15 Bijlage 1 Concept GR Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024.pdf
Tekst van het document
Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal, gezamenlijk verder te noemen: “partijen”, overwegende dat: •
zij de uitvoering van de gemeentelijke verplichting om te voorzien in de behoefte aan beschermd wonen en opvang willen vormgeven door middel van een samenwerking, waarin Heerlen als centrumgemeente fungeert;
•
zij deze samenwerking reeds hebben vastgelegd in de Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2020, maar dat het wenselijk is om deze regeling te wijzigen; ;
gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelet op de toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten; besluiten: de “Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2020” te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden:
Artikel 1 Definities In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; c. opvang: opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015; d. college: het college van burgemeester en wethouders; e. partijen: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal;
f.
stuurgroep: stuurgroep WMO Parkstad, bestaande uit de wethouders, die binnen elk van de partijen de verantwoordelijkheid dragen voor de portefeuille maatschappelijke ondersteuning, onderdeel opvang en beschermd wonen;
g. historisch budget: dat gedeelte van de rijksmiddelen voor beschermd wonen dat Heerlen in de overgangsfase van de Decentralisatie-uitkering Beschermd Wonen in het kader van het gemeentefonds nog op basis van de historische verdeelsleutel ontvangt; h. objectief budget: dat gedeelte van de rijksmiddelen voor beschermd wonen dat partijen op basis van de objectieve verdeelsleutel
van de Decentralisatie-uitkering Beschermd
Wonen in het kader van het gemeentefonds vanaf 2024 ontvangen; i.
Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;
j.
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 2 Doelstelling en taken van de regeling De regeling heeft tot doel door middel van samenwerking een adequate uitvoering van taken en uitoefening van bevoegdheden van partijen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning te realiseren, in het bijzonder met betrekking tot de gemeentelijke verplichting om te voorzien in de behoefte aan beschermd wonen en opvang, zoals vastgelegd in artikel 1.2.1, onder b en c, van de Wmo 2015. Artikel 3 Bevoegdheden 1. De colleges van Beekdaelen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal verlenen aan het college van Heerlen mandaat om te beslissen op aanvragen om een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget ten behoeve van opvang of beschermd wonen. 2. De colleges van Beekdaelen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal verlenen aan de Teammanager Juridische Zaken van de gemeente Heerlen mandaat om te beslissen op bezwaarschriften met betrekking tot besluiten over maatwerkvoorzieningen dan wel persoonsgebonden budget ten behoeve van opvang of beschermd wonen, alsmede tot het (in dat kader) voeren van verweer in beroep en hoger beroep ten overstaan van de administratieve rechter. 3.
De colleges van Beekdaelen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal machtigen voorts het college van Heerlen om alle andere handelingen te verrichten zoals beschreven in de Wmo 2015, in relatie tot een melding van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voor zover deze handelingen betrekking hebben op (het onderzoek naar) de behoefte aan opvang of beschermd wonen. 4. Ter zake de uitoefening van de in de leden 1, 2 en 3 opgedragen bevoegdheden en taken geldt het recht van ondermandaat en ondermachtiging en het recht van substitutie. Artikel 4 Financiering 1. De financiering van aanbieders van opvang of beschermd wonen verloopt via subsidiëring door het college van Heerlen.
2. Onder de in het derde lid bedoelde kosten worden, naast de kosten voor financiering van aanbieders van opvang of beschermd wonen, begrepen alle kosten van de gemeente Heerlen ter zake de uitvoering van deze regeling, waaronder ook de verstrekte persoonsgebonden budgetten. 3. Voor zover de kosten van de gemeente Heerlen, die zijn verbonden aan de uitvoering van deze regeling, hoger zijn dan de rijksmiddelen die Heerlen als historisch budget voor opvang en beschermd wonen ontvangt, worden deze door partijen gezamenlijk voldaan uit de rijksmiddelen voor opvang en beschermd wonen, vanuit het objectief budget. 4. Jaarlijks wordt dan 50% van het verschil tussen het bedrag dat zou gelden als elke gemeente naar rato van het objectief budget, zoals bedoeld in lid 3 (verdeling objectief budget rijksbijdrage), zou moeten bijdragen en de in lid 5 genoemde bedragen (verdeling woonplaatsbeginsel) in mindering gebracht op de bijdrage van Voerendaal, Beekdaelen, Simpelveld en Landgraaf. De gemeenten Heerlen, Brunssum en Kerkrade dragen 50% van het verschil tussen de voor hen geldende bedragen extra bij. 5. De bedragen verdeling woonplaatsbeginsel zijn: 1e jaar
2e jaar
3e jaar
Beekdaelen
€ 35.942
€
238.625
€
Brunssum
€ 124.853
€
828.909
€ 1.414.244
Heerlen
€ 479.548
€ 3.183.766
€ 5.431.984
Kerkrade:
€ 174.037
€ 1.155.450
€ 1.971.371
Landgraaf:
€ 95.531
€
634.241
€ 1.082.111
Simpelveld:
€ 15.134
€
100.474
€
171.424
Voerendaal:
€ 20.809
€
138.152
€
235.707
407.131
6. De gemeente Heerlen ontvangt als voorschot uiterlijk 31 maart van de andere partijen de bijdrage als bedoeld in de voorgaande leden ten behoeve van de uitvoering van de regeling in het lopende kalenderjaar.
Artikel 5 Bestuurlijk overleg in stuurgroep WMO Parkstad 1. In de stuurgroep treden de in artikel 1, onder f bedoelde wethouders op als gemachtigde van de respectievelijke partijen. De stuurgroep geldt als op overeenstemming gericht overleg, en heeft als zodanig geen beslisbevoegdheid. 2. In de stuurgroep wordt tenminste tweemaal per jaar de uitvoering van deze regeling als onderwerp van overleg geagendeerd aan de hand van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde halfjaarrapportages. Dit geldt als evaluatie van deze regeling als bedoeld in artikel 11a van de Wgr. De eerste halfjaarrapportage bevat onder andere een prognose van de hoogte van de noodzakelijke bijdragen van de deelnemende gemeenten zoals bedoeld in artikel 4, lid 3 tot en met 5 voor het volgende uitvoeringsjaar. 3. In het tweede jaar na de start van de in artikel 4 lid 3 en 4 bedoelde gezamenlijke financiering vindt een evaluatie plaats van de manier waarop de gemeentes bijdragen in de kosten. 4. Het college van Heerlen draagt met het oog op het in het eerste lid bedoelde overleg zorg voor agendering van onderwerpen met betrekking tot deze regeling in de stuurgroep, indien het college dit noodzakelijk acht dan wel op verzoek van een van de andere partijen.
5. In de stuurgroep zijn in elk geval onderwerp van overleg de conceptversies van de in artikel 6 bedoelde begroting en het in artikel 7 bedoelde jaarverslag.
Artikel 6 Begroting 1. Het college van Heerlen stelt jaarlijks een uitvoeringsplan met begroting vast voor de uitvoering van deze regeling in het opvolgende kalenderjaar, en zendt deze uiterlijk 31 december toe aan de andere partijen. 2. Uiterlijk 31 oktober wordt een ontwerp ten behoeve van overleg aangeboden aan de stuurgroep. Artikel 7 Tussentijdse rapportages en jaarverslag 1. Het college van Heerlen informeert de stuurgroep tussentijds over de uitvoering van deze regeling door middel van halfjaarrapportages. 2. Het college van Heerlen stelt jaarlijks een inhoudelijk en financieel verslag vast inzake de uitvoering van deze regeling in het voorgaande kalenderjaar, en zendt deze uiterlijk 31 juli aan de andere partijen. 3. Uiterlijk 31 mei wordt een ontwerp jaarverslag ten behoeve van overleg aangeboden aan de stuurgroep. 4. In het financieel jaarverslag worden de werkelijk door partijen te betalen financiële bijdrages bepaald. 5. Uiterlijk 30 september vindt dan betaling plaats van het verschil tussen de bijdrages op grond van lid 4 en de op grond van artikel 4 lid 6 al betaalde bijdrages. Artikel 8 Archiefbescheiden 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen draagt zorg voor de archiefbescheiden van deze centrumregeling. 2.
De secretaris/algemeen directeur van de gemeente Heerlen is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het Historisch Centrum Limburg. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Historisch Centrum Limburg. 6. De archivaris van het Historisch Centrum Limburg brengt tweejaarlijks aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
7. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen brengt tweejaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling. 8. De deelnemers aan deze centrumregeling stellen tijdig aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken. 9. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde bevoegdheden en opgedragen taken maken partijen nadere afspraken. 10. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden geregeld. 11. In
de
verklaring
kunnen
nadere
voorwaarden
worden
gesteld
aan
de
terbeschikkingstelling.
Artikel 9 Privacy 1. Partijen worden aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 onder 7 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. 2. Het college van Heerlen voert de taken in mandaat uit in de hoedanigheid van verwerker in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. 3. Partijen maken in een afzonderlijke overeenkomst afspraken over de wijze waarop er met persoonsgegevens moet worden omgegaan. Artikel 10 Klachten Klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over gedragingen van ter uitvoering van deze regeling onder verantwoordelijkheid van het college van Heerlen werkzame personen worden afgehandeld door dit college. Artikel 11 Toetreden Het toetreden tot de regeling door andere bestuursorganen dan partijen is uitgesloten. Artikel 12 Wijzigen, opheffen, uittreden 1. De regeling kan worden gewijzigd of worden opgeheven bij eensluidende besluiten van partijen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vierde lid, van de Wgr. 2. Een partij, met uitzondering van het college van Heerlen, kan besluiten om uit de regeling te treden. 3. Uittreden vindt niet eerder plaats dan per 1 januari 2028, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere partijen van ten minste twee jaar. 4.
Een uittredende partij compenseert het college van Heerlen voor de financiële gevolgen van het uittreden vanwege door dat college ter uitvoering van de regeling aangegane verplichtingen alsmede voor de optredende frictiekosten.
5. Het college van Heerlen stelt daarvoor een overzicht op van deze gevolgen, waarna in overleg tussen de partijen de hoogte van de compensatie wordt vastgesteld. Artikel 13 Geschillenregeling 1. Partijen verplichten zich om in geval van geschillen over de inhoud of uitvoering van deze regeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten. 2. Indien niet in der minne tot een oplossing wordt gekomen, zullen partijen het geschil voorleggen aan gedeputeerde staten van Limburg conform artikel 28 van de Wgr. Artikel 14 Inwerkingtreding en duur De regeling treedt in werking op 1 januari van het jaar na de bekendmaking overeenkomstig artikel 15, eerste lid. Artikel 15 Bekendmaking en citeertitel 1. Het college van Heerlen draagt zorg voor bekendmaking van de regeling door kennisgeving van de inhoud ervan in het Gemeenteblad. 2. Partijen dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor het bekendmaken van deze regeling. 3. De regeling kan worden aangehaald als ‘Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024’.
Het college van de gemeente Beekdaelen De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te Het college van de gemeente Brunssum, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te Het college van de gemeente Heerlen, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te Het college van de gemeente Kerkrade, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te Het college van de gemeente Landgraaf, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te Het college van de gemeente Simpelveld, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te Het college van de gemeente Voerendaal,
De secretaris, De burgemeester, Getekend