12. Bijlage 4 Ontwerpbegroting 2025 SPL_181764
Tekst van het document
Behandeld in DB van 27 maart 2024
Ontwerpbegroting 2025 en Meerjarenraming 2026 - 2028
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Financieel Beeld 2025-2028
7
3.
Programma Kerntaken
12
4.
Programma Flexibele Schil
17
5.
Algemene Dekkingsmiddelen
17
6.
Overhead en Bedrijfsvoering
19
7.
Bedrag heffing vennootschapsbelasting
20
8.
Onvoorzien
20
9.
Mutatie reserves & voorzieningen
21
10.
Paragrafen
22
10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
22
10.2 Financiering
24
10.3 Openbaarheidsparagraaf
26
11.
Geconsolideerde begroting
27
11.1 Vermoedelijke geconsolideerde balans
27
11.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
29
11.3 Overzicht incidentele baten en lasten
30
12.
Besluit inzake vaststelling begroting
31
Bijlage 1 Kadernota 2025
32
Bijlage 2 Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2024-2028
41
Bijlage 3 Lijst van Afkortingen
46
2
1. Inleiding Algemeen De begroting van Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) is een sterk financieelbeleidsmatig getint document. Het vormt het financiële kader voor het jaarplan dat rond de jaarwisseling op basis van inhoudelijke bijdragen van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Centraal in de begroting staat het streven naar een structureel sluitend financieel meerjarenperspectief. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 34b) is het bestuur van SPL verplicht om voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, algemene financiële en beleidsmatige kaders ten behoeve van de begroting op te stellen, de zogenaamde kadernota. Het doel van de Kadernota is de betrokken gemeenteraden over deze kaders tijdig (vóór 30 april) te informeren, zodat raden ook tijdig (afzonderlijk of gezamenlijk) kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de begroting. De Kadernota 2025 is in het Dagelijks Bestuur van 28 februari 2024 besproken en via een daarop volgende schriftelijke ronde op 11 maart geaccordeerd.. Aansluitend daarop is de Kadernota ter kennisneming aangeboden aan de gemeenteraden. Daarbij is aangegeven dat de Kadernota voor de raden primair een informatief document is. En dat daarom ook op dat moment van de raden nog geen zienswijze wordt gevraagd.
Ook is aangegeven dat het de gemeenteraden vrijstaat om aan de hand van de Kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn mee te geven aan de vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van SPL. De Kadernota geeft een indicatie over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie en is het startpunt voor de begroting. De Kadernota is opgenomen in bijlage 1. De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Limburg Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in april 2021 (laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling). De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de vigerende strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën. De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”.
Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters van de deelnemende gemeenten), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders). Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverstijgende samenwerking en verdeling van middelen. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (bestuurscommissies-overstijgende onderwerpen).
3
In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de zes kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte en Mobiliteit • Duurzaamheid • Economie en Toerisme • Sociaal Economische Structuurversterking • Grensoverstijgende Samenwerking (ressorterende onder het Dagelijks Bestuur). Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur / Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen. Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan SPL in 2025 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 1.
Het Nieuw Narratief van Parkstad “Elke Regio Telt” en de Kansenagenda De regio als schaalniveau voor overheidsdenken en doen: verbreding van het takenpakket Afstemming op Zuid-Limburgs niveau Fondsenwerving en Programmamanagement: accentverschuiving in het takenpakket Water, klimaatadaptatie en landelijk gebied Energietransitie
Het Nieuw Narratief van Parkstad Parkstad is na de sluiting van de mijnen door een diep dal gegaan. Jaar op jaar vertrok talent uit Parkstad en kwam niet terug. Liefst 25 jaar lang nam de bevolking af. Dit leverde uitdagingen op, waar we niet direct antwoorden op hadden: grote sociaal-economische en gezondheidsachterstanden, veiligheidsproblemen en een overschot aan scholen, woningen en winkels. Dit beeld lijkt te kantelen. De bevolkingsdaling is afgevlakt en economisch gaat het beter. De ontwikkelingen op de bedrijventerreinen bieden werkgelegenheid voor de nieuwe generatie Parkstedelingen. Ook de komst van kennisinstellingen, zoals de RWTH en de Universiteit Maastricht en de samenwerking met de al aanwezige instituten als de Open Universiteit, de Zuyd Hogeschool en Vista kunnen flinke impulsen geven voor de vernieuwing van de regio. Daarbij is een geweldig voordeel, dat Parkstad binnen haar stedelijk gebied de ruimte heeft om uit te breiden en te vernieuwen. Daarnaast biedt in toenemende mate de ligging aan de grens ook kansen. Bij deze vernieuwing hoort ook een ander verhaal: “het Nieuwe Narratief van Parkstad”. Dit verhaal is nodig om sturing te geven, om draagvlak te creëren en om mensen en partijen te binden. Immers de overheid kan dit niet alleen.
Gezamenlijk optrekken van bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld, burgers en overheid is cruciaal voor het realiseren van deze ambitie. Het is echter ook meer dan alleen een verhaal. De basis moet gelegd worden vanuit een goede analyse, zodat het geloofwaardig is. Er moeten keuzes worden gemaakt, waaruit de ambitie van de regio blijkt. Het benutten van de ruimtelijke kansen vraagt om een evenwichtige sturing op gemeentelijk en regionaal niveau. Hierbij zou een regionale ontwikkelkaart als informeel sturingsinstrument kunnen fungeren. Tenslotte moet dit op een zorgvuldige manier gecommuniceerd worden. Hiervoor moet een goede strategie worden ontwikkeld. Sturing op inhoud en proces van het tot stand brengen van dit Nieuwe Narratief en het bouwen van de coalities rondom dit verhaal en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma, zal in 2024 en 2025 veel vragen van de Parkstadorganisatie, waar de overkoepelende regie voor dit alles zal liggen.
4
2.
“Elke Regio Telt’ en de Kansenagenda In maart 2023 werd het rapport “Elke Regio Telt” van drie belangrijke adviesraden van de regering, de ROB, de RLI en de RVS, gepresenteerd. Een bezoek van die drie raden aan onze regio in september 2021 stond aan de basis van dit onderzoek. Parkstad was dan ook één van de vijf regio’s, die onderzocht zijn. In het rapport werd geconstateerd dat er in Nederland ongewenste verschillen in brede welvaart tussen regio’s bestaan en dat die vaak worden veroorzaakt of versterkt door Rijksbeleid. Daarom concluderen de raden, dat het regio beleid anders moet. Belangrijk advies was dat voor dergelijke regio’s, zogenaamde Kansenagenda’s moeten worden opgesteld, die als basis moeten dienen voor lange termijn afspraken tussen Rijk en regio. De uitwerking van de kansenagenda voor Parkstad is vooral de programmatische uitwerking van het ‘Nieuwe Narratief’. Zoals het er nu uitziet, is de kans groot, dat dit traject voor Parkstad het vervolg op de Regio Deals wordt. Voor 2024 en 2025 betekent dit, dat Parkstad vol moet inzetten op de lobby rondom “Elke Regio Telt”. De 5 regio’s die in het kader van ERT onderzocht zijn (waaronder Parkstad), zijn in 2024 betrokken in een vervolgtraject onder leiding van het Ministerie van BZK. Met die 5 gebieden is afgesproken, dat de lobby gezamenlijk wordt opgepakt. Maar ook los daarvan zal deze lobby veel aandacht vragen.
Daarnaast is van belang dat samen met gemeenten en de brede maatschappelijke coalitie de uitwerking van de kansenagenda wordt vormgegeven. Dit zal, net zoals de voorbereiding op de Regio Deal aanvragen, een intensief en langlopend proces zijn, dat echter ook de verbinding met de brede maatschappelijke coalitie verder kan versterken. Tot slot is van belang, dat de tijdshorizon van de kansenagenda verder weg ligt dan die van een regiodeal. De regiodeal heeft globaal een looptijd van 5 jaar. De kansenagenda zou een lange termijn perspectief van 15 tot 20 jaar moeten hebben.
3.
De regio als schaalniveau voor overheidsdenken en doen: verbreding van het takenpakket De regio wordt steeds belangrijker als schaalniveau, waar beleid maar ook de programmatische uitwerking en uitvoering, vorm krijgt. Duidelijke voorbeelden daarvan zijn de Regio Deals en een rapport als ‘Elke Regio Telt’. Door die ontwikkeling hebben de Parkstad gemeenten de afgelopen jaren in toenemende mate profijt gehad van de investering, die zij al decennia lang doen in regionale samenwerking. Voor de Stadsregio Parkstad heeft dat ook heel nadrukkelijk consequenties gehad. Het takenpakket is op verzoek van de Minister van BZK verbreed met de werkvelden Sociaal Economische structuurversterking, Duurzaamheid en Grensoverstijgende samenwerking (Brief van de Minister van BZK aan de stadsregio d.d. 19 november 2018). Die verbreding van het takenpakket van de regionale samenwerking zet verder door. Voorbeelden daarvan zijn de ontwikkelingen rondom water- en klimaatadaptatie (dit wordt hieronder uitgewerkt). Deze veranderingen maken de workload groter en complexer, hetgeen een groot beroep doet op organisatie- en uitvoeringskracht van betrokken partijen. Het biedt echter ook de mogelijkheid om vanuit een regionale regie een meer integrale (gebiedsgerichte) aanpak vorm te geven. In een zwakkere vorm is ook veiligheid steeds meer onderdeel gaan uitmaken van het takenpakket.
4. Afstemming op Zuid-Limburgs niveau Op dit moment is veel aandacht voor de opschaling naar het Zuid-Limburgs niveau. In toenemende mate vindt beleidsontwikkeling plaats op deze schaal. Met de structuurvisies Wonen en Ruimtelijke Economie is daar enkele jaren geleden al een begin mee gemaakt. Parkstad heeft daar vaak een trekkende rol bij gespeeld. Ook het arbeidsmarktbeleid krijgt steeds meer gestalte op dit niveau. De afgelopen jaren heeft het Novex-gebied Zuid-Limburg als vehikel voor beleidsontwikkeling gediend. De Zuid-Limburg agenda en Panorama Zuid-Limburg zijn daar goede voorbeelden van. Ook bij de regio deals en het vervolgtraject van Élke Regio Telt’ wordt de verbinding op Zuid-Limburgs niveau gezocht. Dit levert niet alleen iets op maar kost ook veel tijd en capaciteit. Dat komt ook omdat er op deze schaal een goede governancestructuur en werkorganisatie ontbreekt. Daarnaast hebben opgaves hun eigen schaalniveau waarop het beste beleidscoördinatie kan plaatsvinden. Bij de aanpak van leefbaarheidsvraagstukken stuur je meer op buurt- en wijkniveau, terwijl bij mobiliteit naar de regio of vaak zelfs naar het hele land wordt gekeken. Zuid-Limburg lijkt met name geschikt om de economische ontwikkeling te coördineren en af te stemmen. 5.
Fondsenwerving en Programmamanagement: accentverschuiving in het takenpakket De werkzaamheden van de Parkstadorganisatie zijn de afgelopen jaren vrij sterk gewijzigd. Lag de nadruk in de periode 2014 tot en met 2017 sterk op beleidsontwikkeling en de platformfunctie, vanaf 2018 met het starten van de voorbereiding van de Regio Deals in Den Haag, is steeds meer nadruk komen te liggen op
5
lobby en fondsenwerving. Maar ook de ‘programmatische handling’ van subsidiestromen vraagt steeds meer capaciteit, zoals bij de Regio Deals 1.0 en 2.0 en het Volkshuisvestingsfonds. Deze ontwikkelingen zetten in 2024 door en zullen ook in 2025 impact hebben op de werkzaamheden van de Stadsregio Parkstad. In dat licht is het belangrijk, dat de gemeenten de vraag naar iets meer programma overstijgende capaciteit om juist deze taken op te pakken, is gehonoreerd. De hoeveelheid werk, die de handling van deze subsidiestromen met zich meebrengt, wordt nog eens vergroot door: 1. de ‘multiplier’ De cofinanciering en aanvullende investeringen in projecten zorgen ervoor dat de omvang van het volledige programma, meestal een veelvoud is van de oorspronkelijke subsidie. Een goed voorbeeld daarvan is de eerste Regio Deal Parkstad. De 40 miljoen subsidie heeft een totaal programma van 611 miljoen op gang gebracht. 2. Zowel lopende programma’s als nieuwe aanvragen De werkzaamheden hebben betrekking op zowel lopende programma’s (financiële afwikkeling, rapportages, monitoring), als nieuwe aanvragen en lobby. 3. Financial engineering De cofinanciering van de subsidie wordt vaak gerealiseerd door andere subsidiestromen, waar weer allerlei voorwaarden en verantwoordingseisen aan vastzitten.
Voorbeeld daarvan is het Velocity project, waarbij de cofinanciering via een Interreg subsidie is verkregen.
4. De SPUK Bijna alle Rijks subsidies worden op dit moment in de vorm van een zogenaamde specifieke uitkering (SPUK) verstrekt. Een dergelijke uitkering vraagt veel meer handling dan de Decentralisatie Uitkering (DU), de vorm waarin subsidies in het verleden werden uitgekeerd. Vooral de zogenaamde Sisa verantwoording vraagt specialistische aandacht. 6.
Water, klimaatadaptatie en landelijk gebied Met ingang van 2024 is het thema water toegevoegd aan de bestuurscommissie Ruimte en Mobiliteit (BC RuMo) en wordt het thema klimaatadaptatie overgeheveld van de BC Duurzaamheid naar de BC RuMo. Het thema water was t/m 2023 belegd bij het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en is op verzoek van die netwerksamenwerking toegevoegd aan het takenpakket van de Stadsregio. Het SWPL bestaat uit de zeven Parkstadgemeenten, het Waterschap Limburg, het Waterschapsbedrijf Limburg en WML. De jaarlijkse bijdrage van de gemeenten is berekend op basis van de bijdrage aan SWPL in 2023, exclusief bijdragen van de waterpartijen. Uitgegaan is van 7/9e deel van € 293.000, zijnde € 227.889. Dit is conform de huidige verdeelsleutel (incl. waterpartijen) van SWPL. De totale gemeentelijke bijdragen aan het thema ‘water’ blijft daardoor in 2024 gelijk aan die in 2023. Uit deze middelen worden personele inzet (inschatting 1 FTE en kantoorkosten) en werkbudget gefinancierd. Door het onderbrengen van deze thema’s bij de BC RuMo, kan de inhoudelijke verbinding worden gelegd met relevante andere onderwerpen, die momenteel al bij de Stadsregio belegd zijn.
Het onderbrengen van de thema’s bij de BC RuMo sluit aan bij het uitgangspunt, dat sinds 2022 door de Rijksoverheid wordt gehanteerd: bodem en water sturend (brief van de regering aan de Tweede Kamer d.d. 25 november 2022). Binnen het werkveld van de Bestuurscommissie RuMo is sinds 2022 ook meer aandacht voor de ontwikkeling van de landelijke gemeenten gekomen. De vraagstukken rondom water, bodem, klimaat en stikstof maken de transitie van het landelijk gebied tot een complexe uitdaging, die vraagt om een integrale gebiedsgerichte aanpak. Vanuit de regionale samenwerking wordt hier nu met vereende krachten aan gewerkt. Deze accentverschuiving vraagt echter ook om meer inzet van capaciteit en werkbudget.
7.
Energietransitie Eind 2022 heeft het kabinet aangekondigd dat het tot en met 2030 structureel middelen aan gemeenten ter beschikking zal stellen om uitvoering te kunnen geven aan energie- en klimaatbeleid. Parkstad-breed gaat het hierbij om een bedrag van ruim €5,1 miljoen voor 2023, 5,1 miljoen in 2024 en 5,2 miljoen in 2025. Voor de jaren 2026 tot en met 2030 zijn ook uitvoeringsmiddelen beschikbaar. Na evaluatie zal hiervoor een nieuwe regeling opgesteld worden. Middelen in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK ) dienen exclusief ter beschikking te worden gesteld om personele uitbreiding en hiermee gepaarde materiële lasten te bekostigen. Dit besluit is dan ook conform het advies van de Raad van Openbaar Bestuur om uitvoeringskracht van gemeenten te versterken om doelstellingen van het Klimaatakkoord te kunnen
6
behalen. Uniek voor Parkstad-gemeenten is de beschikking over een regionaal bureau. In aansluiting hierop zal de formatie van het regiobureau in 2024 met 2 medewerkers duurzaamheid worden uitgebreid o.a. ter ondersteuning van de realisatie PALET en RES (Regionale Energie Strategie). Dit maakt dat uitvoeringskracht zowel op regionaal als op gemeentelijk niveau kan worden gerealiseerd. Dit alles zal een aanzienlijk werkpakket met zich meebrengen. De indeling van de begroting 2025 is in overeenstemming met de BBV en bestaat uit de volgende programma’s / onderdelen: 1. Inleiding 2. Financieel Beeld 2025-2028 3. Programma Kerntaken 4. Programma Flexibele schil 5. Algemene Dekkingsmiddelen 6. Overhead en bedrijfsvoering 7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting 8. Onvoorzien 9. Mutaties reserves & voorzieningen 10. Paragrafen 11. Geconsolideerde begroting 12. Besluit Aanvullend op deze programma’s / onderdelen zijn drie bijlagen opgenomen: 1. Kadernota 2025 2. Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2024-2028 3. Lijst met afkortingen
2. Financieel Beeld 2025-2028 Samenvatting beleidsmatige en financiële Kaders 2025-2028 De Kadernota 2025 bevat de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de begroting 2025 en meerjarenramingen 2026-2028 voor Stadsregio Parkstad Limburg. De kadernota 2025 is integraal opgenomen in bijlage 1. In deze paragraaf zijn de uitgangspunten opgenomen. De begroting sluit aan op de Kadernota. De begroting en meerjarenbegroting zijn structureel en reëel in evenwicht. Algemene beleidsmatige kaders 2025 - 2028 Voor de begroting 2025 en de daarop volgende jaren worden de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren. 3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4.
Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en door vertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, het
7
Dagelijks Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact. De algemene financiële kaders 2025 - 2028 Omvang van het Bureau: 01-2006 01-2010 12- 2013 01- 2014 12- 2014 01-2015 07- 2015 01- 2018 01- 2021 07-2021 01- 2022 01- 2023 01- 2024 01- 2025
Parkstad- bureau
26
30,5
29,5
26
19
15,5
11,5
13,7
20,3
26,3
26,3
26,8
33,6
33,6
GBRD
0
42
42
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
BAG/GEO
0
18,5
18,5
18,5
18,5
18,5
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
26
91
90
44,5
37,5
34
11,5
13,7
20,3
26,3
26,3
26,8
33,6
33,6
Tabel: Ontwikkeling bezetting Stadsregio Parkstad Limburg in fte (structureel) NB: De sprong in 2021 is het gevolg van de takendiscussie.
Van 2010 tot en met 2013 maakten de GBRD en BAG/GEO onderdeel uit van de Parkstad Limburg formatie. Vanaf 2014 alleen nog BAG/GEO. Vanaf 2016 bestaat de bezetting enkel uit Parkstad Limburg. Sinds dat jaar groeit de bezetting gestaag en de laatste jaren harder. De recente toename heeft met name te maken met de grotere opgave waarvoor Parkstad staat en het daaruit voortvloeiende grotere takenpakket (zie voor een specificatie hiervan de tekst onder het kopje ‘Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan SPL in 2025’; p. 4 t/m 7 bovenaan) met alle bijkomstige werkzaamheden daarom heen, o.a. als gevolg van de overheveling van het thema water van de SWPL naar de Stadsregio, de aangegane Regio Deals en andere subsidiestromen (van een zwaar kaliber; van in totaal ˃ € 125 miljoen ); hierbij dient gedacht te worden aan activiteiten in het kader van het aanvraagproces en de arbeidsintensieve subsidiehandling in zijn algemeenheid. In 2024 neemt de bezetting toe met 6,84 fte. Dit betreft 1,34 fte als gevolg van de overname van de activiteiten van het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en de aanstelling van twee medewerkers duurzaamheid o.a. ter ondersteuning van de realisatie van PALET en RES (Regionale Energie Strategie). Daarnaast is de langdurige inhuur van een medewerker van het programma Wonen per 1 januari 2024 omgezet in een vast contract.
Tenslotte heeft het AB goedgekeurd om de bezetting in 2024 met 2,5 fte uit te breiden om de sterk toegenomen werkbelasting als gevolg van de toegenomen subsidiestroom op te vangen. Aanvullende afspraak is dat deze medewerkers een jaarcontract met zicht op een vast contract krijgen aangeboden. Hiervan kan pas sprake zijn zodra het reguliere zienswijzetraject van de begroting 2025 is doorlopen. De hiermee samenhangende kosten voor 2024 en 2025 bekostigd worden uit eigen middelen: rentebaten en de VAT-uitkering van de regiodeal II en indien nodig nog via de resultaatbestemming of de frictiereserve. De kosten betreffen zowel directe personeelskosten alsook materiële bedrijfsvoeringkosten. Vanaf 2026 zullen deze structureel via de regiobijdrage van de deelnemende gemeenten worden gefinancierd. Parkstadbegroting: in € miljoen.
8
NB: De sprong in 2021 is het gevolg van de takendiscussie.
Financiële kaders Uitgangspunten: 1. Voor de uitvoering van de kerntaken is werkbudget beschikbaar. Dit werkbudget is de afgelopen jaren niet geïndexeerd. De uitgaven zijn wel duidelijk gestegen door de hoge inflatie van de afgelopen jaren en zeker ook door de uitbreiding van de projecten. Het werkbudget wordt al diverse jaren aangevuld door nog zogenaamd resterend “oud geld”; dat inmiddels “verbruikt” is. Het plan is om de komende periode de discussie met de gemeenten over het werkbudget te voeren. Op basis van accordering door het Dagelijks Bestuur op 27 maart 2024 (op advies van het portefeuillehoudersoverleg financiën) zal met ingang van 2025 een inflatiecorrectie/ indexering op het werkbudget worden toegepast. Verder is besloten is om het thema water op verzoek van de SWPL (waaronder de 7 Parkstadgemeenten) toe te voegen aan het takenpakket van de stadsregio en onder te brengen bij de BC RuMo en het thema klimaat adaptatie over te hevelen van de BC Duurzaamheid naar de BC RuMo. Voor de gemeenten gebeurt dit budget neutraal omdat het budget wordt overgenomen van het SWPL (verschuiving van middelen; i.p.v. dat het budget aan SWPL ter beschikking wordt gesteld; wordt het nu aan de Stadsregio ter beschikking gesteld). Onderdeel van het overgehevelde budget is een werkbudget. Voor 2025 bedraagt dit € 75.000. 2.
In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen. 3. Vanaf september 2022 ontvangt SPL rente op het uitstaande saldo bij schatkistbankieren. Deze rente bedraagt per 1-12-2023 3,9%. De verwachting is dat de rente in de loop van 2024 zal gaan dalen. Aangenomen wordt dat de rente in 2025 is gedaald naar 2,4%. Voor het uitstaande saldo is uitgegaan van 90% van het gemiddelde saldo over de periode 2017-2022. De rente bedraagt dan voor 2025 € 761.000. Voor de jaren daarna is aangenomen dat de rente geleidelijk daalt tot 0,25% in 2028. In de financiële verordening is vastgelegd dat 90% van de rente wordt aangewend voor programmagelden. Deze bedragen zijn in de tabel op pagina 11 opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”. De resterende 10% zullen, conform besluit van het AB, voor 2025 worden aangewend voor de financiering van de uitbreiding van de bezetting met 2,5 fte. 4. De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 400.000 per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2030.
In lijn met de “Notitie materiële vaste activa 2017” van de Commissie BBV wordt dit bedrag in vier afzonderlijke posten in de begroting opgenomen: de afschrijving van de buitenring, de financieringskosten buitenring, een storting in de reserve ringwegen en een onttrekking aan de reserve ringwegen. De reserve is in 2030 hoog genoeg om de toekomstige afschrijvingen te dekken. 5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau in 2024 over een vaste bezetting van 33,6 fte. De aangroei van de vaste bezetting is in het voorgaande reeds toegelicht.
9
6. In 2023 is het functiewaarderingstraject (HR 21) afgerond en goedgekeurd door het AB. Dit heeft voor verschillende functies geleid tot een opwaardering. De ingroei (tot en met 2027) van de betreffende functiehouders naar het maximum van hun nieuwe functieschaal is opgenomen in de personeelskosten. Op basis van dit ingroeimodel is de structurele stijging van de personeelsbegroting voor 2025 ten opzichte van 2024 € 43.000. 7. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 8. De prijsindexering van de materiële kosten (2025; 1,6% ) en de salariskosten (2025; 5,4% ) is gebaseerd op de prognose volgens de meest recente circulaire (september) van de algemene uitkering. De aanpassing van de regiobijdragen voor deze kostenstijging is onvermijdelijk. Tevens is de delta tussen de voor 2024 gebudgetteerde index (3,9%) en de daadwerkelijke CAO verhoging (4,75%) in de personeelskosten voor 2025 meegenomen. 9. In lijn met het advies van het ambtelijk overleg en de nieuwe financiële verordening is een post onvoorzien opgenomen van € 50.000. 10. De materiële bedrijfsvoeringkosten zijn in overeenstemming gebracht met de stijging van het aantal fte’s. 11. Parkstad heeft een sluitende begroting.
De bijdragen van de gemeenten daarin zijn in de basis opgebouwd uit twee delen; deze zijn voor 2025: a. Een bedrag van € 4.525.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; Aangevuld door de bijdrage van de Gemeente Heerlen naar aanleiding van de taken discussie ad € 430.000 b. Een bedrag van € 1.187.500 voor Regionale Initiatieven. c. Een bedrag van € 134.000 voor de uitbreiding van duurzaamheid. Het gaat hierbij om extra capaciteit voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid, waarvoor Rijksmiddelen beschikbaar zijn (CDOKE), die via de gemeenten naar Parkstad worden doorgeleid. d. Een bedrag van € 237.000 voor water en klimaatadaptatie (overname SWPL). Het betreft een overheveling van taken en middelen van SWPL (waaronder de zeven Parkstadgemeenten); er zijn hiermee dus geen extra middelen van de gemeenten mee gemoeid. En verder: a. Sinds 2022 zijn er weer rentebaten. 10% van deze rentebaten wordt doorgegeven aan de gemeenten via een korting op de bijdrage als het AB hiervoor geen specifieke bestemming aanwijst. Voor 2025 worden deze baten gebruikt voor de financiering van de uitbreiding van het aantal fte’s met 2,5. De financiering van de uitbreiding voor 2025 wordt verder gevonden in de VAT regiodeal (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) en de frictiereserve/resultaatbestemming 2023.
In 2025 zullen er dus geen rentebaten terugvloeien naar de gemeenten. b. De bijdrage voor de uitbreiding van duurzaamheid wordt gelijkelijk verdeeld tussen de gemeenten en de RES. Beiden € 134.000 voor 2025. c. De financiering van water komt via de overname van het budget van SWPL. Er is dus geen sprake van een verhoging van de gemeentelijke uitgaven, maar in plaats van dat deze bijdragen naar de gemeente Beekdaelen – als zijnde de kassier voor SWPL - worden overgeboekt, worden de gemeentelijke bijdragen nu overgeboekt naar Parkstad (€ 237.000 voor 2025). d. Het is nog steeds onduidelijk of 2026 het zogenaamde “ravijnjaar” zal zijn en hoe dat dan er uit zal zien. Denkbaar is dat gemeenten de verbonden partijen zullen verzoeken een ombuiging voor te bereiden voor het opvangen van een generieke korting. e. In het portefeuillehouders-overleg financiën is de hoogte van het werkbudget besproken. De Stadsregio Parkstad Limburg is geen weinig flexibele tanker, eerder een speedboot die snel en wendbaar moet kunnen anticiperen en kansen moet verzilveren voor de hele regio! Unaniem is aangegeven dat het enerzijds onontkoombaar is dat er financiële kaders moeten worden geformuleerd en vastgesteld, maar dat er anderzijds behoefte is het financieel beleid en de organisatiestructuur af te stemmen op de strategie van de organisatie. De inhoud moet voorop staan.
Er is vanuit het PFO Financiën nadrukkelijk behoefte om dit verder uit te diepen.
10
Samenvatting financieel beeld 2025-2028 Initiële begroting 2024
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Werkbudget kernactiviteiten
720
806
819
832
846
Lobby inzake subsidieverwerving
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten (90% rentebaten)
pm
685
469
252
72
Afschrijvingen buitenring
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
82
69
55
42
27
3.031
3.941
4.165
4.375
4.545
50
50
50
50
488
546
555
564
573
7
7
7
7
7
Totaal materiële kosten bedrijfsvoering
495
553
562
571
580
Totaal lasten
4.632
6.409
6.424
6.426
6.424
Bijdragen deelnemende gemeenten
4.244
4.525
4.665
4.874
5.037
408
430
450
467
485
10% rentebaten
76
52
28
8
Bijdrage uitbreiding duurzaamheid
134
140
145
151
337
349
362
237
245
252
260
5.402
5.889
6.116
6.303
Bijdrage RES
134
140
145
151
VAT Regiodeal
216
Loonkosten formatie Onvoorzien Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting Afschrijvingskosten verbouwing
Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie
Bijdrage uitbreiding bezetting (2,5 FTE) Bijdrage gemeenten water en klimaatadaptatie Totaal bijdragen deelnemende gemeenten
4.652
Bijdragen gemeenten flexibele schil / Grensoverschrijdende samenwerking Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten 90% Rentebaten
0
0
0
0
0
pm
pm
pm
pm
pm
685
469
252
72
Totaal baten
4.652
6.438
6.498
6.513
6.526
Exploitatieresultaat
20,55
28
73
87
102
219
241
266
293
323
165
174
186
199
214
7
7
7
7
0
0
0
Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen Investeringsreserve verbouwing Organisatie Op Orde
27
Frictiereserve/resultaatbestemming 2023
7
32
Begrotingsresultaat
0
0
Verdeling van middelen (via balans)
2024
2025
2026
2027
2027
Regionale initiatieven
1.095
1.187
1.216
1.245
1.274
Bijdragen regionale initiatieven
1.095
1.187
1.216
1.245
1.274
0
0
0
0
0
Saldo
11
3.
Programma Kerntaken
De regionale samenwerking verloopt via twee sporen: de kernsamenwerking waar elke gemeente aan meedoet en de flexibele samenwerking (flexibele schil). Hiermee wordt uiting gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de coalition of willing. Dit leidt tot een kernagenda en een keuze agenda. De Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg is een regeling tussen colleges van burgemeester en wethouders. Naast het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur fungeren binnen Parkstad Bestuurscommissies, bestaande uit portefeuillehouders. De Bestuurscommissies hebben het bestuurlijk primaat en de budgetverantwoordelijkheid binnen de door het Algemeen Bestuur toebedeelde taken en budgetten. De betrokkenheid van de gemeenteraden en colleges krijgt gestalte via Regionale Raadsinformatiebijeenkomsten en College-Regiodagen. De regionale samenwerking wordt ondersteund door het Regiobureau. Het Regiobureau faciliteert de inhoud en de processen van de Bestuurscommissies en de andere gremia en activiteiten rondom die samenwerking: het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de Regiodagen en informatiebijeenkomsten.
Het uitgangspunt is een “mean and lean” bureau van een voldoende kaliber om te kunnen voldoen aan de eisen van onafhankelijke bestuurlijke ondersteuning, strategische programmabewaking en procesmanagement en –coördinatie. Indeling programma in deelactiviteiten en deelbudgetten Het programma Kerntaken is onderverdeeld in 6 deelactiviteiten; 1. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda die gedekt worden uit het werkbudget. 2. Regionale initiatieven. 3. Cofinanciering van kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies, zoals de Regio Deal en het Volkshuisvestingsfonds dan wel 90% rentebaten 4. Kernformatie. 5. Financieringskosten en afschrijvingskosten Buitenring.
12
Het bijbehorend financieel beeld is weergegeven in onderstaand overzicht. Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Werkbudget:
720
806
819
832
846
Lobby subsidieverwerver
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden projecten kernactiviteiten/projectlasten danwel 90% rentebaten
pm
685
469
252
72
Afschrijvingskosten Buitenring
264
264
264
264
264
Financieringskosten Buitenring
82
69
55
42
27
Loonkosten formatie
1.937
2.521
2.664
2.798
2.907
Totale lasten Kerntaken
3.043
4.385
4.311
4.228
4.156
90% rentebaten
0
685
469
252
72
Totale baten Kerntaken
0
685
469
252
72
-3.043
-3.700
-3.842
-3.976
-4.084
219
241
266
293
323
0
0
0
0
0
Totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen
165
174
186
199
214
Reserve werkbudget Algemeen Bestuur
0
0
0
0
0
Reserve werkbudget Bestuurscommissies
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves Kerntaken
Frictiereserve
54
67
80
94
109
Gerealiseerde resultaat Kerntaken
-3.097
-3.767
-3.923
-4.070
-4.193
Verdeling van middelen (via balans)
2024
2025
2026
2027
2028
Regionale initiatieven
1.095
1.187
1.216
1.245
1.274
Bijdragen regionale initiatieven
1.095
1.187
1.216
1.245
1.274
0
0
0
0
0
Saldo
Werkbudget kernactiviteiten Voor de uitvoering van de kernthema’s is in de begroting 2025 een werkbudget opgenomen van € 806.000. Dit werkbudget bestaat feitelijk uit twee delen. Enerzijds betreft dit een bedrag van € 732.000 (het voor het eerst in 2025 geïndexeerde werkbudget van € 720.000). Anderzijds is besloten is om het thema water toe te voegen aan het takenpakket van de stadsregio en onder te brengen bij de BC RuMo en het thema klimaat adaptatie over te hevelen van de BC Duurzaamheid naar de BC RuMo. Voor de gemeenten gebeurt dit budget neutraal omdat het budget wordt overgenomen van het SWPL. Onderdeel van het overgehevelde budget is een werkbudget. Voor 2025 bedraagt dit € 75.000. Van het bedrag van € 732.000 is € 20.000 geoormerkt voor de contributie van AG Charlemagne. Het werkbudget is bedoeld ter dekking van activiteiten: voorbereidingskosten van beleid en programmering, monitoring, ondersteuning, instrumentontwikkeling et cetera, passend binnen de Kernagenda. De activiteiten zijn zowel inhoudelijk als proces ondersteunend van aard. In de begroting is het werkbudget een ongesplitst bedrag. Op basis van het jaarplan 2025 zal het Algemeen Bestuur dit werkbudget (groot zijnde € 712.000 = € 806.000* minus € 20.000 bijdrage AG Charlemagne en minus € 75.000 overgeheveld van ‘water/SWPL’) verdelen over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur.
Bij de verdeling wordt rekening gehouden met de plannen die de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur aandragen in het kader van het jaarplan 2025. *Betreft afrondingsverschil
13
Regionale initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Routebureau, Vestigingenregister, Visit Zuid-Limburg (voormalige VVV) en het Starterscentrum. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2025 zijn op basis van de vigerende afspraken onderstaande ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de gemeenten worden doorberekend. Gemeente Bedragen
BTM
x€1
Routebureau
Vestiging Visit Zuid enLimburg register
Starterscentrum
Uitvoeringsprogramma Toerisme
Totaal
Brunssum
18.044
2.776
8.767
84.090
13.841
2.519
130.036
Heerlen
52.265
11.088
26.541
266.542
43.561
9.353
409.350
Kerkrade
29.183
5.401
13.581
183.645
22.810
4.678
259.299
Landgraaf
17.908
7.056
10.811
126.607
18.588
5.510
186.480
Simpelveld
2.179
1.456
4.437
24.315
5.198
1.214
38.799
Voerendaal
2.652
1.128
5.504
29.555
6.202
1.042
46.083
Beekdaelen
9.583
3.118
14.933
70.030
17.983
1.750
117.397
128.183
26.066 1.187.444
Totaal
131.814
32.023
84.574
784.784
Nog te verhogen met BTW
Nog te verhogen met BTW
Nog te verhogen met BTW
In 2020 is aan BTM een begrotingspostsubsidie toegekend. Dit onder de voorwaarde dat de Parkstadgemeenten hun financiële bijdrage hiervoor blijven leveren. Het resterende beschikbare BTM-budget wordt gebruikt voor het verstrekken van opdrachten. De bijdrage is geïndexeerd met 2%. De bijdrage aan het Routebureau is gebaseerd op de bijdrage 2018-2019, jaarlijks geïndexeerd met 2%. De bijdrage aan het Vestigingenregister bestaat uit 2 delen “Gemeenten aan het Werk” en “VRL-participatie”. De bijdragen zijn ontleend aan de meerjarenbegroting van het Vestigingenregister. De bijdrage aan Visit Zuid Limburg is gebaseerd op het convenant voor de subsidiëring in de periode 2021-2026. De bijdrage aan het Starterscentrum is gebaseerd op € 0,50 per inwoner. De bijdrage is ontleend aan de meerjarenbegroting van het Starterscentrum. De bijdragen aan Uitvoeringsprogramma Toerisme zijn identiek aan de bijdragen in 2024. Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies Deze post bestaat in deze begroting uit twee delen: - In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. Ook wordt gezocht naar fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies.
De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten verloopt via deze post. Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door deze wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn en staat op deze regel daarom normaliter de tekst “P.M.”. - Sinds 2022 krijgt SPL, na een periode van zeven jaar, weer rente op de rekening van het schatkistbankieren. In de financiële verordening is vastgelegd dat 90% van de rente wordt aangewend voor de programmagelden. Deze bedragen zijn opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”.
14
Kernformatie
Totaal kernformatie
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
FTE kernformatie programma's
16,2
20,0
20,0
20,0
20,0
FTE kernformatie overhead
10,6
13,6
13,6
13,6
13,6
FTE kernformatie
26,8
33,6
33,6
33,6
33,6
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
Loonkosten kernformatie programma activiteiten
1.937
2.521
2.664
2.798
2.907
Loonkosten kernformatie overhead
1.095
1.421
1.501
1.577
1.638
Totaal
3.031
3.941
4.165
4.375
4.545
De kernformatie bestaat per 1 januari 2024 uit 33,6 fte. Dit is 6,84 hoger dan de begroting van 2024. De bijdrage van de gemeenten neemt hierdoor echter niet toe. De toename betreft het volgende: - Dit betreft 1,34 fte als gevolg van de overname van de activiteiten van het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL). Deze worden bekostigd uit de overname van het budget van SWPL en leidt dus niet tot een hogere bijdrage van de gemeenten (aangezien de bijdrage niet langer aan SWPL -via de gemeente Beekdaelen- ter beschikking wordt gesteld, maar rechtstreeks aan de Stadsregio/op papier is hierdoor sprake van een ‘hogere’ bijdrage aan de Stadsregio, maar feitelijk betreft het alleen een overheveling van middelen). - De aanstelling van twee medewerkers duurzaamheid o.a. ter ondersteuning van de realisatie van PALET en RES (Regionale Energie Strategie). Hiervoor heeft aparte besluitvorming plaatsgevonden. Deze worden voor de helft bekostigt uit een deel van de extra gelden die gemeenten van het rijk ontvangen voor de energietransitie en voor de andere helft door RES. - Daarnaast is de langdurige inhuur van een medewerker van het programma Wonen per 1 januari 2024 omgezet in een vast contract. Dit is budgetneutraal.
- Tenslotte heeft het AB goedgekeurd om de bezetting in 2024 met 2,5 fte uit te breiden om de sterk toegenomen werkbelasting als gevolg van de toegenomen subsidiestroom op te vangen. Aanvullende afspraak is dat deze medewerkers een jaarcontract met zicht op een vast contract krijgen aangeboden. Hiervan kan pas sprake zijn zodra het reguliere zienswijzetraject van de begroting 2025 is doorlopen. De hiermee samenhangende kosten voor 2024 en 2025 worden bekostigd uit eigen middelen: rentebaten en de VAT-uitkering van de regiodeal II en indien nodig nog via de resultaatbestemming of de frictiereserve. De kosten betreffen zowel directe personeelskosten alsook materiële bedrijfsvoeringkosten. Het plan is dat vanaf 2026 deze structureel via de regiobijdrage van de deelnemende gemeenten worden gefinancierd. In lijn met de BBV is de totale formatie van Parkstad gesplitst in een programmadeel en een overheaddeel (zie hoofdstuk bedrijfsvoering). In de berekening van de loonkosten is voor 2025 uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers volgens de meest recente (september) circulaire 2022 van de algemene uitkering (5,4% voor 2025) ten opzichte van de CAO voor 2024. Zoals onder punt 6 van de financiële kaders gemeld worden de effecten van de implementatie van HR21 in de begroting meegenomen.
Financiering en afschrijving Buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijvingen en rentekosten van de lening voor het aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring.
15
Het bedrag van € 7,2 miljoen wordt afgeschreven in lijn met de afschrijvingstermijnen van de Provincie. Het asfaltgedeelte wordt afgeschreven in 15 jaar en het funderingsgedeelte in 40 jaar. De afschrijving is gestart in het jaar na ingebruikname van de Buitenring; 2020. De afschrijvingskosten zijn € 264.000 per jaar. De rentekosten, als onderdeel van de annuïteit, bedragen in 2025 € 69.000. Aan de reserve Ringwegen wordt, conform BBV, naar rato van de verhouding reserve/vast actief in 2025 ongeveer € 174.500 onttrokken. Het verschil tussen enerzijds de bijdragen van de Parkstad gemeenten (€ 400.000 per jaar) en de onttrekking aan de reserve en anderzijds de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en rentelasten ( € 69.000 voor 2025) wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd. In 2030 is de reserve voldoende groot om de resterende afschrijvingslasten te dekken. De bijdrage van de gemeenten voor de Buitenring is in het verleden gekort op het werkbudget. Frictiereserve Voor 2025 is € 32.000 gereserveerd voor de medefinanciering van de extra 2,5 fte in 2025. Investeringsreserve verbouwing Voor 2025 zal € 7.000 onttrokken worden voor de afschrijvingskosten van de verbouwing van de tweede en derde verdieping van het kantoorgebouw.
16
4. Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarbij partijen elkaar kunnen vinden via de coalition of willing. Administratieve ontzorging zonnepanelen. Dit betreft de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW teruggaaf voor de deelnemers. De beschikbaar gestelde middelen en de toevoeging aan de projectbudgetten worden via tussentijdse begrotingswijzigingen opgenomen in de begroting.
Programma Flexibele schil (* € 1.000)
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
Administratie zonnepanelen
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Totale lasten Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Bijdragen gemeenten aan administratie zonnepanelen
p.m.
p.m.
Pm
p.m.
p.m.
Totale baten Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Saldo mutaties reserves Flexibele schil
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Gerealiseerde resultaat Flexibele schil
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
5. Algemene Dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg van 1 mei 2021 - plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering, nadat eerst de extra bijdrage voor de takendiscussie en het “Bod Heerlen” is verrekend. Voor de begroting 2025 is de Algemene Uitkering 2021 gehanteerd.
17
Detail overzicht per gemeente Onderstaand is de bijdrage van de gemeenten exclusief de bijdrage voor de uitbreiding van de 2,5 fte opgenomen en separaat de bijdrage voor deze uitbreiding. Verdeelsleutel 2024 Gemeente
Verdeelsleutel 2025
Begroting 2024
Meerjarenraming 2025-2028 (* € 1.000)
AU 2020 Basis
Aandeel gemeente
Bijdrage
AU 2021 Basis
Aandeel gemeente
Beekdaelen
30.939
10,54%
479
32.205
10,53%
505
521
544
Brunssum
31.577
10,76%
484
32.956
10,77%
511
527
551
569
Heerlen
115.693
39,41%
1.551
120.802
39,49%
1.652
1.702
1.779
1.838
Kerkrade
54.738
18,65%
835
56.686
18,53%
877
905
945
977
Landgraaf
40.613
13,83%
618
42.500
13,89%
655
676
706
730
Simpelveld
9.638
3,28%
148
10.001
3,27%
155
160
168
173
Voerendaal
10.368
3,53%
161
10.722
3,51%
168
174
182
188
Totaal
293.567
100,00%
4.244
305.873
100,00%
4.525
4.665
4.874
5.037
Bod Heerlen * Totaal
Verdeelsleutel 2025 Bijdragen gemeenten aan uitbreiding 2,5 fte
2025
2026
2027
2028
563
408
430
450
467
485
4.652
4.955
5.115
5.341
5.523
Meerjarenraming 2025-2028 (* € 1.000)
AU 2021 Basis
Aandeel gemeente
Beekdaelen
32.205
10,53%
0
35
37
Brunssum
32.956
10,77%
0
36
38
39
Heerlen
120.802
39,49%
0
133
138
143
Kerkrade
56.686
18,53%
0
62
65
67
Landgraaf
42.500
13,89%
0
47
49
50
Simpelveld
10.001
3,27%
0
11
11
12
Voerendaal
10.722
3,51%
0
12
12
13
Totaal
305.873
100%
337
349
362
2025
2026
-
2027
2028 38
Totaal overzicht De algemene dekkingsmiddelen exclusief uitbreiding 2,5 fte zien er samengevat als volgt uit:
Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Totale lasten
2024
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
Bijdragen deelnemende gemeenten
4.652
4.955
5.115
5.341
5.523
Totale baten
4.652
4.955
5.115
5.341
5.523
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen
4.652
4.955
5.115
5.341
5.523
Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
Gerealiseerde resultaat Algemene Dekkingsmiddelen
4.652
4.955
5.115
5.341
5.523
Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
18
Overhead en Bedrijfsvoering In dit onderdeel worden de kosten verantwoord van de personele overhead en de kosten voor de bedrijfsvoering, bestaande uit de materiële kosten voor huisvesting, ICT, facilitaire zaken, financiën en personele zaken. Overhead In de nota van toelichting bij het besluit van 6 maart 2017 inzake de wijziging van de BBV wordt uiteengezet welke kosten worden gerekend tot de overhead: • Financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie • Personeelszaken en organisatie • Inkoop • Interne en externe communicatie • Juridische zaken • Bestuurszaken en bestuursondersteuning • Informatievoorziening en automatisering • Facilitaire zaken en huisvesting • Documentaire informatievoorziening • Managementondersteuning primair proces Personele overhead De formatie van het onderdeel overhead bestaat in 2025 uit 13,6 fte. In de begroting 2025 is een bedrag aan loonkosten formatie overhead opgenomen van € 1.421.000.
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
Loonkosten kernformatie programma activiteiten
1.937
2.521
2.664
2.798
2.907
Loonkosten kernformatie overhead
1.095
1.421
1.501
1.577
1.638
Totaal
3.031
3.941
4.165
4.375
4.545
Totaal kernformatie
Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
FTE kernformatie programma's
16,2
20,0
20,0
20,0
20,0
FTE kernformatie overhead
10,6
13,6
13,6
13,6
13,6
FTE kernformatie
26,8
33,6
33,6
33,6
33,6
Indexering loonkosten In de berekening van deze loonkosten is uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers) volgens de meest recente (september) circulaire 2023 van de algemene uitkering (5,4%). Tevens is de delta tussen de voor 2024 gebudgetteerde index (3,9%) en de daadwerkelijke CAO verhoging (4,75%) in de personeelskosten voor 2025 meegenomen. Hieraan is de impact van HR21, voor 2025 € 44.800 voor de personele overhead, toegevoegd.
19
Bedrijfsvoering Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 461 468 476 483 491
Materiële kosten bedrijfsvoering (Bedragen * € 1.000) Basis materiële kosten bedrijfsvoering begroting Afschrijfvingskosten verbouwing
7
Inrichten digitale handtekening en inkoopman. + archief '16-'23 Extra 2,5 FTE Duurzaamheid
27
Water Totaal budget materiële kosten bedrijfsvoering begroting
495
7
7
7
7
34 27
35 27
35 28
36 28
18
18
18
18
553
562
571
580
In de berekening van de materiële kosten bedrijfsvoering is uitgegaan van een kostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie netto materieel volgens de meest recente (september) circulaire 2023 van de algemene uitkering (1,6%), behalve voor de afschrijvingskosten. De eenmalige kosten voor het inrichten van de digitale handtekening, inkoopmanagement en het archief managementsysteem komen in 2025 niet meer terug. Wel komen er pro rata kosten bij voor de nieuwe medewerkers. Deze extra kosten worden gedekt voor duurzaamheid en water door de specifieke bijdragen en voor de extra 2,5 fte voor 2025 via de 10% rentebaten en de VAT (uit de Regio Deal II SPL). Voor het onderdeel personele overhead en bedrijfsvoering ziet de totale raming er als volgt uit (bedragen x € 1.000): Overhead (bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Exploitatielasten Kosten formatie Bedrijfsvoering
1.095
1.421
1.501
1.577
1.638
495
553
562
571
580
Totale lasten Overhead
1.589
1.974
2.063
2.148
2.218
Totale baten Overhead
0
0
0
0
0
-1.589
-1.974
-2.063
-2.148
-2.218
Investeringsreserve verbouwing
0
7
7
7
7
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Overhead Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Frictiereserve
7
32
0
0
0
Saldo mutaties reserves Overhead
7
39
7
7
7
Gerealiseerde resultaat Overhead
-1.582
-1.935
-2.056
-2.141
-2.211
6. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Stadsregio Parkstad Limburg niet VPBplichtig is. Dit is bevestigd door de Belastingdienst.
7.
Onvoorzien
Voor de begroting in zijn geheel is een post begroot voor onvoorziene uitgaven van € 50.000. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve ad € 115.000 als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Als het
20
Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd.
8. Mutatie reserves & voorzieningen In deze paragraaf wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves. Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)
B2024
2025
2026
2027
2028
Stortingen in reserves kerntaken: - Reserve Ringwegen
219
241
266
293
323
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
219
241
266
293
323
- Reserve Ringwegen
165
174
186
199
214
- Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
- Investeringsreserve verbouwing
0
7
7
7
7
- Organisatie Op Orde
27
0
0
0
0
- Frictiereserve
7
32
0
0
0
Totale onttrekkingen
198
213
193
206
221
Saldo van onttrekkingen en stortingen
-20
-28
-73
-87
-102
Totale stortingen Onttrekkingen aan reserves
In bijlage 2 zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2024 tot en met 2028 (bedragen x € 1.000). Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt € 0,4 miljoen bijdrage van de Parkstad gemeentes ontvangen voor de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening (€ 69.000 voor 2025). Het verschil tussen enerzijds de bijdragen van de Parkstad gemeenten en de onttrekking aan de reserve en anderzijds de afschrijvingskosten en rentelasten wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2030. De reserve is daarmee in 2030 voldoende om de resterende afschrijvingslasten te dekken. Frictiereserve De stand van de reserve per ultimo 2024 is naar verwachting € 63.000. In 2025 wordt een deel van de kosten van de extra 2,5 fte uit de frictiereserve betaald; € 32.000. Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur.
Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies en Dagelijks Bestuur De werkbudgetten van de Bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan. Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk.
21
Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies” c.q. Dagelijks Bestuur. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil. Grensoverstijgende samenwerking/Reserve Städte Region Aachen / EGTS In 2023 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. De hoogte van de reserve bedraagt eind 2022 € 7.668. De verwachting is dat deze reserve nog aangesproken gaat worden in de toekomst, maar vooralsnog is deze niet begroot. Meerjarige ontwikkeling reserves Aan het begin van 2025 is de verwachte omvang van de bestemmingsreserves € 5,9 miljoen. De reserve Ringwegen is het grootst met een saldo van € 3,9 miljoen. De toename van de reservepositie na 2024 is vrijwel volledig toe te schrijven aan de netto toevoeging aan de reserve ringwegen. De mutatie in de reserve werkbudgetten is als p.m. opgenomen. Voorzieningen In 2022 is een voorziening voor verlofsparen gevormd. Jaarlijks wordt deze geactualiseerd.
9. Paragrafen 10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de voorgeschreven financiële kengetallen. Op 30 november 2011 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met de notitie ‘Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Op 19 december 2011 heeft de Parkstadraad de notitie voor kennisgeving aangenomen. De risiconotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. In 2023 is een geactualiseerde concept notitie “Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg” opgesteld. Plan is om deze in 2024 vast te stellen. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Door beheersmaatregelen afgedekte risico’s (via bijvoorbeeld voorzieningen of verzekeringen of andere maatregelen) hebben geen invloed op het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, stille reserves en incidentele begrotingsruimte. SPL heeft geen stille reserves en incidentele begrotingsruimte. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat dan ook uit de algemene reserve. De algemene reserve heeft een omvang van € 115.000. Deze reserve wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven.
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Als het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. Parkstad houdt geen verder eigen vermogen aan als weerstandsvermogen voor niet-structurele financiële risico’s, met het oog op de continuïteit van de organisatie en de taakvervulling. Dit risico wordt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gedragen door de deelnemende gemeenten. Dat betekent dat Parkstad alleen dient te beschikken over enige financiële ruimte om tussentijdse incidentele financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken.
22
Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium. Dat ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequaat risicomanagement om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. SPL heeft een post onvoorzien structureel van € 50.000 per jaar. Risicomanagement handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse. Onderstaande risico’s zijn thans onderkend: Omschrijving Cyberrisico
Kans
Totale omvang (€)
PM
PM
Complexiteit van de projecten
0,5
50.000
Ziekte
0,25
100.000
WW
0,25
100.000
Impact (€)
Toelichting
PM Generiek werkt SPL in de cloud bij een externe leverancier die op basis van de genomen continuïteits-maatregelen voldoende maatregelen (o.a. certificering ISO 27001 en NEN 7510) heeft genomen. Daarnaast heeft SPL nog een aantal minder kritische applicaties bij andere leveranciers in de cloud. 25.000 De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een resolverend fonds, het grensoverstijgende project Velocity en de toenemende SISA verantwoording voor specifieke uitkeringen zoals het Volkshuisvestingsfonds. Waar nodig wordt hiervoor juridische en fiscale kennis ingehuurd. In de begroting 2025 is hiervoor k€ 30 opgenomen. Ook voor de interne organisatie heeft dat consequenties. Risico is dat hier additioneel 0,5 fte voor moet worden ingezet. 25.000 SPL is niet verzekerd voor het ziekterisico. Ingeval van uitval van kritische functionarissen zal externe ondersteuning ingehuurd moeten worden. De kosten hiervan zijn hoger dan de ziekte-uitkering. 25.000 SPL is eigenrisicodrager voor de WW. In het P-budget is normaliter enige ruimte om dit op te vangen. Gezien de beperkte omvang van de organisatie is de wet van de grote getallen voor SPL niet van toepassing. Indien een medewerker langdurig in de WW gaat is dat niet gedekt door de begroting