CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

15. Bijlage 2 Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Commissie BZ-MID-GGZ 3 juni 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-16 Financiële stukken GR Omgevingsdienst Zuid-Limburg15.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

€ 336.776

€ 271.334

€ 280.000

€ 286.160

€ 292.456

€ 298.890

(6) OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN

€ 1.571.416

€ 1.530.938

€ 1.508.844

€ 1.542.039

€ 1.575.963

€ 1.610.635

(7) ONVOORZIEN

€0

€ 167.469

€ 201.900

€ 206.223

€ 211.195

€ 216.293

TOTALE LASTEN

€ 17.272.496

€ 20.699.949

€ 22.044.896

€ 22.448.551

€ 23.241.436

€ 24.063.128

(8) WERKPROGRAMMA'S

€ 15.790.617

€ 19.874.572

€ 20.822.742

€ 21.592.845

€ 22.361.440

€ 23.158.078

(9) SPUK ENERGIE

€ 1.751.774

€ 390.000

€ 390.000

€0

€0

€0

(10) OVERIGE INKOMSTEN

€ 1.037.488

€ 435.377

€ 832.155

€ 855.706

€ 879.997

€ 905.050

TOTALE BATEN

€ 18.579.879

€ 20.699.949

€ 22.044.896

€ 22.448.551

€ 23.241.436

€ 24.063.128

EXPLOITATIESALDO

€ 1.307.384

€0

€0

€0

€0

€0

CONCEPT (1) SALARISKOSTEN EN INHUUR PERSONEEL

De Omgevingsdienst Zuid-Limburg is geen vennootschapsbelasting verschuldigd. In de begroting en meerjarenraming zijn geen toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves voorzien.

Voor een nadere toelichting op de posten wordt verwezen naar paragraaf 3.6

31

Begroting 2026

3.5

Overhead

Begroting 2025

Begroting 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Salariskosten en inhuur personeel (overhead)

€ 3.203.107

€ 3.525.101

€ 3.659.054

€ 3.773.821

€ 3.892.950

Overige kosten (2+3+6+7)

€ 3.779.276

€ 3.794.894

€ 3.875.898

€ 3.970.299

€ 4.067.124

Totaal overhead

€ 6.982.383

€ 7.319.994

€ 7.534.952

€ 7.744.120

€ 7.960.074

% van totale lasten

34%

33%

34%

33%

33%

De kostenposten die in de overhead zijn meegenomen, zijn gewijzigd ten opzichte van voorgaande begrotingen. Het VTH-coördinatieteam vormt een frontoffice, maar maakt geen declarabele uren. Door de overgang van het personeel van het VTH-coördinatieteam naar de nieuwe afdeling Bedrijfsvoering is het een natuurlijk moment om deze kosten vanaf 2025 ook tot de overhead te rekenen. Tevens zijn de kosten van communicatie,

32

kwaliteitssystemen en de post onvoorzien aan de definitie van overhead toegevoegd. Als directe kosten gelden de salaris- en inhuurkosten van het uitvoerend personeel en de kosten die direct gerelateerd zijn aan het primaire proces, zijnde de posten (4) kapitaallasten en (5) verbruiks- en onderhoudskosten. De vergelijkende cijfers van eerdere jaren zijn aan deze nieuwe definitie aangepast.

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

3.6

Toelichting Begroting

LASTEN

(1) Salariskosten en inhuur personeel De personeelskosten zijn in 2026 gebaseerd op een formatieomvang van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg van 159,1 fte, waarvan 128,1 fte direct. Deze formatie wordt niet volledig ingevuld met vast personeel, maar er wordt gewerkt met een flexibele schil om pieken en dalen op te vangen. Gezien de arbeidsmarkt is het ook niet altijd mogelijk om vast personeel te krijgen en moet er noodgedwongen gebruik worden gemaakt van inhuur. Uit de subsidie Maatwerk CO2 Chemelot worden 3 fte gedekt, zie bij post (10) Overige inkomsten. In de begroting 2025 is reeds een (in) groei in formatie Bedrijfsvoering verwerkt in het kader van Robuustheid. In 2026 is de resterende ingroei van 2x0,5fte verwerkt. (2) Overige personele kosten Grotendeels betreft dit opleidingskosten (3% van salaris/inhuurkosten). Daarnaast worden hier onder andere algemene personeelskosten, reiskosten en ARBO-kosten geboekt. (3) Personele diensten derden Dit heeft met name betrekking op kosten van de dienstverleningsovereenkomst die met de provincie Limburg is afgesloten voor ondersteunende diensten (zie paragraaf 5.3). Verder worden hier kosten van adviesopdrachten (incl. 1% innovatie- en ontwikkelbudget), accountant, communicatie en kwaliteitssystemen onder verantwoord.

In vergelijking met de begroting 2025 zijn de tijdelijke kosten van inhuur omzetting MBA (€ 352.000) vervallen en is het budget voor innovatie- en ontwikkeling (€ 220.000)

structureel toegevoegd. Dit is een verplichte post uit het IBP VTH. De invulling zal nader worden geconcretiseerd. Een uitgave die hier in ieder geval onderdeel van zal uitmaken, is de uitbreiding van de koppeling van RxMission met het Register Externe Veiligheid (REV).

(4) Kapitaallasten en (5) Verbruikskosten en onderhoudskosten materieel De provincie stelt een specifiek materieel budget beschikbaar voor de uitvoering van de provinciale taken. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de exploitatiekosten, de afschrijvingskosten en rentekosten van de specifiek voor de provincie bestemde voertuigen en meetinstrumenten. Hetzelfde geldt voor de huisvesting op locatie Sittard die met deze taken gemoeid is. Dit betreft de door de provincie ingebrachte taken lucht en geluid. Betreffende kosten worden in zijn geheel in rekening gebracht aan de provincie (zie bij (10) Overige inkomsten), zodat er geen financiële gevolgen zijn voor de overige deelnemers. (6) Overige bedrijfskosten Dit betreft grotendeels kosten van de huur- en ICT-dienstverleningsovereenkomst die met de provincie Limburg is afgesloten (zie paragraaf 5.3). Verder betreft dit kosten voor ICT(-licenties), wagenpark, lidmaatschap van de Omgevingsdienst Nederland, verzekeringen, porto/drukwerk en vakliteratuur. (7) Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt net als voorgaande jaren 5%. Deze is berekend over alle posten, met uitzondering van de salaris/inhuurkosten.

33

Begroting 2026

BATEN

(8) Werkprogramma’s De inkomsten van de Omgevingsdienst ZuidLimburg bestaan nagenoeg volledig uit bijdragen van de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. Deze bijdragen zijn gebaseerd op het afgesproken werkprogramma, waarin per deelnemer de uit te voeren taken en daarmee gemoeide uren zijn beschreven, alsmede overige te verlenen diensten. Bij de oprichting van de dienst is afgesproken dat er vanaf 2017 wordt gewerkt met outputfinanciering. In 2024 is de productcatalogus geactualiseerd. De uitgangspunten voor de outputfinanciering zijn daarbij overeind gebleven: •

Er worden prijzen gehanteerd per product uit de productencatalogus Tarieven zijn afhankelijk van de complexiteit van de taak Er zijn 4 complexiteitsniveaus met elk een tarief Elk tarief is gebaseerd op integrale uurkosten van directe personeelsleden belast met de uitvoering

• • •

De uurtarieven voor de 4 complexiteitsniveaus zijn als volgt: 2026

2025

zeer complex

€ 140,-

€ 135,-

complex

€ 123,-

€ 118,-

gemiddeld

€ 111,-

€ 107,-

eenvoudig

€ 99,-

€ 96,-

34

De tarieven worden bepaald door de totaal door de werkprogramma’s te dekken kosten te delen door de productieve uren van de uitvoerende functies. Er is uitgegaan van 1.350 productieve uren per fte. De tarieven 2026 zijn afgerond op hele euro’s en gemiddeld met ca. 4% gestegen ten opzichte van 2025.

(9) SPUK Energie Deze subsidie voor additioneel toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht eindigt in 2026. (10) Overige inkomsten Dit betreft grotendeels de doorbelasting aan de provincie Limburg voor het materieel budget voor de uitvoering van de provinciale taken. Daarnaast staat onder de overige inkomsten de subsidie Maatwerk CO2 Chemelot ter dekking van bijbehorende personele lasten, zie post (1). Deze subsidie is gegarandeerd voor 2026 en wordt naar stellige verwachting verlengd t/m 2030. Tot slot is hier een beperkt bedrag aan rentebaten opgenomen. Verder worden eventuele specialistische adviezen buiten het werkprogramma om op basis van een kostenraming achteraf gefactureerd. Exploitatiesaldo Er wordt bij het opstellen van de begroting vanuit gegaan dat het exploitatiesaldo nihil is. De begroting wordt geacht precies kostendekkend te zijn via de werkprogramma’s doorgerekend aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

3.7

Geprognosticeerde balans Verslag 31 december 2024

Raming 31 december 2025

Begroting 31 december 2026

Raming 31 december 2027

Raming 31 december 2028

Raming 31 december 2029

Materiële vaste activa

€ 216.096

€ 216.096

€ 139.596

€ 139.596

€ 139.596

€ 139.596

Totaal vaste activa

€ 216.096

€ 216.096

€ 139.596

€ 139.596

€ 139.596

€ 139.596

Vorderingen op openbare lichamen

€ 939.460

€ 539.460

€ 539.460

€ 539.460

€ 539.460

€ 539.460

Overlopende activa

€ 852.083

€ 852.083

€ 852.083

€ 852.083

€ 852.083

€ 852.083

€ 4.142.759

€ 2.784.984

€ 2.679.984

€ 2.588.386

€ 2.488.386

€ 2.488.386

Balans 2024 - 2029 ACTIVA Vaste activa

Vlottende activa

Liquide middelen Banksaldi

Totaal vlottende activa

€ 5.934.302

€ 4.176.527

€ 4.071.527

€ 3.979.929

€ 3.879.929

€ 3.879.929

Totaal activa

€ 6.150.398

€ 4.392.623

€ 4.211.123

€ 4.119.525

€ 4.019.525

€ 4.019.525

PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve

€ 789.079

€ 948.774

€ 948.774

€ 948.774

€ 948.774

€ 948.774

Bestemmingsreserve ICT

€ 373.098

€ 373.098

€ 191.598

€ 100.000

€-

€-

Bestemmingsreserve BOA

€-

€-

€-

€-

€-

€-

Bestemmingsreserve juridische ondersteuning

€ 10.000

€-

€-

€-

€-

€-

Bestemmingsreserve nieuwe bodemtaken ingroeimodel

€ 300.086

€-

€-

€-

€-

€-

Bestemmingsreserve nieuwe MBA basistaken ingroeimodel

€ 300.000

€-

€-

€-

€-

€-

Onverdeeld resultaat

€ 1.307.384

€-

€-

€-

€-

€-

Totaal vaste passiva

€ 3.079.647

€ 1.321.872

€ 1.140.372

€ 1.048.774

€ 948.774

€ 948.774

Vlottende passiva Schulden aan openbare lichamen Overige schulden

€-

€-

€-

€-

€-

€-

€ 1.627.966

€ 1.627.966

€ 1.627.966

€ 1.627.966

€ 1.627.966

€ 1.627.966

Overlopende passiva

€ 1.442.785

€ 1.442.785

€ 1.442.785

€ 1.442.785

€ 1.442.785

€ 1.442.785

Totaal vlottende passiva

€ 3.070.751

€ 3.070.751

€ 3.070.751

€ 3.070.751

€ 3.070.751

€ 3.070.751

Totaal passiva

€ 6.150.398

€ 4.392.623

€ 4.211.123

€ 4.119.525

€ 4.019.525

€ 4.019.525

35

Begroting 2026

3.8

Investeringsbegroting

Accu’s MOL

€ 20.000

Laser voor FIdas fijnstofmonitoren

€ 16.000

Geluidsmeter

€ 12.500

Trillingsmeetsysteem

€ 10.000

Aanvulling Breitfuss software

€ 30.000

Totaal

€ 88.500

Investeringen die zijn opgenomen in de uitvraag van de provincie zijn niet in de tabel opgenomen.

36

4.

Verplichte paragrafen

Begroting 2026

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven dat in de Programmabegroting ten minste de navolgende paragrafen opgenomen moeten zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid.

4.1

De paragrafen (1) “lokale heffingen”, (3) “onderhoud kapitaalgoederen”, (6) “verbonden partijen” en (7) “grondbeleid” zijn niet van toepassing, omdat de dienst niet wordt gefinancierd door heffingen, niet over kapitaalgoederen beschikt, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. De paragraaf (5) “bedrijfsvoering” is toegelicht in het volgende hoofdstuk. De overige paragrafen zijn hieronder nader toegelicht.

Lokale heffingen

Niet van toepassing.

4.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de organisatie indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een exact sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid ook direct onder druk. Daarom heeft de dienst op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. Begripsomschrijving Het weerstandsvermogen is de relatie tussen enerzijds de middelen en mogelijkheden die de

38

organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen (weerstandscapaciteit) en anderzijds de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie (BBV, art. 11.1). Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die de Omgevingsdienst Zuid-Limburg loopt. Inventarisatie en beleid inzake risico’s en weerstandsvermogen Het beleid inzake risico’s en weerstandsvermogen is vastgesteld door het algemeen bestuur. Het weerstandsvermogen (algemene reserve) komt voor 2024 uit op 4,2% van de omzet. In ar-

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

tikel 31.6 van de gemeenschappelijke regeling is het weerstandsvermogen bepaald op maximaal 10% van de jaaromzet. Voor zover het batig saldo van enig jaar zou leiden tot een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de jaaromzet, wordt het saldo boven de 10% gerestitueerd, tenzij een meerderheid van de deelnemers gemotiveerd instemt met een doelreservering van het batig saldo voor het openbaar lichaam. Het algemeen bestuur stelt een voorstel van de deelnemers hieromtrent vast. Risicoprofiel Gemiddeld profiel

Benodigde omvang weerstandsvermogen <10% van de jaaromzet

Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het algemeen bestuur een plan vast dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Het algemeen bestuur bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de deelnemers zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden en provinciale staten gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen (GR, art. 31.7). Wanneer het algemeen bestuur een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het nadelige exploitatiesaldo gedragen op basis van ieders afname (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft (GR, art. 31.8).

Een inventarisatie van risico’s wordt jaarlijks uitgevoerd. Deze inventarisatie wordt uitgevoerd tezamen met een afvaardiging van onze deelnemers. In de bijlage is de risico-inventarisatie van eind 2024 opgenomen. Hiertoe worden strategische (specifieke) risico’s van reguliere (algemene) risico’s onderscheiden. Reguliere risico’s doen zich regelmatig voor en zijn over het algemeen goed meet- en beheersbaar. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Kenmerkend aan strategische risico’s is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico’s. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. Zowel kans als impact zijn echter moeilijk exact te kwantificeren. Dergelijke risico’s kunnen samenhangen met rijksbrede bezuinigingen, onvoorziene kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen in de vraag. Om te voorkomen dat de dienst bij het voordoen van een niet afgedekt strategisch risico ingrijpende wijzigingen moet doorvoeren, dient de Omgevingsdienst Zuid-Limburg weerstandscapaciteit te bezitten om tegenvallers te kunnen opvangen.

39

Begroting 2026

Kengetallen met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing De BBV-kengetallen zijn geënt op begroting en verantwoording van gemeenten en provincies en verplicht (maar beperkt toepasbaar) voor de dienst. Aangezien onze dienst geen bancaire schuld heeft (en deze ook niet voorzien is in de komende jaren), er geen sprake is van structurele exploitatieruimte en structurele mutaties in reserves, grondexploitatie niet aan de orde is en geen belastingen heft, zijn betreffende kengetallen niet van toepassing.

Solvabiliteitsratio

4.3

De solvabiliteitsratio neemt in 2025 fors af van 50% naar 30%. De oorzaak hiervan is met name de uitkering van het onverdeeld resultaat en de inzet van bestemmingsreserves. In de jaren daarna is sprake van een beperkte geleidelijke afname tot 24%.

Verslag 31-12-2024

Raming 31-12-2025

Begroting 31-12-2026

Raming 31-12-2027

Raming 31-12-2028

Raming 31-12-2029

50%

30%

27%

25%

24%

24%

Onderhoud kapitaalgoederen

Niet van toepassing.

40

Voor de dienst is het enige relevante verplichte kengetal de solvabiliteitsratio. Deze wordt berekend door het Eigen Vermogen te delen door het Totaal Vermogen (balanstotaal).

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

4.4

Financiering

De financieringsparagraaf in de begroting is, in samenhang met de financiële verordening die in artikel 212 van de Gemeentewet en artikel 216 van de Provinciewet is voorgeschreven, een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. In het Treasurystatuut zijn het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd en geconcretiseerd naar de verschillende deelgebieden van treasury, risicobeheer, financiering en kasbeheer. Ook zijn de organisatorische randvoorwaarden weergegeven. Tot slot zijn in het statuut de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te houden. Algemeen De treasuryfunctie is gebaseerd op de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO). Een belangrijk element daarbij is het meer zicht krijgen op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op de korte als lange termijn. Dit betreft dan met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen.

Risicobeheer financieringsportefeuille De algemene uitgangspunten met betrekking tot het risicobeheer luiden als volgt: De dienst beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een adequate/actuele liquiditeitsplanning. • Het dagelijks bestuur neemt bij het aantrekken van financieringen de volgende uitgangspunten in acht: • Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.

• Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare liquide • middelen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. Renterisicobeheer De algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: • De kasgeldlimiet wordt volgens de ministeriële regelingen beheerd; • De renterisiconorm wordt niet overschreden conform ministeriële regelingen; • Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, rentevisie en de liquiditeitenplanning. • De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zoveel mogelijk • afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Kasbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd binnen één bank. Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: • Streven naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; • Bij het aantrekken van liquiditeiten met een looptijd van maximaal 1 jaar worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd. Hierbij wordt bij schriftelijke offertes het 4 ogenprincipe toegepast; • De toegestane korte termijn financieringsinstrumenten zijn callgeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant.

41

Begroting 2026

4.5

Bedrijfsvoering

Zie toelichting in het volgende hoofdstuk.

4.6

Verbonden partijen

Niet van toepassing.

4.7

Grondbeleid

Niet van toepassing.

42

5.

Bedrijfsvoering

43

Begroting 2026

5.1

Personeel- en organisatiebeleid

Aantrekken en behouden deskundig personeel In de lijn van de afgelopen jaren zal het behouden en aantrekken van deskundig personeel ook in 2026 een belangrijk aandachtspunt blijven. Deskundig personeel is en blijft de belangrijkste factor. Wij willen immers uitstralen een kenniscentrum te zijn voor de uitvoering van milieutaken voor onze deelnemers. In navolging op de landelijke campagne ‘Omdat je staat voor je omgeving’, zullen wij ons als organisatie verder blijven profileren door middel van het houden van arbeidsmarktcampagnes. Dit doen we om de Omgevingsdienst als organisatie maar ook als werkgever (nog) meer bekendheid te geven om zodoende vacatures ingevuld te kunnen blijven krijgen. Met deze campagnes beogen wij onze organisatie meer in de ‘spotlights’ te zetten om zodoende potentiële nieuwe medewerkers enthousiast te maken voor het interessante werk wat wij doen. Social media is een belangrijk middel om uitvoering te geven aan deze campagnes. Om deskundig personeel te kunnen behouden voor de organisatie, wordt ingezet op het behouden en daar waar mogelijk het nieuw ontwikkelen van goede arbeidsvoorwaarden, een fijne werksfeer en duurzame inzetbaarheid en vitaliteit van de ‘zittende’ medewerkers. Duurzame inzetbaarheid en vitaliteit In navolging op de Cao SGO 2024 – 2025 zullen ook in de Cao 2025 e.v. duurzame inzetbaarheid en vitaliteit belangrijke speerpunten blijven.

Om duurzame inzetbaarheid en vitaliteit bespreekbaar te maken en onderwerp van gesprek te blijven zijn, hebben medewerkers sinds einde 2024 de mogelijkheid om in ‘het goede gesprek’ hun vitaliteit, loopbaan en de ontwikkeling van het vakmanschap voor de eigen functie te be44

spreken met hun leidinggevende. Om in dit kader doelen te bereiken zijn verschillende instrumenten beschikbaar die hiervoor ingezet kunnen worden. Het doel van de huidige aanpak is tweeledig. Enerzijds versterkt het de vitaliteit van medewerkers, zodat zij gedurende hun loopbaan energie hebben om hun werk goed uit te voeren, op verschillende plekken en in verschillende omstandigheden inzetbaar zijn (zowel fysiek, mentaal als sociaal gezien). Anderzijds heeft de organisatie er baat bij als medewerkers productief zijn en plezier hebben en houden in hun werk en vakkundige medewerkers behouden kunnen worden voor de organisatie. Uit een te houden evaluatie zal blijken of deze aanpak effect heeft dan wel dat dit thema op een andere wijze georganiseerd dient te worden. Opleiden en competentieontwikkeling In de jaarlijks op te stellen opleidingsplannen wordt vastgelegd welke (extra) kennis en vaardigheden en welke opleidingen nodig zijn om de beoogde organisatie- en afdelingsdoelen te kunnen behalen. De doorontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst, anderszins nieuwe ontwikkelingen en mogelijk nieuw uit te voeren milieu gerelateerde plustaken en het kunnen blijven voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria zijn hierbij de belangrijkste uitgangspunten.

Voor nieuwe medewerkers blijven de trainingen ‘Politiek bestuurlijke sensitiviteit’ en ‘Tools voor samenwerken’ jaarlijks georganiseerd worden. Daarnaast blijven we inzetten op doorontwikkeling van de vijf ontwikkelde competentierollen welke gericht zijn op de rollen van casemanager, vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur.

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

De in dit kader reeds voor alle (VTH-)medewerkers georganiseerde training ‘Verbinden’ zal een vervolg krijgen waarbij een andere competentie gerelateerd aan de competentierollen centraal zal komen te staan. Het feit dat vacatures ingevuld moeten worden met kandidaten die een grotere afstand (qua opleiding en ervaring) hebben tot de functie dan dat dit jaren geleden aan de orde was, zal de komende tijd niet veranderen. Investeren in het inwerken van nieuwe werknemers (ook trainees) om ze praktijkervaring te laten opdoen en daarnaast de belangrijke factor, investeren in opleiden, zal de komende tijd daarom noodzakelijk blijven. Nieuwe afdeling Bedrijfsvoering De per 1 januari 2025 gevormde nieuwe afdeling Bedrijfsvoering zal steeds meer een centrale plaats in de organisatie moeten krijgen. Het op orde hebben van de bedrijfsvoering is één van de actiepunten die het kader van de uitwerking genoemd zijn in het plan van aanpak om te komen tot een robuuste omgevingsdienst. Het vormen van een afzonderlijke afdeling Bedrijfsvoering en het beschrijven en waarderen van nieuwe functies die in deze afdeling gepositioneerd worden (o.a. op het gebied van informatievoorziening en data, communicatie en projectleiderschap innovatieve projecten) zal een positief effect hebben op deze genoemde onderdelen.

Daarnaast zullen processen worden doorgelicht om zo efficiënt mogelijk de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren.

Arbobeleid Nu werknemers langer door moeten werken is het des te meer van belang dat de werknemers de eindstreep zo gezond mogelijk kunnen bereiken. Goede arbeidsomstandigheden zijn daarom van groot belang. De Omgevingsdienst als organisatie neemt daarom zijn verantwoordelijkheid voor het veilig en gezond kunnen houden van de werknemers. In dit kader is het van belang doorlopend aandacht te hebben voor het verstrekken van voorlichting betreffende Arbo-gerelateerde zaken en verder aan de wettelijke regels genoemd in de Arbowet te voldoen. Dit impliceert dat de acties die opgenomen zijn in het Arbobeleidsplan uitgevoerd gaan worden. Hierbij dient gedacht te worden aan de uitvoering van verschillende aanvullende Risico inventarisaties & evaluaties (o.a. beeldschermwerk en thuiswerken), het houden van een werkdrukonderzoek inclusief psychosociale arbeidsbelasting, periodiek medisch onderzoek (PAGO) en medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO).

45

Begroting 2026

5.2

Informatiemanagement

In het VTH-domein wordt steeds meer de beweging gemaakt naar informatie gestuurd werken. Organisaties en medewerkers moeten steeds meer databedreven worden. Voor de informatiehuishouding en processen binnen de context van de omgevingsdienst betekent dat de in 2025 vastgestelde business intelligence strategie in 2026 ten uitvoer gebracht zal worden Een robuuste informatiepositie moet worden gerealiseerd, waarbij data beschikbaar wordt gesteld voor uitvoering, analyses en beleid. Om deze data te kunnen leveren zullen we het informatiemanagement verder moeten professionaliseren om meerwaarde te leveren aan medewerkers, deelnemers en ketenpartners. Dit zal opgepakt worden middels een versterking van de discipline informatiemanagement op het gebied van business intelligence, maar ook door het zoeken van samenwerking met andere omgevingsdiensten, het SGIV-samenwerkingsverband, de provincie Limburg en gemeenten in Zuid-Limburg. Landelijke ontwikkelingen We verwachten dat het komend jaar de resultaten vanuit het programma digitaal stelsel VTH (opvolger IPB VTH spoor 3) worden opgeleverd. In 2026 zullen we onze processen, systemen en informatievoorziening hierop moeten aanpassen. De landelijke ontwikkelingen die we nu zien hebben betrekking op het verbeteren van de informatiepositie van omgevingsdiensten.

Deze verbetering van de informatiepositie wordt gerealiseerd met landelijke (kern)registraties, voorzieningen voor data-uitwisseling, het maken van informatieproducten en het mogelijk maken van digitale samenwerking aan dossiers. Als omgevignsdienst zullen we gaan aansluiten op deze systemen en we zullen de nieuwe mogelijkheden inpassen in onze werkprocessen. 46

Altijd Actuele Digitale Vergunningen (AADV) Een van de onderdelen van het landelijk programma digitaal stelsel VTH is de Altijd Actuele Digitale Vergunningen (AADV). Een aantal omgevingsdiensten hebben de afgelopen jaren pilots uitgevoerd met deze werkwijze. Met de applicatie Digi-V worden vergunningen digitaal toegankelijk gemaakt. Daardoor zijn ze beter doorzoekbaar, beter toepasbaar voor toezichthouders en wordt het mogelijk om informatie en analyses over de bedrijven uit te voeren. Omgevingsdiensten kunnen daardoor efficiënter werken en leveren betere kwaliteit. Afhankelijk van de landelijke resultaten van de pilots, en het resultaat van de in 2025 uitgevoerde pilot AADV bij onze organisatie, verwachten we in 2026 een deel van het Seveso-vergunningenbestand om te zetten naar digitale vergunningen in Digi-V. Business Intelligence De digitale ontwikkelingen binnen onze organisatie richten zich in 2026 op het versterken van onze business intelligence functie, maar ook op het databedreven maken van onze medewerkers zodat zij leren data en kennis te gebruiken in hun werkzaamheden. De business intelligence functie van onze organisatie wordt verbeterd door het aansluiten op landelijke registers, de verantwoorde inzet van AI en het verminderen van de administratieve werkzaamheden.

Met ondersteuning middels AI-technologie en de inzet van Robotic Process Automation (RPA) willen we medewerkers meer ruimte voor de inhoud geven. Met de inzet van RPA-technologie, ook wel “digitale collega’s” genoemd, gaan we routinetaken sneller en foutloos uitvoeren, waardoor medewerkers zich meer kunnen richten op inhoudelijke complexe werkzaamheden.

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

5.3

Ondersteuning

De staf van de organisatie bestaat uit de controller, directie adviseur, concernjurist en managementassistent. Vanaf 1-1-2025 is de afdeling Bedrijfsvoering opgericht. Deze afdeling wordt gevormd door adviseurs en medewerkers op het gebied van HR, data/informatievoorziening, planning & control, communicatie, kwaliteitsmanagement, innovatie, secretariaat en VTH-coördinatie.

De omgevingsdienst heeft een huurovereenkomst voor kantoorruimte en parkeerplaatsen afgesloten met de provincie Limburg. Tevens wordt een groot deel van de resterende ondersteunende diensten afgenomen van de provincie Limburg. De afspraken daaromtrent zijn vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Dit heeft betrekking op ICT-systemen en diensten, VTH-administratie, financiële administratie, salarisadministratie, beheer dienstauto’s, postverwerking en archief.

6.

Bijlagen

Begroting 2026

6.1

Risico-inventarisatie

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

1.

Risico's samenhangend met invoering van de nieuwe omgevingswet

1.1

De uitleg van de (aanvullende) taken volgens de nieuwe Omgevingswet leidt tot onduidelijke en/ of niet uniforme uitleg bij de implementatie.

Het risico bestaat dat er interpretatieverschillen zijn over welke aanvullende taken bij de ODZL moeten liggen danwel bij de deelnemers. Als gevolg hiervan kan mogelijk de budgettering en bezetting bij de ODZL onjuist zijn. De gevolgen hiervan kunnen zijn dat er verstoringen in de bedrijfsvoering ontstaan en/of meer kosten worden gemaakt voor de uitvoering van de taken.

Specifiek

1.2

De Omgevingswet leidt tot een financieel risico voor de deelnemers en dit heeft mogelijk gevolgen voor de ODZL.

Inbreng van (nieuwe) taken in de ODZL is in het verleden altijd hand in hand gegaan met inbreng van financiering waarbij de basishouding is om een minimum financiering in te brengen en een maximum aan taken.

Algemeen

1.3

Wijziging van huidige kengetallen voor de uitvoering van basistaken als gevolg van het overgaan van inrichtingen naar MBA's. Hierdoor kunnen taken verkeerd worden gecalculeerd waardoor de inrichtingsprijs onder druk komt.

De huidige kengetallen zijn leidend voor de begroting en de opbouw van de prijzentabel in de productencatalogus van ODZL. Door de wijziging van inrichtingen naar MBA's zijn er minder cq. verouderde kengetallen beschikbaar om de juiste prijs te bepalen. Hierdoor ontstaat een begrotingsrisico dat de prijzen onvoldoende dekkend zijn voor de nieuwe taken. Dit risico zal in de toekomst kleiner worden zodra de referentiegegevens worden opgebouwd op basis van MBA's in plaats van de (oude) inrichtingen.

Specifiek

1.4

Er blijken locaties te zijn die, mede door veranderingen in bedrijven, door gemeenten niet zijn belegd bij de ODZL waardoor de 'basis' niet op orde is.

Het risico bestaat dat de deelnemers niet alle locaties hebben ingebracht bij de ODZL waardoor er onvoldoende robuustheid is en de organisatie niet is ingericht op de juiste basis.

Algemeen

1.5

Juridische en inhoudelijke advisering als gevolg van nieuwe omgevingswet is groter dan door deelnemers ingebracht.

Door de implementatie van de nieuwe Omgevingswet zal mogelijk - zodra gemeenten met de omgevingsplannen aan de slag gaan - meer dan gebruikelijk een beroep worden gedaan op de ODZL voor inhoudelijk en juridisch advies. Dit geldt zeker voor de kleine gemeenten. Het risico bestaat dat deze advisering meer tijd vereist dan vooraf verwacht en dat hiervoor onvoldoende middelen/bezetting beschikbaar zijn.

Specifiek

50

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

Specifiek rest-risico

20

€ 1.000.000

€ 200.000

"Takenpakket in de basis onderdeel van de reguliere begroting Onzeker is extra financiering indien de taken zouden toenemen."

€ 200.000

€-

Reeel risico dat niet door ODZL beinvloedbaar is

€ 50.000

"Herijken van de productencatalogus. Omzettingsproces naar MBA's is grote inspanning "

€ 50.000

Opplussen juridische capaciteit naar noodzakelijke omvang

€ 50.000

10

€ 500.000

€-

50

€ 250.000

€ 125.000

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

2.

Uitvoeringsrisico’s primair proces

2.1

De uitleg van de (aanvullende) taken volgens de nieuwe Omgevingswet leidt tot onduidelijke en/ of niet uniforme uitleg bij de implementatie.

Indien een vergunning niet tijdig is verleend, dan loopt de RUD ZL het risico dat de vergunning alsdan van rechtswege is verleend. Dit brengt met zich dat herstelwerk nodig is dan minder efficiënt is en leidt tot aanvullende werkzaamheden en/of kosten.

Algemeen

€-

Restrisico na zorgvuldig vormgeven werkprocessen

2.2

De Omgevingswet leidt tot een financieel risico voor de deelnemers en dit heeft mogelijk gevolgen voor de ODZL.

De mogelijkheid bestaat dat bevoegd gezag (onbewust) om advies vraagt aan de ODZL dat afwijkt van wet- en regelgeving. In de afstemming met betreffende deelnemer kan dit leiden tot extra werkzaamheden en/of kosten.

Algemeen

€-

Restrisico voor extra tijdsbesteding

2.3

Wijziging van huidige kengetallen voor de uitvoering van basistaken als gevolg van het overgaan van inrichtingen naar MBA's. Hierdoor kunnen taken verkeerd worden gecalculeerd waardoor de inrichtingsprijs onder druk komt.

Het risico bestaat dat een derde partij de ODZL aansprakelijk stelt als gevolg van uitvoeringsfouten. In dat geval leidt dit tot juridische kosten enof aanvullende werkzaamheden.

Algemeen

€-

Is verzekerd via bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, de eigen extra werkzaamheden echter niet verzekerbaar

2.4

Er blijken locaties te zijn die, mede door veranderingen in bedrijven, door gemeenten niet zijn belegd bij de ODZL waardoor de 'basis' niet op orde is.

Het risico bestaat dat een vergunning is verleend waar uiteindelijk blijkt dat (door de nieuwe Omgevingswetgeving) onjuiste keuzes zijn maakt of dat de handhaving niet uitvoerbaar blijkt. Dit kan leiden tot een inefficiënte bedrijfsvoering en mogelijk juridische kosten.

Algemeen

€-

Specifiek rest-risico

51

Begroting 2026

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

3.

Risico’s samenhangend met samenwerking met opdrachtgevers

3.1

Financiele taakstellingen opgelegd door opdrachtgevers.

Regelmatig wordt een beroep gedaan op de ODZL om een financiële taakstelling te realiseren, bijvoorbeeld om de stijging van de CAO niet door te berekenen waardoor druk op het budget van de ODZL ontstaat.

Algemeen

3.2

Het VTH beleid per deelnemer is niet uniform.

Indien de deelnemers geen overeenkomstig VTH-takenpakket hebben ingebracht, dan is de inrichting van het toezicht door de ODZL niet optimaal efficiënt mogelijk waardoor de bedrijfsvoering minder efficiënt en effectief kan zijn.

Specifiek

3.3

Een opdrachtgever trekt taken terug uit de ODZL.

Indien een opdrachtgever zich terugtrekt met plus-taken, dan kan dit een wezenlijke invloed hebben op de dekking van de bezetting en overhead.

3.4

Een opdrachtgever stelt niet de benodigde financiële middelen ter beschikking.

3.5

3.6

52

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

€-

Reeel risico gezien financiële positie opdrachtgevers

€ 125.000

Samen met deelnemers streven naar uniform beleid; ODZL is afhankelijk

Algemeen

€-

Zie overeengekomen spelregels in GR

Het risico ziet toe op de situatie dat prijsafspraken zijn gemaakt en dat de werkelijke uitvoeringskosten hoger zijn waarbij de deelnemer niet bereid is de meerkosten te betalen.

Algemeen

€-

Risico dat geschillen ontstaan door gedeelde verantwoordelijkheid ODZL en bevoegd gezag.

De ODZL is in de uitvoering mede afhankelijk van het bevoegd gezag waarbij de ODZL wordt gemandateerd terwijl het bevoegd gezag verantwoordelijk blijft. De onderlinge afhankelijkheid kan gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering doordat taken afgestemd moeten worden en soms aanleiding geven tot overleg en afstemming tussen ODZL en bevoegd gezag, bijvoorbeeld als er onenigheid is ODZL en bevoegd gezag over een casus. Dit leidt tot inefficiëntie en/ of (procedurele) fouten met mogelijk financiële (claim) gevolgen.

Algemeen

€-

Invulling van de Regionale risico-analyse.

In 2020 is een een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid afgesproken. In de uitwerking bestaat het risico dat individuele gemeenten een andere risico-classificatie doen dan de ODZL, mede als gevolg van de focus op de eigen gemeente terwijl de ODZL regio overstijgend risico-classificaties bepaalt. Het risico bestaat dat er dus verschillende visies zijn over de risico-kwalificatie en controlefrequentie met als gevolg discussie over de bekostiging.

Algemeen

25

€ 500.000

Specifiek rest-risico

€ 125.000

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

Kans (in %)

4.

Politieke risico’s

4.1

Toename van regie op VTH taken door de Rijksoverheid (stelselwijziging) danwel Provincie, waardoor bevoegdheden wijzigen.

"Alhoewel het risico van landelijke concentratie klein lijkt, zou de impact heel groot zijn. In de praktijk is het juist de beweging dat meer taken naar de omgevingsdiensten worden belegd. Het risico van Provinciale concentratie lijkt realistischer en zou eveneens mogelijk een grote invloed kunnen hebben."

Algemeen

4.2

Regelgeving (denk aan stikstofproblematiek) heeft invloed op andere werkzaamheden.

Dit risico kan leiden tot extra taakinvulling door de ODZL. Ook kan het mogelijk zelfs leiden tot het stilvallen van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld omdat energie-aansluitingen niet worden gerealiseerd. Het is theoretisch mogelijk dat de taakuitvoering onmogelijk is waardoor de kosten doorlopen terwijl deelnemers niet bijdragen aan de kosten.

Specifiek

25

4.3

Invloed van Europese wetgeving op landelijke regels.

De wetgeving kan onder invloed van Europese regels veranderen waardoor het uitvoeringsveld van de ODZL kan veranderen.

Specifiek

5

4.4

Flankerend overheidsbeleid heeft mogelijk invloed op de ODZL

Flankerend overheidsbeleid kan van invloed zijn op de uitvoering van de toezichthoudende taken van de ODZL. Dit kan leiden tot inefficiënties en/of extra handhaving of aanvullende adviesvragen van deelnemers. Dit kan leiden tot aanvullende werkzaamheden en onvoorziene kosten.

Specifiek

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

Specifiek rest-risico

€-

Het is niet aannemelijk dat van de ene op de andere dag de stekker uit de omgevingsdiensten getrokken wordt.

€ 500.000

€ 125.000

Betreft restrisico niet door ODZL of deelnemers beinvloedbaar

€ 125.000

€ 200.000

€ 10.000

Betreft restrisico niet door ODZL of deelnemers beinvloedbaar

€ 10.000

€-

Zie ook specifiek risico onder 3.2

53

Begroting 2026

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

Specifiek rest-risico

5.

Bedrijfsvoering: personeel en financieel

5.1

De bezetting van de ODZL is niet toegesneden op de taken.

Het risico ziet toe op de druk op de arbeidsmarkt om voldoende gekwalificeerd personeel aan de ODZL te binden passend bij de omvang en complexiteit van het takenpakket.

Algemeen

€-

5.2

Begeleiding en opleiding van (nieuwe) medewerkers past niet bij (of naast) de reguliere taken.

Het risico bestaat dat de opleiding van (nieuwe) medewerkers meer inspanning vraagt dan er beschikbare capaciteit is waardoor aanvullende capaciteit moet worden ingezet en/of aanvullende kosten moeten worden gemaakt.

Algemeen

€-

5.3

Werkplek voldoet niet aan ARBO eisen.

Het risico ziet toe op werkplekken die - mede in relatie tot hybride werken - niet voldoen aan de ARBO-eisen en leiden tot (aanvullend) ziekteverzuim en mogelijke aansprakelijkheid van de ODZL.

Algemeen

€-

Via preventiemedewerker, uitgvoerde RIE en budget overige personeelskosten wordt hier actief op geacteerd. Bovendien is aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Betreft restrisico

€-

5.4

Uitval/ziekte medewerkers.

Het risico van ziekte en/of uitval valt onder de reguliere begrotingsrisico's van de ODZL, tenzij sprake is van een buitengewoon ziekteverzuim.

Algemeen

€-

Er wordt actief gestuurd op preventie en ziekteverzuimbegeleiding, verzuim zit binnen de norm bruto / netto uren

€-

5.5

Begrotingsrisico's

Reguliere begrotingsrisico's zien toe op de onjuste begroting vooraf van taken en daarmee samenhangende kosten, bijvoorbeeld als gevolg van onvoorziene kosten en/of onvoorziene kostenstijgingen

Algemeen

€-

€-

5.6

Niet tijdige betaling opdrachtgevers.

Het is en blijft een risico dat de betaling van de bijdrage door de deelnemers niet tijdig komt waardoor er een liquiditeitsprobleem kan optreden.

Algemeen

€-

€-

5.7

Inefficiënte werkprocessen.

Het risico bestaat dat werkprocessen niet meer actueel zijn waardoor sprake is van inefficiëntie in de bedrijfsvoering die niet voorzien is en leidt tot aanvullende kosten.

Algemeen

€-

€-

5.8

Handhaving door Belastingdienst op wet DBA.

De Belastingdienst gaat strikter handhaven op naleving van de Wet DBA om schijnzelfstandigheid van ZZPers te voorkomen. Risico dat naheffingen en boetes worden opgelegd.

Algemeen

€-

€-

54

Werken met flexibele schil en strategische personeelsplanning

€-

€-

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

Specifiek rest-risico

6.

Bedrijfsvoering: ICT

6.1

De VTH-applicatie (RX Mission) wordt doorlopend ontwikkeld en werkt niet volledig adequaat.

De applicatie is medio 2023 geïmplementeerd en wordt voortdurend doorontwikkeld en onderhouden. Het risico bestaat dat de applicatie niet adequaat functioneert waardoor de bedrijfsvoering niet efficiënt en/of effectief verloopt en bijvoorbeeld de registratie van uren niet correct is.

Specifiek

25

€ 1.000.000

€ 250.000

"Er is sprake van een contract met de leverancier en een SLA waardoor er garanties en waarborgen zijn in geval van uitval en onvoldoende functioneren. De leverancier kan aansprakelijk gesteld worden. Key users waken over de functionaliteit en instructie. Medewerkers zijn en worden afdoende opgeleid."

€ 10.000

6.2

De nieuwe DSO-applicatie (Digitaal Stelsel Omgevingswet) functioneert niet naar behoren.

De DSO-applicatie (Digitaal Stelsel Omgevingswet) wordt landelijk ontwikkeld en de ontwikkeling en implementatie vallen buiten de beïnvloedingssfeer van de ODZL. Het risico bestaat dat de applicatie niet adequaat functioneert waardoor de bedrijfsvoering niet efficiënt en/of effectief verloopt.

Specifiek

20

€ 1.000.000

€ 200.000

De ontwikkeling valt buiten de directe beïnvloedingssfeer van ODZL en is derhalve een netto risico

€ 200.000

6.3

Cyberrisico's ten aanzien van continuïteit van systemen en integriteit van data.

Het risico bestaat dat een cyberaanval leidt tot een losgeld eis waarbij de ODZL moet bepalen of dit losgeld betaald wordt om hiermee operationele verstoringen te voorkomen en/of eventuele reputatieschade. Het verlies van data kan gevolgen hebben voor de reputatie en bedrijfscontinuïteit.

Specifiek

20

€ 1.000.000

€ 200.000

De ODZL steunt op de ingestelde maatregelen door de IT-provider en laat deze maatregelen met regelmaat testen.

€ 50.000

6.4

Verlies van vertrouwelijke data als gevolg van eigen werkwijze

Het risico ziet toe op verlies van data door eigen medewerkers als gevolg van gaten in de eigen werkwijze, menselijke fouten en IT.

Algemeen

55

Begroting 2026

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

Specifiek rest-risico

7.

Bedrijfsvoering: rechtmatigheid

7.1

Onzorgvuldige aanbestedingsprocedure leidt tot schadeclaim.

De ODZL is verplicht tot het volgen van de Europose aanbestedingsprocedures en indien hierin onregelmatigheden plaatsvinden, dan bestaat een risico op schadeclaims en/of aanvullende werkzaamheden om dit te herstellen.

Algemeen

Zorgvuldig toepassen aanbestedingswetgeving, intern beleid en ondersteuning via inkoopadviseurs Provincie Limburg

€-

7.2

Uitgaven door de ODZL zijn niet rechtmatig omdat deze buiten het begrotingskader vallen.

Dit betreft een theoretisch risico dat zich in de praktijk - door afdoende beheersmaatregelen - nooit voor doet. Indien dit risico evenwel in de praktijk zou plaatsvinden, dan bestaat het risico dat deelnemers niet willen bijdragen aan de financiële gevolgen.

Algemeen

Monitoren uitgaven via rapportages. Interne controle via controller, externe controle via accountant

€-

7.3

Niet voldoen aan privacy protocollen en dataprotectie.

Niet voldoen aan de AVG kan leiden tot een hoge boete die kan oplopen tot 4% van de omzet van de overtreder.

Algemeen

Er is een FG benoemd en er zijn procedures om binnen de AVG te werken.

€-

7.4

Wet Open Overheid vraagt veel niet begrote ureninzet.

Deze wet is vervanger van de WOB sinds 2022 en vereist pro-actiever informatie te openbaren waardoor dus ook pro-actief meer stukken moeten worden geanonimiseerd. Dit vereist extra middelen om dit mogelijk te maken.

Algemeen

€ 820.000 Recapitulatie

€ 22.044.896

1,50%

€ 330.673

Risico-dekking algemene risico's

€ 820.000

Kwantificering specifieke risico's

€ 1.150.673

Totaal risico's

5,22%

56

Begroting ODZL 2026

Risico's als percentage van de begroting

€ 201.900

Afgedekt via post onvoorzien in begroting 2026

€ 948.774

Af te dekken via algemene reserves

€ 1.150.673

Totaal risico's

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

6.2

Tarievenoverzicht

Deze tabel is conform de Productcatalogus vastgesteld door het dagelijks bestuur op 31 januari 2024 met tarieven 2026 zoals in deze begroting genoemd. Pakketdeel

tarief per uur (in €)

tijd per locatie (in uur)

totaal (in €)

Seveso Locatie

€ 140,00

383,8

€ 53.725,98

RIE 4 Locatie

€ 140,00

236,0

€ 33.040,00

RIE overig

€ 123,00

86,9

€ 10.687,84

categorie C Locatie

€ 111,00

35,1

€ 3.896,99

categorie B basistaak Locatie

€ 111,00

8,8

€ 974,47

Nieuwe basistaak Locatie Totalen Programmadeel

uurtarief (in €)

Vergunningverlening Omgevingsoverleg Bouw

Omgevingsoverleg Bouw

€ 123,00

Informatie- en Rapportageplicht Milieu

€ 123,00

Omgevingsvergunning Milieu

€ 123,00

Omgevingsvergunning Bouw

€ 123,00

Omgevingsvergunning Combi (Milieu & Bouwen)

Omgevingsvergunning - Combi

Milieu Melding Melding Sloop / Asbest

€ 111,00 Melding Sloop / Asbest

Bouw Melding Bodem Melding

€ 123,00

€ 111,00 € 123,00

Nieuwe bodemtaken OW

€ 111,00

Milieu Effect Rapportage (MER)

€ 123,00

Ontheffing

€ 111,00

Bezwaar & Beroep Vergunningverlening

€ 140,00

Toezicht & Handhaving Milieu Toezicht Vuurwerk Toezicht

Milieutoezicht / -Controle

€ 99,00

Toezicht Vuurwerk

€ 99,00

Bouw Toezicht

€ 123,00

Bodem Toezicht

Toezicht Bodem

€ 123,00

Energie Toezicht

Toezicht Energie Controle

€ 123,00

Afhandelen Incidenten / Ongewoon Voorval

Afhandeling Incidenten

€ 123,00

Afhandelen Klacht

Afhandeling Klachten

€ 111,00

Bezwaar en Beroep Toezicht & Handhaving Handhavingsverzoek

€ 140,00 Handhavingsverzoek

€ 140,00

Bestuursrechtelijke Handhaving

€ 140,00

Strafrechtelijke Handhaving

€ 140,00

57

Begroting 2026

Programmadeel

uurtarief (in €)

Specialismen Advies Externe Veiligheid / Omgevingsveiligheid

Advies Externe Veiligheid / Omgevingsveiligheid

Advies Afval Advies (water) bodem - water - bouwstoffen

€ 123,00 € 123,00

Advies (water) bodem - water - bouwstoffen

€ 123,00

Advies Geur, Lucht

€ 123,00

Advies Geluid, Trilling en Licht

€ 123,00

Advies Asbest

Advies Asbest

€ 111,00

Advies Energie

Advies Energie

€ 123,00

Advies Omgevingsplan (bestemmingsplan)

€ 123,00

Advies Bibob

€ 123,00

Advies EVOA kennisgeving

€ 123,00

Advies Bouw

€ 123,00

Beleidsadvies / - ondersteuning

€ 123,00

Advies Geur, Lucht Advies Geluid, Trilling en Licht

Advies Omgevingsplan Advies Bibob Advies EVOA kennisgeving Advies Bouw Beleidsadvies / - ondersteuning Verzoek Woo Informatieverstrekking / Algemeen Advies

€ 123,00 Informatieverstrekking / Algemeen Advies

€ 111,00

Projecten Project Omzetting Inrichting - MBA (2023)

€ 100,00

Sanering verkeerslawaai

€ 123,00

PL - BOA-capiciteit

€ 140,00

Varia post onvoorzien, actuele casuïstiek, (partner) overstijgende projecten, beleidsintensivering

€ 111,00

Ter inzage leggen

€ 111,00

Pubicatie

€ 111,00

58

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

6.3

Bijdrage per deelnemer

De geschatte kosten per deelnemer, gebaseerd op de omzetverhoudingen uit de werkprogramma’s, zijn in onderstaande tabel opgenomen. De feitelijke bijdrage in 2026 kan afwijken van deze opstelling afhankelijk van de ontwikkelingen in de werkprogramma’s van de deelnemers.

Deelnemer

2026 vanuit werkprogramma’s 2025

Gemeente Beek

€ 576.100

Gemeente Beekdaelen

€ 811.379

Gemeente Brunssum

€ 218.050

Gemeente Eijsden-Margraten

€ 522.536

Gemeente Gulpen-Wittem

€ 271.081

Gemeente Heerlen

€ 883.589

Gemeente Kerkrade

€ 434.383

Gemeente Landgraaf

€ 368.341

Gemeente Maastricht

€ 1.986.002

Gemeente Meerssen

€ 345.500

Gemeente Simpelveld

€ 139.625

Gemeente Sittard-Geleen

€ 1.298.105

Gemeente Stein

€ 758.588

Gemeente Vaals

€ 174.251

Gemeente Valkenburg aan de Geul

€ 134.282

Gemeente Voerendaal

€ 188.279

Provincie Limburg

€ 11.695.944

Totaal

€ 20.806.037

59

Begroting 2026

6.4 Bal Bbl BBT BBV BOA BREF Brzo CPB ETS FTE HR IBP VTH ICT IPO KRW MBA Ow RIE-4 Seveso

SGO VNG VTH Wbb Wet FIDO Wgr Woo ZZS

60

Lijst met afkortingen Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Beste beschikbare technieken Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Buitengewoon Opsporings-Ambtenaar Best available technique reference document Besluit risico’s zware ongevallen. Vervallen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zie verder onder Seveso. Centraal Plan Bureau Emission Trading System, het Europese systeem van handel in broeikasemissierechten full time equivalent Human Resources Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel Informatie en Communicatie Technologie InterProvinciaal Overleg Kaderrichtlijn Water Milieubelastende activiteit Omgevingswet Richtlijn Industriële Emissies categorie 4 De naam ‘Seveso’ wordt vanaf 1 januari 2024 gebruikt voor de meest risicovolle bedrijven waar zware ongevallen kunnen voorkomen. De naam is een verwijzing naar de Europese Seveso-III-richtlijn. Deze richtlijn heeft zijn naam ontleend aan het plaatsje Seveso in Italië waar een zwaar industrieel ongeval heeft plaatsgevonden. Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties Vereniging Nederlandse Gemeenten Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Wet bodembescherming Wet Financiering Decentrale Overheden Wet gemeenschappelijke regelingen Wet open overheid Zeer Zorgwekkende Stoffen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=11160fe1-1570-44c5-8547-6b02ee709e69