CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

11. Bijlage 4 BsGW kadernota begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-13 Financiële stukken GR BsGW4.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030

Versie 1.0 Oktober 2024

3

Inhoudsopgave

1. Inleiding ...............................................................................................................................5 2. Organisatie ...........................................................................................................................7 3. Beleidsmatige ontwikkelingen .................................................................................................9 4. Financiën ............................................................................................................................ 15

4

1. Inleiding Hierbij bieden wij u de kadernota 2026 aan. Deze nota biedt de kaders voor het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030. Deze kaders betreffen (beleids)ontwikkelingen, die in de begroting verder worden uitgewerkt en financieel worden doorvertaald plus de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. De nota is wederom vanuit de lean-enmeanbenadering opgesteld. Meerjarenperspectief/Ontwikkelingen De in de kadernota 2026 genoemde ontwikkelingen, beleidsvoornemens en financiële uitgangspunten vormen de basis voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030, die komend voorjaar ter zienswijze wordt aangeboden aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van Waterschap Limburg en na vaststelling wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Het wordt vanwege de aanhoudende dynamiek in de internationale samenleving steeds lastiger om meerjarig vooruit te kijken. Daaraan kan worden toegevoegd dat BsGW als gemeenschappelijke regeling de kadernota en de meerjarenraming vroegtijdig dient aan te leveren als input voor de begrotingen van de deelnemende organisaties. In de voorliggende kadernota is voor de indexering 2026 uitgegaan van de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau, waarbij deze voor de opvolgende jaren 2027-2030 in de meerjarenraming gelijk zijn gehouden.

Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) is het tarief proceskostenvergoeding per toegekend bezwaar of beroep per 1-1-2024 drastisch verlaagd. Echter, de Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 dit door de wetgever vastgestelde lagere bedrag voor proceskostenvergoeding buiten toepassing verklaard. Daarmee is het hoge tarief weer van toepassing en is men landelijk in afwachting van de behandeling van de voorgestelde herstelmaatregel via het Belastingplan 2025. Het voorstel is om de wegingsfactor aan te passen van 0,25 naar 0,125, zodat de proceskostenvergoeding (tarief * wegingsfactor) in WOZ-zaken weer uitkomt op het niveau dat de wetgever voor ogen had per 1 januari 2024. Indien zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen, het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2025 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024, de waardestijging van de objecten en de tariefstijgingen door de gemeenten binnen de perken blijven, heeft dit naar alle waarschijnlijkheid een positief effect op de begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’. BsGW hanteert evenwel het voorzichtigheidsprincipe in dezen. Een positief effect wordt in eerste instantie in het lopend boekjaar via de P&C-cyclus verantwoord en verrekend.

Voor het daaropvolgende jaar zal -rekening houdend met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels (AB 8-12-2022)- een begrotingswijziging worden doorgevoerd. De toenemende spanning op de arbeidsmarkt in het algemeen en de ICT-sector in het bijzonder vraagt om verscherpte aandacht en pragmatisch handelen. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. BsGW anticipeert hier zo goed als mogelijk op, zodat de bijbehorende kennis bijtijds en zorgvuldig wordt overgedragen. Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening zijn gewaarborgd. BsGW volgt de huidige ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging en zal deze de komende periode implementeren om hieraan te kunnen voldoen. Naar verwachting zal eind 2024 het normenkader hiervoor - de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) - vastgesteld worden.

5

In het voorjaar van 2025 verwacht het Rijk de Europese richtlijn Europese Network and Information Security (NIS2) als Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in wet- en regelgeving. Dit alles neemt niet weg dat BsGW blijft zoeken om -waar mogelijk- efficiënter te werken. Dit mag de continuïteit en de kwaliteit van onze dienstverlening evenwel niet in gevaar brengen.

6

2. Organisatie BsGW is als zelfstandige belastingsamenwerking voor zowel gemeenten als Waterschap Limburg opgericht op 1 april 2011. Sinds 1 januari 2023 zijn het Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal en Weert deelnemers in BsGW.

BsGW is belast met de heffing en inning van lokale heffingen voor zowel de deelnemende gemeenten als het waterschap en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet WOZ. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de (huidige) heffingssoorten per deelnemer.

7

Missie Wij heffen en innen belastingen voor onze klanten, slim en doordacht, op een kosteneffectieve wijze. Inzichtelijk, voorspelbaar en betrouwbaar in wat we doen. Visie Waarderen, heffen en innen; het wordt steeds complexer. Door het proces slim en goed te organiseren zijn wij dé organisatie om dit voor onze deelnemers te verzorgen. Zo kunnen zij zich op hun andere (kern)taken richten. Ambitie BsGW heeft de ambitie een toppositie binnen de samenwerkingsverbanden te bekleden. Speerpunten Daarnaast is een aantal speerpunten aangegeven waar BsGW zich de komende jaren op gaat richten. Kostenbewust BsGW staat met ingang van 2028 voor een structurele bezuinigingsopgave van € 1,3 miljoen. Dit betekent kritisch kijken wat wel en niet kan en vooral ook oog hebben voor kleine besparingen die snel zijn te realiseren. Integraal management Het management is per 1 december 2021 met 1 fte gereduceerd, waarbij de afdelingen over drie afdelingshoofden zijn verdeeld. Het eigenaarschap van de medewerkers in het algemeen en integraal management in het bijzonder zal verder worden doorontwikkeld. Hybride werken Sinds het begin van de covid-19-pandemie zijn de BsGW-medewerkers volop thuis aan het werk. Inmiddels is het uitgangspunt dat er 60% thuis wordt gewerkt en 40% op kantoor. Het kantoor is een plek van ontmoeten en samenwerken.

Dit betekent een andere manier van werken en ook een andere manier van investeren in huisvesting, werkplekken, automatisering en digitalisering. Per 31 oktober 2026 loopt het huurcontract voor het kantoorpand van BsGW af. Hierop vooruitlopend is eind 2023 een interne projectgroep opgestart, die de uitgangspunten voor de nieuwe huisvesting van BsGW geformuleerd heeft en een korte marktverkenning heeft uitgevoerd uitmondend in een eisen- en wensenpakket, binnen de gestelde financiële kaders. Momenteel lopen de onderhandelingen inzake een huurcontract voor een beoogde, nieuwe kantoorlocatie.

8

3. Beleidsmatige ontwikkelingen In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. In bijlage 3 zijn deze ontwikkelingen waar nodig uitgebreider omschreven. Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de proceskosten drastisch verlaagd per 1-1-2024. Echter heeft de Hoge Raad op 12 juli 2024 het door de wetgever vastgestelde lagere bedrag voor proceskostenvergoeding buiten toepassing verklaard. Daarmee is het hoge tarief weer van toepassing en is men landelijk in afwachting van de behandeling van de voorgestelde herstelmaatregel via het Belastingplan 2025. Het voorstel is om de wegingsfactor aan te passen van 0,25 naar 0,125, zodat de proceskostenvergoeding (tarief * wegingsfactor) in WOZ-zaken weer uitkomt op het niveau dat de wetgever voor ogen had per 1 januari 2024.

Bij het schrijven van deze kadernota is het Belastingplan 2025 nog volop in procedure. Nadat de Raad van State een advies heeft uitgebracht, vindt behandeling door de Tweede en Eerste Kamer plaats. Indien beide Kamers instemmen met het Belastingplan 2025 komt door aanpassing van de factor uit artikel 30a van de Wet WOZ van 0,25 naar 0,125 de proceskostenvergoeding in WOZ-zaken weer op het niveau dat de wetgever voor ogen had per 1 januari 2024. Indien zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen, het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2025 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024, de waardestijging van de objecten en de tariefstijgingen door de gemeenten binnen de perken blijven, heeft dit naar alle waarschijnlijkheid een positief effect op de begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’. BsGW hanteert evenwel het voorzichtigheidsprincipe in dezen. Een positief effect wordt in eerste instantie in het lopend boekjaar via de P&C-cyclus verantwoord en verrekend. Voor het daaropvolgende jaar zal rekening houdend met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels (AB 8-12-2022)- een begrotingswijziging worden doorgevoerd. Mocht er op enig moment sprake zijn van een positief effect op de begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’ dan staat dit los van de kostenreductie in het kader van het OOP.

Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken Het doel van het project Inwinning Secundaire Objectkenmerken is het terugwinnen van het vertrouwen bij de woningeigenaren in de overheid in het algemeen en de bepaling van de WOZ-waarde in het bijzonder door de woningeigenaren maximaal te betrekken bij het vaststellen van (een aantal van) de secundaire objectkenmerken en hierbij maximale transparantie te bieden. Bij het project, dat onder verantwoordelijkheid van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) wordt uitgevoerd, zijn o.a. de VNG, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Waarderingskamer, de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond betrokken.

9

In afstemming met genoemde partijen is een vragenlijst tot stand gekomen, die in de vorm van een aantal pilots aan woningeigenaren wordt voorgelegd in combinatie met een opgave van de huidige situatie (lees: weergave van de huidige secundaire objectkenmerken). Eind 2024/begin 2025 worden de eerste resultaten van de pilots verwacht. Onderzoek tweejaarlijkse WOZ-waardering Bij de Algemene Ledenvergadering van de VNG in juni 2024 is een motie aangenomen om op korte termijn een onderzoek te starten naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering. Wat de eventuele gevolgen zijn voor andere belastingen en/of instrumenten, waarvoor de WOZ-waarde de basis vormt, dient hierin mee te worden genomen. Ook de gevolgen voor diverse andere instanties die de WOZ-waarde (en andere WOZgegevens gebruiken voor diverse doeleinden, worden in het onderzoek betrokken. Hiertoe wordt een klankbordgroep ingesteld met daarin vertegenwoordigers van de VNG, de Unie van Waterschappen, het Ministerie van Financiën, de Belastingdienst, Vereniging Eigen Huis en de Landelijke Vereniging van Lokale Belastingen (LVLB). Het onderzoek zal worden uitgevoerd door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) en dient in nauwe samenspraak c.q. afstemming met de uitvoering (lees: LVLB) en de betrokken ministeries plaats te vinden.

De indieners van de motie verwachten dat een tweejaarlijkse herwaardering leidt tot een verlaging van de druk op de uitvoering van de Wet WOZ en daaruit voortvloeiend een verbetering van de kwaliteit van de herwaardering, een verbetering van de kwaliteit van de bezwarenafhandeling, een tijdige afdoening van bezwaren, het beter kunnen verwerken van bezwaaruitkomsten in een volgende herwaardering, het beschikbaar krijgen van capaciteit voor contact met de burger en een reductie van kosten, met name als het gaat om proceskosten en inhuur. Tegengaan toenemende armoede Ook het nieuwe kabinet heeft in de miljoenennota maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers.

Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De grote krapte op de arbeidsmarkt houdt onverminderd aan. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel, voor ICT-ers geldt dit in het bijzonder. Het effect van traditionele wervingscampagnes neemt af. Er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen. In dit kader wordt, analoog aan het zelf opleiden van taxateurs, nadrukkelijk ook gedacht aan het zelf opleiden van ICT-ers, zoals bijvoorbeeld Functioneel Applicatiebeheerders. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. BsGW anticipeert hier zo goed als mogelijk op, zodat de bijbehorende kennis bijtijds en zorgvuldig wordt overgedragen.

10

Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen Het wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen is door de Tweede Kamer aangenomen en ligt ter besluitvorming voor bij de Eerste Kamer. Behandeling is voor eind 2024 voorzien. Het wetsvoorstel biedt waterschappen betere mogelijkheden om het profijtbeginsel toe te passen. Zo kunnen zij meer kosten neerleggen bij diegenen, die meer voordeel hebben bij de werkzaamheden van het waterschap. Daarnaast kunnen waterschappen door de voorgenomen wijzigingen beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wetswijziging regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. Waterschappen krijgen door de aanpassingen in de watersysteemheffing meer mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2026. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen.

Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie van het huidige naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor de structurele kosten. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zullen deze via de gebruikelijke Planning & Controlcyclus van BsGW worden verwerkt en doorbelast naar Waterschap Limburg. Harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode Op 9 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het procesvoorstel m.b.t. harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode. Beide onderdelen zijn actief ter hand genomen. Besluitvorming door de deelnemers over harmonisatie heeft in nagenoeg alle gevallen voor september 2023 plaatsgevonden. Vanaf 2024 wordt het zogenaamde maatwerk separaat bij de desbetreffende deelnemers in rekening gebracht. Aansluitend aan het harmonisatietraject is de kostenverdeelmethode geëvalueerd en herijkt. De nieuwe kostenverdeelmethode is begin 2024 (AB 25-01-2024) door het Algemeen Bestuur vastgesteld en treedt met ingang van 2025 in werking. De nieuwe kostenverdeelmethode heeft overigens geen invloed op de begroting van BsGW zelf, maar de aanpassingen in de methodiek leiden wel tot wijzigingen in de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Zie ook bijlage 5.

Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. Vanaf 2022 zijn op basis van het vastgestelde plan van aanpak verbeterstappen gezet. Naast het digitaliseren van ons archief en het zaaksysteem-werken is met name ook aanvullende kennis en kunde nodig om alle aspecten rondom de (digitale) informatiehuishouding binnen BsGW vanuit juridisch perspectief én kostenbewustzijn (enkelvoudige opslag – meervoudig gebruik) te (waar)borgen. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het

11

aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamd Samenwerkingsportaal. Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR). Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken.

Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025; een nieuwe streefdatum is nog niet bekend. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Om de gebruikers meer te betrekken bij het Samenwerkingsportaal is een Gebruikersoverleg in het leven geroepen. Dit Gebruikersoverleg fungeert als klankbord en overlegplatform. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is.

Vanwege einde contractduur zijn zowel de ICT-infrastructuur als de belastingpakketten op basis van een Europese aanbesteding gegund en geïmplementeerd (2023 en 2024) . De overeenkomst met de leveranciers wordt voor drie jaar aangegaan, met daarna de optie tot driemaal een jaar verlenging. Op basis van het huidige prijspeil zou vanaf 2025 € 555.000,- per jaar gereserveerd moeten worden voor de volgende aanbesteding in 2028, inclusief de implementatie in 2029. Dit geschatte bedrag is voor de jaren 2025 – 2029 begrotingstechnisch reeds opgenomen in de (meerjaren)begroting 2025 (AB 27-6-2024). Hiertoe stelt het Dagelijks Bestuur een voorstel op dat eind 2024 tot besluitvorming door het Algemeen Bestuur moet leiden. Het resultaat van de besluitvorming wordt doorvertaald in de begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2030.

12

Kunstmatige Intelligentie Ook BsGW volgt de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige Intelligentie (Artificial Intelligence oftewel AI) met bovengemiddelde belangstelling. Generatieve AI is een specifieke vorm van AI. Het helpt mensen, bedrijven en organisaties bij het genereren van bijvoorbeeld tekst, beeld en audio. ChatGPT is het meest sprekende voorbeeld. Generatieve AI zal grote impact hebben op economie, maatschappij en op de overheid en daarmee ook op samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld BsGW. Enerzijds biedt generatieve AI kansen, bijvoorbeeld om beter met burgers te communiceren, processen te verbeteren (efficiency) en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt mede het hoofd te bieden. Anderzijds maken ook partijen als NCNP-bedrijven intensief gebruik van generatieve AI, met dien verstande dat voor hen niet geldt dat er sprake moet zijn van proven technology. Het oneigenlijk gebruik van AI door derden in relatie tot dataveiligheid vergt niet alleen kennis, maar ook (extra) financiële investeringen.

De overheidsbrede visie op generatieve AI biedt in dit kader houvast: door samen te werken met alle stakeholders, de snelle ontwikkelingen op het gebied van AI nauwgezet te volgen, passende wet- en regelgeving te ontwikkelen, het vergroten van kennis en kunde, door als overheid zelf veilig te experimenteren met generatieve AI én door sterk toezicht op AI met handhaving waar nodig kan Nederland vooraan staan bij de onvermijdelijke veranderingen in onze samenleving door generatieve AI. BsGW hoeft om moverende redenen niet voorop te lopen. Het is vooral zaak om op het juiste moment en op het juiste wijze aan te haken. Wettelijk gezien is een en ander geregeld in de AI-verordening. De AI-verordening is een Europese wet die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. AI zal naar de toekomst toe meer en meer worden ingezet door organisaties. Denk hierbij ook aan de inzet van AI op het gebied van informatiebeveiliging. Informatiebeveiliging & Privacy Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening zijn gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen, monitort dit niet alleen intern op naleving maar laat ook externe audits of onderzoeken uitvoeren hiernaar.

Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. Een van de beheersmaatregelen is uiteraard het voldoen aan de (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging. En op dat gebied zijn enkele ontwikkelingen aanstaande. Europese Network and Information Security (NIS) Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in de EU-lidstaten te verbeteren werden in 2016 de Europese Network and Information Security (NIS)-richtlijnen geïntroduceerd: een Europees kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid. In Nederland werd de NIS-regelgeving vertaald naar de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen voor digitale dienstverleners (Wbni). Door de toegenomen onrust in de wereld (zoals COVID, Oekraïne, cyberdreigingen) en de nieuwe technologische ontwikkelingen voldoen de NIS en daarmee ook de Wbni niet meer. Daarom wordt er nu gewerkt aan een opvolger: NIS2. Concreet betekent dit voor overheidsorganisaties, en dus ook BsGW, het volgende: • Strengere meldplicht • Zorgplicht: Meer focus op preventie • Handhaving door toezichthouders zal meer proactief gaan plaatsvinden • Potentiële persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders • Registratieplicht

13

Nederland streeft ernaar om in het voorjaar van 2025 de NIS2 als Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in wet- en regelgeving. Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid en zal naar verwachting eind 2024 vastgesteld worden. Naast de routekaart waarmee de komende jaren gewerkt aan het verhogen van het volwassenheidsniveau van de organisatie op het gebied van informatiebeveiliging & privacy en reeds door BsGW ingezette maatregelen om de risico’s op het gebied van veiligheidsincidenten te mitigeren, zal de komende periode gewerkt worden om te voldoen aan de eisen van de NIS2 en de BIO2.

Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 een onevenredig beslag leggen op de middelen (zowel formatie als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen.

14

4. Financiën Dit hoofdstuk bevat de financiële kaders, zoals BsGW die hanteert bij het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting BsGW 2026 en de meerjarenraming 2027-2030. Onderwerp

Uitgangspunt

Raming personele lasten

Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).

Formatie en personeel

BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.

Financiering

Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.

Raming materiële lasten

Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.

Inhuur derden

De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.

Raming onvoorzien

1,4 % van de begrote kosten.

Investeringen in het belastingpakket

Investeringen verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Er wordt niet langer op afgeschreven i.v.m. geen juridisch eigenaar.

Risicomanagement

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.

Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers

Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.

15

Kostenverdeelmethode

De (nieuwe) kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 januari 2024. Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.

Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020

Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: 2024 2025 2026 2027 2028

Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.300.000

Deze kostenreductie is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren)begroting van BsGW. Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)

De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, zijn niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar door BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil. Mocht in enig jaar sprake zijn van renteopbrengsten als gevolg van bovenstaande, dan zal BsGW deze renteopbrengsten doorstorten naar de deelnemers na de bestemming van het jaarresultaat. * betreft voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.

Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de CAO Werken voor Waterschappen. De huidige CAO eindigt eind 2024. De uitkomsten van de CAO-onderhandelingen zijn nog niet bekend *) en kunnen derhalve niet worden opgenomen in de kadernota. Mocht voor 1 maart 2025 bekend zijn wat de nieuwe CAO betekent voor 2026, dan zal dit in de ontwerpbegroting worden verwerkt. Zo niet, dan is het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. *) De vakbonden hebben hun looneis uitgesproken die zij gaan inzetten voor 2025 aan de diverse cao-tafels. FNV heeft het over een looneis van 7% en een 32-urige werkweek. CNV heeft het over een looneis van 3% tot 6%. Onderdeel van de onderhandelingen zal ook de looptijd van de nieuwe cao zijn. Aan de werkgeversdelegatie is geadviseerd om te kijken naar een langere looptijd dan 1 jaar, met als optie om wel jaarlijks naar de loonparagraaf te kijken.

Indexeringen Kadernota 2026 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 3,0% en 3,6%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2024-2026 van 3,4% aan te houden.

16

Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 2,1% en 8,4%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2024-2026 aan te houden van 5,1%. Mocht de septembercirculaire van het CPB d.d. 2025 daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=4ab0ae1a-7e57-4147-8bc3-61bf7175602a