11. Bijlage 14 Herinrichting Uitkijkpunt Huls-toelichting.pdf
Tekst van het document
38
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
Het voornemen is om ter plekke van onderhavig plangebied bebouwing met een totaal oppervlak van circa 325 m² te realiseren ten behoeve van een horecagelegenheid. Voorts wordt voorzien in circa 475 m² beton- en asfaltverharding binnen het plangebied. De totale capaciteit van de te realiseren hemelwatervoorziening(en) bedraagt (80 x 80 =) 64 m³. Uitwerking hemelwatervoorziening Indien een concrete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend voor het realiseren van de bebouwing en verhardingen op basis van voorliggend bestemmingsplan, dient ten behoeve van de uitwerking van een hemelwatervoorziening rekening te worden gehouden met vorenstaande kengetallen. Gelet op de grootte van onderhavig plangebied is afdoende ruimte beschikbaar voor het kunnen realiseren van een adequate hemelwatervoorziening. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening dient enkel schoon hemelwater te worden opgevangen, waaraan geen verontreinigde stoffen worden toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. Een infiltratievoorziening kan in dat opzicht tevens dienst doen als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert.
Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. 6.4.5
Conclusie waterhuishouding
Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
6.5
Natuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. 6.5.1 Kernkwaliteiten Zoals reeds eerder geconstateerd in paragraaf 3.2.2 is het plangebied gelegen in het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg'. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt ten aanzien van het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg' voorgeschreven dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in deze gebieden – waarvan in casu sprake is – een beschrijving bevat van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten zijn voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: 'schaalcontrast van zeer open naar besloten', 'het groene karakter', 'reliëf en ondergrond' en 'rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed'. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen een nationaal landschap dienen de geformuleerde kernkwaliteiten in acht te worden genomen. Dienaangaande het volgende. Schaalcontrastvan zeer open naar besloten Onderhavig plangebied vormt een helling tussen het het hoog gelegen buurtschap Huls en de lager gelegen dorpskern Simpelveld.
Vanuit het hoger gelegen deel van het plangebied is sprake van een wijds open uitzicht in de richting van Vaals - Aken. Het plangebied zelf is een veelal open gebied bestaande uit grasland en her en der een aantal bomen. Ten gevolge van onderhavig planvoornemen is het juist de bedoeling om gebruik te
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
39
maken van het wijdse open uitzicht. Ook is geen sprake van de aanplant van hoog opgaande beplanting, behoudens twee nieuwe bomen. Per saldo neemt het aantal bomen binnen het gebied af, waardoor het open karakter ter plekke meer wordt benadrukt. . Het groene karakter Voorliggend planvoornemen voorziet in het realiseren van nieuwe bebouwing ter plekke van huidig veelal voor parkeerterrein en picknickplaats verharde gronden. De nieuwbouw gaat gepaard met een herinrichting van het plangebied, waarin het groene karakter mede centraal staat in de beleving van het gebied. Er is geen sprake van aantasting van het groene karakter. Reliëf en ondergrond Het plangebied kenmerkt zich door een aanzienlijk hoogteverschil van circa 20 meter. Hiervan wordt juist gebruik gemaakt door het hoogste terreindeel te gaan benutten als uitzichtpunt, de horecagelegenheid als het ware 'in de helling' te bouwen, en het wandelpad al slingerend met de hoogtelijnen mee aan te leggen. Geen sprake is van een aantasting van het bestaande reliëf en de bestaande ondergrond. Rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed Van deze kernkwaliteit is ter plekke van onderhavig plangebied geen sprake. Wel voorziet de planontwikkeling in het bieden van een plaats van de sarcofaag van Simpelveld, met als doel om hiermee een belangrijk cultuurhistorisch onderdeel en verhaal van de gemeente Simpelveld aan de mensen te tonen.
6.5.2 Natura2000 De Wet natuurbescherming (Wnb) vormt in Nederland het wettelijke kader voor o.a. de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden. Projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, mogen niet plaatsvinden zonder vergunning (artikelen 2.7 en 5.6 Wet-Nb). Vanwege de in de omgeving gelegen Natura2000-gebieden is ten behoeve van voorliggend planvoornemen een stikstofberekening uitgevoerd om na te gaan of voorliggend voornemen een significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen in deze Natura2000-gebieden of overige natuurgebieden.
Uitsnede POL2014-kaart 'natuur' met aanduiding plangebied
40
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
De rapportage van de stikstofberekeningen is bijgevoegd in Bijlage 6. Uit de berekening met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een op voor stikstof gevoelige natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen met zekerheid worden uitgesloten. 6.5.3 Flora en fauna Gelet op de terreingesteldheid ter plekke van het plangebied is een quickscan flora en fauna verricht om te beoordelen of eventuele aanwezige beschermde soorten planten en/of dieren verstoord worden vanwege voorliggende planontwikkeling De rapportage van de quickscan is bijgevoegd als Bijlage 7. Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: het is uitgesloten dat beschermde grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, broedvogels, reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelden of planten worden verstoord, waardoor een aanvraag ontheffing Wnb artikel 3.8 en/of een aanvullend flora- en faunaonderzoek niet nodig is; vanwege het broedseizoen (april – juli) dient de bomenkap altijd hierbuiten plaats te vinden, en zodoende dus plaats te vinden in de periode augustus – maart. 6.5.4 Conclusie natuurbescherming Gelet op vorenstaande vormt het aspect natuurbescherming geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.
Vorenstaande laat onverlet dat artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
41
42
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Grondexploitatie
7.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).
Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Onder artikel 6.2.1, sub a, zijn vervolgens gevallen opgenomen waarvoor geen exploitatieplan behoeft te worden opgesteld. Voorliggende planontwikkeling betreft een initiatief van de gemeente zelf waarmee rekening is gehouden in de gemeentelijke begroting.
7.2
Planschade
Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Voorliggende planontwikkeling betreft een initiatief van de gemeente zelf waarmee rekening is gehouden in de gemeentelijke begroting, waarbij tevens het verhaal van planschade is betrokken.
7.3
Omgevingsoverleg
De gemeente heeft het traject om te komen tot de beoogde herinrichting voor wat betreft de communicatie naar de burgers vanaf het begin breed opgepakt. Zo is er in 2018 – 2019 een werkgroep opgericht waarin vertegenwoordiging van de buurt, externe adviseur en ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordiging van de gemeente zitting hebben genomen. De plannen en de vervolgstappen zijn in de werkgroep besproken en er is ruimte geboden voor inbreng en discussie.
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
43
Voorts heeft er op 18 februari 2019 een informatieavond voor de burgers plaatsgevonden en is het Voorlopig Ontwerp gepresenteerd. Deze avond werd druk bezocht en de burgers zijn in de gelegenheid gesteld om hun opmerkingen op het plan te maken. Van de inbreng van die avond is een verslag gemaakt en dit verslag is op de gemeentelijke website geplaatst zodat eenieder hiervan kennis heeft kunnen nemen. Tevens zijn de gemaakte opmerkingen aan Bureau Verbeek ter heroverweging meegegeven. Het doel van deze informatieavond is om te bezien in hoeverre de gemeente, in alle redelijkheid gezien, aan de ingebrachte zaken tegemoet kan komen teneinde het plan kwalitatief te verbeteren en recht te doen aan het belangrijke aspect van 'vooroverleg burgers' cq burgerparticipatie. Met de burgers is destijds afgesproken dat op het moment dat het Definitief Ontwerp gereed is en voordat het bestemmingsplan formeel in procedure wordt gebracht, het plan nog eenmaal aan de burgers fysiek zal worden gepresenteerd met uitleg over op welke wijze de gemeente is omgegaan met de op 18 februari 2019 ingebrachte zaken. Dan ligt het accent meer op het zenden van informatie. Gelet op de Coronacrisis is dit niet meer mogelijk.
Als alternatief is ervoor gekozen om - voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure - een voorontwerp bestemmingsplan te publiceren waarop door eenieder de mogelijkheid bestond om inspraak te leveren. Het voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 9 juni 2021 tot en met 20 juli 2021 voor inspraak ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn diverse inspraakreacties ingekomen. Gelijktijdig met tervisielegging van het voorontwerp bestemmingsplan is het voorontwerpplan op grond van artikel 3.1.1 Bro toegezonden aan de (wettelijke adviseurs) provincie Limburg, het Waterschap Limburg, de Nederlandse Gasunie, en de Parkstad regio. De ingekomen inspraakreacties en adviezen van de wettelijke adviseurs zijn samengevat en voorzien van een reactie in de Nota van inspraak en vooroverleg. Deze nota is toegevoegd als Bijlage 8. De ingekomen inspraakreacties en adviezen hebben niet geleid tot het doorvoeren van aanpassingen in voorliggend bestemmingsplan.
44
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
Hoofdstuk 8 8.1
Juridische aspecten
Algemene plansystematiek en juridische opbouw
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings-, wijzigings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Toelichting, regels en verbeelding
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. 8.2.1 Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan is niet juridisch bindend, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het plan. 8.2.2 Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
45
Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Bestemmingen Voorlopige bestemmingen Uit te werken bestemmingen Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingssregels Algemene wijzigingsregels Verwerkelijking in de naaste toekomst Algemene procedureregels Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Daarbij hebben verder de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' het uitgangspunt gevormd. 8.2.3 Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'.
Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. Verder voorziet een verbeelding in de naam van het van toepassing zijnde bestemmingsplan en een IDN-nummer, conform het 'Handboek gebiedsgerichte besluiten gemeente Simpelveld'. Dit zijn verplichtingen
46
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
8.3
Toelichting gehanteerde planologisch-juridische regeling
Hierna wordt een toelichting gegeven op de in voorliggend bestemmingsplan gehanteerde planologisch-juridische regeling en de daaromtrent gemaakte keuzen. 8.3.1 Bestemming 'Horeca' Bij voorliggend bestemmingsplan is de bestemming 'Horeca' in het noordelijke deel van het plangebied vastgelegd ter plekke van de beoogde bebouwing en terras. Binnen deze bestemming is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de nieuwe horeca-inrichting inclusief het uitzichtpunt kunnen worden gerealiseerd. De voor het concrete bouwplan benodigde bouwhoogten van (circa) 3,5 meter voor de horeca-inrichting en (circa) 7,5 meter voor het uitzichtpunt zijn als zodanig vastgelegd. Ook is het (buiten)terras specifiek aangeduid op de verbeelding. Ten laatste is de 'askist' specifiek aangeduid, waaraan gekoppeld is de hoger toegestane bouwhoogte. 8.3.2 Bestemming 'Groen' Het merendeel van het plangebied is bestemd voor 'Groen', overeenkomstig de bestemmingswijze in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016'. Specifiek is aan deze bestemming gekoppeld het inrichtingsplan van Bureau Verbeek, zodat dit publiekrechtelijk is geborgd. Binnen de bestemming 'Groen' zijn (o.a.) parkeervoorzieningen toegestaan.
8.3.3 Dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' In voorliggend bestemmingsplan zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 4' en 'Waarde Archeologie 5' opgenomen, conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016', om een kader te bieden voor toekomstige bodemingrepen. 8.3.4 Dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' In voorliggend bestemmingsplan is voorts de dubbelbestemming 'Waarde – Ecologie' opgenomen, conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016', om een kader te bieden voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden.
8.4
Formele procedure
8.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls
47
6. 7.
inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
8.4.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft met ingang van woensdag 13 oktober 2021 tot en met 23 november 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn in totaal 10 zienswijzen. Van deze zienswijzen zijn 2 zienswijzen pro forma ingediend, waarna door de gemeente een nadere termijn is geboden. De ingekomen zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie in de Nota van zienswijzen. Deze nota is toegevoegd als Bijlage 9. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot het doorvoeren van aanpassingen in voorliggend bestemmingsplan. Deze zijn verwoord in hoofdstuk 3 van de nota van zienswijzen.
48
bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls