10 Bijlage 5 Ontwerpbegroting 2024 Stadsregio Parkstad Limburg.pdf
Tekst van het document
23
10.2 Financiering Voor de inrichting en uitvoering van de treasury functie van decentrale overheden zijn kaders gesteld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Onder de treasury functie vallen onder andere het geldstromenbeheer, het saldobeheer, liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. Stadsregio Parkstad Limburg heeft de volgende instrumenten op het gebied van treasury, te weten het treasury statuut en de financieringsparagraaf in de begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag. In het treasury statuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Vanaf eind 2013 is door het rijk het Schatkistbankieren ingevoerd, dat als wetswijziging in de wet FIDO is opgenomen. Met de gevolgen van het Schatkistbankieren dient rekening te worden gehouden bij financieringsvraagstukken van de lokale overheid. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee de Stadsregio de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2 % van het begrotingstotaal volgens de primaire begroting.
Het begrotingstotaal bedraagt de totale lasten volgens de begroting inclusief toevoegingen aan reserves. Berekening Kasgeldlimiet
2024
Omvang b egroting 2024 (m€)
4,7
Toegestane kasgeldlimiet %
8,2%
Toegestane kasgeldlimiet 2022
Berekening Kasgeldlimiet 2022 (t-2) (bedragen * € 1.000)
€ 381.460
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
3.740
3.740
3.740
3.740
307
307
307
307
Toegestane kasgeldlimiet
307
307
307
307
Totaal gemiddelde netto vermogen schuld
-56.636
-54.287
-55.914
-55.618
Ruimte (+) / overschrijding (-)
56.943
54.594
56.221
55.925
Begrotingstotaal lasten Toegestane kasgeldlimiet: 8.2% van het bgrotingstotaal met een minimum van € 300.000
Toets kasgeldlimiet
Gelet op de liquiditeitspositie van Parkstad zal naar verwachting geen beroep worden gedaan op kasgeldfinanciering. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente en de daarmee samenhangende rentelasten. Een rentelast kan stijgen bij herfinanciering of renteherziening van een lening. In de periode van 2024 tot en met 2027 worden geen renteherziening of herfinanciering van lopende leningen dan wel nieuwe financieringen verwacht. SPL zal in 2023 en de daaropvolgende jaren de renterisiconorm dus niet overschrijden.
24
De vaste schuld van SPL heeft uitsluitend betrekking op de voorfinanciering van de Buitenring. De omvang van de lening is per 1-1-2024 € 2,1 miljoen en daalt in de periode tot ultimo 2027 tot € 0,7 miljoen. De renterisiconorm wordt berekend over de vaste schuld.
2024
2025
2026
2027
Renteherzieningen
2023 na voorgestelde wijiziging € 0,0 miljoen
€ 0,0 miljoen
€ 0,0 miljoen
€ 0,0 miljoen
€ 0,0 miljoen
Aflossingen
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
Totaal renterisico
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
€ 0,3 miljoen
Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) Ruimte onder renterisiconorm (norm minus risico)
€ 0,9 miljoen
€ 0,9 miljoen
€ 0,9 miljoen
€ 1,0 miljoen
€ 1,0 miljoen
€ 0,6 miljoen
€ 0,6 miljoen
€ 0,6 miljoen
€ 0,7 miljoen
€ 0,7miljoen
Berekening Renterisiconorm
Gelet op het feit dat in 2024 geen sprake is van herfinanciering of renteherziening is de renterisiconorm voor Parkstad louter van theoretisch belang. Schatkistbankieren SPL maakt gebruik van Schatkistbankieren. Het prudent beleid met betrekking tot uitzettingen, zoals is opgenomen in het treasury statuut, bestaat uit het uitvoeren van het Schatkistbankieren. Alle liquide middelen worden dagelijks door de Schatkist afgeroomd. De maximaal toegestane liquiditeit op de eigen rekening van Parkstad in 2024 is als gevolg van de regels van het Schatkistbankieren € 1.000.000. Een dergelijk bedrag is nodig voor het reguliere betalingsverkeer en kan niet rentedragend worden uitgezet. Rentebaten De renteopbrengst van een eventueel ‘spaarsaldo’ bij de schatkist was de afgelopen jaren nagenoeg nihil. Vanaf Q3 2022 krijgt SPL weer een rentevergoeding. In deze begroting is in de baten en lasten geen rentebate opgenomen omdat de hoogte ervan op voorhand lastig is vast te stellen door de fluctuerende rente en uitstaande bedragen. Eventuele rentebaten zullen toegerekend worden aan de programma’s waar ze betrekking op hebben en dus toegevoegd worden aan de programmagelden. EMU-Saldo Het EMU-saldo (rekeningsaldo) is het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de overheid (de Rijksoverheid, sociale fondsen en de decentrale overheden) van een bepaald land in een bepaald jaar.
Er kan een tekort of een overschot op de begroting zijn. Decentrale overheden dienen het EMU-saldo te berekenen, zodat op macro niveau het EMU saldo voor Nederland kan worden bepaald. Het EMU saldo van de Stadsregio Parkstad Limburg voor de begroting 2024 is in het volgende overzicht berekend.
25
2023 na voorgestelde wijziging
EMU Saldo (bedragen x € 1,000)
+1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17).
+2
2024
2025
2026
2027
-41
20
60
73
87
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie.
5
5
5
5
5
+3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie.
13
13
13
13
13
-4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd.
0
0
0
0
0
+5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4.
0
0
0
0
0
+6
Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op de exploitatie verantwoord.
0
0
0
0
0
-7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan).
0
0
0
0
0
+8
Baten bouwgrondexploitatie (niet op de exploitatie verantwoord).
0
0
0
0
0
-9
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen.
0
0
0
0
0
-10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten).
0
0
0
0
0
-11
Verkoop van effecten (verwachte boekwinst).
0
0
0
0
0
-23
38
78
91
105
Berekend EMU saldo
10.3 Openbaarheidsparagraaf De Wet Open Overheid (Woo) vergroot voor iedereen de toegang tot overheidsinformatie, bevordert de actieve openbaarmaking en actualiseert de regels voor openheid en openbaarheid. De verplichting tot actieve openbaarmaking wordt gefaseerd ingevoerd (bij Koninklijk Besluit), om organisaties de tijd te geven de openbaarmaking van deze categorieën in te richten. Vanaf medio 2023 breidt SPL het aantal document- en informatiecategorieën, dat actief openbaar wordt gemaakt, jaarlijks uit. Daarnaast is SPL druk doende om de documentaire informatievoorziening binnen de organisatie te professionaliseren, om er voor te zorgen dat informatie vindbaar, uitwisselbaar, te ontsluiten en te archiveren is. In de Woo is opgenomen dat alle overheidsinformatie uiteindelijk verplicht gepubliceerd moet worden op een landelijk platform. Het is nog onduidelijk wanneer dit landelijk platform dermate ontwikkeld is dat bestuursorganen zich erop kunnen aansluiten. Vooruitlopend op dit landelijk platform, zal SPL informatie publiceren op haar website.
26
Geconsolideerde begroting 11.1 Vermoedelijke geconsolideerde balans Activa
31/12/2022
31/12/2023
31/12/2024
31/01/2025
31/12/2026
31/12/2027
Bedragen x € 1.000,Vaste Activa
6.475
6.204
5.933
5.662
5.390
5.119
Immateriële Vaste activa
6.412
6.148
5.883
5.619
5.355
5.091
Bijdragen aan activa eigendom van derden
6.412
6.148
5.883
5.619
5.355
5.091
Materiële Vaste activa
63
56
49
42
35
28
Investeringen met een economisch nut
63
56
49
42
35
28
Vlottende Activa
56.590
56.438
56.431
56.453
56.474
56.496
Uitzettingen met een rentetypische looptijd
56.338
56.187
56.180
56.201
56.223
56.244
532
532
532
532
532
532
55.807
55.655
55.649
55.670
55.691
55.713
Overige vorderingen
0
0
0
0
0
0
Liquide middelen
7
7
7
7
7
7
Kassaldi
1
1
1
1
1
1
Banksaldi
7
7
7
7
7
7
244
244
244
244
244
244
- Overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
0
0
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde
244
244
244
244
244
244
63.065
62.642
62.364
62.114
61.864
61.615
korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel:
bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal Activa
27
Passiva
31/12/2022
31/12/2023
31/12/2024
31/01/2025
31/12/2026
31/12/2027
Bedragen x € 1.000,Vaste Passiva
8.733
8.311
8.033
7.783
7.533
7.284
Eigen vermogen
6.355
5.933
5.953
6.013
6.086
6.174
Algemene Reserve
115
115
115
115
115
115
Bestemmingsreserves
5.898
5.818
5.838
5.898
5.972
6.059
Gerealiseerde resultaat
343
0
0
0
0
0
Voorzieningen
13
13
13
13
13
13
Voorziening verlofsparen
13
13
13
13
13
13
2.365
2.365
2.067
1.757
1.434
1.097
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2.365
2.365
2.067
1.757
1.434
1.097
Vlottende Passiva
54.332
54.332
54.332
54.332
54.332
54.332
650
650
650
650
650
650
Banksaldi
197
197
197
197
197
197
Overige schulden
453
453
453
453
453
453
53.683
53.683
53.683
53.683
53.683
53.683
510
510
510
510
510
510
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van:
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende Passiva Verplichtingen die in een begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: - Europese Overheidslichamen
23
23
23
23
23
23
- Het Rijk
502
502
502
502
502
502
- Overige Nederlandse overheidslichamen
403
403
403
403
403
403
52.244
52.244
52.244
52.244
52.244
52.244
63.065
62.642
62.365
62.115
61.865
61.615
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Passiva
28
11.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening De programma’s en onderdelen bij elkaar opgeteld geeft de geconsolideerde begroting 2023 en de meerjarenramingen voor 2025-2027. De geconsolideerde begroting 2024 is het budgetniveau dat het Algemeen Bestuur vaststelt bij de vaststelling van de begroting 2024.
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Lasten programma’s Programma kerntaken Programma flexibele schil Totale lasten programma’s Baten programma’s Programma kerntaken Programma flexibele schil Totale baten programma’s Gerealiseerde saldo van baten en lasten op de programma's Lasten divers: Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Totale lasten divers Baten divers: Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Totale baten divers Gerealiseerde saldo van baten en lasten divers Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Stortingen in reserves kerntaken: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale storting in de reserves (last) Onttrekkingen aan reserves kerntaken: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Frictiereserve Onttrekkingen aan reserves overhead: Organisatie Op Orde Frictiereserve Totale onttrekking aan de reserves (baten) Saldo mutaties reserves Gerealiseerde resultaat Verdeling van middelen (via balans) Bestemming regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling Saldo Verdeling van middelen (via balans) Regionale initiatieven Bijdragen regionale initiatieven Saldo
Initiële Na voorgenomen begroting 1st begrotigings2023 wijziging 2023
2024
2025
2026
2027
2.822 pm 2.822
2.822 pm 2.822
3.043 pm 3.043
3.132 pm 3.132
3.222 pm 3.222
3.316 pm 3.316
0 pm 0
0 pm 0
0 pm 0
0 pm 0
0 pm 0
0 pm 0
-2.822
-2.822
-3.043
-3.132
-3.222
-3.316
0 1.520 0 0 1.520
0 1.580 0 0 1.580
0 1.589 0 0 1.589
0 1.626 0 0 1.626
0 1.687 0 0 1.687
0 1.755 0 0 1.755
4.361 0 0 0 4.361 2.841 19
4.361 0 0 0 4.361 2.781 -41
4.652 0 0 0 4.652 3.063 20
4.818 0 0 0 4.818 3.192 60
4.983 0 0 0 4.983 3.295 73
5.159 0 0 0 5.159 3.404 87
197 0 197
197 0 197
219 0 219
241 0 241
266 0 266
293 0 293
156 0 0 15
156 0 0 15
165 0 0 0
174 0 0 0
186 0 0 0
199 0 0 0
7 178 -19 0
67 238 41 0
27 7 198 -20 0
7 181 -60 0
7 193 -73 0
7 206 -87 0
2024
2025
2026
2027
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
1.076 1.076 0
1.076 1.076 0
2024 1.095 1.095 0
2025 1.114 1.114 0
2026 1.134 1.134 0
2027 1.154 1.154 0
29
11.3 Overzicht incidentele baten en lasten De begroting van SPL is structureel in evenwicht. Presentatie structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1000)
2024
2025
2026
2027
Saldo baten en lasten
20
60
73
87
Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-20
-60
-73
-87
Begrotingssaldo
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
0
0
0
0
Structureel begrotingssaldo
0
0
0
0
De commissie BBV heeft in 2018 de “Notitie structurele en incidentele baten en lasten’ gepubliceerd. De toezichthouders van de twaalf provincies hebben de notitie van de Commissie BBV verder verduidelijkt door de handreiking ‘Verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten’ in het derde kwartaal van 2021 te publiceren. Deze handreiking geldt ook voor GR-en onder toezicht van Gedeputeerde Staten. In het algemeen geldt dat een GR structurele taken uitvoert en daarvoor structurele baten en lasten raamt in de begroting. Structurele baten en lasten zijn dus de regel, incidentele baten en lasten zijn de uitzondering. Deze uitzonderingen moeten inzichtelijk gemaakt worden in het verplichte overzicht van incidentele baten en lasten. Voor elke post is een toelichting vereist. De extra baten en lasten die samenhangen met de realisatie van projecten - niet zijnde werkbudget ontvangen door de Parkstad gemeenten - zijn dus incidenteel van aard. Dit betreft een belangrijk deel van het activiteitenniveau van Parkstad. Indien extra middelen beschikbaar komen, worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door de wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn.
Overzicht incidentele lasten en baten (bedragen x 1000)
2024
2025
2026
2027
Ontrekking frictiereserve en reserve organisatie op orde
-34
-7
-7
-7
Incidentele baten
-34
-7
-7
-7
Verbouwing (afschrijving)
7
7
7
7
Inrichten digitale handtekening en inkoopman. + archief '16-'23
27
Incidentele lasten
34
7
7
7
Totaal overzicht incidentelen laste en baten
0
0
0
0
De incidentele baten en lasten die niet samenhangen met projecten betreffen: - Onttrekking frictiereserve. De onttrekking van de frictiereserve is in lijn met de afschrijving van de incidentele verbouwing. - De afschrijving van incidentele verbouwing. In 2028 is deze verbouwing volledig afgeschreven. SPL maakt gebruik van een bestemmingsreserve ter dekking van kapitaalslasten die uit activering van de investering voor de Ringwegen voorkomen. Onttrekkingen hieraan mogen, mits aan de voorwaarden voldaan, als structureel worden aangemerkt in onderstaand overzicht van structurele reservemutaties. Overzicht structurele reservemutaties
2024
2025
2026
2027
Reserve Ringwegen
-197
-219
-241
-266
Totaal stortingen
-197
-219
-241
-266
Reserve Ringewegen
156
165
174
186
Totaal onttrekkingen
156
165
174
186
Totaal reservemutaties
-41
-54
-67
-80
30
Het Algemeen Bestuur van de Stadsregio Parkstad Limburg
gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur;
gelet op het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg in samenhang met de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de Gemeentewet;
besluit:
De begroting 2024 en de meerjarenramingen 2025-2027 van de Stadsregio Parkstad Limburg vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van .. …. 2023.
drs. P.M. Bertholet secretaris
drs. R. Wever voorzitter.
31
DB 08 februari 2023 Bijlage 4.2.1
Bijlage 1 Kadernota 2024 KADERNOTA Begroting 2024 Stadsregio Parkstad Limburg (Algemene financiële en beleidsmatige kaders 2024-2027)
Inleiding Met ingang van 2015 is het voor gemeenschappelijke regelingen verplicht (Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 9 juli 2014) algemene financiële en beleidsmatige kaders op te stellen, een zogenaamde Kadernota. Het doel van de Kadernota is om de betrokken gemeenteraden tijdig (vóór 30 april) over deze kaders te informeren, zodat raden tijdig (afzonderlijk of gezamenlijk) kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de ontwerpbegroting. De kadernota moet een indicatie geven over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie.1 De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Limburg Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in april 2021. De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de (nieuwe) strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën.
De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”. Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters van de deelnemende gemeenten), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders). Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverschrijdende samenwerking en verdeling van middelen.
Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (bestuurscommissies-overstijgende onderwerpen). In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de zes kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte en Mobiliteit • Duurzaamheid • Economie en Toerisme
1
Het staat de gemeenteraden wel vrij om aan de hand van de kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn voor het opstellen van de begroting mee te geven aan de vertegenwoordiger in het dagelijks bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van Parkstad
32
• Sociaal Economische Structuurversterking • Grensoverschrijdende Samenwerking (thema GROS valt onder het Dagelijks Bestuur). Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur / Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen.
Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) in 2023 1. De afgelopen jaren is veel gepresteerd. Hieruit blijkt dat samenwerken loont. Voorbeelden hiervan zijn IBA Parkstad, Regiodeal 2019-2022 en het Volkshuisvestingsfonds (VHF). 2. De opgave is : a. groter • aanpak sociaal economische achterstanden/brede welvaart blijft en wordt opgevoerd en vraagt om integraliteit. Wat is opgestart wordt nu in uitvoering gebracht. • grote transities zoals de energietransitie • meer dan in het verleden kansen benutten, zoals de ontwikkeling op de bedrijventerreinenmarkt, die sneller gaat dan de afgelopen 40 jaar. Verder wordt vanuit het Rijk verwacht dat er gebiedsgerichte inzet komt voor de stedelijke vernieuwingsgebieden en de grens- en krimpregio’s. Voor beiden worden financiële middelen verwacht. b. complexer (integraler en grensoverschrijdend) 3. Nieuwe strategische agenda 4. Meer geld dan ooit voor de realisatie van de strategische agenda 5. Voortzetting Regio Deal: Het is van groot belang om de ingezette lijn via de Regio Deal 2019-2022 voort te zetten, om daarmee een trendbreuk te realiseren in de samenhangende problematiek waarmee de regio kampt. Om die reden is in november 2022 door Stadsregio Parkstad Limburg, een aanvraag bij het Rijk ingediend voor Regio Deal 2023-2025.
Het voorstel bedraagt het maximaal beschikbare bedrag van €40 miljoen. Vanuit de regio wordt minimaal eenzelfde bijdrage geleverd en is men actief opzoek naar meekoppelkansen die de bijdrage nog verder kunnen verhogen. Deze ontwikkelingen vergroten de opgave in omvang en complexiteit voor Stadsregio Parkstad Limburg. Hiermee zullen procesgeld en personele kosten gemoeid zijn. 6. Water en klimaatadaptatie: In 2023 worden, mits invulling kan worden gegeven aan de door het DB gestelde randvoorwaarden (zie DB besluit d.d. 23 november 2022), de thema’s water en klimaatadaptatie toegevoegd aan de bestuurscommissie Ruimte en Mobiliteit. Deze thema’s zijn momenteel belegd bij het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en worden op verzoek van die netwerksamenwerking toegevoegd, in eerste instantie middels het construct ‘coalition of the willing’ en vervolgens via een wijziging van de GR. Het SWPL bestaat uit de zeven Parkstadgemeenten, het Waterschap Limburg, het Waterschapsbedrijf Limburg en WML. De financiële middelen à € 297.000 worden na de overdracht door deze partijen gezamenlijk (90% gemeenten; 10% waterpartijen) en structureel ter beschikking gesteld aan de Stadsregio. Uit deze middelen worden personele inzet (inschatting 2 FTE) en werkbudget gefinancierd.
Door het onderbrengen van de thema’s bij de Stadsregio, kan de inhoudelijke verbinding worden gelegd met de thema’s die momenteel al bij de Stadsregio belegd zijn. Het onderbrengen van de thema’s bij de BC RuMo sluit aan bij de richting die de Rijksoverheid is ingeslagen, waarbij de ondergrond meer structurerend wordt voor de ruimtelijke ontwikkeling, zoals verwoord in de kabinetsbrief ‘Water en bodem sturend’. 7. Energietransitie: Eind 2022 heeft het kabinet aangekondigd dat het tot en met 2030 structureel middelen aan gemeenten ter beschikking zal stellen om uitvoering te kunnen geven aan energie- en klimaatbeleid. Parkstad-breed gaat het hierbij om een bedrag van ruim €5,1 miljoen voor 2023. Dit bedrag zal naar schatting oplopen tot een jaarlijkse bijdrage van tussen de €8 miljoen en €10 miljoen euro. Middelen in de vorm van een
33
8.
specifieke uitkering (SPUK ) dienen exclusief ter beschikking te worden gesteld om personele uitbreiding en hiermee gepaarde materiële lasten te bekostigen. Dit besluit is dan ook conform het advies van de Raad van Openbaar Bestuur om uitvoeringskracht van gemeenten te versterken om doelstellingen van het Klimaatakkoord te kunnen behalen. Uniek voor Parkstad-gemeenten is de beschikking over een regionaal bureau. Dit maakt dat uitvoeringskracht zowel op regionaal als op gemeentelijk niveau kan worden gerealiseerd. In 2023 moet blijken hoe gelden aangewend kunnen worden voor regionale maar vooral ook voor gemeentelijke versterking. Er is een tendens waarneembaar dat meer taken op regionaal niveau opgepakt worden. Voorbeelden van deze tendens zijn de ontwikkelingen rondom water- en klimaatadaptatie zoals benoemd bij voorgaande punten (6 en 7). Dit maakt de workload groter en complexer, hetgeen een groot beroep doet op organisatieen uitvoeringskracht van betrokken partijen. In dat kader is in een eerder stadium opdracht gegeven aan de secretarissen van de Parkstadgemeenten, de directeur van IBA en de directeur van SPL om advies uit te brengen over de organisatiekracht van de gemeenten.
Daarnaast zijn c.q. komen er fondsen/geldstromen die nieuwe mogelijkheden/kansen voor Parkstad (kunnen) bieden. Op nationaal niveau o.a. het Volkshuisvestingsfonds: hiervoor heeft Parkstad onlangs € 36 miljoen toegekend en uitgekeerd gekregen door het Rijk; de Woningbouw-impuls; het RFF fonds, het EZK-retailfonds; kansenongelijkheid onderwijs en op Europees niveau o.a. Green Deal en Bauhaus.
Tenslotte zijn er nog de bestaande projecten zoals: • Regio Deal 2019-2022: in november 2021 is nagenoeg de volledige € 40 miljoen geprogrammeerd. Hiermee zijn projecten gestart die op termijn het verschil moeten maken; in gezondheid, arbeidsdeelname, kansengelijkheid voor schoolgaande kinderen, wonen, leefbaarheid, veiligheid en voorzieningen. De focus zal in 2023 en verder, met name liggen bij de verdere uitvoering van de projecten. • De huidige decentralisatie-uitkering (DU) bevolkingsdaling (€ 3,9 miljoen per jaar voor de periode 2016-2020, waarvan 75% regionaal wordt ingezet) liep door tot 2020 en was gekoppeld aan het nationale Actieplan Bevolkingsdaling. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaatsgevonden, waarin de DU bevolkingsdaling is meegenomen. Hierdoor is de decentralisatie-uitkering bevolkingsdaling met een jaar verlengd tot en met 2021. In 2022 zijn de middelen voor bevolkingsdaling ter beschikking gesteld middels een specifieke uitkering (SPUK). De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af. Dit alles zal een aanzienlijk werkpakket met zich meebrengen.
Algemene beleidsmatige kaders 2024 - 2027 Voor de begroting 2024 en de daarop volgende jaren worden in lijn daarmee de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de (nieuwe) Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren. 3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4. Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en door vertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, het Dagelijks Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact.
34
De algemene financiële kaders 2024-2027 Omvang van het Bureau: Tabel: Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in fte (structureel)
Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in FTE (structureel) 100
FTE
80 60 40 20 0 2006
2010
2013
2014
2015
2016
2018
2021
2022
2023
2024
Van 2010 tot en met 2013 maakten de GBRD en BAG/GEO onderdeel uit van de Parkstad Limburg formatie. Vanaf 2014 alleen nog BAG/GEO. Vanaf 2016 bestaat de bezetting enkel uit Parkstad Limburg. Per 1 juli 2021 zijn er 3 fte naar aanleiding van de Takendiscussie bijgekomen. Daarnaast zijn via het aanbod van de gemeente Heerlen in 2021 2 programmamanagers (Economie en Toerisme, SES) en 1 programmamedewerker GROS aangetrokken (€ 337.796 per jaar), die aan de lat staan voor de aanpak van de complexe opgaven waarvoor Parkstad staat.
Parkstadbegroting: in € 1 miljoen.
Parkstadbegroting 8 7 6 5 4 3 2 1 0 2000
2007
2010- 2013
2017
personeel
2019 werkbudget
2021
2022
2023
2024
vaste lasten
1. Voor de uitvoering van de kerntaken is een structureel werkbudget beschikbaar van structureel € 720.000 per jaar. 2. In de begroting 2024 is het werkbudget ongesplitst. Op basis van het Jaarplan 2024 verdeelt het Algemeen Bestuur het werkbudget over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur. 3. In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen. 4. De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 400.000 per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2030.
35
5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau over een vaste bezetting van 26,3 fte. 6. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 7. De prijsindexering van de materiële kosten (2024; 2,4% ) en de salariskosten (2024; 3.9% ) is gebaseerd op de prognose volgens de meest recente circulaire (september) van de algemene uitkering. De aanpassing van de regiobijdragen voor deze kostenstijging is onvermijdelijk. 8. In 2023 zal een functiewaarderingstraject (HR 21) worden uitgevoerd. Na de reorganisatie in 2014 is de organisatie afgeslankt en heeft er een onafhankelijk functiewaarderingstraject plaatsgevonden en zijn de functies afgeschaald. Nu is de situatie vergelijkbaar met de situatie van voor 2014 en is een functiewaarderingstraject weer opportuun. Uitgaande van 1 januari 2023 als ingangsdatum van HR21 zullen indicatief de financiële consequenties in het eerste jaar maximaal € 55.000 bedragen (waarvan € 15.000 reeds voorzien is middels een beroep op de frictiereserve). Eenmalig kunnen de kosten voor 2o23 door het Regiobureau gedekt worden uit incidentele middelen.
Voor de jaren na 2023 is een verhoging van de bijdragen van de gemeenten noodzakelijk om de effecten van HR21 op te vangen. Aangezien betreffende functiehouders pas in de loop van meerdere jaren in het maximum van hun nieuwe functieschaal worden ingepast, is het voorstel om de gemeentelijke bijdragen op basis van een reële inschatting te laten ingroeien tot de benodigde structurele maximale jaarlijkse bijdrage van €200.000 (vanaf 2027). Op basis van dit ingroeimodel is de structurele stijging van de personeelsbegroting voor 2024 ten opzichte van 2023 indicatief € 80.000. 9. In 2024 wordt een beroep gedaan op de frictiereserve van € 15.000 voor de extra loonkosten (€ 15.000) van 1 medewerker, die op basis van het Sociaal Plan 2014 salaris betaald krijgt op grond van de functie en bijbehorende waardering van voor de transitie. De kosten lopen door tot en met 2026. Indien het functiewaarderingstraject (HR21) wordt goedgekeurd in de loop van 2023 zal vanaf 2024 geen beroep meer worden gedaan op de frictiereserve voor deze extra loonkosten. 10. Ten tijde van de vierde begrotingswijziging 2022 is aangegeven dat Stadsregio Parkstad Limburg in gesprek is met de verhuurder over de stijging van de nutskosten. De uitkomsten hiervan zijn nog niet bekend maar het is aannemelijk dat voor begrotingsjaar 2023 e.v. eveneens een stijging van de nutskosten is te verwachten.
Op basis van de laatst afgegeven tarieven door de verhuurder, omhelst dit mogelijk een bedrag tot €50.000. Daarnaast heeft de verhuurder aangegeven dat de huurprijs voor de gehuurde kantoorruimte, voor 2023 met 10% zal stijgen. De impact van deze stijging bedraagt € 10.000 conform de beschikbare informatie in januari 2023. Stadsregio Parkstad Limburg is nog in overleg met de verhuurder, zodra er concreet zicht is op de exacte stijging van huur- en nutskosten in 2023, zal hiervoor een begrotingswijziging voorgelegd worden. 11. In verband met de ingang van de CAO SGO 2022 krijgen medewerkers de mogelijkheid spaarverlof op te bouwen. Voor de financiële verplichtingen die hieruit voortvloeien heeft Stadsregio Parkstad Limburg een voorziening verlofsparen ingesteld. Medewerkers kunnen in 2023 opnieuw kiezen of zij bovenwettelijk verlof om willen zetten in spaarverlof. De opbouw wordt geraamd op maximaal € 45.000. Later in 2023 zal een uitvraag plaatsvinden om deze geraamde opbouw te concretiseren. Op basis van deze uitvraag volgt mogelijk een begrotingswijziging. 12. Parkstad heeft een sluitende begroting. De bijdragen van de gemeenten daarin zijn opgebouwd uit twee delen; deze zijn voor 2024: a.
Een bedrag van € 4.362.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; De algemene lijn die binnen Parkstad wordt gevolgd en jaren geleden als dusdanig is overeengekomen en wordt nageleefd is dat gelden die vrijvallen bij de bedrijfsvoering in beginsel (op basis van de reguliere verdeelsleutel) terugvloeien naar de gemeenten. Gelden die vrijvallen bij projecten of anderszins middelen van de bestuurscommissies/het DB blijven beschikbaar voor Parkstad en vloeien niet terug naar de gemeenten. b. Een bedrag van € 1.095.000 voor Regionale Initiatieven. De financiële consequenties van bovenstaande ontwikkelingen bij punten 10 en 11 maken geen onderdeel uit van de samenvatting financieel beeld 2024-2027 op de volgende pagina. Deze ontwikkelingen bij punt 10 en 11 zijn op dit moment niet exact in te schatten.
36
Samenvatting financieel beeld 2024-2027 Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
Werkbudget kernactiviteiten
700
720
720
720
720
Lobby inzake subsidieverwerving
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten
pm
pm
pm
pm
pm
Afschrijvingen buitenring
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
95
82
69
55
42
Flexibele schil / Grensoverschrijdende samenwerking
50
0
0
0
0
2.627
2.849
2.999
3.149
3.303
Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
15
0
0
0
0
Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting
544
352
361
368
375
7
7
7
7
7
551
359
368
375
382
Totaal lasten
4.342
4.315
4.460
4.602
4.751
Bijdragen deelnemende gemeenten conform Kadernota
Loonkosten formatie
Afschrijvingskosten verbouwing Totaal materiële kosten bedrijfsvoering
3.955
3.992
4.141
4.289
4.439
Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie
356
370
378
386
399
Totaal bijdragen deelnemende gemeenten
4.311
4.362
4.519
4.675
4.838
Bijdragen gemeenten flexibele schil / Grensoverschrijdende samenwerking
50
0
0
0
0
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten
pm
pm
pm
pm
pm
4.361
4.362
4.519
4.675
4.838
19
47
59
73
87
197
400
400
400
400
Reserve Ringwegen
156
346
333
319
306
Frictiereserve
22
7
7
7
7
Begrotingsresultaat
0
0
0
0
0
Totaal baten Exploitatieresultaat Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves:
Verdeling van middelen (via balans)
2023
2024
2025
2026
2027
Regionale initiatieven
1.076
1.095
1.114
1.134
1.154
Bijdragen regionale initiatieven
1.076
1.095
1.114
1.134
1.154
0
0
0
0
0
Saldo
37
Projecten per 1 november 2022 bedragen * € 1.000 Betreft reeds ontvangen bedragen minus de uitgegeven bedragen oftewel nog te realiseren projecten Businesscases Herstructurering
01/11/2022 4
Projecten Bestuurscommissie RuMo
174
Projecten Bestuurscommissie Duurzaamheid
599
Projecten Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering
39.769
Projecten Bestuurscommissie Economie en Toerisme
431
Projecten Bestuurscommissie Sociaal Economische Structuurversterking
159
Projecten Regiofonds
227
Projecten Dagelijks Bestuur / GROS / Projecten DU-Bevolkingsdaling
3.603
Projecten Regio Deal
8.878
Projecten BDU
16
Totaal
53.860
Uit bovenstaande tabel blijkt dat Stadregio Parkstad Limburg als relatief kleine organisatie met een beperkte staat van baten en lasten een groot bedrag aan projecten onder handen heeft.
38
Bijlage 2 Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2023-2027 In onderstaande tabel zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2023 tot en met 2027 (bedragen x € 1.000) voor resultaatbestemming 2022. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde 31-12-2022
Vermoedelijke mutaties Toevoeging Onttrekking
Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat vorig ter dekking van 31-12-2023 boekjaar afschrijvingen
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen
172 3.790
82
90 156
197
3.831
Städte Region Aachen / EGTS
8
8
Stortplaatsen
65
65
Werkbudget Algemeen Bestuur
13
13
Werkbudget Dagelijks Bestuur
281
281
Werkbudget Bestuurscomm. SES
20
20
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
15
15
404
404
128
128
519
519
408
408
Werkbudget Regiodeal
9
9
Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
65
Totaal bestemmingsreserves
5.897
38 197
27
120
0
156
5.818
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
0
0
0
0
0
0
6.012
197
120
-
156
5.933
39
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde Vermoedelijke mutaties 31-12-2023
Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat ter dekking 31-12-2024 vorig van Toevoeging Onttrekking boekjaar afschrijvingen
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
Egalisatie frictiekosten Parkstad
90
Ringwegen
3.831
7
83 165
219
3.885
Städte Region Aachen / EGTS
8
8
Stortplaatsen
65
65
Werkbudget Algemeen Bestuur
13
13
Werkbudget Dagelijks Bestuur
281
281
Werkbudget Bestuurscomm. SES
20
20
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
15
15
404
404
128
128
519
519
408
408
9
9
Werkbudget Regiodeal Resultaat
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
27
Totaal bestemmingsreserves
5.818
0 27 219
0
34
0
165
5.838
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
0
0
0
0
0
0
5.933
219
34
-
165
5.953
40
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde Vermoedelijke mutaties Bestemming Vermindering Boekwaarde 31-12-2024 resultaat ter dekking 31-12-2025 vorig van Toevoeging Onttrekking boekjaar afschrijvingen Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
Egalisatie frictiekosten Parkstad
83
Ringwegen
3.885
7
76 174
241
3.952
Städte Region Aachen / EGTS
8
8
Stortplaatsen
65
65
Werkbudget Algemeen Bestuur
13
13
Werkbudget Dagelijks Bestuur
281
281
Werkbudget Bestuurscomm. SES
20
20
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
15
15
404
404
128
128
519
519
408
408
Werkbudget Regiodeal
9
9
Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
0
0
Totaal bestemmingsreserves
5.838
241
7
0
174
5.898
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
0
0
0
0
0
0
5.953
241
7
-
174
6.013
41
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde 31-12-2025
Vermoedelijke mutaties
Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat ter dekking 31-12-2026 vorig van Toevoeging Onttrekking boekjaar afschrijvingen
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
Egalisatie frictiekosten Parkstad
76
186
4.033
Ringwegen
3.952
7
69
266
Städte Region Aachen / EGTS
8
8
Stortplaatsen
65
65
Werkbudget Algemeen Bestuur
13
13
Werkbudget Dagelijks Bestuur
281
281
Werkbudget Bestuurscomm. SES
20
20
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
15
15
404
404
128
128
519
519
408
408
Werkbudget Regiodeal
9
9
Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
0
0
Totaal bestemmingsreserves
5.898
266
7
0
186
5.972
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
0
0
0
0
0
0
6.013
266
7
-
186
6.087
42
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Boekwaarde 31-12-2026
Vermoedelijke mutaties
Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat ter dekking 31-12-2027 vorig van Toevoeging Onttrekking boekjaar afschrijvingen
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
0
0
115
Totaal algemene reserves
115
0
0
0
0
115
199
4.127
Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen
69 4.033
7
62
293
Städte Region Aachen / EGTS
8
8
Stortplaatsen
65
65
Werkbudget Algemeen Bestuur
13
13
Werkbudget Dagelijks Bestuur
281
281
Werkbudget Bestuurscomm. SES
20
20
Werkbudget GROS Werkbudget Bestuurscomm. Duurzaamheid Werkbudget Bestuurscommissie RuMo Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme
15
15
404
404
128
128
519
519
408
408
Werkbudget Regiodeal
9
9
Resultaat
0
0
Werkbudget Organisatie Op Orde
0
Totaal bestemmingsreserves
0
5.972
293
7
0
199
0
0
0
0
0
0
6.087
293
7
-
199
6.174
6.059
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
43
Bijlage 3 Lijst van Afkortingen AB AG BBV BC BDU BIHTS BNG BsGW BTM BTW BV BZK DB EFRO EGTS EU EZ FIDO GBRD GR GROS IBA ICT KOA LED LIOF MKB NEIMED PALET PIOFA PROVADA RCE ROCK ROW RvS RVVP SES SiSa SPL SVWZL SVREZL VNG WNT
Algemeen Bestuur Arbeitsgemeinschaft Besluit Begroting en Verantwoording Bestuurscommissie Brede Doeluitkering Building Integrated High Tech Systems Bank Nederlandse Gemeenten Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Stichting Bedrijventerreinmanagement Belasting Toegevoegde Waarde Besloten Vennootschap Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dagelijks Bestuur Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking Europese unie Ministerie van Economische Zaken Wet Financiering Decentrale Overheden Gemeenschappelijke Belasting- en Registratie Dienst Gemeenschappelijke regeling Grensoverschrijdende samenwerking Internationale Bau Ausstellung Informatie en communicatie technologie Kennis Onderwijs en Arbeidsmarkt Limburg Economic Development Limburgse Ontwikkelings- en Investeringsmaatschappij Midden- en kleinbedrijf Nederlands Kennis Instituut Maatschappelijke Effecten Demografische Krimp Parkstad Limburg Energie Transitie Personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën en algemene zaken Professionele Vastgoed Dagen Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Regions of Connected Knowledge Regionaal Overlegplatform Wonen Raad van State Regionaal Verkeer- en Vervoer Plan Sociaal Economische Structuurversterking Single information Single audit Stadsregio Parkstad Limburg Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg
Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wet Normering Topinkomens
44