CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

15. Bijlage 1 Jaarrekening 2024 Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Commissie BZ-MID-GGZ 3 juni 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-16 Financiële stukken GR Omgevingsdienst Zuid-Limburg18.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarnaast spelen de medewerkers een actieve rol in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid bij de bevoegde gezagen op de genoemde taakgebieden. Hierbij houden zij rekening met mogelijke innovaties in de uitvoering van geleverde producten en toegepaste werkwijzen. Prestatie-indicatoren In de begroting van 2024 zijn prestatieindicatoren vastgesteld voor de specialistische werkzaamheden van de afdelingen Advies en Onderzoek en Specialistisch en Juridisch Toezicht. Hieronder worden de specifieke indicatoren en hun realisatie weergegeven:

Speerpunt

Prestatie indicator

Gerealiseerd

Kwaliteit

De adviezen bevatten heldere conclusies en zijn transparant in de afwegingen

Is gerealiseerd. De adviezen voldoen aan de verwachtingen van onze opdrachtgevers. Interviews met onze opdrachtgevers tonen brede waardering voor de kennis en kunde van onze medewerkers.

Tijdigheid

95% van de adviezen is voor de afgesproken termijn aan de opdrachtgever verzonden

Is gerealiseerd. Bij zaken waar de termijn niet wordt gehaald word actief aan verwachtingen-management gedaan.

31

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

In 2024 is de omvang van de werkzaamheden voor het verstrekken van milieuadviezen door onze “milieuspecialisten” redelijk gestabiliseerd in vergelijking met het voorgaande jaar. Als we kijken naar de aantallen blijkt dat er in 2024 in totaal 1.142 zaken voor specialistische milieuadvisering zijn behandeld en meer dan 95% van deze verzoeken zijn ook tijdig afgehandeld.

De overige afgehandelde verzoeken hadden specifiek betrekking op de milieuaspecten: • • • • • •

Asbest (162 zaken) Bodem (139 zaken) Energie (209 toezichthoudende controles); Externe veiligheid (241 zaken); Geluid (494 adviezen); Lucht (271 emissie zaken).

Een aandachtspunt bij de behandeling van deze meldingen is het feit dat niet al onze opdrachtgevers onze dienst als behandeldienst hebben ingesteld in het landelijke DSO. Hierdoor komt het voor dat meldingen en informatieplichten soms later dan wenselijk ter behandeling aan onze dienst doorgezet worden waardoor veel behandeltijd verloren gaat. Dit is onhandig en kost onnodig veel tijd. Vanuit dienstverleningsoptiek is het dan ook wenselijk om hierover in 2025 met onze opdrachtgevers verdere afspraken te maken.

AANTAL SPECIALISTISCHE ZAKEN ADVIES EN TOEZICHT 2024 In 2024 hebben onze bodemspecialisten in totaal 2.622 bodem gerelateerde zaken behandeld. De bijbehorende werkzaamheden kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën:

209 - Energie

468 - Bodem 241 - Externe veiligheid

• • • • •

518 - Asbest 494 - Geluid

271 - Lucht

De melding en toezicht op asbest gerelateerde sloopwerkzaamheden valt onder de basistaken en is door de opdrachtgevers bij onze dienst ingebracht. Bij de beoordeling van ontvangen meldingen voert de organisatie aan de voorkant een uitgebreide en zo volledig mogelijke controle uit op alle ingediende stukken. Op basis van geregistreerde zaken wordt, indien nodig geacht, risicogericht toezicht uitgevoerd. Een belangrijk uitgangspunt in deze werkwijze is de focus op risico’s, waarbij zaken met weinig of geen risico’s worden losgelaten, met het duidelijke doel de

32

bescherming van mens en milieu te waarborgen. In het afgelopen jaar heeft een 100% controle heeft plaatsgevonden van de (asbest)sloopmeldingen die zijn ontvangen. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de behandeling van 2.474 meldingen met betrekking tot asbest-/sloopwerkzaamheden, inclusief de beoordelingen van de asbestinventarisatierapporten. Daarnaast zijn er 358 fysieke controles uitgevoerd voor, tijdens of na de uitvoering van asbestverwijderingswerkzaamheden.

het be- en afhandelen van 646 meldingen; het uitvoeren van 294 toezicht momenten; de ontvangst en afhandeling van 1.487 informatieplichten; het verstrekken van 174 bodem gerelateerde adviezen; het houden van toezicht op 4 locaties tijdens het gebruik van een mobiele puinbreker;

Na een moeizame start in de eerste maanden van het jaar, met name ten aanzien van het aantal verrichte bodemmeldingen en informatieplichten, is door verscherpt toezicht op graafwerkzaamheden het aantal meldingen toegenomen. Het effect van meer toezicht lijkt onmiddellijk merkbaar. Het is dan ook wenselijk om in te zetten op meer toezicht op locaties waar (graaf)werkzaamheden en/of grondtransporten plaatsvinden. Met de huidige capaciteit is het helaas niet mogelijk om meer toezicht uit te voeren. Wel wordt nog steeds onverminderd ingezet op het invullen van onze bodemvacatures, waarbij ook andere mogelijkheden benut worden zoals extern en intern traineeship en/of inhuur. De bodemvacatures worden eveneens meegenomen in onze nieuwe arbeidsmarktcampagne in 2025.

Projecten en ontwikkelingen Energiebesparingsplicht In 2024 werd de energiebesparingsplicht geactualiseerd. Vanaf 1 januari 2024 is het toezicht hierop een basistaak voor de omgevingsdienst. Dit toezicht omvat zowel de energiebesparingsplicht en de bijbehorende melding als verduurzaming en geldt voor meer soorten bedrijven, inclusief vergunningplichtige locaties en deelnemers aan het Emission Trade System (ETS) o.a. op het Chemelot-terrein. Bedrijven met een zeer groot energieverbruik moet het grootste deel voldoen aan de informatieplicht door een energiebesparingsrapport in te dienen (onderzoeksplichtigen), terwijl andere bedrijven een lijst van erkende maatregelen moeten volgen (informatieplichtigen). In 2024 zijn 209 controles uitgevoerd, 51 bij de Provincie en 158 bij de gemeenten. Dertig locaties kregen uitstel voor het voldoen aan de verplichting. De naleving van de informatieplicht blijft achter, dus extra toezicht is nodig. In november 2024 hadden de volgende bedrijven zich gemeld:

1.376 Informatieplichtige bedrijven 54

Onderzoeksplichtige bedrijven

22

ETS-bedrijven

33

Jaarstukken 2024

Toezicht op onderzoeksplichtige bedrijven begint met het beoordelen van rapportages. Tijdens controle op locatie wordt gecontroleerd of de rapportage overeenstemt met de werkelijkheid en worden afspraken gemaakt over de uitvoering van maatregelen. Het uitgangspunt bij toezicht op de informatieplicht is de zogenaamde erkende maatregelenlijst (EML). Bij informatieplichtige bedrijven wordt gekeken of erkende maatregelen zijn genomen. Controles vereisen ondersteunende werkzaamheden. De wijziging in wetgeving leidde tot procesaanpassingen en optimalisatie van automatisering. Het energieteam neemt deel aan landelijke overleggen om geïnformeerd te blijven en werkwijzen af te stemmen. De in 2024 ontvangen meldingen, gecombineerd met vergelijkbare meldingen in het verleden, vormen de basis voor een inschatting van de werklast voor de hele regio. Op basis daarvan kan de omgevingsdienst in gesprek met de deelnemers over de taken, budgetten en prioriteitsstellingen. Financiering van deze taken vindt op dit moment plaats op basis van het werkprogramma en de beschikbare subsidie verkregen via de Specifieke Uitkeringsregeling Toezicht en Handhaving energiebesparingsplicht (SpUK THE). Deze is onder meer bedoeld om beter zicht te verkrijgen op het volledig aantal locaties in de regio. Hiermee was het mogelijk de capaciteit voor toezicht uit te breiden.

Een nieuwe basistaak is toezicht op het ‘Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit’. Organisaties met 100+ werknemers moeten jaarlijks rapporteren over zakelijke mobiliteit en woon-werkverkeer. In 2024 zijn voorbereidingen voor de uitvoering van deze taak getroffen en feitelijk toezicht start in de tweede helft van 2025. Omgevingsveiligheid De discipline externe veiligheid beoordeelt en adviseert over risico’s van gevaarlijke milieubelastende activiteiten en ontwikkelingen. Dit betreft de reguliere vergunningverlening, toe34

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

zicht, handhaving en opdrachten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Met de komst van de Omgevingswet spelen aandachtsgebieden als nieuw instrument een rol in de verantwoording van groepsrisico’s bij nieuwe ontwikkelingen. Deze gebieden hebben vaste of berekende afstanden. In 2023 startten we een project om deze aandachtsgebieden opnieuw te berekenen, wat in 2024 werd afgerond. De resultaten zijn opgenomen in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV) en zichtbaar op de Atlas leefomgeving. Met behulp van AI hebben we kleine propaantanks gelokaliseerd, wat leidde tot de registratie van veel nog niet eerder opgenomen propaantanks in het REV. Ook werd data van gasdrukmeet- en regelstations verwerkt, aangeleverd door Enexis. In november en december organiseerde de discipline externe veiligheid interne voorlichtingsmiddagen over veilige energietransitie, met presentaties van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg over nieuwe risico’s als gevolg van de energietransitie. Gedurende 2024 ondersteunde de discipline externe veiligheid de provincie Limburg en gemeenten bij het ontwikkelen van een convenant voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en omgeving. Geluid, trillingen en licht Binnen dit adviesgebied bestaan de werkzaamheden uit het opstellen en verstrekken van adviezen met betrekking tot geluid, trillingen & licht.

De geluidsspecialisten zijn experts die de akoestische situatie toetsen, controleren, meten en/of onderzoeken. Zij geven daarmee advies over ruimtelijke ontwikkelingen om een veilig en gezond leefmilieu te waarborgen en ervoor te zorgen dat geluidsnormen worden nageleefd.

Met deze uitgebreide dienstverlening zorgen we ervoor dat geluid en omgeving goed op elkaar afgestemd zijn in verschillende situaties. In 2024 zijn 494 zaken behandeld, waarvan:

321

adviezen over geluid, trillingen en/ of licht; adviezen met betrekking tot

100 omgevingsplannen; 21

algemene adviezen;

14

adviezen bij ontheffing zaken;

12

adviezen in samenwerking met het adviesgebied lucht & geur;

26

overige zaken

Onze geluidsspecialisten meten laagfrequent geluid en geven advies over oplossingen. Ze meten ook het geluid van warmtepompen en airconditioning om dit te monitoren en verbeteren. Gedetailleerde metingen van geluidsoverlast en trillingen helpen ons problemen te identificeren en op te lossen. Op verzoek van onze deelnemers beoordelen we geluidsniveaus tijdens evenementen of van bedrijfsactiviteiten op industrieterreinen om de impact op omwonenden te meten en evalueren. Zo geven we advies over een goed woon- en leefklimaat. We adviseren ook over de implementatie en toepassing van milieuzoneringen voor bedrijven en bedrijventerreinen om aan de geldende normen te voldoen.

Luchtkwaliteit Bij luchtemissies is meestal de gemeente waar de activiteit plaatsvindt verantwoordelijk. Bij complexe bedrijven zoals chemische bedrijven en afvalverwerkers is de provincie bevoegd gezag. Onze werkzaamheden omvatten advies en metingen voor bedrijven die de luchtkwaliteit beïnvloeden (emissie-onderzoek). Daarbij werken we voor onze deelnemers of voor collega omgevingsdiensten. Vaak zijn dit geen zelfstandige projecten of adviezen maar zijn de onderzoeken onderdeel van handhaving of vergunningverlening. In 2024 hebben we 271 emissieprojecten uitgevoerd. In 2024 is een eerste bescheiden Limburgs emissiemeet- en controleprogramma gestart voor bedrijven onder provinciaal toezicht. Dit programma meet emissies onafhankelijk en vergelijkt deze met de vergunningen. Het doel is om zowel de door bedrijven ingediende meetrapporten te beoordelen als zelf metingen uit te voeren voor een onafhankelijke toetsing. Uit het programma bleek dat 70% van de bedrijven niet aan de vergunningseisen of eisen vanuit wet- en regelgeving voldoet. Bij 4 van de 5 bedrijven met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) emissies werden overschrijdingen gevonden. Bij 20% van de bedrijven werden niet-vergunde ZZS emissies gemeten. Daarom is de provincie gevraagd om het programma in 2025 te intensiveren om te zien of er structurele overschrijdingen zijn.

Met betrekking tot immissies beheren we het Limburgse luchtkwaliteitsmeetnet in opdracht van de Provincie en enkele gemeenten. Deze metingen zijn geïntegreerd in het landelijke luchtkwaliteitsmeetnet, verzorgd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en verplicht gesteld door de Europese Unie (www. luchtmeetnet.nl). De uitvoering van deze metingen wordt door onze dienst gecoördineerd en in samenwerking met organisaties als RIVM, DCMR, GGD-Amsterdam en twee andere omgevings35

Jaarstukken 2024

diensten landelijk afgestemd en uitgevoerd. Als aanvulling op het nationale meetnet voeren we in Limburg ook nog extra luchtmetingen uit op enkele relevante locaties. Sinds de jaren ‘90 is er een aanzienlijke verbetering

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

zichtbaar in de luchtkwaliteit (zie afbeelding). Om deze verbetering visueel te onderbouwen, presenteren we hieronder een overzicht van de jaargemiddelden van PM10 (fijnstofdeeltjes met een diameter < 10 micrometer) die gedurende deze periode zijn gemeten.

Concentratieverloop jaargemiddelde fijn stof (PM10) per type RIVM en ODZL station in Limburg

2.7 Verplichte paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven dat ten minste de navolgende paragrafen opgenomen moeten zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

WHO 2021 jaargemiddeld • Advieswaarden • Advieswaarden WHO (2005), jaargemiddeld • Jaargemiddelde per type: • Jaargemiddelde per type: RIVM stedelijk station • Jaargemiddelde per type: provinciaal/ODZL station RIVM regionaal station

Met de introductie van het Schone Lucht Akkoord (SLA) in 2020 zijn niet meer de wettelijke grenswaarden leidend maar de gevolgen van de luchtkwaliteit voor de gezondheid. Daarnaast zijn de advieswaarden van de World Health Organization (WHO) nu richtinggevend, en die zijn een stuk lager dan de wettelijke grenswaarden. Dankzij deze nieuwe inzichten heeft de Provincie Limburg, met een uitkering van het SLA, gekozen voor een forse investering en verbetering van het luchtmeetnet in Limburg wat betreft locaties en componenten. Zo is in 2024 onder meer op vier locaties ultrafijnstof (< 0,1 micrometer fijnstofdeeltjes) als nieuwe component toegevoegd aan de metingen. Dit is uniek in Nederland. De stoffen die verder worden gemeten zijn stikstofdioxide, fijnstof (PM10 en PM2.5), roet en ozon. 36

Door de herinrichting van het meetnet zijn er in aanvulling op de reeds aanwezige meetstations een aantal nieuwe meetstations geopend in de gemeenten Nederweert (monitoring veehouderij), Ulestraten (monitoring verkeer en luchtvaart) en Eijsden-Margraten (invloed buitenlandse emissies bij provinciegrens). De nieuwe metingen van ultrafijnstof zijn in 2024 gestart op de bestaande meetlocaties in Geleen (monitoring industrie) en Maastricht (monitoring verkeer) en op de nieuwe meetlocatie Ulestraten. In november 2024 zijn nieuwe Europese richtlijnen bekend gemaakt waarmee de luchtkwaliteit-eisen ook wettelijk verder scherper en lager worden.

Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid.

De paragrafen (1) “lokale heffingen”, (3) “onderhoud kapitaalgoederen”, (6) “verbonden partijen” en (7) “grondbeleid” zijn niet van toepassing, omdat de dienst niet wordt gefinancierd door heffingen, niet over kapitaalgoederen beschikt, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. De overige paragrafen zijn hieronder nader toegelicht. 2.7.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inventarisatie en beleid inzake risico’s en weerstandsvermogen Het beleid inzake risico’s en weerstandsvermogen is vastgesteld door het algemeen bestuur. Het weerstandsvermogen (algemene reserve) komt voor 2024 uit op 4,2% van de omzet. In artikel 31.6 van de gemeenschappelijke regeling is het weerstandsvermogen bepaald op maximaal 10% van de jaaromzet. Voor zover het batig saldo van enig jaar zou leiden tot een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de jaaromzet, wordt het saldo boven de 10% gerestitueerd, tenzij een meerderheid van de deelnemers gemotiveerd instemt met een doelreservering van het batig saldo voor het openbaar lichaam. Het algemeen bestuur stelt een voorstel van de deelnemers hieromtrent vast. 2

Risicoprofiel

Benodigde omvang weerstandsvermogen

Gemiddeld profiel

<10% van de jaaromzet

Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het algemeen bestuur een plan vast dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Het algemeen bestuur bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de deelnemers zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden en provinciale staten gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen (GR, art. 31.7). Wanneer het algemeen bestuur een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het nadelige exploitatiesaldo gedragen op basis van ieders afname (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft (GR, art. 31.8). Een inventarisatie van risico’s wordt jaarlijks uitgevoerd. Deze inventarisatie wordt uitgevoerd tezamen met een afvaardiging van onze deelnemers. In paragraaf 3.8 is de risico-inventarisatie van eind 2024 opgenomen. Hiertoe worden strategische (specifieke) risico’s van reguliere (algemene) risico’s onderscheiden. Reguliere risico’s doen zich regelmatig voor en zijn over het algemeen goed meet- en beheersbaar.

Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle.

Waar in de GR wordt gesproken van weerstandsvermogen, wordt feitelijk bedoeld weerstandscapaciteit cf. BBV.

37

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Kenmerkend aan strategische risico’s is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico’s. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. Zowel kans als impact zijn echter moeilijk exact te kwantificeren. Dergelijke risico’s kunnen samenhangen met rijksbrede bezuinigingen, onvoorziene kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen in de vraag. Om te voorkomen dat de dienst bij het voordoen van een niet afgedekt strategisch risico ingrijpende wijzigingen moet doorvoeren, dient de Omgevingsdienst Zuid-Limburg weerstandscapaciteit te bezitten om tegenvallers te kunnen opvangen.

Kengetallen

Uit de kengetallen blijkt dat de liquiditeit en solvabiliteit meer dan toereikend zijn.

Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

-1,9

n.v.t.

-2,2

Netto schuldquote

Koers- en valutarisico De dienst bezit geen derivaten of vreemde valuta en is er dus geen sprake van koersrisico en ook niet van een valutarisico. Rente- en risiconorm Aangezien de dienst geen schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk renterisico. Liquiditeitenplanning De planning van de facturering per kwartaal aan de deelnemers voor de in de begroting c.q. het werkprogramma afgesproken dienstverlening, heeft ertoe geleid dat er steeds voldoende liquiditeiten aanwezig waren. Financieringsrisico’s Omdat de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, is er geen sprake van financieringsrisico’s.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-1,9

n.v.t.

-2,2

Solvabiliteitsratio

31%

23%

50%

Structurele exploitatieruimte

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kasgeldlimiet Omdat het saldo steeds toereikend was, heeft de omgevingsdienst geen behoefte gehad aan korte termijn financiering.

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2.7.3. Bedrijfsvoering

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Organisatiestructuur De omgevingsdienst heeft een platte structuur met een beperkte staf. De organisatie bestaat uit de afdelingen Vergunningen, Milieutoezicht & Veiligheid, Specialistisch & Juridisch Toezicht en Onderzoek & Advies. De vier afdelingshoofden vormen samen met de directeur en de controller het managementteam. Daarnaast stuurt de directeur de overige stafmedewerkers aan, zijnde de directieadviseur, concernjurist, HR-functionarissen, HR-medewerker, managementassistent, ambtelijk secretaris voor de Ondernemingsraad en het secretariaat. Verdere ondersteunende diensten op het gebied van financiële administratie, salarisadministratie, ICT, VTH-administratie, archivering, beheer dienstauto’s en postverwerking zijn afgenomen van de provincie Limburg.

2.7.2. Financiering Algemeen Gegeven de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) is elke gemeente, provincie of gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven over de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente¬ en risiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid over treasury. De randvoorwaarden waar38

Kengetallen met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing De BBV-kengetallen zijn geënt op begroting en verantwoording van gemeenten en provincies en verplicht (maar beperkt toepasbaar) voor de dienst. Aangezien er geen sprake is van structurele exploitatieruimte, grondexploitatie niet aan de orde is en geen belastingen heft, zijn betreffende kengetallen niet van toepassing.

binnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader, zoals gesteld door de Wet FIDO. De financiering door de deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg vindt plaats met voorschotnota’s op basis van de vastgestelde begroting c.q. het aangepaste werkprogramma. Rentevisie De dienst heeft geen leningen.

Huisvesting De omgevingsdienst heeft een huurovereenkomst voor kantoorruimte en parkeerplaatsen afgesloten met de provincie Limburg. Na de coronapandemie is het hybride werken ingevoerd, waarbij medewerkers deels thuis en deels op kantoor werken. Door de groei van het aantal medewerkers neemt de behoefte aan uitbreiding van het aantal kantoorplekken vanaf 2025 toe. Hierover worden afspraken gemaakt met de provincie Limburg. Informatievoorziening In de eerste maanden van 2024 lag de focus nadrukkelijk op de implementatie van de Omgevingswet. Hoewel de technische koppeling met het Digitaal Stelsel Omgevingswet al was voltooid, hebben we aan het begin van het jaar intensief samengewerkt met onze ketenpartners om de functionele werking te optimaliseren. In 2024 vond ook de naamsverandering plaats van de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg naar de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. In de eerste zes maanden zijn diverse IT-voorzieningen en communicatiemiddelen zoals de website, e-mailadressen en het VTH-systeem RX Mission aangepast om deze wijziging vorm te geven. Na enkele maanden ervaring met het VTH-systeem onder de nieuwe Omgevingswet is een project gestart om de werkprocessen en het gebruik van het systeem verder te optimaliseren.

Om de kwaliteit van de registratie van gegevens te verbeteren, wordt een ‘digitale medewerker’ ontwikkeld met behulp van Robotic Process Automation (RPA) software. Dit maakt het eenvoudiger om de gegevenskwaliteit te verhogen. Samen met de Provincie Limburg is een traject opgezet om het informatiemanagement binnen de Omgevingsdienst Zuid-Limburg verder te professionaliseren door de functioneel beheerprocessen rondom het VTH-systeem goed in te richten.

39

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

2.7.4. Verbonden partijen De Omgevingsdienst Zuid-Limburg heeft zelf geen verbonden partijen in de zin dat zij financieel zeggenschap heeft over andere organisaties. Omgekeerd is de organisatie wel middels de gemeenschappelijke regeling verbonden aan de Provincie en alle gemeenten in Zuid-Limburg.

Onze dienst was in 2024 verbonden aan de gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal en de Provincie Limburg.

2.8 Duurzaamheidsparagraaf Vanaf 2024 moeten veel grote organisaties een duurzaamheidsrapportage maken vanwege de nieuwe CSRD-richtlijn (Corporate Sustainability Reporting Directive). Dit betekent dat ze moeten rapporteren over de impact van hun activiteiten op mensen en het klimaat. Hoewel overheidsinstellingen nog niet verplicht zijn om volgens deze richtlijnen te rapporteren, willen wij in dit jaarverslag toch al een duurzaamheidsparagraaf opnemen. De noodzaak om duurzaamheids-doelen te bereiken is groot. Als publieke sector willen we niet afwachten, maar actief bijdragen aan duurzaamheid, wat past bij de strategie van de Nederlandse overheid en onze omgevingsdienst.

ESRS 1 Algemene vereisten

Dit is de eerste keer dat we een duurzaamheidsparagraaf opnemen. Het is een eerste stap om te zien wat de organisatie nodig heeft om in de toekomst volgens de CSRD-richtlijn te rapporteren en wat de impact daarvan is. Hieronder staat een schema van de te rapporteren standaarden. Een duurzaamheidsrapportage moet voldoen aan de Europese Sustainability Reporting Standards (ESRS) zoals voorgeschreven door de CSRD. Er zijn twee algemene standaarden: ESRS 1 (algemene vereisten) en ESRS 2 (algemene toelichtingen). Alle bedrijven moeten voldoen aan de toelichtingsvereisten uit ESRS 2. Daarnaast zijn er 10 standaarden verdeeld over de thema’s Milieu, Sociaal en Governance. De Omgevingsdienst Zuid-Limburg hoeft alleen over deze standaarden te rapporteren als ze relevant zijn.

Dwarsdoorsnijdende standaarden

Governance (GOV)

ESRS 2 Algemene toelichtingen

Strategie (SBM) Impact-, risico- en kansenmanagement (IRO) Maatstaven en doelen (MT)

Thematische standaarden (milieu-, sociale en governance (ESG) standaarden)

Milieu (E) E1 Klimaatverandering E2 Verontreiniging E3 Water & Mariene hulpbronnen E4 Biodiversiteit & ecosystemen E5 Materiaalgebruik & Circulaire economie

40

Sociaal (5) S1 Eigen personeel S2 Werknemers in de waardeketen S3 Getroffen gemeenschappen S4 Consumenten & eindgebruikers

Governance (G) G1 Zakelijk gedrag

41

Jaarstukken 2024

De paragrafen waar deze standaarden in dit jaarverslag terugkomen, staan in onderstaand schema.

Standaard

Paragraaf

S1 (Eigen personeel)

2.2.4 (Personeel)

S2 (Werknemers in de waardeketen)

2.2.4 (Personeel)

S3 (Getroffen gemeenschappen)

2.2.3 (Visitatie) 2.7.5 (Verbonden partijen)

S4 (Consumenten en eindgebruikers)

2.7.5 (Verbonden partijen)

E5 (Materiaal gebruik en circulaire economie)

2.7.4 (Bedrijfsvoering)

G1 (Zakelijk gedrag)

2.7.4.1 (Informatievoorziening) 3.8 (Risico-inventarisatie)

3.

Jaarrekening 2024

Voor de standaarden die niet expliciet zijn genoemd in dit jaarverslag, is het noodzakelijk om nader te bepalen of deze wel of niet moeten worden opgenomen in een duurzaamheidsverslag.

42

43

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

3.1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

◊

◊

3.1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Waar van toepassing zijn de vergelijkende cijfers geherrubriceerd voor verbetering van het inzicht.

Algemeen De Omgevingsdienst Zuid-Limburg is statutair gevestigd in Maastricht en is ingeschreven bij het Handelsregister Kamer van Koophandel onder nummer: 56942281. Het adres van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg is Limburglaan 10, 6229 GA Maastricht (Postbus 5700, 6202 MA Maastricht).

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de Kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat; • Voor het voorwaardencriterium de norm bestaat uit het normenkader zoals op 2 april 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.

• De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de Kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordeningDit betekent dat:

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Financiële verordening van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Ten behoeve van het inzichtvereiste wordt in het overzicht Baten en Lasten afgeweken van het door de BBV voorgeschreven model programmarekening. Alle activiteiten van onze dienst bevinden zich volledig in het domein Milieubeheer. Dit betreft taakveld 7.4 uit de Overzichtslijst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Overhead is tevens inbegrepen in dit taakveld. De jaarrekening is vastgesteld door het algemeen bestuur op 2 april 2025. De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingsprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. Voor zover van toepassing, zijn ter vergelijking de gerealiseerde cijfers van het voorgaande jaar opgenomen alsmede de begroting over het huidige jaar.

44

Een verantwoordingsgrens van 3% (zijnde € 518.175) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Continuïteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. De Omgevingsdienst Zuid-Limburg verwacht voor de komende periode geen significante nadelige financiële gevolgen als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen. Vaste activa De vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen. Vlottende activa De vorderingen, overlopende activa en liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening baten en lasten. Conform de besluitvorming bij de vaststelling van de jaarrekening 2023 zijn de mutaties in de reserves verwerkt.

Baten en lasten Baten worden verantwoord in het jaar dat zij gerealiseerd zijn. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Alle baten en lasten die betrekking hebben op het boekjaar en ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend waren, zijn in de betreffende jaarrekening verwerkt. Onder de opbrengsten wordt verstaan: de bijdragen van de afnemers van de diensten van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Deze bijdragen worden verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Winsten worden slechts genomen wanneer ze zijn gerealiseerd. De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de verwachte levensduur. Als startmoment van de afschrijving geldt de datum van in gebruik neming van het actief. Exploitatieresultaat De afrekening met de deelnemers wordt uitgevoerd conform de hierover gemaakte afspraken in de gemeenschappelijke regeling. De systematiek houdt voor de deelnemende gemeenten en provincie in, dat de kosten van dienstverlening vanuit de Omgevingsdienst Zuid-Limburg worden doorbelast op basis van de vastgestelde tarieven in de outputbegroting. Deze tarieven vermenigvuldigd met de uit te voeren taken in het werkprogramma, leiden tot het te factureren bedrag per deelnemer.

Vlottende passiva De vlottende schulden en de overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

45

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

3.2. Balans per 31 december 2024 31-12-2024

31-12-2023

Materiële vaste activa

€ 216.096

€ 337.430

Totaal vaste activa

€ 216.096

€ 337.430

ACTIVA Vaste activa

3.3.

Toelichting op de balans

Activa Vaste activa

Materiële vaste activa Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen

€ 939.460

€ 231.043

Overlopende activa

€ 852.084

€ 1.461.099

Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist

€ 4.042.457

€ 3.693.396

Liquide middelen Banksaldi

€ 100.301

€ 100.689

Totaal vlottende activa

€ 5.934.303

€ 5.486.227

Totaal activa

€ 6.150.398

€ 5.823.657

Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve

€ 789.079

€ 609.000

Bestemmingsreserve ICT

€ 373.098

€ 373.098

Bestemmingsreserve juridische ondersteuning

€ 10.000

€ 10.000

€-

€ 32.500

Bestemmingsreserve nieuwe bodemtaken ingroeimodel

€ 300.086

€-

Bestemmingsreserve nieuwe MBA basistaken ingroeimodel

€ 300.000

€-

Onverdeeld resultaat

€ 1.307.384

€ 785.606

Totaal vaste passiva

€ 3.079.647

€ 1.810.204

€-

€-

Overige schulden

€ 1.627.966

€ 165.420

Overlopende passiva

€ 1.442.785

€ 3.848.033

Totaal vlottende passiva

€ 3.070.752

€ 4.013.453

Totaal passiva

€ 6.150.398

€ 5.823.657

Vlottende passiva Schulden aan openbare lichamen

46

Vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties

Investeringen Desinvesteringen

€ 337.430

Het afschrijvingspercentage wordt bepaald conform de geldende Financiële verordening. ICT-hardware en software worden in drie jaar afgeschreven, voor overige kapitaalgoederen bedraagt de afschrijvingsduur tussen de vijf en vijfentwintig jaar. Vlottende activa

PASSIVA

Bestemmingsreserve BOA

31-12-2023

Vorderingen op openbare lichamen Dit betreft grotendeels vorderingen met betrekking tot: • Werkprogramma gemeente Heerlen (€ 0,4 miljoen) • Subsidie “Versnelde verduurzaming industrie” Provincie Limburg (€ 0,1 miljoen) • Luchtkwaliteit metingen zero emissie zone gemeente Maastricht (€ 0,1 miljoen) • Milieuadvisering gemeente Gulpen-Wittem (€ 0,1 miljoen) • Geluidsadvisering gemeente Sittard-Geleen (€ 0,1 miljoen)

€-

€-

Afschrijvingen

31-12-2024

€ 121.334

€ 216.096

Overlopende activa Onder deze post zijn opgenomen: • Nog te ontvangen bedragen (€ 0,7 miljoen). Dit betreft met name salarisgaranties voormalige medewerkers provincie/gemeenten (€ 0,4 miljoen) en doorbelasting provincie Limburg kosten meetdienst (€ 0,3 miljoen) • Vooruitbetaalde bedragen (€ 0,1 miljoen) • Te declareren bij derden (€ 0,1 miljoen) De meeste overlopende activa zijn afgewikkeld in 2025.

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Deze post betreft het saldo van publieke middelen dat wordt aangehouden bij het ministerie van Financiën (Schatkistbankieren). Liquide middelen De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de omgevingsdienst.

De meeste vorderingen op openbare lichamen zijn afgewikkeld in 2025. Met de gemeente Heerlen bestaat een geschil over de inbaarheid van de openstaande vordering van de werkprogramma’s.

47

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

3.4. Overzicht Baten en Lasten 2024

Passiva Vaste passiva

Eigen vermogen

31-12-2023

Bestemming 2023

Resultaat 2024

31-12-2024

Algemene reserve

€ 609.000

€ 180.079

€-

€ 789.079

(1) Salariskosten en inhuur personeel

Bestemmingsreserve ICT aansluitingen

€ 373.098

€-

€-

€ 373.098

Bestemmingsreserve BOA inzet

€ 32.500

- € 32.500

€-

€-

Bestemmingsreserve juridische ondersteuning

€ 10.000

€-

€-

€ 10.000

Bestemmingsreserve nieuwe bodemtaken ingroeimodel

€-

€ 300.086

€-

€ 300.086

Bestemmingsreserve nieuwe MBA basistaken ingroeimodel

€-

€ 300.000

€-

€ 300.000

€ 785.606

- € 785.606

€ 1.307.384

€ 1.307.384

€ 1.810.204

- € 37.941

€ 1.307.384

€ 3.079.647

Begroting na wijziging 2024

Realistatie 2024

Verschil 2024

€ 13.267.049

€ 13.506.213

€ 13.606.147

99.934

(2) Overige personele kosten

€ 924.392

€ 936.350

€ 499.506

-436.844

(3) Personele diensten derden

€ 1.148.687

€ 1.148.687

€ 1.137.233

-11.454

(4) Kapitaallasten

€ 166.801

€ 165.797

€ 121.418

-44.379

(5) Verbruiks- en onderhoudskosten materieel

€ 258.413

€ 258.413

€ 336.776

78.363

€ 1.502.102

€ 1.502.102

€ 1.571.416

69.314

(7) Onvoorzien

€ 165.130

€ 165.728

€0

-165.728

Totale lasten

€ 17.432.574

€ 17.683.289

€ 17.272.496

-410.793

(8) Werkprogramma’s

€ 16.618.364

€ 16.869.079

€ 15.790.617

-1.078.461

(9) SPUK

€ 390.000

€ 390.000

€ 1.751.774

1.361.774

(10) Overige baten

€ 424.210

€ 424.210

€ 1.037.488

613.278

€ 17.432.574

€ 17.683.289

€ 18.579.879

896.590

€0

€0

€ 1.307.384

1.307.384

(6) Overige bedrijfskosten

Onverdeeld resultaat Totaal reserves

Begroting voor wijziging 2024

Vlottende passiva

Overige schulden De overige schulden per 31 december 2024 hebben volledig betrekking op crediteuren. Dit betreft grotendeels de kosten van de DVO Provincie Limburg voor ondersteunende diensten 2024 (€ 1,3 miljoen). Overlopende passiva Onder deze post zijn opgenomen: • Te betalen btw (€ 0,3 miljoen) • Nog te ontvangen facturen (€ 0,2 miljoen); dit betreft grotendeels inhuur van personeel • Te betalen loonheffing december 2024 (€ 0,7 miljoen) • Te betalen pensioenafdracht december 2024 (€ 0,2 miljoen) Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Kredietfaciliteit Bij de huisbankier heeft de rechtspersoon een kredietfaciliteit van € 250.000. Huur- en dienstverleningsovereenkomst Het huurcontract voor huur kantoorruimte bij de provincie Limburg loopt tot en met 30 juni 2030. De kosten hiervan bedragen jaarlijks € 323.551 excl. btw en excl. indexatie en eventuele aanpassingen. De hieraan verbonden dienstverleningsovereenkomst met de provincie Limburg voor het gebruik en beheer van ICT-systemen, ondersteunende diensten personeels- en salarisadministratie, financiële administratie en beheer dienstauto’s loopt eveneens tot en met 30 juni 2030. De kosten hiervan bedragen jaarlijks € 1.114.580 excl. btw en excl. indexatie en eventuele aanpassingen.

Totale baten

Exploitatiesaldo

De Omgevingsdienst Zuid-Limburg is geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Voor een nadere toelichting op de posten wordt verwezen naar paragraaf 3.6

De Omgevingsdienst Zuid-Limburg is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan de volgende, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen.

48

49

Jaarstukken 2024

3.5.

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Overhead

3.6. Toelichting op de Baten en Lasten 2024 Begroting voor wijziging 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Salariskosten en inhuur personeel (overhead)

€ 1.808.601

€ 1.811.236

€ 1.616.949

Overige kosten

€ 3.740.311

€ 3.752.866

€ 3.208.155

Totaal overhead

€ 5.548.912

€ 5.564.103

€ 4.825.104

% van totale lasten

32%

31%

28%

De kostenposten die in de overhead zijn meegenomen, zijn gewijzigd ten opzichte van de begroting. De kosten van communicatie, kwaliteitssystemen en de post onvoorzien zijn aan de definitie van overhead toegevoegd. De begrotingscijfers zijn aan deze nieuwe definitie aangepast.

Als directe kosten gelden de salaris- en inhuurkosten van het uitvoerend personeel en de kosten die direct gerelateerd zijn aan het primaire proces, zijnde de posten (4) kapitaallasten en (5) verbruiks- en onderhoudskosten.

Analyse verschillen jaarrekening en begroting Het jaarrekeningresultaat 2024 laat een resultaat zien van € 1.307.384 vóór aanwending van bestemmingsreserves. Analyse van het resultaat laat zien dat de lasten in totaal € 0,4 miljoen lager zijn dan de begroting (-2,3%). De totale baten zijn € 0,9 miljoen hoger dan de begroting (+5,1%). Onderstaand is een nadere analyse per post opgenomen. Er is een vergelijking gemaakt tussen de realisatie en de begroting na wijziging. LASTEN

(1) Salariskosten en inhuur personeel

Salariskosten en inhuur personeel

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 13.606.147

€ 13.506.213

€ 99.934 (N)

De kosten van salarissen en inhuur personeel zijn € 0,1 miljoen hoger dan de begroting (+0,7%). Ten aanzien van de salariskosten en inhuur personeel geldt dat hierin begrepen zijn de kosten van de nieuwe bodemtaken ingroeimodel en nieuwe MBA basistaken ingroeimodel. In het voorstel tot resultaatbestemming is opgenomen om de hiervoor gevormde bestemmingsreserves van elk € 0,3 miljoen in te zetten.

(2) Overige personele kosten

Overige personele kosten

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 499.506

€ 936.350

€ 436.844 (V)

De overige personele kosten zijn € 0,4 miljoen lager dan de begroting. Dit is met name veroorzaakt door lagere opleidingskosten. Door de intensieve werkzaamheden voor de implementatie van de omgevingswet is er in beperktere mate ruimte geweest om opleidingen te volgen. Overige verschillen hebben onder meer betrekking op algemene personeelskosten, reiskosten en ARBO-kosten.

(3) Personele diensten derden

Personele diensten derden

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 1.137.233

€ 1.148.687

€ 11.454 (V)

De personele diensten derden zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. Deze post betreft met name kosten van de dienstverleningsovereenkomst die met de provincie Limburg is afgesloten voor ondersteunende diensten. Verder worden hier kosten van adviesopdrachten, communicatie en kwaliteitssystemen onder verantwoord.

Bij de overzichten betekent V een voordeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten hoger, dan wel lasten lager dan begroot) en N een nadeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten lager dan wel lasten hoger dan begroot).

3

50

51

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg BATEN

(8) Werkprogramma’s

(4) Kapitaallasten

Kapitaallasten

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 121.418

€ 165.797

€ 44.379 (V)

Werkprogramma’s

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 15.790.617

€ 16.869.079

€ 1.078.461 (N)

Deze post betreft hoofdzakelijk afschrijvingen op kapitaalgoederen van de meetdienst lucht en geluid. Deze worden doorbelast naar de Provincie Limburg en zijn voor de overige deelnemers van de Gemeenschappelijke Regeling budgettair- en resultaat-neutraal.

Anticiperend op het verwachte jaarresultaat zijn de laatste voorschotnota’s met 25% verlaagd, zodat de bijdragen van deelnemers € 1,1 miljoen lager zijn dan de begroting.

(5) Verbruiks- en onderhoudskosten materieel

(9) SPUK

Verbruiks- en onderhoudskosten materieel

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 336.776

€ 258.413

€ 78.363 (N)

Deze post betreft hoofdzakelijk exploitatiekosten van de meetdienst lucht en geluid. Deze worden doorbelast naar de Provincie Limburg en zijn voor de overige deelnemers van de Gemeenschappelijke Regeling budgettair- en resultaat-neutraal.

(6) Overige bedrijfskosten

Overige bedrijfskosten

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 1.571.416

€ 1.502.102

€ 69.314 (N)

De overige bedrijfskosten zijn € 0,1 miljoen hoger dan de begroting. Deze post betreft grotendeels kosten van de huur- en ICT-dienstverleningsovereenkomst die met de provincie Limburg is afgesloten. Verder betreft dit kosten voor ICT(-licenties), wagenpark, lidmaatschap van de Omgevingsdienst Nederland, verzekeringen, porto/drukwerk en vakliteratuur.

(7) Onvoorzien

Onvoorzien

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

-

€ 165.728

€ 165.728 (V)

SPUK

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 1.751.774

€ 390.00

€ 1.361.774 (V)

In de begroting is uitsluitend het bedrag SPUK THE (Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) van 2024 opgenomen. In de realisatie is op basis van gerealiseerde uren ook de vrijval uit voorgaande jaren opgenomen voor in totaal € 1,4 miljoen. Daarnaast is de resterende vrijval van SPUK IBP VTH (Interbestuurlijk Programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) voor € 0,3 miljoen gerealiseerd.

(10) Overige baten

Overige baten

Realisatie 2024

Begroting 2024

Verschil (V/N)

€ 1.037.488

€ 424.210

€ 613.278 (V)

De overige baten zijn € 0,6 miljoen hoger dan de begroting. Grotendeels betreft dit extra (incidentele) opdrachten buiten het werkprogramma en landelijke subsidies. Daarnaast is € 0,1 miljoen aan rentebaten ontvangen.

3.7. Gebeurtenissen na balansdatum Er hebben geen gebeurtenissen na balansdatum plaatsgevonden.

3.8.

Ontwikkelingen EMU saldo Realisatie 2024 x €1.000

Begroting 2024 x €1.000

1. Exploitatie vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

1.307,4

0

2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

121,3

165,8

3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

0

0

4. Investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd

0

225,0

5. Baten uit andere bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet in de exploitatie zijn verantwoord en niet in mindering zijn gebracht bij post 4

0

0

6. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) voor zover niet op exploitatie

0

0

7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw- en woonrijp maken

0

0

8. Baten bouwgrondexploitatie: baten voor zover transacties niet op exploitatie

0

0

9. Lasten op balanspost voorzieningen voor zover deze met derden betreffen

0

0

10. Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet onder de post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van reserves worden gebracht

0

0

11. Verkoop van effecten a. Voornemen van verkoop van effecten b. Verwachte boekwinst

nee

nee

1.428,7

390,8

Omschrijving

Berekend EMU saldo

Op de post onvoorzien vindt geen realisatie plaats.

52

53

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

3.9. WNT-verantwoording 2024

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking, vanaf de dertiende maand van de functievervulling

Gegevens 2024 Bedragen x € 1 De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het jaar 2024 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op € 233.000 (2023: € 223.000). Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen.

De WNT is op de Omgevingsdienst Zuid-Limburg van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en/of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur. Leidinggevende topfunctionarissen Leidinggevende topfunctionaris van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg is de directeur.

L.M. Kobes

H.M.J. van Mierlo

Directeur

Directeur

01/01 – 30/06

01/07 – 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

1,0

Dienstbetrekking?

ja

ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

86.812

62.228

Beloningen betaalbaar op termijn

10.231

10.231

Subtotaal

97.043

72.459

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

115.863

117.136

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

Bezoldiging

97.043

72.459

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2024

Bezoldiging

Gegevens 2023 Bedragen x € 1

L.M. Kobes

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2023

01/01-31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging

54

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

118.134

Beloningen betaalbaar op termijn

19.605

Subtotaal

137.739

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

223.000

Bezoldiging

137.739

55

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Toezichthoudende topfunctionarissen Onderstaand volgen de gegevens van de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Vermeld zijn de personen die in 2024 lid waren van het algemeen bestuur en/of het dagelijks bestuur. Daar waar niet anders vermeld waren de genoemde personen het hele jaar lid. De toezichthoudende topfunctionarissen ontvangen geen bezoldiging of andere financiële vergoeding van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg.

Er bestaan vanuit de organisatie geen financiële verplichtingen naar personen die eerder als toezichthoudend topfunctionaris verbonden zijn geweest aan de organisatie.

Gegevens 2024 Naam topfumctionaris

Functie

R. de Boer

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

M. van Caldenberg

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

N.J.M.M. Dauven

Lid Algemeen Bestuur

M.M.L. van Drunen

Lid Algemeen Bestuur

P.H.J. Franssen

Lid Algemeen Bestuur

C. Gelderblom

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

M.J.G. Gerritsen

Lid Algemeen Bestuur

E. Geurts

Lid Algemeen Bestuur

D.M.M. Hendrix

Lid Algemeen Bestuur/ Lid Dagelijks Bestuur Voorzitter Algemeen en Dagelijks Bestuur

V. Hermans

Lid Algemeen Bestuur

A.L.W.G. Houtakkers

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

H.M.H. Leunessen

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

H. Mackus

Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur

V. de Rond

Lid Algemeen Bestuur

S.C.J. Scheepers

Lid Algemeen Bestuur

M.M.R. Schwillens

Lid Algemeen Bestuur

P. Verbraak

Lid Algemeen Bestuur

3.10. Rechtmatigheidsverantwoording

Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en geldende verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 2 april 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.

Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 518.175. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Conclusie Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

56

57

4.

58

Bijlagen

59

Jaarstukken 2024

4.1.

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Voorstel tot resultaatbestemming en resultaatverdeling

Artikel 30 lid 4 en lid 5 van de gemeenschappelijke regeling van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg zijn leidend.

Art. 30.4 Het Algemeen Bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: a. af te boeken van reserves, voor zover aanwezig; b. ten laste te brengen van deelnemers naar rato van ieders afname (= omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.

Verdeelsleutel

Bedrag

Gemeente Beek

€ 501.582

€ 52.370

Gemeente Beekdaelen

€ 706.692

€ 73.786

Gemeente Brunssum

€ 132.494

€ 13.834

Gemeente Eijsden-Margraten

€ 159.401

€ 16.643

Gemeente Gulpen-Wittem

€ 165.160

€ 17.244

Gemeente Heerlen

€ 730.812

€ 76.304

Gemeente Kerkrade

€ 311.756

€ 32.550

Gemeente Landgraaf

€ 288.794

€ 30.153

Gemeente Maastricht

€ 1.512.860

€ 157.958

Gemeente Meerssen

€ 281.967

€ 29.440

Gemeente Simpelveld

€ 69.834

€ 7.291

Gemeente Sittard-Geleen

€ 835.795

€ 87.266

Gemeente Stein

€ 670.527

€ 70.010

Gemeente Vaals

€ 129.010

€ 13.470

Gemeente Valkenburg aan de Geul

€ 68.110

€ 7.111

Gemeente Voerendaal

€ 151.077

€ 15.774

Provincie Limburg

€ 10.119.401

€ 1.056.569

€ 16.835.272

€ 1.757.775

Art. 30. 5 Het Algemeen Bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele te bestemmen voor: a. een egalisatiereserve; b. een uitkering aan de deelnemers naar rato van ieders afname (= omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.

Voorstel tot resultaatbestemming Onverdeeld resultaat 2024

€

1.307.384

Voorstel inzet reserves Bestemmingsreserve nieuwe bodemtaken ingroeimodel voor dekking kosten 2024

€

300.086

Bestemmingsreserve nieuwe MBA basistaken ingroeimodel voor dekking kosten 2024

€

300.000

Bestemmingsreserve juridische ondersteuning

€

10.000

Verhoging weerstandsvermogen op basis van risico-Inventarisatie

€

-159.695

Overig te bestemmen resultaat

€

1.757.775

€

1.757.775

Voorstel vorming en groei reserves

Resultaatbestemming 2024 Totaal te verdelen resultaat

60

61

Jaarstukken 2024

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

4.2. Risico-inventarisatie Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

1.

Risico's samenhangend met invoering van de nieuwe omgevingswet

1.1

De uitleg van de (aanvullende) taken volgens de nieuwe Omgevingswet leidt tot onduidelijke en/ of niet uniforme uitleg bij de implementatie.

Het risico bestaat dat er interpretatieverschillen zijn over welke aanvullende taken bij de ODZL moeten liggen danwel bij de deelnemers. Als gevolg hiervan kan mogelijk de budgettering en bezetting bij de ODZL onjuist zijn. De gevolgen hiervan kunnen zijn dat er verstoringen in de bedrijfsvoering ontstaan en/of meer kosten worden gemaakt voor de uitvoering van de taken.

Specifiek

1.2

De Omgevingswet leidt tot een financieel risico voor de deelnemers en dit heeft mogelijk gevolgen voor de ODZL.

Inbreng van (nieuwe) taken in de ODZL is in het verleden altijd hand in hand gegaan met inbreng van financiering waarbij de basishouding is om een minimum financiering in te brengen en een maximum aan taken.

Algemeen

1.3

Wijziging van huidige kengetallen voor de uitvoering van basistaken als gevolg van het overgaan van inrichtingen naar MBA's. Hierdoor kunnen taken verkeerd worden gecalculeerd waardoor de inrichtingsprijs onder druk komt.

De huidige kengetallen zijn leidend voor de begroting en de opbouw van de prijzentabel in de productencatalogus van ODZL. Door de wijziging van inrichtingen naar MBA's zijn er minder cq. verouderde kengetallen beschikbaar om de juiste prijs te bepalen. Hierdoor ontstaat een begrotingsrisico dat de prijzen onvoldoende dekkend zijn voor de nieuwe taken. Dit risico zal in de toekomst kleiner worden zodra de referentiegegevens worden opgebouwd op basis van MBA's in plaats van de (oude) inrichtingen.

Specifiek

1.4

Er blijken locaties te zijn die, mede door veranderingen in bedrijven, door gemeenten niet zijn belegd bij de ODZL waardoor de 'basis' niet op orde is.

Het risico bestaat dat de deelnemers niet alle locaties hebben ingebracht bij de ODZL waardoor er onvoldoende robuustheid is en de organisatie niet is ingericht op de juiste basis.

Algemeen

1.5

Juridische en inhoudelijke advisering als gevolg van nieuwe omgevingswet is groter dan door deelnemers ingebracht.

Door de implementatie van de nieuwe Omgevingswet zal mogelijk - zodra gemeenten met de omgevingsplannen aan de slag gaan - meer dan gebruikelijk een beroep worden gedaan op de ODZL voor inhoudelijk en juridisch advies. Dit geldt zeker voor de kleine gemeenten. Het risico bestaat dat deze advisering meer tijd vereist dan vooraf verwacht en dat hiervoor onvoldoende middelen/bezetting beschikbaar zijn.

Specifiek

62

Kans (in %)

20

10

Impact (in €)

€ 1.000.000

€ 500.000

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

€ 200.000

"Takenpakket in de basis onderdeel van de reguliere begroting Onzeker is extra financiering indien de taken zouden toenemen."

€-

Reeel risico dat niet door ODZL beinvloedbaar is

€ 50.000

"Herijken van de productencatalogus. Omzettingsproces naar MBA's is grote inspanning "

Specifiek rest-risico

€ 200.000

€ 50.000

€-

50

€ 250.000

€ 125.000

Opplussen juridische capaciteit naar noodzakelijke omvang

Risicobeschrijving

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

2.

Uitvoeringsrisico’s primair proces

2.1

De uitleg van de (aanvullende) taken volgens de nieuwe Omgevingswet leidt tot onduidelijke en/ of niet uniforme uitleg bij de implementatie.

Indien een vergunning niet tijdig is verleend, dan loopt de RUD ZL het risico dat de vergunning alsdan van rechtswege is verleend. Dit brengt met zich dat herstelwerk nodig is dan minder efficiënt is en leidt tot aanvullende werkzaamheden en/of kosten.

Algemeen

€-

Restrisico na zorgvuldig vormgeven werkprocessen

2.2

De Omgevingswet leidt tot een financieel risico voor de deelnemers en dit heeft mogelijk gevolgen voor de ODZL.

De mogelijkheid bestaat dat bevoegd gezag (onbewust) om advies vraagt aan de ODZL dat afwijkt van wet- en regelgeving. In de afstemming met betreffende deelnemer kan dit leiden tot extra werkzaamheden en/of kosten.

Algemeen

€-

Restrisico voor extra tijdsbesteding

2.3

Wijziging van huidige kengetallen voor de uitvoering van basistaken als gevolg van het overgaan van inrichtingen naar MBA's. Hierdoor kunnen taken verkeerd worden gecalculeerd waardoor de inrichtingsprijs onder druk komt.

Het risico bestaat dat een derde partij de ODZL aansprakelijk stelt als gevolg van uitvoeringsfouten. In dat geval leidt dit tot juridische kosten enof aanvullende werkzaamheden.

Algemeen

€-

Is verzekerd via bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, de eigen extra werkzaamheden echter niet verzekerbaar

2.4

Er blijken locaties te zijn die, mede door veranderingen in bedrijven, door gemeenten niet zijn belegd bij de ODZL waardoor de 'basis' niet op orde is.

Het risico bestaat dat een vergunning is verleend waar uiteindelijk blijkt dat (door de nieuwe Omgevingswetgeving) onjuiste keuzes zijn maakt of dat de handhaving niet uitvoerbaar blijkt. Dit kan leiden tot een inefficiënte bedrijfsvoering en mogelijk juridische kosten.

Algemeen

€-

Specifiek rest-risico

€ 50.000

63

Jaarstukken 2024

Risicobeschrijving

Omgevingsdienst Zuid-Limburg

Toelichting risico

Algemeen/ specifiek risico

3.

Risico’s samenhangend met samenwerking met opdrachtgevers

3.1

Financiele taakstellingen opgelegd door opdrachtgevers.

Regelmatig wordt een beroep gedaan op de ODZL om een financiële taakstelling te realiseren, bijvoorbeeld om de stijging van de CAO niet door te berekenen waardoor druk op het budget van de ODZL ontstaat.

Algemeen

3.2

Het VTH beleid per deelnemer is niet uniform.

Indien de deelnemers geen overeenkomstig VTH-takenpakket hebben ingebracht, dan is de inrichting van het toezicht door de ODZL niet optimaal efficiënt mogelijk waardoor de bedrijfsvoering minder efficiënt en effectief kan zijn.

Specifiek

3.3

Een opdrachtgever trekt taken terug uit de ODZL.

Indien een opdrachtgever zich terugtrekt met plus-taken, dan kan dit een wezenlijke invloed hebben op de dekking van de bezetting en overhead.

3.4

Een opdrachtgever stelt niet de benodigde financiële middelen ter beschikking.

3.5

3.6

64

Kans (in %)

Impact (in €)

Kans * Impact

Mitigerende maatregelen

€-

Reeel risico gezien financiële positie opdrachtgevers

€ 125.000

Samen met deelnemers streven naar uniform beleid; ODZL is afhankelijk

Algemeen

€-

Zie overeengekomen spelregels in GR

Het risico ziet toe op de situatie dat prijsafspraken zijn gemaakt en dat de werkelijke uitvoeringskosten hoger zijn waarbij de deelnemer niet bereid is de meerkosten te betalen.

Algemeen

€-

Risico dat geschillen ontstaan door gedeelde verantwoordelijkheid ODZL en bevoegd gezag.

De ODZL is in de uitvoering mede afhankelijk van het bevoegd gezag waarbij de ODZL wordt gemandateerd terwijl het bevoegd gezag verantwoordelijk blijft. De onderlinge afhankelijkheid kan gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering doordat taken afgestemd moeten worden en soms aanleiding geven tot overleg en afstemming tussen ODZL en bevoegd gezag, bijvoorbeeld als er onenigheid is ODZL en bevoegd gezag over een casus. Dit leidt tot inefficiëntie en/ of (procedurele) fouten met mogelijk financiële (claim) gevolgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=825c7fa9-150b-42bf-9ac4-e86945eb5778