3. Notulen commissievergadering MID d.d. 11 maart 2025
Tekst van het document
Notulen vergadering Raadscommissie Middelen ___________________________________________________________________________ Datum: Locatie: Tijd: Aanwezig:
11 maart 2025 Raadszaal gemeentehuis Simpelveld 19.00 uur Mevrouw L. Schuyer voorzitter De heer G. Hollands loco griffier Mevrouw S. Scheepers burgemeester De heer P. Spirk wethouder De heer Th. Gulpen wethouder Mevrouw A. Ernes wethouder De heer H. Hodinius wethouder De heer H. Clignet BurgerBelangen (BB) De heer J. Meijers BurgerBelangen (BB) De heer J. Thomas LEEFBAAR Mevrouw N. Yogi LEEFBAAR De heer G. Seroo Lokaal Actief (LA) De heer J. Boltong Lokaal Actief (LA) De heer J. Ernes CDA Mevrouw K. Vanhommerig CDA Mevrouw C. Honings SAMEN1 (S1) De heer P. Belleflamme SAMEN1 (S1) Mevrouw A. Jennen ambtenaar Mevrouw R. Bartholomé notulist Inspreker: Mevrouw J. Senden de Gillishof Gastspreker: De heer G. Luykx Historisch Centrum Limburg __________________________________________________________________________
Agenda 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Opening en mededelingen Vaststelling agenda Vaststelling notulen Raadscommissie Middelen d.d. 4 december 2024 Ingekomen stuk bezwaar toeristenbelasting 2024-2025 Actielijst Middelen Actielijst Burgerzaken Raadsvoorstel Ontwerpbesluit tot toetreding en wijziging inzake de GR Historisch Centrum Limburg Sluiting vergadering
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. 2. Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
Pagina 1 van 13
3. Vaststelling notulen Raadscommissie Middelen d.d. 4 december 2025 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 4. Ingekomen stuk bezwaar toeristenbelasting 2024-2025 Mevrouw Senden (de Gillishof) spreekt het volgende in naar aanleiding van de brief die ze eerder gestuurd heeft. “Geachte voorzitter, commissieleden, dames en heren, Allereerst dank dat ik hier de gelegenheid krijg om mijn verhaal te doen als ondernemer in de toeristische sector voor de gemeente Simpelveld. Ik mag ervan uitgaan dat u mijn brief d.d. 6 december 2024 met de zienswijze op het besluit voor de verhoging van de toeristenbelasting heeft gelezen. Ik zal deze dan ook niet gaan voorlezen, uitgaande van de aanname dat u die gelezen heeft. Ik heb inmiddels een constructief gesprek gehad met leden van B&W op 26 februari jl., waarvoor mijn dank. Daar vond ik gehoor op een aantal punten die ik in de brief noemde. Deze punten zal ik nog eens met u delen. Mijn ongenoegen komt voort uit een drietal punten, te weten: 1. De timing van het besluit om de toeristenbelasting te verhogen; 2. De wijze van communiceren met mij als belanghebbende; 3. Het gebrekkige inzicht dat bij sommigen van u leeft daar waar het gaat over de extra kosten waarmee, in dit geval mijn accommodatie, de Gillishof in de afgelopen maanden is geconfronteerd.
Dat ik hier nu sta is in feite mosterd na de maaltijd of een achterhoedegevecht dat ik niet meer kan winnen. Immers de besluiten voor het sluitend maken van de begroting hebben al plaatsgevonden. In die zin heeft u zich voor de ondernemers zoals ik ben, niet echt als de betrouwbare overheid opgesteld. Immers uit eerdere documenten van de gemeente blijkt dat de komende jaren een verhoging op de toeristenbelasting zou worden toegepast van € 0,05 zijnde 3,2% per jaar. Op die aanname heb ik de prijzen voor mijn accommodatie voor het komende jaar gebaseerd. Een verhoging van € 1,55 naar € 2,00 is bijna 30% en daarmee het 10-voudige van eerdere gemaakte afspraken. Onze gasten boeken vaak al een jaar van tevoren, dat betekent dat ik nu zelf het verschil moet bijpassen voor die reeds geboekte periodes voor 2025. Ik kan u een uitdraai geven van de onkosten die ik daarvoor al heb gemaakt. Op het moment van publicatie was dat voor mij al een kostenpost van € 1.000,-. Het bewijsstuk daarvan heeft Wim Huppertz het hoofd van financiën. Voor de gasten is het niet alleen geconfronteerd worden met de verhoging van de toeristenbelasting maar straks in 2026 ook met de verhoging van de btw van 9% naar 21%.
Tel daarbij de jaarlijkse stijging van de bedrijfskosten op die aan de gasten moeten worden doorberekend en u krijgt een bedrag voor de verhuur van appartementen die niet meer concurrerend is met de bekende all-in reizen naar het buitenland. U kunt nu denken dat is het ondernemerschap, maar welke bijdrage levert de gemeente Simpelveld aan het toerisme in termen van beleid en investeringen. Is het voor u een baat- of een doelbelasting?
Pagina 2 van 13
De wijze van communiceren van de gemeente met de ondernemers verdient niet de schoonheidsprijs. Ik heb in de lokale media moeten lezen wat de besluiten zijn. Mijn afdracht aan de gemeente met de toeristenbelasting is straks om en nabij € 18.000,- en daarnaast ook nog de bekende OZB en de andere gemeentelijke belastingen. Met andere woorden de Gillishof levert een essentiële bijdrage aan uw begroting. Is het dan onredelijk te denken dat wij eerder persoonlijk geïnformeerd worden over de voorgenomen besluiten? Het is mij verder ter ore gekomen dat door enkele raadsleden opmerkingen zijn gemaakt dat de toerist niets zal merken van de procentuele verhoging van de toeristenbelasting. Ik kan u vertellen, alles bij elkaar opgeteld gaat de toerist dat wel merken. Tenslotte nog een opmerking over het regiem waarin ik als ondernemer de Gillishof draaiende moet houden. Dat verschilt wezenlijk van de meeste toeristische aanbieders die in Simpelveld opereren. Dat heb ik in mijn brief verder uiteengezet. De regeldruk waarmee wij te maken hebben is erg hoog. Ik moet aan heel veel regelgeving voldoen. Denk daarbij, om een paar op te noemen, aan jaarlijkse controles op brandveiligheid, legionella, gas, water en elektriciteit. Daarvoor moet ik verplicht contracten afsluiten. De vraag is hoeveel aanbieders dezelfde verplichtingen hebben.
In mijn beleving is het meten met twee maten en is er sprake van oneigenlijke concurrentie. Daarnaast onderhoud ik op mijn hoofd alleen een van de oudste huizen van Simpelveld, een rijksmonument met alles wat daarbij komt kijken. Tot slot nogmaals dank dat ik hier mijn verhaal mocht doen. Ik hoop dat u begrip heeft of krijgt voor mijn grieven en dat de gemeente leert van de timing en de communicatie met belanghebbenden. Resteert mijn vraag voor compensatie van de financiële consequenties die het gevolg zijn van de gebrekkige besluitvorming om de toeristenbelasting met ingang van januari 2025 in te laten gaan. Ik vind dat ik daardoor als burger van Simpelveld eenzijdig buitenproportioneel belast. Het bewijsstuk is van die € 1.000 is in elk geval in handen van Wim. Dank u wel.“ De heer Thomas (LEEFBAAR) bedankt mevrouw Senden (de Gillishof) voor haar heldere, inzichtelijke brief die veel aspecten van de toeristenbelasting meegeeft. Hij informeert ernaar of mevrouw Senden (de Gillishof) uitsluitend geïnformeerd is door de bekendmaking in d’r Troebadoer of dat ze een email, brief, telefoongesprek of persoonlijk gesprek gehad heeft met een ambtenaar of een lid van het college. In de brief heeft de heer Thomas (LEEFBAAR) gelezen dat mevrouw Senden (de Gillishof) hier ook een aantal verbeterpunten uithaalt, zowel voor hen als voor het ambtenarenapparaat en eventueel ook het college.
Hij kan zich heel goed voorstellen dat mevrouw Senden (de Gillishof) te maken heeft met vroegboekingen waardoor al bepaalde verwachtingen zijn gewekt bij toeristen die dit jaar komen. De heer Thomas (LEEFBAAR) begrijpt dat de timing voor de verhoging van de toeristenbelasting een gevoel van onbehagen met zich meebrengt, maar vraagt zich wel af of het gehanteerde verdienmodel rechtvaardigt dat mevrouw Senden (de Gillishof) zo ernstig gegriefd is over de tekortkomingen. Bij een boeking ontvangt ze toeristenbelasting en die betaalt ze door aan de gemeente, wat een transfer van binnenkomend geld naar uitgaand geld is. Hij kan zich ook niet voorstellen dat een reservering geannuleerd wordt op grond van een verhoging van de toeristenbelasting van € 0,45. Hij begrijpt dat mevrouw Senden (de Gillishof) kosten gemaakt heeft. Hij zou zich kunnen voorstellen dat bij de aanbiedingen op geen bedrag voor de toeristenbelasting genoemd wordt, maar dat bij de overnachtingsprijs vermeld wordt “prijs is excl. toeristenbelasting”. Daardoor worden ook extra kosten voor brochures enz. voorkomen.
Pagina 3 van 13
De heer Thomas (LEEFBAAR) vindt het punt over de leeftijd heel terecht. Hij zou het college in overweging willen geven om regionaal een uniform tarief te hanteren qua leeftijd. Daarnaast zou hij het college willen aanbevelen om voortaan de ondernemers die dit aangaat (dat zijn er niet heel erg veel) tijdig hierover te informeren op een persoonlijke manier zodat de juiste maatregelen getroffen kunnen worden. Mevrouw Senden (de Gillishof) denkt dat de heer Thomas (LEEFBAAR) nog een heel verkeerd beeld heeft over de communicatie van de toeristenbelasting. Tegenwoordig boekt iedereen via platforms. Brochures enz. bestaan bijna niet meer en bij elk platform is het tegenwoordig verplicht dat ondernemers aanleveren wat de kosten zijn incl. de toeristenbelasting (de kosten moeten transparant zijn). Als mensen geboekt hebben moet ze naderhand een rekening sturen met de mededeling dat de gemeente de toeristenbelasting verhoogd heeft en zij een bepaald bedrag meer moeten betalen. Vanuit oogpunt van gastvrijheid vindt mevrouw Senden (de Gillishof) dat niet kunnen en doet ze dat niet. Ze betaalt het verschil in kosten door de hogere toeristenbelasting zelf. De heer Thomas (LEEFBAAR) vindt het terecht dat mevrouw Senden (de Gillishof) daar een punt van maakt. Het gaat om een beperkt aantal ondernemers en particulieren met een B&B.
Hij wil het college aanbevelen, en daarmee gehoor geven aan de kritiek, om hierover tijdig te communiceren zodat de betreffende ondernemers dat niet vernemen uit d’r Troebadoer. Voor kinderen zou een uniforme leeftijd gehanteerd moeten worden, zodat er geen verschillen zijn met omliggende gemeenten. Dat lijkt de heer Thomas (LEEFBAAR) ook een aandachtspunt voor het college. Als het tijdstip tussen bekendmaking van de verhoging en de daadwerkelijke ingangsdatum een paar weken is, kan de heer Thomas (LEEFBAAR) zich voorstellen dat dit niet fair is. Daar zou bijvoorbeeld een halfjaar of een kwartaal voor genomen kunnen, zodat iedereen tijdig kan inspelen op de situatie. Mevrouw Senden (de Gillishof) begrijpt dat de heer Thomas (LEEFBAAR) in veel punten met haar meegaat. Met betrekking tot de communicatie is achteraf in januari jl. wel nog een brief ontvangen, maar dat was naar aanleiding van haar brief. Het zou fijn zijn als de ondernemers in de toeristensector vóór verhoging van de toeristenbelasting daarin meegenomen zouden worden. Dan kunnen ze misschien ook meedenken over welke weg de gemeente daarin zou kunnen bewandelen. Gezinnen zouden tegemoetgekomen kunnen worden door het tarief voor kinderen vanaf 13 jaar te hanteren en niet vanaf 4 jaar. Veel platforms werken ook met een tarief vanaf 12 of 13 jaar.
Mevrouw Vanhommerig (CDA) bedankt mevrouw Senden (de Gillishof) voor de brief en het inspreken. Het CDA heeft ook het bericht bereikt dat veel ondernemers verrast waren door de ‘last minute’ toeristenbelastingverhoging. Het is ook zo dat andere gemeenten dezelfde cyclus hanteren als de gemeente Simpelveld. Mevrouw Vanhommerig (CDA) informeert ernaar hoe mevrouw Senden (de Gillishof) bij voorkeur geïnformeerd wil worden (via een nieuwbrief, facebook, persoonlijke post of een persoonlijke email). Mevrouw Senden (de Gillishof) denkt dat niet heel veel ondernemers aan te schrijven zijn over dit onderwerp. Het zou in haar beleving daarom niet zo moeilijk moeten zijn om dat helder te hebben. De gemeente heeft volgens haar een registratie van wie toeristenbelasting betaalt en daar hangt ook een adres aan.
Pagina 4 van 13
Als mevrouw Vanhommerig (CDA) het goed begrijpt is de voorkeur dus per post. Mevrouw Senden (de Gillishof) antwoordt dat dat per post of per email kan. Ze zou er wel graag een officieel schrijven van willen hebben. Mevrouw Vanhommerig (CDA) merkt op dat in de komende begroting in heroverweging genomen kan worden om de toeristenbelasting per leeftijdsgroep aan te passen, of misschien met terugwerkende kracht. Ze weet niet of dat laatste begrotingstechnisch gezien kan. Dat zou bij de griffier nagevraagd moeten worden. Zoals mevrouw Vanhommerig (CDA) net al heeft aangegeven gebruiken andere gemeenten dezelfde cyclus als de gemeente Simpelveld. Tijdens de begrotingsvergadering komen moties of amendementen en dan wordt dat aangepast, zodat de gemeente budgettair neutraal kan zijn. De gemeente Simpelveld heeft de op één na laagste toeristenbelasting van de regio, desalniettemin begrijpt mevrouw Vanhommerig (CDA) dat het mevrouw Senden (de Gillishof) overvalt dat pas in november besloten is om de toeristenbelasting te verhogen. Ze vraagt of het een idee is om de cyclus aan te passen. Met andere woorden dat er een ander systeem is dan de jaarkalender. De schooljaar-cyclus loopt bijvoorbeeld van juni tot juni en de btw-cyclus van maart tot maart.
Mevrouw Vanhommerig (CDA) benadrukt hierbij dat ze niet weet of dat juridisch mogelijk is, maar vraagt of het voor mevrouw Senden (de Gillishof) fijner zou zijn als het boekjaar bijvoorbeeld van maart tot maart loopt. Dan zou halverwege september/oktober een besluit genomen worden (het toeristenseizoen begint meestal rond mei/juni). Mevrouw Senden (de Gillishof) zou willen voorstellen dat als in november besloten wordt om de toeristenbelasting te verhogen, om dit per 1 juli in te laten gaan en niet per 1 januari. Mevrouw Vanhommerig (CDA) begrijpt het voorstel van mevrouw Senden (de Gillishof) heel erg goed. Daarom moet bij de griffier of het college nagevraagd worden of dat kan. De heer Hollands (loco griffier) licht toe dat intern besproken zal moeten worden of dat wel of niet mogelijk is. Mevrouw Vanhommerig (CDA) vraagt of bij mevrouw Senden (de Gillishof) bekend is dat tijdens de begroting 2022 unaniem door alle partijen een amendement is aangenomen om de hondenbelasting geleidelijk te verminderen en uiteindelijk af te schaffen. Daardoor kwam de gemeente begrotingstechnisch (budgettair) niet uit. Dat was de reden om via de toeristenbelasting toch de boekhouding op orde te krijgen. Ze vraagt of mevrouw Senden (de Gillishof) ideeën heeft om dat in de toekomst anders op te kunnen vangen.
Mevrouw Senden (de Gillishof) vindt het bijzonder dat de raad bij de hondenbelasting wel voet bij stuk houdt en dan bij de toeristenbelasting voor een verhoging besluit. Als je het bij de een doet kunt laten, dan kun je het bij de ander ook laten. Mevrouw Vanhommerig (CDA) heeft alle begrip voor het gevoel van mevrouw Senden (de Gillishof). Ze licht toe dat het de raad er met name om ging dat de hondenbelasting de lokale burgers raakt en de verhoging van de toeristenbelasting de ondernemers binnen de gemeente niet zou schaden. Nu is gebleken dat die overgang de Gillishof wel € 1.000,- heeft geschaad. Met het oog hierop zou het ook fijn zijn om in de toekomst een ondernemersvereniging te hebben die opkomt voor de belangen van de ondernemers en om wellicht ook een stukje in gezamenlijkheid te kunnen optreden.
Pagina 5 van 13
Mevrouw Vanhommerig (CDA) benadrukt dat burgers en ondernemers voor het CDA gelijk zijn. Ze begrijpt het gevoel over hondenbelasting en toeristenbelasting, maar op het moment van besluitvorming kon niet ingeschat worden dat mevrouw Senden (de Gillishof) als ondernemer schade hierdoor kreeg. Het was zeker niet de bedoeling dat de verhoging van de toeristenbelasting ondernemers zou gaan treffen. Als mevrouw Senden (de Gillishof) bekijkt over welke bedragen dit gaat (de hondenbelasting wordt met € 10,00 per jaar verlaagd voor burgers en zij krijgt het honderdvoudige op haar bordje), staat dat niet in verhouding tot elkaar. Ze wordt als burger heel erg getroffen door deze maatregel en daar wordt te simpel over gedacht. Er had ook voor gekozen kunnen worden om de hondenbelasting een jaar uit te stellen en de toeristenbelasting gefaseerd te verhogen. Dat was een andere keuze geweest met hetzelfde resultaat. Het spijt mevrouw Honings (S1) om te horen dat mevrouw Senden (de Gillishof) op deze manier met de verhoging is geconfronteerd, vooral omdat er al meerjarige afspraken waren gemaakt om met name dit issue te voorkomen. Ze bedankt mevrouw Senden (de Gillishof) voor de toelichting en denkt dat hoognodig gebleken is dat mensen wat meer meegenomen worden in hoe de sector werkt.
Mevrouw Honings (S1) verwijst naar de brief waarin mevrouw Senden (de Gillishof) heeft voorgesteld om meer gefaseerd te verhogen en kinderen tot 13 jaar vrij te stellen. Ook wordt aangegeven dat het voelt als mosterd na de maaltijd. Ze vraagt hoe dit volgens mevrouw Senden (de Gillishof) volgend jaar beter aangepakt en voorkomen kan worden, zodat het de sector ten goede komt binnen de financiële kaders van de gemeente. Daarmee bedoelt ze of mevrouw Senden (de Gillishof) bijvoorbeeld in samenwerking met de andere toeristische ondernemers, wat volgens mevrouw Honings (S1) inderdaad vrij overzichtelijk is, bereid is om een gezamenlijk voorstel uit te werken voor een redelijk verloop van de toeristenbelasting voor bijvoorbeeld de komende 5 tot 10 jaar en welke elementen daarbij specifiek mee overwogen dienen te worden (bijvoorbeeld vrijstelling voor kinderen, gefaseerde timing, mogelijk alternatieve bronnen van inkomsten). Een beetje ‘out of the box’ denken (als het niet via de toeristenbelasting kan, kan dan bijvoorbeeld iets gedaan worden met bepaalde parkeerbelasting enz.), zodat dit niet alleen op enkele schouders terechtkomt. Mevrouw Senden (de Gillishof) denkt dat het zeker goed is om een gremium te hebben waar meer toeristische ondernemers in vertegenwoordigd zijn, vooral omdat Simpelveld toerisme hoog in het vaandel heeft staan.
Ze vindt het een tekortkoming dat daar geen gremium voor is. In het verleden heeft dat wel bestaan maar dat is een aantal jaren geleden een stille dood gestorven, omdat daar van de kant van de gemeente geen energie meer in gestoken werd. Er kan zeker een voorstel over fasering gedaan worden. Het voorstel daarbij is ook om ernaar te kijken dat de toeristische ondernemer nu de belasting moet innen terwijl de supermarkt, het tankstation en andere ondernemers ook een voordeel hebben door toeristen die naar de gemeente komen. Het eerste wat mevrouw Senden (de Gillishof) doet is proberen om andere bedrijven ‘in the picture’ te zetten, maar de afdracht van de toeristenbelasting komt alleen maar op het bordje van de toeristische ondernemer. Dat belast die begroting dus extra en daar zou misschien iets anders voor bedacht kunnen worden. Mevrouw Senden (de Gillishof) heeft daar nu geen pasklare oplossing voor, maar ze vindt wel dat ‘out of the box’ gedacht mag worden en dat gekeken kan worden naar de mogelijkheden die daar liggen. Mevrouw Honings (S1) merkt op dat SAMEN1 daar als fractie iets mee kan. Ze heeft begrepen dat mevrouw Senden (de Gillishof) voor wat betreft het boekjaar 2025 een gesprek heeft gehad met enkele leden van het college, mogelijk ook over eventuele compensatie voor de vroegboekingen. Ze informeert naar de conclusie over dit gesprek.
Pagina 6 van 13
Mevrouw Senden (de Gillishof) antwoordt dat ze een heel positief gesprek gehad heeft waarin ze duidelijk heeft kunnen maken waar de pijnpunten liggen en hoe het systeem een beetje in elkaar zit. Ze begrijpt dat niet voor iedereen duidelijk is hoe het systeem over het heffen van toeristenbelasting en het communiceren richting klanten werkt. Het college heeft zich ook niet gerealiseerd dat zoveel kosten op één hoofd terechtkomen. Het is straks aan de raad om te besluiten of ze daar een compensatie voor geven. Mevrouw Senden (de Gillishof) zou het fijn vinden als die compensatie er komt. Mevrouw Honings (S1) verwijst ernaar dat mevrouw Senden (de Gillishof) in de brief benoemt dat de huidige wijze van innen en controleren van de toeristenbelasting onduidelijk en onevenwichtig kan werken. Ze vraagt of enkele concrete verbetersuggesties gegeven kunnen worden om deze procedure te uniformeren en om ervoor te zorgen dat alle aanbieders eerlijk en transparant worden aangeslagen. Mevrouw Senden (de Gillishof) licht toe dat verhuren tegenwoordig via platforms gaat. Er zullen nog wel wat reserveringen onderhands of via een andere mogelijkheid gaan, maar de Gillishof werkt met een geautomatiseerd reserveringssysteem. Met één druk op de knop kunnen ze uitdraaien hoeveel gasten er zijn en hoeveel toeristenbelasting betaald moet worden.
Elk platform kan ook zo’n uitdraai leveren en bij zo’n platform kan ook een uitdraai opgevraagd worden. De Gillishof doet de aangifte bij BsGW digitaal vanuit hun reserveringssysteem en daar staan de juiste cijfers in. Ze heeft gezien dat het bij de BsGW ook mogelijk is om dit handmatig in te vullen en middels een briefje te overleggen wie de gasten geweest zijn. Van collega’s heeft ze ook gehoord dat ze het op die manier doen. Eigenlijk is dat heel erg nattevingerwerk en kan iedereen invullen wat hij/zij wil, omdat er geen controle op zit wie daadwerkelijk daar geweest is. Ze stelt voor om daar wat meer eisen neer te leggen, zodat andere mensen ook digitaal hun aangifte doen. Dat voelt voor mevrouw Senden (de Gillishof) wat rechtvaardiger dan de manier waarop dit nu gebeurt. Ze heeft nu het idee dat zij meer afdraagt en anderen wellicht minder. Mevrouw Honings (S1) bedankt mevrouw Senden (de Gillishof) voor de duidelijke toelichting op de technische vragen. Ze denkt dat iedereen daar goed mee vooruit kan als dit geagendeerd wordt tijdens de raadsvergadering. Mevrouw Senden (de Gillishof) bedankt zich voor de spreektijd. 5. Actielijst Middelen - Motie Stimuleringssubsidie startende ondernemers – Lokaal Actief en LEEFBAAR Er wordt aangegeven dat deze regeling nu wordt opgenomen in het uitvoeringsplan van het Experience Masterplan Centrum kern Simpelveld.
De heer Boltong (LA) vraagt of dat alleen geldt voor de kern Simpelveld of dat personen/ondernemers van de kern Bocholtz daar ook gebruik van kunnen maken. Ook informeert hij ernaar of het begrote bedrag van € 50.000 hetzelfde blijft of dat daar inmiddels al geld van is uitgegeven. De heer Thomas (LEEFBAAR) merkt op dat er staat dat de laatste tranche sluit op 1 juli 2024. Hij vraagt of dat nog klopt en wat daar de mogelijke consequentie van is. - Motie Stimuleringssubsidie startende ondernemers – Beantwoording wethouder Hodinius Wethouder Hodinius antwoordt dat de regeling uiteraard de hele gemeente Simpelveld betreft en niet alleen de kern Simpelveld. Er is in het verleden nog geen geld gebruikt, want de regeling is nog niet ingevoerd.
Pagina 7 van 13
Wethouder Hodinius antwoordt dat de tekst inderdaad gedateerd is en niet meer klopt. Hij geeft de volgende informatie over de voortgang en ontwikkeling op dit moment. Alvorens opdracht te verlenen voor het opstellen van een uitvoeringsplan voor de centrumontwikkeling van de kern Simpelveld wil het college eerst de financiële haalbaarheid van een dergelijke ontwikkeling laten onderzoeken. Hiervoor is een gebiedsexploitatie opgesteld die het college in een besloten vergadering aan de commissie en op 8 mei 2025 aan de raad zal presenteren. De uitvoering van het uitvoeringsplan (en dus ook de startersregeling) schuift daardoor op in de tijd. Nadat de beslotenheid is geweest en het college met de raad aan tafel heeft gezeten, zal hier uiteraard in het openbaar op teruggekomen worden. 6. Actielijst Burgerzaken - Gezonde basisschool van de toekomst (GBT) – BurgerBelangen Op 18 december 2024 heeft het bestuur van SES besloten om voor beide basisscholen de GBT via de regiodeal 2.0 te continueren, waarbij 50% van de totale kosten gecofinancierd wordt. De heer Clignet (BB) informeert ernaar wat het bestuur van SES is en of dit een daadwerkelijke besparing van 50% voor de gemeente betekent op deze kosten. - Inzet jongeren met een Wia-status – LEEFBAAR Recent heeft een evaluatie plaatsgevonden.
De heer Thomas (LEEFBAAR) vraagt of er een reële indicatie is over de termijn waarop de raad het evaluatierapport over de bevindingen kan ontvangen. - Gezonde basisschool van de toekomst – beantwoording wethouder Ernes. SES is de bestuurscommissie Sociale Economische Structuurversterking. Het bestuur bestaat uit de wethouders met de betreffende portefeuilles van de 7 deelnemende Parkstadgemeenten. Zij hebben besloten om vanuit de Regio Deal 2 gelden ter beschikking te stellen. De gelden moeten eerst uitbetaald worden aan de scholen en vervolgens kan 50% daarvan gedeclareerd worden bij de Stadsregio Parkstad. Onder de streep blijft dat hetzelfde en krijgt de gemeente 50% terug van de subsidie die aan de scholen en Humankind betaald is. Vervolgens heeft de gemeente naast de twee toegezegde schooljaren inmiddels ook een toezegging dat een derde schooljaar gesubsidieerd wordt. Dat betekent dat de gemeente vanuit de Regio Deal 2 in totaal een bedrag van meer dan € 550.000 heeft opgehaald voor de GBT. - Inzet jongeren met een Wia-status – beantwoording wethouder Gulpen Wethouder Gulpen heeft de betreffende ambtenaar op het hart gedrukt om bij de ambtelijke overleggen erop aan te dringen dat ze ervoor moeten zorgen dat de gemeente eindelijk dat rapport gaat krijgen.
Hij is het ermee eens dat dit eigenlijk beschamend is en hij voelt zich af en toe een bedelaar om dat rapport te krijgen. Ook tijdens het bestuurlijk overleg zal de wethouder die vraag neerleggen en erop aandringen dat hij niet zonder dat rapport naar huis gaat. Wethouder Gulpen hoopt dat hij het rapport zo spoedig mogelijk kan overleggen aan de raad. De heer Thomas (LEEFBAAR) vindt deze gang van zaken ook niet goed. De gemeente moet serieus genomen worden en afspraken moeten nagekomen worden. Hij bedankt de wethouder voor zijn reactie en merkt op dat misschien een harde termijn gesteld moet worden. 7. Raadsvoorstel Ontwerpbesluit tot toetreding en wijziging inzake de GR Historisch Centrum Limburg (GR HCL) Mevrouw Honings (S1) heeft een vraag over het financieel voordeel, maar ook over de risico’s.
Pagina 8 van 13
Pag. 4. In het voorstel staat dat de bijdrage voor een deelnemer, partner in de regeling, over de jaren lager uitvalt dan bij een dienstverleningsovereenkomst (DVO) onder meer doordat een risicoopslag wordt doorbelast aan DVO-partners en de e-depot kosten voor deelnemers lager liggen. Het voorstel noemt echter niet hoe men precies tot die 10% tot 25% hogere tarieven komt voor de DVO partners. Mevrouw Honings (S1) vraagt welke specifieke maatregelen ten grondslag liggen aan de berekening van het financiële voordeel van toetreding tot de GR HCL. Ze vraagt ook of het college nader kan toelichten welke toekomstige risico’s en investeringen (bijvoorbeeld in het e-depot, gebouwenbeheer, digitale dienstverlening) een deelnemer loopt vergeleken met het DVO-partnerschap. De tweede vraag heeft met name betrekking op wijziging van de Archiefwet en de impact op de regeling. Mevrouw Honings (S1) vraagt of het college kort kan toelichten welke procedurele en inhoudelijke consequenties de voorgenomen wijziging van de Archiefwet heeft voor de bevoegdheden van het algemeen en dagelijks bestuur binnen de GR HCL en op welke manier de raad hierover actief geïnformeerd blijft. Ze doelt hiermee erop dat in het voorstel benoemd wordt dat de minister van OCW uittreedt als gevolg van deze nieuwe wet. Pag. 4.
In de tabel is de jaarlijkse besparing goed te zien, afhankelijk van de keuze tot toetreden tot de GR HCL. Mevrouw Vanhommerig (CDA) vraagt of de besparing alsnog meegenomen wordt in de begroting voor het ravijnjaar als de raad dit raadsvoorstel goedkeurt. Nu is € 50.000 begroot en dat is hoogstwaarschijnlijk niet toereikend, hoe wordt daarmee omgegaan? De heer Thomas (LEEFBAAR) merkt op dat LEEFBAAR het zeer verstandig van het college vindt om besluitvorming door de raad te combineren met de nieuwe Archiefwet, want dat brengt meer efficiency. Op pag. 3 staat dat de tekst van deze regeling op hoofdlijnen aansluit bij de regelingen zoals die in 2023 zijn vastgesteld. De heer Thomas (LEEFBAAR) informeert ernaar op welke punten deze regeling dan afwijkt. De heer Luykx (GR HCL) antwoordt dat de risico-opslag betrekking heeft op DVO’s die de GR HCL sluit met diverse instanties (op dit moment zo’n 13). Die DVO’S kennen een beperkte looptijd en die beperkte looptijd moet de GR HCL vertalen naar specifiek personeel, wat gepaard gaat met een toename van werkzaamheden doordat DVO-partners bij de GR HCL het archiefbeheer beleggen. De GR HCL voert in principe een drietal taken uit voor elke overheid die bij de GR is aangesloten, namelijk het beheren van archieven, het beschikbaar stellen van archieven en het toezicht houden op het archief.
Op het moment dat de GR HCL een DVO aangaat wordt een zeker risico gelopen op het gebied van het aantrekken van personeel. Als een organisatie zich terugtrekt uit die DVO heeft de GR HCL immers wel de personele lasten. Dat is vertaald naar een aantal percentages in loonkosten. Bij een DVO met een termijn van 8 jaar wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd en bij en DVO met een termijn van 4 jaar wordt een risico-opslag van 25% gehanteerd omdat het risico daar groter is. Dat is een landelijk model wat gevolgd wordt. Mevrouw Honings (S1) stelt dat de GR eigen vermogen tekortkomt of dat de bestemmingsreserves op een punt komen dat bijgelapt moet worden door de gemeente. Dan wordt natuurlijk niet bijgelapt door de gemeenten met een DVO, omdat ze dat in principe afgekocht hebben met die risico-opslag. De bedragen zijn nu ook opgenomen en vastgesteld. De vraag is meer wat het risico is als die begrotingen niet uitkomen voor wat betreft de kosten van de deelnemende gemeenten in de GR. Daardoor kan het achteraf toch misschien nog duurder uitkomen.
Pagina 9 van 13
De heer Luykx (GR HCL) licht toe dat de GR HCL sinds 2002 bestaat en in principe een zeer beleidsarme regeling is. De GR beheert archief en heeft ruimte voor 40 km archief, waarvan op dit moment 33 km gevuld is. De kosten die de GR maakt zijn zeer stabiel over de afgelopen 20 jaar. Dat heeft te maken met het feit dat de GR HCL in principe niet heel veel meer kosten maakt op het moment dat een partij toetreedt. De toetredende partijen zijn al sinds 2002/2003 middels DVO’s aan de GR HCL verbonden en daarom is de GR zo stabiel in het uitgavenpatroon. In de begrotingen van de afgelopen 20 jaar is te zien dat de kosten alleen met de indexatie stijgen en dat nergens heel onverwachte uitgaven geweest zijn. De enige onverwachte uitgave was een explosieve stijging van de energiekosten (zoals bij iedereen bekend) en dat heeft de GR kunnen opvangen met de reserves. Mevrouw Honings (S1) heeft bij de stukken niet de laatste jaarrekening van de GR HCL gezien. Ze vraagt of de raad die nog kan krijgen, met name om te kijken naar het weerstandsvermogen, de risicoparagraaf enz. De heer Luykx (GR HCL) antwoordt dat de gemeente/de raad als DVO-partner ieder jaar vóór 15 april de jaarrekening en het jaarverslag krijgt. De heer Luykx (GR HCL) vraagt wat mevrouw Honings (S1) precies bedoelt met de vraag over de procedurele gang van zaken in relatie tot de nieuwe Archiefwet.
Mevrouw Honings (S1) licht toe dat in het voorstel staat dat de minister van OCW uittreedt als gevolg van de Archiefwet en dat er een aangepaste GR-tekst voor na 2027 klaarligt. Ze wil graag weten wat dat betekent voor het algemeen bestuur en dagelijks bestuur en de manier waarop de gemeenteraad structureel hiervan op de hoogte blijft. De heer Luykx (GR HCL) antwoordt dat in 2022 met dit proces gestart is. De GR HCL mikte er toen op dat een uittreding van de minister gelijktijdig zou plaatsvinden met de toetreding van nieuwe gemeentelijke organisaties in deze regio. De behandeling van de Archiefwet heeft echter door een aantal landelijke ontwikkelingen vrij lang op zich laten wachten. De GR HCL achtte het noodzakelijk dat de toetreding van partijen (vooral met het oog op de ontwikkeling van het e-depot) voortgezet kon worden en niet afhankelijk was van de wetswijziging en ontwikkeling in de Tweede Kamer. Daarom heeft de GR een soort tussenstap gemaakt. Alle partijen die dat wensen kunnen per 1 januari 2026 toetreden en de minister zal op een later moment uittreden uit de regeling. Daarom liggen nu twee regelingen voor, de tussentijdse toetredingsregeling die per 1 januari 2026 ingaat en de uittredingsregeling van de minister per 1 januari 2027. De waarborgen voor die uittreding (het financiële deel en het besluitvormingsdeel) zijn vastgelegd in de uittredingsparagraaf.
Die paragraaf in de regeling luidt anders in de tussenvariant dan in de definitieve variant. De financiële paragraaf van de SPUK-regeling is vastgelegd bij wet en daarmee is de borging van de financiële zekerheid van de GR HCL gebleven. Het Rijk treedt weliswaar bestuurlijk uit de regeling, maar laat het analoge archief (de jaren 1000 tot ongeveer 1980) in de provincies liggen en blijft daar de rekening voor betalen. Mevrouw Honings (S1) vraagt of het klopt dat de kosten bij een eventuele uittreding zijn dat 5 jaar doorbetaald moet worden. De heer Luykx (GR HCL) antwoordt dat de uittredingsregeling geformuleerd is zoals die voor alle andere gemeenschappelijke regelingen ook geldt. Dat is inderdaad dat een bedrag gelijk betaald moet worden die over een termijn van 5 jaar afgebouwd wordt met 80%, 60%, 40%, 20% van de bijdrage die van tevoren betaald moest worden aan de GR.
Pagina 10 van 13
Met betrekking tot de vraag van het CDA licht mevrouw Jennen (ambtenaar) toe dat nu inderdaad een bedrag van € 50.000 in de begroting is opgenomen. Bij de bedragen zoal die nu genoemd zijn in het voorstel is al rekening gehouden met een stuk indexering, het nieuwe archiefblok wat dit jaar overgebracht wordt naar HCL (meer af te nemen meters archief) en een stukje ontwikkeling van het e-depot. Afhankelijk van de keuze die gemaakt wordt zal het bedrag wat daarvoor staat ook meegenomen worden in de begroting 2026. Naar aanleiding van de vraag van LEEFBAAR antwoordt de heer Luykx (GR HCL) dat beide regelingen op hoofdlijnen voldoen (zoals ook in de tekst staat) aan de regelingen die zijn getroffen naar aanleiding van de aanpassingen als gevolg van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen zoals die zo’n 2 jaar geleden aan de raad zijn voorgelegd. Dat traject is begeleid door Boels Zanders, hetzelfde advocatenkantoor dat de gemeente ook nu begeleid bij de voorliggende tekst. De huidige regeling, zowel de overgangsregeling als de definitieve regeling, voldoet aan dat model (het Limburgse model). De regeling voldoet aan alle bepalingen als het gaat om evaluatie, inspraak, zienswijze, begroting, jaarrekening, archivering. Al die bepalingen zijn gelijkluidend aan de gemeenschappelijke regelingen Het Gegevenshuis, ISD Kompas, GGD enz.
De voorliggende regeling wijkt uiteraard wel af op een aantal onderdelen. Dat is natuurlijk taakuitvoering en de manier waarop de taakuitvoering is belegd. Dat is per GR anders (dat kan enerzijds een delegatie zijn of anderzijds een mandaat). In het geval van HCL is ervoor gekozen om de taken in delegatie weg te zetten bij de GR. De stemverhoudingen in het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en afvaardiging in het dagelijks bestuur zijn per GR verschillend. Dat zijn verschillen die je eigenlijk altijd krijgt als je gemeenschappelijke regelingen naast elkaar gaat leggen. De overgangsregeling is op een aantal punten ook anders dan het Limburgse model. Uiteraard omdat de minister het eerstkomende jaar nog in de GR zit. De minister krijgt vervolgens een plek zowel in het dagelijks bestuur als het algemeen bestuur, wat er vooral mee te maken heeft dat het Rijk de grootste contribuant is in de begroting van het HCL. De huidige Archiefwet en alle daaruit voortvloeiende regelgeving (archiefbesluit, archiefregeling) zijn onverkort van toepassing op de nieuwe regeling per 1 januari 2026, maar vanaf 1 januari 2027 zal de nieuwe Archiefwet gaan gelden. Dat zijn ook twee verschillen met het Limburgse model. Uiteindelijk blijft het artikel dat toeziet op het meerjarig beleidsplan erin staan, omdat dat volgens de jurist niet in te passen was in artikel 22 van de regeling.
Dat zijn de inhoudelijke verschillen tussen de twee teksten die nu voorliggen en het Limburgse model. De heer Thomas (LEEFBAAR) vraagt of dit zeer uitvoerige antwoord ook schriftelijk kan worden toegestuurd. Bijlage 1, artikel 7. In lid 3 staat “Het dagelijks bestuur draagt ervoor zorg dat het HCL het merendeel van haar taken blijft uitvoeren.” De heer Thomas (LEEFBAAR) vraagt welke taken dan niet meer vervuld worden. Bijlage 1, artikel 8, lid 3. De heer Thomas (LEEFBAAR) verzoekt om een verduidelijking. Bijlage 1, artikel 9. In lid 3 staat “De deuren worden gesloten als de voorzitter het nodig acht” en in artikel 4 staat “Het algemeen bestuur beslist of de vergadering doorgaat met gesloten deuren”. De heer Thomas (LEEFBAAR) verzoekt om een toelichting. Mevrouw Honings (S1) heeft net begrepen dat de risico-opslag in de DVO met name in het stukje vertaling naar het personeel zit, maar in het raadsvoorstel wordt onder andere ook genoemd dat die risico-opslag met name bedoeld is voor de in het stuk genoemde investeringen.
Pagina 11 van 13
Die zijn echter niet inzichtelijk gemaakt en ook andere financiële overwegingen (bijvoorbeeld wat kost een eventuele uittreding enz.) zijn niet inzichtelijk gemaakt. Mevrouw Honings (S1) vraagt of de gemeente wel goed onderzocht heeft wat de eventuele andere financiële risico’s zijn en of de raad de analyse van de eventuele risico’s rondom de risico-opslag mag ontvangen. De heer Luykx (GR HCL) zegt het antwoord op de vraag over artikel 7, lid 3 schriftelijk toe. Hij zal dit navragen bij Boels Zanders. Artikel 8, lid 3 heeft te maken met het feit dat de GR HCL binnen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur werkt met quora. Dit lid voorziet erin dat bij (langdurige) ontstentenis van een lid een plaatsvervanger afgevaardigd kan worden om het quorum alsnog te behalen. De heer Luykx (GR HCL) licht toe dat het bepaalde in artikel 9, lid 3 en lid 4 letterlijk is overgenomen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 62 en artikel 22). De wetgever heeft daar expliciet voor gekozen omdat op deze manier de systematiek is dat het algemeen bestuur in meerderheid beslist of er met gesloten deuren zal worden vergaderd. De voordracht om daarover te stemmen kan gebeuren door de voorzitter, of door 1/5 van het aanwezige algemeen bestuur.
De burgemeester zegt toe dat de vraag van mevrouw Honings (S1) schriftelijk beantwoord zal worden als deze nu niet ambtelijk beantwoord kan worden. De vraag is namelijk zeer technisch en detaillistisch en ze kan zich voorstellen dat daar nu geen antwoord op gegeven kan worden. Mevrouw Jennen (ambtenaar) zegt dat daar inderdaad schriftelijk op teruggekomen wordt Mevrouw Honings (S1) merkt op dat haar vraag niet zeer technisch en detaillistisch is. Ze stelt gewoon de vraag of de risico-opslag onderzocht is door de gemeente. Als dat gedaan is, kan dat ook gedeeld worden met de raad. Als dat niet gedaan is, lijkt haar dat dat nog gedaan moet worden omdat een grote financiële transactie aangegaan wordt, of in ieder geval een toetreding. Het is dus geen technische vraag maar: “is het onderzocht? Zo ja, graag delen. Is het niet onderzocht dan kan het college zelf de conclusies trekken”. De burgemeester denkt dat het onderzocht is, maar weet het niet zeker en dus wordt dit nagegaan. Ze vindt het toch nog steeds een zeer detaillistische en zeer technische vraag. Een risico-analyse daar hoort een onderbouwing/een analyse onder. De burgemeester begrijpt dat mevrouw Honings (S1), zeker vanuit de kennis die zij heeft, dit soort vragen stelt maar die kunnen nu niet beantwoord worden en zullen dus schriftelijk aangereikt worden.
Mevrouw Honings (S1) merkt op dat het voorstel wordt ingediend vanuit de portefeuillehouder. Haar vraag is niet detaillistisch, het is heel simpel. Als de portefeuillehouder een voorstel aan de raad voorlegt om toe te treden, dan mag ze verwachten dat ook alle financiële risico’s goed onderzocht zijn. Mevrouw Honings (S1) vraagt of ze mag aannemen dat dat niet heeft plaatsgevonden, omdat de burgemeester daar geen antwoord op weet te geven. Ze vraagt niet wat de risico’s zijn maar gewoon of dat onderzocht is. De burgemeester antwoordt dat het college uiteraard voorstellen accordeert. Voorstellen met een paragraaf financiën en voorstellen met andere paragrafen worden door de ambtelijke organisatie onderbouwd en onderzocht. Ze herhaalt nogmaals dat ze de vraag die mevrouw Honings (S1) stelt nu niet meteen kan beantwoorden, behalve het antwoord dat als er een financiële risico-analyse voorligt dat die ook grondig onderbouwd en beargumenteerd en doorzocht wordt. Alle informatie die de raad nodig heeft voor de controlerende taakstellende rol, krijgt de hele raad te allen tijde van het college.
Pagina 12 van 13
Mevrouw Honings (S1) vraagt of ze dus mag concluderen dat er wel een risico-analyse heeft plaatsgevonden. De raad heeft inderdaad een controlerende taak. Dit gaat over veel euro’s en de gemeente zit in een financieel onzekere tijd. Deze vragen mag de raad stellen. Maar als dat gedaan is, zoals de burgemeester heeft aangegeven, kan SAMEN1 voor de raadsvergadering de analyse van hetgeen is uitgevoerd ook verwachten denkt ze. De burgemeester zegt nogmaals toe dat de onderbouwing die ambtelijk volgt zal worden aangereikt. De voorzitter vat samen dat de volgende toezeggingen zijn gedaan: - het financieel jaarverslag van het HCL wordt nagestuurd - het antwoord op de vraag van de heer Thomas (LEEFBAAR) wordt schriftelijk aangereikt - het antwoord op de vraag over artikel 7, lid 3 wordt schriftelijk nagestuurd - het eventuele onderzoek over de financiële risico’s wordt eventueel gedeeld AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING Mevrouw Honings (S1) deelt mee dat SAMEN1 akkoord hiermee gaat als de toegezegde informatie ontvangen is zodat de fractie zich een goed beeld kan vormen. De heer Hollands (loco griffier) begrijpt de opmerking, maar nu kan alleen akkoord of niet akkoord gegaan kan worden met agenderen van dit voorstel voor de raadsvergadering. Er kan niet akkoord gegaan worden onder een voorwaarde.
Mevrouw Honings (S1) antwoordt dat SAMEN1 voor nu dan niet akkoord gaat hiermee. - De fractie BurgerBelangen, LEEFBAAR, CDA en Lokaal Actief gaan akkoord hiermee. - De fractie SAMEN1 gaat niet akkoord hiermee. De voorzitter constateert dat de commissie akkoord is met agendering van dit voorstel voor de raadsvergadering. 8. Sluiting vergadering De voorzitter sluit de vergadering om 20.10 uur.
De loco griffier,
De voorzitter,
De heer mr. G.G.H. Hollands
Mevrouw L. Schuyer
Pagina 13 van 13