CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Bijlage 1 Erfgoedvisie 2025-2031

Raadsvergadering 26 februari 2026, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 26-06 Erfgoedvisie 2025-203120.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Erfgoedbeleid 2025-2031

1

Afb. 1 (kaft) Topografische Militaire Kaart uit 1843 (bron: Nationaal Georegister)

2

Inhoudsopgave 0.

Samenvatting

5

0.1 0.2 0.3 0.4 0.5

Inleiding (H)erkennen van erfgoed Behoud van de kwaliteit en verbeteren van de duurzaamheid van erfgoed Beleving van erfgoed Evaluatie van erfgoedbeleid

7 9 8 11 11

1.

Waarom erfgoedbeleid?

11

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Het belang van cultuurhistorisch erfgoed Voor en door inwoners (verdrag van Faro) Doel van het erfgoedbeleid Leeswijzer

13 14 14 14 14

2.

Van ambitie naar beleid

15

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Inleiding Strategische visie Coalitieakkoord Regionaal Afstemmingskader Gemeentelijke Omgevingsvisies Parkstad Betrokkenheid van de gemeenteraad Beleidslijnen

17 17 18 18 18 18

3.

(H)erkennen van erfgoed

19

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

Inleiding Aardkundige waarden Archeologie Cultuurlandschap Groen- en landschapselementen Historische infrastructuur Historische nederzettingsstructuren Gebouwen en gebouwde objecten Klein gebouwd erfgoed Bewustwording en draagvlak Consequenties van de bescherming Consequenties voor duurzaamheid

21 21 23 23 25 25 27 31 35 35 35 37

4.

Verbeteren van kwaliteit en duurzaamheid van erfgoed

41

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.51 4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.5.5 51

Maatwerk en mensenwerk Details en deskundigheid Proactieve rol gemeente Kerkenvisie Stimuleren Rijksmonumenten te beschermen karakteristieke panden Klein erfgoed Groen erfgoed Stimulerings- en subsidiebeleid

43 45 47 47 49 49 52 52 52

5

De beleving van erfgoed

53

5.1 5.2 5.3 5.4

Inleiding en Faro Verbeteren van de fysieke beleving van historische gebieden en erfgoed Toerisme en vrije tijd economie Draagvlakvergroting, educatie en erfgoedbeleving voor inwoners

55 55 55 55

3

6.

Instrumenten en tijdsplan

59

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Inleiding (H)erkennen van erfgoed Verbeteren van de kwaliteit en duurzaamheid van erfgoed De beleving van erfgoed Tijdsplan en middelen

61 61 63 65 66

7.

Bronvermeldingen

67

7.1 7.2 7.3

Afbeeldingen Literatuur Overige bronnen

69 69 69

4

Samenvatting

5

2. De weg en het landschap bij Vlengendaal 89 te Bocholtz

6

0. samenvatting 0.1 inleiding De gemeente Simpelveld heeft een rijk verleden en bestaat uit de kernen Bocholtz en Simpelveld, met verspreid hieromheen de gehuchten Baaks, Baneheide, Bocholtzerheide, Bosschenhuizen, Broek, Bulkemsbroek, In de Gaas, Hondsrug, Huls, Hulsveld, Molsberg, Prickart, Rodeput, Sweyer, Vlengendaal, Waalbroek en Zandberg. De vroegste bewoning vond plaats in de dalen, langs de Eyserbeek. Bocholtz en Simpelveld zijn vooral bekend vanwege hun Romeinse verleden. Langs de gemeente liepen twee belangrijke Romeinse wegen: de Via Belgica en de Via Traiana. De laatste weg liep langs Bocholtz, waar maar liefst vier villa’s bij elkaar lagen. Het gebied is om deze reden ook bekend als de Romeinse Vallei. Ook in Simpelveld bevonden zich twee villa’s. In zowel Simpelveld als Bocholtz werden monumentale graven gevonden, die behoren tot de belangrijkste archeologische vondsten in Nederland. Het betreft een tumulusgraf in Bocholtz waarin een askist werd aangetroffen (‘Askist van Bocholtz’) en een rijkversierde sarcofaag die in Simpelveld werd gevonden met de asresten van een vrouw (de Dame van Simpelveld). In Simpelveld zijn bij opgravingen Vroegmiddeleeuws (Merovingisch) aardewerk aangetroffen, hetgeen duidt op een mogelijke continuïteit van bewoning vanaf de Romeinse tijd.

Ondanks het bovenstaande wordt over het algemeen aangenomen dat Simpelveld in de vroege middeleeuwen is ontstaan rond een vroenhof in het dal van de Eyserbeek. Vanaf de 13de eeuw behoorden Simpelveld en Bocholtz tot de heerlijkheid Rode, in bezit van de hertogen van Limburg en daardoor aangeduid als ’s-Hertogenrade (thans Hertogenrath, Duitsland). Bocholtz is in de hoge middeleeuwen gesticht vanuit Simpelveld; de naam Bocholtz wijst op een bosontginning. Het gebied tussen Simpelveld en Bocholtz werd waarschijnlijk in de 13de eeuw systematisch ontgonnen. Simpelveld en Bocholtz vormden van 1626 tot 1794 een zelfstandige heerlijkheid. Het kasteel De Bongard, gebouwd op de fundamenten van een 14e-eeuwse voorganger, was van 1680 tot 1773 het bestuurscentrum van deze heerlijkheid. Na het vertrek van de Fransen in 1803 waren zowel Bocholtz als Simpelveld zelfstandige gemeenten. Belangrijke ontwikkeling in de tweede helft van de 19de eeuw was de aanleg van de spoorlijn Maastricht-Aken in 1853. In 1872 werd vanuit Simpelveld een aftakking van de spoorlijn gerealiseerd naar de Domaniale Mijn bij Kerkrade. Het betreft de oudste kolenmijn die werd aangesloten op het spoorwegnet.

Eveneens belangrijke ontwikkelingen waren de stichting van het Kulturkampf-klooster Huize Loreto (1878) en het klooster Damiaan in 1892, een opleidingsinstituut voor kandidaat-missionarissen, voornamelijk uit Duitsland. Het opstellen van nieuw erfgoedbeleid is noodzakelijk vanwege diverse landelijke ontwikkelingen, waaronder de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De gemeente moet uiterlijk op 1 januari 2032 een omgevingsplan opstellen. Er zijn meerdere argumenten waarom het wenselijk is om in dit omgevingsplan ook het volledige ruimtelijke erfgoed op te nemen. De belangrijkste daarvan zijn het behoud van de identiteit, het behoud en de versterking van de omgevingskwaliteit, en de bijdrage van het landschap en het ruimtelijke erfgoed aan de toeristische potentie van de gemeente. Om te komen tot een omgevingsplan waarin dit erfgoed is opgenomen, is het noodzakelijk dat er een gemeentebrede inventarisatie en selectie van het gehele ruimtelijke erfgoed plaatsvindt. Daarbij wordt de plaatselijke historische vereniging zoveel mogelijk betrokken, aangezien de participatie van deze partij een belangrijke kennisbron is voor het opstellen van een zo compleet mogelijke inventarisatie van het ruimtelijke erfgoed.

De historische vereniging is ook al zoveel mogelijk betrokken bij de totstandkoming van deze beleidsnota, met als doel een zo compleet mogelijk en voldragen erfgoedbeleid te ontwikkelen. Daarnaast is ook de gemeenteraad betrokken bij de totstandkoming van deze beleidsnota. Naast presentaties van landelijke ontwikkelingen en een quickscan inventarisatie van het lokale erfgoed, hebben wij tijdens bijeenkomsten met de raad gesproken over het erfgoedambitie van de gemeente Simpelveld. Uit de dialoog die hieruit voortkwam, hebben wij kunnen afleiden dat er sprake is van een bovengemiddeld ambitieniveau. De gemeenteraad vindt erfgoed belangrijk voor de belevingswaarde en identiteit van de gemeente. In deze erfgoednota zijn keuzes gemaakt over hoe er met het gemeentelijke ruimtelijke erfgoed wordt omgegaan. Daarbij is rekening gehouden met een aantal landelijke ontwikkelingen en de ambitie van de gemeente. De nota geeft inzicht in deze ontwikkelingen en de te maken keuzes. Daarbij zijn drie speerpunten c.q. thema’s gekozen: (h)erkennen van erfgoed, het behoud van de kwaliteit en het verbeteren van de duurzaamheid van erfgoed, en de beleving van erfgoed.

7

3. De Eyserbeek nabij Broek 12 te Bocholtz

8

0.2 (h)erkenning van erfgoed Zowel het landschap als de nederzettingen en bebouwing in de gemeente Simpelveld hebben bijzondere kwaliteiten. Deze kwaliteiten zijn het resultaat van het gebruik en de ontwikkeling van het gebied door de jaren heen. Deze ontwikkelingen hebben sporen achtergelaten die tegenwoordig worden aangemerkt als erfgoed. Veel inwoners zijn zich echter niet altijd bewust van de bijzondere waarde van dit erfgoed, dat een belangrijke drager is van de eigenheid en identiteit van de kernen en gehuchten. Het erfgoed wordt niet altijd herkend en vaak als vanzelfsprekend beschouwd, waardoor in het verleden waardevolle elementen zijn verdwenen.Als onderdeel van het erfgoedbeleid is het daarom van belang om inwoners en eigenaren van erfgoed meer bewust te maken van de waarde ervan. Door het (h)erkennen van de waarden willen we het draagvlak voor het behoud van erfgoed vergroten. Bewustwording alleen is echter niet altijd voldoende. Soms wegen individuele wensen en belangen zwaarder dan het maatschappelijk belang van erfgoed. In dergelijke gevallen is het noodzakelijk om het bijzondere erfgoed waar nodig te beschermen. Vanuit de landelijke wetgeving ligt deze taak sinds enkele jaren nadrukkelijk bij de gemeente. Dit gaat niet langer alleen om individuele gebouwen en objecten, maar om de zorg voor integraal ruimtelijk erfgoed.

Dit betekent dat er rekening gehouden moet worden met het geheel van (ruimtelijke) cultuurhistorische waarden: een combinatie van archeologie, aardkundige elementen, landschap, groen, historisch waardevolle gebouwen, historische bebouwingsstructuren en infrastructuur. Wat deze aanpak uniek maakt, is dat al deze elementen in samenhang met elkaar én met de ruimtelijke geschiedenis van de gemeente worden geïnventariseerd, geselecteerd en waar nodig beschermd. Door deze integrale aanpak worden de onderlinge verbanden zichtbaar, wat leidt tot een complete, samenhangende en allesomvattende inventarisatie, selectie en bescherming. Beschermd worden de 'parels' die het verhaal van de geschiedenis van de gemeente vertellen en bijdragen aan de eigenheid, identiteit en historische beleving van de kernen en het landschap. De bescherming van erfgoed wordt vastgelegd in het omgevingsplan. Hierin worden de regels opgenomen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en het ruimtelijke erfgoed. De inventarisatie, selectie en bescherming van erfgoed zullen in fasen (tranches) plaatsvinden en naar verwachting ook in fasen worden opgenomen in het omgevingsplan. Het definitieve omgevingsplan moet uiterlijk op 1 januari 2032 gereed zijn. De bescherming van erfgoed betekent overigens niet dat er niets meer mag veranderen.

Het houdt in dat de cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij vergunningsaanvragen en belangenafwegingen. In sommige gevallen zijn wijzigingen zelfs noodzakelijk, bijvoorbeeld wanneer een pand zijn oorspronkelijke functie heeft verloren. In dergelijke gevallen zal gezocht moeten worden naar een nieuwe bestemming, waarbij waardevolle elementen worden gerespecteerd, terwijl het pand tegelijkertijd wordt aangepast aan de huidige gebruiksnormen.

0.3 behoud van kwaliteit en verbeteren van duurzaamheid van erfgoed Panden en monumenten die niet worden onderhouden of leegstaan, raken in verval. Ze kunnen alleen behouden blijven als ze een (rendabele) bestemming hebben. Hierbij is een actieve rol voor de gemeente essentieel. Eigenaren van leegstaande monumenten moeten proactief worden benaderd om hen te stimuleren tot restauratie en herbestemming. In het toekomstige omgevingsplan zullen ruimere mogelijkheden worden opgenomen om herbestemming van leegstaande monumenten en karakteristieke panden te vergemakkelijken. Onderhoud, restauratie, herbestemming en verduurzaming van erfgoed vereisen echter altijd maatwerk. Veel eigenaren zijn niet volledig op de hoogte van de geldende regels en mogelijkheden. Dit knelpunt kan deels worden opgelost door duidelijke informatie te verstrekken via de gemeentelijke website en door middel van informatiebijeenkomsten. Daarnaast is het wenselijk om eigenaren actief te benaderen, hen bewust te maken van de waarde van hun erfgoed en hen te begeleiden in het proces. Dit omvat het wijzen op de juiste procedures, meedenken over oplossingen en waar mogelijk ondersteuning bieden bij onderhoud, verduurzaming en het behoud van gebouwd erfgoed. Verduurzaming geldt niet alleen voor het gebouwde erfgoed, maar ook voor het landschap van de gemeente Simpelveld.

Het landschap moet duurzaam worden ingericht om bij te dragen aan klimaatadaptatie, waarbij historische oplossingen als inspiratiebron kunnen dienen. Tevens zullen eigenaren worden gestimuleerd om actief onderhoud te plegen en het erfgoed te verbeteren. Bepaalde categorieën erfgoed, zoals rijksmonumenten, kunnen gebruikmaken van bestaande subsidieregelingen van de Rijksoverheid en Provincie. Om de kwaliteit van het erfgoed te verbeteren, zal de

9

gemeente haar eigen processen kritisch evalueren. Vaak ontbreekt het aan de voorkant van het vergunningsproces aan essentiële informatie, waardoor plannen soms heen en weer gaan tussen de gemeentelijke adviescommissie en de initiatiefnemer voordat tot een aanvaardbaar plan kan worden gekomen. De eisen en toetsingscriteria moeten daarom vooraf duidelijk zijn. Diverse gemeenten hebben al dergelijke richtlijnen ontwikkeld. Bij de verdere uitwerking van deze richtlijnen zal waar mogelijk samenwerking met andere gemeenten worden gezocht. Met betrekking tot de inhoudelijke aspecten van aanvragen voor wijzigingen aan erfgoed, zijn details van groot belang. Deze details komen op verschillende momenten in de ruimtelijke procedure naar voren. Bij de intake en de ontvankelijkheidstoets moet worden gecontroleerd of alle relevante details van de te wijzigen onderdelen zijn toegevoegd. Om dit te kunnen beoordelen, moeten medewerkers inzicht hebben in de cultuurhistorische waarde van het monument in relatie tot de voorgestelde wijzigingen. Dit vereist deskundigheid op het gebied van erfgoed. Toetsprotocollen, checklists en opleidingen kunnen ervoor zorgen dat belangrijke details niet over het hoofd worden gezien, wat de kwaliteit van het vergunningsproces en de instandhouding van het monument ten goede zal komen. Ook toezicht op de uitvoering en handhaving spelen een cruciale rol.

Voor waardevol erfgoed geldt immers: "Weg is weg."

0.4 beleving van erfgoed Erfgoed draagt bij aan de sfeer van de kernen en het landschap. Iedere kern en gehucht heeft door het erfgoed zijn eigen karakter, wat bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de leefomgeving, maar ook aan de toeristische en recreatieve aantrekkingskracht. De gemeente Simpelveld richt zich de komende periode op het verbeteren van de beleving van erfgoed. Dit kan op verschillende manieren. Ten eerste door bij de herinrichting van historische kernen en de ontwikkeling van gebieden inspiratie te zoeken in het verleden, bijvoorbeeld door passende bestrating en straatmeubilair aan te brengen en de planvorming te baseren op historische elementen. Erfgoed kan ook beleefbaar worden gemaakt door ontsluiting. Dit houdt in dat erfgoed publiek toegankelijk wordt, bijvoorbeeld tijdens Open Monumentendag of door het plaatsen van informatieborden. Nieuwe technieken, zoals digitale platformen, kunnen helpen erfgoed op een moderne manier toegankelijk te maken en zo een breder publiek, waaronder jongeren, te bereiken. De nog te verrichten inventarisatie van het erfgoed en de op te stellen erfgoedkaart kunnen samen met de heemkundevereniging worden doorontwikkeld tot een digitaal erfgoedsysteem. Dit systeem zal niet alleen gebouwen en landschapselementen bevatten, maar ook de verhalen die bij de historische locaties in de gemeente horen.

Naast de toeristische meerwaarde biedt dit systeem een goed instrument om draagvlak te creëren en inwoners bewust te maken van de waarde van het erfgoed en het verleden van Simpelveld. Immers: "Zonder verleden geen toekomst." Bewustwording kan verder worden gestimuleerd door in samenwerking met de heemkundevereniging educatieve erfgoedprojecten op scholen op te zetten. "De jeugd heeft immers de toekomst." Ook hierbij kunnen moderne middelen, zoals het digitale erfgoedsysteem en sociale media, worden ingezet.

0.5 evaluatie van erfgoedbeleid De gemeente koestert de lokale identiteit en authenticiteit en wil de landschappelijke kwaliteiten, karakteristieke kernen en het overige cultuurhistorisch erfgoed behouden en waar mogelijk versterken, zonder de toekomstige ontwikkelingen te blokkeren. Nadat de gemeenteraad het erfgoedbeleid heeft vastgesteld, zal het beleid stapsgewijs worden uitgewerkt, zoals aangegeven in het uitvoeringsplan. Waar nodig zullen de uitwerkingen van het beleid, zoals de vaststelling van het omgevingsplan, verspreid over de komende zes jaar ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Tevens zal in 2029 een tussentijdse evaluatie van dit beleid plaatsvinden.

10

Waarom erfgoedbeleid?

11

4. Het landschap rondom Simpelveld

12

1. waarom erfgoedbeleid 1.1 Aanleiding Zowel het landschap als de bebouwing in de gemeente Simpelveld beschikken over bijzondere kwaliteiten. Deze zijn ontstaan door het gebruik en de ontwikkeling van het gebied door de jaren heen, waardoor sporen zijn achtergelaten die momenteel als erfgoed worden aangemerkt. De gemeente Simpelveld koestert de lokale identiteit en streeft ernaar de landschappelijke kwaliteiten en kernen zoveel mogelijk te behouden en, waar mogelijk, te versterken. Een deel van het erfgoed in de gemeente is al in het verleden beschermd. Simpelveld telt 48 rijksmonumenten. Er zijn op dit moment echter geen panden of andere objecten als gemeentelijk monument aangewezen. Daarnaast heeft de gemeenteraad in 2018 samen met de Parkstad-regio een archeologisch beleid vastgesteld, inclusief een beleids- en verwachtingskaart. Op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied 2016" zijn reeds enkele landschapselementen beschermd. Dit bestemmingsplan maakt momenteel onderdeel uit van het tijdelijke Omgevingsplan, dat per 1 januari 2024 in werking is getreden. De monumentenzorg en de bescherming van erfgoed zijn volop in beweging. Er vindt al langere tijd een verbreding plaats van objectgerichte monumentenzorg (gebouwen) naar zorg voor de historisch gegroeide omgeving en het cultuurhistorisch erfgoed als geheel. Ook is de manier van bescherming gewijzigd.

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waarmee gemeenten verplicht worden voor 1 januari 2032 een omgevingsplan vast te stellen waarin regels omtrent de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Het ruimtelijke erfgoed maakt ook deel uit fan de fysieke leefomgeving. Dit ruimtelijk erfgoed is in de Nationale omgevingsvisie (NOVI) aangemerkt als een nationaal belang, dat door lagere overheden moet worden doorvertaald in provinciaal (POVI) en gemeentelijke (GOVI) beleid. Dat betekent dat het ruimtelijk erfgoed moet worden opgenomen in het omgevingsplan. De gemeente heeft echter beleidsvrijheid omtrent de wijze en de diepgang waarmee het erfgoed in het omgevingsplan wordt opgenomen. De Omgevingswet vraagt om een integrale benadering van beleid en regelgeving met betrekking tot ruimte, water, milieu, natuur en erfgoed. Het ruimtelijk erfgoed – bestaande uit onder andere historische gebouwen, structuren, landschappen en dorpsgezichten – vormt een essentieel onderdeel van deze leefomgeving. Er is een groot aantal redenen waarom het wenselijk is om het ruimtelijke erfgoed op te nemen en te borgen in het omgevingsplan:  Erfgoed geeft een gemeente haar karakter en vertelt het verhaal van haar geschiedenis. Door deze waarden juridisch te verankeren in het omgevingsplan, blijft de identiteit van dorpen en landschappen behouden bij ruimtelijke ontwikkelingen.

 Erfgoed draagt in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Door het op te nemen in het omgevingsplan, wordt het behoud en de versterking van deze kwaliteit een volwaardig onderdeel van het ruimtelijk beleid.  Door erfgoed een plek te geven in het planologisch kader, kunnen nieuwe ontwikkelingen worden afgestemd op de aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit voorkomt aantasting en maakt het mogelijk om zorgvuldig maatwerk te leveren.  Erfgoed is een belangrijke troef voor toerisme en recreatie, met positieve effecten op de lokale economie. Door het erfgoed te betrekken in het omgevingsplan, wordt dit potentieel erkend en benut. Door ruimtelijk erfgoed een expliciete plek te geven in het omgevingsplan, draagt de gemeente bij aan een toekomstbestendige, herkenbare en aantrekkelijke leefomgeving. Gelet op het feit dat het wenselijke is om het gehele ruimtelijke erfgoed op te nemen in het omgevingsplan, is het noodzakelijk om een gemeentebrede inventarisatie en selectie van het ruimtelijke erfgoed te laten plaatsvinden. De selectie moet uiteindelijk resulteren in een waardenkaart, die zal worden omgezet in een inspiratie- en beschermingskader in het omgevingsplan. In deze erfgoednota worden keuzes gemaakt over wat we gaan inventariseren, selecteren en beschermen, en de diepgang van deze processen.

Het is van belang om een solide basis voor ruimtelijk erfgoed te leggen in het omgevingsplan. De basis voor bescherming van het ruimtelijk erfgoed zal daarna in de praktijk worden getoetst, waarna evaluatie, bijstelling en aanvulling kunnen plaatsvinden. De looptijd van dit erfgoedbeleid is dan ook zodanig gekozen dat implementatie, bescherming en beproeving binnen het tijdsbestek van deze beleidsnota kunnen worden gerealiseerd. Na evaluatie zullen nieuwe doelen worden gesteld, die in een volgende erfgoednota zullen worden verwerkt. Het accent van deze nota ligt dan ook vooral op de inventarisatie, selectie, bescherming en de diepgang daarvan. Daarnaast zijn er op nationaal niveau ontwikkelingen die de (her)positionering van het erfgoedbeleid noodzakelijk maken. De gemeente Simpelveld wil haar toekomstig beleid afstemmen op deze ontwikkelingen. Deze nota biedt inzicht in deze ontwikkelingen en de keuzes die gemaakt moeten worden.

13

1.2 Het belang van cultuurhistorisch erfgoed Erfgoed bestaat uit boven- en ondergrondse overblijfselen uit het verleden die iets vertellen over de geschiedenis van een stad of dorp. Erfgoed draagt bij aan de belevingswaarde van de bebouwde omgeving en is voor een groot deel bepalend voor het karakter en de identiteit van een stad of dorp. Erfgoed vormt daarom een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke ruimtelijke beleid. Anderzijds maakt erfgoed deel uit van de samenleving en is het onderhevig aan de krachten die binnen die samenleving spelen. De wereld waarin wij leven verandert snel, wat vaak leidt tot de noodzaak nieuwe doelen te stellen omdat onze gebouwde omgeving niet langer aan onze eisen voldoet. Dit legt een grote druk op de omgeving. In de afgelopen decennia heeft deze druk geleid tot ingrijpende veranderingen. Door ruimtelijke ontwikkelingen zijn karakteristieke historische gebouwen en bebouwingsstructuren verloren gegaan of dermate gewijzigd dat veel van hun cultuurhistorische waarde verloren is gegaan. De gemeentelijke overheid moet in dit kader vaak afwegingen maken tussen schijnbaar tegenstrijdige belangen, zoals economie en cultuurhistorie. In de praktijk blijkt echter dat deze belangen niet altijd tegengesteld hoeven te zijn.

In de loop der jaren is, mede onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen, de aandacht voor en waardering van erfgoed toegenomen. Het belang van erfgoed is reeds in paragraaf 1.1 verwoord. Het gemeentebestuur wil geen “stolp” over het erfgoed zetten en de situatie bevriezen. Het doel is juist om behoud te verbinden met vernieuwing. Het erfgoedbeleid moet inspelen op de kwaliteit van de omgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en vraagstukken. 1.3 Voor en door inwoners Erfgoed maakt deel uit van de samenleving en deze beleidsnota wordt vóór de samenleving opgesteld. Hoewel het Verdrag van Faro nog niet door Nederland is geratificeerd, maar er wordt al wel gewerkt volgens de principes ervan. Het verdrag van Faro richt zich op de maatschappelijke waarde van cultureel erfgoed en benadrukt dat erfgoed een recht is van iedereen. Het verdrag moedigt burgers aan om actief deel te nemen aan het behoud en beheer van erfgoed en erkent dat erfgoed een belangrijke rol speelt in duurzame ontwikkeling en sociale cohesie. Ook de gemeente Simpelveld stimuleert burgerinitiatieven en participatie in erfgoedzorg. Wij hebben de heemkundevereniging betrokken bij de totstandkoming van dit beleid.

De heemkundevereniging heeft aangegeven in de toekomst bereid te zijn mee te werken aan de inventarisatie en de eerste selectie van het erfgoed, zodat een zo compleet mogelijk beeld van het ruimtelijke erfgoed van Simpelveld ontstaat. Deze erfgoednota voorziet vooral in het traject dat nodig is om erfgoed op te nemen in het Omgevingsplan. Aan de totstandkoming van het Omgevingsplan zal een uitgebreid participatietraject ten grondslag liggen waarbij de inwoners van Simpelveld actief betrokken worden bij het proces. Ook bij de verdere uitwerking van het beleid in deze nota zullen de inwoners, waar mogelijk, worden betrokken. 1.4 Doel van erfgoedbeleid Het doel van deze nota is het formuleren van de gewenste toekomstige situatie en ontwikkelingen met betrekking tot cultuurhistorisch erfgoed. Deze beleidsnota geeft aan op welke wijze deze doelstellingen gerealiseerd zullen worden. Tevens wordt hierin antwoord gegeven op de vraag welke middelen (instrumenten, mensuren en budget) op welk moment ingezet zullen worden om de doelstellingen te bereiken. Er is getracht een samenhangend geheel van beleidsuitgangspunten en -instrumenten te formuleren, die passen bij de cultuurhistorische kwaliteit, het ambitieniveau en de financiële mogelijkheden van de gemeente.

1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 3 bevat de ambitie van de gemeente, die wordt gekoppeld aan landelijke ontwikkelingen en de unieke kwaliteiten van de gemeente. Dit wordt verder uitgewerkt in de thema's: (h)erkennen van erfgoed (hoofdstuk 4), het behoud van de kwaliteit en het verbeteren van de duurzaamheid van erfgoed (hoofdstuk 5) en de beleving van erfgoed (hoofdstuk 6). In hoofdstuk 7 worden de beleidsvoornemens verder uitgewerkt in een concrete planning, waarin wordt aangegeven met welke instrumenten de geformuleerde doelstellingen tot uitvoering worden gebracht en welke middelen (mensuren en geld) hiermee gemoeid zijn. Om de omvang van de nota te beperken en de leesbaarheid te bevorderen, zijn enkele onderwerpen ondergebracht in de bijlagen. Dit betekent echter niet dat deze onderwerpen minder belangrijk zijn. Deze beleidsnota is primair gericht op het fysieke ruimtelijke erfgoed. Het immateriële erfgoed maakt geen direct onderdeel uit van deze nota, maar waar raakvlakken bestaan tussen materieel en immaterieel erfgoed, wordt hier wel aandacht aan besteed. Dit betreft vooral het uitdragen en de beleving van erfgoed. Het "verhaal van de plek" speelt hierbij een belangrijke rol om erfgoed te begrijpen en te waarderen. 14

Van ambitie naar beleid

15

5. Visualisatie van beleid

16

2. van ambitie naar beleid 2.1 Inleiding De gemeente Simpelveld beschikt nog niet over een integrale erfgoednota. Ook is er nooit specifiek monumentenbeleid opgesteld of een monumentenlijst samengesteld. De archeologische beleidskaart is in de periode 2017-2018 wel geactualiseerd. Erfgoed komt daarnaast op verschillende manieren terug in het gemeentelijk beleid van Simpelveld, bijvoorbeeld via de planologische bescherming van landschapselementen. Het erfgoedbeleid is gebaseerd op drie kerningrediënten: de lokale gegevens en karakteristiek van de gemeente, het ambitieniveau en de strategische visie van de gemeente, en de ontwikkelingen en regelgeving op nationaal niveau. Deze drie elementen bepalen samen de richting van het erfgoedbeleid. Dit is gevisualiseerd in afbeelding 5. De overlappende gebieden van de cirkels in deze afbeelding vormen aandachtsgebieden die in het beleid moeten worden meegenomen. Een voorbeeld hiervan is de overlap tussen landelijke ontwikkelingen en lokale gegevens en karakteristiek, zoals bij de invoering van de Omgevingswet en het Omgevingsplan. Een ander voorbeeld is dat de gemeente bij het formuleren van haar ambitie en visie ook rekening moet houden met landelijke ontwikkelingen, zoals thema’s rondom duurzaamheid en energietransitie.

Om meer inzicht te geven in de ambitie en visie van de gemeente Simpelveld, zijn de volgende uitgangspunten en documenten van belang:  Strategische Visie 2013-2023  Coalitieakkoord 2022-2026  Vastgesteld Afstemmingskader GOVI

2.2 Strategische visie In 2013 heeft de gemeente Simpelveld een strategische visie voor de periode 2013-2023 vastgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe strategische visie. Voor zover nu duidelijk is, behoudt de nieuwe visie grotendeels de speerpunten en kernkwaliteiten van de visie 2013-2023. Omdat de nieuwe visie nog niet is vastgesteld en in grote lijnen voortbouwt op de huidige visie, blijft de strategische visie 2013-2023 relevant. De visie formuleert een aantal gemeentelijke speerpunten:  Toerisme en recreatie  Blijven wonen (met de nodige basisvoorzieningen)  Participatie (burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties)  Kleinschalig en startend ondernemerschap De speerpunten "toerisme en recreatie" en "blijven wonen" hebben specifiek raakvlakken met erfgoed en het toekomstige beleid. Deze worden hieronder verder uitgewerkt. Toerisme en recreatie De gemeente Simpelveld vormt een schakel tussen de Parkstad en het Heuvelland. Voor de Parkstad is Simpelveld de toegangspoort tot het Heuvelland. Simpelveld kan dienen als uitvalsbasis voor zowel stedelijke attracties in de Parkstad als voor extensieve recreatie in het Heuvelland. De gemeente profileert zich steeds meer als toeristische bestemming.

Beide kernen hebben hun eigen toeristische thema: Bocholtz richt zich op het Romeinse verleden, terwijl Simpelveld bekend staat om het Miljoenenlijntje en de stoomtreinen. Voorbeelden van toeristische ontwikkeling zijn de plannen voor verblijfsrecreatie in Bocholtz met een verwijzing naar het Romeinse verleden en het versterken van verbindingen tussen de toeristische elementen en de centra van beide kernen. Erfgoed speelt hierbij een belangrijke rol. Door erfgoed te ontsluiten en als een "parelsnoer" aan elkaar te verbinden, worden de bestaande toeristische elementen versterkt. Erfgoed draagt bovendien bij aan kwaliteitstoerisme: toeristen zoeken authentieke ervaringen die hen verbinden met de cultuur, geschiedenis en tradities van de regio. Kwaliteitstoerisme trekt doorgaans oudere, hoger opgeleide bezoekers aan die bereid zijn meer te besteden. Blijven wonen Het speerpunt "blijven wonen" richt zich op het behoud van identiteit. Hierbij is het van belang dat elke kern haar eigen identiteit en karakter behoudt. De strategische visie streeft expliciet naar het behoud van historische panden, omdat erfgoed bepalend is voor het karakter van de gebouwde omgeving. Daarnaast is er aandacht voor een kwaliteitsimpuls van de ruimtelijke omgeving en het behoud van het groene karakter.

Dit groene karakter is essentieel voor zowel de kernen als het omliggende buitengebied met zijn kenmerkende landschapselementen zoals holle wegen, graften en plateaus.

17

2.3 Coalitieakkoord Het coalitieakkoord 2022-2026 bouwt voort op de uitgangspunten van de strategische visie 2013-2023 en eerdere beleidslijnen. De bestaande koers wordt gehandhaafd, terwijl flexibel wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen, zoals de invoering van de Omgevingswet. In het akkoord wordt opnieuw het belang benadrukt van het behoud van historische panden en het leggen van verbindingen tussen toeristische en recreatieve voorzieningen. Daarnaast wordt gewerkt aan een kwaliteitsimpuls voor de ruimtelijke omgeving en het behoud van het groene karakter. Het heuvelachtige buitengebied en het agrarische landschap worden gekoesterd en versterkt in samenwerking met agrariërs. Tot slot zet de coalitie in op een optimale dienstverlening voor inwoners, met behulp van moderne communicatiemiddelen. Dit is relevant voor het thema "verbeteren van de kwaliteit en duurzaamheid van erfgoed" en het thema "de beleving van erfgoed".

2.4 Regionaal Afstemmingskader Gemeentelijke Omgevingsvisies Parkstad Samen met de Parkstadgemeenten heeft Simpelveld een regionaal afstemmingskader ontwikkeld. Dit kader, vastgesteld op 9 februari 2023, bevat bouwstenen en uitgangspunten voor gemeentelijke omgevingsvisies. In dit kader spelen identiteit en kernkwaliteiten van de regio een centrale rol. De regio Zuid-Limburg is uniek, met een karakteristiek landschap van glooiende heuvels, holle wegen, graften en historische locaties zoals kastelen en kloosters. Erfgoedlocaties en hun omgeving worden beschermd en waar mogelijk hersteld. Deze elementen versterken de kwaliteit en identiteit van de regio, en hun aanwezigheid biedt kansen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

2.5 Betrokkenheid van de gemeenteraad Eind november 2024 is informatie over de uitgangspunten voor het op te stellen erfgoedbeleid gedeeld met de gemeenteraad. In januari 2025 is via een interactieve sessie (mentimeter) de erfgoedambitie van de raad gepeild. Hieruit blijkt een bovengemiddelde ambitie en breed draagvlak voor het behoud en de ontwikkeling van het cultuurhistorisch erfgoed.

2.6 Beleidslijnen Het erfgoedbeleid is gebaseerd op de volgende drie pijlers:  Het ambitieniveau en de visie van het gemeentebestuur.  Ontwikkelingen en regelgeving op nationaal niveau.  Lokale gegevens en karakteristieken van de gemeente. Deze onderdelen zijn verder uitgewerkt in drie beleidslijnen: 1. (H)erkennen van erfgoed. 2. Het behoud van de kwaliteit en het verbeteren van de duurzaamheid van erfgoed. 3. De beleving van erfgoed.

18

(h)erkennen van erfgoed

19

6. De bodemopbouw van de gemeente Simpelveld

20

3. (h)erkennen van erfgoed 3.1 Inleiding Hoewel de gemeente het liefst via bewustwording en draagvlakvergroting het behoud van erfgoed wil realiseren, richt deze paragraaf zich voornamelijk op de wijze van bescherming ervan. Tot voor kort gebeurde de bescherming van erfgoed vooral door de aanwijzing van rijksmonumenten op basis van de Monumentenwet/Erfgoedwet en gemeentelijke monumenten op grond van een gemeentelijke verordening. Het Rijk trekt zich echter steeds verder terug en vervult vooral een kaderstellende rol. Nieuwe rijksmonumenten worden slechts sporadisch aangewezen, waardoor de verantwoordelijkheid voor het beschermen van erfgoed in toenemende mate bij gemeenten komt te liggen. De beleidsbrief “Modernisering van de Monumentenzorg” en de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 hebben de aanpak van erfgoedbescherming veranderd. De beleidsbrief zet in op bescherming van erfgoed via bestemmingsplannen. Met de Omgevingswet worden gemeenten verplicht om een omgevingsplan vast te stellen waarin ook regels over ruimtelijk erfgoed worden opgenomen. Voordat erfgoed effectief beschermd kan worden, is een uitgebreide inventarisatie, selectie en waardering van het ruimtelijk erfgoed noodzakelijk. Deze paragraaf richt zich op de totstandkoming en diepgang van deze processen. Bescherming zal plaatsvinden via regels en voorwaarden in het omgevingsplan.

Het beschermen van erfgoed betekent niet dat er geen wijzigingen meer mogelijk zijn. Zolang de cultuurhistorische of monumentale waarden worden gerespecteerd, kunnen aanpassingen plaatsvinden. Bij vergunningsaanvragen wordt beoordeeld of deze waarden niet onevenredig worden aangetast. Indien dit wel het geval is, vindt een belangenafweging plaats, waarbij de belangen van de eigenaar worden meegewogen. Bescherming van erfgoed wordt maatwerk: er wordt niet meer beschermd dan strikt noodzakelijk is voor het behoud van cultuurhistorische waarden. In de volgende paragrafen wordt per erfgoedcategorie de voorgestelde bescherming uitgewerkt.

3.2 Aardkundige waarden Binnen de gemeente zijn met name terreinvormen en het reliëf van grote aardkundige waarde. Denk hierbij aan de overgang van hooggelegen plateaus via steile, stenige hellingen naar lager gelegen beekdalen, zoals dat van de Eyserbeek. Voor bescherming komen onder andere in aanmerking:  De hellingen  De voet van hellingen met dalwaaieruitspoelingen  De droogdalen  Holle wegen, ontstaan door natuurlijke uitspoeling Deze gebieden zijn aangegeven op de kaart in afbeelding 6. Daarnaast komen in de gemeente Simpelveld aardkundige verschijnselen voor die uniek zijn voor het Limburgse landschap, zoals dolines en bronnen. Dolines zijn instortingskraters of verzakkingen die ontstaan doordat kalksteen oplost door regenwater, wat ondergrondse holtes vormt die later instorten. Deze verschijnselen komen vooral voor in karstlandschappen, zoals het Heuvelland en delen van de Geulvallei. Bronnen ontstaan door kalkrijke lagen in de ondergrond. Water sijpelt door kalksteen en komt via natuurlijke breuken aan de oppervlakte. Voorbeelden van dergelijke bronnen in de regio zijn de “Bovenste Bron” en “Onderste Bron” nabij Simpelveld. Zowel dolines als bronnen zullen nog worden geïnventariseerd en vervolgens worden beschermd. Het omgevingsplan zal verbodsbepalingen bevatten voor activiteiten zoals afgravingen en ophogingen van de bodem of het reliëf.

In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken via een aanlegvergunning. *

21

7. De versierde binnenkant van de sarcofaag van de Dame van Simpelveld (bron: RMO).

8. Het cultuurlandschap van de gemeente Simpelveld

22

3.3 Archeologie Het eerste archeologiebeleid met archeologische beleidskaart is in 2007 opgesteld. De geactualiseerde versie, de Archeologische Verwachtings- en Beleidskaart Simpelveld, is op 19 december 2013 door de raad vastgesteld. De beleidskaart heeft als doel de archeologische waarde van verschillende gebieden in de gemeente in kaart te brengen en aan te geven waar archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij nieuwe ontwikkelingen of bouwprojecten. Na het opstellen van de archeologische beleidskaart is deze geïmplementeerd in de bestemmingsplannen van Simpelveld. Dit gebeurde als onderdeel van het bredere proces om archeologische waarden te integreren in de ruimtelijke ordening en cultureel erfgoed te beschermen. Alle vigerende bestemmingsplannen die momenteel deel uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan bevatten bepalingen met betrekking tot het archeologische bodemarchief. Omdat de gemeente als bevoegde overheid beslissingsbevoegdheid heeft over archeologische belangen binnen de ruimtelijke ordening, hebben de Parkstadgemeenten in 2011 een regioarcheoloog aangesteld. Sindsdien beschikt de gemeente over inhoudelijke archeologische kennis en expertise op het niveau van een KNA-senior-archeoloog (KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie). Het huidige archeologiebeleid van Simpelveld dateert uit 2018, terwijl de archeologische beleidskaart uit 2013 stamt.

Zowel het archeologische beleid als de bijbehorende kaarten zijn momentopnamen: ze weerspiegelen de stand van zaken op het moment van opstelling. Hierdoor is de kaart bij publicatie feitelijk al deels verouderd. Regelmatig worden in de gemeente nieuwe archeologische vondsten gedaan. Daarnaast worden er frequent archeologische onderzoeken uitgevoerd die meer inzicht geven in de wijze waarop het gebied door de mens is gebruikt. Nieuwe onderzoeksresultaten kunnen leiden tot aanpassingen van bestaande wetenschappelijke theorieën. Om deze ontwikkelingen bij te houden, wordt doorgaans na een periode van vijf jaar een evaluatie gemaakt van de archeologische kaart. Het is wenselijk om de archeologische kaarten vóór de inwerkingtreding van het definitieve omgevingsplan te actualiseren en te integreren in het nieuwe omgevingsplan.

3.4 Cultuurlandschap Het cultuurlandschap van Simpelveld is nauw verbonden met de bodemopbouw en het reliëf. In afbeelding 8 wordt de indeling van het cultuurlandschap in grote lijnen weergegeven. Deze indeling omvat de bebouwde kom en grasland in het beekdal van de Eyserbeek, bouwland op de (ontgonnen) plateaus, bos op de steile hellingen en bos of heide op de minder vruchtbare gronden van de plateaus. Voor deze gebieden zullen in het omgevingsplan regels worden opgenomen met betrekking tot het (historisch) grondgebruik, aangeduid als het werkingsgebied “waarde - behoud cultuurlandschap”. Op basis van deze regels zal het niet zonder meer toegestaan zijn om grasland om te zetten in akkerland of andersom. Dergelijke regels zijn niet alleen wenselijk vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar ook belangrijk om bodemerosie en de afspoeling van grond te voorkomen. Daarnaast zal het aanleggen van nieuwe wegen, paden en verhardingen binnen deze gebieden aan specifieke voorwaarden worden gebonden. Het hoog gewaardeerde cultuurlandschap krijgt daarnaast een signalerende en inspirerende functie, die in het omgevingsplan zal worden opgenomen. Hiermee kunnen suggesties worden gedaan ter versterking van de beleving van dit waardevolle cultuurlandschap. Het omgevingsplan zal in dat geval doorverwijzen naar een gebiedsbeschrijving met uitgangspunten voor behoud en ontwikkeling.

Bovendien zullen de afzonderlijke waardevolle elementen binnen de verschillende gebieden individueel worden beschermd. Dit betreft onder andere de historische infrastructuur, groen- en landschapselementen zoals meidoornhagen en graften, historische nederzettingslocaties, uitzichten en vergezichten. De genoemde elementen worden stuk voor stuk als waardevol of zeer waardevol beschouwd en zullen afzonderlijk worden beschermd. Omdat maatwerk centraal staat en inwoners niet onnodig belast willen worden met regels, is het in de meeste gevallen niet noodzakelijk om een integrale bescherming voor deze gebieden in het omgevingsplan te regelen.

23

9. Kaart met groen- en landschapselementen behorende bij het bestemmingsplan buitengebied

10. Alle monumentale bomen zijn te raadplegen via de website groene-parels-simpelveld

11. Kaart met cultuurhistorische elementen uit het groenstructuurplan 2022

12. De gegevens van de Provincie Limburg en Rijksdienst voor het cultureel erfgoed

24

3.5 Groen- en landschapselementen Hoewel deze paragraaf is aangeduid als “groen- en landschapselementen”, gaat het niet uitsluitend om elementen in het landschap, maar ook om landschapsgebieden, groepen en solitaire objecten. Deze aspecten krijgen, waar noodzakelijk en wenselijk, bescherming binnen het omgevingsplan. Er is al veel informatie beschikbaar. Zo is in 2005 een kaart opgesteld met landschapselementen, die onderdeel uitmaakte van het voormalige bestemmingsplan buitengebied. Deze landschapselementen waren destijds beschermd op basis van dat bestemmingsplan en zijn momenteel beschermd via het tijdelijke omgevingsplan. De inventarisatiekaart is echter niet meer actueel. In 2009? zijn alle monumentale bomen in de gemeente geïnventariseerd en via de website Groene Parels Simpelveld toegankelijk gemaakt. Deze bomen waren destijds beschermd via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en worden nu beschermd via het tijdelijke omgevingsplan. Het is noodzakelijk om al deze gegevens te controleren en aan te vullen met een cultuurhistorische waardering. Daarnaast is er veel data beschikbaar van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de provincie Limburg. Deze gegevens moeten worden geverifieerd en zodanig gedigitaliseerd dat ze in het omgevingsplan kunnen worden geïntegreerd. Tot slot is het groenstructuurplan in 2022 geactualiseerd.

Ook dit plan bevat een inventarisatie van groen- en landschapselementen, evenals cultuurhistorisch waardevolle elementen. Het uitgangspunt is het behoud van vastgestelde cultuurhistorische kenmerken en waarden in het landschap, waaronder groen- en landschapselementen, bomen en struiken. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk herstel en versterking van historische structuren en waardevolle gebieden. Landschapsgebieden, groen- en landschapselementen, en solitaire waardevolle bomen worden in het omgevingsplan aangeduid als het werkingsgebied “historisch waardevol groen”. Voor werkzaamheden aan historisch waardevol groen en landschap die verder gaan dan regulier onderhoud, is in principe een vergunning vereist. Om inwoners echter niet onnodig te belasten, wordt geprobeerd de vergunningsplicht te beperken tot strikt noodzakelijke gevallen. Bij een vergunningaanvraag wordt beoordeeld of werkzaamheden toelaatbaar zijn. Bij zeer waardevolle gebieden, elementen en objecten met een hoge mate van gaafheid, authenticiteit en historische betekenis wordt extra voorzichtig gehandeld, in tegenstelling tot jongere landschapselementen. Het uitgangspunt blijft het behoud van de vastgestelde cultuurhistorische kenmerken en waarden van de groene structuur en bomen.

Vanuit de bescherming in het omgevingsplan zal te zijner tijd worden doorverwezen naar een uitgebreidere beschrijving van de karakteristieken en waarden van het gebied, landschapselementen en andere waardevolle groenobjecten. Deze beschrijving zal prioritaire aanbevelingen en specifieke randvoorwaarden voor beheer en onderhoud bevatten. Zo blijft bijvoorbeeld het behoud van oude regionale variëteiten essentieel, en dienen heggen en houtsingels op traditionele wijze gesnoeid te worden. Bij zeer waardevolle groenelementen, die vaak zowel cultuurhistorische als ecologische waarden hebben, wordt aanbevolen om – net als bij gebouwen – voorafgaand aan planning en uitvoering een quickscan-onderzoek uit te voeren naar de waarden en vitaliteit van het groen. Voor een goed beheer en onderhoud is het van belang om eigenaren bewust te maken van de bijzondere waarde van hun eigendom. Het behoud en herstel van landschapselementen kan worden gestimuleerd door te verwijzen naar geldende subsidieregelingen, bijvoorbeeld van de provincie. Voor landschapsgebieden en landschapselementen die eigendom zijn van de gemeente heeft de gemeente een voorbeeldfunctie als het gaat om goed beheer en het versterken van de cultuurhistorische waarden.

3.6 Historische infrastructuur Hoewel de meeste elementen van de historische infrastructuur eigendom zijn van de gemeente en hogere overheden, zijn zelfs overheden niet altijd volledig op de hoogte van de historische waarden van wegen, paden, waterlopen, enzovoort. Dit geldt eveneens voor particuliere grondeigenaren. Om de historische infrastructuur te beschermen, wordt in het omgevingsplan een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Naast de cultuurhistorische waarden zullen in de tabel met waardevolle infrastructurele elementen ook aanbevelingen en randvoorwaarden worden opgenomen. Deze vormen gezamenlijk het toetsingskader voor het beoordelen van vergunningsaanvragen. Bij de meeste wegen is het wenselijk om alleen het historische tracé te behouden. Bij sommige wegen is echter ook het oorspronkelijke profiel nog aanwezig, zoals bij de holle wegen die de gemeente rijk is.

25

13. Overzichtskaart met de totale historische infrastructuur geprojecteerd op de ondergrond van de bodem

26

Daarnaast hebben bepaalde wegen nog hun historische verharding. In dergelijke gevallen is sprake van een hogere mate van gaafheid en herkenbaarheid, die zoveel mogelijk behouden dient te blijven. Voor historische waterstromen is doorgaans alleen de bescherming van het tracé van toepassing. Daarnaast worden enkele (drink)poelen aangemerkt als bijzondere elementen, waarvoor een bescherming op maat zal worden gekozen. In sommige gevallen kan het wenselijk zijn om verdwenen elementen of een tracé, zonder reconstructie, opnieuw zichtbaar of herkenbaar te maken. Bij de herinrichting van bijvoorbeeld straten of driesen in een historische nederzetting kan het wenselijk zijn de herinrichting te baseren op de historische situatie en daarbij de materialen hierop aan te passen. Hierdoor wordt de beleving van de historische nederzetting versterkt, zowel voor inwoners als voor toeristen. Met betrekking tot aanbevelingen en randvoorwaarden maken we onderscheid tussen:  het behoud van het historische tracé;  het behoud van het historische (weg)profiel, inclusief bermen en taluds van holle wegen;  het behoud van de historische verharding;  aanbevelingen voor het terugbrengen van de historische situatie en/of het gebruik van authentieke materialen.

3.7 Historische nederzettingsstructuren De oudste bebouwing van de kern Simpelveld en enkele omliggende gehuchten is gelegen in de nabijheid van de Eyserbeek, die wordt gevoed door de vele droogdalen in het gebied. De kern Simpelveld begon te groeien en bloeien nadat hier, waarschijnlijk aan het einde van de vroege Middeleeuwen, een vroenhof werd gevestigd. Simpelveld ontwikkelde zich als een straatdorp dat langs een helling is gebouwd. Bocholtz werd in de hoge Middeleeuwen ontgonnen (bosontginning) vanuit Simpelveld. De kern Bocholtz ligt direct in het dal en heeft een ruimere opzet. Het gebied tussen Simpelveld en Bocholtz is een mooi voorbeeld van een zogenaamde "Waldhüftsiedlung" ofwel een "boshoevenederzetting". Dit is een verkaveling in brede stroken waarbij aan de kop van elke strook een boerderij werd gebouwd. In Zuid-Limburg ontstonden dergelijke nederzettingen door systematische en geleide ontginning van bosgebieden. Tussen Simpelveld en Bocholtz vond de ontginning haaks op de weg of beek plaats. Op elk perceel werd op het punt waar het perceel de weg of beek ontmoette, een boerderij gesticht. Hierdoor ontstond een lijnvormig bewoningspatroon langs de beek en de parallel lopende weg. De boshoevenederzetting en de bijbehorende verkaveling zijn ook nu nog goed herkenbaar. Later werden ook de plateaus ontgonnen en ontstonden daar enkele gehuchten.

Kaartmateriaal kan dit beeld verder verduidelijken. De rond 1810 vervaardigde Tranchotkaart laat zien dat de bebouwing van de kern Simpelveld aan beide zijden van de Eyserbeek lag, die van zuidoost naar noordwest door de gemeente stroomt. De bebouwing van de kern Bocholtz concentreerde zich rond een kruising van onverharde wegen. Naast deze twee kernen van bescheiden omvang bevonden zich binnen de gemeentegrenzen enkele gehuchten en buurtschappen van nog kleinere schaal. Ten zuiden van Bocholtz lag Vlengendaal, en ten westen lagen Bocholtzerheide en Baneheide. Aan de westzijde van Simpelveld ligt het gehucht Bosschenhuizen en aan de noordzijde Molsberg. Verder bevond zich aan de noordzijde van Simpelveld enige verspreide bebouwing. Tussen het einde van de 19e eeuw en 1940 vonden aanzienlijke veranderingen plaats, mede door de aanleg van de spoorlijn. In Simpelveld trad een duidelijke verdichting op, met vrijwel aaneengesloten bebouwing langs zes straten. Aan het einde van de 19e eeuw werden ook twee kloosters gebouwd. Bocholtz vertoonde een vergelijkbaar beeld, met verdichting langs diverse straten. De omvang van de bebouwing in gehuchten, buurtschappen en verspreide bebouwing bleef grotendeels ongewijzigd, met uitzondering van het gehucht Baneheide, dat licht groeide. De grootste verdichtingen van de kernen vonden echter plaats na 1960.

In Simpelveld werd tussen 1960 en 1970 de ruimte tussen de Bulkemstraat en de Stampstraat volgebouwd. Ook het gebied ten zuiden van de Kloosterstraat, begrensd door de spoorlijn, de Schiffelderstraat en het Oranjeplein, werd ingevuld. Aan het eind van de jaren zestig begon de bebouwing op de helling ten noorden van de Stampstraat. Eind jaren zeventig was dit gebied, bekend als Hulserveld, volledig bebouwd. In de jaren zeventig werd ook het gebied ten zuiden van klooster Loreto ingevuld met woningen. Aan het einde van de jaren tachtig werd het driehoekige gebied bij Baaks/Sweijer, ten oosten van de Rolduckerweg, ontwikkeld.

27

14. Verandering en uitbreiding van de kernen en gehuchten

28

Tussen 2000 en 2020 zijn nog woningen gebouwd in de driehoek ten zuiden van de Molsberg en ten noorden van de Rolduckerweg, evenals in de gehuchten Rode Put en Huls. Voor het overige vond in deze periode vooral verdichting van de bestaande bebouwingsstructuren plaats. De bebouwing van de kern Bocholtz bestond aanvankelijk uit lintbebouwing langs een aantal straten, met een concentratie van bebouwing rond de kerk. Tot halverwege de jaren zestig vond voornamelijk verdichting plaats van de bestaande lintbebouwing. Daarna werd de eerste echte uitbreiding gerealiseerd, aan de noordzijde van de Julianastraat en de westzijde van de Schoolstraat. In de jaren zeventig werd het aansluitende gebied aan de oostzijde tot aan de Steenberg(straat) bebouwd. In dezelfde periode werd het gebied tussen de Minister Ruijsstraat, de Herver, de Baan en de spoorlijn aan de zuidzijde ontwikkeld. Ook werd het westelijke gebied tussen de Wilhelminastraat, Emmastraat, Overhuizerstraat en Minister Ruijsstraat bebouwd. In de jaren tachtig werd het oostelijke deel van dit blok verder ingevuld. Vanaf de jaren negentig was er geen ruimte meer voor uitbreidingen aan de noordzijde van het spoor. Eind jaren tachtig werd gestart met bescheiden bebouwing ten zuiden van het spoor, aan de Wijngracht en de Nachtegaal.

Tussen 1990 en 2000 werd de wijk Kerkeveld gerealiseerd, ten noorden van de Heistraat, ten westen van het spoor en ten zuiden van de Groeneweg. Het gehucht Baneheide werd eind jaren zestig uitgebreid in de driehoek Baneheide-N281-Plateweg. Verder vond er verdichting plaats langs bestaande bebouwing en wegen. Bochholtzerheide werd uitgebreid langs de bestaande wegen, waardoor de bebouwing bijna aansluit op Bocholtz. Het gehucht Vlengendaal kende een aanzienlijke verdichting, vooral aansluitend aan de kern van Bocholtz, direct ten zuiden van de spoorlijn. Hoewel de bebouwing langs de bestaande wegen in de gehuchten Zandberg, Prickart, Broek en Waalbroek enigszins is verdicht, is de omvang van deze gehuchten nauwelijks veranderd. Dit deel van de gemeente is het meest authentiek bewaard gebleven. Ten noordwesten van Waalbroek en ten zuiden van de spoorlijn aan de Bocholzerweg ontstond in de jaren tachtig een klein bedrijventerrein. Dit bedrijventerrein sluit aan op de voormalige steenfabriek en het depot en de werkplaats van de ZuidLimburgse Stoomtrein Maatschappij. De gehuchten Rode Put, Baaks, Sweijer, In de Gaas en Hulsveld zijn opgeslokt door de uitbreidingen van de kern Simpelveld.

Huls heeft een sterke verdichting en uitbreiding langs het bestaande bebouwingslint doorgemaakt en is door de ontwikkelingen in het Hulserveld inmiddels verbonden met Simpelveld, al blijft het als lint herkenbaar. Dit geldt in mindere mate ook voor het gehucht Molsberg, dat door uitbreidingen van Simpelveld aan de noordzijde van de Rolduckerweg inmiddels grenst aan de bebouwing van Simpelveld. De gehuchten Hondsrug, Boschenhuizen en Bulkemsbroek hebben nauwelijks veranderingen ondergaan. Bij een uit te voeren inventarisatie is het belangrijk te onderzoeken welke delen van de kernen en gehuchten nog herkenbaar zijn en waar de historische structuur en inrichting van het gebied behouden is gebleven. Het is wenselijk om de historische karakteristiek van deze gebieden waar mogelijk te behouden en waar nodig te beschermen. Hierbij gaat het om het behoud van de historische stedenbouwkundige structuur en de karakteristieke, vaak ingetogen architectuur. Ook kan de toekomstige inrichting van dergelijke gebieden geïnspireerd worden op de historische situatie. De eventuele bescherming van deze historische nederzettingsstructuren en stedenbouwkundige ensembles vereist maatwerk. Per gebied zullen de karakteristieken en waarden worden vastgelegd om de cultuurhistorische waarden te behouden en te versterken.

Deze gebieden krijgen in het omgevingsplan de aanduiding of het werkingsgebied “waardevol gezicht of ensemble”. Daarnaast is het mogelijk en wenselijk om geselecteerde zeer waardevolle nederzettingsstructuren aan te wijzen als gemeentelijk dorpsgezicht. Het belangrijkste doel hiervan is om inwoners bewust te maken van de bijzondere waarden van deze gebieden en hen te stimuleren hier zorgvuldig mee om te gaan. De meest bijzondere onderdelen in het gebied zullen een specifieke bescherming krijgen. Dit betreft onder andere waardevolle gebouwen, kleine gebouwde elementen zoals kruisen en kapellen, beeldbepalende bomen, waardevol groen en andere karakteristieke elementen.

29

15. Vakwerk Weiweg 2 te Bocholtz

16. Restant vakwerk Prickart 59 Bocholtz

17. Kunradersteen Wilhelminastraat 4 Bocholtz

18. Kunradersteen Vlengendaal 87 Bocholtz

19. Decostucwerk Dorpstraat 22 Simpelveld

20. Wilhelminastraat 40 en 42 Bocholtz

21. Huize Damiaan in Simpelveld

22. Chaletarchitectuur Pastoriestraat 9 Simpelveld

30

Voor de overige onderdelen van het gezicht of ensemble worden voorschriften ontwikkeld die de onderlinge ruimtelijke historische samenhang, de belevingswaarde en het historische beeld beschermen en versterken. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:  Openbare ruimte: Bij herinrichting wordt de inrichting van de openbare ruimte afgestemd op de cultuurhistorische karakteristiek van het gebied.  Welstandsniveau: Voor gebieden met de aanduiding of het werkingsgebied “waardevol gezicht of ensemble” geldt een verhoogd welstandsniveau. Ontwikkelingen worden getoetst aan de karakteristieke eigenschappen van het gebied.  Sloopvergunning: Het slopen van gebouwen en bouwwerken wordt vooraf getoetst via een omgevingsvergunning, om te waarborgen dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast.

3.8 Gebouwen en gebouwde objecten Inleiding De gemeente Simpelveld heeft in het verleden nog geen panden of objecten aangewezen tot gemeentelijk monument. Ook was er in de voormalige bestemmingsplannen geen bescherming van panden opgenomen. Toch heeft de gemeente, zoals blijkt uit de strategische visie en het coalitieakkoord, de ambitie om historische panden te behouden. Om dit te realiseren, is het noodzakelijk deze panden actief te beschermen. De uitdaging ligt echter in het bepalen welke historische panden hiervoor in aanmerking komen. Van oorsprong bestond de bebouwing in Simpelveld vooral uit agrarische gebouwen. Tot ongeveer halverwege de negentiende eeuw waren dit voornamelijk vakwerkgebouwen, die nog steeds op diverse plekken in de gemeente te vinden zijn. Voornamere panden werden vaak opgetrokken uit baksteen of uit de karakteristieke, lokaal gewonnen Kunradersteen. Daarnaast kende de gemeente eind 19e eeuw en begin 20e eeuw een modetrend, afkomstig uit Duitsland, waarbij gebouwen werden voorzien van decoratief pleisterwerk met klassieke elementen. Tot slot zijn er enkele gebouwen met bijzondere vormgeving, specifieke architectuurstijlen of een unieke historische functie. Deze gebouwen en objecten bieden een staalkaart van de ontwikkelingsgeschiedenis van Simpelveld en komen als zodanig in aanmerking voor bescherming.

Het betreft gebouwen en objecten:  opgetrokken in streekeigen vakwerk of met restanten van vakwerk;  opgetrokken in streekeigen Kunradersteen;  voorzien van decoratief stucwerk, kenmerkend voor de modetrend rond 1900;  met een bijzondere vormgeving of architectuur;  met een bijzondere historische functie. Bij de inventarisatie, selectie en waardering van gebouwen wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën op basis van hun cultuurhistorische en architectonische kwaliteit, wat tevens leidt tot een differentiatie in beschermingsniveaus. Beschermingsniveaus  Panden of objecten met hoge en zeer hoge waarden (monumentaal): Deze kunnen worden aangewezen als gemeentelijk monument of krijgen een bescherming die daarmee gelijkwaardig is.  Panden of objecten met een positieve waarde (beeldbepalend): Hoewel ze niet de kwaliteiten van een gemeentelijk monument hebben, zijn deze panden in historische en ruimtelijke zin van belang.  Panden en objecten met basiswaarden (beeld- of ruimtelijk ondersteunend): Deze panden hebben een ondersteunende rol binnen het historische straatbeeld of landschap. Bescherming hoeft echter niet altijd te betekenen dat een pand formeel wordt aangewezen als gemeentelijk monument. Voor beeldbepalende en beeld-ondersteunende panden kan ook een beperktere planologische bescherming worden toegepast.

Panden en objecten met hoge en zeer hoge waarden (monumentaal) De panden en objecten met hoge en zeer hoge waarden zijn in hoge mate gaaf en authentiek bewaard gebleven. Ze beschikken over kwaliteiten en waarden die op lokaal niveau vergelijkbaar zijn met die van rijksmonumenten en zijn daardoor in hun geheel beschermenswaardig.

31

23. Voorbeeld van een beschrijving en maatwerkbescherming van een pand

32

Het is gebleken dat er nog een groot aantal panden aanwezig zijn die geen enkele vorm van bescherming genieten, maar wel van groot belang zijn voor de historie en het karakter van de kernen en gehuchten van Simpelveld. Omdat deze panden niet beschermd zijn, kan de eigenaar zonder belemmering een sloopvergunning aanvragen, en moet een dergelijke vergunning op dit moment worden verleend. Hierdoor wordt een aantal historisch belangrijke panden in Simpelveld mogelijk bedreigd. Om dit te voorkomen, is het wenselijk om op korte termijn, in samenwerking met de heemkundevereniging, een lijst op te stellen van bedreigd erfgoed. Deze lijst kan dienen als basis om waardevolle panden en objecten te identificeren en prioriteiten te stellen voor bescherming. Voordat tot daadwerkelijke bescherming in de vorm van aanwijzing tot gemeentelijk monument kan worden overgegaan, is het noodzakelijk om in de Verordening fysieke leefomgeving bepalingen voor de bescherming van erfgoed op te nemen. De raad zal hierover een besluit moeten nemen. Door dit proces te initiëren, kan het waardevolle erfgoed van Simpelveld beter worden behouden en beschermd tegen onomkeerbare veranderingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=5087af5c-f8dd-45a8-bb47-67d29079b249