11. Bijlage 10 Herinrichting Uitkijkpunt Huls-Bijlagen bij de toelichting-Bijlage 7 Quickscan flora en fauna;.pdf
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Uitkijkpunt Hulsveld
IBAN : NL33.RABO.0302.6862.15 KvK : 62978713 BTW : NL001422845B20
Adres : Kasteel Aldengoorstraat 7B 6222 WH Maastricht Tel : +31 (0)6 1088 5330
www.eco-planning.nl info@eco-planning.nl
Quickscan flora en fauna Uitkijkpunt Hulsveld Colofon Status
: Versie 9 april 2020
Projectnummer : P260 Bestandsnaam
: Quickscan flora en fauna Uitkijkpunt Hulsveld
Opdrachtgever : Gemeente Simpelveld Contactpersoon : Leon de Vor
Auteur
: Ing. M.C. Bonder
© Copyright 2020 Ecoplanning, Maastricht Ecoplanning Kasteel Aldengoorstraat 7b 6222 WH Maastricht Tel : +31 (0)6 1088 5330 E-mail: info@eco-planning.nl Website: www.eco-planning.nl
Página 2 van 17
INHOUD 1
2
3
Inleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 5
1.2
Beschrijving plangebied en initiatief ........................................................................................ 5
1.3
Doel en vraagstelling quickscan .............................................................................................. 6
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................................ 6
Onderzoeksmethode ........................................................................................................................ 7 2.1
Inleiding ................................................................................................................................... 7
2.2
Limburgse invulling Wet natuurbescherming .......................................................................... 7
2.3
Aanpak onderzoek ................................................................................................................... 9
2.3.1
Literatuuronderzoek ............................................................................................................. 9
2.3.2
Veldonderzoek ..................................................................................................................... 9
Resultaten en Toets Wnb ............................................................................................................... 10 3.1
Inleiding ................................................................................................................................. 10
3.2
Grondgebonden zoogdieren .................................................................................................. 10
3.2.1
Literatuur ............................................................................................................................ 10
3.2.2
Veldbezoek ........................................................................................................................ 10
3.2.3
Toets Wet natuurbescherming .......................................................................................... 10
3.3
Vleermuizen ........................................................................................................................... 10
3.3.1
Literatuur ............................................................................................................................ 10
3.3.2
Veldbezoek ........................................................................................................................ 10
3.3.3
Toets Wet natuurbescherming .......................................................................................... 12
3.4
Broedvogels ........................................................................................................................... 12
3.4.1
Literatuur ............................................................................................................................ 12
3.4.2
Veldbezoek ........................................................................................................................ 13
3.4.3
Toets Wet natuurbescherming .......................................................................................... 13
3.5
Herpetofauna ......................................................................................................................... 13
3.5.1
Literatuur ............................................................................................................................ 13
3.5.2
Veldbezoek ........................................................................................................................ 13
3.5.3
Toets Wet natuurbescherming .......................................................................................... 13
3.6
Vissen .................................................................................................................................... 13
3.6.1
Literatuur ............................................................................................................................ 13
3.6.2
Veldbezoek ........................................................................................................................ 13
3.6.3
Toets Wet natuurbescherming .......................................................................................... 13
3.7
Ongewervelden ..................................................................................................................... 14
3.7.1
Literatuur ............................................................................................................................ 14
3.7.2
Veldbezoek ........................................................................................................................ 14
3.7.3
Toets Wet natuurbescherming .......................................................................................... 14
3.8 3.8.1
Planten................................................................................................................................... 14 Literatuur ............................................................................................................................ 14
Página 3 van 17
4
5
3.8.2
Veldbezoek ........................................................................................................................ 14
3.8.3
Toets Wet natuurbescherming .......................................................................................... 15
Conclusie en advies ....................................................................................................................... 16 4.1
Conclusie ............................................................................................................................... 16
4.2
Advies .................................................................................................................................... 16
Literatuur ........................................................................................................................................ 17
Página 4 van 17
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
In opdracht van gemeente Simpelveld heeft Ecoplanning in onder aanneming van Aelmans ROM een quickscan flora en fauna Uitkijkpunt Huls te Simpelveld (plangebied) uitgevoerd. In het in figuur 1.1 weergegeven gebied gaan werkzaamheden plaats vinden.
Figuur 1.1 Begrenzing van het plangebied binnen de rode lijn.
1.2
BESCHRIJVING PLANGEBIED EN INITIATIEF
Het plangebied bevindt zich tussen de Hulsbergerweg, Sint Remigiusstraat en de Lange Graaf. Het bestaat uit grasland, een parkeerplaats en enkele bomen. Het gebied zal worden heringericht tot een parkachtig gebied met onder andere een reconstructie ontsluitingsweg, de aanleg van een padenstelsel, de bouw van een restaurantgebouw met op het dak een uitzichtpunt, een buitenterras, de verwijdering en aanplant van bomen.
Figuur 1.2 Weergave huidige situatie van het plangebied met zichtbaar enkele te kappen bomen.
Página 5 van 17
Figuur 1.3 Weergave toekomstige situatie van het plangebied met zichtbaar het padenstelsel en de locatie van het restaurant.
1.3
DOEL EN VRAAGSTELLING QUICKSCAN
Het doel van voorliggende quickscan is het inzichtelijk brengen van de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied. De volgende onderzoeksvragen zijn hierbij relevant: 1. Wat is het effect van de voorgenomen werkzaamheden op de groei-, rust- en voortplantingslocaties van beschermde flora en fauna in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb). 2. Kunnen negatieve effecten op de flora en fauna worden uitgesloten en indien nee, voor welke soorten is een aanvullend onderzoek of een ontheffing Wnb nodig?
1.4
LEESWIJZER
Hoofdstuk 2 beschrijft de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 behandelt de onderzoeksresultaten bestaande uit de resultaten van het veldbezoek en de toetsing op de Wnb. Tot slot volgt in hoofdstuk 4 de conclusie.
Página 6 van 17
2
ONDERZOEKSMETHODE
2.1
INLEIDING
Het doel van dit onderzoek is inzicht te krijgen of groeiplaatsen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen aanwezig zijn in het plangebied van beschermde flora en fauna. Door middel van een effectanalyse wordt onderzocht of de voorgenomen ingreep leidt tot negatieve effecten op soorten die zijn beschermd binnen de Wnb artikelen 3.1 t/m 3.10 waarvoor een ontheffingsaanvraag nodig kan zijn. Indien uit de effectanalyse blijkt dat er een kans is op overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb, zijn vervolgstappen nodig, te weten: • •
•
Treffen van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen. Werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Handelingen in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting leiden niet tot overtreding van verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 indien deze handelingen aantoonbaar worden uitgevoerd conform een goedgekeurde gedragscode. Aanvragen van een ontheffing van de Wnb. Kan overtreding van verbodsbepalingen ondanks voorgaande stappen - niet worden voorkomen en geldt er geen vrijstelling, dan is ontheffing van de verbodsbepalingen nodig. Een ontheffing kan uitsluitend worden verleend onder de volgende voorwaarden: - Er is geen andere bevredigende oplossing. - Er is sprake van een wettelijk belang. - Er is geen verslechtering/afbreuk van de staat van instandhouding van beschermde soorten.
Ecologische veldgegevens zijn 3 jaar houdbaar. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd ná maart 2023 is een actualisatie van het onderzoek nodig.
2.2
LIMBURGSE INVULLING WET NATUURBESCHERMING
De provincie Limburg heeft beleidsregels opgesteld in het document Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg (6 december 2017, Limburg) voor soorten die beschermd zijn binnen de Vogelrichtlijn of bijlage onderdeel A bij de Wnb, te weten: •
De broedvogels zijn ingedeeld in de categorieën 1 t/m 4: − Hiervan is het nest van de vogelsoorten horende tot de categorieën 1 t/m 3 jaarrond beschermd (schema 2.1); − Categorie 4 zijn de nesten van plaats trouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. • Voor soorten in bijlage onderdeel A bij de Wnb geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. In de hierin horende bijlage III bij paragraaf 3.8 “Vrijstelling dieren bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud” zijn soorten opgenomen waarvoor in Limburg een (gedeeltelijke) vrijstelling geldt (schema 2.2). Voor de rest van de soorten van bijlage onderdeel A bij de Wnb geldt geen vrijstelling en kan de aanvraag ontheffing Wnb nodig zijn.
Página 7 van 17
Nederlandse naam Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Raaf Rode wouw Roek Slechtvalk Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte wouw
Categorie vaste nesten 2 3 2 2 2 3 2 2 1 1 2 3 3 3 1 2 1 3 3 3
Schema 2.1 Jaarrond beschermde vogelnesten Wnb Beleidsregels Passieve Soortenbescherming. Nederlandse naam
Periode vrijstelling
Aardmuis Bosmuis Bunzing Bruine kikker Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Haas Hazelworm Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Levendbarende hagedis Meerkikker Middelste groene kikker Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Maart- april en juli tot en met november Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Juli, augustus en september Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar 15 augustus tot en met 15 oktober Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar 15 augustus tot en met februari Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar Gehele jaar
Schema 2.2 Vrijgestelde soorten provincie Limburg bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud volgens de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Página 8 van 17
2.3
AANPAK ONDERZOEK
2.3.1 LITERATUURONDERZOEK Geraadpleegde literatuur is afkomstig uit de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en de zienswijze. De database van de NDFF is niet compleet en is afhankelijk van mensen die daar toevallig zijn.
2.3.2 VELDONDERZOEK Door de heer Ing. M.C. Bonder is namens Ecoplanning op 1 april 2020 vanaf 11.00 uur overdag een veldbezoek aan het plangebied gebracht. Daarbij is het volgende uitgevoerd : • Het maken van een habitatsgeschiktheidsbeoordeling van flora en fauna beschermd zoals is weergegeven in paragraaf 2.2. • Verkenning van het feitelijke en potentieel voorkomen van beschermde soorten en de functies van het plangebied voor deze soorten met het verrichten van waarnemingen zoals: − − − − − − −
prenten; uitwerpselen; aanwezigheid individuen; (oude) nesten; burchten en holen; knaagsporen; vraatresten.
Op het moment dat een veldbezoek wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Bijvoorbeeld vleermuizen en steenmarters zijn alleen nachtactief of vogels zoals zwaluwen alleen in een bepaalde periode van het jaar aanwezig. Daarom worden de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, belangrijke foerageergebieden en migratieroutes vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Voor planten wordt gelet op de aanwezige vegetatiestructuur en abiotische omstandigheden van de groeiplaats, maar ook op de landelijke- en regionale verspreiding. Op deze manier wordt ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet worden waargenomen gedurende het veldbezoek, maar er desondanks toch kunnen voorkomen.
Página 9 van 17
3
RESULTATEN EN TOETS WNB
3.1
INLEIDING
In de navolgende paragraven zijn de bevindingen per soortengroep toegelicht. Tijdens het veldbezoek van 1 april 2020 was sprake van gunstige weersomstandigheden (droog zonnig lenteachtig weer). Alle onderdelen van het plangebied waar werkzaamheden plaats gaan vinden zijn bekeken. Alleen soorten die zijn beschermd zoals is weergegeven in paragraaf 2.1 en waarvoor bij een verstoring een aanvraag ontheffing Wnb nodig is, worden behandeld. In de beschrijvingen soortengroepen wordt in de paragraaf “literatuur” ook waarnemingen in de omgeving beschreven. Onder “in de omgeving van het plangebied” wordt verstaan binnen een straal van 500m.
3.2
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
3.2.1 LITERATUUR Uit de NDFF blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen waarnemingen zijn verricht van deze diergroep. In de omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF waarnemingen bekend van: • Waarnemingen van een dassenburcht in een graft aan de Schanternelsweg ten westen van Simpelveld. • Een waarneming van de eekhoorn aan de Pleistraaat. • Twee waarnemingen van de steenmarter ten oosten van speeltuin het Hulsveld.
3.2.2 VELDBEZOEK Er zijn geen aanwezigheidssporen waargenomen van das, eekhoorn en steenmarter. Het gebied is te open voor genoemde soorten om te benutten als rust- en voortplantingslocatie. als foerageergebied is het plangebied geschikt voor de das. Om dit gebied te kunnen bereiken zal de das vanuit de burcht aan de Schanternelsweg Simpelveld moeten doorkruizen. Het foerageergebied wordt dan ook niet beschouwd als functioneel leefgebied voor de das.
3.2.3 TOETS WET NATUURBESCHERMING Het is uitgesloten dat de werkzaamheden een negatief effect hebben op het functioneel leefgebied, rust- en voortplantingslocaties van de das, steenmarter en wild zwijn. Een nader onderzoek naar genoemde diersoorten of een ontheffingsaanvraag artikel 3.8 Wnb is niet nodig.
3.3
VLEERMUIZEN
3.3.1 LITERATUUR Uit de NDFF blijkt dat in het plangebied geen waarnemingen zijn verricht van vleermuizen. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger.
3.3.2 VELDBEZOEK
Página 10 van 17
In het plangebied bevindt zich één boom met een scheur die geschikt is als paar- en zomerverblijfplaats voor in bomen bewonende vleermuizen zoals de gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis. De boom bevindt zich in het verlengde van de bomenrij aan de Hulsbergweg die naar verwachting wordt gebruikt als vliegroute door vleermuizen. Hoewel geen waarnemingen uit de literatuur bekend zijn van ruige dwergvleermuis, betreft het een algemene soort die ook in Simpelveld voor kan komen.
Figuur 3.1 Boom met scheur (rode pijl) die geschikt is als paar- en zomerverblijfplaats voor in bomen bewonende vleermuizen zoals de gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis.
Página 11 van 17
Figuur 3.2 Locatie van de boom met scheur geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen (oranje pijl).
3.3.3 TOETS WET NATUURBESCHERMING Afgaand op de waarnemingen zoals beschreven in paragraaf 3.3.2 is het nog niet op voorhand uitgesloten dat de in de in figuren 3.1 en 3.2 weergegeven boom een paar- en/of zomerverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis of ruige dwergvleermuis zich bevindt. Echter, deze boom blijft gehandhaafd. Een nader onderzoek naar vleermuizen of een ontheffingsaanvraag artikel 3.8 Wnb is niet nodig.
3.4
BROEDVOGELS
3.4.1 LITERATUUR Uit de NDFF blijkt dat in het plangebied geen waarnemingen zijn verricht van vogels. In de omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF de volgende waarnemingen bekend: • gierzwaluw: diverse waarnemingen in Simpelveld; • huismus: roepend aan de Peuschkensheiderweg; • ransuil: waarnemingen aan de Houbierstraat en verspreid in Simpelveld; • roek: diverse waarnemingen in Simpelveld; • steenuil: waarnemingen langs de Bouwersweg; • torenvalk: diverse waarnemingen in Simpelveld.
Página 12 van 17
3.4.2 VELDBEZOEK In het plangebied staan geen gebouwen en is dus ongeschikt als nestlocatie voor gierzwaluw en huismus. Er zijn geen waarnemingen verricht van de torenvalk; een soort die jaarrond waarneembaar is. Hoewel er enkele knotbomen aanwezig zijn in het plangebied, hebben deze geen holtes en zijn deze ongeschikt als nestlocatie voor de steenuil. Bomen met een dichte kroon staand in een groep zijn afwezig; de aanwezige bomen zijn ongeschikt als nestlocatie voor de ransuil. Ook zijn geen oude kraaiennesten waargenomen; kraaiennesten kunnen worden gebruikt door ransuil en torenvalk als nestlocatie. Waarnemingen van de roek zijn niet verricht in het plangebied. In de bomen zijn geen broedvogels waargenomen. Omdat het veldbezoek aan her begin van het broedseizoen plaats vond, is het niet uitgesloten dat er later tijdens het broedseizoen alsnog vogels in gaan borden.
3.4.3 TOETS WET NATUURBESCHERMING Afgaand op de waarnemingen uit de literatuur en het veldbezoek, is het uitgesloten dat de werkzaamheden een negatief effect hebben op nesten van genoemde vogelsoorten. Een nader onderzoek hiernaar of een ontheffingsaanvraag artikel 3.8 Wnb is niet nodig.
3.5
HERPETOFAUNA
3.5.1 LITERATUUR Vanuit de literatuur (NDFF) blijkt dat in het plangebied geen waarnemingen bekend zijn van amfibieën en reptielen. In de omgeving zijn waarnemingen bekend van levendbarende hagedis aan de Schanternelsweg (NDFF).
3.5.2 VELDBEZOEK Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor amfibieën en reptielen, omdat: • er geen waterpartijen zijn; • het deel van het plangebied bestaande uit grasland geen ruige begroeiing heeft dat kan dienen als dekking voor herpetofauna en het gras is te kort.
3.5.3
TOETS WET NATUURBESCHERMING
Het is uitgesloten dat de amfibieën en reptielen het plangebied benutten als leefgebied. Een nader onderzoek hiernaar of een ontheffingsaanvraag artikel 3.8 Wnb is niet nodig.
3.6
VISSEN
3.6.1 LITERATUUR Vanuit de beschikbare literatuur zijn binnen het plangebied noch in de omgeving waarnemingen bekend van vissen.
3.6.2 VELDBEZOEK In het plangebied zijn geen waterpartijen en er is dus geen geschikt leefgebied voor vissen.
3.6.3 TOETS WET NATUURBESCHERMING
Página 13 van 17
Uit de waarnemingen blijkt dat het op voorhand is uitgesloten dat de werkzaamheden een negatief effect hebben op het functioneel leefgebied van vissen. Een nader onderzoek hiernaar of een ontheffingsaanvraag artikel 3.8 Wnb is niet nodig.
3.7
ONGEWERVELDEN
3.7.1 LITERATUUR Uit de beschikbare literatuur (NDFF) blijkt dat in het plangebied geen waarnemingen bekend zijn van beschermde ongewervelden zoals insecten, weekdieren en kreeftachtigen.
3.7.2 VELDBEZOEK De aard van het plangebied, zijnde verhard terrein en kort voedselrijk grasland, biedt geen habitat voor beschermde soorten van Zuid Limburg zoals vliegend hert (zomereiken), bruin dikkopje (kalkgrasland), veldparelmoervlinder (kalkgrasland), iepenpage (iep) en bosbeekjuffer (beken).
3.7.3 TOETS WET NATUURBESCHERMING Afgaande op de waarnemingen is het op voorhand uitgesloten dat de werkzaamheden een negatief effect hebben op het functioneel leefgebied van ongewervelden. Een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag artikel 3.8 Wnb is niet nodig.
3.8
PLANTEN
3.8.1 LITERATUUR Uit de beschikbare literatuur (NDFF) blijkt dat in het plangebied geen waarnemingen bekend zijn van beschermde planten. In de omgeving van het plangebied is een waarneming bekend van de grote leeuwenklauw aan de Romeinenstraat.
3.8.2 VELDBEZOEK Een plantensoort als grote leeuwenklauw kan voorkomen op de delen waar de vegetatie schraler is dan elders in het plangebied zoals op taluds. Deze soort is jaarrond waarneembaar. Desondanks is soort niet waargenomen in het plangebied.
Página 14 van 17
3.8.3 TOETS WET NATUURBESCHERMING Op basis van de verrichte waarnemingen is het op voorhand uitgesloten dat het project een negatief effect heeft op groeiplaatsen van beschermde plantensoorten. Een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag artikel 3.8 Wnb is niet nodig.
Página 15 van 17
4 CONCLUSIE EN ADVIES
4.1
CONCLUSIE
Op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek uitgevoerd op 1 april 2020 in relatie tot de geplande werkzaamheden kan worden geconcludeerd dat het is uitgesloten dat beschermde grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, broedvogels, reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelden of planten worden verstoord. Dat betekent dat de aanvraag ontheffing Wnb artikel 3.8 en/of een aanvullend flora- en faunaonderzoek niet nodig is.
4.2
ADVIES
Vanwege het broedseizoen (april – juli) dient de bomenkap altijd hierbuiten plaats te vinden. De bomenkap dient dus plaats te vinden in de periode augustus – maart.
Página 16 van 17
5 LITERATUUR Bij12, juli 2017, Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus Versie 1.0, Utrecht. Bij12, juli 2017, Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusius Versie 1.0, Utrecht. Huizenga, C. et al., 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Luchtfoto, http://maps.google.nl Natuurgegevens NDFF, https://ndff-ecogrid.nl/ Provinciaal Blad Nr. 5634 6 december 2017: Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg. Provincie Limburg, Maastricht. Omgevingsverordening Limburg 2014 PB no. 31-2017 Van Buggenum, H. et al., 2009. Reptielen en amfibieën van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.
Página 17 van 17