4. Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Simpelveld 2018.pdf
Tekst van het document
Verordeningambtelijkebijstanden fractieondersteuning Simpelveld 2018 De raad van de gemeente Simpelveld; gelezen het voorstel van het presidiumvan 11 september 2018; gezien het advies van de commissie van 27 september 2018 gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet; besluit de volgende verordeningvast te stellen: Verordeningvande raadvande gemeenteSimpelveldhoudendebepalingenoverambtelijke bijstanden fractieondersteuning 2018 (Verordeningambtelijkebijstanden fractieondersteuning Simpelveld2018)
Paragraaf1. Algemenebepalingen Artikel1. Begripsbepalingen In deze verordeningwordt verstaan onder: - ambtelijke bijstand: bijstand bij het opstellenvan voorstellen,amendementenen moties of andere ambtelijke bijstand niet zijnde een verzoek om informatie; - ambtenaar: ambtenaar van de gemeente, niet zijnde een medewerker van de griffie; - document:documentals bedoeld in artikel 1, ondera, van de Wet openbaarheidvan bestuur; - fractie: fractie als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van orde voorvergaderingen en andere werkzaamheden van de raad; - fractie assistent: persoondie werkzaamheden verricht vooréénvan de fracties uit de raad en door de betreffende fractie bij de griffie formeel is aangemeld als assistent; - wet: Gemeentewet. Paragraaf2. Verzoekenom informatieof ambtelijkebijstand Artikel2. Verzoekom informatie 1. Een raadslid kan de griffier verzoekenom feitelijke informatievan geringe omvang of om inzage in, of afschrift van, documenten waaromtrentgeen geheimhouding krachtens de artikelen 25, 55 of 86 van de wet is opgelegd. Een verzoek kan namenseen raadslid gedaan wordendooreen fractie assistent. 2. De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie,voorzover deze daarover kan beschikken.
Voorzover daarmee niet aan het verzoek voldaanis, verzoekt de griffier de secretaris éénof meer ambtenarenaan te wijzen die voorzover mogelijk de resterende informatiezo spoedig mogelijk verstrekken. Artikel3. Verzoekom ambtelijkebijstand 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om ambtelijke bijstand. 2. De griffier verleent zo spoedig mogelijk de ambtelijke bijstand, voorzover dit in redelijkheid kan wordengevergd. Voorzover daarmee niet aan het verzoek voldaanis, kan de griffier de secretaris verzoekenom éénof meer ambtenarenaan te wijzen die voorzover mogelijk het verzoek zo spoedig mogelijk verder inwilligen. 3. De secretaris wijst geen ambtenaar aan als: a. naar oordeelvan de secretaris niet aannemelijkis gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft opraadswerkzaamheden, of b. dit naar het oordeelvan de secretaris het belang van de gemeente kan schaden, of c. het raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt van de hem opgrond van artikel 5, eerste lid, beschikbaar gestelde ambtelijke bijstand. 4. Als de ambtelijke bijstand opgrond van het derde lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenenomkleed mee aan de griffier en aan het raadslid doorwie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoekende ambtelijke bijstand alsnog te laten verlenen. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk ophet verzoek. 1
parkstad
,ud.,»9!o|j mburg
Artikel4. Geschiloverambtelijkebijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de dooreen ambtenaar aan hem verleende ambtelijke bijstand kan hierover in overleg treden met de secretaris. 2. Als overleg met de secretaris niet leidt tot een voorbeide partijenbevredigende oplossingkan het raadslid de zaak aan de burgemeester voorleggen. De burgemeester voorzietzo spoedig mogelijk in de kwestie. Artikel5. Omvangen registerambtelijkebijstand 1. Een raadslid heeft per jaar recht opmaximaal 4 uren(dagdeel) doorambtenarente verlenen ambtelijke bijstand. 2. De secretaris houdt een register bij van verzoekenom doorambtenarente verlenenambtelijke bijstand, waarin wordt opgenomen: a. de naam van het raadslid doorwie het verzoek is ingediend; b. het onderwerpvan het verzoek; c. de met de verzochte ambtelijke bijstand gemoeide tijd, en d. indienvan toepassing,de reden waarom een verzoek is geweigerd. Artikel6. Verstrekking informatieoververzoeken om ambtelijkebijstand 1. De secretaris verstrekt aan het lid van het college opwiens werkzaamheden een verzoek om ambtelijke bijstand betrekking heeft, desgevraagd een afschrift van het verzoek. 2. Als het college of éénof meer leden van het college informatiewensenover een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoudvan verleende ambtelijke bijstand, wendenzij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokkenraadslid. Paragraaf3.
Fractieondersteuning Artikel7. Rechtop financiëlebijdrage 1. De raad verstrekt een fractie jaarlijks een financiëlebijdrage ter ondersteuningvan het functioneren van de fractie. 2. De financiëlebijdrage bestaat uit een basisbedrag van € 100,00 voorelke fractie en een variabel deel van € 100,00 per raadszetel. 3. In afwijking van het eerste lid verstrekt de raad in een jaar waarin raadsleden aftreden opgrond van artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet aan een fractie een financiëlebijdrage tot en met de maand maart en een financiëlebijdrage voorde periodeomvattendede resterende maanden. Deze financiële bijdragen bestaan uit 1/12 e deel van de bedragen, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met het aantal maandendat de periodeomvat. Artikel8. Bestedingfinanciëlebijdrage 1. Een fractie besteedt de financiëlebijdrage uitsluitendom de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerenderol van de fractie te versterken. 2. De financiëlebijdrage mag in ieder geval niet gebruikt wordenter bekostiging van: a. uitgaven die in strijd zijn met enige wettelijke bepaling; b.
betalingen, inclusiefdie ter voldoeningvan contributie,aan politiekepartijen, met politieke partijenverbondeninstellingenof natuurlijkepersonenanders dan ter vergoeding van dienstenof goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de fractie opbasis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst; c. giften, leningen, beleggingen en voorschotten; d. uitgaven die opgrond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komenvoor vergoeding van overheidswege, inclusiefuitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten, of e. de kostenvoorniet-partijpolitiekgeoriënteerdescholing in verband met de vervulling van de functievan raads- of commissielid, voorzover deze doorof namensde gemeente wordt aangebodenof verzorgd. Artikel9 Vaststellingen verantwoordingfinanciëlebijdrage 1. Indieneen fractie aanspraakwil maken op(een deel van) de bijdrage als bedoeld in artikel 7, dient zij een gespecificeerde factuur/declaratiein bij de griffier. De griffier zorgt vooruitbetaling en houdt per fractie een overzicht bij van de uitbetaalde bedragen. 2. In geval van twijfel beslist de burgemeester omtrenteen ingediende declaratie.
2
parkstad «*“"**. ümburg
Toelichting N.B.: Dezetoelichting geschreven is met de(mogelijke)keuzesdiein deModelverordening ambtelijke bijstand enfractieondersteuning 2018gemaakt zijn in gedachte. Als eenindividuele gemeente op punten andere keuzesmaakt,dansluit dezetoelichting mogelijknietaan.Wel kanze uiteraard als basisdienen vooreendoordegemeente zelfopte stellentoelichting.Vooreengoed beeld dientdeze modelverordening samenhang met dehierbijbehorende VNG ledenbrief gelezen te worden.
Algemeen Artikel 33 van de Gemeentewet (hierna: wet) bepaalt dat de raad en elk van zijn leden recht hebben opambtelijke bijstand (eerste lid) en dat de in de raad vertegenwoordigde groeperingen(de fracties) recht hebben opondersteuning(tweede lid). Met betrekking tot de ambtelijke bijstand en de ondersteuningvan fracties moet de raad een verordeningvaststellen die ten aanzienvan de ondersteuningregels over de besteding en de verantwoordingbevat (derde lid). Met deze verordening wordt hier uitvoeringaan gegeven. De formuleringvan artikel 33 van de wet laat buitentwijfel dat individueleraadsleden, dus ookdie behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordeningkan dus dooralle raadsleden een beroepwordengedaan. De financiëlebijdrage voorde fractieondersteuningis een subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dit betekent dat in aanvullingopdeze verordeningooktitel 4.2 van de Awb van toepassingis ophet verstrekken van de financiëlebijdrage en dat het besluit van de raad waarmee - na verantwoordingen controle- de hoogte van de financiëlebijdrage wordt vastgesteld (zie artikel 14) vatbaar is voorbezwaar en beroep. In deze verordeningvervult de griffier een centrale rol.
De hoofdverantwoordelijkheidvan de griffier is de ondersteuningvan de raad; hij of zij is onderandere het eerste aanspreekpunt als het gaat om verzoekenom informatieen ambtelijke bijstand. Een nadere omschrijving van en toelichting opde taken van de griffier is vastgelegd in de ambtsinstructievan de griffier. De griffiemedewerkers (ongeacht functiebenamingals procescoördinator, raadsassistent of commissiegriffier) vallen wel onderhet gezag van de griffier. De commissiegriffiers die niet formeel ondergebracht zijn bij de griffie handelen in ieder geval bij de uitvoeringvan de werkzaamheden als commissiegriffier overeenkomstig de aanwijzingenvan de griffier. De griffier vervult via de secretaris ookde rol van schakel tussende raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie. Dat de raad over een griffier met griffie beschikt betekent niet dat er geen behoefte is aan ambtelijke bijstand doorde reguliere ambtelijke organisatie. De griffie is, in vergelijking met de reguliere organisatie, beperkt in omvang. Voorspecialistische hulp ophet gebied van het maken van amendementen,moties en regelingen zal in bepaalde gevallen een beroepopdeze organisatie dan ooknodig zijn. Dit geldt ookvoorspecifieke informatiedie alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is.
Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal daarom de secretaris in dergelijke gevallen de ambtenaar die de bijstand verleent moetenaanwijzen.Daarom zijn bepaalde aspectenvan de rol van de gemeentesecretaris in deze verordeningnader uitgewerkt. Dat is van belang om de rol van de secretaris opeen juiste wijze vorm te geven nuer een splitsing heeft plaatsgevondentussengriffie en reguliere ambtelijke organisatie. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze toelichting wordenenkel die bepalingendie nadere toelichting behoeven behandeld. Artikel 1. Begripsbepalingen Hoewel medewerkers van de griffie wel degelijk ambtenarenzijn in de zin van de Ambtenarenwet wordenze in deze verordeninguitgezonderdvan het begrip ‘ambtenaar’. Hier is voorgekozen om onderscheid aan te kunnenbrengen tussende reguliere ambtelijke organisatie, die onderhet gezag van het college valt opgrond van artikel 160 van de wet, en de medewerkers van de griffie, die onder het gezag van de raad vallen (artikel 107e van de wet).
4
Artikel2. Verzoekom informatie Raadsleden die feitelijke informatievan geringe omvang nodig hebben, hoeven zich niet via de formele weg van artikel 169, tweede en volgende lid, van de wet tot het college te richten. In dit artikel is bepaald dat zij hun verzoek dan aan de griffier moetendoen. In het eerste lid is voorde goede orde toegevoegd dat het uitsluitendgaat om documentenwaaropgeen geheimhouding rust. De griffier moet immers zelf een opgelegde geheimhouding in acht nemen.Als een raadslid geheime stukken opvraagt die alleen mogen wordeningezien, dan moet de griffier hem doorverwijzennaar het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd. [Eenverzoek kan ooknamenseenraadslid dooreen fractiemedewerker worden gedaan .] De griffier (of éénvan de griffiemedewerkers) verstrekt vervolgens de informatiezo spoedig mogelijk (tweede lid). Als zij echter niet in staat zijn om volledig tegemoet te komenaan het verzoek kan doorde griffier en via de secretaris gekeken wordenof de reguliere ambtelijke organisatie de informatiekan leveren. Het is in lijn met de onderlinge taakverdeling dat de griffier de aangewezen persoonis om de voortgang in het proceste bewaken. Artikel3.
Verzoekom ambtelijkebijstand Ook verzoekenom ambtelijke bijstand moetenaan de griffier gericht worden.Als de griffiemedewerkers de ondersteuningniet kunnenleveren, overlegt de griffier met de secretaris over de inzet van ambtenarenvan de reguliere ambtelijke organisatie. Het is aan de secretaris om te beoordelenof éénvan de in het derde lid genoemde ‘weigeringsgronden’ voorhet doorambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie verlenenvan ambtelijke bijstand zich voordoet.Het vierde lid regelt dat de uiteindelijkebeslissing over het niet verlenenvan ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de burgemeester; de griffier of het betreffende raadslid kunnennamelijk na weigering de burgemeester verzoekende ambtelijke bijstand alsnog te laten verlenen. Het ligt in de rede dat de burgemeester hierover overleg voert met de secretaris, de griffier en indiennodig ookhet betrokken raadslid. Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoordingaf te leggen (opgrond van artikel 180 van de wet). Artikel4. Geschiloverambtelijkebijstand Net als bij de weigering om ambtelijke bijstand doorambtenarenvanuitde reguliere ambtelijke organisatie te verlenenkan de burgemeester ookeen rol vervullenals een raadslid niet tevreden is over de dooreen ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie geleverde ambtelijke bijstand.
Als er een conflictsituatieontstaatof dreigt te ontstaanzal de burgemeester ookhier een bemiddelende en uiteindelijkbeslissende rol kunnenspelen(tweede lid). De positievan de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voordeze taak als bruggenbouweren als degene die uiteindelijkhet laatste woord heeft. Artikel5. Omvangen registerambtelijkebijstand Er is voorgekozen het recht opdoorambtenarenvan de reguliere ambtelijke organisatie te verlenen ambtelijke bijstand te beperken(eerste lid, varianten1 en 2). Enerzijds om te zorgen dat deze ook daadwerkelijk geëffectueerd kan worden,anderzijds ookom enige grip te houdenopde omvang van deze werkzaamheden. De beperking geldt dus niet voorde ambtelijke bijstand die doorde griffie geleverd wordt en ookniet voorhet verstrekken van informatie. Het doorde secretaris bij te houdenregister maakt het mogelijk na te gaan in welke mate er al een beroepis gedaan opde ambtelijke organisatie (tweede lid). Tevens kan het een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte aan deze voorzieningen. Artikel6.
Verstrekking informatieoververzoeken om ambtelijkebijstand In het eerste lid wordt het belang erkend dat een lid van het college opwiens werkzaamheden een verzoek om ambtelijke bijstand betrekking heeft (de portefeuillehouder)in staat is opde hoogte te blijven van het feit dat bijstand wordt verleend doorde onderde verantwoordelijkheidvan het college functionerende ambtenaren.Gezien de afstand tussenraad en college is het logisch dat hem opzijn verzoek een afschrift van het verzoek wordt verstrekt. Het tweede lid voorkomtdat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussenraad en college terecht komt. Als een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnengaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijkopereertvan het college. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet doorcollegeleden onderdruk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat wethouders of de burgemeester zich voorinformatiedirect tot het betrokkenraadslid wendenen niet tot de behandelend 5
parkstad
•udu*««o|| rnbUrg
ambtenaar. Dit biedt bovendieneen extra waarborg voorde onafhankelijkebehandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeelvan de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenenvan ambtelijke bijstand hoort tot de normaleuitoefeningvan zijn taak. Als hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent,behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken. Artikel7. Rechtop financiëlebijdrage Fractieondersteuningvindt zijn vorm in een financiëleondersteuning.De hoogte van het totale budget voorfractieondersteuningwordt doorde raad in de gemeentebegroting opgenomen. De fractieondersteuningbestaat uit een basisbedrag per fractie en een variabel deel per raadszetel (tweede lid). Het basisbedrag garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich opeen gelijkwaardig basisniveaute laten ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullenhebben, bijvoorbeeldop facilitair gebied, is het logisch dat zij via het variabele deel een hogere financiëlebijdrage krijgen. De bijdrage wordt in de meeste jaren voordat kalenderjaar verstrekt (eerste lid). Ook na een gemeentelijke herindeling waarbij de nieuweraad vanaf 1 januariaantreedt, zal de bijdrage vooreen kalenderjaar verstrekt worden(opbasis van een doorde nieuweraad vastgestelde verordening).
De herindelingsverkiezingen zijn dan in novembervan het jaar daarvóórgeweest. Het derde lid geeft een afwijkende regeling voorde jaren dat de ouderaad na reguliere verkiezingen aftreedt. Dat is altijd met ingang van de donderdag tussen23 en 29 maart (artikel C 4 van de Kieswet). Op die dag treedt de nieuweraad aan (artikel 18 van de wet). Ook na herindelingsverkiezingen wordt de zittingsduurvan de raad in bepaalde gevallen zodanig aangepast dat de leden gelijktijdig aftreden met raden van andere gemeenten die na reguliere verkiezingen aangetreden zijn (zie artikelen 56d en 56e van de Wet algemene regels herindeling). De financiëlebijdrage voorfractieondersteuningvoldoetaan de definitie van subsidie van artikel 4:21 van de Awb. Het verdient aanbeveling om de Algemene subsidieverordening(indienvan kracht) in de gemeente uitdrukkelijkniet van toepassingte verklaren opde bijdrage voor fractieondersteuning. Het verantwoordingsregimein de Algemene subsidieverordeningis namelijk wezenlijk anders dan het regime voorhet vaststellen en verantwoordenvan de bijdrage voorfractieondersteuning. Artikel8. Bestedingfinanciëlebijdrage Voorwat betreft de inhoudelijkebesteding van de fractieondersteuningwordende fracties grotendeels vrijgelaten. Minimumvoorwaardeis wel dat ze de financiëlebijdrage besteden om hun volksvertegenwoordigende,kaderstellende of controlerenderol te versterken.
Daarnaast is in het tweede lid een aantal doelengenoemd waarvoorde financiëlebijdrage voorfractieondersteuningin ieder geval niet gebruikt mag worden. Deze opsommingis niet limitatief. In het bijzonderwordt benadruktdat voorde financieringvan verkiezingscampagnes van overheidswege een afzonderlijkeregeling bestaat: de Wet financieringpolitiekepartijenvoorwat de landelijke politiekepartijenbetreft; daarnaast hebben veel gemeenten voorde lokale partijeneen subsidieregeling. Het is dan ookniet toegestaan om met de financiëlebijdrage voor fractieondersteuningverkiezingscampagnes te financieren,zie het tweede lid onderd. Verder is het uiteraard niet de bedoeling dat raadsleden hun eigen vergoeding voorhet raadswerk aanvullenmet de financiëlebijdrage voorfractieondersteuningen dat ookcontributiesaan politiekepartijenof met politiekepartijengelieerde organisaties niet via de fractieondersteuningkunnenwordengefinancierd (onderb). Een lidmaatschap van een dergelijk orgaan is immers een individueleaangelegenheid van een raadslid en niet van de betreffende gemeenteraadsfractie.
Bij (andere) uitgaven die opgrond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komenvoor vergoeding van overheidswege (onderd) kan onderandere gedacht wordenaan bepaalde reis- en verblijfkosten,kostenvooreen buitenlandseexcursie of reis, kostenvoorscholing, kostenvooreen computeren internetverbindingen de contributievan bepaalde beroepsverenigingen.Deze komen voorvergoeding in aanmerking opgrond van het rechtspositiebesluitraads- en commissieleden,dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de wet.
6
parkstad •uduegioijmburg
Algemene opleidingenvoorraads- en commissieleden,die meestal wordengeorganiseerd doorde griffie, dienenbekostigd te wordenuit de gemeentelijke bedrijfsvoering (artikel 13, eerste lid, van het Rechtspositiebesluitraads- en commissieleden).Deze cursussenwordenveelal verzorgd doorpolitiek neutraleinstituten.Als raadsleden er voorzoudenkiezen om een zelfde opleidingals aangeboden vanuitde griffie elders te volgen, dan mag die niet bekostigd wordenuit de financiëlebijdrage voor fractieondersteuning(ondere). Artikel9. vaststelling en verantwoordingfinanciëlebijdrage De bijdrage wordt uitbetaald opbasis van declaratie. In geval van twijfel beslist de burgemeester. Artikel 10. Gevolgensplitsenen eindebestaanfractie Als er mutaties plaatsvindenin zittende fracties is het wenselijk dat de financiëlebijdrage aangepast wordt aan veranderde verhoudingen in de raad. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussenhet vaste basisbedrag dat iedere fractie krijgt en het variabel deel per raadszetel. Het vaste deel is ook daadwerkelijk “vast": de fractie behoudt dit deel van het budget ookal vindt er tussentijdseen splitsing of afscheiding plaats. Alleen het variabele deel van de fractievergoeding wordt overgeheveld naar een nieuwefractie (eerste lid). Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verleende voorschotvoorwat betreft het variabele deel direct bijgesteld moetenworden(tweede lid).
Als dat niet zougebeuren zoueen deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot variabel voorschotbeschikken. Na het kalenderjaar zoudan alsnog verrekend moetenworden.Het is handiger dit direct recht te trekken. Artikel11.Reserve Het deel van de financiëlebijdrage dat dooreen fractie niet wordt gebruikt, vloeit terug naar de algemene reserve.
7
parkstad ümburg
3. Binnendrie maandenna het einde van het kalenderjaar, maakt de griffier een overzicht opvan de uitbetaalde fractievergoedingen en legt deze aan de raad voor. De raad stelt na ontvangst vanhet overzicht de bedragen vast van de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn. Artikel 10. Gevolgensplitsenen eindebestaanfractie 1. Als éénof meer raadsleden van éénof meer fracties als zelfstandige fractie gaan optredenof zich aansluitenbij een andere fractie, wordt het voorelk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiëlebijdrage toebedeeld aan de nieuwgevormde fractie of aan de fractie waarbij aangeslotenwordt. 2. Als een fractie tijdens een zittingsperiodeophoudte bestaan, vervalt de aanspraakopde financiële bijdrage met ingang van de maand volgend opde maand waarin de fractie hiervan kennisgeving heeft gedaan. 3. Als een fractie als gevolg van verkiezingen ophoudte bestaan, vervalt de aanspraakopde financiëlebijdrage met ingang van de datum dat de raad in de nieuwesamenstelling aantreedt. Artikel 11 Reserve Indiende bijdrage als bedoeld in artikel 7 niet volledig wordt besteed, vervalt de aanspraakophet restant bedrag en vloeit dit terug in de algemene reserve. Paragraaf4. Slotbepalingen Artikel 12. Intrekkingoude verordeningen overgangsrecht 1.
De Verordeningambtelijke bijstand en fractieondersteuningSimpelveld 2003, gewijzigd 2005, wordt ingetrokken. Artikel 13. Inwerkingtredingen citeertitel 1. Deze verordeningtreedt in werking opde achtste dag na bekendmaking. 2. Deze verordeningwordt aangehaald als: Verordeningambtelijke bijstand en fractieondersteuning
3
<3b
parkstad •“"••'•limburg