CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Bijlage 1 Erfgoedvisie 2025-2031

Commissie BZ-MID-GGZ 29 januari 2026, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 26-06 Erfgoedvisie 2025-203120.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Panden en objecten met positieve waarden (beeldbepalend) De panden en objecten met positieve waarden zijn historisch en ruimtelijk van groot belang voor de beleving van de historische nederzettingsstructuren en het cultuurhistorisch waardevolle landschap. Hoewel deze panden en objecten een mindere mate van gaafheid en authenticiteit hebben dan die met (zeer) hoge waarden, blijven ze door hun historische verschijningsvorm, architectuur, gevelindeling en gevelornamenten van cultuurhistorische waarde. Veelal zijn originele details verloren gegaan door aanpassingen zoals het vervangen van ramen of wijzigingen in de indeling. Desondanks zijn de hoofdvormen en het historische gevelbeeld in de meeste gevallen nog in redelijke staat bewaard gebleven. Dit maakt behoud, herstel en versterking van deze elementen wenselijk. Voor deze categorie geldt dat behoud gericht is op het ruimtelijk historisch gevelbeeld en/of de hoofdvormen van de gebouwen. De aan deze kwalificatie te koppelen regelgeving kan ervoor zorgen dat alleen de buitenzijde van het gebouw beschermd wordt. Bij sloop is een vergunning vereist, zowel voor het gehele gebouw als voor specifieke onderdelen ervan. Het uitgangspunt hierbij is om het gebouw of de kenmerkende onderdelen te behouden.

Bij verbouwing, aanbouw, schilderwerk of andere wijzigingen aan een karakteristiek gebouw kunnen in principe dezelfde regels gelden als voor andere gebouwen. Echter, een specifieke toetsing aan de historische karakteristiek en beeldbepalende functie van het pand is noodzakelijk om de cultuurhistorische waarden te waarborgen en te versterken. Panden en objecten met basiswaarden (beeld ondersteunend) De panden met basiswaarden hebben een ondersteunende rol binnen het cultuurhistorische geheel. Hoewel ze individueel minder uitzonderlijke historische of architectonische waarde hebben, zijn ze van belang voor de samenhang en beleving van de historische kernen en het waardevolle cultuurlandschap. Deze gebouwen versterken de uitstraling en het karakter van een historisch ensemble en dragen bij aan de herkenbaarheid en authenticiteit van het gebied. Voor deze categorie ligt de nadruk op het behoud van de bestaande bouwmassa en de belangrijkste ruimtelijke kenmerken, zoals goothoogte, dakvorm en dakrichting. Ook het kleur- en materiaalgebruik van gevels en daken speelt een belangrijke rol in het visuele en historische samenspel met de omgeving. Hoewel er bij deze panden minder strikte regels gelden dan bij panden met hogere waarden, is het wenselijk om richtlijnen op te stellen die zorgen voor een consistent en harmonieus straat- en landschapsbeeld.

Deze richtlijnen kunnen bijvoorbeeld bepalen dat wijzigingen of herstellingen qua materialen, kleuren en vormgeving aansluiten bij de bestaande bouw en de omliggende cultuurhistorische omgeving. Zo blijft de ruimtelijke en historische samenhang van de omgeving behouden en versterkt. Maatwerk bescherming Hierboven zijn de globale uitgangspunten voor de bescherming van de bovengenoemde categorieën aangegeven. De bescherming is echter maatwerk. In het omgevingsplan kunnen slechts algemene uitgangspunten per categorie worden vastgelegd. Voor het maatwerk is het wenselijk om op een later tijdstip voor elk pand een (korte) beschrijving te maken, waarin de monumentale waarden worden omschreven en gemotiveerd waarom een pand voor bescherming in aanmerking komt. Daarnaast worden in de beschrijving de waardevolle elementen en specifieke uitgangspunten voor wijzigingen opgenomen. Deze beschrijving, die in juridische zin wordt gekoppeld aan de regels in het omgevingsplan, schept duidelijkheid en rechtszekerheid voor de eigenaar en vormt een toetsingskader voor de gemeente. In afbeelding 23 is een voorbeeld van een maatwerkomschrijving weergegeven.

33

Bouwhistorische verwachting en te verwachten monumentale waarden in het interieur Naast de waardering van bouwwerken is het in sommige gevallen wenselijk en relevant om een bouwhistorische verwachting toe te kennen aan panden en objecten. Dit biedt inzicht in mogelijke historische elementen binnen panden die niet als gemeentelijk monument zijn aangewezen en waarvan het interieur daarom niet automatisch beschermd is. Door historisch kaartmateriaal en uiterlijke kenmerken van gebouwen te bestuderen, kunnen aanwijzingen worden gevonden die wijzen op verborgen bouwhistorische waarden. Denk hierbij aan: oude kelders, schouwen, en historische constructieonderdelen zoals vakwerk balklagen en kapconstructies. Als een pand met een bouwhistorische verwachting wordt verbouwd, kan de gemeente: 1. Inspectie uitvoeren: Een bezoek brengen om te beoordelen of er waardevolle historische elementen aanwezig zijn. 2. Bewustwording creëren: Met de eigenaar in overleg treden om de waardevolle onderdelen onder de aandacht te brengen. 3. Motiveren tot behoud: Eigenaars informeren over de historische betekenis en hen aanmoedigen zorgvuldig met deze onderdelen om te gaan. Waar mogelijk kunnen praktische richtlijnen en advies worden gegeven.

Door bouwhistorische verwachtingen toe te kennen en bewustwording te stimuleren, wordt niet alleen de zichtbare maar ook de verborgen historie van de gemeente Simpelveld gekoesterd. Dit sluit aan bij de ambitie om het cultureel erfgoed integraal te behouden en respectvol te behandelen. Beschermingszone Rijksmonumenten zijn beschermd op grond van de Erfgoedwet. Wijzigingen in de omgeving van een rijksmonument kunnen echter ook de visuele historische beleving en waarden van het monument aantasten. Dit geldt eveneens voor de panden die door de gemeente in het omgevingsplan worden beschermd. Om deze reden is het wenselijk om in het omgevingsplan, afhankelijk van de aard en de situatie van het rijksmonument of gemeentelijk beschermde pand, een “beschermingszone” te creëren om visuele aantasting van het pand of object te voorkomen.

25. Klein erfgoed: de zwingelput te Huls Simpelveld foto Chris Willems

24. Klein erfgoed: het grenskruis op de oude Bocholtzerweg te Bocholtzerheide

3.9 Klein gebouwd erfgoed 34

Naast woningen, boerderijen en andere gebouwen is er ook klein erfgoed dat van waarde is. Dit omvat kruisen, kapellen en andere kleine gebouwde elementen, zoals tuinmuren, straatmeubilair (bijvoorbeeld pompen) en bakhuisjes. Hoewel niet al deze elementen even waardevol zijn, vormen zij wel karakteristieke onderdelen van de dorpen en het landschap. Om deze reden zijn zij behoudenswaardig. Sommige objecten onderscheiden zich door een uitzonderlijk hoge mate van gaafheid en authenticiteit. In het omgevingsplan worden voorschriften opgenomen om het behoud van deze elementen te waarborgen. Waar nodig zal maatwerk worden toegepast om de authenticiteit van deze objecten te beschermen.

3.10 Bewustwording en draagvlak Het belangrijkste instrument voor het behoud van erfgoed blijft het creëren van bewustwording en draagvlak bij inwoners en eigenaren van erfgoed. Veel erfgoed wordt niet als zodanig herkend en als vanzelfsprekend ervaren. Inwoners zijn zich niet altijd bewust van de bijzondere kwaliteiten die erfgoed met zich meebrengt. Vaak ontstaat het besef pas wanneer één of meerdere belangrijke historische gebouwen of andere relicten verdwenen zijn. Maar tegen die tijd is het meestal te laat, want: “weg is weg”. De afgelopen jaren is zowel in maatschappelijk als in politiek opzicht een kentering merkbaar in de waardering voor erfgoed. Nu meer mensen hun vrije tijd doorbrengen in de directe woon- en leefomgeving, groeit ook de aandacht voor de kwaliteit en identiteit van die omgeving. De historische belevingswaarde speelt een belangrijke rol in het gevoel van thuis zijn in een omgeving. Cultuurhistorische waarden kunnen bijdragen aan het versterken van de eigen identiteit van een dorp of kern. “Het vertellen van het verhaal van de plek en haar geschiedenis is essentieel om onze trots door te geven aan de jeugd.” Dit verhaal kan worden gekoppeld aan en gevisualiseerd door middel van het rijke erfgoed van de gemeente Simpelveld.

In het kader van dit erfgoedbeleid en de opstelling van een omgevingsplan zal het volledige ruimtelijke erfgoed van Simpelveld worden geïnventariseerd, geselecteerd en gewaardeerd. De inventarisatie en bijbehorende waardenkaarten zullen talrijke elementen bevatten die gebruikt kunnen worden om het erfgoed te visualiseren. In samenwerking met de plaatselijke heemkundevereniging kunnen deze kaarten verder worden ontwikkeld en ontsloten, waarbij de verhalen van Simpelveld worden gekoppeld aan het fysieke erfgoed. Voor het overbrengen van de verhalen van Simpelveld aan de inwoners is het wenselijk een communicatie- en marketingstrategie op te stellen. Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken, is het belangrijk moderne en toegankelijke middelen in te zetten, zoals plaatselijke bladen, lokale televisie en online platforms (Facebook, Instagram, enzovoort). Het genereren van interesse en draagvlak vraagt om herhaling. Net als bij reclame is het een kwestie van regelmatig onder de aandacht brengen voordat daadwerkelijk interesse ontstaat.

3.11 Consequenties van de bescherming Het is een veelvoorkomende misvatting dat aan beschermd erfgoed niets meer mag worden veranderd. Deze veronderstelling is echter onjuist. Veranderingen aan een beschermd pand zijn toegestaan, mits de monumentale waarden van het pand worden gerespecteerd. In sommige gevallen is het aanpassen van een beschermd pand zelfs wenselijk. Hedendaagse erfgoedzorg streeft namelijk naar een functioneel gebruik van erfgoed, omdat dit de beste garantie biedt voor de instandhouding ervan. Dit houdt in dat verantwoorde aanpassingen die bijdragen aan de functionele bruikbaarheid van een beschermd pand mogelijk moeten zijn, zolang deze passen binnen de monumentale waarde. In de praktijk blijken de belangen van erfgoedeigenaren en de gemeente vaak niet tegengesteld te zijn. Het behoud van de monumentale waarden van waardevolle panden is van maatschappelijk belang. Bovendien hebben de meeste eigenaren van dergelijke panden in het verleden al aangetoond op zorgvuldige wijze met de monumentale waarden om te gaan. Was dit niet het geval geweest, dan zouden de waarden van het object verloren zijn gegaan en zou het pand niet in aanmerking zijn gekomen voor bescherming. Eigenaren van historische panden mogen trots zijn op hun bezit.

De verbondenheid met hun pand zorgt er doorgaans voor dat zij gemotiveerd zijn om het in goede staat te houden, wat zowel in hun persoonlijk als economisch belang is. De primaire verantwoordelijkheid voor de instandhouding van beschermde panden ligt dan ook bij de eigenaren zelf. Bescherming van een waardevol pand impliceert niet dat de gemeenschap een morele verplichting heeft om de instandhouding van het pand financieel of anderszins op zich te nemen.

35

26. Via de website van de stichting ERM is veel praktische informatie over verduurzaming van monumenten te verkrijgen

36

3.12 Consequenties voor duurzaamheid De zorg voor erfgoed heeft raakvlakken met diverse beleidsterreinen, zoals toerisme, beheer van de openbare ruimte, groen en landschap, en ruimtelijke kwaliteit. Veel van deze raakvlakken zijn reeds in deze nota besproken. Een belangrijk nieuw beleidsveld is echter duurzaamheid. Omdat er een schijnbare tegenstelling lijkt te bestaan tussen erfgoed en duurzaamheid, worden de verbanden tussen beide beleidsvelden hieronder verder uitgewerkt. Duurzaamheid wordt vaak geassocieerd met energiebesparing en het opwekken van duurzame energie, bijvoorbeeld door zonnepanelen of windmolens. Dit leidt soms tot de indruk dat duurzaam bouwen en monumentenzorg niet samengaan. Monumenten zijn immers niet van nature energiezuinig. Toch is duurzaamheid veel meer dan alleen energieprestaties. Duurzaamheid is van alle tijden. Onze voorouders bouwden al volgens principes die wij nu als duurzaam beschouwen. Monumenten hebben hun duurzaamheid bewezen; ze bestaan immers al decennialang, soms eeuwen. Wat monumenten en historische gebouwen bijzonder duurzaam maakt, zijn de gebruikte materialen en constructiemethoden. Deze gebouwen zijn vaak ontworpen om lang mee te gaan en kunnen goed tegen een stootje. Dit beperkt zowel de afvalstroom als de vraag naar nieuwe grondstoffen.

Daarnaast lenen hun materialen zich uitstekend voor hergebruik, en zijn deze gebouwen vaak goed aanpasbaar voor nieuwe functies. Bovendien werden de materialen van monumenten geproduceerd in een tijdperk waarin energie voornamelijk afkomstig was van menskracht of biobrandstoffen zoals hout. Hierdoor was de uitstoot van CO₂ tijdens de productie vrijwel nihil. Traditionele bouwmaterialen, zoals natuursteen en hout, gaan vaak veel langer mee dan moderne alternatieven. Dit zorgt ervoor dat de milieueffecten van deze materialen worden uitgesmeerd over een veel langere periode, waardoor hun ecologische voetafdruk relatief klein is. Energiezuinige monumenten: het kan! Wie aan energiezuinigheid denkt, denkt vaak aan het zelf opwekken van warmte of elektriciteit via zonne-energie. Toch gaat hier een belangrijke stap aan vooraf: het verminderen van het energieverbruik. Dit is de meest effectieve manier om kosten te besparen en tegelijkertijd het milieu te helpen. Energiezuinigheid en monumenten lijken op het eerste gezicht moeilijk te verenigen, maar in de praktijk is het zeker mogelijk. Het combineren van goed monumentenbehoud met aanpassingen aan hedendaagse gebruiks- en comfortwensen wordt vaak als een uitdaging gezien. Monumenten hebben qua prestaties op het gebied van gebruikscomfort en duurzaamheid vaak te maken met een negatief imago.

Initiatieven voor isolatie stuiten regelmatig op bezwaren vanuit monumentenzorg, terwijl nieuwe energiezuinige technieken en installaties vaak niet eenvoudig inpasbaar lijken. Door de beschermde status van monumenten is sloop of vervanging echter geen optie. Bij monumenten is meestal geen gebruik gemaakt van moderne isolatietechnieken of -materialen. De gebouwschil (zoals vloeren, buitenmuren, vensters, deuren en daken) houdt warmte vaak slecht vast, en verouderde verwarmingsinstallaties of ontoereikende elektrasystemen vergroten het ongemak. Bovendien lijken de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking, zoals zonne- of windenergie, beperkt. Technieken als bodemwarmtebenutting en lage temperatuurverwarming zijn vaak nog niet toegepast. Thermische verbetering van de gebouwschil biedt kansen, maar standaardoplossingen zijn meestal niet toepasbaar vanwege de eisen rondom behoud van het historische beeld en materiaalgebruik. Toevoeging van isolatielagen kan bovendien bouwfysische risico's met zich meebrengen, zoals vochtproblemen door condensvorming. Toch kan met de juiste kennis en expertise (op het gebied van monumentenbehoud, bouwfysica en installatietechniek) vaak een aanzienlijke milieuwinst en energiebesparing worden gerealiseerd. Er is inmiddels veel ervaring opgedaan met verduurzamingsmaatregelen binnen monumenten.

De mogelijkheden worden daarbij telkens bepaald door het specifieke gebouw. Door slimme aanpassingen of vervanging van installaties kan de energie-efficiëntie vaak aanzienlijk worden verhoogd. Ook duurzame energieopwekking, zoals zonnepanelen op een niet-zichtbare plek, behoort in veel gevallen tot de mogelijkheden. Praktische informatie over verduurzaming van monumenten is beschikbaar via de website van de Stichting ERM en via informatiedocumenten van IBA Parkstad. In hoofdstuk 4.3 wordt verder ingegaan op de kwaliteitsverbetering van erfgoed door middel van proactieve informatievoorziening aan erfgoedeigenaren en het leveren van maatwerk. Duurzaamheid en energiemaatregelen spelen hierbij een belangrijke rol.

37

27. De mogelijkheden tot plaatsen van zonnepanelen zijn door de RCE verruimd. In deze afbeelding zijn de mogelijkheden aangegeven. Er wordt altijd gezocht naar oplossingen die het monument of beschermde gezicht zo weinig mogelijk visueel aantasten

28. Voorbeeld van een oplossing van zonnepanelen op een niet monumentaal bijgebouw

29. Voorbeeld van verdiept aangelegde zonnepanele in een waardevol en kwetsbaar groengebied

Zonneweides en windmolens in het heuvellandschap In het kader van de energietransitie en de stijgende energieprijzen wordt het steeds noodzakelijker om zonnepanelen te plaatsen. Hoewel windmolens en zonneweides een belangrijke rol spelen in de energietransitie, hebben ze vaak een aanzienlijke impact op het landschap. In de regio rondom de gemeente Simpelveld, zoals op het grensoverschrijdende Avantis tussen Heerlen en Aken en direct over de grens bij Bocholtz, zijn al windmolens geplaatst. Binnen de gemeente Simpelveld zelf zijn momenteel nog geen windmolens aanwezig. Wel is er een zonneweide geplaatst op het voormalige stort aan de Preutersweg ten noorden van Bocholtz (nabij het tankstation Tienbaan aan de A76). Het Zuid-Limburgse Heuvelland is een bijzonder en kwetsbaar landschap dat zowel door toeristen als inwoners zeer wordt gewaardeerd. Simpelveld profiteert van deze toeristische aantrekkingskracht en het unieke landschap draagt bij aan de kwaliteit van leven voor haar inwoners. Daarom is het belangrijk dit landschap zoveel mogelijk te behouden. Windmolens en zonneweides kunnen echter een negatief effect hebben op het waardevolle heuvellandschap. 38

Om deze reden is het noodzakelijk terughoudend te zijn met het plaatsen van dergelijke installaties in de gemeente. Uit een inventarisatie en waardering van het landschap zal moeten blijken waar windmolens en zonneweides mogelijk toelaatbaar zijn. De zonneweide op het voormalige stort aan de Preutersweg is gelegen op de heuvel en omzoomd met bomen waardoor dit niet inzichtelijk is. Over het algemeen zijn grote zonneweides echter onwenselijk in het inzichtelijke cultuur- en heuvellandschap vanwege de visuele impact, het verlies van waardevolle landbouwgrond en de beschikbaarheid van alternatieve locaties, zoals daken van bedrijfsgebouwen. Het gebruik van zonnepanelen op (grote) daken, met name van bedrijfspanden, wordt daarom actief gestimuleerd. Zonnepanelen op monumenten en karakteristieke panden en in waardevolle gebieden Het aanbrengen van zonnepanelen op rijksmonumenten en karakteristieke panden kan nadelige gevolgen hebben voor de monumentale verschijningsvorm van deze gebouwen. Dit geldt ook voor zonnepanelen op panden die gelegen zijn op zichtbare locaties in het waardevolle heuvellandschap, waar het dakenlandschap een belangrijk onderdeel vormt van de omgeving. Om dit te reguleren, is het noodzakelijk om voor het plaatsen van zonnepanelen op waardevolle panden en in waardevolle gebieden een omgevingsvergunning te eisen.

Versoepeling richtlijnen rijksdienst | De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft richtlijnen opgesteld die bepalen wanneer zonnepanelen op monumenten, waardevolle panden en in beschermde gebieden toelaatbaar zijn. In het kader van de energietransitie zijn deze richtlijnen versoepeld. Waar voorheen zonnepanelen in het zicht niet werden toegestaan, is dit nu onder voorwaarden wel mogelijk. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:  Alternatieven op minder zichtbare locaties op het pand of perceel zijn overwogen, maar leveren geen rendabele installatie op.  De energieopwekking is bedoeld voor eigen gebruik, en er wordt geen waardevol groen gekapt om de bezonning te verbeteren.  Het ontwerp van de installatie is zorgvuldig en voorkomt een onevenredige visuele verstoring van het monument of zijn omgeving. Dit houdt onder andere in: o Historische dakelementen zoals schoorstenen, dakkapellen en decoraties blijven behouden. o De panelen worden in een rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd dat ondergeschikt blijft aan de hoofdvorm van het dak en de aanwezige elementen. o De panelen hebben een kleur die zoveel mogelijk aansluit bij het dak en vermijden hinderlijke patronen, reflectie of opvallende randen. o Maximale energieopbrengst mag niet ten koste gaan van de monumentale waarden.

o Bijzondere daken, beschermde stads- en dorpsgezichten, gebouwen binnen complexmonumenten en historische buitenplaatsen hebben specifieke aanvullende uitgangspunten. Zonnepanelen zijn niet toegestaan op:  Daken met een bijzondere vorm, zoals ronde of spitse daken, of met bijzondere materialen zoals riet, leien, metalen of zeldzame dakpannen.  Daken met decoratieve patronen in de dakbedekking.  Daken binnen beschermde stads- en dorpsgezichten die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte.  Hoofdgebouwen van historische buitenplaatsen en zichtbare bijgebouwen binnen de parkaanleg. Reversibele plaatsing | Wanneer toestemming wordt gegeven voor het plaatsen van zonnepanelen op waardevolle panden, dient de installatie reversibel te zijn. Dit betekent dat de zonnepanelen los boven de dakbedekking worden geplaatst, zodat geen schade ontstaat aan de historische dakpannen. Zonnepanelen hebben immers een beperkte levensduur en kunnen in de toekomst worden vervangen door betere toepassingen. Ontwikkelen van beleid voor zonnepanelen | Het is belangrijk om, mede in het kader van de energietransitie en de versoepelde richtlijnen van de Rijksdienst, een beleid te ontwikkelen dat ruimte biedt voor zonnepanelen en windturbines. Erfgoedzorg en duurzaamheid hebben immers een gezamenlijke ambitie: het sparen van de leefomgeving en materialen.

Beide disciplines stellen doelen op lange termijn en vereisen maatwerk. Het is daarom wenselijk om niet rigide om te gaan met zonnepanelen op historische gebouwen en in historische omgevingen, maar samen met eigenaren te zoeken naar oplossingen.

39

30. Het landschap in de buurt van Vlengedaal 89 te Bocholtz

40

behoud van de kwaliteit en verbeteren van de duurzaamheid van erfgoed

41

31. De gemeente wil met eigenaren in gesprek over onderhoud, restauratie, verduurzaming en herbestemming van erfgoed.

32.. Op de website van de gemeente Simpelveld staat al informatie over monumenten en erfgoed. De site zal verder worden uitgebreid en aangepast met de beschreven informatie

42

4. verbeteren van de kwaliteit en duurzaamheid van erfgoed 4.1 Maatwerk en “mensenwerk” Het creëren van bewustwording en draagvlak onder monumenteigenaren is cruciaal voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van erfgoed. De regelgeving omtrent erfgoed is vaak complex, en onderhoud en restauratie van monumenten vragen om specifieke kennis die niet altijd beschikbaar is. Erfgoedzorg is daarom maatwerk en vereist nauwe samenwerking tussen eigenaren en de gemeente. Veel monumenteigenaren ervaren de status van hun pand als een bron van problemen en hebben de indruk dat wijzigingen onmogelijk zijn. Goede communicatie is essentieel om deze misvattingen weg te nemen. Zowel de gemeente als de eigenaren hebben immers een gemeenschappelijk doel: het behoud van waardevolle gebouwen voor zowel de gemeenschap als de eigenaar. Het onderhouden van een monument is een uitdagende en complexe taak. Veel eigenaren zijn onvoldoende op de hoogte van de regelgeving, evenals van subsidie- en financieringsmogelijkheden. Goed onderhoud is essentieel voor het behoud van een monument, vooral wanneer het zijn oorspronkelijke functie heeft verloren. Het vinden van een rendabele herbestemming kan het voortbestaan van een pand waarborgen.De gemeente Simpelveld hecht veel waarde aan goede dienstverlening en wil eigenaren ondersteunen bij het behoud van hun monumenten.

Door hen goed te informeren en te begeleiden, kan bewustwording worden vergroot en draagvlak worden gecreëerd. Duidelijkheid in het vergunningsproces Een veelvoorkomend knelpunt in het vergunningsproces is het gebrek aan informatie aan het begin van de procedure. Hierdoor moeten plannen vaak meerdere keren heen en weer tussen de gemeentelijke adviescommissie en de initiatiefnemer om tot een aanvaardbaar voorstel te komen. Dit leidt tot vertraging en frustratie bij zowel de gemeente als de eigenaar. Om dit te voorkomen, is het essentieel dat de eisen en toetsingscriteria op voorhand duidelijk en toegankelijk worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld door:  Het publiceren van goede informatie op de gemeentelijke website  Het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten voor eigenaren en professionals;  Het aanbieden van een persoonlijk adviesgesprek voorafgaand aan de indiening van een plan.  Het publiceren van toetsingscriteria en richtlijnen op de gemeentelijke website Een transparante aanpak bespaart tijd, verhoogt de kwaliteit van de ingediende plannen en draagt bij aan een efficiënter vergunningsproces. Informatievoorziening Online informatie | Eigenaren kunnen zich via de gemeentelijke en websites en platforms zoals monumenten.nl oriënteren op de mogelijkheden voor wijzigingen aan een monument, vergunningseisen en subsidie- en financieringsopties.

De gemeentelijke website kan daarnaast doorverwijzen naar gespecialiseerde bronnen, zoals de site van de Stichting ERM, met informatie over verduurzaming van monumenten. Persoonlijke begeleiding | Na de digitale oriëntatie is een persoonlijk gesprek met de gemeente van groot belang. Monumentenzorg is maatwerk en vraagt om aandacht voor de unieke details van elk pand. Vaak verdwijnen karakteristieke elementen, zoals authentieke deuren, raamkozijnen, haarden en dakpannen, door gebrek aan kennis bij eigenaren. Door hen bewust te maken van de waarde van deze onderdelen, kan veel erfgoed behouden blijven. Gemeente als partner | Een proactieve houding van de gemeente – waarbij eigenaren worden begeleid bij onderhoud, restauratie en energiemaatregelen – bevordert wederzijds begrip. Dit leidt indirect tot betere planvorming en een duurzamere instandhouding van erfgoed. Algemene en specifieke informatieavonden Voor monumenteigenaren | Algemene informatieavonden zijn een laagdrempelige manier om eigenaren kennis te laten maken met de mogelijkheden en uitdagingen rondom monumentenzorg.

Tijdens deze bijeenkomsten kan de gemeente eigenaren informeren over onderhoud, restauratie en verduurzaming, en vragen beantwoorden over regelgeving en subsidies Voor professionals | Het is eveneens belangrijk om professionals zoals architecten, makelaars en notarissen van de juiste informatie te voorzien. Een overzicht van rijksmonumenten en gemeentelijk erfgoed op de gemeentelijke website kan bijvoorbeeld een waardevolle bron zijn bij de aan- of verkoop van panden en bij verbouwingen.

43

33. Als uitgangpunten en leidraad voor planontwikkeling en planbeoordeling is het wenselijk om richtlijnen op te stellen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de richtlijnen die reeds door andere gemeenten, zoals de gemeente Amsterdam en Maastricht zijn opgesteld

44

Omdat slechts een beperkt aantal architecten gespecialiseerd is in monumentenzorg, is het zinvol om in samenwerking met andere gemeenten informatieavonden te organiseren. Tijdens deze bijeenkomsten kan worden toegelicht welke eisen gelden voor wijzigingen aan monumenten en welke financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn. Een beter geïnformeerde architect kan sneller en effectiever werken, wat tijdwinst oplevert voor zowel de klant als de gemeente. Richtlijnen Een veelvoorkomend knelpunt in het vergunningsproces is het gebrek aan informatie aan het begin van de procedure. Hierdoor moeten plannen vaak meerdere keren heen en weer tussen de gemeentelijke adviescommissie en de initiatiefnemer om tot een aanvaardbaar voorstel te komen. Dit onderstreept het belang van heldere richtlijnen voor het toetsen van de vergunningsverlening. Het betreft ‘richtlijnen met algemene uitgangspunten voor de planbeoordeling van monumenten’ en ‘richtlijnen voor het behoud van monumenten’. Hierin worden algemene richtlijnen en restauratieve richtlijnen beschreven die gericht zijn op het behoud van de technische en monumentale kwaliteiten van beschermde objecten. Deze richtlijnen dienen als leidraad voor planontwikkeling, planbeoordeling en de uitvoering van verbouwings- of restauratiewerkzaamheden.

Het is geen volledige restauratieve handleiding, maar een beknopte leidraad voor veelvoorkomende praktijkgevallen. Naast een toetsingskader fungeren de richtlijnen ook als informatieve handleiding voor initiatiefnemers. De uitgangspunten in de richtlijnen gelden voor elk monument. Voor het opstellen van de richtlijnen zijn diverse goede voorbeelden beschikbaar, zoals de richtlijnen van de gemeenten Amsterdam en Maastricht. Daarnaast heeft de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumenten (ERM) uitvoeringsrichtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn echter voornamelijk gericht op professionals, terwijl de gemeentelijke richtlijnen ook eigenaren inzicht bieden in de planvereisten en de wijze van restauratie. Wat bij een monument mogelijk is, hangt in de meeste gevallen af van de specifieke waarden van dat monument. Deze waarden kunnen door middel van bouwhistorisch onderzoek in kaart worden gebracht, waarover meer in de volgende paragraaf.

4.2 Details en deskundigheid Om de kwaliteit van het beschermde rijksmonument te bewaken en de monumentale of cultuurhistorische waarden te behouden, heeft de wetgever bepaald dat voor wijzigingen hieraan een vergunning moet worden aangevraagd. Volgens deze methodiek zal ook het gemeentelijke erfgoed in het toekomstige omgevingsplan worden beschermd door middel van een vergunningstelsel. Werkprocessen In het verleden zijn de werkprocessen voor vergunningverlening grotendeels gestandaardiseerd. Deze systematiek is doorgezet in de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking is getreden. Goed ingerichte werkprocessen, ondersteund door duidelijke checklists, vormen een belangrijke waarborg voor zowel de procedure als de kwaliteit van vergunningen. Het is wenselijk om de verschillende werkprocessen opnieuw te evalueren. Ook zal het gemeentelijke erfgoed in de toekomst via het omgevingsplan worden beschermd, waarbij de toetsing hiervan door een omgevingsvergunning wordt geborgd. De werkprocessen zullen hierop moeten worden aangepast. Dit geldt niet alleen voor het gebouwde erfgoed, maar ook voor het landschap, groenvoorzieningen, archeologie, etc.In het kader van de beheersing van werkprocessen moeten gegevens, zoals archeologische informatie, actueel worden gehouden en goed toegankelijk worden gemaakt.

Inhoudelijke aspecten Wat betreft de inhoudelijke aspecten van de aanvraag voor het wijzigen van erfgoed, zijn vooral details van groot belang. Deze details komen op verschillende momenten in de vergunningprocedure tot uiting. De intake van de aanvraag is hierbij een cruciaal moment. Tijdens de intake en de toets op ontvankelijkheid moet worden gecontroleerd of alle relevante details van de te wijzigen onderdelen zijn toegevoegd. Om dit goed te kunnen beoordelen, moeten medewerkers inzicht hebben in de cultuurhistorische waarden van het monument in relatie tot de voorgestelde wijzigingen. Dit vereist deskundigheid op het gebied van erfgoed. Tot enkele jaren geleden was de gemeente bij het verlenen van een monumentenvergunning voor een rijksmonument verplicht om advies in te winnen bij de gemeentelijke adviescommissie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Als het rijksmonument zich buiten de in de Wegenverkeerswet vastgestelde bebouwde kom bevond, was tevens advies van de provincie vereist. De algemene adviesplicht van de RCE en de provincie is echter komen te vervallen. Alleen bij ingrijpende wijzigingen, geheel of gedeeltelijke sloop, reconstructie of herbestemming van een monument moet nog advies worden gevraagd aan de Rijksdienst, en - voor rijksmonumenten buiten de bebouwde kom - bij de

45

provincie. In overige gevallen adviseert alleen nog de gemeentelijke adviescommissie. Door het afschaffen van de algehele adviesverplichting, wordt met name bij eenvoudigere plannen belangrijke tijdwinst geboekt, die ten goede komt aan de burger. Keerzijde van de medaille is echter dat zowel de gemeentelijke adviescommissie als de gemeentelijke medewerkers die de advisering voorbereiden over meer deskundigheid moeten beschikken om de plannen op de juiste wijze te (kunnen) beoordelen. Bouwhistorisch onderzoek De specifieke waarden van zowel rijksmonumenten als historisch waardevolle panden zijn niet altijd expliciet bekend. Vooral bij rijksmonumenten bestaat vaak slechts een summiere beschrijving en waardestelling. Om meer inzicht te krijgen in deze waarden van een monument, is het in veel gevallen wenselijk om voorafgaand aan de planvorming een bouwhistorisch onderzoek of verkenning uit te voeren. De diepgang van dit onderzoek hangt af van de voorgenomen ingreep en van de vraag welke monumentale waarden in het geding zijn. Medewerkers van de gemeente moeten op basis van foto’s, tekeningen en overige gegevens een eerste inschatting kunnen maken van de aanwezige waarden in relatie tot de gewenste wijzigingen en de consequenties voor die waarden. In sommige gevallen kan een bezoek aan het pand noodzakelijk zijn om een nauwkeurige beoordeling te maken.

Wanneer er geen monumentale waarden in het geding zijn, of wanneer sprake is van een beperkte ingreep, zal geen of slechts een beperkt onderzoek nodig zijn. Het is van belang dat medewerkers van de gemeente voldoende affiniteit en kennis hebben om deze inschatting te maken. Waar nodig zal hiervoor bijscholing worden aangeboden. In complexere gevallen zal een onderzoek door een gespecialiseerde deskundige moeten worden uitgevoerd.

34. De Jacobus de Meerdere kerk van Bocholtz

46

De deskundigheid van onderzoekers en de kwaliteit van rapporten over bouwhistorisch onderzoek variëren sterk. Daarom moeten bouwhistorische onderzoeken en rapportages voldoen aan de uitvoeringsrichtlijn van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM), de zogenoemde URL 2007 Bouwhistorische onderzoek met waardestelling. Het uitgangspunt is dat dit onderzoek in een zo vroeg mogelijk stadium plaatsvindt, zodat het kan dienen als leidraad voor de planvorming. Daarnaast vormt het waardestellend onderzoek, uitgevoerd door een medewerker van de gemeente of een externe deskundige, een toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen met betrekking tot de specifieke monumentale waarden van een pand. Uitvoering en toezicht Het is niet alleen van belang dat tijdens de planvorming en vergunningprocedure zorgvuldig wordt omgegaan met monumentale waarden en details, maar ook tijdens de uitvoering. Dit kan worden gewaarborgd door voorafgaand aan de start van de bouwwerkzaamheden een overleg te voeren met de eigenaar en de aannemer. Tijdens dit overleg worden het bouwplan en de uitvoering in relatie tot de verleende vergunning in detail afgestemd, en worden belangrijke details en restauratietechnieken besproken. Daarnaast is het essentieel dat de toezichthouder door de planbeoordelaar nauwkeurig wordt geïnformeerd over de kritische details en uitvoeringstechnieken.

Het is wenselijk dat zowel de plantoetser als de toezichthouder aanwezig zijn bij het afstemmingsoverleg met de opdrachtgever en de uitvoerende partijen. Tijdens dit overleg kunnen ook afspraken worden vastgelegd over de momenten waarop terugkoppeling plaatsvindt met de gemeente, om zo de uitvoering zorgvuldig te blijven monitoren.

4.3 Proactieve rol gemeente Panden en monumenten die niet worden onderhouden of leegstaan, raken in verval. Ze kunnen alleen behouden blijven als ze een bestemming hebben. De gemeente kan hierin een proactieve rol nemen door eigenaren van leegstaande monumenten actief te benaderd om over te gaan tot restauratie en herbestemming. De gemeente Simpelveld wil in het toekomstige omgevingsplan ruimere mogelijkheden opnemen om de herbestemming van leegstaande monumenten en karakteristieke panden te faciliteren. Om inzicht te krijgen in de staat van monumenten en erfgoed is het wenselijk om een inventarisatie uit te voeren. Dit kan onder meer door middel van een enquête, waarin eigenaren wordt gevraagd welke delen van hun pand in slechte staat verkeren, of het pand op korte of lange termijn leeg komt te staan en of er plannen zijn voor verbouwingen of restauraties. Op basis van de resultaten van deze enquête kan de gemeente in gesprek gaan met eigenaren om gezamenlijk oplossingen te verkennen en maatregelen te treffen. Door eigenaren in een vroeg stadium bewust te maken van de waarde van hun pand, hen de weg te wijzen en te ondersteunen bij herbestemming, onderhoud of restauratie, ontstaat wederzijds begrip. Dit draagt indirect bij aan een betere planvorming en het behoud van erfgoed.

Daarnaast biedt deze inventarisatie de gemeente inzicht in haar "workload" en vormt het een basis voor het ontwikkelen van een meerjarenwerkplan. Hiermee kan de gemeente niet alleen proactief sturen op instandhouding van erfgoed, maar ook voldoen aan de kwaliteitseisen die in het kader van het Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT) worden gesteld op het gebied van monumentenzorg.

4.4 Kerkenvisie Een categorie gebouwen die bijzondere aandacht en een proactieve houding van de gemeente vraagt, zijn de kerkgebouwen. Zowel de kerk van Bocholtz als de kerk van Simpelveld zijn aangewezen tot (vanwege) beschermd rijksmonument. Dat is de reden waarom de kerkenvisie onderdeel uitmaakt van het erfgoedbeleid. Kerken waren tot enkele decennia geleden zowel letterlijk als figuurlijk het middelpunt van een stadsdeel of dorp. De kerktorens vormen landmarks en oriëntatiepunten in het landschap. Wie de kerktoren ziet, weet: “Ik ben haast thuis”. Vele generaties lang werden mensen in de kerk gedoopt, werd er getrouwd en gerouwd. Tot enkele decennia geleden was het normaal om wekelijks de kerk te bezoeken. Door vele maatschappelijke veranderingen is dat op dit moment niet meer het geval. Het kerkbezoek beperkt zich momenteel vooral tot de oudere en uitstervende generatie. Hierdoor staan steeds meer kerken onder druk. Door het beperkte aantal kerkgangers lopen de inkomsten van parochies achteruit, waardoor bij de meeste kerken sprake is van een negatieve exploitatie. Vele kerken hebben nog reserves, maar binnen een periode van vijf tot tien jaar wordt de sluiting van de meeste kerken verwacht. Hoewel kerken primair bedoeld zijn om het geloof te belijden, hebben kerkgebouwen ook maatschappelijke, ruimtelijke, culturele (kunst)historische en meestal ook monumentale betekenis.

47

35. De Remigiuskerk van Simpelveld

48

Mede gelet op de niet-religieuze betekenis van kerken voor de maatschappij, is er steeds meer aandacht ontstaan voor kerken die hun oorspronkelijke functie verliezen. Eind 2018 werd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) het programma Toekomst Religieus Erfgoed in het leven geroepen. In het kader van dit programma zijn gemeenten gevraagd om een samenhangende visie voor alle kerken binnen een gemeente, een zogenaamde kerkenvisie, op te stellen. Ook de gemeente Simpelveld heeft samen met de parochiefederatie “De Pelgrim” een kerkenvisie opgesteld. Deze visie is als bijlage aan deze beleidsnota toegevoegd. Het opstellen van de kerkenvisie is voornamelijk een intern proces, waarbij de kerkbesturen en de parochiefederatie zich aan de hand van een aantal factoren moeten bezinnen op de toekomst van de kerkgebouwen.De gemeente heeft hierbij een ondersteunende en faciliterende rol. De conclusie van de kerkenvisie is dat er op dit moment te vroeg is om te bepalen wat er met de kerkgebouwen in de gemeente Simpelveld moet gaan gebeuren. Er zijn nog vele factoren onzeker, zoals o.a. de beschikbaarheid en verdeling van pastorale zorg. Binnen nu en vijf jaren zal hierover duidelijkheid ontstaan.

De gemeente en parochiefederatie willen in toekomst met elkaar contact hoouden om, op het moment dat er wel duidelijkheid ontstaat, samen oplossingen en her- of nevenbestemmingen te zoeken voor de (eegkomende) kerkgebouwen in de gemeente.

4.5 stimuleren De eerder genoemde maatregelen dragen bij aan het behoud van de kwaliteit van het waardevolle erfgoed. Zoals reeds vermeld, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de instandhouding van het door de gemeente te beschermen erfgoed bij de eigenaren zelf. Iedere pandeigenaar heeft bijvoorbeeld een persoonlijk belang bij het behouden van zijn onroerend goed in een goede staat van onderhoud. De bescherming van een waardevol pand betekent dan ook niet dat de gemeenschap een morele plicht heeft om de instandhouding van dat object op zich te nemen. Toch kan het in sommige gevallen wenselijk zijn om extra stimulansen te bieden—financieel of anderszins—om erfgoedwaarden die dreigen te verdwijnen te behouden en om waarden die in het verleden verloren zijn gegaan te herstellen. In dat kader streven wij naar een dynamische subsidieregeling. Daarbij wordt allereerst gekeken naar andere beschikbare mogelijkheden, en wordt ondersteuning geboden waar dit absoluut noodzakelijk is. Dit gebeurt op basis van de volgende beleidsuitgangspunten.

4.5.1 rijksmonumenten onderhoud en kleinschalige restauraties van rijksmonumenten Eigenaren van rijksmonumenten die (oorspronkelijk) geen woonhuis zijn, kunnen van het Rijk een subsidie van 50% ontvangen voor het onderhoud van hun monument. Voor kerkgebouwen en molens is daarnaast een aanvullende provinciale subsidie van 10% beschikbaar. Voor woonhuizen geldt de woonhuissubsidieregeling van de Rijksdienst, op basis waarvan eigenaren een subsidie van 38% kunnen verkrijgen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een gunstige lening af te sluiten bij het Restauratiefonds. Gezien de beschikbare subsidieregelingen van zowel het Rijk als de provincie, is er geen aanleiding om aanvullend een financiële bijdrage te verstrekken voor het onderhoud van rijksmonumenten. Kleinere rijksmonumenten met een herbouwwaarde onder de €200.000,- vallen echter buiten de bestaande regelingen, aangezien de rijksregeling een ondergrens hanteert van €3.000,- aan subsidiabele kosten. Ter bevordering van de instandhouding van deze veelal religieuze kleine rijksmonumenten zal in de op te stellen gemeentelijke subsidieregeling voor klein erfgoed een vangnet worden opgenomen. grootschalige restauratie van rijksmonumenten Woonhuizen kunnen voor grootschalige restauratie in aanmerking komen voor dezelfde faciliteiten als bij onderhoud en kleinschalige restauraties.

Het budget voor de restauratie van rijksmonumenten die geen woonhuis zijn—waarvoor voorheen aanvragen bij de Rijksdienst konden worden ingediend—is inmiddels naar rato van het aantal monumenten verdeeld en ondergebracht bij de provincies. De provincie Limburg biedt momenteel een subsidieregeling voor grootschalige restauraties. De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten, met een minimum van €32.000,- en een maximum van €400.000,-. Voor sommige monumenten geldt een hoger subsidiepercentage van 40% met een maximum van €400.000,-. Dit betreft monumenten waarbij het verhaal van de locatie wordt uitgedragen, maatschappelijk is ingebed, en aantoonbaar openbaar toegankelijk is, zodat de (lokale) gemeenschap bij het monument wordt betrokken.

49

36. Het decoratieve pleisterwerk van dit karakteristieke pand (het oude schoolgebouw) in het centrum van Simpelveld kan worden aangemerkt als bjizonder onderdeel.

50

Daarnaast geldt als voorwaarde dat het monument na voltooiing van de restauratie een duurzame economische, toeristische en/of maatschappelijke functie krijgt. Voor kerken geldt een afzonderlijke regeling. Het subsidiepercentage hiervoor bedraagt 50%, met een minimale subsidie van €100.000,- en een maximale subsidie van €500.000,-. ruimere herbestemmingen Bij het opstellen van het omgevingsplan is het wenselijk om ruimere bestemmingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden op te nemen, zodat de herbestemming van leegstaande monumenten wordt vergemakkelijkt. In veel gevallen kan herbestemming, in combinatie met de bovengenoemde subsidiemogelijkheden, bijdragen aan zowel de restauratie als de rendabele exploitatie en instandhouding van een rijksmonument.

4.5.2 te beschermen karakteristieke panden Simpelveld kent momenteel geen gemeentelijke monumenten of andere beschermde panden. Het is echter de bedoeling om in de toekomst bepaalde panden te beschermen. Daarbij zal worden gezocht naar een evenwichtige selectie van waardevolle gebouwen. Zoals eerder vermeld, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het behoud van deze door de gemeente te beschermen panden bij de eigenaren zelf. subsdieregeling voor bijzondere onderdelen Dit betekent echter niet dat de gemeente deze verantwoordelijkheid volledig overneemt of een royale subsidieregeling moet instellen. Indien er extra kosten ontstaan voor eigenaren van gemeentelijk beschermde panden, zijn deze met name gerelateerd aan het onderhoud van bijzondere (monumentale) onderdelen. De subsidieregeling voor waardevolle panden zal dan ook specifiek gericht worden op deze bijzondere en monumentale onderdelen. Voor de subsidieregeling worden de volgende uitgangspunten geformuleerd.

Bijzondere onderdelen Bijzondere onderdelen zijn beschermingswaardige elementen van een pand die:  in architectonische, bouwhistorische of cultuurhistorische zin bepalend zijn voor de monumentale waarde van het pand;  niet direct functioneel zijn en/of details bevatten die niet voorkomen in een vergelijkbaar gebouw of object dat geen beschermd pand is;  waarvan de instandhouding relatief hoge kosten met zich meebrengt in vergelijking met de overige instandhoudingskosten van het beschermde pand;  waarvan de instandhouding aantoonbaar hogere kosten met zich meebrengt in vergelijking met een soortgelijk gebouw of object dat geen beschermd erfgoed is. Voorbeelden van bijzondere onderdelen:  Exterieur: bijzonder voegwerk, natuursteenelementen, decoratieve gepleisterde ornamenten, oorspronkelijke ramen, deuren en kozijnen, glas-in-lood, decoratief hout- en lijstwerk (zoals goten), dakbekroningen en sierelementen.  Interieur: monumentale kap-, balk- en vloerconstructies, monumentale schoorsteenmantels, decoratieve stucplafonds en ornamenten, decoratief schilderwerk. De financiële ondersteuning van de gemeente in de vorm van subsidie zal zich richten op deze onderdelen. Hiermee wordt bijgedragen aan een effectieve erfgoedzorg. In het kader van cultuurhistorisch behoud zijn juist deze details van groot belang, ook al worden ze soms over het hoofd gezien.

ruimere herbestemmingsmogelijkheden Net als bij rijksmonumenten zullen voor de te beschermen waardevolle karakteristieke panden ruimere herbestemmingsmogelijkheden worden opgenomen. In de meeste gevallen draagt herbestemming bij aan de restauratie, rendabele exploitatie en instandhouding van het karakteristieke pand. De noodzaak tot herbestemming zal per te beschermen karakteristiek pand worden onderzocht en gewogen in het omgevingsplan. grootschalige restauraties Ook voor te beschermen karakteristieke panden die niet zijn aangewezen als gemeentelijk monument, kunnen grootschalige restauraties noodzakelijk zijn, wat vaak gepaard gaat met hoge kosten. Denk bijvoorbeeld aan een vakwerkpand waarvan de gehele constructie en de vakwerkvullingen gerestaureerd moeten worden. Wanneer een schuur wordt herbestemd tot woonhuis of recreatiewoning, kan

51

deze nieuwe bestemming geheel of gedeeltelijk dienen als financiering voor de restauratie. Dit is echter niet altijd het geval; vaak kan een dergelijk karakteristiek vakwerkpand zonder uitgebreide restauratie niet behouden blijven, waardoor verder verval dreigt en de voor het Heuvelland typerende bebouwing verloren gaat. Om dit te voorkomen, bestaat de mogelijkheid om in dergelijke gevallen een reeds beschermd karakteristiek pand op incidentele basis aan te wijzen als gemeentelijk monument. Hiermee wordt de eigenaar de mogelijkheid geboden gebruik te maken van de restauratieregeling van de provincie Limburg, die naast rijksmonumenten ook voorziet in de subsidiëring van gemeentelijke monumenten. Het is echter de bedoeling om alleen beschermde karakteristieke panden aan te wijzen waarvoor grootschalige restauratie zonder provinciale subsidie niet haalbaar is en waardoor de instandhouding van het pand in gevaar komt. Om deze mogelijkheid te faciliteren, zal in de te wijzigen Verordening Fysieke Leefomgeving de mogelijkheid worden opgenomen om gemeentelijke monumenten aan te wijzen, conform de hierboven genoemde beleidslijn.

4.5.3 klein erfgoed Naast karakteristieke panden kent de gemeente ook klein erfgoed, zoals wegkruisen, bidkapellen en herdenkingsmonumenten. Deze objecten zijn stuk voor stuk bijzonder en van cultuurhistorische waarde. Hoewel zij (ook na herbestemming) geen economisch rendabele gebruiksfunctie hebben, fungeren ze vaak als landmarks of historische relicten van algemeen maatschappelijk belang. Veel van deze objecten worden onderhouden door vrijwilligers uit buurtschappen. Toch zijn er waarschijnlijk ook blinde vlekken: objecten waarvoor niemand verantwoordelijkheid neemt. Het zou daarom wenselijk zijn om samen met vrijwilligers en heemkundevereniging te onderzoeken of een overkoepelende en coördinerende organisatie of stichting kan worden opgezet. Zo kan ook het onderhoud van de blinde vlekken worden gewaarborgd en het beheer van klein erfgoed planmatiger worden aangepakt. Een bijkomend voordeel van onderhoud door vrijwilligers is dat hierdoor wellicht in toekomst een provinciale subsidie van 50% kan worden verkregen. De gemeente kan de overige 50% bijdragen, waardoor het behoud van klein erfgoed op een kostenefficiënte wijze kan worden gewaarborgd.

4.5.4 groen erfgoed De Provincie Limburg stimuleert grondeigenaren en gemeenten om landschapselementen in stand te houden en goed te beheren. Hiervoor bieden zij subsidie via de nieuwe subsidieregeling “Landschapselementen 2025”. Wij willen agrariërs en grondeigenaren actief aanmoedigen om van deze regeling gebruik te maken. Hiermee kunnen waardevolle landschapselementen, zoals hagen, graften, holle wegen en hoogstamboomgaarden, worden hersteld en teruggebracht in ons deel van het Heuvelland. Dit komt ten goede aan de aantrekkelijkheid van het Heuvelland.

4.5.5 stimulerings- en subsidiebeleid In eerste instantie onderzoeken we welke andere stimuleringsmogelijkheden beschikbaar zijn, zoals regelingen van het Rijk en de Provincie. Wij wijzen erfgoedeigenaren op deze regelingen en bieden aanvullende financiële ondersteuning wanneer dit absoluut noodzakelijk is om de gewenste resultaten te behalen. De hierboven genoemde uitgangspunten worden verder uitgewerkt in een subsidieregeling. Naar verwachting zal in 2029 een evaluatie van de regeling plaatsvinden. We meten de effecten van de maatregelen en passen de regeling indien nodig aan.

52

De beleving van erfgoed

53

37. De stoomtrein vormt een belangrijke toeristische trekpleister voor Simpelveld

38. Ook het heuvellandschap heeft veel aantrekkingskracht op toeristen.

54

5. De beleving van erfgoed 5.1 Inleiding en Faro Het besef van cultuur(historie) in algemene zin is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Doordat meer mensen hun vrije tijd in hun directe woon- en leefomgeving doorbrengen, groeit ook de aandacht voor de kwaliteit van die omgeving. De belevingswaarde van een omgeving is een belangrijke factor voor mensen bij het kiezen van een plek om te wonen. De identiteit van een dorp of stad wordt vaak bepaald door het culturele erfgoed. Erfgoed heeft echter niet alleen een culturele, maar ook een economische waarde. De beleving van de kernen, het landschap en het erfgoed speelt hierin een cruciale rol. Om deze redenen zet de gemeente Simpelveld zich in de komende periode in op het beter beleefbaar maken van het landschap en haar erfgoed. Deze aanpak sluit aan op de uitgangspunten van het verdrag van Faro.

5.2 Verbeteren van de fysieke beleving van historische gebieden en erfgoed Het beter beleefbaar maken van erfgoed kan in fysieke zin worden bereikt door bij de herinrichting van historische dorpskernen en waardevolle historische gebieden te kiezen voor passende bestrating, groenaanleg en straatmeubilair. Het is wenselijk om bij dergelijke projecten in een vroeg stadium een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren. Hierbij worden historische foto’s en kaartmateriaal verzameld, die kunnen dienen als inspiratie voor inrichting en ontwerp. Ook bij het (her)ontwikkelen van nieuwe (woon)gebieden is het aan te raden om een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren. Dit stelt de gemeente in staat om vooraf gebiedsspecifieke eisen te formuleren voor partijen die een ontwikkelingsplan willen indienen. Door bestaande historische kwaliteiten, zoals wegen, beplanting en hoogteverschillen, in de ontwikkeling te integreren, blijft de cultuurhistorische identiteit en het verhaal van de plek zichtbaar en herkenbaar. Archeologisch erfgoed bevindt zich doorgaans onder de grond en is daardoor niet direct zichtbaar. In sommige gevallen kan dit erfgoed echter worden belicht door bijvoorbeeld de contouren van een gebouw op de archeologische vindplaats zichtbaar te maken en/of informatieborden te plaatsen.

De provincie Limburg biedt een subsidieregeling aan waarmee dit soort initiatieven kunnen worden gefinancierd. Dit biedt met name kansen om het Romeinse verleden van de gemeente Simpelveld, en vooral van de kern Bocholtz, zichtbaar te maken.

5.3 Toerisme en vrije tijdseconomie Erfgoed is niet alleen van historische en culturele waarde, maar ook van economisch belang. De gemeente Simpelveld profileert zich steeds meer als toeristische bestemming. Beide kernen hebben daarbij hun eigen toeristische thema: Bocholtz richt zich op het Romeinse verleden, terwijl Simpelveld bekendstaat om het Miljoenenlijntje en de stoomtreinen. De verblijfsrecreatie wordt actief bevorderd, waarbij verbindingen worden gelegd tussen de toeristische elementen en de centra van beide kernen. De gemeente Simpelveld vormt voor Parkstad de toegangspoort tot het Heuvelland. Simpelveld is een ideale uitvalsbasis voor zowel stedelijke attracties in Parkstad als recreatieve activiteiten in het Heuvelland. De gemeente beschikt over een groot aantal wandel- en fietsroutes langs de mooiste plekjes van de regio, die in samenwerking met www.visitzuidlimburg.nl zijn ontsloten. In 2015 werd de toeristische website www.toeristischsimpelveld.nl gelanceerd. Daarnaast heeft een samenwerking tussen de provincie Limburg en diverse Zuid-Limburgse gemeenten geleid tot de website www.viabelgica.nl, die verwijst naar de gelijknamige Romeinse weg en de archeologische overblijfselen langs deze Romeinse heerbaan. Aan deze Romeinse weg zijn eveneens wandel- en fietsroutes gekoppeld.

Een ander initiatief is tenslotte de website www.landvankalk.com, een samenwerkingsverband van toeristische en horecagelegenheden op het plateau van Kunradersteen (dat loopt van Aken via Bocholtz tot Voerendaal en het buitengebied van Heerlen). Deze website biedt een overzicht van wandel- en fietsroutes, overnachtingsmogelijkheden, eetgelegenheden en activiteiten in dit gebied. “ In 2022 stelde de gemeenteraad het “Activiteitenplan Toerisme vast, waarin diverse maatregelen zijn opgenomen om het toerisme en de dagrecreatie in de gemeente te versterken. De keuze van Simpelveld om in te zetten op toerisme en verblijfsrecreatie is logisch. Toerisme in het Heuvelland genereerde in de afgelopen jaren maar liefst 450 miljoen euro aan inkomsten. Bovendien werd er in de meest toeristische gemeente van het Heuvelland circa 1 miljoen euro aan toeristenbelasting geïnd. De toeristische bestedingen in de gemeente Simpelveld bleven echter achter en bedroegen in 2018 slechts 8,7 miljoen euro, een klein aandeel van de totale toeristische uitgaven in het Heuvelland. Er is daarom nog veel ruimte voor groei en ontwikkeling.

55

Erfgoed kan een sleutelrol spelen in de verdere ontwikkeling van toerisme. Door erfgoed te ontsluiten en als een "parelsnoer" met elkaar te verbinden, kunnen bestaande toeristische elementen worden versterkt en beter worden geïntegreerd in de centra van beide kernen. Erfgoed draagt bovendien bij aan kwaliteitstoerisme en trekt een hoger segment toeristen aan. Deze doelgroep zoekt verdieping en is geïnteresseerd in natuur, cultuur en betekenisvolle ervaringen. Het waardevolle landschap en het erfgoed spelen hierbij een cruciale rol.In het kader van het beleidsthema “(h)erkennen van erfgoed” zal in samenwerking met de plaatselijke heemkundevereniging “De Bongard” een inventarisatie van erfgoed plaatsvinden. Deze gegevens worden verwerkt op een digitale, geografische erfgoedkaart die zowel voor toeristen als inwoners interessant kan zijn. Het is wenselijk om deze kaart, samen met de heemkundige vereniging verder aan te vullen met informatie en verhalen over het landschap, monumenten, karakteristieke gebouwen en ander erfgoed. Vervolgens kan dit materiaal worden ontsloten. Traditionele middelen zoals folders en informatieborden zijn een optie, maar de voorkeur gaat uit naar digitale technieken, zoals een interactieve applicatie. Moderne ‘destination marketing’ richt zich sterk op storytelling.

Met gebruik van moderne technologieën kan erfgoedinformatie op een toegankelijke en aantrekkelijke manier tot leven worden gebracht. Via GPS kan een mobiele telefoon informatie geven over een specifieke locatie, bijvoorbeeld in de vorm van tekst, een oude foto, een gesproken verhaal, muziek of zelfs een historisch filmpje. Zo wordt het verleden opnieuw tot leven gebracht in woord en beeld. Deze aanpak maakt het erfgoed niet alleen interessant voor toeristen, maar ook voor een breder publiek.

5.4 Draagvlakvergroting, educatie en erfgoedbeleving voor inwoners Hoewel de meeste inwoners waarde hechten aan de historische woonomgeving en belangrijke historische gebouwen, is er ook veel erfgoed dat niet als zodanig wordt herkend en als vanzelfsprekend wordt ervaren. Inwoners zijn zich vaak niet bewust van de bijzondere kwaliteiten van dit erfgoed. Het is daarom wenselijk om ook dit “verborgen erfgoed” en de verhalen erachter onder de aandacht te brengen. Dit versterkt het gevoel van gezamenlijke roots en identiteit, waardoor inwoners de waarde van hun omgeving en het bijzondere erfgoed in de gemeente nog meer waarderen en met trots uitdragen. Voor de bewustwording van inwoners kunnen dezelfde instrumenten worden ingezet als voor de toeristische ontsluiting. Voor het op te stellen omgevingsplan zal al het ruimtelijke erfgoed van Simpelveld worden geïnventariseerd en vastgelegd op een digitale erfgoedkaart. De gegevens van deze kaart kunnen met een app op mobiele telefoons op een laagdrempelige en aantrekkelijke manier tot leven worden gebracht voor inwoners. Ook sociale media zijn bij uitstek geschikt om erfgoed onder de aandacht te brengen. Daarnaast kan erfgoed beleefbaar worden gemaakt door de fysieke ontsluiting ervan, zodat het publiek er toegang toe krijgt, bijvoorbeeld tijdens de Open Monumentendagen.

Het vertellen van het verhaal van een plek en de geschiedenis van de gemeente speelt een belangrijke rol bij het versterken en doorgeven van trots aan de jeugd. In dit kader is het essentieel dat jongeren via onderwijsprojecten in aanraking komen met cultureel erfgoed. De jeugd heeft immers de toekomst. Cultureel erfgoed biedt een rijke bron aan lesmateriaal en sluit goed aan bij het omgevingsonderwijs. Daarom zijn diverse projecten ontwikkeld om de jeugd meer te betrekken bij het erfgoed in hun eigen omgeving. Een belangrijk uitgangspunt van erfgoededucatie is dat de betekenis van erfgoed daadwerkelijk doordringt tot leerlingen. Dit wordt bereikt door verhalen over het landschap, monumenten en ander erfgoed uit hun omgeving te koppelen aan hun belevingswereld. Ook op het gebied van erfgoededucatie is samenwerking met de heemkundevereniging van Simpelveld wenselijk. De heemkundevereniging en de gemeente zouden in samenwerking met basisscholen projecten kunnen ontwikkelen die bijdragen aan omgevingsonderwijs over cultuurhistorisch erfgoed.

39. Het doorgeven van onze trots aan de jeugd. Jongeren, zoals hier in Sittard, via onderwijsprogramma’s in aanraking gebracht met erfgoed in hun eigen omgeving.

56

Instrumenten en tijdplan

57

Omgevingsplan Simpelveld

40. Visualisatie van het toekomstige omgevingsplan van de gemeente Simpelveld waar erfgoed zowel in ruimtelijk als in maat schappelijk opzicht deel van uitmaakt

58

6. Instrumenten en tijdplan 6.1 Inleiding Deze Erfgoednota draagt bij aan het bundelen en coördineren van activiteiten. De beleidsvoornemens uit de vorige hoofdstukken zijn hieronder verder uitgewerkt in concrete actiepunten. Hierbij is getracht een integraal en samenhangend geheel van beleidsuitgangspunten en instrumenten te formuleren, passend bij het ambitieniveau en de financiële mogelijkheden van de gemeente. De beleidsuitgangspunten zijn verder uitgewerkt binnen de volgende thema’s: (h)erkennen van erfgoed, het verbeteren van de kwaliteit van erfgoed en de beleving van erfgoed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=858e3ae2-f39e-45ed-af9a-c0b4948934cc