij hebben de gemeenten en ketenpartners een aantal taken, te weten: 1) Het formuleren van helder vve-beleid met duidelijke ambities en concrete doelen. Dat wordt geborgd middels het nu voorliggende OAB- beleid. 2) Voldoende sturing en coördinatie vanuit de gemeente om VVE tot stand te brengen en te borgen in de gemeente. De sturing en coördinatie wordt op meerdere manieren gerealiseerd. Zo komen de activiteiten die onder het VVE- en OAB- aanbod vallen, terug in diverse uitvoeringsagenda’s en de aanpak Talentontwikkeling. In de laatstgenoemde is een doorgaande lijn gecreëerd, die begint op de peuterleeftijd. Tijdens de diverse overlegmomenten, zowel ambtelijk als bestuurlijk, evenals bij het toekennen en vaststellen van subsidies of, waar van toepassing, tijdens het inkoopproces en het evalueren en herzien/ vernieuwen van beleid wordt er rekening gehouden met de afspraken die gemaakt zijn betreffende VVE/OAB. 3) Coördinatie van de uitvoering Ook de implementatie in de praktijk van VVE gaat in nauwe samenspraak tussen gemeente, de kinderopvang en de onderwijsorganisaties. Zij maken afspraken over kwaliteitsbevordering, scholing (denk bijvoorbeeld aan scholing VVE-thuis of taalniveau 3F), VVE-koppeloverleggen, etc.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=b31e8e40-31ac-44fe-81e8-e742ab4239f0