CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Bijlage 3 Het verhaal van Simpelveld

Commissie BZ-MID-GGZ 29 januari 2026, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 26-06 Erfgoedvisie 2025-20315.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Erfgoedbeleid 2025-2031

Het verhaal van de gemeente Simpelveld

1

1. (kaft) Topografische Militaire Kaart uit 1843 (bron: Nationaal Georegister)

2

Inhoudsopgave

1. 1.0 1.1 1.2 1.3 1.4

inleiding en globale geschiedenis inleiding vroege bewoning en Romeinen de overgang naar de Middeleeuwen de Middeleeuwen de nieuwe tijd

5 5 5 5 7 7

2. 2.1 2.2.1 2.2.2

bodemgesteldheid en bodemgebruik bodemgesteldheid agrarisch bodemgebruik niet agrarisch bodemgebruik

9 9 9 11

3. 3.1 3.2 3.3

infrastructuur landwegen waterwegen spoorwegen en tramlijnen

13 13 13 13

4. 4.0

groen- en landschapselementen groen- en landschapselementen

15 15

5. 5.1 5.2.1 5.2.2 5.2.3

nederzettingen de ontwikkeling van de nederzettingen tot 1940 Simpelveld in de periode 1960-2020 Bocholtz in de periode 1960-2020 de gehuchten in de periode 1960-2020

17 17 19 19 19

6. 6.1 6.2 6.3

bebouwing inleiding rijksmonumenten karakteristieke bebouwing in de gemeente Simpelveld

21 21 21 21

7. 7.0 23 8. 8.1. 8.2 8.3

klein erfgoed klein erfgoed

23 23

bronnen afbeeldingen literatuur digitale bronnen

25 25 25 25

3

2. De Eyserbeek nabij Broek 12 te Bocholtz

4

1. inleiding en globale geschiedenis 1.0 inleiding Simpelveld en Bocholtz zijn gelegen aan de Eyserbeek die (via Eys) uitmondend in de Geul. Het grondgebied van de huidige gemeente Simpelveld ligt ongeveer tussen 130 en 210 meter boven NAP en bestrijkt van noord naar zuid een afstand van circa 7 km en van west naar oost circa 3,5 km. De gemeente heeft een oppervlakte van 16,12 km2 en bestaat uit de kernen Bocholtz en Simpelveld met verspreid hieromheen de gehuchten Baaks, Baneheide, Bocholtzerheide, Bosschenhuizen, Broek, Bulkemsbroek, In de Gaas, Hondsrug, Huls, Hulsveld, Molsberg, Prickart, Rodeput, Sweyer, Vlengendaal, Waalbroek en Zandberg.

1.1 vroege bewoning en Romeinen De vroegste bewoningssporen uit de regio dateren het Midden Paleolithicum (300.000-35.000 v. Chr.). De vroegste bewoning vond alleen in de dalen langs de Eyserbeek plaats, de plateaus waren nog bebost. De Romeinen brachten daar verandering in. Delen van de plateau’s werden ontgonnen en de Romeinen stichtte op deze plaatsen grote agrarische bedrijven, zogenaamde villa’s. In Zuid-Limburg zijn circa tachtig van deze villa’s aangetroffen. De meeste villa’s lagen (vaak in groepjes) in een brede zone langs de grote Romeinse (verbindings)wegen. Door Zuid-Limburg lopen twee van deze verbindingswegen namelijk:  de Via Belgica, die vanuit Boulonge sur Mer via Tongeren, Maastricht, Heerlen naar Keulen liep;  de Via Traiana die vanuit Trier via Aken naar Heerlen, Sittard naar Xanten liep. Het verloop van de voormalige Romeinse wegen is niet in detail bekend, wel is het tracé op Hillshape kaarten op enkele plaatsen herkenbaar en zijn delen van de oude Romeinse weg bij opgraving reeds blootgelegd. De Romeinse Via Traiana liep langs Bocholtz. In Bocholtz/Vlengendaal lagen maar liefst vier villa’s bij elkaar (Villa Vlengendaal, Villa Dellender, en mogelijk twee villa’s bij de Schiltjensweg en Orsbacherweg). Het gebied is om deze reden ook bekend is als de Romeinse Vallei.

De Romeinse bewoners werden na hun dood begraven in grafvelden en individuele grafmonumenten, die eveneens langs de wegen lagen. Hiervan zijn twee monumentale graven, het Tumulusgraf waarin een askist is aangetroffen (‘Askist van Bocholtz’) - en een sarcofaag (gevonden aan de Stampstraat) met de asresten van een vrouw (dame van Simpelveld), de bekendste voorbeelden. Beide monumenten behoren tot de belangrijkste archeologische vondsten in Nederland. In de nabijheid van de vindplaats van de Sarcofaag van Simpelveld werden eveneens drie verschillende Romeinse gebouwen gevonden. Aanvankelijk werd aangenomen dat het om drie verschillende villa’s ging; later bleek dat het alle gebouwen tot dezelfde villa (gelegen aan de Molt – Remigiusstraat) behoorde. Daarnaast zouden in het noordelijke deel van de gemeente in het zogenaamde Chantenelbosje of Schanternelsbosje nabij Huls, eveneens resten van de Romeinse Villa zijn gevonden (Arcis waarneming 47122, 1930).

1.2 de overgang naar de middeleeuwen In de 5e eeuw nam de invloed van de Romeinen af, en kort daarop verdwenen zij volledig uit de regio. De plateaus, die tijdens de Romeinse periode deels ontbost waren, raakten in deze periode opnieuw volledig bebost. Het is aannemelijk dat de Romeinse bewoning op de plateaus niet werd voortgezet. Bij archeologisch onderzoek in 2009 in het centrum van Simpelveld (Markt-Marktstraat-Kloosterstraat) zijn sporen van Romeinse bewoning aangetroffen. Daarnaast werden vondsten gedaan van vroegmiddeleeuws (Merovingisch) en middeleeuws aardewerk. De vondsten wijzen op een mogelijke continuïteit van bewoning vanaf de Romeinse tijd (Aarts et al., 2013). Daarnaast werd in 1924 aan de Rolduckerweg een mogelijk Merovingisch grafveld ontdekt. Bij dit grafveld zijn onder andere twee zwaarden en spitsbuikig aardewerk, zogenaamde "knikwandpotten", aangetroffen (Franssen, 1997).

5

3. Kasteel de Bongard in Bocholtz

4. In 1853 werd het spoor Aken-Maastricht aangelegd. Vanuit Simpelveld werd in 1872 een aftakking gemaakt naar de Dominciale mijn in Kerkrade. Dit spoor, genaamd Miljoenenlijntje vormt met zijn stoomtreinen nog altijd een toeristische attractie.

6

1.3 de middeleeuwen Ondanks bovenstaande bevindingen wordt over het algemeen aangenomen dat Simpelveld in de vroege middeleeuwen is ontstaan rond een vroenhof in het dal van de Eyserbeek. Een vroenhof was de hoeve van een landsheer, van waaruit de omliggende landbouwgronden werden geëxploiteerd. Dit gebeurde deels door horige boeren volgens het hofstelsel. Vanaf de 13de eeuw behoorden Simpelveld en Bocholtz, samen met Kerkrade, Gulpen en Vaals, tot de heerlijkheid Rode. Deze plaats, eigendom van de heren (hertogen) van Limburg, werd later aangeduid als s’-Hertogenrade, het huidige Hertogenrath net over de grens bij Landgraaf. Er bestaat waarschijnlijk een relatie tussen de kerk en de vroenhof. Veel van de oudste kerken zijn gesticht door plaatselijk groot grondbezitters In dergelijke gevallen was er vaak een een directe relatie tussen kerk en de stichters. Zo is de kerk van Simpelveld gelegen naast de (voormalige) vroenhof. Vroegmiddeleeuwse kernen kunnen vaak worden herkendaan de patroonheilige van de kerk. Sint Remegius, één van de patroonheiligen die we vaak aantreffen in vroegmiddeleeuwse kerken, is ook de patroonheilige van de kerk van Simpelveld. Daarnaast was de kerk mogelijk gelegen op een motte, gezien oude foto’s uit 1910 waarop een ommuurde verhoging zichtbaar is waarop het kerkgebouw stond (L. Wolters, Historie present, 2003).

Dit wijst op een oude en strategisch gekozen kerklocatie. Bocholtz, gelegen op het plateau van Banneheide tussen de Selzenbeek en Eyserbeek, werd in de hoge middeleeuwen gesticht vanuit Simpelveld. De naam Bocholtz wijst op een bosontginning. Het gebied tussen Simpelveld en Bocholtz werd waarschijnlijk in de 13e eeuw systematisch ontgonnen. De huizen en boerderijen langs deze strook dateren uit de 14e, 15e en 16 eeuw. Simpelveld en Bocholtz vormden van 1626 tot 1794 een zelfstandige heerlijkheid. Het bestuurscentrum van deze heerlijkheid was van 1680 tot 1773 kasteel De Bongard. Dit kasteel, gebouwd in de 16e eeuw, stond op de fundamenten van een voorganger uit de 14e eeuw.

1.4 de nieuwe tijd Na het vertrek van de Fransen in 1803 werden zowel Bocholtz als Simpelveld een zelfstandige gemeente. Dit bleef zo tot 1982, toen beide gemeente werden samengevoegd tot de huidige gemeente Simpelveld. Een belangrijke ontwikkeling in de tweede helft van de 19de eeuw was de aanleg van de spoorlijn Maastricht-Aken in 1853. Dit tracé werd langs Simpelveld gelegd om een aftakking mogelijk te maken naar de Domaniale Mijn bij Kerkrade. Deze mijn groeide in de loop der tijd uit tot één van de belangrijkste mijnen in de regio en werd in 1872 als de eerste kolenmijn aangesloten op het spoorwegnet via de zijtak van de spoorlijn Maastricht – Aachen. In dezelfde periode vonden ook andere belangrijke ontwikkelingen plaats, zoals de stichting van de Kulturkampf-klooster Huize Loreto in 1878 en het klooster Damiaan in 1892, een opleidingsinstituut voor kandidaat-missionarissen uit Duitsland. In 1925 begon de aanleg van de nieuwe spoorlijn, bekend als de Miljoenenlijn, tussen Simpelveld en Schaesberg. Het traject tussen Simpelveld en Kerkrade volgde grotendeels het oude mijnspoortracé naar de Domaniale Mijn, die op dat moment aan vervanging toe was. Deze nieuwe spoorlijn werd in 1934 voltooid en boog ten oosten van het emplacement van Spekholzerheide, (later Kerkrade-West) af naar het noorden.

Het resterende traject van anderhalve kilometer naar de Domaniale Mijn bleef tot de sluiting van de mijn in 1969 in gebruik. De aanleg van de nieuwe spoorlijn (Simpelveld-Kerkrade) leidde in de eerste helft van de 20ste eeuw tot een aanzienlijke uitgebreid van Simpelveld, met name aan de noordwestzijde. Daarnaast groeide Bocholtz door uitbreidingen ten zuiden van de spoorlijn Maastricht-Aken geleidelijk vast aan Bocholtzerheide.

7

5. De bodemopbouw van de gemeente Simpelveld

6. Het relief van de gemeente Simpelveld

8

2. bodemgesteldheid en bodemgebruik 2.1 bodemgesteldheid Het grondgebied van gemeente Simpelveld is geografisch verdeeld over drie gebieden: het Plateau van Baneheide, het Plateau van Spekholzerheide en het Massief van Ubachsberg. De bodem ligt op de overgang van het krijtland naar de lössgrond en wordt gekenmerkt door een ondergrond van krijt. Binnen de gemeente komen drie soorten krijt bij elkaar: het Gulpens krijt, het harde Kunrader krijt en het zogenaamde Vaalser groenzand. Oorspronkelijk vormde de Maas een terrassenlandschap, waarop zich later een metersdikke vruchtbare lösslaag heeft afgezet. Waar löss zich vermengde met door de lucht verweerd krijt, ontstond zware kleefaarde. Deze samenstellingis vooral te vinden in het westelijk deel en de zuidoostpunt van de gemeente. De overige bodem bestaat uit lössplateau- en hellinggronden. De gemeente wordt van zuidoost naar noordwest doorsneden door de Eyserbeek. Deze beek en haar zijstroompjes, heeft bijgedragen aan de vorming van dalen, hellingen, holle wegen e.d. Het grondgebied van de gemeente Simpelveld watert via de Eyserbeek (via de Geul) af naar de Maas. Het hoogste punt van de gemeente bevindt zich in de noordwestpunt, nabij de kern Huls. De laagste punten liggen langs de Eyserbeek.

2.2.1 agrarisch bodemgebruik Het gemengde bedrijf was in dit deel van Limburg de algemeen voorkomende bedrijfsvoering. De aanwezige lössgrond had een relatief hoge bodemvruchtbaarheid, waardoor deze geschikt was voor zowel akkerland en blijvend grasland. Door de hoge dichtheid van de lössgrond vereiste bewerking echter een geavanceerde landbouwtechniek. Een deel van de bodem in de gemeente Simpelveld bestond uit kleef-aarde, die moeilijk te bewerken was en daarom minder geschikt bleek voor kleinschalige bedrijven. Deze bodem was echter uitstekend geschikt voor de tarwebouw. Door de destijds beschikbare bewerkingsmethoden bleef de productie en kwaliteit van tarwe relatief laag. De geaccidenteerdheid van het terrein bemoeiijkte op sommige locaties de akkerbouw zodanig, dat men tot aanleg van grasland werd gedwongen. Landbouwhistorisch behoort Simpelveld tot het Zuid-Limburgse gebied ten noorden van de Geul. Rond 1870 was dit gebied grotendeels eenzaam akkerland zonder veel verkeerswegen. In de herfst diende het gebied als een geliefd jachtterrein voor kasteelheren. Aan de randen van de plateaus, waar de woonkernen lagen, werden voornamelijk grasland en boomgaarden aangetroffen. Van de totale oppervlakte van de gemeente was tweederde in gebruik als bouwland en 23% als weiland.

Daarnaast bestond 4,2% van de grond uit woeste terreinen, en 4,8% uit bossen, voornamelijk gelegen langs steile dalwanden en beken. De veeteelt was in deze regio een ondergeschikte tak van de landbouw. Hierdoor was de omvang van de veestapel beperkt, en telde Simpelveld relatief weinig stuks vee. De bevolkingsdichtheid van het gebied was laag: 106 inwoners per 100 hectare cultuurgrond. Dit maakte de streek totde dunbevolkste streek van heel Limburg. De bevolking was sinds 1815 met 46% toegenomen. Veel inwoners waren seizoensarbeiders die in Duitsland de kost verdienden. Vanuit Simpelveld en Bocholtz trokken veel mannen naar de fabrieken in Aken, zoals Rote Erde. Deze grootschalige en langdurige grensoverschrijdende arbeidsmigratie was een duidelijk teken van de onevenwichtige sociaal-economische structuur in de regio. Het tekortschieten van de landbouw als bron van welvaart lag hieraan ten grondslag. Vergelijking van kaartmateriaal uit 1810 en 1935 geeft verdere verduidelijking van de ontwikkelingen in het bodemgebruik. Rond 1810 zag het bodemgebruik er globaal als volgt uit: - Rond de kern Bocholtz was het grootste deel van de grond in gebruik als akkerland. - In de direkce nabijheid van de boerderijen lagen kleine percelen weiland en beweide boomgaarden. - De kern Bocholtzerheide, ten westen van Bocholtz, beschikte over een bosgebied.

Dit gold eveneens voor de meer westelijk gelegen kern Baneheide.

9

Afb. 7. en 8. Het cultuurlandschap (links) en de veranderingen van het cultuurlandschap (rechts)

9. De ligging van groeven, steenfabriek en kalkovens in de gemeente Simpelveld

De kern Simpelveld vertoonde hetzelfde beeld als de kern Bocholtz. Aansluitend aan de boerderijen en woonhuizen lagen kleine percelen weilanden en boomgaarden, terwijl de overige bodem in gebruik was als akkerland. Ten noorden van de kern Bosschenhuizen, westelijk van de kern Simpelveld, lag een bosgebied. De weilanden bevonden zich vooral in de nabijheid van de Eyserbeek.

10

Tussen het eerste kwart van de 19e eeuw en 1935 vonden slechts kleine veranderingen plaats in het bodemgebruik. Rond 1935 was het grootste deel van de bodem nog steeds in gebruik als akkerland. Weilanden en boomgaarden bleven geconcentreerd in de directe nabijheid van de woonkernen. De omvang van de bosgebieden was afgenomen. Het bosperceel ten noorden van de kern Bocholtzerheide en het bosperceel ten noorden van Bosschenhuizen waren waarschijnlijk volledig ontgonnen. In de eerste helft van de 20e eeuw werden de eerste initiatieven genomen om gronden te herstructureren door middel van ruilverkaveling. In Zuid-Limburg stuitte dit proces echter op uitdagingen vanwege de sterke versnippering van de percelen. Hierdoor zijn slechts beperkte ruilverkavelingen gerealiseerd in deze regio, waaronder de herverkaveling van het Ransdalerveld. De gemeente Simpelveld maakte geen deel uit van de ruilverkaveling. Wel vond er in de jaren '40 van de vorige eeuw een vrijwillige kavelruil plaats in het gebied Vlengendaal. Deze ontwikkeling wordt geïllustreerd op de bovenstaande kaart, waarop de veranderingen in het cultuurlandschap zijn weergegeven. Het huidige agrarische bodemgebruik in de regio kenmerkt zich door een gemengd landbouwgebied. Dit omvat met name rundveehouderij, akkerbouw en in beperkte mate intensieve veehouderij.

2.2.2 niet agrarisch bodemgebruik

Bezemindustrie In de zestiende eeuw speelde de bezemindustrie een belangrijke rol in de regio rondom Simpelveld enBocholtz. De bezems werden gemaakt van brem, die groeide op de slechtere gronden waar het bos was verdwenen. Lössleem | De in de Mijnstreek op grote schaal aanwezige lössleem is geschikt voor de baksteenindustrie. Deze grondstof komt in grote hoeveelheden voor en is vrij constant van samenstelling. Kaartmateriaal vervaardigd rond 1935 maakt melding van de aanwezigheid van een steenfabriek ten zuidoosten van de kern Simpelveld. Deze fabriek is nog steeds aanwezig. Grindwinning | Het meeste grind wordt de laatste decennia gewonnen in het dal van de Maas. Daarnaast wordt grind gewonnen uit pleistocene grindlagen van de zogenaamde Afzettingen van Simpelveld. Bij Simpelveld en Bocholtz (o.a. Roodeput) zijn groeven aangelegd om deze afzettingen te exploiteren. Door de sterke verontreiniging met ijzer en mangaan wordt dit grind vrijwel alleen gebruikt voor wegverharding. Kalk | In het verleden waren op het grondgebied van de gemeente kalkovens aanwezig. Hier werd de kalksteen omgezet in een voor de akkerbouw bruikbare meststof. De zogenaamde Kuyperkaart uit 1867 vermeldt op diverse locaties binnen de gemeente aanwezigheid van kalkovens. Ook kaartmateriaal vervaardigd rond 1935 maakt nog melding van de aanwezigheid van kalkovens in de noordpunt van gemeente.

11

10. Kaart met de historische infrastructuur van Simpelveld

12

3. infrastructuur 3.1 landwegen Volgens kaartmateriaal vervaardigd rond 1810 beschikte de gemeente enkel over een onverhard wegennet. Deze wegen verbonden de twee grootste kernen, Bocholtz en Simpelveld, met elkaar en met de diverse kleinere gehuchten en buurtschappen. Vanuit Bocholtz liep een weg in noordwestelijke richting langs de Eyserbeek·naar Simpelveld. Verder liepen er wegen vanuit Bocholtz in zuidelijke richting naar het buurtschap Vlengendaal en de grens met Pruisen, in westelijke richting naar de gehuchten Bocholtzerheide en Baneheide, en verder naar de gemeente Wittem. Vanuit Simpelveld liepen wegen in noordwestelijke richting naar het buurtschap Huls en verder naar de gemeente Voerendaal, in noordelijke richting naar het gehucht Molsberg en verder naar de gemeente Heerlen, en in westelijke richting naar het gehucht Bosschenhuizen. Omstreeks 1866 beschikte de gemeente Simpelveld nog steeds enkel over onverharde wegen die de diverse kernen en gehuchten met elkaar en met de buurgemeenten Wittem, Voerendaal en Heerlen en met Duitsland verbonden.

-

In de periode tot 1940 werd een groot deel van het onverharde wegennet van de gemeente verbreed en van een verharding voorzien. Rond 1935 beschikte de gemeente over de navolgende verharde wegen: - De bebouwing van de kern Bocholtz was verbonden door verharde wegen. - De weg in zuidelijke richting naar Vlengendaal en in westelijke richting naar Bocholtzerheide en Baneheide was eveneens verhard. - Vanuit de kern Bocholtz liep een verharde weg in zuidelijke richting naar Orsbach (Duitsland). - Vanuit de kern Bocholtz liep een andere verharde weg in noordwestelijke richting naar de kern Simpelveld. De bebouwing van de kern Simpelveld was eveneens verbonden door enkele verharde wegen. Vanuit de kern Simpelveld liepen verharde wegen in zuidelijke richting naar Vaals; in zuidwestelijke richting naar Overeys; in westelijke richting naar het gehucht Bosschenhuizen; in noordwestelijke richting naar het gehucht Huls en verder naar Ubachsberg; en in noordelijke richting naar het gehucht Molsberg en in noordoostelijke richting naar de kernen Beitel en Locht Een andere opmerkelijke ontwikkeling vormde de komst van enkele autowegen. De oostelijke begrenzing van de gemeente wordt voor een deel gevormd door het tracé van de A76 richting Duitsland. Net buiten de gemeentegrens ligt het grote verkeersknooppunt Bocholtz met de aansluiting op de N281 richting Heerlen.

3.2 Waterlopen Op het grondgebied van de gemeente Simpelveld bevinden zich naast de Eyserbeek en de aftakking c.q. molenbeek bij de watermolen, verder geen waterlopen. De Eyserbeek is echter van cruciaal belang geweest voor het ontstaan van de oudste kernen en gehuchten.

3.3.1 Spoorwegen en tramlijnen

Spoorwegen | De grootste wijzigingen op het gebied van de infrastructuur tussen 1850 en 1940 werden veroorzaakt door de aanleg van spoorlijnen. Simpelveld ligt aan de oudste spoorlijn van Limburg, namelijk de uit 1853 daterende verbinding Maastricht-Aken. De Aken-Maastrichtse Spoorweg Maatschappij werd opgericht met particulier kapitaal en legde de hoofdlijn aan tussen 1846 en 1853. Het tracé volgde grotendeels de dalen van de Maas en Geul, via Meerssen, Valkenburg en Schin Op Geul. In plaats van de kortste route over Vaals te nemen, werd gekozen voor een noordelijke route via Simpelveld. Deze lijn kwam de gemeente binnen ten zuidwesten van de kern Simpelveld en maakte zuidelijk van deze kern een bocht naar het zuidoosten. Bij de kern Simpelveld werd een spoorwegstation gebouwd. De spoorlijn passeerde de kern Bocholtz aan de zuidzijde en verliet de gemeente in in oostelijke richting. Dit tracé werd gekozen vanwege de voorgenomen aanleg van een zijtak van de spoorlijn naar de Domaniale Steenkoolmijn in Kerkrade. De groei van de Domaniale Mijn vergrootte in de volgende jaren de behoefte aan deze zijtak. Na langdurige onderhandelingen met de regering werd in 1872 de zijlijn voltooid die Simpelveld verbond met de bestaande spoorlijn Sittard-Heerlen-Kerkrade. De geacccidenteerdheid van het terrein maakte de bouw van vele kunstwerken noodzakelijk.

Aanvankelijk werd deze mijnspoorlijn bereden door wagons met paardentractie, maar later werd dit vervangen door trams. Pas in 1934 werd de lijn omgebouwd tot lokaalspoorweg.

13

Tramlijnen | De Limburgse Tramweg Maatschappij, opgericht in 1921, exploiteerde diverse tramlijnen met stoom- of elektrische tractie. Een van de geplande trajecten was de lijn Maastricht-Gulpen-Simpelveld-Kerkrade. Het gedeelte van deze lijn tussen Gulpen, Simpelveld en Kerkrade werd echter nooit gerealiseerd.

11. reeds bekende groen- en landschapselementen bij de Rijksdienst voor cultureel erfgoed (RCE) en provincie

14

4. groen en landschapselementen Groen en landschapselementen vormen een belangrijk onderdeel van de beleving van het landschap. De oudste groenelementen vinden we waarschijnlijk in de oude bossen, die reeds op de militaire topografische kaart van 1843 zijn aangegeven. Restanten van deze oude bossen zijn terug te vinden op steile hellingen en andere gebieden die niet geschikt waren voor ontginning. Het landschap kent verder een verscheidenheid aan groen- en landschapselementen, zoals graften, (gemengde of meidoorn) hagen rondom weilanden, hoogstamboomgaarden, houtwallen, bomenrijen of lanen en uiteraard ook solitaire bomen. Op eerdere inventarisatiekaarten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de provincie, alsmede de inventarisaties, zijn reeds een aantal groen- en landschapselementen aangegeven. Dat geldt eveneens voor de kaarten die de gemeente in respectievelijk 2011 en 2016 heeft laten maken van het bomenbestand en landschapselementen, die op grond van het bestemmingplan buitengebied worden beschermd. De kaarten vormen een goed uitgangspunt voor de nieuwe inventarisatie en bescherming.

12. kaart met landschapselementen die deel uit maakt van het bestemmingsplan buitengebied uit 2016

15

13. kaart met monumentale bomen, lanen en bosgebieden te raadplegen via deze link

14.Trachotkaart ca 1800

15. Topografische militaire kaart ca 1850

16.Topografische kaart ca 1900

17.Topografische kaart ca 1950

16

5. nederzettingen 5.1. de ontwikkeling van de nederzettingen tot 1940 De oudste bebouwing van kernen en gehuchten in de gemeente Simpelveld is te vinden in de nabijheid van de Eyserbeek, die gevoed werd door de vele droogdalen in het gebied. Zoals eerder vermeld, wordt Simpelveld, waar in de Romeinse tijd al een villa aanwezig was, aangemerkt als de oudste kern. Gezien de vroegmiddeleeuwse (Merovingische) vondsten in het centrum van Simpelveld, wordt er uitgegaan van een mogelijke historische continuïteit van bewoning vanaf de Romeinse tijd. De kern kwam verder tot groei en bloei nadat hier, waarschijnlijk op het einde van de vroege middeleeuwen, een vroenhof werd gevestigd. Dit moet vóór de 13e eeuw zijn geweest. De kern Simpelveld is een langs een helling gebouwd straatdorp. Bocholtz werd in de hoge Middeleeuwen gesticht vanuit Simpelveld, de naam “Bocholtz” wijst op een bosontginning. De kern Bocholtz is direct in het dal gelegen en heeft eenruimere opzet dan Simpelveld. Het gebied tussen Simpelveld en Bocholtz vormt een mooi voorbeeld van een zogenaamde “Waldhüftsiedlung” of tewel een "boshoevenederzetting". Dit is een verkaveling in brede stroken met aan de kop van iedere strook een boerderij. In Zuid-Limburg ontstonden deze nederzettingen door systematische en geleide ontginning van bosgebieden.

Tussen Simpelveld en Bocholtz vond de ontginning haaks op de weg of beek plaats, waarbij op de ontmoetingspunten van de weg of beek op elke kavel een boerderij werd gesticht. Op deze wijze ontstond een lijnvormige bewoningspatroon langs de beek en de hieraan parallel lopende weg. De boshoevenederzetting is ook op dit moment nog goed herkenbaar. Kaartmateriaal kan het beeld van de bebouwing in de gemeente verder verduidelijken. De Tranchotkaart, vervaardigd rond 1810, schetst de volgende situatie: de bebouwing in de kern Simpelveld lag langs beide zijden van de Eyserbeek, die van zuidoost naar noordwest door de gemeente stroomde. De bebouwing van de kern Bocholtz lag rond een kruising van onverharde wegen. Naast deze twee kernen, die van bescheiden omvang waren, lagen binnen de gemeentegrenzen nog een aantal kleinere gehuchten en buurtschappen. Ten zuiden van de kern Bocholtz lag enige bebouwing genaamd Vlengendaal en westelijk van Bocholtz lagen Bocholtzerheide en Baneheide. Aan de westzijde van de kern Simpelveld lag het gehucht Bosschenhuizen en aan de noordzijde het gehucht Molsberg. Verder was er verspreide bebouwing aan de noordzijde van de kern Simpelveld. Rond 1850 waren er nauwelijks veranderingen in de omvang van de bebouwing in de gemeente Simpelveld. De grootste veranderingen in de bebouwing van de gemeente Simpelveld vonden plaats in de periode tot 1940.

Het inwonertal van de voormalige gemeente Simpelveld groeide van 1926 in 1890 naar 3344 in 1921 en het aantal inwoners van de voormalige gemeente Bocholtz steeg tussen 1850 en 1940 van 1004 naar 3248. De topografische kaart van 1950 toont een aanzienlijke toename van de bebouwing binnen de gemeentegrenzen. In de bebouwing van de kern Simpelveld was een verdichting waarneembaar, met vrijwel aaneengesloten bebouwing langs zes straten. Bovendien waren er eind 19e eeuw twee kloosters gebouwd. De kern Bocholtz vertoonde eenzelfde beeld: een verdichting van de bebouwing langs diverse straten. In de omvang van de bebouwing van de diverse gehuchten en buurtschappen, en van de verspreide bebouwing was nauwelijks enige verandering opgetreden. Enkel het gehucht Baneheide was licht gegroeid.

17

18. topografische kaart1960

19. topografische kaart 1980

20, topografische kaart 2000

21. topografische kaart 2020

18

5.2.1 Simpelveld in de periode 1960-2020 De grootste verdichtingen vonden vooral plaats na 1960. In Simpelveld werd tussen 1960 en 1970 de ruimte tussen de Bulkemstraat en de Stampstraat volgebouwd. Dat geldt ook voor het gebied ten zuiden van de Kloosterstraat, tussen de spoorlijn, Schiffelderstraat en Oranjeplein. In de late jaren zestig begon men met de bebouwing van de helling ten noorden van de Stampstraat, een gebied dat tegen het einde van de jaren zeventig volledig was volgebouwd. Dit gebied staat ook bekend als het Hulserveld. In de jaren zeventig wordt ook het gebied ten zuiden van klooster Lorreto met woningen ingevuld. Eind jaren tachtig wordt de het driehoekige gebied bij Baaks/Sweijer ten oosten van de Rolduckerweg ingevuld met woningen. Tussen 2000 en 2020 werden nog woningen gebouwd in de driehoek ten zuiden van de Molsberg en ten noorden van de Rolduckerweg, alsmede in de gehuchten Rode put en Huls. Gedurende deze periode werd de bebouwing vooral verdicht binnen bestaande structuren.

5.2.2 Bocholtz in de periode 1960-2020 De bebouwing van Bocholtz was oorspronkelijk geconcentreerd langs een aantal straten, met de meeste bebouwing rondom de kerk. Tot halverwege de jaren zestig vond vooral verdichting van de bestaande bebouwingslinten plaats. Halverwege de jaren zestig begon men met de eerste echte uitbreiding van de kern, die zich bevond aan de noordzijde van de Julianastraat en aan de westzijde van de Schoolstraat. In de jaren zeventig werd het aansluitende gebied aan de oostzijde tot de Steenberg(straat) bebouwd. In deze periode werd ook het gebied tussen de Minister Ruijsstraat, de Herver, de Baan en de spoorlijn aan de zuidzijde ontwikkeld. Daarnaast werd het westelijke gebied tussen de Wilhelminastraat, Emmastraat, Overhuizerstraat en Minister Ruijsstraat ingevuld met woningen. In de jaren tachtig werd ook het oostelijke deel van dit blok bebouwd. Vanaf de jaren negentig was er geen ruimte meer voor uitbreidingen aan de noordzijde van het spoor. Eind jaren tachtig werd er gestart met een bescheiden bebouwing ten zuiden van het spoor, aan de Wijngracht en de Nachtegaal. Tussen 1990 en 2000 werd de wijk Kerkeveld gerealiseerd, gelegen ten noorden van de Heistraat, ten westen van het spoor en ten zuiden van de Groeneweg.

5.2.3 De gehuchten in de periode 1960-2020 Baneheide werd eind jaren zestig uitgebreid in de driehoek Baneheide, N281 en de –Plateweg, met verdichting langs bestaande bebouwing en wegen. Bochholtzerheide breidde zich uit langs bestaande wegen, waardoor de bebouwing nagenoeg grenst aan Bocholtz. Ook het gehucht Vlengendaal kende een behoorlijk verdichting, met name aan de zuidzijde van de spoorlijn en direct aansluitend op de kern van Bocholtz. Hoewel de bebouwing langs de bestaande wegen van de gehuchten Zandberg, Prickart, Broek en Waalbroek iets is verdicht, is de omvang van deze gehuchten nauwelijks gewijzigd. Dit gedeelte van de gemeente is dan ook het meest authentiek bewaard gebleven. Ten noordwesten van Waalbroek en ten zuiden van de spoorlijn aan de Bocholzerweg, is in de jaren tachtig een klein bedrijventerrein ontstaan dat aansluit bij de voormalige steenfabriek en het depot en de werkplaats van de Zuid-:Limburgse Stoomtrein Maatschappij. De gehuchten Rode put, Baaks, Sweijer, In de Gaas en Hulsveld zijn opgeslokt door de uitbreidingen van de kern Simpelveld. Huls kende ook een zeer sterke verdichting en uitbreiding langs het bestaande bebouwingslint en is inmiddels door de uitbreiding in de Hulserveld met Simpelveld verbonden, maar blijft nog wel herkenbaar als lintdorp.

Dit geldt in min of meerdere mate ook voor het gehucht Molsberg, dat door uitbreidingen van Simpelveld aan de noordzijde van de Rolduckerweg inmiddels ook grenst aan de bebouwing van Simpelveld. De gehuchten Hondsrug, Boschenhuizen en Bulkemsbroek hebben nauwelijks veranderingen ondergaan.

19

22. rijksmonument kasteel de Bongard te Bocholtz

23. rijksmonument Heiberg 1 te Bocholtz

24. rijksmonument Molsberg 96 Simpelveld

25. rijksmonument kerk van Bocholtz

26. rijksbeschermde huize Loretto in Simpelveld

27. Huize Damiaan in Simpelveld (niet beschermd)

28. vakwerk Weiweg 2 te Bocholtz (niet beschermd)

29. restant vakwerk Prickart 59 (niet beschermd)

20

6.bebouwing 6.1 inleiding Naast de door het rijk aangewezen en op grond van de Erfgoedwet beschermde rijksmonumenten zijn er in de gemeente Simpelveld ook cultuurhistorisch waardevolle gebouwen of bouwwerken gelegen. Hoewel deze niet van rijksbelang zijn, zijn de van lokaal belang en dragen ze bij aan het beeld van de plaatselijke ontwikkelingen, historie en geschiedenis. Deze gebouwen dragen bij aan de belevingswaarde van de bebouwde omgeving en aan het karakter en de identiteit van de gemeente Simpelveld.

6.2 Rijksmonumenten De Gemeente Simpelveld kent 48 rijksmonumenten, waarvan het meest vooraanstaande kasteel de Bongard is. Daarnaast zijn er nog zesentwintig boerderijen, twee watermolens, een koeltoren van de voormalige brikettenfabriek, twee kerken of kerkonderdelen, drie pastorieën, vier kloosters of kloosteronderdelen, vier woningen, een beeld/veldkruis en vier onderdelen van de Miljoenenlijn.

6.3 karakteristieke bebouwing in de gemeente Simpelveld De bebouwing van Simpelveld was oorspronkelijk voornamelijk agrarisch van aard, met boerderijen die vaak uit vakwerk werden opgebouwd. Dit vakwerk werd in de 16e eeuw veelvuldig toegepast in Limburg, waarbij de vlechtwerkvullingen van leem gebruikelijk waren. Het bouwen van vakwerkhuizen en -boerderijen bleef in het platteland gebruikelijk tot halverwege de 19e eeuw. Voor meer voorname bebouwing werd baksteen of de plaatselijk gewonnen Kunradersteen gebruikt, die kenmerkend is voor de regio. Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20ste eeuwkwam een modetrent uit Duitsland over, waarbij gebouwen werden voorzien van decoratief pleisterwerk met klassieke elementen. Tot slot zijn er in de gemeente een aantal gebouwen aanwezig met een bijzondere vormgeving of architectuurstijl.

30. Kunradersteen Wilhelminastraat 4 (niet beschermd)

31. Kunradersteen Vlengendaal 87(niet beschermd)

32. chaletarchitectuur Pastoriestraat 9 (niet beschermd)

33. decostucwerk Dorpstraat 22(niet beschermd)

21

34. kaart met kruisen en kapellen

22

7. klein erfgoed Binnen de gemeente Simpelveld is er naast de grote monumenten en historische gebouwen ook veel klein erfgoed te vinden. Dit omvat onder andere de talrijke kruisen en kapellen die verspreid liggen over het gebied. Deze kleine religieuze bouwwerken vormen een belangrijk onderdeel van het culturele landschap van de gemeente. De exacte locaties van deze objecten zijn weergegeven op de bijbehorende kaart. Daarnaast horen ook waterputten, bakhuisjes, grensstenen en palen tot klein erfgoed. In tegenstelling tot de kruisen en kapellen, is er van deze kleine erfgoedrelicten minder bekend. Vaak liggen ze verscholen en zijn niet altijd zichtbaar vanaf de openbare weg. Om met name ook deze kleine erfgoedrelicten goed in beeld te brengen is medewerking van plaatselijke historici en heemkundige verenigingen van groot belang.

35. kapel in hellingbosch Pleistraat te Simpelveld

36. spoortunnel en grenskruis Bocholtzerweg te Simpelveld

37. huiskapel Capella Domestica Overhuizen Bocholtz-

38. kruis Weiweg te Bocholtz

39. grenskruis Simpelveld

40. zwingelput te Huls Simpelveld

23

41. Het Heilig Hartbeeld aan de zijkant van de kerk in Bocholt is ook klein erfgoed

24

8. bronnen 8.1. Afbeeldingen Buro4 Buro4 / Nationaal Georegister Buro4 / Provincie Limburg Buro4 / RCE Flickr, Frans Berkelaar Gemeente Simpelveld Groene-parels Oudelandkaarten.nl Slagboom en Peeters Topotijdreis.nl Vrije Universiteit Amsterdam Wegkruisen, chris willems Wikipedia

8.2 Literatuur Haartsen , A. Hartmann dr. J.L.H. Heemkundevereniging de Bongard, diverse auteurs Hilligers, H.P.M. Renes, J. e.a Rijksdienst voor het cultureel erfgoed Stenvert, R.e.a

2, 28 t/m 34, 41 1, 15 9 t/m 11 5 t/m 8,11 4 12 13 27 16 t/m 21 14 35 t/m 40 3, 22 t/m 26 Ontgonnen verleden, Regiobeschrijving ZuidLimburg, Ede, 2009 De reconstructie van het Middeleeuws Landschap, Maastricht,1989. Diverse artikelen via website Heerdgang in Zuid-Limburg, proefschrift, Rijks Universiteit Limburg, Maastricht, 1993 De geschiedenis van het Zuidlimburgse cultuurlandschap, Assen, 1988. Gemeentebeschrijvingen Monumenten Inventarisatie Project (MIP), Zeist 1993 Monumenten in Nederland. Limburg. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 2003

8.3 Digitale informatie https://debongard.nl/ https://www.cultureelerfgoed.nl https://groene-parels-simpelveld.hosting.jankeesvw.com/ https://www.kruisenenkapellenlimburg.nl https://www.nationaalarchief.nl https://www.pdok.nl https://www.topotijdreis.nl https://veldkruus.nl/ https://wegkruisen-chriswillems.nl/ https://www.viewer.slagboomenpeeters.com

25

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=11db23a9-2923-42cb-8c9f-5c6225e914a8