CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Notulen vergadering Raadscommissie GGZ d.d. 23 april 2024

Commissie BZ-MID-GGZ 27 juni 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Vaststelling notulen Raadscommissie Middelen (MID) d.d. 4 juni 2024, Raadscommissie Burgerzaken (BZ) d.d. 4 juni 2024 en Raadscommissie Grondgebiedzaken (GGZ) d.d. 23 april 20245.966 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen vergadering Raadscommissie Grondgebiedzaken (GGZ) ___________________________________________________________________________ Datum: Locatie: Tijd: Aanwezig:

23 april 2024 Raadszaal gemeentehuis Simpelveld 19.00 uur De heer R. Kisters voorzitter De heer bc. F. Simons griffier Mevrouw S. Scheepers burgemeester De heer W. Schleijpen wethouder De heer Th. Gulpen wethouder Mevrouw A. Ernes wethouder De heer H. Hodinius wethouder De heer J. Meijers BurgerBelangen (BB) Mevrouw F. Clignet BurgerBelangen (BB) De heer J. Thomas LEEFBAAR De heer K. Paffen LEEFBAAR De heer G. Seroo Lokaal Actief (LA) De heer J. Boltong Lokaal Actief (LA) De heer J. Ortmans CDA De heer M. Biermans CDA De heer R. Honings SAMEN1 (S1) De heer K. Bremen SAMEN1 (S1) De heer J. Degens ambtenaar De heer E. Hupperetz ambtenaar De heer M. Mevis ambtenaar Mevrouw R. Bartholomé notulist Gastsprekers: De heer J. Smolenaers Grenspaal 12 De heer R. van Bochove SPIE __________________________________________________________________________ Agenda 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

Opening en mededelingen Vaststelling agenda Vaststelling notulen Raadscommissie Grondgebiedzaken (GGZ) van 7 maart 2024 Actielijst Grondgebiedzaken Stand van zaken projecten Presentatie Beleidsplan openbare verlichting door Jeroen Smolenaers (Grenspaal 12) en Ruben van Bochove (SPIE) Raadsvoorstel Beleidsplan openbare verlichting 2024 t/m 2027 Raadsvoorstel Omgevingsvergunning aanleg Parkstadroute deeltraject 5: afgeven verklaring van geen bedenkingen Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Stationsomgeving Simpelveld Spoorpark fase 2 Sluiting vergadering

1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom.

Pagina 1 van 12

2. Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Vaststelling notulen Raadscommissie Grondgebiedzaken (GGZ) van 7 maart 2024 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 4. Actielijst Grondgebiedzaken Er zijn geen vragen of opmerkingen . 5. Stand van zaken projecten 5. Revitalisering Dorpshart Bocholtz De heer Paffen (LEEFBAAR) verwijst ernaar dat op 21 december de eindvaststelling van de subsidies is ingediend en informeert ernaar of er inmiddels nieuwe ontwikkelingen in dit kader zijn. 4. Romeins verleden tastbaar en beleefbaar maken De heer Ortmans (CDA) vraagt of het mogelijk is om de Interregsubsidieaanvraag in te zien. 16. Lokale en regionale woonvisie Het CDA wil graag weten of er meerkosten zijn ontstaan bij de aanleg van de kelders voor waterberging 17. 6. MFC Op de Boor Het college probeert al enkele jaren een ondernemer te zoeken die het restaurant gaat exploiteren. Dit schijnt echter een onmogelijke missie te zijn. De Heemkundevereniging is op zoek naar een nieuwe en grotere locatie en er hebben reeds gesprekken met het college plaatsgevonden. De heer Honings (S1) vraagt of het college mee wil werken aan de nieuwe invulling. Als dan ook een kleinschalig VVV-kantoor daar ondergebracht kan worden ontstaat er een win-win situatie: een goed onderkomen voor de Heemkundevereniging (die dat ook verdient) en het toerisme in de gemeente wordt gepromoot. 9.

Wijkzorgzcentrum Bocholtz (voormalig bejaardenhuis) De verkenning met onder andere het financieel haalbaarheidsonderzoek is lopende en vóór eind mei worden de resultaten verwacht. De heer Honings (S1) vraagt of het college al kan meedelen welke partijen betrokken zijn. 5. Revitalisering dorpshart Bocholtz – beantwoording wethouder Schleijpen De ingediende eindrapportage voor het ontvangen van de Regio Deal-subsidie is door de Bestuurscommissie Economie & Toerisme van de Stadsregio Parkstad Limburg beoordeeld en goed bevonden. De subsidie is dientengevolge door de stadsregio definitief vastgesteld. 16. Lokale en regionale woonvisie – beantwoording wethouder Schleijpen De aanleg van de waterbufferkelders in de Schilterstraat heeft tot op heden niet voor meerkosten gezorgd. Wel heeft er, doordat een deel van het kabeltracé niet op de aangegeven positie lag, een allocatie van een gedeelte van het budget plaatsgevonden ten behoeve van het verplaatsen van deze kabels. 9. Wijkzorgzcentrum Bocholtz (voormalig bejaardenhuis) – beantwoording wethouder Schleijpen Zoals eerder gezegd zijn Krijtland Wonen, Meander en de gemeente hierbij betrokken. De partijen verkennen het traject nu samen met een adviseur.

Pagina 2 van 12

4. Romeins verleden tastbaar en beleefbaar maken – Beantwoording wethouder Hodinius De Interegsubsidieaanvraag Romeinse beleving op internationaal niveau’ is vandaag in het college besproken en zal op korte termijn naar de raad en commissie gestuurd worden. 6. MFC Op de Boor – beantwoording wethouder Hodinius Zoals eerder gezegd is de gemeente nog steeds in gesprek met Streetwise om te kijken of een ondernemer enthousiast gemaakt kan worden voor exploitatie van een horecavoorziening in Op de Boor. Op dit moment voert Streetwise gesprekken in de eerste fase met twee gegadigden. Voordat verder gesproken wordt met deze gegadigden over hun concrete belangstelling, worden deze gesprekken eerst afgewacht. Zo lang de gesprekken lopen, kunnen daar verder geen mededelingen over gedaan worden. Er is regelmatig overleg met Streetwise, waarbij ook is aangegeven dat Op de Boor de hoofdspot is voor de werkzaamheden die Streetwise voor de gemeente verricht. Er zit dus een behoorlijke druk op de ketel om toch tot invulling van dit pand te komen. De heer Honings (S1) vindt het fijn om te horen dat er weer gegadigden zijn, maar de gemeente is al jaren bezig om een exploitant te vinden en er komen steeds weer nieuwe gegadigden.

Hij stelt voor om de gesprekken met deze twee gegadigden nog af te wachten (SAMEN1 hoopt natuurlijk op een positief resultaat), maar dat daarna stappen ondernomen worden om eindelijk een keer invulling te geven aan het pand. De aankoop van het pand is niet goedkoop en daarnaast zijn er behoorlijke huurlasten voor een exploitant. In de visie van SAMEN1 is dat een schier onmogelijke opgave. De heer Honings (S1) hoopt een toezegging te krijgen dat deze twee gegadigden nog afgewacht worden, maar dat in elk geval verdergegaan wordt met het pand. Wethouder Hodinius antwoordt dat de situatie ook helder is voor het college, maar dat het college met het oog op de revitalisatie van de kern Bocholtz voorlopig bij het standpunt blijft. Dat is ook gedeeld met een behoorlijke afvaardiging van de Heemkundevereniging. Er zijn zeker kosten gemaakt en er liggen huurkosten op het pand. Dat kan allemaal onderdeel zijn van de onderhandelingen met een beoogd exploitant. Als de gemeente verenigingen in het pand onderbrengt, is dat ook voor een stuk gerelateerd aan een huurovereenkomst op subsidiebasis. Het uitgangspunt is niet dat huur gevraagd wordt en dat de gemeente dat vervolgens gaat subsidiëren, want dan blijven de lasten hetzelfde. Ook dat is gecommuniceerd richting de Heemkundevereniging. Wethouder Hodinius hoopt net als SAMEN1 dat dit jaar gekomen wordt tot een exploitant.

Hij zou er heel erg blij mee zijn als in Op de Boor een mooie horecalocatie gemaakt zou kunnen worden. De heer Honings (S1) hoopt ook van harte dat een horecaondernemer op deze locatie komt. Hij vindt wel dat als de huidige twee gegadigden afvallen, de Heemkundevereniging een eerlijke kans moet krijgen om zich in Op de Boor te gaan huisvesten. Het zou ook ten goede van de gemeente komen om het toerisme daar op een hoger niveau te krijgen en het is heel fijn als de mooie zaken die de Heemkundevereniging heeft, aan toeristen kunnen worden getoond. Dat in combinatie met een klein VVV kantoortje zou alleen een win-win situatie opleveren. Als mensen het VVV kantoortje bezoeken, kunnen ze horen en meteen zien welke mooie dingen er binnen de gemeente zijn. 6. Presentatie Beleidsplan openbare verlichting door Jeroen Smolenaers (Grenspaal 12) en Ruben van Bochove (SPIE) De heer Meijers (BB) verwijst naar de grafiek met het energieverbruik per lampsoort. Die cijfers kunnen volgens hem niet kloppen. Als de cijfers wel kloppen, is er geen verdienmodel. Er wordt namelijk hetzelfde voor zowel PL lampen als LED lampen aangegeven. De PL lampen zouden echter minimaal 3 keer zoveel moeten verbruiken als de LED lampen.

Pagina 3 van 12

De heer Van Bochove (SPIE) laat een tabel zien waarin de jaartallen fictief zijn (het betreft niet Simpelveld, maar percentages uit een regulier bestand). In 2010 zijn nog geen LED lampen te zien, maar PL-, SOX- en SON lampen . De SOX- en SON lampen zijn vooral de energievreters met hoge vermogens. In 2024 is 41% LED verlichting te zien (zoals ook in het plan staat) en nog steeds dezelfde hoeveelheid PL lampen. Alle LED lampen zijn in de plaats gekomen voor de hoge vermogens SON- en SOX lampen. In de oude situatie speelt LED nog geen rol en het vermogen van de totale optelsom van alle lampen was in het verleden hoger dan nu. Bij de interpretatie van de heer Meijers (BB) is rekenkundig uitgegaan van de hogere vermogens (wat ook correct is), maar dat wordt vervolgens omgeslagen naar de huidige situatie en dat kan niet. De heer Meijers (BB) zegt dat dat niet klopt. 50% zijn PL lampen en 41% zijn LED lampen. Er is 80% verbruik over voor deze 2 lampen, maar PL lampen verbruiken 3 keer zoveel stroom als LED lampen. Nu wordt gesteld dat dat 46% en 37% wordt. Dat betekent dat er staat dat de LED lamp en de PL lamp evenveel verbruiken. De heer Van Bochove (SPIE) onderschrijft dat PL lampen 3 keer zoveel verbruiken als LED lampen. Hij wil dit graag toelichten.

De heer Meijers (BB) zegt bij interruptie dat dit maatgevend is en dat de heer Van Bochove (SPIE) het volgens hem verkeerd geïnterpreteerd heeft. De voorzitter deelt mee dat de heer Meijers (BB) de gelegenheid heeft om vragen te stellen, maar als echt in detail getreden wordt, verzoekt hij dat achteraf te bespreken en om niet nu in discussie te gaan. De heer Meijers (BB) vraagt vervolgens of de LED lampen die al geïnstalleerd zijn, gedimd kunnen worden. De heer Van Bochove (SPIE) licht toe dat een LED lamp in een bestaande armatuur niet gedimd kan worden. Daarvoor zou eerst een component ingebouwd moeten worden. De heer Meijers (BB) informeert ernaar of de LED lampen per wijk vervangen worden aan het einde van de looptijd of apart. De heer Van Bochove (SPIE) antwoordt dat bij vervanging gekeken wordt naar de leeftijd van de lampen (20 jaar). Als in de afgelopen periode wijkgericht gewerkt is, dan gebeurt dat bij vervanging ook. De heer Meijers (BB) bedankt de heer Van Bochove (SPIE) voor de antwoorden, maar is het niet met hem eens over het antwoord op de eerste vraag. De voorzitter stelt voor dit na de vergadering eventueel te bespreken met de betreffende portefeuillehouder en de heren die de presentatie hebben gegeven. De heer Thomas (LEEFBAAR) wijst erop dat twee aannames zijn gemaakt over de financiën.

Er is een scenario geschetst zonder indexering en een scenario waarin de prijzen van energie de komende jaren zullen dalen. Dat vindt hij twee gewaagde veronderstellingen. De heer Thomas (LEEFBAAR) zou zich kunnen voorstellen dat scenario’s gemaakt worden voor de indexering met een gemiddeld inflatiepercentage van 2 à 3% (wat de laatste jaren gebruikelijk was) en een scenario dat eventueel anticipeert op een oorlogssituatie waarin het explodeert.

Pagina 4 van 12

Daarnaast zijn de energieprijzen vanaf 2019 explosief gestegen. Ook hier zou hij zich kunnen voorstellen dat een tweede scenario gemaakt wordt om te kunnen vergelijken wat de effecten in financieel opzicht zijn. De heer Van Bochove (SPIE) antwoordt dat dit mogelijk is. De ervaring leert alleen dat als de indexatie direct in het model verwerkt wordt en geprobeerd wordt om duidelijk te maken wat het effect is van maatregelen, door de bomen het bos niet meer gezien wordt. Indexatie betekent per definitie dat het budget omhoog gaat. Als dat vergeleken moet worden tussen scenario 1 en scenario 2 waarbij bijvoorbeeld energie bespaard wordt, ontstaat door de indexatie toch de indruk dat de budgetten alleen maar oplopen ondanks het feit dat gekozen wordt voor het vervangen naar LED lampen. De insteek bij dit soort plannen is om duidelijk te maken wat het effect is van de scenario’s door geen indexatie en prijsvariaties mee te nemen. Als een scenario gekozen is en men meer gevoel wil krijgen hoe de toekomst er uit gaat zien, dan is het een goed idee om daar een scenario overheen te leggen. De heer Van Bochove (SPIE) heeft de ervaring dat dat geen goed idee is in deze fase waarin een keuze gemaakt moet worden. De heer Paffen (LEEFBAAR) wijst erop dat de bestaande lampen niet meer leverbaar zijn en vraagt of er nog een voorraad is als deze nu defect raken, of dat er een noodscenario is.

De heer Van Bochove (SPIE) antwoordt dat de markt daarop geanticipeerd heeft. Op het moment dat zo’n lamp kapot gaat, is een LED vervanger beschikbaar (dan moet wel nog een kleine aanpassing in de armatuur gedaan worden). Dan is er wel direct een besparing maar, zoals in de presentatie aangegeven, gebeurt dat elke keer incidenteel wat met zich meebrengt dat de kosten vele malen hoger zijn dan wanneer alles in één keer vervangen wordt. De heer Seroo (LA) merkt op dat de Europese normen zijn aangescherpt en informeert ernaar of de normen voor het buitengebied hierin zijn meegenomen en zo ja, welke invloed dit voor het buitengebied heeft. De heer Van Bochove (SPIE) licht toe dat de normen voor verlichting zowel voor het binnengebied als het buitengebied gelden. De gemeente is niet verplicht om te verlichten, maar als verlicht wordt dient men zich te gedragen als een goed huisvader en is het gebruikelijk om de norm te hanteren. De heer Smolenaers (Grenspaal 12) voegt hieraan toe dat in de regel is vastgesteld dat het buitengebied niet verlicht wordt, tenzij. Dat is de strengste norm die gehanteerd kan worden. Er zijn normeringen over verlichting in het buitengebied zonder schade toe te brengen aan flora en fauna, maar als het buitengebied niet verlicht wordt, zit men daar altijd onder. De heer Bremen (S1) merkt op dat alleen het scenario effectief en duurzaam is uitgewerkt.

Hij informeert ernaar of ook andere scenario’s zijn uitgewerkt, bijvoorbeeld regulier vervangen van een kapotte lamp of een mast en zo ja, of die scenario’s ook beschikbaar zijn. De heer Van Bochove (SPIE) antwoordt dat in het beleidsplan drie scenario’s benoemd zijn, namelijk doorgaan op de oude voet en twee scenario’s met verschillende vervangingsmomenten. Uit die scenario’s komt eigenlijk structureel terug dat de meest economische en duurzame keuze is om alles te vervangen. De heer Bremen (S1) mist de financieel uitgewerkte scenario’s bij de stukken. De heer Smolenaers (Grenspaal 12) antwoordt dat er bewust voor gekozen is om deze bijlagen niet toe te voegen omdat dit (zoals uitgewerkt in het beleidsplan en aangegeven door de heer Van Bochove) zowel energie- als kostentechnisch als voordeligste eruit gekomen is. Hij zegt toe de bijlagen alsnog beschikbaar te stellen.

Pagina 5 van 12

De heer Bremen (S1) vraagt of € 0,14 en € 0,17 waar mee gerekend is, de huidige prijzen zijn. De heer Van Bochove (SPIE) bevestigt dat dit de prijzen zijn van de huidige leverancier. De heer Bremen (S1) verwijst ernaar dat in het stuk staat dat SPIE in principe de enige leverancier is en informeert ernaar of dat juist is. De heer Smolenaers (Grenspaal 12) licht toe dat SPIE een partij is die sinds jaar en dag beherend onderhoud doet voor de gemeente en als geen ander kennis in pacht heeft over het areaal. Er zijn wel andere aanbieders, maar dat zijn geen partijen die in aanmerking komen hiervoor omdat ze een kennisachterstand hebben en niet de diepgang en service die SPIE wel heeft. Daardoor is SPIE de enige reële gegadigde om deze aanbieding te laten uitvoeren. De heer Thomas (LEEFBAAR) merkt op dat de fractie bij de voorbereiding van het stuk dezelfde vraag had als de heer Bremen (S1). Die vraag is niet gesteld omdat verwezen wordt naar artikel 3.7 van de Nota I&A en omdat er een CPV-code is met veel cijfers. LEEFBAAR heeft daarbij de indruk gekregen dat SPIE over een dermate expertise beschikt, dat er in feite in de markt geen partij is die kan concurreren en een rol spelen in de aanbesteding. Hij vraagt of dat juist geïnterpreteerd is. De heer Smolenaers (Grenspaal 12) bevestigt dit. 7.

Raadsvoorstel Beleidsplan openbare verlichting 2024 t/m 2027 De heer Meijers (BB) merkt op dat heel veel energie bezuinigd gaat worden door de LED verlichting, maar er wordt veel meer energie bezuinigd. In principe wordt namelijk 2,7 keer zoveel bespaard aan primaire energie (energie waar het licht mee gemaakt wordt). Men moet zich realiseren dat dat veel hogere getallen zijn. De heer Bremen (S1) verwijst ernaar dat SPIE meeschrijft aan het beleidsplan, adviseert om alle armaturen in één keer te vervangen (een investering van ruim een half miljoen) en vervolgens de opdracht gegund krijgt zonder dat er een aanbestedingsprocedure gevolgd wordt. SPIE heeft hier volgens SAMEN1 een direct financieel belang bij. De heer Bremen (S1) informeert ernaar of in dit geval geen sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling. SAMEN1 wil graag weten waarom het huidige beleidskader niet is opgesteld conform het vorige, wat volgens de fractie veel duidelijker was. De heer Bremen (S1) vraagt of het college kan aangeven welke van de negen argumenten van de afwijkingsmogelijkheden van toepassing is/zijn. De heer Bremen (S1) vraagt of de Europese aanbestedingsregels van toepassing zijn. Ook wil hij graag weten of deze aanbesteding gekwalificeerd wordt als een dienst, werk of levering en welke CPV-code hiermee gemoeid is.

Wethouder Gulpen antwoordt dat in het stuk aangegeven is waarom het college voor SPIE gekozen heeft, namelijk vanwege hun specifieke kennis en omdat bij andere partijen het risico zou zijn dat de materialen toch geleverd zouden worden via SPIE. Hij begrijpt enigszins de gedachte van SAMEN1 dat de slager zijn eigen vlees keurt, maar er is gekeken naar wat het beste is voor de gemeente. De heer Degens (ambtenaar) licht toe dat de CPV-code in het raadsvoorstel staat. Omdat dit een werk is, wordt niet aan de Europese grens gekomen.

Pagina 6 van 12

Met betrekking tot de afwijkingsbevoegdheid staat in paragraaf 3.7 van het inkoop- en aanbestedingsbeleid type 6. Dat heeft te maken met de opdracht en krapte op de markt. Zoals al is toegelicht is SPIE verreweg de grootste speler in de markt en eigenlijk ook de enige serieuze partij voor de gemeente. Uit de praktijk blijkt dat als met een andere partij in de aanbesteding aan de slag gegaan wordt, deze partij toch via een omweg als onderaannemer SPIE in de armen neemt. De marktsituatie is dat bijna gesproken kan worden van een monopolie in Zuid-Limburg. Wethouder Gulpen zegt dat ervoor gekozen is om het nieuwe beleidsplan op deze manier op te stellen, omdat het college van mening was dat dit juist duidelijker was. De heer Bremen (S1) legt uit dat het niet zozeer is dat SAMEN1 SPIE geen goede kandidaat vindt, maar dat nu het beeld geschetst wordt dat SPIE de enige partij is die dit kan uitvoeren voor de gemeente. Als dat niet zo is, heeft de gemeente straks een probleem met de aanbestedingsprocedure. Volgens SAMEN1 is dit geen werk maar eerder een levering, omdat het niet gaat om vervanging van de volledige lantaarnpalen maar alleen de lampen. De heer Bremen (S1) verzoekt dit na te vragen bij de accountant. Wethouder Gulpen zegt toe dit na te vragen.

De heer Bremen (S1) maakt de kanttekening dat SAMEN1 akkoord gaat met agenderen van dit voorstel voor de raadsvergadering, onder voorbehoud dat de vragen beantwoord worden voor de raadsvergadering. AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING - De fracties SAMEN1, BurgerBelangen, LEEFBAAR, CDA en Lokaal Actief gaan unaniem hiermee akkoord. 8. Raadsvoorstel Omgevingsvergunning aanleg Parkstadroute deeltraject 5: afgeven verklaring van geen bedenkingen De heer Honings (S1) verwijst naar pagina 3 van het raadsvoorstel en vraagt wat het nut is van trajectdeel 4. Ook informeert hij ernaar waarom de route hier niet via de Bocholtzerweg kan. Hij denkt dat dat de gemeente heel veel geld zou besparen. De heer Honings (S1) vraagt of er planologische wijzigingen plaatsvinden ten opzichte van het huidige bestemmingsplan en als dat zo is, of dan rekening gehouden is met de uitgangspunten van de Omgevingswet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, kunnen namelijk alleen nog planologische wijzigingen doorgevoerd worden. De heer Ortmans (CDA) verwijst naar bijlage 1: ruimtelijke onderbouwing en stelt de volgende vragen. 6.3: “Voorliggende fietsroute zal voorts niet leiden tot een grote toename van de parkeerbehoefte.

Recreatieve fietsers kunnen eventueel starten bij het ZLSM-station alwaar voldoende parkeervoorzieningen aanwezig zijn.” Recreatieve fietsers kunnen starten bij het Miljoenenlijntje-station. Als deze recreatieve fietsers met een auto komen met een fietsdrager – waar de fiets op zit – dan is de kans groot dat er wel degelijk een toename is van de parkeerbehoefte. Kan het college de onderbouwing nader verklaren?

Pagina 7 van 12

6.5.2: “Gelet op de voorziene toename van stikstofdepositie op bepaalde Natura 2000-gebieden ten opzichte van de relevante referentiedata, zijn tijdelijk ammoniakrechten geleased van twee saldogevende locaties in de nabije omgeving om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.” Wat is de nabije omgeving? Over welke afstand wordt hier gesproken? Welke saldogevende locaties zijn dit en waar liggen deze? Pagina 4: In de oude Natuurbeschermingswet en de huidige Wet natuurbescherming is het niet verplicht om uniforme openbare voorbereidingsprocedure toe te passen. Bij de Omgevingswet is deze inspraak wel verplicht. Gezien het maatschappelijk belang: wanneer is de aanvraag ingediend en hebben belanghebbende een inspraak kunnen indienen (waarom wel of niet)? Heeft inspraak plaatsgevonden en op welke wijze heeft (met name in de woonwijken/bedrijventerreinen) burgerparticipatie plaatsgevonden? 6.6: “Deze quickscan ziet op het totale traject van de fietsroute. De volledige rapportage is bijgevoegd in bijlage 1. De resultaten en bevindingen van de quickscan flora en fauna worden hieronder uiteengezet.” Waar is de volledige rapportage terug te vinden (de volledige rapportage zou in bijlage 1 terug te vinden zijn. Is deze compleet)? Pag. 3: Bij traject 2 en 3 is een diepe greppel ten behoeve van het opvangen van het hemelwater.

Is dat wenselijk bij een Parkstadroute in verband met de veiligheid van onder andere fietsers, of krijgt de weg een opwaardering? Ook lopen op dit tracé vele paarden van de stalling richting de paddocks en visa versa. In verband met het extra bewegingsverkeer in het buitengebied is de aanvullende vraag: Hoe wordt de veiligheid gewaarborgd voor alle weggebruikers? Immers als een fietser komt, kan een paard met ruiter niet (direct) aan de kant. Omdat paarden vluchtdieren zijn acht het CDA de kans aannemelijk dat er ongelukken gaan gebeuren. De ruiter met paard is altijd verantwoordelijk, ook buiten de schuld van de ruiter om. Pag. 4: Waarom moet de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen afgeven? (dit staat letterlijk zo omschreven in het stuk). De heer Meijers (BB) merkt op dat de tekening van de firma Heijmans in spiegelbeeld en op de kop is bijgevoegd, waardoor de bijgaande teksten niet kloppen. Met betrekking tot de vraag over de fietsroute in relatie tot de parkeerdruk antwoordt wethouder Schleijpen dat het aantal bezoekers zal toenemen omdat niet alleen de stationsomgeving wordt opgewaardeerd, maar ook omdat de omgeving door de aanleg van de parkstadroute aantrekkelijker wordt. Juist om die reden is met prioriteit voorzien in de aanleg van de parkeerplaats aan de Vroenkuilerweg waar de Parkstadroute langskomt.

In bewegwijzering / voorlichtingsmateriaal wordt ook verwezen naar die parkeerplaats. Daarnaast worden bij de verdere technische uitwerking van het DO van de stationsomgeving parkeerplaatsen aangelegd om het aantal parkeervakken in de Stationstraat zelf ook te optimaliseren. In het hele plangebied worden 163 parkeerplaatsen aangelegd (Stationstraat, 20 plekken ZLSM voor vrijwilligers en 6 openbare plekken, Vroenkuilerweg). Wethouder Schleijpen licht toe dat het dichtstbij gelegen stikstof gevoelige Natura 2000 gebied – wat betreft het trajectdeel Simpelveld – het Geuldal is dat op ca. 1,5 km afstand ligt. Maar ook bijvoorbeeld het Geleenbeekdal, de Kunderberg en de Brunssummerheide ondervinden een toename van stikstofdepositie als gevolg van de aanleg van de Parkstadroute.

Pagina 8 van 12

Om voldoende stikstofruimte te hebben voor de aanleg zijn uitstootrechten geleased van twee agrarische bedrijven in de omgeving van Heerlen. Deze bedrijven mogen gedurende twee jaar in totaal 8 koeien minder houden. Dit is een vorm van extern salderen. De Provincie heeft in september 2023 de vereiste natuurbeschermingsvergunning afgegeven. De aanvraag dateert van 4 augustus 2023. Daarom is de oude wetgeving van toepassing en niet de Omgevingswet. Ook onder de oude wetgeving is sprake van inspraak en die heeft ook plaatsgevonden. Wethouder Schleijpen verwijst naar een bijeenkomst bij de ZLSM waar aan bewoners en aanwonenden tekst en uitleg is gegeven over de route. Mensen konden toen informatie ophalen en hun wensen kenbaar maken. Daarnaast hebben de aanvraag, de ontwerpbeschikking en de bijbehorende stukken 6 weken ter inzage gelegen. Zoals gezegd is verplichte participatie zoals in sommige gevallen van toepassing bij de Omgevingswet, hier dus niet aan de orde en er is ook geen zienswijze ingediend. Mocht het CDA refereren aan de Natuurbeschermingswet, dan geldt dat de Provincie hierover het bevoegd gezag voert. De Provincie is verantwoordelijk voor het doorlopen van de juiste procedure. Ook hier geldt dat de aanvraag om vergunning dateert van 12 april 2023 en dus niet onder de Omgevingswet valt die per 1 januari 2024 in werking is getreden.

Wethouder Schleijpen antwoordt dat de rapportage de hoofdconclusies beschrijft van de quickscan die als bijlage 1 genoemd wordt. Het integrale rapport is beschikbaar via de website www.omgevingswet.overheid.nl. De wethouder zegt toe het rapport desgevraagd ook nog aan de raad en commissie toe te sturen. Er is een overzicht opgenomen van de Parkstadroute over het gemeentelijk grondgebied, maar het gaat nu over trajectdeel 5. De trajectdelen 2 en 3 zijn geen onderdeel van dit voorstel. De vergunning voor trajectdeel 2 is reeds verleend (een onverhard pad dat geasfalteerd wordt). Voor trajectdeel 3 is geen vergunning nodig omdat dat al een verharde weg was. Voor een deel is de bestaande weg van trajectdeel 3 reeds vernieuwd. Dat is ook het deel waar de greppel ligt. Deze situatie wijzigt niet. Het laatste deel van trajectdeel 3 (tot aan de Bocholtzerweg) wordt wel opnieuw geasfalteerd. Langs de Waalbroek rijden nu ook fietsers. Er mag van uitgegaan worden dat, gezien de wegbreedte aldaar, fietsers bij normaal gedrag netjes langs elkaar zouden moeten kunnen rijden. Ook voor wat betreft de vraag over paarden op het tracé geldt dat de trajectdelen 2 en 3 geen onderwerp van het voorstel zijn. Wethouder Schleijpen voegt hieraan toe dat er in het kader van het verlenen van de vergunning een bezwaar was met betrekking tot de breedte en het langs elkaar kunnen passeren.

Naar aanleiding hiervan zijn/worden een aantal passeerhavens aangelegd voor fietsers en tractoren. Daar kunnen ruiters ook gebruik van maken. Wethouder Schleijpen licht toe dat het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor trajectdeel 5 door de gemeenteraad wettelijk verplicht is. De raad mag van het college verwachten dat zij de wet correct toepassen. Als het CDA de passage in het voorstel letterlijk zo leest dat het college de raad op voorhand zou voorschrijven dat de raad de verklaring van geen bedenkingen moet verlenen, is dat een verkeerde interpretatie. De afweging om de verklaring wel of niet af te geven, is uiteraard aan de raad. Het gevolg van het niet afgeven van de verklaring van geen bedenkingen is wel dat de vergunning op grond van de wet dan niet mag worden verleend. Naar aanleiding van de vraag van SAMEN1 over trajectdeel 4 antwoordt wethouder Schleijpen dat tijdens het vaststellen van het traject ook naar de plek aan Bocholtzerweg is gekeken. Omdat door de minimale breedte het talud aan de kant van de ZLSM afgegraven en opgevangen zou moeten worden om dat mogelijk te maken, is daar uit kostentechnisch oogpunt van afgezien.

Pagina 9 van 12

Daarnaast zou dan ook een aparte oversteek gerealiseerd moeten worden, wat ook nog eens kosten met zich mee zou brengen. Dat waren de hoofdredenen waarom gekozen is voor trajectdeel 5. De heer Honings (S1) wijst erop dat het stuk bij de Waalbroek langs de visvijver ook geasfalteerd moet worden, wat ook een flink traject is. Daarnaast is de hele Parkstadroute erop ingericht dat mensen geen stijgingspercentage krijgen, terwijl ter plaatse een flinke helling is. Hij begrijpt de reactie dat een oversteek gemaakt moet worden bij de Bocholtzerweg en gaat ervan uit dat de kosten berekend zijn. Wethouder Schleijpen antwoordt dat dit inderdaad berekend is. Het klopt dat er een helling, maar dat is een relatief geleidelijke lichte stijging. AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING - De fracties SAMEN1, BurgerBelangen, LEEFBAAR, CDA en Lokaal Actief gaan unaniem hiermee akkoord. 9. Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Stationsomgeving Simpelveld Spoorpark fase 2 De heer Paffen (LEEFBAAR) vraagt of het aantal parkeerplaatsen van 76 klopt, of dat dit 79 moet zijn. De heer Bremen (S1) verwijst naar pagina 2 van het raadsvoorstel, waar staat “er wordt een parkachtige publiek toegankelijke tuin ontworpen, waarbij het ontwerp wordt afgestemd op de lokale ecologie”. Hij verzoekt om een nadere toelichting. Er komt een B&B in oude treintoestellen.

De heer Bremen (S1) informeert ernaar wie dit gaat exploiteren. Bijlage 1. Op pagina 48 staat “ten behoeve van de ontwikkeling aan de Vroenkuilerweg is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, hetgeen is bijgevoegd als bijlage 6”. SAMEN 1 kan deze bijlage niet terugvinden bij de stukken en verzoekt hier alsnog om. ‘”Op de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan zijn de gronden die als multifunctioneel expeditie terrein respectievelijk als parkeerterrein mogen worden ingezet, begrensd tot de aanduidingen 'multifunctioneel expeditie terrein' en 'parkeerterrein'. Gelet op het verharde karakter van deze gronden is het niet aannemelijk dat ter plekke beschermde soorten flora en fauna aanwezig zijn”. De heer Bremen (S1) vraagt waarop deze aanname gebaseerd is en of hier ecologisch onderzoek naar is gedaan. De heer Bremen (S1) vraagt of er planologische wijzigingen plaatsvinden ten opzichte van het huidige bestemmingsplan en als dat zo is, of dan rekening is gehouden met de uitgangspunten van de Omgevingswet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, kunnen namelijk alleen nog planologische wijzigingen worden doorgevoerd door het vaststellen van een omgevingsplan waarbij aan alle regels uit de Omgevingswet voor het vaststellen van een omgevingsplan wordt voldaan. In het stuk staat dat er geen sprake is van een ingediende zienswijze.

De heer Bremen (S1) vraagt of het college dat kan bevestigen.

Pagina 10 van 12

De benodigde parkeerplaatsen zijn onderzocht in december 2019 in het naseizoen van de ZLSM. De heer Bremen (S1) informeert ernaar of dit onderzoek inmiddels niet achterhaald is, mede gezien de beoogde groei van het aantal bezoekers van de miljoenenlijn plus de toename van het aantal fietsers. Ook wil SAMEN1 graag weten of daarnaast opties voor een andere parkeerplaats overwogen zijn. Op de vraag over de parkachtige publieke tuin waarbij het ontwerp wordt afgestemd op de lokale ecologie licht wethouder Schleijpen toe dat dit een IBA project is. Een Piet Oudolf tuin, Pine of interest, flora en fauna en Lola waren de grondleggers voor het idee van de spoortuin. Piet Oudolf is een autoriteit op dat vlak en de wethouder blijft bij zijn mening dat de gemeente zich gelukkig mag prijzen dat Piet Oudolf interesse heeft getoond en zijn ideeën in dit plan wil verwerken. Voor zover bekend gaat de ZLSM de B&B in wagons exploiteren. Wethouder Schleijpen zegt toe bijlage 6 bij bijlage 1 aan de raad en commissie te doen toekomen. Met betrekking tot de vraag over het expeditie terrein antwoordt wethouder Schleijpen dat het feit dat men daar meerdere toepassingen en kleine evenementen wil laten landen, tot de voorliggende inrichting heeft geleid. Daar is met partijen uitvoerig over gedebatteerd en onderhandeld.

Het voorliggende plan is de uitkomst van een langjarig traject, waarover consensus is. In de optiek van de wethouder is dit de afdronk van een behoorlijke inspraak die heeft plaatsgevonden met alle partijen inclusief bewoners en omwonenden. Voor het parkeren zijn destijds een aantal uitgangspunten genomen (in 2017 is hiermee gestart). Wethouder Schleijpen benadrukt dat de grootste wens van omwonenden was dat er iets gedaan werd aan de parkeerdruk in de straat. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het plan aan de Vroenkuilerweg wat nu voorligt. Vanaf het DO in 2022 zijn geen andere vervolgonderzoeken gedaan naar parkeerdruk. Het college baseert zich nog steeds op de gegevens en uitgangspunten van destijds. Dat betekent niet dat te allen tijde gegarandeerd kan worden dat er een parkeerplek is. Dat is ook niet nieuw en daarom zijn er op enige loopafstand nog uitwijkmogelijkheden. Wethouder Schleijpen is blij met de voorliggende oplossing en denkt dat hiermee een heel eind gekomen wordt. In het stuk staat dat geen zienswijzen zijn ingediend. Wethouder Schleijpen gaat ervan uit dat dat klopt en bevestigt dat daarom. De heer Mevis (ambtenaar) licht toe dat bij een bestemmingsplan de datum waarop het ontwerp ter inzage is gelegd maatgevend is. Dat is vóór 1 januari 2024 gebeurd, wat betekent dat dit niet onder de Omgevingswet valt.

Wethouder Schleijpen deelt mee dat de parkeerplaats aan de Vroenkuilerweg 78 parkeerplekken heeft. Waar het getal 79 vandaan komt is het college niet duidelijk. Door finetuning was het mogelijk om nog 2 parkeerplekken toe te voegen aan de eerdere 76. Met betrekking tot het multifunctioneel expeditie terrein verduidelijkt de heer Bremen (S1) dat er staat dat het niet aannemelijk is dat ter plekke beschermde soorten flora en fauna aanwezig zijn. Zijn vraag was waarop deze aanname op gebaseerd is, of daar ecologisch onderzoek naar gedaan is. De heer Hupperetz (ambtenaar) weet niet of daar ecologisch onderzoek naar gedaan is.

Pagina 11 van 12

De aanname is met name gebaseerd op het feit dat het hele gebied versteend is (er zitten relatief korte groeven tussen de kasseien). Op basis daarvan is de conclusie getrokken dat er eigenlijk geen ruimte is voor flora en fauna van beschermde soorten. Hij zegt toe in het flora en fauna rapport na te kijken of ecologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en het antwoord schriftelijk naar de raad en commissie te sturen. De heer Bremen (S1) leest het volgende artikel voor uit het tijdschrift van de Heemkundevereniging uit 1988: ”Het stationsemplacement van Simpelveld waar cortenraad minstens vier of vijf keer per jaar met zijn neus over de grond kruipt, herbergt tussen kinderkopjes en steenslag Nederlands zeldzaamste begroeiing van pionierplanten. Dat zijn plantjes die zich op kale arme grond het eerst vestigen, daar met hun afgestorven blaadjes en stengeltjes een klein beetje humus maken en zo de weg bereiden voor andere planten. ‘Hier heb je het rijkste plantenplekje van heel het land’ zegt de bioloog. Maar wie de zeldzame pioniers van nabij wil bekijken, moet zijn ogen op scherp stellen. De rozetsteenkers met felle witte bloemetjes komt nog het hoogst met zijn 10 à 15 centimeter. Iets verder de blauwgroene uitlopers van het hazepootje, een klavertje van niks en het kandelaartje: buitengewoon teer met merkwaardige drietandige blaadjes.

Toch heet het plantje in het Latijn ‘steenbreek’. Ook komen we op onze speurtocht plantjes tegen met mysterieuze namen: klein liefdesgras, ratelaar, zeepkruid, vetmuur, ijzerhard, borstelkrans, eenbes, pastinaak, adderwortel en muizeoor.” De heer Bremen (S1) vindt het erg kort door de bocht dat gezegd wordt dat het versteend is en er geen bijzondere planten zijn. Hij heeft wel eens gehoord dat dit met een heel bijzonder ecologisch systeem ontstaan is, doordat het zo’n arme grond is. De heer Hupperetz (ambtenaar) antwoordt dat een ecologische waardekaart van het gebied is opgesteld. Een groot deel van de genoemde planten komen inderdaad voor op het terrein. Dit is een zeer waardevol ecologisch terrein, waarbij de waardevolle planten zich conform de laatste waardekaarten met name tussen de sporen bevinden en aan de randen van het versteend gebied. Uitgaande van de waardekaart is op het versteend gebied geen ecologische waarde aanwezig. De heer Bremen (S1) merkt op dat SAMEN1 ter ore is gekomen dat er wel een zienswijze is ingediend. Daarom kan het voorstel volgens de fractie niet door naar de raad. Wethouder Schleijpen zegt toe dit nader uit te zoeken. AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING - De fracties BurgerBelangen, LEEFBAAR, CDA en Lokaal Actief gaan hiermee akkoord. - De fractie SAMEN1 gaat niet akkoord hiermee. 10.

Sluiting vergadering De voorzitter sluit de vergadering om 20.20 uur.

De griffier,

De voorzitter,

De heer bc. F.G. Simons

De heer R. Kisters

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=6a62d9fc-290f-4cf5-a9e6-b447092daf7c