4. Notulen vergadering Raadscommissie GGZ d.d. 27 september 2022.pdf
Tekst van het document
Notulen vergadering Raadscommissie Grondgebiedzaken (GGZ) _________________________________________________________________________ Datum: Locatie: Tijd: Aanwezig:
27 september 2022 Raadzaal gemeentehuis Simpelveld 19.00 uur Mevrouw D. Honings voorzitter De heer bc. F.G. Simons griffier De heer D.W.J. Schneider waarnemend burgemeester De heer W. Schleijpen wethouder De heer Th. Gulpen wethouder Mevrouw A. Ernes wethouder De heer H. Hodinius wethouder De heer J. Meijers BurgerBelangen (BB) Mevrouw L. Schuyer BurgerBelangen (BB) De heer S. Amkreutz Leefbaar Simpelveld (LS) De heer K. Paffen Leefbaar Simpelveld (LS) De heer A. Bost Lokaal Actief (LA) De heer G. Seroo Lokaal Actief (LA) De heer J. Ortmans CDA Mevrouw K. Vanhommerig CDA De heer R. Honings SAMEN 1 (S1) De heer J, Zwanenburg SAMEN 1 (S1) Mevrouw M. Crins ambtenaar De heer M. Mevis ambtenaar De heer R. Crijns ambtenaar Mevrouw R. Bartholomé notuliste __________________________________________________________________________
Agenda 1. Opening vergadering 2. Vaststelling agenda 3. Vaststelling notulen Raadscommissie GGZ van 23 juni 2022 4. Actielijst Grondgebiedzaken 5. Stand van zaken projecten 6. Presentatie Omgevingswet 7. Raadsvoorstel Implementatie Omgevingswet diverse onderwerpen 8. Raadsvoorstel Herziening bestemmingsplan Buitengebied 2021 9. Raadsvoorstel Vrachtwagen buitendienst 10. Sluiting vergadering
1. Opening vergadering De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. 2. Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Vaststelling notulen Raadscommissie GGZ van 23 juni 2022 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld.
Pagina 1 van 13
4. Actielijst Grondgebiedzaken Er zijn geen vragen of opmerkingen. 5. Stand van zaken projecten 05. I-Dop De heer Honings (S1) informeert ernaar of nog iets gedaan wordt aan de onduidelijke situatie dat verkeer van rechts voorrang heeft. Het lijkt nu net alsof het verkeer van rechts uit een uitritconstructie komt waardoor veel onveilige situaties ontstaan. 06. MFC Op de Boor De heer Honings (S1) vraagt of de stevig ingezette mediacampagne haar vruchten heeft afgeworpen en of het college inmiddels het heugelijke nieuws kan meedelen dat een nieuwe huurder is gevonden voor MFC Op de Boor. 07. Uitkijkpunt Huls(veld) De heer Honings (S1) wil graag weten waarom niet eerst het beroep en de voorlopige voorziening wordt afgewacht voordat de opdracht voor het opstellen van het technisch ontwerp en de bestekraming gegund wordt aan bureau Verbeek. SAMEN 1vraagt of het niet efficiënter is om alles in één plan onder te brengen 14. Windenergie Parkstad-Zuid Het project bevindt zich inmiddels in fase 3. De Provincie heeft in het bestuurlijk overleg door laten schemeren niet garant te willen staan en laat weten dat financiële compensatie niet aan de orde zal zijn. De heer Honings (S1) vraagt of dit project inmiddels tijdelijk is stopgezet of dat nog steeds aan fase 3 gewerkt wordt met alle daarbij behorende kosten en oplopend financieel risico voor de gemeente. 17.
Klooster Loreto De heer Honings (S1) informeert wat de voortgang van de formele aanvraag omgevingsvergunning. SAMEN 1 wil graag een vinger aan de pols houden aangezien dit toch een majeur project is. 12. Bestemmingsplan Buitengebied 2016 Mevrouw Vanhommerig (CDA) verwijst ernaar dat de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2016 ter vaststelling gepland staat voor de raadsvergadering. Omdat zij persoonlijk belang heeft bij dit bestemmingsplan, zal ze zich onthouden van alle inhoudelijke vragen en van stemming over dit voorstel. 14. Windenergie Parkstad-Zuid De heer Ortmans (CDA) merkt op dat dit een dossier is waarvan de wethouder begrijpelijkerwijze al geruime tijd hoofdpijn krijgt en het CDA inmiddels buikpijn van heeft. Het college zal begrijpen dat het CDA liever de Einstein Telescoop ziet komen dan windturbines. Echter, ook het CDA vindt het een vreemde zet van de Provincie Limburg om in dit stadium te komen met nieuwe beschermingsregels middels de Omgevingsverordening 2021. Dat had ook eerder gekund. Dat de drie samenwerkende gemeenten bij het project Windenergie Parkstad-Zuid een zienswijze indienen kan het CDA ook begrijpen. Dat deze zienswijze als hoofdmoot heeft dat de projecten Windenergie en Einstein Telescoop naast elkaar kunnen bestaan zonder elkaar nadelig te beïnvloeden, vindt het CDA jammer.
Veel liever had de fractie een sterk pleidooi gezien waarin Parkstad voor een deel ontslagen wordt van haar opgave in de RES of, nog beter, een pleidooi voor aanpassing van de regels aangaande de zonneladder waarin bij komst van de telescoop, Parkstad een uitzonderingspositie kan innemen waardoor de beperkende regels voor deze drie gemeenten minder streng worden toegepast. De heer Ortmans (CDA) vraagt of de wethouder kan toelichten waarom dit laatste niet gebeurd is.
Pagina 2 van 13
De heer Seroo (LA).informeert ernaar of de vermelde informatie bij het project Windenergie ParkstadZuid nog actueel is, gelet op de mail van afgelopen donderdag met het daarin verwoorde standpunt van de Provincie. 06. MFC Op de Boor De heer Amkreutz (LS) zegt dat Leefbaar Simpelveld ook benieuwd is naar de stand van zaken. Leefbaar Simpelveld zou graag zien dat op korte termijn alternatieven onderzocht worden als mocht blijken dat horeca niet haalbaar is. Leefbaar Simpelveld mist het project Eyserbeek in het projectenportfolio. Dat is eerder een keer benoemd, maar dat ziet de fractie nu niet terugkomen. 14. Windenergie Parkstad-Zuid De heer Meijers (BB) informeert ernaar hoe de gemeente omgaat met de rigide instelling van de Provincie waar totaal geen flexibiliteit in zit. 06. MFC Op de Boor De heer Meijers (BB) vraagt of er al duidelijkheid over wanneer de werkzaamheden starten aan het oude gedeelte van MFC Op de Boor (terugplaatsen van het torentje en aanpassing van de voormalige ingang van het gebouw). 14. Beantwoording vragen Windenergie Parkstad-Zuid Wethouder Schleijpen antwoordt met betrekking tot de opmerking over de rigide instelling van de Provincie inzake het project Windenergie Parkstad-Zuid dat in het verleden al veel hierover gezegd is. De wethouder gaat nu niet weer in herhaling vallen en gaat het ook niet hebben over nut en noodzaak van duurzame energie.
Dat zal voor iedereen duidelijk zijn, omdat bijna dagelijks hierover gecommuniceerd via de media. Voor wat betreft de aanleiding van de Provincie om in de bestaande Omgevingsvisie zaken te willen veranderen die het nog moeilijker zouden maken om tot windenergie binnen het plan te komen, licht wethouder Schleijpen het volgende toe. De gemeenschappelijke gemeenten hebben samen met Parkstad een zienswijze daartegen ingediend. Dat is zo ongeveer het enige middel wat de gemeenten nog hebben om te pleiten voor grootschalige opwek in de regio zonder dat dit de Einstein-Telescoop nadelig zou beïnvloeden op dit moment. De visie ziet nog steeds op het niet weggooien van ‘het kind met het badwater’, omdat volgens de gezamenlijke colleges en de bestuurscommissie Parkstad Duurzaamheid geen onomkeerbare beslissingen genomen moeten worden vóórdat definitieve besluitvorming plaatsvindt in 2025 over het wel of niet komen van de Einstein-Telescoop. Met betrekking tot het pleidooi voor aanpassing van de regels aangaande de zonneladder en de vraag waarom het college daar niet meer tegen geageerd heeft, antwoordt wethouder Schleijpen dat de Provincie de zonneladder in de geest van de Omgevingsverordening/-visie op deze manier heeft opgesteld. Ook dat is in de raad eerder aan de orde geweest.
De zonneladder is bedoeld ter bescherming van het nationaal landschap Zuid-Limburg, met dien verstande dat ook aan de randen van dat nationaal landschap ruimte zou moeten zijn voor uitzonderingen. In het regionaal afwegingskader van PALET is opgenomen dat ondanks de zonneladder in Simpelveld voor 2 keer 5 hectare mogelijkheden zouden moeten zijn voor grootschalige zonne-energie, met dien verstande dat dat niet aaneengesloten mag zijn. Dat betekent ongeveer 1 windmolen, wat aangeeft dat de opgave daarmee bij lange na niet gehaald wordt. Desalniettemin is ook daarbij ook sprake van een verstrenging van het beleid. Wethouder Schleijpen benadrukt dat het college destijds geageerd heeft, maar dat de Provincie daar totaal geen oren naar had. Daarnaast gaat het om een provinciale verordening waar Provinciale Staten in combinatie met Gedeputeerde Staten over gaan. De wethouder roept het CDA daarom op om deze vragen vooral te stellen aan de collega’s bij Provinciale Staten. Wethouder Schleijpen kan de stelling van het CDA dat het college niet geageerd heeft dus niet onderschrijven. Hij benadrukt nogmaals dat gemeenten afhankelijk zijn van de provinciale overheid en een provinciale verordening die op dat punt dwingend zaken oplegt. Pagina 3 van 13
Afgezien daarvan heeft in het verleden ook in deze raad discussie plaatsgevonden en was met name vanuit het CDA bezwaar tegen grootschalige opwekking van zonne-energie in het agrarisch landschap. Het CDA wilde toen met name niet dat kostbare grond zou worden opgeofferd voor zonneenergie. Wethouder Schleijpen heeft nog steeds een genuanceerde mening hierover, namelijk dat er mogelijkheden zouden moeten zijn als dit goed ingepast wordt. Ondanks dat de brancheorganisatie van de agrariërs dat standpunt deelde, weet de wethouder ook dat er agrariërs zijn die daar anders over denken. Daar kan hij zich ook iets bij voorstellen, want een hectare zonnepanelen brengt meer op dan bijv. een hectare bieten of aardappelen. Het is wat het college betreft nog geen gelopen race. Inmiddels is ook door de coöperaties en Stattkraft een zienswijze ingediend tegen het voornemen. Op dit moment zijn er voor de rest geen activiteiten en zijn de gezamenlijke gemeenten en Parkstad in afwachting van de reactie op de zienswijze (of dat leidt tot aanpassingen van de verordening). Naar verwachting zal medio oktober een reactie op de zienswijze komen. 06. Beantwoording vragen MFC Op de Boor Wethouder Schleijpen antwoordt dat het bestek (incl. bestektekeningen) van het oude gedeelte in concept gereed is.
In week 39 vindt overleg met Bremen Bouwadviseurs plaats over de mogelijkheden in het kader van de aanbesteding. De wethouder hoopt dat het lukt om voor het einde van het jaar de aanbesteding op de markt te zetten. Er is op dit moment nog geen nieuwe huurder gevonden voor het horeca-gedeelte. Er zijn weliswaar gesprekken met geïnteresseerden, maar er is zeker nog niet zo dat er een akkoord is. In de lijn van de eerdere besluitvorming wordt momenteel nog steeds gekeken om in de ruimte van de voormalige bibliotheek horeca te vestigen. Mocht dit uiteindelijk niet lukken, dan zal uiteraard naar alternatieven gekeken worden. Met 3 jaar leegstand (zoals hij dat in het verleden genoemd heeft) is niemand gebaat. De heer Honings (S1) merkt op dat een termijn van 3 jaar genoemd wordt. Zo lang zal niet gewacht worden, maar wordt nu ook al naar alternatieven gekeken en aan welke termijn moet worden gedacht waarop alternatieven actueel worden. Zoals de wethouder zelf zegt is leegstand ‘not-done’. Er zijn al genoeg advertenties geplaatst en er komen ook steeds weer gegadigden. De heer Honings (S1) denkt dat de geïnteresseerden allemaal terugschrikken door de hoge kosten die voor hun hiermee gemoeid zijn. Er zijn in deze tijd geen ondernemers die zomaar € 200K kunnen betalen om bepaalde aanpassingen aan het gebouw te doen.
SAMEN 1 vraagt of het college bereid is om de kosten voor de ondernemer te verlagen, of dat dit bedrag wordt aangehouden en naar een alternatief gezocht wordt als blijkt dat geen ondernemer gevonden wordt voor het horeca-gedeelte. De voorzitter wijst erop dat ze deze interruptie nog heeft toegestaan, maar dat bij de stand van zaken projecten normaliter geen mogelijkheid voor interrupties is. Wethouder Schleijpen licht toe dat de genoemde termijn van 3 jaar bij wijze van spreken is. Het college zal uiteraard niet tot in het oneindige blijven wachten. De investering van € 200K werd door de vorige potentiële ondernemer als basis genomen. Het bedrag is afhankelijk van wat een ondernemer zelf wil (bijv. soort keuken en apparatuur). Tijdens een vorige commissievergadering heeft de wethouder op persoonlijke titel aangegeven dat hij zich zou kunnen voorstellen dat nagedacht wordt over constructen zoals een verminderde huur, een ingroeihuur of huur gerelateerd aan omzet. Als dat potentiële ondernemers over de streep zou trekken, wil wethouder Schleijpen daar graag over nadenken. De wethouder benadrukt daarbij wel dat het college maar tot bepaalde grenzen kan gaan, omdat anders sprake zou kunnen zijn van het subsidiëren van een ondernemer of dat andere ondernemers in dat soort casussen gelijke overeenkomsten gaan verwachten.
Pagina 4 van 13
Beantwoording vragen project Eyserbeek. Wethouder Schleijpen gaat ervan uit dat gedoeld wordt op de situatie rondom Parkhof en de calamiteit die zich daar ruim een jaar geleden heeft voorgedaan. Dit project staat niet op de projectenlijst omdat het een project van Waterschap is. Het Waterschap is vandaag aan de slag gegaan met een eerste (hydraulische) verkenning (o.a. rondom Rodeput en Sweijer). Op 29 september a.s. vindt een overleg plaats tussen de gemeente en het Waterschap, waarin de eerste inventarisatieresultaten voortkomend uit de analyse worden besproken en gedeeld. Tijdens dit overleg wordt ook besproken hoe opvolging zal worden gegeven aan de op 22 maart jl. gedane toezegging om in september c.q. oktober weer in contact te treden met de bewoners van Parkhof. Het voornemen van het college is om medio oktober een vervolgoverleg met de bewoners en het Waterschap in te plannen. De bewoners worden daar nog deze week over geïnformeerd. Tevens wordt (analoog aan ook andere getroffen gemeenten) een kleinschalig noodplan opgesteld voor de situatie rondom Parkhof wat ten tijde van hoogwater gebruikt zou kunnen worden. Dit noodplan wordt uiteraard ook besproken tijdens het overleg met de bewoners. 17. Beantwoording Klooster Loreto. Wethouder Schleijpen licht toe dat het college in april jl. een positief principebesluit heeft genomen over het voorstel.
De formele aanvraag omgevingsvergunning om de eerste fase van het planconcept te realiseren is ingediend door de initiatiefnemer. Deze aanvraag wordt momenteel beoordeeld en behandeld. Tijdens de Monumentendag is in Huize Loreto een presentatie gegeven. Wat daar precies gepresenteerd is, is wethouder Schleijpen niet bekend. Dat de gemeente al langer in overleg is over een passende bestemming is ook bij de raad bekend. De plannen van de initiatiefnemer betreffen het ontwikkelen van een soort kuuroord-concept waar mensen onder begeleiding terecht kunnen voor onder andere retraite en mentaal herstel. 05. Beantwoording vragen I-Dop Wethouder Schleijpen gaat ervan uit dat met de onveilige verkeerssituatie de uitritten van de Kerkstraat en Beatrixstraat met de Wilhelminastraat bedoeld worden. Op die locatie geldt een 30 km zone en dan heeft verkeer van rechts voorrang. Wethouder Gulpen verzoekt de heer Honings (S1) om na de vergadering aan te geven om welke specifieke situatie het gaat. Dan kan hij dit exact navragen, maar zoals wethouder Schleijpen al aangaf, heeft verkeer van rechts voorrang in een 30 km zone. 07. Beantwoording vragen Herinrichting uitkijkpunt Huls Wethouder Hodinius vindt de vragen begrijpelijk gezien de situatie waarin de gemeente op dit moment verkeert. In de stand van zaken is juridisch niks gewijzigd.
Naar aanleiding van de vraag of het plan niet in één keer uitgevoerd kan worden verwijst de wethouder naar het raadsbesluit van 7 oktober 2021 waarmee de raad heeft ingestemd met het afsluiten van de definitief ontwerp (DO)-projectfase en op basis van het behaalde resultaat het DO van het landschapspark te laten uitwerken (o.a. bestek, engineering, detaillering enz.). Dat is gebeurd omdat voor het groene gedeelte het bestemmingsplan niet gewijzigd hoefde te worden en dit gedeelte daardoor ook niet open stond voor beroep. Voor het te bebouwen gedeelte moest het bestemmingsplan wel gewijzigd worden, waardoor dit gedeelte open stond voor beroep. De raad heeft besloten om met het DO van de gebouwenvoorziening eerst de uitspraak van de Raad van State af te wachten en het college dient uit te voeren wat de raad heeft besloten. 6. Presentatie Omgevingswet Er wordt een presentatie gegeven door de heer M. Mevis (ambtenaar). Naar aanleiding van de presentatie worden de volgende vragen gesteld. De heer Zwanenburg (S1) wil graag weten welke procedure gevolgd moet worden als de raad wil overgaan tot het aanwijzen van specifieke gevallen.
Pagina 5 van 13
De wens van de wetgever is om de Omgevingsvisie te formuleren. De ingangsdatum is nu gepland op 2025. De heer Zwanenburg (S1) heeft uit eerdere informatie begrepen dat de Omgevingsvisie zou ingaan in 2024 (wellicht heeft het Coronajaar hiermee te maken). Dat lijkt ver weg, maar dit is best een grote operatie waarbij de wetgever volgens hem ook bedoeld heeft dat burgers betrokken gaan worden bij hoe de omgeving ingericht gaat worden. De heer Zwanenburg (S1) denkt dat het goed is om daar niet te lang mee te wachten. De vraag is daarom ook wanneer gestart wordt met het inrichten van de Omgevingsvisie, zodat de raad ook hierover kan meedenken. Mevrouw Vanhommerig (CDA) vraagt of bij de Omgevingswet ook sprake is van uniformiteit tussen gemeenten of de regio Zuid-Limburg. Als namelijk een overdracht van bevoegdheden gedaan zou worden, zou een oneerlijk speelveld kunnen ontstaan tussen de gemeente Simpelveld een collegagemeenten. Ook informeert mevrouw Vanhommerig (CDA) ernaar hoe omgegaan wordt met de al lopende procedures (oude wetten versus de nieuwe Omgevingswet). Met betrekking tot burgerparticipatie wil het CDA graag weten of het college c.q. de raad ook aanwezig is bij buurtbijeenkomsten.
Het CDA wil ook graag weten hoe burgerparticipatie gemeten (kwalitatief, kwantitatief enz.) wordt meegenomen omdat dit wordt meegenomen wordt bij aanvragen van ondernemers of bij de ontwikkelingsplannen van de gemeente. Mevrouw Vanhommerig (CDA) vraagt of voor mensen die nieuw hier komen wonen ook participatie wordt meegenomen, of zij geacht worden om bestaande tradities en situaties te accepteren (bijv. geluidsoverlast, stankoverlast enz.). Het is namelijk vaak zo dat mensen van buitenaf die hier komen wonen problemen krijgen met de omgeving, waar de bestaande ondernemer/stichting/vereniging vervolgens weer problemen door ondervindt. De heer Mevis (ambtenaar) antwoordt met betrekking tot de procedure voor het aanwijzen van specifieke gevallen dat als de raad instemt met dit voorstel, de lijst voor specifieke gevallen als zodanig ook is vastgesteld. De heer Mevis (ambtenaar) kan de opmerking van de heer Zwanenburg (S1) over de Omgevingsvisie volgen en denkt dat op korte termijn met een nieuw eerste procesvoorstel gekomen moet worden. Voor wat betreft de inwerkingtreding van de wet noemt de overheid de datum 31 december 2024 en heeft de heer Mevis (ambtenaar) de datum 1 januari 2025 genoemd. Die datums liggen dus min of meer op hetzelfde moment.
Naar aanleiding van de vragen van het CDA licht de heer Mevis (ambtenaar) toe dat er voor een deel uniformiteit bij dit besluit is tussen gemeenten omdat stukken worden uitgewisseld. Voor een deel is er ook geen uniformiteit omdat het een lokale aangelegenheid betreft. Het lokaal bestuurlijk gezag neemt een besluit. Dat is een consequentie van een wet als deze die het lokaal bestuur meer afwegingsruimte geeft. Het politieke proces is dat de ene gemeente meer zal kiezen voor scenario a en de andere gemeente voor scenario b. De heer Mevis (ambtenaar) heeft wel begrepen dat er over het algemeen een rode draad is en dat de lijsten nagenoeg hetzelfde zijn. Lopende procedures worden afgerond onder de huidige wetgeving. Als het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd voordat de wet inwerking treedt geldt de oude wetgeving en als de inzage na de inwerkingtreding van de nieuwe wet start, geldt de nieuwe wet. Burgerparticipatie is, conform het voorstel, een verplichting die bij de aanvrager wordt gelegd. De vergunning-aanvrager organiseert dan het traject met de buurt c.q. omgeving. Het staat de aanvrager vrij om mensen uit te nodigen waarvan hij of zij denkt dat dit nodig is. De raad hoeft daarbij niet verplicht aanwezig te zijn.
Pagina 6 van 13
Mevrouw Crins (ambtenaar) voegt hieraan toe dat het afhankelijk is van het soort project hoe invulling gegeven wordt aan participatie. Hierbij zal altijd maatwerk mogelijk zijn en kunnen vooraf afspraken gemaakt worden met een initiatiefnemer. Er zal wellicht op enig moment een leidraad komen over hoe men die participatie op een goede manier vorm kan geven. De wetgever laat dat op dit moment helemaal vrij. Volgens de heer Zwanenburg (S1) is de burgerparticipatie bedoeld om ervoor te zorgen dat er zo weinig mogelijk kans is dat mensen bezwaar en beroep gaan indienen. Mevrouw Crins (ambtenaar) antwoordt dat dat een groot misverstand is. Participatie is iets anders dan wat bijv. bij procedures zoals zienswijzen, bezwaar en beroep wordt gedaan. Daar wordt puur juridisch getoetst of een goed en zorgvuldig genomen besluit genomen is, of dat er nog zaken zijn die het bevoegd gezag zou moeten aanpassen. Participatie gaat erover of er een bepaald draagvlak bij de omgeving is voor een initiatief. Hierover is ook al jurisprudentie en de Raad van State is daar ook best wel duidelijk in, namelijk dat participatie geen mee te wegen factor is of het besluit zorgvuldig is genomen. Er is bijv. een uitspraak waarbij de buurt erop tegen was en het college het besluit om het bestemmingsplan vast te stellen heeft ingetrokken.
De Raad van State heeft toen gezegd dat draagvlak geen mee te wegen factor is. Andersom is het zo dat als er voldoende draagvlak is maar het besluit gebrekkig is, dan gaat dat besluit onderuit. De heer Mevis (ambtenaar) denkt dat als een initiatiefnemer een goed participatietraject doorloopt er de facto zienswijzen en bezwaren kunnen worden voorkomen. Als bijv. bij participatie niet die aantallen worden gehanteerd die in het adviesrecht zijn gehanteerd, kan dat zijn omdat het bouwen van 1 woning ruimtelijk, technisch en beleidsmatig gezien niet zoveel impact heeft. Echter, dat kan wel impact hebben voor degene die ernaast woont. Als er een verplichte participatie is waardoor mensen met elkaar in overleg gaan en er gezamenlijk uitkomen (als de buurman bijv. een raam liever op een andere plek wil) is dat wenselijker dan wanneer achteraf bezwaar wordt gemaakt tegen bijv. een raam wat niet op de gewenste plek zit. De heer Zwanenburg (S1) zegt dat hij dat bedoelde met de opmerking dat burgerparticipatie bedoeld is om bezwaren te voorkomen. Met betrekking tot participatie voor nieuwkomers geeft mevrouw Vanhommerig (CDA) een toelichting met een voorbeeld. Als bijv.
iemand uit Amsterdam besluit in Simpelveld te komen wonen om te genieten van de rust en ruimte en die woning ligt in de buurt van de stoomtrein, dan kan het zo zijn dat er vervolgens problemen ontstaan omdat die persoon overlast ervaart van het geluid en de extra treinbewegingen bijv. op zondag. Er kunnen ook wrijvingen ontstaan als een nieuwkomer zijn/haar woning gaat uitbreiden en daardoor dichterbij iets komt waar hij/zij overlast van gaat ervaren. Mevrouw Vanhommerig (CDA) denkt dat het basisbeginsel is om wederzijds begrip voor elkaar te tonen en benadrukt dat iets wat al lang traditie is niet zomaar veranderd kan worden. Als een initiatief wordt ingediend zal altijd met de andere partij(en) in de buurt de dialoog moeten worden gevoerd. Ze kan zich voorstellen dat dat voor nieuwkomers moeilijk kan zijn. In Amsterdam bijv. kennen mensen hun buren vaak niet eens en kunnen er andere tradities, normen en waarden zijn dan hier. De heer Mevis (ambtenaar) licht toe dat als iemand hier komt wonen en geconfronteerd wordt met een initiatiefnemer die een bepaalde ontwikkeling wil gaan doen, dan heeft die persoon eenzelfde positie in het participatietraject als iemand die al lang in de gemeente woont. Hij begrijpt wat mevrouw Vanhommerig (CDA) bedoelt, maar dat is lastig te plaatsen onder de aanwijzing van gevallen zoals die nu voorgesteld worden.
Mevrouw Crins (ambtenaar) merkt op dat het altijd een belangenafweging blijft en dat is aan het college of in sommige gevallen aan de raad. Het draagvlak wat een aanvrager meegeeft speelt daar een rol in, maar het blijft aan het bevoegd gezag om een belangenafweging te maken.
Pagina 7 van 13
De waarnemend burgemeester voegt hieraan toe dat de opmerking van mevrouw Vanhommerig (CDA) te maken heeft met een bestaande situatie en de Omgevingswet heeft niks met een bestaande situatie te maken. Er komt pas actie op het moment dat iemand iets wil veranderen. Bestaande situaties kunnen nooit bekritiseerd worden, tenzij het gaat om wetgeving. Hij benadrukt dat de participatiegraad en het met elkaar in overleg gaan betrekking heeft op nieuwe initiatieven. Mevrouw Vanhommerig (CDA) begrijpt wat de waarnemend burgemeester aangeeft. Desalniettemin is het zo dat als iemand bijv. naast een stoomtrein gaat wonen, deze persoon kan verwachten dat er ontwikkelingen kunnen komen of dat ingespeeld moet worden op andere wet- en regelgeving. De waarnemend burgemeester antwoordt dat er dan iets verandert en iedereen daar weer iets over mag vinden, zowel mensen die al lang hier wonen als mensen die nieuw zijn in de gemeente. 7. Raadsvoorstel Implementatie Omgevingswet diverse onderwerpen De heer Amkreutz (LS) verwijst naar raadsbesluit 2. Bij de uitzonderingen staat dat geen advies van de gemeenteraad is vereist als het college voornemens is de aanvraag om vergunning te weigeren. Leefbaar Simpelveld wil graag weten of de raad wordt geïnformeerd over de afwijzing en de reden daarvoor.
In het raadsvoorstel wordt aangekondigd dat in december een raadsvoorstel komt betreffende het aanpassen van de legesverordening. Leefbaar Simpelveld is erg benieuwd naar de strekking van dit voorstel. Het zou fijn zijn als het college op voorhand al kan aangeven welke richting dit voorstel opgaat. De heer Amkreutz (LS) licht toe dat het plaatsen van een warmtepomp bijv. kostbaar is en de extra legeskosten voor de burger een extra drempel kunnen zijn. Aangezien we midden in een energietransitie zitten en de burgers daarbij zo goed mogelijk willen stimuleren zou het prettig zijn om daar rekening mee te houden. Bij de begrotingsbehandeling zal Leefbaar Simpelveld een amendement presenteren als uitwerking van deze gedachtegang. De heer Zwanenburg (S1) verwijst ernaar dat net gesproken is over de nieuwe Omgevingsvisie en de raad staat op het punt om een aantal besluiten te nemen die in principe de huidige situatie bevestigen. SAMEN 1 vraagt of in het raadsvoorstel kan worden opgenomen dat als de resultaten van de Omgevingsvisie bekend zijn dit opnieuw ter discussie te stellen in de raad. Dat zou de heer Zwanenburg (S1) graag als aanvulling op het raadsvoorstel zien, omdat de Omgevingsvisie wel degelijk invloed kan hebben op hoe omgegaan wordt met de Omgevingswet.
Wethouder Schleijpen licht toe dat geprobeerd wordt om waar mogelijk in de regelingen zoveel mogelijk dezelfde praktijk te blijven aanhouden. Een weigering van een aanvraag wordt nu ook niet expliciet bij de raad gemeld. De wethouder zou het voorstel kunnen doen om deze categorie op te nemen in het VTH-jaarverslag, dat jaarlijks ter kennis wordt gebracht aan de raad, zodat de raad (weliswaar achteraf) dit overzicht ziet. De wethouder wijst er welllicht ten overvloede op dat ook geweigerde vergunningen worden gepubliceerd in d’r Troebadoer. Als er behoefte aan is kan dan ook navraag gedaan worden over reden van de weigering. Wethouder Schleijpen antwoordt dat een airco of warmtepomp een bouwwerk is, waarop de landelijke wet- en regelgeving voor bouwen van toepassing is, waaronder de omgevingsvergunningsplicht en regels van het Bouwbesluit 2012. De gemeente heeft (op dit moment) niet zelfstandig de bevoegdheid om de vergunningplicht af te schaffen, dit wordt landelijk bepaald. Direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft deze systematiek op grond van het overgangsrecht in principe ongewijzigd. De legesverordening van de gemeente Simpelveld is in overeenstemming met de modelverordening van de VNG en hetgeen landelijk gebruikelijk is.
Omdat de legesverordening een raadsbevoegdheid betreft, kan de raad hierin (binnen de wettelijke mogelijkheden) wel zelf andere keuzes maken.
Pagina 8 van 13
Conform de uitgangspunten van de implementatie van de Omgevingswet, is het college voornemens de legesverordening beleidsarm om te zetten naar de Omgevingswet. Het is echter wel mogelijk om bouwwerken van de generieke regeling van bouwleges uit te zonderen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen worden gedaan voor warmtepompen. Wethouder Schleijpen staat hier in principe niet onwelwillend tegenover en zal de suggestie in de overwegingen meenemen. Omdat dit een zeer technische vraag betreft, kan eventueel een uitgebreider antwoord schriftelijk worden toegezonden als dat gewenst is. Als Omgevingsvisie echt resulteert in omissies dan zou het wat de wethouder betreft tot de mogelijkheden moeten kunnen behoren om die te repareren, als dat ook wettelijk en technisch mogelijk is. De heer Mevis (ambtenaar) merkt op dat de Omgevingswet voor iedereen nieuw is, zowel ambtelijk, bestuurlijk als voor aanvragers. Nu ligt dit voorstel voor en wordt daarmee aan de slag gegaan als de raad daarmee instemt. Dat wordt vervolgens gemonitord en geëvalueerd en als daaruit blijkt dat de lijsten niet die efficiency of functionaliteit hebben waarvan gedacht wordt dat ze die wel hebben, zal met een voorstel teruggekomen worden naar de raad om de lijsten aan te passen. De Omgevingsvisie zou daar een heel natuurlijk moment voor kunnen zijn, net zoals het Omgevingsplan.
De heer Meijers (BB) zegt dat de wethouder een gedeelte van de informatie over warmtepompen heeft weggelaten. Hij weet zeker dat in 1 geval de warmtepomp niet als bouwwerk is aangemerkt. Volgens hem is de warmtepomp geen bouwwerk als deze aan de achterkant van de woning en aan de muur bevestigd is. Hij zal dit nog nakijken en eventueel aan het college doen toekomen. Wethouder Schleijpen wacht de informatie van de heer Meijers (BB) af. Dit is een dermate technisch verhaal dat hij de vraag nu niet kan beantwoorden. Mevrouw Crins (ambtenaar) legt uit dat er beleid is over welstandseisen. Als een warmtepomp aan de achterkant van een woning wordt geplaatst en deze niet zichtbaar is vanaf de straat worden geen welstandsvoorwaarden gesteld. Ze benadrukt dat voor een warmtepomp wel altijd een vergunningplicht is. De heer Zwanenburg (S1) merkt op dat het hem niet alleen gaat om de omissies. Uit de Omgevingsvisie kan ook een heel ander beeld komen over wat mensen willen. Hij vraagt of in het raadsvoorstel kan worden opgenomen dat als de Omgevingsvisie door de raad is vastgesteld en vervolgens blijkt dat er aanpassingen nodig zijn, dat dat het moment is om wat nu vastgesteld wordt opnieuw vast te stellen. Wethouder Schleijpen antwoordt dat dat rechtstreeks aansluit bij het zojuist gegeven antwoord en is dat wat hem betreft per definitie ook mogelijk.
De waarnemend burgemeester voegt hieraan toe dat op het moment dat aanpassingen dienen plaats te vinden uit welke invalshoek dan ook, dat niet ter bepaling is op dat moment. Hij is op zoek naar het automatisme waarin de heer Zwanenburg (S1) aangeeft dat dit nu bij het raadsvoorstel moet worden meegenomen. Op het moment dat wetsvoorstellen geïmplementeerd worden in eigen wet- en regelgeving van de gemeente als afgeleide of als direct gevolg van die aanpassing in de wet, dan gebeurt dat altijd. Echter, de waarnemend burgemeester vraagt zich af juridisch juist gehandeld wordt als die toezegging nu gedaan zou worden of als de raad zou besluiten dat dat soort aanpassingen telkens weer automatisch moeten worden overgenomen. De heer Zwanenburg (S1) begrijpt het wettelijk deel, maar het kan ook zo zijn dat bijv. een mandaatregeling wordt afgesproken maar dat uit de visievorming een andere mandaatregeling naar voren komt omdat bewoners dat willen. Dat is niet in de wet geregeld en betekent dat op enig moment opnieuw afspraken met de raad gemaakt moeten worden over hoe daar invulling aan gegeven wordt.
Pagina 9 van 13
De waarnemend burgemeester antwoordt dat dat juist is waar hij op doelde. Op dat moment is het een eigenstandig besluit van de raad of akkoord gegaan wordt met de aanpassing daarvan. In de optiek van de waarnemend burgemeester kan dat niet automatisch ingebakken worden in de besluitvorming zoals die nu voorligt. De heer Mevis (ambtenaar) denkt dat de heer Zwanenburg (S1) eigenlijk bedoelt dat de vaststelling van de Omgevingsvisie een natuurlijk moment is om nog eens te kijken wat besloten is en of dat de lading dekt. Dat begrijpt en heeft hij in zijn beantwoording ook aangegeven. Het is de vraag of het gewenst is om nu al aan te kondigen dat op dat moment een formele evaluatie gedaan wordt. De heer Zwanenburg (S1) merkt op dat dit een beetje kip ei verhaal is. Waar het hem om gaat is dat als uit de Omgevingsvisie bepaalde dingen naar voren komen waarvan de raad zegt dat die aangepast moeten worden, dan niet de belemmering komt en ernaar verwezen wordt dat in 2022 een besluit genomen is wat niet teruggedraaid kan worden. De heer Mevis (ambtenaar) benadrukt dat dat niet de intentie is bij het nemen van dit besluit. De Omgevingsvisie kan een aanleiding zijn, maar er kunnen ook andere aanleidingen zijn om de lijst aan te passen nog voordat de Omgevingsvisie voorligt. De lijst is een raadsbesluit en kan op elk gewenst moment aangepast worden.
AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING De fracties BurgerBelangen, Leefbaar Simpelveld, Lokaal Actief, CDA en SAMEN 1 gaan unaniem hiermee akkoord. 8. Raadsvoorstel Herziening bestemmingsplan Buitengebied 2021 De heer Zwanenburg (S1) verwijst naar zienswijze 3 waarin is aangegeven dat indiener van mening is dat het schrappen van de regeling voor bijbehorende bouwwerken in het specifieke geval van het bungalowpark geen correctie van een omissie is maar een beleidswijziging, omdat de huidige planologische regeling wel in een dergelijke bouwmogelijkheid voorziet. De reactie van de gemeente is: ‘Het vasthouden aan het voornemen bijv. zou betekenen dat het bestendig beleid wat de gemeente voert om aangebouwde bergruimten tot 100 m2 incl. recreatiewoning toe te staan onbedoeld en onnodig verzwaren’. De heer Zwanenburg (S1) vraagt waar die verzwaring uit bestaat en waar dat teruggevonden kan worden. Ook staat in de reactie van de gemeente: ‘Voor het bouwen van vrijstaande bergingen zien wij evenwel overeenkomstig onze langjarige rechtstoepassing binnen de stedenbouwkundige opzet van het park geen ruimte’. De heer Zwanenburg (S1) vraagt waar de stedenbouwkundige opzet teruggevonden kan worden. De heer Amkreutz (LS) verzoekt om een toelichting over het feit dat de uitzonderingspositie voor duivenhokken verdwijnt.
Wethouder Schleijpen antwoordt dat de regeling voor duivenhokken steeds uit oude bestemmingsplannen is overgenomen. Vroeger was er meer maatschappelijke behoefte aan het houden van duiven. Er blijkt nu geen noodzaak meer om speciaal voor duivenhokken een aparte regeling te hebben. Omdat een duivenhok een bouwwerk is, wordt sowieso al getoetst aan de regeling voor bouwwerken. Voor duivenhokken zou dan aanvullend nog een andere regeling blijven gelden. Dit ziet het college als onnodige regeldruk. Met andere woorden het feit dat de duivenhokken-regeling vervalt, wil niet zeggen dat duivenhokken niet meer zijn toegestaan. De heer Mevis (ambtenaar) licht toe dat in het bestemmingsplan het voorstel stond om de regeling bijbehorende bouwwerken in te trekken voor de generieke bestemmingen. De zienswijze van het bungalowpark is dat hun dan bouwrechten worden ontnomen.
Pagina 10 van 13
Het idee van de gemeente was dat als de regeling voor bijbehorende bouwwerken voor de verschillende bestemmingen geschrapt zou worden, er ruime mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen overblijven. Dat gold niet voor het bungalowpark omdat vergunningsvrij bouwen op het bungalowpark niet kan. Dat moet gerepareerd worden. Met de beantwoording van de zienswijze is beoogd dat de oude situatie in de nieuwe situatie terugkomt. Dat betekent dat de bovengrens van wat op het groenpark mogelijk is 100 m² voor bungalows incl. aangebouwde bergruimtes bedraagt. Mevrouw Crins (ambtenaar) antwoordt dat het bestemmingsplan eigenlijk de stedenbouwkundige planopzet van een bepaald gebied is. In het bestemmingsplan staan de regels die de gemeente (de raad) stedenbouwkundig aanvaardbaar acht. Op het moment dat daarvan afgeweken moet worden, moet ook gemotiveerd kunnen worden of dat stedenbouwkundig aanvaardbaar is. Er is dus niet direct een stedenbouwkundig plan of opzet, dat volgt uit de feitelijke situatie ter plaatse en hetgeen het bestemmingsplan toelaat. De heer Zwanenburg (S1) informeert ernaar of in het verleden in een bestemmingsplan stond dat geen los bouwwerk mocht worden gerealiseerd. Hij heeft via het geruchtencircuit namelijk gehoord dat dat de bouwmeester dat niet aanvaardbaar achtte.
In dit geval dus dat het meer ging om het ethisch deel waarom het niet mocht en niet omdat het bestemmingsplan-technisch niet mocht. Daardoor heeft hij nu het gevoel dat iets wat door de bouwmeester is aangeleverd, nu via deze constructie wordt goedgekeurd. Mevrouw Crins (ambtenaar) deelt mee dat er een kleine overlap is tussen esthetica (welstand) en wat stedenbouwkundig aanvaardbaar is. In beide gevallen gaat het over indeling van gebouwen en omgeving, maar het is niet hetzelfde. Het bestemmingplan laat nu helemaal geen bebouwing toe, wat betekent dat elke keer als iemand iets wil bouwen van het bestemmingsplan (de stedenbouwkundige opzet die er ligt) moet worden afgeweken. Vanuit stedenbouwkundige opzet heeft het park een bepaalde uitstraling en is bij het inrichten van het park een bepaalde opzet gerealiseerd. Dat is de reden waarom losse bouwwerken in beginsel niet zijn toegestaan. Het komt wel ermee overeen dat de dorpsbouwmeester dit vanuit welstand niet aanvaardbaar achtte. Er is dus een kleine overlap, maar het zijn twee verschillende dingen. AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING De fracties BurgerBelangen, Leefbaar Simpelveld, Lokaal Actief, CDA en SAMEN 1 gaan unaniem hiermee akkoord. 9.
Raadsvoorstel Vrachtwagen buitendienst De heer Honings verwijst naar pagina 1 van het raadsvoorstel waar staat dat de vrachtwagen wordt gebruikt voor het opschonen van meerdere in- en uitstroomvoorzieningen en verzoekt om een toelichting. Op pagina 1 van het raadsvoorstel staat ook dat de vrachtwagen extra wordt ingezet voor het project Delta Fiber. De heer Honings (S1) vraagt waarom de gemeentelijke vrachtwagen hiervoor ingezet wordt. Staat hier iets tegenover of wordt deze door Delta ingehuurd? Op pagina 3 en 4 van het raadsvoorstel staat dat aanbestedings-technisch gezien aan de raad wordt voorgesteld om de aanbesteding gezien de complexiteit/specialisme voor een bedrag ad € 6K uit te besteden. De heer Honings (S1) verwijst ernaar dat een offerte is opgevraagd voor een bepaald type vrachtwagen en wil graag weten waarom deze aanbesteding dan nog uitbesteed moet worden. De heer Seroo (LA) informeert ernaar of een leaseconstructie ook tot de mogelijkheden behoort, of dat deze al is meegenomen bij de inhuur-optie?
Pagina 11 van 13
De heer Amkreutz (LS) merkt op dat het Leefbaar Simpelveld bevreemdt dat het uurtarief van de vrachtwagen incl. chauffeur berekend wordt op € 72,- excl. btw. In het rapport van de rekenkamercommissie van 23 juli 2011 werd het uurtarief van de vrachtauto gesteld op € 104,31. De fractie verzoekt het college dringend om na te gaan waardoor de uitkomsten zoveel van elkaar verschillen, zodat geen appels met peren vergeleken worden. De volgende vraag sluit aan bij de opmerking van de heer Honings (S1). De vrachtwagen wordt ingezet voor andere werkzaamheden. De heer Amkreutz (LS) vraagt of dat betekent dat daar ruimte voor is en wil graag weten welke tarieven daarvoor gehanteerd worden. Ook Leefbaar Simpelveld wil graag weten of de optie leasen meegenomen is om een totale vergelijking te kunnen maken. De heer Meijers (BB) informeert ernaar wat de restwaarde van de vrachtwagen is en waarom die niet meegenomen is in de berekening. Ook wil de heer Meijers (BB) graag weten of de vrachtwagen ook wordt gebruikt voor gladheidbestrijding en zo ja, wat de besparing is als er geen inhuur hoeft plaats te vinden. Wethouder Schleijpen antwoordt dat de optie leasen aan de voorzijde weliswaar intern besproken is, maar niet verder uitgewerkt en daarom niet in het voorstel is opgenomen.
De redenen hiervoor zijn onder andere de hogere verwachte rentelasten, kosten en eventuele (operationele) beperkingen bij leasen ten opzichte van aankoop. De containerwagen bijv. is maatwerk en geen standaard product. Dat maakt het op dat onderdeel al een stuk moeilijker om te leasen, omdat dat ten koste gaat van de beoogde functionaliteit. De restwaarde van de huidige vrachtwagen wordt momenteel geraamd op een bedrag ad € 30K. Deze restwaarde is in de berekening niet meegenomen omdat de huidige vrachtwagen bij een positief besluit minimaal tot begin Q1 2024 wordt ingezet. Aan de voorzijde is nu nog niet te voorzien wat de restwaarde dan zal zijn. De daadwerkelijke restwaarde wordt te zijner tijd (als met voorliggend voorstel wordt ingestemd) in mindering gebracht op de totale investering. De huidige vrachtwagen wordt niet ingezet voor de gladheidbestrijding. De raad heeft er namelijk mee ingestemd om de gladheidsbestrijding vanaf Q4 2022 geheel aan RD4 uit te besteden. Wethouder Schleijpen licht toe dat de vrachtwagen per definitie niet wordt ingezet voor werkzaamheden voor derden. De passage in de tekst heeft te maken met het feit dat de gemeente een samenwerkingsovereenkomst heeft met Delta Fiber.
In deze samenwerkingsovereenkomst zijn onderling meerdere afspraken vastgelegd en één van die afspraken is dat de gemeente enkel en alleen verantwoordelijk is voor de aan-en afvoer van inboet c.q. restmaterialen. Als bijv. materialen nodig zijn om trottoirs te herstellen worden de materialen die daarmee samenhangen aan- resp. afgevoerd. De aanbesteding is dermate specialistische dat daar ook specialistische kennis voor nodig is. Wethouder Schleijpen legt uit dat met het opschonen van in- en uitstroomvoorzieningen vooral rioolachtige werkzaamheden, werkzaamheden bij duikers, beken en daar waar zaken dichtslibben en materialen afgevoerd en aangevoerd moeten worden enz. bedoeld worden. In het voorliggend voorstel wordt het uurtarief incl. chauffeur inderdaad gedeeltelijk met andere uitgangspunten en rekenmethoden berekend. In het voorstel worden voor de berekening van het uurtarief uitsluitend de directe kosten meegenomen (deze kosten zijn terug te vinden op bladzijde 5 in de tabel: kostenraming inzet eigen vrachtwagen). De indirecte kosten ofwel de overheadkosten zijn in deze berekening niet meegenomen, met als achterliggende gedacht dat de gemeente deze kosten grotendeels altijd zal maken, ook als er geen eigen vrachtwagen zou zijn en anderzijds omdat al de gemeenten de overheadkosten al sinds enkele jaren niet meer toerekenen en doorberekenen.
Pagina 12 van 13
In het rekenkamercommissierapport is er destijds voor gekozen om een berekening op te stellen waarin de indirecte c.q. overheadskosten (incl. opslagen) wel in de berekening van het uurtarief zijn meegenomen. Dat leidt tot een verscheidenheid van de uurtarieven. Ook wordt in het voorstel gerekend met 1.440 inzetbare uren, terwijl in het rekenkamercommissierapport met 1.300 inzetbare uren wordt gerekend. Kijkend naar het rekenkamercommissierapport worden twee berekeningen gedaan. Eén met toeslagen en één zonder toeslagen. In de berekening zonder toeslagen komt het tarief met chauffeur uit op circa € 79,-. In deze berekening zit een verschil met de berekening in het voorliggende raadsvoorstel. In het rapport worden toch nog opslagen meegeteld voor kleine vervoermiddelen, gereedschappen en algemene kosten. Zou uitgegaan worden van de directe netto kosten dan bedragen de kosten voor de vrachtwagen in het rekenkamercommissierapport € 45.363,-. Als dat door 1.300 uur gedeeld zou worden, zou dat afgerond € 35,- betekenen. Als dat door 1.440 uur gedeeld zou worden (zoals in het raadsvoorstel) zou dat € 31,50 betekenen. Plus de loonkosten rekenkamercommissierapport (excl. toeslagen) € 33,23. Opgeteld zouden de kosten excl. alle toeslagen € 68,12 bedragen en € 64,73 bij 1.440 uur. Eigenlijk moeten de kosten van € 68,- afgezet worden tegen de kosten in het raadsvoorstel van € 72,-.
De heer Amkreutz (LS) vindt het jammer dat burgers wel de overhead moeten betalen als er leges betaald moeten worden voor een vergunning, alleen in dit geval niet. Wethouder Schleijpen antwoordt dat dat een heel ander hoofdstuk is dan het voorliggende voorstel. Los van de kosten is de wethouder van mening dat het van belang is dat het prevaleert om de buitendienst te equiperen op een manier die de kwaliteit van de dienstverlening zeer positief beïnvloedt. Dat heeft meerwaarde voor de burgers en ook voor de medewerkers van de buitendienst. Wethouder Schleijpen is dan ook een voorstander van een eigen vrachtwagen. De heer Crijns (ambtenaar) licht toe dat, kijkend naar het investeringsbedrag een openbare aanbesteding gedaan zal moeten worden. Iedereen kan inschrijven op een openbare aanbesteding. Om ervoor te zorgen dat zo goed mogelijk daarop ingeschreven gaat worden en omdat de gemeente daar geen expert in is en ook niet 1 op 1 de specificatie in de offerte kan gaan overnemen is het voorstel om dit uit te besteden aan een partij die daar specialisme in heeft, ook met het achterliggende idee dat dan efficiënter kostentechnisch aanbesteed kan gaan worden. De heer Honings (S1) vraagt of het een verplichting voor de gemeente is om die aanbesteding te gaan doen.
De heer Crijns (ambtenaar) antwoordt dat kijkend naar het bedrag en de aanbestedingswet boven het bedrag uitgekomen wordt waarvoor openbaar aanbesteed moet worden. Als onderhands aanbesteed wordt is een eenvoudige werkbeschrijving voldoende, maar onderhands aanbesteden is in dit geval niet mogelijk. AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING De fracties BurgerBelangen, Leefbaar Simpelveld, Lokaal Actief, CDA en SAMEN 1 gaan unaniem hiermee akkoord. 10. Sluiting vergadering De voorzitter sluit de vergadering om 20.45 uur.
De griffier,
De voorzitter,
De heer bc. F.G. Simons
Mevrouw D. Honings Pagina 13 van 13