10. Bijlage 4a 08102025 RIB Taskforce robuust zorglandschap Limburg
Tekst van het document
> RETOURADRES Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht
BEZOEKADRES
Mosae Forum 10 6211 DW Maastricht Aan de dames en heren, leden van de gemeenteraad
POSTADRES
Postbus 1992 6201 BZ Maastricht
ONDERWERP
DATUM
BIJLAGEN
taskforce robuust zorglandschap Limburg
11 augustus 2025 Verzonden: 13-08-2025
1
BEHANDELD DOOR
TELEFOONNUMMER
ONZE REFERENTIE
FJM (Frans) Mourmans
06 50898190
E-MAILADRES
FAXNUMMER
UW REFERENTIE
Frans.Mourmans@maastricht.nl
043 - 350 4141
--
Geachte raadsleden,
1. Waarom een Taskforce? In 2023 en 2024 zijn de Limburgse gemeenten geconfronteerd met financiële problemen bij vier cruciale jeugdzorgaanbieders die zodanig waren dat de continuïteit van de jeugdzorg in het gedrang dreigde te komen. Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de continuïteit van de jeugdzorg en een dekkend zorglandschap. Van gemeenten kan echter niet verwacht worden dat met inzet van publieke middelen telkens financiële problemen bij individuele jeugdzorgaanbieders worden opgelost die vaak hun oorzaak vinden in zaken waarop gemeenten geen invloed hebben zoals een bedrijfsvoering die niet op orde is, slecht managent en bestuur, onvoldoende toezicht door toezichthouders, fusies en overnames of het inschrijven op onrendabele aanbestedingen. Wij hebben deze ontwikkeling aangeduid als een systeemprobleem dat verder gaat dan de individuele dossiers. Daarom is door de wethouders jeugdzorg van de vier Limburgse Jeugdzorgregio’s het initiatief genomen om samen met het ministerie van VWS (hierna VWS), VNG en de Jeugdautoriteit te onderzoeken wat nodig is om te komen tot een meer robuust zorglandschap en minder (grote) afhankelijkheid van een of enkele zorgaanbieders in de jeugdzorgregio’s.
De ontstane knelpunten in Limburg zijn weliswaar geconcentreerd in Limburg, maar breder terug te zien in een landelijke ontwikkeling waarbij de samenwerking tussen jeugdzorgregio’s, gemeenten en zorgaanbieders vaker onder druk staat en ook vaker sprake is van dreigende continuïteitsproblematiek bij aanbieders. Om te komen tot een duurzame oplossing voor de ontstane problematiek in Limburg is de Taskforce gevormd. In deze Taskforce is een afvaardiging van de vier Limburgse jeugdzorgregio’s, VWS en VNG aan de slag gegaan met de vraag hoe kan worden toegewerkt naar een duurzaam zorglandschap voor jeugdigen in Limburg waarin de huidige situatie van dreigende discontinuïteit zich niet meer voordoet. Ook heeft de Taskforce als doel om tot een gezamenlijk handelingsperspectief te komen voor de Limburgse gemeenten om gezamenlijk positie te kiezen en om te gaan met de actuele casuïstiek.
PAGINA
1 van 5
Raadsinformatiebrief
In de afgelopen maanden hebben wij Uw raad periodiek geïnformeerd over de ontwikkelingen rond de Taskforce robuust zorglandschap Limburg (Taskforce). In de raadsinformatiebrief van 11 juni jl. hebben wij een separate raadsinformatiebrief toegezegd waarin concreet wordt ingegaan op de wijze onze jeugdregio op provinciaal en regionaal niveau de aanbevelingen gaat uitwerken.
DATUM
11 augustus 2025
2. Rapportage Taskforce De rapportage van de Taskforce is op 26 februari jl. beschikbaar gekomen en via een raadsinformatiebrief met Uw raad gedeeld. De rapportage is opgebouwd rond drie thema’s met daaraan gekoppeld aanbevelingen voor acties. Door de jeugdregio Zuid-Limburg is in verband met de situatie in onze jeugdregio een vierde thema uitgelicht en van acties voorzien. 1. 2. 3. 4.
Thema divers en gebalanceerd zorglandschap Thema grip en sturing Thema bovenregionale samenwerking Thema’s die niet afgedekt worden door rapportage taskforce
De wethouders jeugdzorg van de jeugdregio Zuid-Limburg (G16) hebben de aanbevelingen van de taskforce met enkele amenderingen overgenomen en voorzien van een standpunt. Het overzicht is als bijlage bijgevoegd. Het college van de centrumgemeente Maastricht heeft op 3 juni jl. de adviezen van de G16 overgenomen en vastgesteld. 3. Gezamenlijke implementatie op provinciaal niveau (thema’s 1 en 3)
VWS ondersteunt het implementatietraject door de inzet van het team van het interne bureau GO dat ervaring heeft met vergelijkbare trajecten in het land. GO ondersteunt de Limburgse jeugdregio’s bij in ieder geval de drie thema’s die provinciaal als eerste worden aangepakt: 1. In gesprek komen met de zorgaanbieders over herstel van vertrouwen en gezamenlijk komen tot de inrichting van een robuust zorglandschap. De rapportage van de Taskforce en de Hervormingsagenda liggen in elkaars verlengde. Daarom wordt de Hervormingsagenda als leidraad gehanteerd voor het uitwerken van een strategische agenda voor de transformatie van de jeugdzorg in de komende jaren met prioriteiten voor de korte, midden-lange en lange termijn. 2. Onderhanden is een inventarisatie van de 24 uurs voorzieningen in Limburg. Aan de hand daarvan willen wij voor het einde van 2025 tot bestuurlijke besluitvorming komen over welke zorg in de toekomst op provinciaal niveau wordt gecontracteerd. 3. De basis leggen voor een governance voor samenwerking op provinciaal niveau aan de hand van bijvoorbeeld de bij de eerste prioriteit genoemde transformatieagenda. De governance voor bovenregionale samenwerking richt zich zowel op de gemeenten onderling als op gemeenten en jeugdzorgaanbieders. Ook de governance van onze jeugdregio wordt herzien als onderdeel van de doorontwikkeling van de jeugdregio Zuid-Limburg.
De drie thema’s hebben een onderlinge samenhang. Wij verwachten voor het einde van dit jaar de eerste concrete resultaten te kunnen melden. Intussen zijn vanuit de jeugdregio Zuid-Limburg al een aantal acties in gang gezet voor de samenwerking op bovenregionaal niveau. De inkoop van Jeugdzorg Plus (JZ+) zorg gebeurde in Zuid-Limburg tot nu toe op regionaal niveau. Samen met vijf andere jeugdregio’s in Landsdeel Zuidoost (delen van Brabant en volledig Limburg) wordt JZ+ zorg op dit moment aanbesteed waardoor met ingang van 1-1-2026 uniforme voorwaarden en tarieven kunnen worden gehanteerd in het volledige werkgebied. De voorbereidingen voor de aanbesteding van segment overstijgende zorg in de segmenten GIKJ, Wonen en Crisis per 1-1-2027 zijn onderhanden. Afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt over de bovenregionaal in te kopen zorg (zie hiervoor punt 2) onderzoeken wij ook voor deze PAGINA
2 van 5
Raadsinformatiebrief
Onderdeel van de adviezen is dat voor een robuust, pluriform zorglandschap meer samenwerking op bovenregionaal, provinciaal niveau noodzakelijk is. De wethouders jeugdzorg van de Limburgse gemeenten gaan daarom de aanbevelingen in de komende periode gezamenlijk implementeren.
DATUM
11 augustus 2025
zorgvormen naar mogelijkheden voor uniformering van voorwaarden en tarieven en waar mogelijk op termijn naar gezamenlijke inkoop op provinciaal niveau. 4. Divers en gevarieerd zorglandschap (thema 1) Fusies en overnames kunnen verstorend werken in een divers en gevarieerd zorglandschap en de gewenste spreiding van zorg onder verschillende zorgaanbieders (van groot te klein) om afhankelijkheid te verkleinen. Gemeenten hebben ook geen zeggenschap in de bedrijfsvoering van jeugdzorgaanbieders. Als door verkeerde keuzes rond bijvoorbeeld fusies, overnames of het aangaan van verliesgevende samenwerkingsverbanden financiële problemen ontstaan zijn gemeenten echter op basis van de Jeugdwet wel verantwoordelijk voor de continuïteit van de jeugdzorg en fungeren als financieel vangnet bij een hersteloperatie.
5. Financieel gezonde zorgaanbieders (thema 4) Aan de basis van het initiatief dat heeft geleid tot de Taskforce ligt dat de continuïteit van de jeugdzorg onder druk komt door financiële problemen bij jeugdzorgaanbieders. Zolang geen vangnet beschikbaar is in de vorm van bijvoorbeeld een waarborgfonds worden de gemeenten aangesproken om de financiële problemen op te lossen. De ervaring leert dat, naast de financiële steun, dit leidt tot ongewenste situaties. In plaats van de continuïteit van de jeugdzorg worden gemeenten geacht een zorgaanbieder overeind te houden. Dat heeft een negatief effect op de andere jeugdzorgaanbieders in de jeugdregio, brengt de gemeenten in de positie dat oneigenlijke keuzes gemaakt moeten worden en legt een onevenredig beslag op de capaciteit. Het is in het belang van alle partijen dat wij streven naar een zorglandschap met financieel gezonde zorgaanbieders. Uitvoeringseis wordt geschiktheidseis Sinds de aanbestedingen in 2022 hanteert de jeugdregio Zuid-Limburg de zogenaamde uitvoeringseis voor jeugdzorgaanbieders die niet kunnen voldoen aan alle financiële voorwaarden. Jeugdzorgaanbieders die niet voldoen aan de financiële voorwaarden worden wel toegelaten met de verplichting voor een verbeterplan en krijgen een hersteltermijn van 2 jaar om aan te tonen dat ze wel aan de financiële voorwaarden voldoen.
Lukt dat niet, dan is het een ontbindingsgrond. In de praktijk zien wij dat dit niet werkt. Indien binnen de hersteltermijn van 2 jaar de normen niet gerealiseerd en moeten gemeenten er alsnog op acteren. Contractontbinding is gecompliceerd omdat de gemeenten op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor de continuïteit van de jeugdhulp en daarom ook voor alternatieven moeten zorgen. Deze beperking van het handelingsperspectief is een van de belangrijkste dilemma’s die voortvloeien uit de huidige Jeugdwet. PAGINA
3 van 5
Raadsinformatiebrief
Daarom gaan wij strakker sturen op (bestaande) contractvoorwaarden of zo snel mogelijk nieuwe, betere contractvoorwaarden introduceren over fusie, overname en andere fundamentele keuzes in de bedrijfsvoering. Heel concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de bestaande contractvoorwaarde van toestemming vragen voor fusie en overname zodanig wordt aangescherpt dat de gemeentelijke toestemming op hetzelfde niveau komt als de vereiste instemming van Waarborgfonds, interne adviesgremia, RvT, Nza en ACM. Voor de beoordeling van de fusie of overname baseert de jeugdregio zich onder meer op het verplicht ter beschikking te stellen due diligence rapport. Gemeenten toetsen op voldoende waarborgen voor continuïteit van jeugdzorg, duurzame exploitatie en mogelijke verstoring van het zorglandschap en zullen hun goedkeuring niet op onredelijke gronden onthouden. Niet nakomen van deze voorwaarden is een ontbindingsgrond voor bestaande contracten of kan leiden tot het onthouden van goedkeuring voor contractovername.
DATUM
11 augustus 2025
Daarom wordt met ingang van 1-1-2026 de uitvoeringseis vervangen door een geschiktheidseis. Jeugdzorgaanbieders moeten bij inschrijving op aanbestedingen voldoen aan alle financiële voorwaarden om in aanmerking te komen voor een contract. Uitsluiten van partijen bij aanbestedingen is niet toegestaan. Jeugdzorgaanbieders die niet zelfstandig aan alle financiële voorwaarden voldoen, kunnen een beroep doen op de financiële draagkracht van derden door in te schrijven als onderdeel van een combinatie of als onderaannemer. De leden van een combinatie zijn hoofdelijk aansprakelijk en staan daardoor binnen het contract zowel inhoudelijk als financieel garant voor andere leden en onderaannemers. Op korte termijn heeft deze wijziging voor de meeste jeugdzorgaanbieders geen gevolgen. De meeste contracten zijn in 2023 aangegaan voor een periode van 10 jaar. Jeugdzorgaanbieders hebben binnen de huidige contractperiode nog 5 tot 7 jaar om te zorgen dat ze aan de gewijzigde financiële voorwaarden kunnen voldoen. Bij de contracten die tussentijds opnieuw worden aanbesteed heeft het wel eerder consequenties voor jeugdzorgaanbieders die niet aan alle financiële voorwaarden kunnen voldoen. Wij verwachten dat combinaties kritischer worden in hun beoordeling van de financiële gezondheid van samenwerkingspartners en onderaannemers.
Kort samengevat zijn de financiële voorwaarden bij aanbesteding met ingang van 1-1-2026: Ongewijzigd is: Jeugdzorgaanbieders moeten voldoen aan de criteria liquiditeit minimaal 1 én solvabiliteit tussen 20 en 40% en weerstandsvermogen minimaal 15%. Jeugdzorgaanbieders die niet aan deze criteria voldoen kunnen niet zelfstandig inschrijven. Jeugdzorgaanbieders die niet aan deze criteria voldoen kunnen wél inschrijven als ze gebruik maken van de financiële draagkracht van derden (als deelnemer aan een combinatie, als onderaannemer of anderszins). Binnen een combinatie zijn de leden hoofdelijk aansprakelijk en staan binnen het contract zowel inhoudelijk als financieel voor elkaar garant. Gecontracteerde jeugdzorgaanbieders staan binnen het contract zowel inhoudelijk als financieel garant voor de niet gecontracteerde onderaannemers die door hen worden ingezet. De jeugdregio moet toestemming geven voor de inzet van onderaannemers. Gewijzigd is: Met ingang van 1-1-2026 vervalt de mogelijkheid om bij het niet voldoen aan alle criteria toch zelfstandig in te schrijven waarbij de zorgaanbieder een verbeterplan moet opstellen en een herstelperiode krijgt om alsnog aan alle criteria te voldoen. Dit is de zogenaamde uitvoeringseis.
In plaats daarvan geldt met ingang van 1-1-2026 dat jeugdzorgaanbieders die niet voldoen aan alle criteria niet langer zelfstandig kunnen inschrijven. Dit is de zogenaamde geschiktheidseis. De jeugdregio gaat strikter toetsen op de toelating van onderaannemers.
PAGINA
4 van 5
Raadsinformatiebrief
De cases uit de afgelopen periode hebben duidelijk gemaakt dat financiële problemen en dreigende discontinuïteit bij een grote jeugdzorgaanbieder bij deelname in een combinatie of bij onderaanneming ook andere jeugdzorgaanbieders in de problemen kan brengen. Discontinuïteit van een grote jeugdzorgaanbieder kan voor een combinatie betekenen dat de andere deelnemers verantwoordelijk zijn voor het leveren van zorg waarvoor de vergoeding reeds aan de financieel zwakke partij is uitbetaald. Lessons learned voor de gemeenten is dat ze kritischer moeten zijn in hun beoordeling alvorens toestemming wordt gegeven voor onderaanneming. In nieuwe situaties wordt het gesprek aangegaan met de jeugdzorgaanbieders voordat een besluit wordt genomen op een verzoek tot onderaanneming.
DATUM
11 augustus 2025
Early Warning System De bedrijfsvoering van gecontracteerde jeugdzorgaanbieders wordt via de kwartaalrapportages van het Early Warning System (EWS) van de Jeugdautoriteit gevolgd. Doel van het EWS is dat eventuele continuïteitsproblemen in een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd. Het EWS ziet toe op aanbieders met een jeugdzorgomzet van meer dan twee miljoen euro per jaar. Jeugdzorgregio’s kunnen ook kleine aanbieders met een zeer specialistisch jeugdzorgaanbod aanmerken als EWS-aanbieders, wanneer het aanbod niet eenvoudig over te nemen is door andere aanbieders. Bij contractvernieuwingen en aanbestedingen stellen wij als voorwaarde dat de EWS-kwartaalrapportages met bedrijfsgevoelige informatie ter beschikking worden gesteld aan de centrumgemeente.
Hoogachtend,
Hubert Mackus Wethouder Economie, Sport, Jeugdzorg, Water, Natuur en Landschap
Raadsinformatiebrief PAGINA
5 van 5
Bijlage 2 beslispunten en standpunt G16 over rapportage Taskforce
Standpuntbepaling in G16 In de vergadering van 9-1-2025 heeft de G16 verkennend gesproken over het toen nog concept rapport van de taskforce. De kanttekeningen van de G16 zijn ingebracht in het overleg van 14-1-2025 met onder meer het ministerie en de VNG. De kanttekeningen van de andere Limburgse jeugdregio’s in dit overleg waren van vergelijkbare strekking. Mede op basis van deze feedback is het definitieve rapport op onderdelen aangepast. Met uitzondering van 1 advies (zie hierna) zijn de adviezen ongewijzigd gebleven. Op 13-2-2025 heeft de G16 besluitvormend een standpunt ingenomen over de adviezen in het toen concept rapport van de taskforce. Naar aanleiding van de aantekeningen van de Limburgse gemeenten is het rapport van de taskforce op onderdelen redactioneel aangepast. Niet al aantekeningen van de jeugdregio Zuid-Limburg zijn 1 op 1 overgenomen. De eindredactie is een compromis van de wensen van de 4 betrokken jeugdregio’s, VNG en ministerie. Alle Limburgse jeugdregio’s hebben in de feedback op het concept rapport laten weten de inzet van het ministerie te mager te vinden en meer commitment te verwachten. De redactie van het rapport is op onderdelen aangepast, de acties voor het ministerie blijven echter beperkt tot hetgeen al in het concept rapport stond.
Over het geheel gezien is de belangrijkste feedback van onze jeugdregio redactioneel verwerkt in het definitieve rapport. De adviespunten op basis waarvan de G16 eerder een standpunt heeft ingenomen zijn in het defitieve rapport niet gewijzigd met uitzondering van advies 3. De tekst van dit advies is gewijzigd in ‘Bieden van tarieven die voldoen aan de AMvB reële prijzen jeugdwet’ omdat de tekst in het concept de suggestie wekte dat op dit moment geen kostendekkende tarieven worden geboden terwijl dat wel het geval is. Het standpunt van de G16 is al gebaseerd op de AMvB reële prijzen jeugdwet. Centrumgemeente Maastricht heeft na publicatie van het definitieve rapport nog een keer bestuurlijk met de DG en de directie jeugd van het ministerie gesproken over een steviger commitment, bijvoorbeeld in de vorm van een inhoudelijk en financieel ondersteunde pilot. Het ministerie legt echter de verantwoordelijkheid terug bij de gemeenten. De combinatie IJZ heeft de jeugdregio na publicatie van het definitieve rapport geïnformeerd over haar zienswijze. Ook Koraal / VIA jeugd hebben een schriftelijk reactie gestuurd die zich specifiek richt op op het punt dat toestemming van de gemeenten nodig is voor hun voorgenomen fusie. De G16 gaan in gesprek met beide partijen en zal daarna schriftelijk reageren.
De G16 hebben op 13-3-2025 uiteindelijk op basis van het definitieve rapport als volgt besloten. 1. Instemmen met het definitieve rapport van de taskforce met inbegrip van de eerdere besluiten over de adviezen. 2. Het college van de centrumgemeente Maastricht adviseren het rapport van de taskforce vast te stellen inclusief de inhoudelijke besluiten van de G16.
1
1. Thema divers en gebalanceerd zorglandschap Advies 1 taskforce Aandacht hebben voor spreiding van zorg onder verschillende zorgaanbieders (van groot tot klein) om afhankelijkheid te verkleinen. Beslispunten 1 a) Sturen op meer variatie en keuzemogelijkheden in het zorglandschap, bijvoorbeeld door bij aanbestedingen meerdere percelen te hanteren waardoor kleinere partijen ook kunnen inschrijven. b) Strakker sturen op (bestaande) contractvoorwaarden of zo snel mogelijk nieuwe, betere contractvoorwaarden die ook te meten en te handhaven zijn introduceren over fusie, overname en andere fundamentele keuzes in de bedrijfsvoering. Heel concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de bestaande contractvoorwaarde van toestemming vragen voor fusie en overname zodanig wordt aangescherpt dat de gemeentelijke toestemming op hetzelfde niveau komt als de vereiste instemming van Waarborgfonds, interne adviesgremia, RvT, Nza en ACM. Voor de beoordeling van de fusie of overname baseert de jeugdregio zich onder meer op het verplicht ter beschikking te stellen due diligence rapport. Gemeenten toetsen op voldoende waarborgen voor continuïteit van jeugdzorg, duurzame exploitatie en mogelijke verstoring van het zorglandschap en zullen hun goedkeuring niet op onredelijke gronden onthouden.
Niet nakomen van deze voorwaarden is een ontbindingsgrond voor bestaande contracten of kan leiden tot het onthouden van goedkeuring voor contractovername. c) In een aparte strategiesessie op basis van een afwegingskader een standpunt bepalen of en hoe de lopende fusietrajecten in de bestaande casuïstiek zich verhouden tot een pluriform zorglandschap en het toekomstig handelingsperspectief van de gemeenten. Standpunt G16: Beslispunten a t/m c akkoord. Voor de strategiesessie (beslispunt c) moet in beeld zijn waar mogelijke continuïteitsproblemen ontstaan en in kaart zijn gebracht wat de alternatieven zijn. (plan B) Advies 2 taskforce Afstemmen met zorgaanbieders voorafgaand aan contractering wat een passende schaal is om zorg te kunnen organiseren Beslispunt 2 Continueren van de bestaande werkwijze van marktconsultaties bij nieuwe aanbestedingen en daarbij zorg-aanbieders te consulteren over de meest passende schaal van zorg. Standpunt G16: Akkoord Advies 3 taskforce Bieden van tarieven die voldoen aan de AMvB reële prijzen jeugdwet. Beslispunten 3 a) De gemeenten hanteren voor de aanbesteding de richtlijnen van de AMvB reële prijzen jeugdwet.
Dit betekent dat de tarieven ten minste gebaseerd zijn op de kostprijselementen: Kosten beroepskrachten (cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden) Cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten Overheadkosten Kosten van indexering
2
Marge en risico opslag b) Van de zorgaanbieders wordt volledige transparantie gevraagd over onder meer hun kostenstructuur en volledige medewerking aan de uit eerdere aanbestedingen bekende data uitvraag. c) Indien er sprake is van gelijke producten en contractvoorwaarden, bieden de Limburgse jeugdregio’s gelijke tarieven rekening houdend met de landelijke aanbevelingen voor tariefdifferentiatie. Standpunt G16: Beslispunten a t/m c akkoord Bij nieuwe aanbestedingen tariefdifferentiatie meenemen. De G16 verwacht dat dit bijdraagt aan spreiding van zorg en het creëren van een pluriform zorglandschap. Advies 4 taskforce Harmoniseren van contractvoorwaarden tussen gemeenten en regio’s voor dezelfde zorgvormen en zorgaanbieders provincie breed en waar mogelijk afstemming met aanpalende regio’s Beslispunt 4 Harmoniseren van contractvoorwaarden tussen gemeenten en regio’s voor dezelfde zorgvormen en zorg-aanbieders provincie breed en waar mogelijk afstemming met aanpalende regio’s. Standpunt G16: Akkoord Advies 5 taskforce Organiseren van en investeren in een structurele vorm van samenwerking tussen de regio’s. Beslispunt 5 Organiseren van en investeren in een structurele vorm van samenwerking tussen de regio’s. Standpunt G16: Akkoord Advies 6 taskforce Organiseren van en investeren in een structurele vorm van samenwerking tussen gemeenten / regio’s en zorgaanbieders.
Beslispunt 6 Organiseren van en investeren in een structurele vorm van samenwerking tussen gemeenten / regio’s en zorgaanbieders. Standpunt G16: Akkoord Advies 7 taskforce Verschaffen en hebben inzicht in de opbouw van kostprijzen (actie zorgaanbieders) Beslispunt 7 Wij verwachten van zorgaanbieders dat ze inzicht hebben in de eigen kostprijzen en dat de gemeenten op transparante wijze inzicht wordt gegeven in de opbouw van de kostprijzen. Standpunt G16: Akkoord
3
2. Thema grip en sturing Advies 8 taskforce Opnemen van heldere contractvoorwaarden die in ieder geval betrekking hebben op: a) Het verkrijgen van inzicht in financiële, waaronder het verplicht delen van een monitoringsrapportage en het delen van een due diligence rapport in situaties die daarom vragen. b) Het voorafgaand meenemen van gemeenten in voorgenomen fundamentele beslissingen in de bedrijfsvoering die invloed hebben op continuïteit van zorg zoals fusie of overname. c) Het niet nakomen van afspraken en de consequenties daarvan. Beslispunten 8 a) Aanscherpen van de contractvoorwaarden over het verplicht delen van informatie door zorgaanbieders. Daarbij een scherpe definitie opnemen van welke informatie moet worden gedeeld en waarbij onder delen wordt verstaan daadwerkelijk ter beschikking stellen. b) Aanscherpen van de contractvoorwaarden over het vooraf informeren van gemeenten over fundamentele beslissingen in de bedrijfsvoering, waaronder fusie, overname of het aangaan van risicodragen samenwerkingsverbanden. In gevallen zoals genoemd in beslispunt 1 b) is voorafgaande instemming van de gemeenten vereist. c) Aanscherpen van de contractvoorwaarden over het niet nakomen van afspraken en de consequenties daarvoor zoals financiële sancties, contractontbinding of weigering contactovername.
Standpunt G16: Akkoord Advies 9 taskforce Toetsen van contractvoorwaarden bij zorgaanbieders voordat voorwaarden in de contracten landen, waar-onder afstemming over het detailniveau waarop zicht in de financiële cijfers nodig is. Beslispunt 9 Toetsen van contractvoorwaarden bij zorgaanbieders voordat voorwaarden in de contracten landen, waar-onder afstemming over het detailniveau waarop zicht in de financiële cijfers nodig is. Standpunt G16: Akkoord Advies 10 taskforce Gebruik de contractstandaarden, bijvoorbeeld de contractstandaarden jeugd. Beslispunt 10 Bij nieuwe aanbestedingen wordt gebruik gemaakt van de contractstandaarden, bijvoorbeeld de contract-standaarden jeugd. Standpunt G16: Akkoord Advies 11 taskforce Inrichten van een heldere en strakke monitoringscyclus waarbij periodiek cijfers worden opgehaald en wordt gesproken met zorgaanbieders over onderwerpen die voorafgaand gezamenlijk zijn vastgesteld.
4
Beslispunt 11 Inrichten van een heldere en strakke monitoringscyclus waarbij periodiek cijfers worden opgehaald en wordt gesproken met zorgaanbieders over onderwerpen die voorafgaand gezamenlijk zijn vastgesteld. Standpunt G16: Akkoord Advies 12 taskforce Voeren van transparante, eerlijke en constructieve gesprekken om het vertrouwen tussen zorgaanbieders en gemeenten / regio’s weer op te bouwen. Beslispunten 12 a) Voeren van transparante, eerlijke en constructieve gesprekken om het vertrouwen tussen zorgaanbieders en gemeenten / regio’s weer op te bouwen. b) Daartoe blijven investeren in de periodieke thema bijeenkomsten met de zorgaanbieders. c) Evalueren van de samenstelling van de CRT en de wijze waarop deze de (periodieke) gesprekken met zorgaanbieders voeren. Van de zorgaanbieders verwachten wij hetzelfde. Standpunt G16: Akkoord Advies 13 taskforce Aansluiten bij Early Warning System (EWS) (actie zorgaanbieders). Beslispunt 13 Wij verwachten van zorgaanbieders dat ze aansluiten bij het Early Warning System (EWS) van jeugdautoriteit. Standpunt G16: Akkoord Advies 14 taskforce Periodiek delen van informatie, onder andere op basis van het EWS. (actie zorganbieders) Beslispunten 14 a) Wij verwachten van zorgaanbieders dat periodiek de contractueel afgesproken informatie wordt aan-geleverd.
b) Wij verwachten van zorgaanbieders dat ieder kwartaal de kwartaalrapportage uit het EWS intergraal wordt aangeleverd. c) In onze contractvoorwaarden regelen wij sancties die in werking treden indien zorgaanbieders de afspraken niet nakomen. Standpunt G16: Akkoord Advies 15 taskforce Betrekken de gemeenten in een vroege fase bij de voorbereiding van voorgenomen fundamentele bedrijfskeuzes die invloed hebben op de continuïteit van zorg. (actie zorgaanbieders)
5
Besispunt 15 Wij verwachten van zorgaanbieders dat ze de gemeenten in een vroege fase betrekken bij de voorbereiding van voorgenomen fundamentele bedrijfskeuzes die invloed (kunnen) hebben op de continuïteit van zorg. Standpunt G16: Akkoord Advies 16 taskforce Verplicht stellen van aansluiting door zorgaanbieders aan het EWS. Het aansluiten op het EWS is voorzien in het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’. (actie rijk) Beslispunt 16 Geen Advies 17 taskforce Beschikbaar stellen van de handreiking over de inrichting van het leveranciers- en contractmanagement aan gemeenten en regio’s. (actie rijk) Beslispunt 17 Professionalisering van leveranciers- en contractmanagement, ook als het rijk geen ondersteuning geeft. Standpunt G16: Akkoord Advies 18 taskforce Meenemen signalen Limburgse gemeenten over concretisering van en de positie van de gemeenten in het draaiboek continuïtei jeugdhulp in de eerstvolgende evaluatie. (actie rijk) Beslispunten 18 a) In samenwerking met de andere jeugdregio’s uitwerken van een protocol voor de toepassing van het draaiboek indien zich cases aandienen. b) In samenwerking met de andere jeugdregio’s uitwerken van concrete voorstellen voor aanpassing van het draaiboek inclusief de aanbevelingen uit de G16 van 9-1-2025 en deze actief inbrengen bij ministerie, jeugdautoriteit en Nza. Standpunt G16: Akkoord 3.
Thema bovenregionale samenwerking Advies 19 taskforce Contractueel inrichten van de governance in de vorm van een netwerkstructuur die bovenregionale samenwerking tussen de regio’s vastlegt. Hierin worden afspraken gemaakt over onder andere: a) De inhoudelijke solidariteit en gedeeld financieel risico. b) De gezamenlijke signalering van zorgproblemen. c) De gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg in Limburg. Beslispunten 19 Contractueel inrichten van de governance in de vorm van een netwerkstructuur die bovenregionale samenwerking tussen de regio’s vastlegt. Hierin worden afspraken gemaakt over onder andere:
6
a) De inhoudelijke solidariteit en gedeeld financieel risico voor dossiers waarin gezamenlijk regie is en wordt gevoerd op onder meer sturing op contractvoorwaarden en het mitigeren van risico’s. Gedeeld financieel risico wordt begrensd door het budgetrecht van de gemeenteraden. b) De gezamenlijke signalering van zorgproblemen. c) De gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg in Limburg. Standpunt G16: Beslispunten a t/m c akkoord. Ook de governance van de jeugdregio wordt herzien naar aanleiding van het rapport FFort. Regionaal en bovenregionaal wordt een aparte governance ingericht. Onderlinge afstemming tussen deze governancen is noodzakelijk. De G16 moet hier expliciet mee instemmen, inclusief de financiële consequenties. Advies 20 taskforce Harmoniseren van contractvoorwaarden tussen gemeenten en regio’s voor dezelfde zorgvormen en zorg-aanbieders provincie breed en waar mogelijk in afstemming met aanpalende regio’s. Beslispunten 20 a) Harmoniseren van contractvoorwaarden tussen gemeenten en regio’s voor dezelfde zorgvormen en zorgaanbieders provincie breed en waar mogelijk in afstemming met aanpalende regio’s. b) Jeugdregio Zuid-Limburg voert zo nodig een eigen beleid gericht op het niet meer toelaten van financieel zwakke zorgaanbieders.
Standpunt G16: Akkoord Advies 21 taskforce Vaststellen van gelijk(soortige) kaders en voorwaarden toegepast kunnen worden op bestaande contracten in de jeugdregio’s Beslispunt 21 Vaststellen van gelijk(soortige) kaders en voorwaarden toegepast kunnen worden op bestaande contracten indien en voorzover dit mogelijk is binnen de kaders van de contracten. Standpunt G16: Akkoord Advies 22 taskforce Uitvoering verkenning in 2025 naar de bovenregionale samenwerking op cruciale jeugdzorgfuncties (waaronder JZ+, de residentiële jeugdzorg en crisiszorg) Beslispunten 22 a) Uitvoering verkenning in 2025 naar de bovenregionale samenwerking op cruciale jeugdzorgfuncties (waaronder JZ+, de residentiële jeugdzorg en crisiszorg), waarbij uitgangspunt is dat de jeugdregio inzet op bovenregionale samenwerking. b) Voor ambulante zorg blijft het uitgangspunt dat deze regionaal of subregionaal wordt ingekocht waarbij (zie beslispunt 20) wordt ingezet op harmoniseren van contractvoorwaarden. c) De keuze voor bovenregionale samenwerking vraagt een zorgvuldige afweging van diverse aspecten die middels een afwegingskader gewogen moeten worden. Standpunt G16: Beslispunten a t/m c akkoord
7
Opschalen van zorg naar bovenregionaal niveau alleen na expliciete besluitvorming en instemming in de G16, inclusief de financiële consequenties. Ruimte houden om zorg op lokaal niveau in te kopen. Specifiek met betrekking tot JZ+ besluit dat met ingang van 2026 de contactvoorwaarden worden geharmoniseerd met de andere jeugdregio’s in landsdeel Zuidoost en dat, indien mogelijk, JZ+ meeloopt in een nieuwe aanbesteding van JZ+ voor het volledige landsdeel.
Advies 23 taskforce Inrichten van gezamenlijk leveranciers- en contractmanagement voor bovenregionale zorgaanbieders. Beslispunt 23 Inrichten van gezamenlijk leveranciers- en contractmanagement voor bovenregionale zorgaanbieders. Standpunt G16: Akkoord Advies 24 taskforce Opstellen van een gezamenlijke visie en doelstellingen in lijn met de hervormingsagenda Jeugd. (actie jeugdregio’s en zorgaanbieders) Beslispunt 24 Opstellen van een gezamenlijke visie en doelstellingen in lijn met de hervormingsagenda Jeugd, in afstemming met de andere jeugdregio’s en de zorgaanbieders. Standpunt G16: Akkoord Advies 25 taskforce Open staan voor het opnieuw opbouwen van vertrouwen en niet vast blijven houden aan eerdere situaties. (actie zorgaanbieders en jeugdregio’s) Beslispunt 25 Wij staan open voor het opnieuw opbouwen van vertrouwen en niet vast blijven houden aan eerdere situaties en verwachten hetzelfde van de zorgaanbieders. Standpunt G16: Akkoord Advies 26 taskforce Leveren van input en doen van voorstellen / stellen een plan op om te komen tot een dekkend zorglandschap, welke rol aanbieders daar gezamenlijk in hebben en hoe de bovenregionale samenwerking ingericht kan worden.
(actie zorgaanbieders) Beslispunten 26 a) Wij verwachten van de zorgaanbieders dat ze input leveren, voorstellen doen of een een plan opstellen om te komen tot een dekkend zorglandschap inclusief welke rol de zorgaanbieders daar gezamenlijk in hebben en hoe de bovenregionale samenwerking ingericht kan worden. b) Indien XONAR ingedeeld wordt in trede 5 van het draaiboek overlegt de jeugdregio met de zorgaanbieders over alternatieven en hoe deze passen in de gewenste inrichting van het zorglandschap in de jeugdregio Zuid-Limburg. De jeugdregio neemt in dit traject zelf de regie.
8
Standpunt G16: Akkoord Advies 27 taskforce Verkennen van de haalbaarheid van het inrichten van een landelijk waarborgfonds waar jeugdzorgaanbieders in financiële nood een beroep op kunnen doen. (actie: gemeenten/VNG, regio’s en rijk gezamenlijk) Beslispunten 27 a) Via de VNG een lobby opstarten voor een landelijk waarborgfonds dat gevoed wordt door gemeenten, rijk en zorgaanbieders. b) Inzetten op een waarborgfonds dat niet alleen een financieel vangnet is maar ook de transformatie naar een duurzaam zorglandschap ondersteunt. Standpunt G16: Akkoord
4. Thema’s die niet afgedekt worden door rapportage taskforce Financieel gezonde zorgaanbieders Gecontracteerde zorgaanbieders met financiële problemen vormen een bedreiging voor de continuïteit van jeugdhulp. Als de financiële problemen zodanig worden dat het draaiboek continuïteit jeugdhulp van toepassing is, worden de gemeenten aangesproken op hun wettelijke verantwoordelijkheid voor de continuïteit van jeugdhulp en veelal de financiering van een herstelplan. De ervaring leert dat, naast de financiële steun, dit leidt tot ongewenste situaties. In plaats van de continuïteit van de jeugdhulp worden gemeenten geacht een zorgaanbieder overeind te houden. Dat heeft een negatief effect op de andere zorgaanbieders in de jeugdregio, brengt ons in de positie dat oneigenlijke keuzes gemaakt moeten worden en legt een onevenredig beslag op de capaciteit. Bij de aanbestedingen hanteert de jeugdregio Zuid-Limburg als ondergrens van een solvabiliteit van minimaal 20%, een weerstandsvermogen van minimaal 15% en een current ratio van minimaal 1. Zorgaanbieders die niet voldoen aan deze norm moeten een verbeterplan maken en krijgen een hersteltermijn van 2 jaar om aan te tonen dat ze wel aan de voorwaarden voldoen. Lukt dat niet, dan is het een ontbindingsgrond. Bij XONAR zien wij dat dit niet werkt.
Binnen de hersteltermijn van 2 jaar worden de normen niet gerealiseerd en moeten gemeenten er alsnog op acteren. Contractontbinding is gecompliceerd omdat de gemeenten op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor de continuïteit van de jeugdhulp en daarom ook voor alternatieven moeten zorgen. Deze beperking van het handelingsperspectief is een van de belangrijkste dilemma’s die voortvloeien uit de huidige Jeugdwet. Onze alternatieven zijn beperkt. Het is wettelijk niet mogelijk om individuele zorgaanbieders uit te sluiten van aanbestedingen. Dat moet via het PvE dat op alle zorgaanbieders van toepassing is. Ook is het wettelijk niet mogelijk om het inschrijven in de vorm van combinaties uit te sluiten. Bij inschrijving als combinatie worden de ratio’s bepaald op basis van het gemiddelde van de inschrijvende partijen in de combinatie. Financieel zwakke zorgaanbieders kunnen op dit manier alsnog inschrijven onder de paraplu van zorgaanbieders die wél aan de norm voldoen. Dat dit tot ongewenste situaties kan leiden zagen wij in de recente aanbesteding Crisis. De zorgaanbieders in de combinatie eisen alle een eigen lumpsum en weigeren gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen voor de continuïteit van de jeugdzorg.
De andere leden van de combinatie kiezen voor deze aanpak omdat men geen enkel risico wil lopen in de samenwerking met het financieel zwakke XONAR dat op haar beurt door de financiële situatie niet in staat is zelfstandig in te schrijven op aanbestedingen.
9
Selectie bij inschrijving op financieel gezonde zorgaanbieders is mogelijk met de volgende maatregelen: a) Bij nieuwe aanbestedingen de solvabiliteitgrens van minimaal 20%, de grens van het weerstandsvermogen op minimaal 15% en de current ratio van minimaal 1 als harde uitsluitingsgrond stellen voor alle jeugdzorgaanbieders. Dus niet alleen voor gecontracteerde partijen maar ook voor de jeugdzorgaanbieders gecontracteerde onderaannemers. Zorgaanbieders moeten structureel, dit is minimaal 3 jaar, voldoen aan de norm. Op korte termijn heeft dit voor de meeste jeugdzorgaanbieders geen gevolgen. De meeste contracten zijn in 2023 aangegaan voor een periode van 10 jaar. Jeugdzorgaanbieders hebben binnen de huidige contractperiode nog 5 tot 7 jaar om te zorgen dat ze aan de gewijzigde voorwaarden kunnen voldoen. Bij de contracten die tussentijds opnieuw worden aanbesteed heeft het wel eerder consequenties voor zorgaanbieders die niet aan de minimale solvabiliteitsgrens kunnen voldoen. Door een strengere selectie bij de aanbestedingen vallen zwakkere partijen af. Concreet heeft zo’n maatregel effect met ingang van 2026 (nieuwe aanbesteding Vrouwenopvang) en 2027 (nieuwe aanbesteding GIKJ, Wonen en Crisis).
b) De contractvoorwaarden zodanig formuleren dat inschrijvers in een combinatie gezamenlijk verantwoordelijk dus hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de levering van zorg en de financiële verplichtingen in het contract, binnen het contract (financieel) garant staan voor de andere combinanten en dat er 1 gezamenlijk budget is. Door deze aanpak vervalt ook de vrijblijvendheid van de huidige combinaties. Zorgaanbieders worden gedwongen tot een grondige afweging met wie samen als combinatie wordt ingeschreven én na de gunning is er ook een gezamenlijk belang. c) Ook voor onderaanbieders geldt dat ze structureel moeten voldoen aan de minimale eisen voor solvabiliteit, weerstandsvermogen en liquiditeit. Voor de onderaanaanemers de contractvoorwaarden zodanig formuleren dat de combinanten in de combinatie ook gezamenlijk verantwoordelijk en dus hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de levering van zorg en de financiële verplichtingen van onderaannemers in het contract, binnen het contract (financieel) garant staan voor de onderaannemers en dat er 1 gezamenlijk budget is. Het is een fundamentele keuze. Indien de jeugdregio een harde uitsluitingsgrond hanteert en de aanvullende voorwaarden hanteert kán het gevolg zijn dat onvoldoende zorg kan worden ingekocht doordat een aantal zorgaanbieders niet kunnen inschrijven waardoor schaarste ontstaat.
De jeugdregio raakt hier dus de grenzen van het huidige systeem en governance die de gemeenten verplicht voldoende zorg in te kopen. Beslispunten 28 a) Bij nieuwe aanbestedingen hanteert de jeugdregio met ingang van 1-1-2026 de systematiek van harde uitsluitingsgrond voor zorgaanbieders die niet structureel (dit is minimaal 3 jaar) voldoen aan de volgende financiële eisen: Opdrachtnemer voert een gezonde financiële huishouding bij inschrijving en gedurende de gehele looptijd van het contract; • De solvabiliteit is tussen de 20-40 %; én • Het weerstandsvermogen is minimaal 15%; én • De current ratio (vlottende activa/kortlopende schulden) is minimaal 1; Definities • Solvabiliteit = (eigen vermogen/totaal vermogen) * 100% • Weerstandsvermogen = (eigen vermogen/totale baten) * 100% • Current ratio = (vlottende activa + liquide middelen)/kort vreemd vermogen b) Bij inschrijving als combinatie of in een andere juridische samenwerkingsvorm: Zijn inschrijvers als opdrachtnemer gezamenlijk verantwoordelijk, dus hoofdelijk aansprakelijk, voor de levering van zorg en de financiële verplichtingen in het contract;
10
Staan de combinanten binnen het contract (financieel) garant voor de andere combinanten; én Wordt aan de combinatie 1 budget toegekend, dus geen afzonderlijke budgetten. c) Voor onderaannemers: Gelden de financiële eisen zoals gesteld in punt a; én Is de gecontracteerde opdrachtnemer of bij een combinatie opdrachtnemers gezamenlijk verantwoordelijk, dus hoofdelijk aansprakelijk, voor de levering van zorg en de financiële verplichtingen in het contract door de onderaannemers; én Staat de gecontracteerde opdrachtnemer of bij een combinatie opdrachtnemers binnen het contract (financieel) garant voor de onderaannemers; én Is er 1 budget voor de opdrachtnemer of opdrachtnemers. Standpunt G16: Beslispunten a t/m c akkoord. De zorgcontinuïteit mag niet in het gedrang komen. Daarom nieuw beleid pas in gang zetten nadat alternatieven zijn uitgewerkt en goedgekeurd.
11