11 Bijlage 4 Voorlopige jaarrekening 2022 incl. controleverklaring getekend RUD Zuid-Limburg.pdf
Tekst van het document
In onderstaande tabel zijn de milieuklachten/soort over de jaren 2018-2022 weergegeven. Tabel: Aantallen milieuklachten/soort 2018-2022
Pilot BOA’s In de loop van 2022 is ingezet op het maken van afspraken met het Regionaal Milieu Team van de politie te Roermond, is sprake van een structureel (strafrechtelijk) handhavingsoverleg en wordt informatie gedeeld. Tevens dienden stapsgewijs allerlei randvoorwaarden nader onderzocht en ingevuld te worden. Hierbij kan gedacht worden aan onder meer maatregelen in het kader van informatiebeveiliging, privacywetgeving en het maken van interne en externe werkafspraken. In het laatste kwartaal is een aantal overtredingen geconstateerd, waar mogelijk – gelet op de landelijke handhavingsstrategie - overgegaan kan worden tot inzet van strafrechtelijke handhaving (aldus het opmaken van proces-verbaal). De evaluatie van de pilot zal op korte termijn plaats vinden.
25
2.6. Specialistische advies- en toezichtswerkzaamheden De specialisten beschikken over specifieke en diepgaande kennis op het gebied van de milieuaspecten asbest, bodem, energie, geluid, lucht en externe veiligheid (ook wel omgevingsveiligheid genoemd). Daarmee zijn zij in staat om de vaak integrale en complexe milieuvraagstukken van zowel gemeenten als provincie te ontleden en van een duidelijk advies te voorzien. Bij het opstellen van deze (interne en externe) adviezen wordt veelal gebruik gemaakt van toetsingen en controles, maar worden vaak ook onderzoeken en/of metingen uitgevoerd. Daarnaast participeren de medewerkers ook in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid van de bevoegde gezagen op de genoemde taakvelden en houden zij rekening met eventuele innovaties bij de uitvoering van de geleverde producten en gevolgde werkwijzen. 2.6.1.1
Prestatie-indicatoren uitvoering werkzaamheden specialisten
Als Prestatie-indicatoren staan in de begroting 2022 voor wat betreft de specialistische werkzaamheden van de afdelingen Advies en Onderzoek en Specialistisch en Juridisch Toezicht de volgende vermeld: Speerpunt Kwaliteit
Prestatie indicator De adviezen bevatten heldere conclusies en zijn transparant in de afwegingen
Tijdigheid
95% van de adviezen is voor de afgesproken termijn aan de opdrachtgever verzonden
2.6.1.2
Gerealiseerd Tevredenheid opdrachtgever: Deze wordt periodiek tijdens account overleggen met opdrachtgevers besproken en daarbij blijkt dat de adviezen voldoen aan de verwachtingen van de medewerkers aldaar. Daarnaast blijkt uit interviews met onze opdrachtgevers dat er brede waardering is voor de kennis en kunde van onze medewerkers. 96% en hiermee is de doelstelling gehaald
Realisatie aantallen
Zoals ook in voorgaande jaren al meermaals vermeld werd is de omvang van de werkzaamheden ten behoeve van het verstrekken van milieuadviezen door onze “milieuspecialisten” ook in 2022 verder gegroeid. Dit blijkt onder andere uit de veelal toegenomen vraag bij veel opdrachtgevers voor het verstrekken van dit soort adviezen en wordt bevestigd door de opgetelde totale hoeveelheid van geleverde uren bij alle opdrachtgevers door deze medewerkers voor dit soort werk. Als we naar aantallen gaan kijken blijkt dat er in 2022 in totaliteit 1195 verzoeken tot specialistische milieuadvisering in behandeling en (96% = grotendeels) afgehandeld zijn. Het merendeel daarvan (in 617 situaties) had betrekking op het milieuaspect bodem. Daarnaast werden 190 verzoeken gedaan die te maken hadden met de beoordeling en advisering over integrale en daarmee dus meerdere milieuaspecten als gevolg van bepaalde mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
26
De overige verzoeken die afgehandeld werden hadden specifiek betrekking op de milieuaspecten: - geluid (in 264 situaties); - externe veiligheid (in 52 situaties); - lucht (in 35 situaties); - energie (in 33 situaties); - asbest (4 situaties).
Ons asbestteam is op volle sterkte bezig om tegemoet te komen aan een optimale invulling van de uitvoering van de opgedragen werkzaamheden inzake sloop en asbest. Daarbij vindt aan de voorkant bij het beoordelen van de ontvangen meldingen een uitgebreide en zo volledig mogelijke controle plaats van alle ingediende stukken en wordt op basis van bepaalde daarbij geregistreerde zaken daar waar dat noodzakelijk wordt geacht risicogericht toezicht uitgevoerd. Een belangrijke pijler in deze werkwijze is de focus op risico’s en het loslaten van zaken waar weinig of geen risico’s zijn, met de bescherming van mens en milieu als duidelijk doel. Over het afgelopen jaar kunnen wij concluderen dat er een 100% controle van de door de RUD ZuidLimburg ontvangen (asbest)sloopmeldingen heeft plaatsgevonden. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de be- en afhandeling van 2702 meldingen in het kader van asbestsloopwerkzaamheden (incl. de bijbehorende beoordelingen van de asbestinventarisatie-rapporten). Naast de behandeling van de meldingen is getracht om in een omvang van circa 10% ook toezicht op locatie te verwezenlijken. In aantallen blijkt dat dit streven in de praktijk niet bij elke opdrachtgever even goed behaald kan worden. Derhalve wordt bij de planning van uit te voeren controles uiteindelijk ook rekening gehouden met de daaraan gekoppelde ureninzet per controle.
Uiteindelijk zijn er gedurende 2022 228 fysieke controles uitgevoerd voor, tijdens of na de uitvoering van asbestverwijderingswerkzaamheden.
27
De bodemspecialisten hebben in 2022 in totaal 2508 bodemgerelateerde zaken behandeld. De bij deze zaken behorende werkzaamheden zijn onder te verdelen in: • het be- en afhandelen van 967 meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit; • het uitvoeren en rapporteren van 62 zogenaamde ‘vrije veldcontroles’; • het geven van 68 bodem gerelateerde adviezen; • het verstrekken van historische bodeminformatie voor 463 locaties; • het begeleiden en houden van toezicht bij 13 tanksaneringen; • het beoordelen, begeleiden en afhandelen van 36 incidenten met bodemproblematiek; • het toetsen en beoordelen van 86 bodemonderzoeken; • het in 49 situaties toezicht houden op de correcte toepassing van grondstromen en bouwstoffen; • het op 6 locaties houden van toezicht gedurende het gebruik van een mobiele puinbreker; • het in 758 gevallen houden van toezicht i.h.k.v. de Wet bodembescherming. Voor de provincie Limburg als bevoegd gezag ging het toezicht i.h.k.v. de Wet bodembescherming om 579 gevallen, waarvan er 308 in de regio Zuid-Limburg en 271 in de regio Noord-Limburg. Voor de gemeenten Maastricht en Heerlen als bodem-bevoegd gezag ging het daarbij respectievelijk om 146 situaties en 33 situaties waarbij toezicht werd gehouden.
28
2.6.1.3
Trends en ontwikkelingen
Investeringen Provincie en rijkssubsidie voor herinrichting meetnet luchtkwaliteit Limburg De medewerkers van de discipline Lucht zijn altijd bezig met het meten of beoordelen van de luchtkwaliteit in Limburg. Hierbij gaat het om in opdracht van gemeenten of Provincie Limburg de Limburgse luchtkwaliteit zowel op lokaal niveau (in de omgeving van inrichtingen en bedrijven) als in algemene zin (permanente meetstations) te bepalen. Wat lokale situaties betreft gaat het over alle soorten advisering en metingen in relatie tot bedrijven en inrichtingen die invloed hebben op de luchtkwaliteit in die directe omgeving (emissie-onderzoek). Daarnaast wordt het Limburgse luchtkwaliteitsmeetnet in opdracht van Provincie en enkele gemeenten beheerd. Deze metingen zijn opgenomen in het landelijke door het RIVM verzorgde en door de EU verplichte luchtkwaliteitsmeetnet (www.luchtmeetnet.nl). De door de RUD Zuid-Limburg uitgevoerde metingen vinden plaats in afstemming en samenwerking met organisaties als RIVM, DCMR, GGD-Amsterdam en twee andere omgevingsdiensten. Als aanvulling op het landelijke meetnet worden op een aantal relevante plaatsen in Limburg nog extra luchtmetingen in de Provincie Limburg uitgevoerd. Nieuwe normen voor luchtkwaliteit Sinds de jaren ’90 is er een heel duidelijke verbetering van de luchtkwaliteit zichtbaar (zie afbeelding).
Om een indicatie van die verbetering visueel te verduidelijken is een overzicht van de in deze periode gemeten PM10 jaargemiddelden (fijnstofdeeltjes met een diameter < 10 micrometer) in de onderstaande afbeelding weergegeven.
Sinds het Schone Lucht Akkoord (SLA) in 2020 van het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, de provincies en deelnemende gemeenten zijn niet meer de wettelijke grenswaarden, maar de gevolgen 29
van de luchtkwaliteit voor de gezondheid leidend. De advieswaarden van de World Health Organization (WHO) zijn nu richtinggevend, en die zijn een stuk lager dan de wettelijke grenswaarden. Dankzij deze nieuwe inzichten heeft de Provincie Limburg, met een specifieke uitkering van het SLA, gekozen voor een forse investering en verbetering van het luchtmeetnet in Limburg wat betreft locaties en componenten. Er zal o.a. op een 4-tal locaties ultrafijnstof (< 0,1 micrometer fijnstofdeeltjes) gaan worden gemeten. Uniek voor Nederland! De stoffen die verder (gaan) worden gemeten zijn stikstofdioxide, fijnstof, roet en ozon. Door de herinrichting van het meetnet worden er in aanvulling op de meetstations nieuwe meetstations geopend in de gemeenten Vaals (monitoring schoonste lucht), Nederweert (monitoring veehouderij), Beek (monitoring verkeer en luchtvaart) en Eijsden-Margraten (invloed buitenlandse emissies bij provinciegrens). De nieuwe metingen van ultrafijnstof starten op de bestaande meetlocaties in Geleen (monitoring industrie) en Maastricht (monitoring verkeer) en op de nieuwe meetlocaties Vaals en Beek.
Aanscherping van de energiebesparingsplicht De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen met een energiegebruik van 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgasequivalent alle mogelijke energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te treffen. Daarbij worden er meer maatregelen dan voorheen verplicht omdat, naast energiebesparende maatregelen, ook maatregelen voor de productie van hernieuwbare energie en maatregelen voor het vervangen van een energiedrager verplicht worden, mits de maatregelen CO2 reduceren en een terugverdientijd van vijf jaar of minder hebben. Verder wordt de doelgroep uitgebreid naar bedrijven of instellingen die vergunningsplichtig zijn, die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem of die deelnemen aan het systeem kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw. De aanscherping van de energiebesparingsplicht verbetert ook de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van de verplichting. Voor grote energiegebruikers, waarbij het energiegebruik van de milieubelastende activiteit in enig kalenderjaar groter is dan 10.000.000 kWh elektriciteit of 170.000 m³ aardgasequivalenten, wordt een onderzoeksplicht geïntroduceerd.
Deze verplichting houdt in dat vierjaarlijks een onderzoek naar alle mogelijke maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik door de activiteiten van deze bedrijven wordt verricht. Een basislijst met generieke maatregelen, een isolatiescan en een scan naar aandrijfsystemen maken deel uit van dit onderzoek. De geïdentificeerde maatregelen worden opgenomen in een uitvoeringsplan. Het bevoegd gezag kan daarbij op basis van het onderzoek en het beoordeelde uitvoeringsplan toezicht houden op het daadwerkelijk uitvoeren van de energiebesparende maatregelen. De uitvoering van deze onderzoeksplicht wordt zo veel als mogelijk gestroomlijnd met de “best beschikbare techniek eisen” en de eisen uit de energie audit die voor sommige bedrijven uit deze doelgroep ook verplicht is op basis van de Europese Energie-Efficiëntie Richtlijn (EED). Bedrijven en organisaties kunnen er voor kiezen om beide plichten gelijktijdig in te vullen. Hiermee wordt eventuele onnodige extra lastendruk voorkomen. Bedrijven en instellingen moeten uiterlijk 1 december 2023 aan hun informatie- en onderzoeksplicht voldoen via het eLoket bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht is essentieel. Momenteel is het toezicht niet in elke regio op dezelfde manier belegd.
Veel gemeenten en provincies hebben dit overgedragen aan hun regionale omgevingsdienst, maar sommige gemeenten voeren dit nog deels zelf uit of geven hier onvoldoende aandacht aan. Het Besluit activiteit leefomgeving regelde al dat toezicht op de energiebesparingsplicht voor processen overgedragen moet worden aan de omgevingsdienst. Op basis van de nieuwe regelgeving wordt ook het toezicht op gebouwmaatregelen belegd bij de 30
omgevingsdienst. Hiermee wordt het totaal aan toezicht op de energiebesparingsplicht belegd bij één regionale instantie. Dit komt de professionalisering en kennisopbouw ten goede. Om de capaciteit en kennis bij omgevingsdiensten te versterken is een Specifieke Uitkering van € 56 miljoen tussen 2022 en 2026 beschikbaar gesteld. Deze middelen (op basis van een projectplan) zijn inmiddels door alle omgevingsdiensten bij RVO aangevraagd en verkregen. Deze middelen komen boven op de middelen die in het verleden hiervoor beschikbaar gesteld zijn via de Ondersteuningsfaciliteit Versterkte Uitvoering Energiebesparingsplicht (VUE), waarmee omgevingsdiensten tot het einde van 2023 externe capaciteit (via Rijkswaterstaat) kunnen laten inhuren. Bij de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden is ook rekening gehouden met de complexiteit bij het uitvoeren van toezicht op energiebesparende maatregelen bij grootverbruikers. Naast de extra middelen voor capaciteit en het mogelijkerwijs opbouwen van extra kennis is daartoe in samenspraak met de koepelorganisatie van omgevingsdiensten, Omgevingsdienst NL, besloten om een landelijk coördinatieteam op te zetten. Dit team, onder leiding van Omgevingsdienst NL, zal ingewikkelde casuïstiek bespreken en waar nodig advies uitbrengen aan de omgevingsdiensten.
Verwacht mag worden dat er hiermee een uniform en kwalitatief sterk toezicht op deze nieuwe complexe doelgroep mogelijk wordt. Naast de komende aanscherping van de energiebesparingsplicht vinden binnenkort ook nog een aantal andere wijzigingen op energiegebied plaats. Zo wordt halverwege 2023 niet alleen de lijst met erkende energiebesparingsmaatregelen geactualiseerd, maar komt er ook een uniforme methodiek die gebruikt moet worden voor het bepalen van de terugverdientijd van dit soort maatregelen. 2.6.1.4
Omgevingsveiligheid
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde introductie van het register externe veiligheidsrisico's (REV) in het vooruitzicht zijn afgelopen jaar door de specialisten externe veiligheid/omgevingsveiligheid van de RUD ZL de laatste werkzaamheden verricht in verband met de vervanging van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS). Geconcludeerd kan worden dat nu alle gegevens over milieubelastende activiteiten in dat nieuw openbaar register met de titel REV zijn aangeleverd. Daarbij zijn alle relevante data van bedrijven die gelegen zijn in ons werkgebied in en na overleg met de RUD ZL vanuit het RRGS overgezet naar het REV en zijn deze gegevens inmiddels ook te verwerken in het REV. Dit betekent ook dat als gevolg van de overgang van RRGS naar het REV dat de gegevens over gevaarlijke stoffen in de toekomst op een andere wijze aangeleverd moeten worden. Want het RRGS was niet alleen technisch verouderd, maar voldeed ook niet meer aan de lCT-beveiligingseisen van het Rijk. Het verzamelen en het ontsluiten van dit soort gegevens over milieubelastende activiteiten kan vanaf l januari 2023 daarom nog enkel in het REV en met die aansluiting op het REV via de RUD ZL.
Daarmee voldoet u als bevoegd gezag ook aan de huidige registratieverplichting voor gevaarlijke stoffen en bent u op dat punt ook voldoende voorbereid op de komst van de Omgevingswet. Gegevens die het bevoegd gezag in de toekomst moet verzamelen met het oog op aanlevering aan het REV zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving en middels het juist aanleveren bij het REV (via de RUD ZL) wordt ook voldaan aan de verplichtingen op grond van de huidige regelgeving voor gegevensverstrekking over inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico en aandachtsgebieden Onder de huidige regels vindt de afweging van het groepsrisico plaats met behulp van de omvang van zogenaamde invloedsgebieden. Daarbij bestond in het RRGS de mogelijkheid om de gemiddelde bevolkingsdichtheid binnen een invloedsgebied te registreren. Deze gegevens kunnen nog tot 1 juli 2023 geraadpleegd worden met behulp van een rapportagetool (Yellowfin). Yellowfin is beschikbaar via www.risicokaart.nl. Daarnaast zijn deze data te raadplegen op de Signaleringskaart. In verband 31
met de beleidsvernieuwing voor omgevingsveiligheid kunnen invloedsgebieden momenteel nog niet geregistreerd worden in het REV. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt daarom aan alle bevoegde gezagen geadviseerd om zelf (of via de RUD ZL) nieuwe gegevens over de invloedsgebieden te bewaren. Zodra de Omgevingswet in werking treedt worden vervolgens deze invloedsgebieden vervangen door aandachtsgebieden. Daartoe zijn de vaste contouren voor dit soort aandachtsgebieden al toegevoegd in het REV en zijn deze contouren momenteel ook al zichtbaar op actuele kaarten in de Atlas Leefomgeving. Restcategorie Bij de conversie van data uit het RRGS zijn er ook inrichtingen met gevaarlijke stoffen gevonden die niet één op één overgezet konden worden naar een categorie in het REV en dat betekent dat het omzetten van deze inrichtingen maatwerk vergt. Om niet onnodig data verloren te laten gaan, hebben wij een zogenaamde Restcategorie in het REV opgenomen. Het komend jaar coördineert het REVteam of en hoe de inrichtingen in de Restcategorie alsnog een plek moeten krijgen in het REV en of daarvoor aanpassing van de regelgeving of informatiemodellen nodig is. Voor zover aanpassingen nodig zijn voor inrichtingen in uw regio, zal de omgevingsdienst (namens het bevoegd gezag) benaderd worden voor herplaatsing van data in een REV-categorie, dan wel verwijdering van data uit het REV.
Tot die tijd worden wijzigingen van activiteiten in de Restcategorie doorgevoerd door de RUD ZL in de daarvoor bestemde “Bevoegd Gezag Module”. Kwetsbare gebouwen en locaties Kwetsbare objecten zijn in de Risicokaart opgenomen door middel van de zogenaamde ISORdatabase. Het REV daarentegen structureert de gebouwen en locaties conform het informatiemodel, daarbij worden gebouwen en locaties ingedeeld in de categorieën beperkt kwetsbaar, kwetsbaar en zeer kwetsbaar. Dit betekent dat gemeenten voor het REV zelf de indeling van de kwetsbare gebouwen en locaties in het REV moeten valideren. Hiertoe wordt op dit moment een service in de Bevoegd Gezag Module ontwikkeld. Deze service moet dan in de toekomst gebruikt worden voor het aanmelden van nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties of als de situatie daarom vraagt bij eventuele wijzigen daarvan. In het voorjaar van 2023 ontvangen alle bevoegde gezagen daar meer informatie over.
32
2.7.
Paragrafen
2.7.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Ons vastgestelde beleid betreffende het weerstandsvermogen komt samengevat neer op de volgende pijlers: • Het beleid van de RUD Zuid-Limburg is erop gericht om te beschikken over een weerstandsvermogen dat voorziet in dekking van de gepercipieerde en gekwantificeerde risico’s. Dit bepaalt de ondergrens van het weerstandsvermogen. Er wordt gestreefd naar een weerstandsvermogen van 1,0 dat wil zeggen dat de middelen die beschikbaar zijn om tegenvallers op te vangen (de weerstandscapaciteit) precies voldoende van omvang zijn om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De bandbreedte is bepaald op tussen 0,8 en 1,2 en de bovengrens wordt gevormd door de in de Gemeenschappelijke Regeling opgenomen begrenzing van 10% van de exploitatiebegroting van het volgende jaar. • Weerstandscapaciteit wordt gevormd uit de resultaten. Voor zover noodzakelijk om de gewenste omvang te bereiken worden de reserves aangevuld. • Indien het weerstandsvermogen lager is dan gewenst op basis van de risico-inventarisatie wordt er een plan voorgelegd aan het algemeen bestuur hoe het weerstandsvermogen op het gewenste niveau kan worden gebracht. • Indien het weerstandsvermogen groter is dan de afgesproken bandbreedte wordt voorgesteld het surplus uit te keren aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.
In 2022 zijn er conform de aanbevelingen uit de Onderzoeksrapportage Assessment interne organisatie en beheersinstrumentarium van EY van oktober 2020, een risicosessie geweest onder begeleiding van EY. Kengetallen met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing jaarverslag jaar 2022
verloop van de kengetallen
Kengetallen
verslag 2022
begroting 2022
verslag 2021
netto schuldquote
12,6
0
-1,7
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
12,6
0
-1,7
solvabiliteitsratio
32,6 %
40 %
49,2%
structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
verstrekte leningen
Algemene reserve Volgens de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling zijn de deelnemers verantwoordelijk voor een eventueel overschot of tekort van de RUD Zuid-Limburg in een bepaald jaar. Als er sprake is van een negatief rekeningresultaat wordt dit in eerste instantie verrekend met de weerstandscapaciteit. Indien er sprake is van een positief rekeningresultaat, dan wordt dit toegevoegd aan de algemene reserve, aan een bestemmingsreserve dan wel uitgekeerd aan de deelnemers conform hetgeen daarover bepaald is in de gemeenschappelijke regeling in artikel 29. 33
2.7.2. Overzicht baten en lasten per taakveld Vanaf het boekjaar 2017 is het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van kracht. Deze aanpassing was nodig om verbeteringen in de sturingsinformatie aan de raad (algemeen bestuur) door te voeren en om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te vergroten. De voor RUD Zuid-Limburg belangrijkste wijzigingen die in het BBV zijn doorgevoerd hebben betrekking op de invoering van uniforme taakvelden (producten), verbonden partijen en overhead. Alle activiteiten van de RUD Zuid-Limburg bevinden zich volledig in het domein Milieubeheer. Dit betreft taakveld 7.4 uit de Overzichtslijst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Overhead is tevens inbegrepen in dit taakveld. 2.7.3.
Financiering
Algemeen Gegeven de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) is elke gemeente, provincie of gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven over de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente en risiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid over treasury. De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader, zoals gesteld door de Wet FIDO. In 2022 is de financieringssystematiek als volgt geweest: Alle deelnemers in de RUD Zuid-Limburg ontvangen voorschotnota's op basis van de vastgestelde begroting. Deze voorschotnota's zijn volledig voldaan door de deelnemers. Rentevisie De RUD Zuid-Limburg heeft geen leningen. Koers- en valutarisico De RUD Zuid-Limburg bezit geen derivaten of vreemde valuta en is er dus geen sprake van koersrisico en ook niet van een valutarisico. Rente- en risiconorm Aangezien de RUD Zuid-Limburg geen schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk renterisico. Liquiditeitenplanning De planning van de facturering per kwartaal aan de deelnemers voor de in het werkprogramma afgesproken dienstverlening, heeft ertoe geleid dat er steeds voldoende liquiditeiten aanwezig waren.
Financieringsrisico's Omdat de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van de RUD ZuidLimburg en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, zijn er hier geen financieringsrisico’s te melden. Kasgeldlimiet De RUD Zuid-Limburg heeft na de loonbetaling van januari gedurende een maand behoefte gehad aan korte termijn financiering. Hierbij is de kasgeldlimiet van 8,5% van de begroting niet overschreden.
34
2.7.4. Bedrijfsvoering Organisatiestructuur De organisatiestructuur van de RUD Zuid-Limburg is een platte structuur met een minimum aan overhead. Het management van de organisatie bestaat uit de directeur, vier afdelingshoofden en de controller. Daarnaast is er een directieadviseur en zijn er twee HR-functionarissen, een managementassistent, een ambtelijk secretaris voor de Ondernemingsraad en een secretariaat. Verdere staffuncties op het gebied van financiën, P&O, archivering en informatievoorziening worden ingehuurd bij de provincie Limburg. Huisvesting Per 1 juli 2020 is het nieuwe huurcontract met de Provincie Limburg ingegaan, voor een periode van 10 jaar. Naast een contract voor huisvesting (inclusief gebouw-gebonden faciliteiten) is er een separate overeenkomst voor ondersteunende diensten en ICT. Na drie jaar, dat is medio 2023, zal een tussentijdse evaluatie plaatsvinden van de aansluiting van het huurcontract op de behoefte van de RUD Zuid-Limburg op dat moment. Deze bepaling is opgenomen in het huurcontract, ingegeven door de coronamaatregelen waaronder de basisregels. 2.7.4.1
Informatievoorziening
VTH-applicatie In de loop van 2022 is de VTH-applicatie Squit 20/20 in gebruik genomen bij de verschillende afdelingen binnen de RUD Zuid-Limburg. Na de oplevering van de exportvoorziening door de leverancier is begin mei 2022 de koppeling met de landelijke applicatie Inspectieview Milieu gerealiseerd. Hierdoor wordt het voor medewerkers toezicht en handhaving mogelijk om data van andere handhavingsorganisaties zoals politie en rijksinspecties te bekijken. Om de data uit de VTHapplicatie beter te kunnen analyseren is een start gemaakt met het opzetten van een rapportageomgeving. 2.7.5. Verbonden partijen De RUD Zuid-Limburg heeft zelf geen verbonden partijen in de zin dat zij financieel zeggenschap heeft over andere organisaties. Omgekeerd is de RUD Zuid-Limburg wel middels de gemeenschappelijke regeling verbonden aan de Provincie en alle gemeenten in Zuid-Limburg. De RUD Zuid-Limburg was in 2022 verbonden aan de gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal en de Provincie Limburg. 2.7.6. Overhead Overhead omvat alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.
Hiertoe behoren in ieder geval de kosten van het management en ondersteunende functies (in loondienst dan wel ingehuurd) en de overige kosten die hiermee die niet zijn toe te delen aan het primaire proces. De totale kosten van de RUD Zuid-Limburg bedroegen in 2022 € 12,8 mln. De hierin begrepen overhead bedroeg € 3,2 mln (25%). De overhead is opgebouwd uit personele overhead (kosten van leiding) € 1,4 mln, inkoop ondersteuning financiële administratie, salarisadministratie en automatisering € 0,6 mln, overige (huisvesting en andere kosten) € 1,2 mln.
35
3.
Jaarrekening
3.1.
Balans per 31 december 2022
(in euro's) Activa vaste activa vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties
31 december 2022 31 december 2021
€
551.870 €
535.795
Totaal vaste activa
€
551.870 €
535.795
vlottende activa vorderingen op openbare lichamen overlopende activa
€ €
346.376 € 1.003.198 €
90.968 823.157
Liquide middelen banksaldi
€
1.556.037 €
2.929.854
Totaal vlottende activa
€
2.905.611 €
3.843.979
Totaal activa
€
3.457.481 €
4.379.774
vaste passiva eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Bestemmingsreserve BOA Onverdeeld resultaat
€ € € € €
534.000 470.000 10.000 132.500 -18.219
€ € € € €
524.630 470.000 10.000 132.500 1.081.483
Totaal vaste passiva
€
1.128.281 €
2.218.613
vlottende passiva Schulden aan openbare lichamen Overige schulden Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
€ € € €
219.122 2.110.079 2.329.200
€ € € €
2.285 252.713 1.906.163 2.161.161
Totaal passiva
€
3.457.481 €
4.379.774
Passiva
36
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het BBV en de Financiële verordening van de RUD Zuid-Limburg. Vaste activa De vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen. Vlottende activa De vorderingen, overlopende activa en liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 39, 40 en 40a van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening baten en lasten. Vlottende passiva De vlottende schulden en de overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. 3.2. Activa
Toelichting op de balans
Materiële vaste activa (in euro's)
31-12-2021 investeringen
Vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties
€ 535.795 €
Desinvesteringen
211.720 €
Afschrijvingen
- €
31-12-2022
195.645 € 551.870
Het afschrijvingspercentage wordt bepaald conform de geldende Financiële verordening. Automatiseringsapparatuur en software worden in drie jaar afgeschreven, voor overige kapitaalgoederen bedraagt de afschrijvingsduur tussen de vijf en vijfentwintig jaar. Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen De meeste vorderingen op openbare lichamen zijn afgewikkeld in 2022. Overlopende activa Onder overlopende activa zijn opgenomen vooruitbetaalde kosten en nog niet gefactureerde in 2022 geleverde prestaties. Liquide middelen De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de RUD Zuid-Limburg.
37
Passiva Vaste Passiva Eigen Vermogen
(in euro's) Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT aansluitingen Bestemmingsreserve BOA inzet Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Resultaat uit bedrijfsvoering Verdeeld resultaat Totaal reserves en onverdeeld resultaat
Resultaat31 december 2021 bestemming 2021 resultaat 2022 € € € € €
524.630 € 470.000 € € 132.500 € 10.000 € 1.081.483 € € 2.218.613 €
9.370 1.072.113 1.081.483
31 december 2022
€ € € € €
-18.219
€ € € € €
534.000 470.000 132.500 10.000 -18.219
€
-18.219 €
1.128.281
Overzicht eigen vermogen
Het onverdeeld resultaat van 2022 bedraagt - € 18.219 vóór aanwending bestemmingsreserves. Overige schulden De overige schulden per 31 december 2022 hadden volledig betrekking op crediteuren. Overlopende passiva Dit betreft verplichtingen die in 2022 zijn aangegaan, waarvoor de RUD Zuid-Limburg in 2022 nog geen factuur heeft ontvangen. 3.3. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen De RUD Zuid-Limburg is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan de volgende, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen. Kredietfaciliteit Bij de huisbankier heeft de RUD Zuid-Limburg een kredietfaciliteit van € 250.000. Huurovereenkomst Per 1 juli 2020 heeft de RUD Zuid-Limburg een nieuw huurcontract voor huur kantoorruimte bij de provincie Limburg. Het huurcontract van deze ruimten loopt tot en met 30 juni 2030, met een evaluatiemoment in 2023.
38
3.4.
Overzicht Baten en Lasten 2022 Begroting 2022
Realisatie 2022
€ 10.593.269 € 761.133 € 618.837 € 163.531 € 234.921 € 1.237.906
€ 10.686.679 € 580.621 € 619.590 € 194.675 € 196.166 € 1.291.311
€ 93.410€ 180.512 € 753€ 31.144€ 38.755 € 53.405-
taakstelling RUD 2022 Totale af te dekken begroting
€ 122.073 € 13.731.670 € 159.000 € 13.572.670
€0 € 13.569.041 €0 € 13.569.041
€ 122.073 € 162.629 € 159.000 € 3.629
Inkomsten Inkomsten uitvoering werkprogramma's Overige inkomsten Totaal inkomsten
€ 13.177.918 € 394.752 € 13.572.670
€ 12.582.661 € 968.161 € 13.550.822
€ 595.257 € 573.410€ 21.848
€ 18.219-
€ 18.219-
PERSONELE LASTEN Salarissen en inhuur Overige personele kosten PERSONEEL DERDEN KAPITAALLASTEN Verbruikskosten en onderhoudskosten materieel INDIRECTE KOSTEN ONVOORZIEN Onvoorzien 5% (incl afronding)
Resultaat
overschot / tekort
Grondslagen voor de resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het BBV en de Financiële verordening. Ten behoeve van het inzichtvereiste wordt in het overzicht Baten en Lasten afgeweken van het door de BBV voorgeschreven model programmarekening. Baten worden verantwoord in het jaar dat zij gerealiseerd zijn. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Exploitatieresultaat De afrekening met de deelnemers wordt uitgevoerd conform de hierover gemaakte afspraken in de gemeenschappelijke regeling. De systematiek houdt voor de deelnemende gemeenten en provincie in, dat de kosten van dienstverlening vanuit de RUD Zuid-Limburg worden doorbelast op basis van de vastgestelde tarieven in de outputbegroting. Deze tarieven vermenigvuldigd met de uit te voeren taken in het werkprogramma, leiden tot het te factureren bedrag per deelnemer. Eind 2022 is door het Algemeen Bestuur besloten de factuur voor de deelnemers te verlagen met € 643.000 hierdoor zijn de inkomsten uit uitvoering werkprogramma’s lager dan begroot. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Alle baten en lasten die betrekking hebben op het boekjaar en ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend waren, zijn in het betreffende jaarverslag verwerkt.
Onder de opbrengsten wordt verstaan: de bijdragen van de afnemers van de diensten van de RUD Zuid-Limburg. Zij worden verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Winsten worden slechts genomen wanneer ze zijn gerealiseerd.
39
De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de verwachte levensduur. Als startmoment van de afschrijving geldt de datum van in gebruik neming van het actief. 3.5.
Toelichting op de baten en lasten 2022
De werkelijke lasten zijn licht boven de begroting (0,4%). De grootste overschrijding zit met name in (inhuur van) personeel. Door de druk op de arbeidsmarkt ontstaan er twee problemen. In de eerste plaats het probleem om geschikt personeel te vinden en aan de organisatie te binden om de taken uit te voeren. In de tweede plaats het probleem van oplopende tarieven van uitzendkrachten en opslagen van uitzendbureaus mede door inflatie. Het probleem wordt enigszins verzacht door een overschot op de bijkomende personele kosten. Uit bovenstaand overzicht blijken de verschillen per kostencategorie.1 Overzicht overige inkomsten De overige inkomsten bestaan met name uit incidentele baten:
Overige incidentele inkomsten betreffen voornamelijk inkomsten uit extra werkzaamheden buiten het reguliere werkprogramma en resultaten uit voorgaande boekjaren. De projectresultaten betreffen projecten die in eerdere jaren zijn uitgevoerd en waarvan in 2022 definitief afgewikkeld Toelichtingen met betrekking tot de verschillen ten aanzien van de lasten Personeelskosten (in euro's)
Personele lasten
Begroting
Werkelijk
2022
2022
10.593.269 10.686.679
Afwijking V/N
93.410 (N)
De personele lasten zijn hoger dan begroot (1%). Ten aanzien van de personele lasten geldt dat hierin begrepen zijn de kosten van de BOA pilot. In het winstbestemmingsvoorstel is opgenomen een voorstel om hiervoor deels de bestemmingsreserve in te zetten. De totale bestemmingsreserve bedraagt € 132.500 , in 2023 is nog nodig € 32.500 om de pilot te financieren tot 1 juli 2022. Derhalve het voorstel om € 100.000 in te zetten van deze reserve. Overige personele kosten (in euro's) Overige personele kosten
Begroting
Werkelijk Afwijking V/N
2022
2022
761.133
580.621
180.512(V)
Hieronder bevinden zich kosten van scholing en vorming en kosten van persoonlijke uitrusting.
1 Bij de overzichten betekent V een voordeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten hoger, dan wel lasten lager dan begroot)
en N
een nadeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten lager dan wel lasten hoger dan begroot)
40
Deze zijn in 2022 enigszins achtergebleven, ze zijn 18% lager dan begroot. De verwachting is dat deze kosten in de toekomst, waarbij zelf opleiden van medewerkers belangrijker wordt eerder zullen toenemen dan afnemen. Inhuur dienstverlening (in euro's)
Begroting
Werkelijk
Afwijking
2022
2022
V/N
618.837 619.590 753(N) Inhuur dienstverlening Onder inhuur dienstverlening staan de kosten voor ingekochte dienstverlening op het gebied van ondersteuning op het vlak van informatie advies, financiën en personeels- en salarisadministratie en kosten kwaliteitssysteem. Indirecte kosten (in euro's)
Begroting2022 Werkelijk 2022
Afwijking V/N
1.237.906 1.291.311 53.405(N) Overige goederen en diensten Onder indirecte kosten wordt het merendeel van de materiële uitgaven verstaan die verband houden met de organisatie. De grootste post is huur en ICT en verder valt te denken aan bureaukosten, verzekeringen en het gebruikmaken van adviesbureaus. . Afschrijvingen (in euro's)
Begroting
Werkelijk
Afwijking
2022
2022
V/N
163.531
195.645 32.114(N) Het betreft hoofdzakelijk afschrijvingen op kapitaalgoederen van de meetdienst lucht en geluid. Deze worden voor het grootste deel (86%) doorbelast naar de Provincie Limburg en zijn voor de overige deelnemers van de RUD Zuid-Limburg budgettair- en resultaat neutraal. De vraag naar metingen van lucht, geur, geluid neemt echter al een aantal jaren toe bij overige deelnemers. Afschrijvingen
Mutaties reserves
(in euro's) Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT aansluitingen Bestemmingsreserve BOA inzet Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Resultaat uit bedrijfsvoering Verdeeld resultaat Totaal reserves en onverdeeld resultaat
Resultaat31 december 2021 bestemming 2021 resultaat 2022 € € € € €
524.630 € 470.000 € € 132.500 € 10.000 € 1.081.483 € € 2.218.613 €
9.370 1.072.113 1.081.483
31 december 2022
€ € € € €
-18.219
€ € € € €
534.000 470.000 132.500 10.000 -18.219
€
-18.219 €
1.128.281
41
Toelichtingen met betrekking tot de verschillen ten aanzien van de Baten
(in euro's)
Begroting
Werkelijk
Afwijking V/N
Bijdrage deelnemers
2017 2022 13.177.918
2022 12.582.661
V/N 595.257 (N)
Overige inkomsten
394.752
968.161
573.410(V)
13.572.670
13.438.315
130.725 (N)
Totaal boekjaar:
Baten: verschil tussen raming en werkelijkheid In 2022 zijn de werkelijke baten uit de bijdrage van de deelnemers lager dan de geraamde baten. Dit komt door een verlaging van de in rekening gebrachte bijdrage. De overige inkomsten zijn hoger dan geraamd. Er is een positief resultaat geboekt met name als gevolg van uitgevoerde projecten Mutaties in reserves Conform de besluitvorming bij de vaststelling van de jaarrekening 2022 zijn de mutaties in de reserves verwerkt. De grootste post, buiten de algemene reserve is de reserve voor ICT. In 2015 is gestart met de uitvoering van het informatiebeleidsplan. Er zijn projectplannen gemaakt en de projecten zijn gestart. De fase dat de uitgaven plaatsvinden is in 2016 gestart, maar de grootste post is de reservering in verband met specifieke aanpassingen voor de RUD Zuid-Limburg van het aangeschafte VTH(A) pakket. Doordat deze vervanging van het VTH-pakket breed is opgepakt door penvoerder Provincie Limburg met deelname van zoveel mogelijk VTH-overheidsorganisaties is er sprake geweest van een langer voorbereidingsproces naar de aanbesteding, het ontwikkeltraject bij de leverancier kent eveneens een langere doorlooptijd dan gepland. Het pakket is inmiddels in gebruik genomen.
In 2022 zijn diverse maatwerkaanpassingen gedaan om het nieuwe VTH pakket geschikt te maken voor managementinformatie en aansluitingen gerealiseerd met urenschrijven. In totaal betreft het uitgaven ter hoogt van € 96.902 . Derhalve het voorstel om € 96.902 van genoemde bestemmingsreserve in te zetten. In 2023 vindt de overgang plaats naar RX mission, verwacht wordt dat hierbij ook maatwerk aanpassingen nodig.
42
Ontwikkeling EMU saldo
Omschrijving 1 2 3 4 5
6
7 8 9 10
11
Exploitatie vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit andere bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet in de exploitatie zijn verantwoord en niet in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: baten uit desinvesteringen in im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) voor zover niet op exploitatie Aankoop van grond en uitgaven aan bouw- en woonrijp maken Baten bouwgrondexploitatie: baten voor zover transacties niet op exploitatie Lasten op balanspost voorzieningen voor zover deze met derden betreffen Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet onder de post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van reserves worden gebracht Verkoop van effecten a. Voornemen van verkoop van effecten b. Verwachte boekwinst Berekend EMU saldo
Realisatie 2022 X € 1.000,-18,2
Begroting 2022 X € 1.000,0
195,6 0
163,5 0
211,7
PM
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
nee
nee
-34,3
163,5
43
3.6.
Gegevens 2022 in het kader van WNT
Sinds 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Deze wet regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het jaar 2022 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op € 216.000. Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen. De WNT is op de RUD Zuid-Limburg van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en/of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur. Leidinggevende topfunctionarissen Leidinggevende topfunctionaris van de RUD Zuid-Limburg is de directeur.
44
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking, vanaf de dertiende maand van de functievervulling. Gegevens 2022 bedragen x € 1
L.M. Kobes
Functiegegevens
Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
directeur
01/01 – 31/12 1,0 ja 113.196 20.198 133.394
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
216.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
133.394
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2021
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
bedragen x € 1
L.M. Kobes
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
Directeur 01/01-31/12 1,0 ja
107.971 21.065 129.036
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
Bezoldiging
129.036
45
Toezichthoudende topfunctionarissen Onderstaand volgen de gegevens van de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Vermeld zijn de personen die in 2022 lid waren van het algemeen bestuur en/of het dagelijks bestuur. Daar waar niet anders vermeld waren de genoemde personen het hele jaar lid. Tevens zijn opgenomen de personen die in 2019, 2020 en 2021 lid waren van het bestuur en - waarvan het lidmaatschap voor 2022 is geëindigd; - tenminste 12 kalendermaanden aaneensluitend lid zijn geweest. Conform voorschrift van de WNT blijven zij 4 jaar vermeld in het overzicht. De toezichthoudende topfunctionarissen ontvangen geen bezoldiging of andere financiële vergoeding van de RUD Zuid-Limburg. Er bestaan vanuit de organisatie geen financiële verplichtingen naar personen die eerder als toezichthoudend topfunctionaris verbonden zijn geweest aan de RUD Zuid-Limburg. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1800 of minder Gegevens 2022 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
F.M.A. van Ballegooij (tot 17-02-2020)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
H.J. Bejas (tot 25-05-2022)
Lid Algemeen Bestuur
R. de Boer
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
M.M.L. van Drunen (vanaf 25-05-2022)
Lid Algemeen Bestuur
C.M.J.P. Claessens (tot 8-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
N.J.M.M. Dauven (vanaf 3-05-2022)
Lid Algemeen Bestuur
W. Dreessen (tot 8-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur
P.H.J. Franssen (vanaf 15-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur
C. Gelderblom (vanaf 8-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
M.J.G. Gerritsen (vanaf 8-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur
E. Geurts
Lid Algemeen Bestuur
V.L.W.H. Heijnen (tot 10-01-2022)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
D.M.M. Hendrix
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur / Voorzitter per 14-04-2021 en per 14-7-2022 (aantreden nieuw bestuur)
V. Hermans (vanaf 19-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur
W. Houben (tot 30-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur
R.W.P.E. Housmans (tot 9-4-2021)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
A.L.W.G. Houtakkers (vanaf 14-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
J.E.L.M. Last (tot 15-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur
G.B.M. Leers (tot 11-03-2020)
Lid Algemeen Bestuur
H.M.H. Leunessen
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
H. Mackus (vanaf 19-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
N.M.S.E. Peeters (12-01-2022/9-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur
R.L.T. van Loo (tot 15-11-2019)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
W.J.F. van der Rijt (tot 19-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur
V. de Rond (vanaf 1-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur
F.P.M. Sanders (tot 25-09-2020)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
D.W.J. Schneider
Lid Algemeen Bestuur
H.G.J. Schoenmakers (tot 19-05-2022)
Lid Algemeen Bestuur
M.M.R. Schwillens (vanaf 19-05-2022)
Lid Algemeen Bestuur
J.M.T. Teunissen (tot 28-6-2019)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur 46
M.M. van Toorenburg (vanaf 2-7-2021)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
C.P.L. Vankan (tot 23-05-2022)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
P.J.J. Verbraak (vanaf 30-06-2022)
Lid Algemeen Bestuur
R.J.H. Vlecken (tot 25-05-2021)
Lid Algemeen Bestuur tot 25-05-2021/ Lid Dagelijks Bestuur en voorzitter Algemeen en Dagelijks Bestuur tot 14-04-2021
J.Th.C.M. Verheijen (tot 14-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
G. IJff (tot 1-07-2022)
Lid Algemeen Bestuur
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
47
Bijlagen 3.7.
Voorstel tot resultaatbestemming en resultaatverdeling
Artikel 29 lid 5 letters a en b van de Gemeenschappelijke regeling van de RUD Zuid-Limburg zijn leidend. Het Algemeen Bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of gedeeltelijk te bestemmen voor: a. Een egalisatiereserve; b. Uit te keren aan deelnemers naar rato van ieders afname in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Onverdeeld resultaat 2022
€
-18.219
voorstel inzet reserves bestemmingsreserve BOA voor dekking kosten tm 31-12-2022 bestemmingsreserve ICT aansluitingen vanwege maatwerk VTH pakket verhoging weerstandsvermogen op basis risico-inventarisatie
€ € €
100.000 96.902 -75.000
Totaal te bestemmen resultaat
€
103.683
Verdeelsleutel Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Brunssum Gemeente Eysden-Margraten Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg aan de Geul Gemeente Voerendaal Provincie Limburg
396.655 € 543.194 € 87.225 € 126.625 € 135.865 € 601.865 € 238.378 € 223.737 € 1.177.875 € 215.540 € 48.071 € 691.162 € 547.300 € 93.377 € 55.675 € 120.114 € 7.863.376 €
Bedrag 3.124 4.278 687 997 1.070 4.740 1.877 1.762 9.276 1.697 379 5.443 4.310 735 438 946 61.924
48
3.8.
Geactualiseerde risico-inventarisatie
risico-inventarisatie eind 2022 Risico beschrijving ICT risico's / Risico's samenhangend met invoering nieuw VTH pakket Uren worden niet geregistreerd, waardoor kosten niet worden verwerkt. VTH applicatie (Squit 2020 RX Mission) werkt niet (naar behoren). Implementatie tijdschrijfsysteem loopt vertraging op. Nieuw VTH pakket werkt niet naar behoren waardoor doorbelasting kosten niet lukt. VTH-applicatie blijkt niet optimaal te functioneren en kost daardoor meer tijd (en daarmee dus geld). Tijdelijk risico vaardigheden personeel met nieuw pakket. ICT-systeem: - goed gevulde systemen (invoer in systeem) - systeem moet werken - ophalen van juiste stuurinformatie uit systemen (gegevens moeten uit systeem worden gegenereerd (overzichten producten, tijdsbesteding etc.)) - iedereen moet kunnen werken met systemen; training medewerkers. Afscherming van gegevens borgen en beveiligen. Bescherming tegen hackers en hiermee gepaard gaande kosten. (afhankelijkheid van derden door gebruik van ICT programma's in de cloud; bescherming tegen Ddos-aanvallen). Risico's samenhangend met invoering omgevingswet Niet uniforme uitleg van de implementatie Omgevingswet. Onduidelijke (vertaling) wet en regelgeving. Vergunningtaken vervallen en komen onder algemene regels. Omgevingswet geeft financieel risico voor deelnemers dat doorvertaald wordt naar de RUD ZL.
Meer taken zonder financiële vergoeding (o.a. Omgevingswet). taken worden ingebracht zonder adequate fianciering ( vb geen taken / geen knaken bodemtaken) Omgevingswet: - kennis van mensen up-to-date (houden en blijven). Omgevingswet: - onduidelijkheid of (nieuwe) taken/werkzaamheden/activiteiten bij RUDZL behoren (tijdelijk risico). Wijziging van huidige kengetallen voor uitvoeren basistaken a.g.v. het overgaan van inrichtingen naar MBA's. Taken kosten meer tijd dan voorzien waarmee inrichtingsprijs onder druk komt. Risico's samenhangend met producten-/ en dienstencatalogus en beprijzing producten Advisering en juridisch taken zijn meer dan daadwerkelijk ingebracht. Meer complexere aanvragen leiden tot meer tijdsbesteding. Uren producten boven kentallen. Risico's samenhangend met samenwerking met opdrachtgevers Financiele taakstellingen opgelegd door opdrachtgevers. VTH beleid per deelnemer ( niet uniform). VTH beleid bepaald, zonder de uitvoering hierbij te betrekken. RUD als milieuautoriteit voor de regio: risico = deelnemers in de GR willen RUD ZL niet betrekken bij beleidsvorming. Partner trekt taken terug uit de RUD ZL. Minder producten afnemen dan geraamd. Partner stelt niet de benodigde financiële middelen ter beschikking . Risico dat geschillen ontstaan door gedeelde verantwoordelijkheid RUD en bevoegd gezag.
Afhankelijkheid van partners bij processen waarvoor de RUDZL geen mandaat heeft. Niet tijdig stappen nemen in processen door partners, hetgeen gevolgen heeft voor RUDZL. Naast takenpakket medewerkers verwacht men meer van RUDZL dan nodig/afgesproken/ingebracht is.
Impact (in €)
Kans * Impact mitigerende maatregelen / beoordeling doublures
5 50 50 50 50 50
€ € € € € €
€ € € € € €
150.000 maanddelijks monitoren urenstaten door leidinggevenden 1.500.000 contract met leverancier met garanties en aansprakelijkheidsstelling 1.500.000 idem vorige risico 1.500.000 idem vorige risico 250.000 opleidingen personeel / key users benoemen 250.000 idem vorig risico
50 5
€ €
500.000 € 540.000 €
20
€
100.000 €
250.000 idem vorig risico 27.000 is maximaal teruggebracht vertrouwen op bescherming door onze provider van netwerksysteem 20.000 Provincie Limburg
50 50 20 5 5 5 5 5 50 5
€ € € € € € € € € €
50 5 5
€ € €
500.000 € 100.000 € 100.000 €
250.000 opplussen juridische capaciteit naar noodzakelijke omvang 5.000 herijkenproducten en dienstencatalogus 5.000 idem vorige risico
€ €
5.000
50
€
300.000 €
€
150.000
20 20 5 5 5 5 5
€ € € € € € €
20.000 20.000 100.000 50.000 50.000 50.000 10.000
150.000 reeel risico gezien financiële positie opdrachtgevers samen met deelnemers streven naar uniform beleid RUD ZL is 4.000 afhankelijk 4.000 idem vorige risico 5.000 is reeel risico, spanningsveld tussen beleid en uitvoering 2.500 zie overeengekomen spelregels in GR, betreft restrisico 2.500 zie vorige risico 2.500 zie vorige risico 500 betreft restrisico
€
4.000
€ €
5.000 2.500
€
500
5 5
€ €
10.000 € 50.000 €
500 betreft restrisico 2.500 betreft restrisico, via accountmanager gesprek blijven voeren
€ €
500 2.500
Kans (in %)
3.000.000 3.000.000 3.000.000 3.000.000 500.000 500.000
1.000.000 1.000.000 1.000.000 50.000 50.000 400.000 100.000 50.000 1.000.000 100.000
€ € € € € € € € € €
€ € € € € € €
restisico € €
50.000 300.000
€
50.000
€
27.000
€
20.000
500.000 restrisico Omgevingswet na interne maatregelen processen en medewerkers € 500.000 zie vorige risico 200.000 zie vorige risico 2.500 reeel risico dat niet door RUD ZL beinvloedbaar is € 2.500 idem vorige risico 20.000 reeel risico dat niet door RUD ZL beinvloedbaar is € 5.000 opleidingsbudget RUD ZL, prestatiecoach als instrument € 2.500 idem eerder genoemd risico omgevingswet 500.000 Omzettingsproces naar MBA's is grote inspanning 5.000 herijken producten en dienstencatalogus
50.000
2.500 2.500 2.500
vervolg risico-inventarisatie eind 2022 Risico beschrijving Risico's voor de RUD ZL op het vlak van personeel en bedrijfsvoering
Kans (in %)
Overspannen markt voor personeel. Gekwalificeerd personeel niet te vinden. Meer personeel dan taken. Onvoldoende capaciteit Vergunningen bij o.a. actualisering vergunningen (prioriteren en risicoanalyse). Niet voldoen aan wet- en regelgeving. Krapte arbeidsmarkt, versus invulling vacature. Op peil houden (deskundig) personeel. Begeleiding en opleiding nieuwe medewerkers past niet bij (of naast) de reguliere taken. Beschikbaarheid en behouden voldoende opgeleid personeel. Een kennisautoriteit zijn door voldoende en gekwafiliceerde mensen. Niet voldoende kwalitatief op maat personeel voorhanden. Actualisaties worden niet uitgevoerd door gebrek aan personeel en voldoen daardoor niet aan recente wet en regelgeving.
Impact (in €)
5 5
€ €
50 5 20 5 5 5 5 50
€ € € € € € € €
Kans * Impact mitigerende maatregelen / beoordeling doublures
400.000 € 50.000 € 200.000 100.000 2.000.000 80.000 100.000 100.000 100.000 200.000
€ € € € € € € €
20.000 strategische personeelsplanning. betreft restrisico 2.500 werken met flexibele schil betreft overgangsproblematiek omgevingswet geschatte impact 8 100.000 manjaren oplossen via bestemmingsreserve 5.000 zie eerdergenoemd risico 400.000 afgedekt via opleidingenbudget en prestatiecoach 4.000 zie eerdergenoemd risico 5.000 zie eerdergenoemd risico 5.000 zie eerdergenoemd risico 5.000 zie eerdergenoemd risico 100.000 zie eerdergenoemd risico via preventiemedewerker, uitgvoerde RIE en budget overige personeelskosten wordt hier actief op geacteerd. Bovendien is 5.000 aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Betreft restrisico er wordt actief gestuurd op preventie en ziekteverzuimbegeleiding, 5.000 verzuim zit binnen de norm bruto / netto uren 10.000 betreft restrisico
restisico € €
20.000 -
€
100.000
€
-
€
5.000
€ €
10.000
€
10.000
€ €
500
Werkplek voldoet niet aan ARBO eisen.
5
€
100.000 €
Uitval/ziekte medewerkers. pandemien met lange nasleep (VB Long Covid)
5 5
€ €
100.000 € 200.000 €
Efficiënte bedrijfsvoering: - werkprocessen beschreven , gevolgd en op elkaar aansluiten - rollen in processen inzichtelijk actualiteit werkprocessen (relatie met actueel beleid, wet- en regelgeving). Werken cf. werkprocessen en werkprogramma's. Vraag en aanbod deskundigheid komt niet overeen. Niet tijdige betaling opdrachtgevers.
20 20 5 5
€ € € €
200.000 200.000 400.000 10.000
Risico van hybride werken (communicatie o.a.).
5
€
20.000 €
kwaliteitsbeheer werkprocessen wordt toegepast / project 40.000 ontschotting / beschrijving processen VTH pakket en Omgevingswet 40.000 zie eerdergenoemd risico 20.000 afgedekt via opleidingenbudget en prestatiecoach 500 betreft restrisico is restrisico, mogelijk efficientie of effectiviteitsverlies. Geaccepteerd 1.000 risico
€
1.000
is reeel risico, prijzen uitzendbureaus stijgen sterker dan inflatie door dubbel effect algemene prijsstijging + sterke stijging vraag naar 60.000 arbeid €
60.000
€ € € €
1.000 20.000 500 -
€
2.000
€
-
€
27.000
€
5.000
€ € € € €
2.500 10.000 10.000 609.000
€ € € €
Inflatierisico inhuurkosten gezien o.m. spanning op de arbeidsmarkt (verouderend personeelsbestand/10 à 15% is inhuur) Rechtmatigheidsrisico's Vergunning/melding wordt niet tijdig verleend. Verguning/melding wordt na beroep niet verleend. Bevoegd gezag verzoekt advies dat afwijkt van wet- en regelgeving. Aansprakelijk stelling ná foutieve advisering, besluitvorming e.d.
20
€
300.000 €
20 20 5 5
€ € € €
5.000 100.000 10.000 100.000
Onzorgvuldige aanbestedingsprocedure leidt tot schadeclaim.
5
€
200.000 €
Uitgave RUD niet rechtmatig want buiten begrotingskader. Financiële cyclus op orde en voldoen aan actuele wet- en regelgeving.
5 5
€ €
50.000 € 50.000 €
Voldoen aan privacy protocollen. AVG versus informatieuitwisselingsplicht (b.v. meer informatie delen waardoor dienstverlening beter wordt echter AVG dit vaker niet mogelijk maakt) Spanningsveld! (AVG/informatieuitwisseling). Wet Open Overheid vraagt veel niet begrote ureninzet
5
€
540.000 €
1.000 betreft restrisico na zorvuldig vormgeven werkprocessen 20.000 werk moet over en bevoegd gezag betaalt meerwerk niet 500 betreft restrisico voor extra tijdsbesteding 5.000 is verzekerd via bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering zorgvuldig toepassen aanbestedingswetgeving, intern beleid en 10.000 ondersteuning via inkoopadviseurs Provincie Limburg monitoren uitgaven via rapportages.interne controle via controller, 2.500 externe controle via accountant 2.500 zie eerdergenoemd risico betreft restrisico. Er is een FG benoemd en er zijn procedures om 27.000 binnen de AVG te werken.
5 5
€ €
540.000 € 100.000 €
27.000 zie eerdergenoemd risico 5.000 betreft restrisico
5 5 5 20
€ € € €
50% 20% 5%
1 per 2 jaar 1 per 5 jaar Minder dan 1 keer per 5 jaar
€ € € €
Overige risico's Bestuurlijk risico dat tweede kamer besluit om VTH taken te centraliseren in den Haag. Regelgeving (denk aan stikstofproblematiek) heeft invloed op andere werkzaamheden. Macht van Europese wetgeving op landelijke regels. Niet kunnen uitvoeren werkzaamheden als gevolg van overheidsmaatregelen door corona Optelsom risico's exclusief doublures
13.000.000 50.000 200.000 200.000
€ € € €
het is niet aannemelijk dat van de ene op de andere dag de stekker 650.000 uit de omgevingsdiensten getrokken wordt. 2.500 betreft restrisico niet door RUD ZL of deelnemers beinvloedbaar 10.000 betreft restrisico niet door RUD ZL of deelnemers beinvloedbaar 40.000 betreft restrisico niet door RUD ZL of deelnemers beinvloedbaar €3.292.000
50 legenda kansen
3.9.
Rechtmatigheidsverantwoording
In deze rechtmatigheidsverantwoording geeft het Dagelijks Bestuur aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en geldende verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 7 december 2022 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 407.000. Conclusie Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.