10. Bijlage 2 Ontwerpbesluit gewijzigde GR GGD Z-L met zichtbare wijzigingen
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg Aangegaan per 01.01.2006 Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg Gewijzigd per 01.04.2010 Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg Gewijzigd per 01.01.2016 Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg Gewijzigd per 01.04.2020 Gemeenschappelijke Regeling
GGD Zuid-Limburg
Gewijzigd per <datum>
Gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal, ieder voorzovervoor zover het zijn verantwoordelijkheden aangaat, overwegende dat:
-
zij per 1 januari 2006 de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg zijn aangegaan;
-
de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 is ingevoerd, waardoor aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid Limburg noodzakelijk is;
-
de raden toestemming hebben verleend tot het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg;
-
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;
BESLUITEN: de gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden:
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. Deze regeling verstaat onder: a. Zuid-Limburg: het grondgebied van de gezamenlijk aan deze regeling deelnemende gemeenten; b. gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten; c. gemeentebesturen waar niet nader omschreven: de colleges van burgemeester en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten, ieder voor zover zij voor hun eigen gemeenten bevoegd zijn; d. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg; e. regeling: de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg; f. GGD ZL: de GeneeskundigeGemeentelijke Gezondheidsdienst Zuid-Limburg als bedoeld in artikel 2. 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of enige andere wet of regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, worden in die wetten en wettelijke regelingen in plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester respectievelijk gelezen de GGD ZL, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het bestuur van de GGD ZL. 3. De regeling is een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam genaamd "Geneeskundige‘Gemeentelijke Gezondheidsdienst Zuid-Limburg".Limburg’. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Maastricht. 2. De GeneeskundigeGemeentelijke Gezondheidsdienst Zuid-Limburg is een gezondheidsdienst die ten behoeve van de gemeenten de gezondheidssituatie van de bevolkingburgers bewaakt, beschermt en bevordert.
Artikel 3 Doel- en taakomschrijving; overdracht van bevoegdheden 1. De regeling heeft als doel het door middel van het openbaar lichaam GGD ZL behartigen van de belangen van gemeenten op het terrein van de volksgezondheid en openbare gezondheidszorg ten behoeve van de bevolking van Zuid-Limburg. 2. De GGD ZL draagt binnen Zuid-Limburg zorg voor de uitvoering van alle taken die in wetten op het terrein van de volksgezondheid en de openbare gezondheidszorg en in regelingen die krachtens die wetten zijn getroffen, aan gemeenten zijn opgedragen of aan gezondheidsdiensten zijn of nog zullen worden opgedragen. Voorzover het aan gemeenten opgedragen taken betreft, dragen de gemeentebesturen de uitvoering van die taken over aan het algemeen bestuur van de GGD ZL.
3.
4.
5.
De colleges dragen aan het algemeen bestuur van de GGD ZL alle bevoegdheden over die aan de colleges ten dienste staan ingevolge of ter uitvoering van de in lid 2 bedoelde wetten en regelingen. Indien nieuwe wetten of regelingen op het terrein van de volksgezondheid en de openbare gezondheidszorg worden ingevoerd waarin aan de gemeenten taken en bevoegdheden worden toegekend of indien in bestaande wetten of regelingen op het terrein van de volksgezondheid nieuwe taken en bevoegdheden aan gemeenten worden toegekend, kan het algemeen bestuur van de GGD ZL besluiten om binnen Zuid-Limburg zorg te gaan dragen voor de uitvoering daarvan. De daadwerkelijke uitvoering van die taken en bevoegdheden door de GGD ZL binnen het grondgebied van een deelnemende gemeente gaat pas in op een nader door het algemeen bestuur te bepalen datum nadat door het gemeentebestuur van de betreffende gemeente is besloten om die taken en bevoegdheden aan het algemeen bestuur van de GGD ZL over te dragen. In opdracht van de gemeenten of andere instellingen of instanties kan de GGD ZL ook andere aan de doelomschrijving van de GGD ZL verwante diensten verrichten.
Artikel 3a Inspraak 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het zesde lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Artikel 4 Basispakket en aansluitende diensten 1. De taken die ingevolge artikel 3, leden 2 en 4 door de GGD ZL worden uitgevoerd en de diensten die ingevolge artikel 3, lid 5 door de GGDZL worden verricht, worden in het productenboekdienstverleningspakket nader omschreven en bevatten de volgende productgroepen:. a. infectieziektebestrijding; b. medische milieukunde; c. jeugdgezondheidszorg; d. gezondheidsbevordering; e. openbare geestelijke gezondheidszorg; f. forensische geneeskunde; g. sociaal medische advisering; h. geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen; i. regionale ambulancevoorziening; j. advies en expertise openbare gezondheidszorg; k. overige productgroepen. Met betrekking tot het verrichten van taken als bedoeld in artikel 3, lid 4 en nieuwe diensten als bedoeld in artikel 3, lid 5 zal in het
2.
3.
4.
productenboekdienstverleningspakket tevens worden opgenomen welke taken en diensten de GGD ZL verricht en met ingang van welke datum. Met betrekking tot het verrichten van taken als bedoeld in artikel 3, lid 4 zal tevens in het productenboekdienstverleningspakket worden opgenomen de vindplaats van de besluiten van de gemeentebesturen als bedoeld in de laatste volzin van die bepaling. In het productenboekdienstverleningspakket als bedoeld in lid 1, wordt onderscheid gemaakt in diverse soorten producten.diensten en taken. De financieringsvorm van deze verschillende soorten productendiensten en taken wordt in afstemming met het bestuur vastgesteld. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat telkens indien daartoe aanleiding bestaat het in het vorige lid bedoelde productenboekdienstverleningspakket wordt aangepast en opnieuw wordt vastgesteld in zijn eerstvolgende vergadering na de inwerkingtreding of ingangsdatum van de wijzigingen. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat telkens indien daartoe aanleiding bestaat het in het lid 1 bedoelde productenboekdienstverleningspakket wordt aangepast en opnieuw wordt vastgesteld in zijn eerstvolgende vergadering na de inwerkingtreding of ingangsdatum van de wijzigingen van de taken en diensten ingevolge artikel 3, leden 3, 4 en 5.
HOOFDSTUK II INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR 1 HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 5 Samenstelling en aanwijzing De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. Per gemeente worden één lid en één plaatsvervangende lid aangewezen. Als lid van het algemeen bestuur kunnen slechts worden aangewezen leden van het college van de gemeenten. Ook het plaatsvervangende lid kan slechts worden aangewezen uit het college.
Artikel 6 Incompatibiliteiten 1. Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen bestuur zijn onverenigbaar met de arbeidsovereenkomst als ambtenaar met de GGD ZL, een andere gezondheidsdienst in de zin van de Wet publieke gezondheid, de GHOR Zuid-Limburg of de Regionale brandweer. Voor de toepassing van dit artikellid wordt gelijkgesteld hij die middels een afwijkende rechtspositie bij een van die diensten werkzaam is. 2. Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen bestuur zijn onverenigbaar met een arbeidsovereenkomst met een van de gemeenten. De in dit lid genoemde incompatibiliteit is niet van toepassing indien hij als lid van een college van burgemeester en wethouders van een gemeente wordt aangewezen als lid van het algemeen bestuur.
Artikel 7 Zittingsduur 1. De leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor periode van vier jaar. 2. Zij treden in ieder geval af op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. 32. De colleges van burgemeester en wethouders wijzen in hun vergadering de leden van het algemeen bestuur aan. 43. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente in zijn eerstvolgende vergadering een nieuw lid aan. 54. Van elke benoeming tot lid van het algemeen bestuur geven burgemeester en wethouders van de gemeente die het aangaat onverwijld kennis aan de voorzitter van de GGD ZL. 65. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel is eveneens van toepassing op plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.
Artikel 8 Benoeming voorzitter Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, die tevens lid dienen te zijn van het college van een van de deelnemende gemeenten.
Artikel 9 Vergaderingen 1. Benevens het bepaalde in artikel 22, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen vergadert het algemeen bestuur zo dikwijls het dagelijks bestuur of de voorzitter het nodig oordeelt of zulks door tenminste één vijfde van het aantal leden schriftelijk met opgave van redenen wordt verzocht. 2. Indien het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter het nodig oordeelt, kunnen een of meer deskundigen worden uitgenodigd om aan de beraadslaging deel te nemen. Deze deskundigen hebben een raadgevende stem. 3. De vergaderstukken en de notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur worden door de voorzitter toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast dat aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wordt gezonden.
Artikel 10 Besluitvorming 1. Ieder lid brengt één stem uit, vermeerderd met één stem per 15.000 inwoners of gedeelte daarvan van de gemeente, die hij vertegenwoordigt. Voor de berekening hiervan dient als maatstaf het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de vergadering plaatsvindt. Voor de vaststelling van het aantal inwoners wordt aangehouden het door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde aantal. 2. De besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van de overeenkomstig lid 1 gewogen stemmen, mits die meerderheid wordt gevormd door de stemmen van de leden die door de colleges van burgemeester en wethouders van meer dan zeven gemeenten zijn aangewezen. 3. Stemmen zijn niet overdraagbaar.
2 HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 11 Samenstelling en aanwijzing 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit een oneven aantal van minimaal zeven leden en maximaal negen leden. 2. Zeven leden van het dagelijks bestuur worden door en uit het algemeen bestuur benoemd, waaronder de voorzitter van het algemeen bestuur, die tevens voorzitter is van het dagelijks bestuur en de plaatsvervangend voorzitter van het algemeen bestuur die tevens plaatsvervangend voorzitter is van het dagelijks bestuur. 3. Daarnaast kan het algemeen bestuur maximaal twee leden van het dagelijks bestuur benoemen van buiten de kring van het algemeen bestuur. Daarbij gelden dezelfde incompatibiliteiten die ingevolge artikel 6 voor de leden van het algemeen bestuur gelden. Artikel 7 leden 1 en 2 is van overeenkomstige toepassing op de benoeming van leden van het dagelijks bestuur van buiten de kring van het algemeen bestuur. Zij kunnen te allen tijde door het algemeen bestuur worden ontslagen. 4. Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt op hetzelfde moment van rechtswege op lid te zijn van het dagelijks bestuur. 5. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde zodanig ontslag nemen. Hij blijft alsdan zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger door het algemeen bestuur is benoemd. 56.
Bij ontstentenis, langdurige ziekte of afwezigheid van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur wordt hij, zodra het algemeen bestuur dit nodig oordeelt, vervangen door een ander daartoe door het algemeen bestuur aan te wijzen lid. 67. De voorziening in een tussentijdse vacature als bedoeld in lid 56 geschiedt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur.
Artikel 12 Vergaderingen Het bepaalde in de artikelen 54 tot en met 60 van de Gemeentewet is van toepassing op de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Artikel 13 Besluitvorming Het dagelijks bestuur neemt zijn besluiten met volstrekte meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem uitbrengt.
Artikel 14 Reglement van orde Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast, dat ter kennis wordt gebracht van het algemeen bestuur.
HOOFDSTUK III
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR 1 DE TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 15 Algemeen 1. Het algemeen bestuur treedt ten aanzien van de regeling in de bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. 2. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de Wet gemeenschappelijke regelingen een regeling treffen waarin aan de leden van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur een tegemoetkoming in de kosten of een vergoeding voor hun werkzaamheden wordt toegekend en kan voorts een regeling treffen waarin een tegemoetkoming in of een vergoeding van bijzondere kosten of financiële voorzieningen worden vastgesteld die verband houden met het lidmaatschap van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur. 3. Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4.
Het algemeen bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.
5.
Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.
6.
Indien het vijfde lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven zijn, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 16 Instelling van commissies 1. Het algemeen bestuur kan commissies van advies en commissies ter behartiging van bepaalde belangen instellen. De artikelen 24 en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alsmede de artikelen 82 tot en met 86 van de Gemeentewet zijn van toepassing. 2. Indien het algemeen bestuur daartoe besluit kan aan de leden van een commissie als bedoeld in het vorige lid een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten worden toegekend.
2 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 17 1. Het dagelijks bestuur is bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de GGD ZL te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de GGD ZL; d. met ambtenaren arbeidsovereenkomsten te sluiten, deze te beëindigen en ambtenaren te schorsen; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de GGD ZL te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 15, derde lid; f. de inkomsten en de uitgaven van de GGD ZL te beheren; g. zorg te dragen voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding, voor zover deze zorg niet aan anderen toekomt; h. gedurig toezicht te houden op al hetgeen de GGD ZL aangaat; i. te besluiten namens de GGD ZL, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; j. tot het nemen van alle conservatoire maatregelen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. 2.
Het dagelijks bestuur oefent, indien het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door dit bestuur te stellen regels, de aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de rekeningjaarrekening; c. het nemen van besluiten over het instellen en opheffen van commissies met bestuursbevoegdheden. 3. Het dagelijks bestuur kan zijn bevoegdheden mandateren aan de directie of directieleden, of met instemming van de directie aan andere functionarissen van de GGD ZL.
3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE VOORZITTER
Artikel 18 1. Tot de taak van de voorzitter behoort het leiden van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter bepaalt, met inachtneming van hetgeen daaromtrent is geregeld bij artikel 9 of krachtens het reglement van orde, dag en uur van de vergaderingen van het algemeen bestuur en roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. De voorzitter zorgt, dat dag en tijdstip van de vergadering van het algemeen bestuur tijdig voor elke vergadering ter openbare kennis worden gebracht. 3. De voorzitter tekent, tezamen met de ambtelijk secretaris, alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. Het dagelijks bestuur kan onder eigen verantwoordelijkheid het tekenen van bepaalde stukken, die van het dagelijks bestuur uitgaan, opdragen aan de directie van de GGD ZL.
4.
5. 6.
De voorzitter vertegenwoordigt de GGD ZL in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan de directie of directieleden of een door hem aangewezen gemachtigde. De voorzitter voert de bij of krachtens deze regeling aan hem opgedragen taken uit. In afwijking van het gestelde in de leden 1 en 2 van dit artikel wordt de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe zittingsperiode als bedoeld in artikel 7, lid 3 bijeengeroepen en voorgezeten door de aftredende voorzitter of aftredende plaatsvervangend voorzitter en indien zulks niet mogelijk is door de burgemeester van de gemeente van de plaats van vestiging van het openbaar lichaam ingevolge artikel 2, lid 1. In deze vergadering vinden de benoemingen van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het algemeen bestuur plaats.
HOOFDSTUK IV INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
Artikel 19 Relatie gemeentebestuur - bestuur De gemeentebesturen verstrekken op verzoek van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur de benodigde inlichtingen en geven de medewerking, die voor de vervulling van de taken van de GGD ZL nodig is.
Artikel 20 Verantwoordingsplicht (leden) algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur is verplicht de gemeentebesturen desgevraagd van bericht en raad te dienen en inlichtingen te verschaffen over alle zaken betreffende deze regeling en in ieder geval binnen twee maanden na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek. 2.
3.
34.
45.
Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het algemeen bestuur is bevoegd gevraagd en ongevraagd aan gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen die in verband met deze regeling nodig worden geacht. Een lid van het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van het college van burgemeester en wethouders door wie hij is aangewezen alsmede aan de raad van hun gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken voor zover dat niet in strijd is met het algemeen belang. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk nadat daarom is gevraagd aan het betreffende college van burgemeester en wethouders en/of de raad verstrekt, zulks in overeenstemming met het reglement van orde van het betreffende college van burgemeester en wethouder en/of het reglement van orde van de betreffende raad. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd voorover het door hem gevoerde beleid aan het college van burgemeester en wethouders die hem als lid heeft aangewezen, alsmede aan de raad van zijn gemeente waaruit hij afkomstig is voor zover zulks niet strijdig is met het algemeen belang. Deze
verantwoording wordt zo spoedig mogelijk afgelegd nadat hem daarom is gevraagd en in overeenstemming met het reglement van orde van het desbetreffende college van burgemeester en wethouders en/of het reglement van orde van de betreffende raad.
Artikel 20a Verantwoordingsplicht (leden) dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. In het geval van een daartoe strekkend verzoek, worden de inlichtingen gegeven binnen twee maanden. 3. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten. 4. Het dagelijks bestuur is verplicht gedeputeerde staten en de gemeentebesturen desgevraagd van bericht en raad te dienen en inlichtingen te verschaffen over alle zaken betreffende deze regeling en in ieder geval binnen twee maanden na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek. 5.
Het dagelijks bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Artikel 20b Verantwoordingsplicht voorzitter De voorzitter geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
HOOFDSTUK V PERSONEEL EN ORGANISATIE 1 DE DIRECTIE
Artikel 21 Benoeming, vervanging en verantwoording 1. Aan het hoofd van de organisatie van de GGD ZL staat een directie die belast is met de dagelijkse leiding en de bedrijfsvoering van de GGD ZL. Bij voorkeur dient minimaal één lid van de De directie de hoedanigheid van arts te bezitten. Eén van directieleden is de regionaal geneeskundig functionaris van de GHOR ZuidLimburg. De leden van delevert tevens de directeur publieke gezondheid. De directie wordenwordt benoemd door het dagelijks bestuur en kunnenkan door het dagelijks bestuur in de uitoefening van hunhet lidmaatschap van de directie worden geschorst of uit hun functie van directielid worden ontheven. De directie heeft een voorzitter die door het dagelijks bestuur in functie wordt benoemd. Op de rechtspositie van de directieledendirectie is de rechtspositieregeling voor het overige personeel van toepassing. Het dagelijks bestuur kan voor individuele directieleden afwijkende regels met betrekking tot de rechtspositie vaststellen. 2. Zowel deDe directie, de directievoorzitter als de afzonderlijke directieleden zijn is voor de dagelijkse leiding en bedrijfsvoering van de GGD ZL verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur, een en ander zoals nader dient te worden geregeld in de organisatieverordening. 3.
Een of meer leden van deDe directie wonenwoont, behoudens in door het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aan te wijzen gevallen, de vergaderingen bij van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en van bestuurs- en adviescommissies en zij hebbenheeft in die vergaderingen een raadgevende stem. 4. Het dagelijks bestuur dient een regeling te treffen voor de vervanging van directieleden bij ziekte, verlof of ontstentenis om andere redenen.
Artikel 22 Ambtelijke secretaris 1. Het dagelijks bestuur wijst een ambtelijk secretaris alsmede een plaatsvervanger aan. Aangewezen kunnen worden een lid van de directie danweldan wel in overleg met de directie één van de medewerkers van de GGD ZL. Het directielid kan zich in de uitoefening van zijn functie van secretaris in overleg met het dagelijks bestuur doenlaten bijstaan door een of meer medewerkers van de GGD ZL. 2. Voorzover het algemeen bestuur respectievelijk het dagelijks bestuur niet anders beslist, woont de secretaris de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur bij en verleent ten aanzien van die vergaderingen ondersteuning. De secretaris heeft in die vergaderingen een adviserende stem. Artikel 23 Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 14
Rechtspositieregeling De rechtspositie van het personeel van de GGD ZL is vastgelegd in de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Het algemeen bestuur kan per onderdeel gemotiveerd afwijken van de Cao behorende bij de rechtpositie ambtenaren, met inachtneming van de wettelijke kaders.
Artikel 24 Uitvoering rechtspositieregeling Onverminderd het bepaalde in artikel 21, lid 1 en met inachtneming van de op het personeel van toepassing verklaarde rechtspositieregelingen, voert het dagelijks bestuur de rechtspositieregeling en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen uit. Het dagelijks bestuur kan deze bevoegdheid (waaronder afsluiten en beëindigen van arbeidsovereenkomsten en het schorsen van het personeel van de GGD ZL) aan de directie, directievoorzitter of een directielid mandateren.
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 15
HOOFDSTUK VI FINANCIËN
Artikel 25 Beheer Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet in een verordening regels vast waarbij de organisatie van de administratie en van het vermogensbeheer van de GGD ZL zoveel mogelijk onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur aan de directie wordt opgedragen en waarbij de controle op de administratie en het vermogensbeheer, onverminderd het bepaalde in de artikelen 34, 34b en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, wordt gelaten aan het dagelijks bestuur of aan een overeenkomstig artikel 16 in te stellen commissie. Aanwijzing van de accountant geschiedt door het algemeen bestuur.
Artikel 26 Boekjaar Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december daaropvolgend.
Artikel 27 Begroting 1. Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven voor het komend boekjaar op, welke is voorzien van een toelichting en de nodige specificaties, waaronder overzichten van de ramingen van bijdragen van de gemeenten en van de opbrengsten van de verrichtingen die op tariefbasis aan de gemeenten en derden in rekening worden gebracht. 2. De bijdragen van de gemeenten als bedoeld in het vorige lid voor de basisproductenhet basis dienstverleningspakket als bedoeld in artikel 4 worden vastgesteld op basis van en naar rato van het aantal inwoners per 1 januari van hetdoor het algemeen bestuur vastgestelde parameters, twee jaar voorafgaande aan het boekjaar conform de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde bevolkingscijfers. 3. De overige opbrengsten van de gemeenten en derden worden bepaald op basis van tarieven per verrichting. 4. Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient,de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum de algemene financiële kaders en de beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de gemeenten, die vervolgens binnen acht weken na ontvangst het dagelijks bestuur van hun zienswijze omtrent de ontwerpbegroting kunnen doen blijken, een en ander overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 34b en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 5. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken ten minste twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden, doch uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting geldt, toe aan de colleges en raden. Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 16
6. 7.
8.
9. 10.
11.
12.
De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zevende lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
Het bepaalde in het vijfde, zevende, achtste, negende en tiende lid van dit artikel is, met uitzondering van de in de zevende en het tiende lid genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Artikel 28 Wijziging begroting 1. Onverminderd het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen besluiten tot wijziging van de begroting tot uiterlijk het moment van vaststellen van de jaarrekening van het boekjaar waarop de begroting betrekking heeft, worden genomen. 2. Op wijzigingen van de begroting is artikel 27, uitgezonderd de genoemde datum van 15 april, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29 Jaarstukken 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 aprilde in artikel 34b van het jaarde Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum de voorlopige jaarstukken over het voorafgaande boekjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten. De jaarstukken zijn opgesteld conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De jaarrekening is vergezeld van een controleverklaring en het verslag van de accountant als bedoeld in artikel 25. 2. De jaarstukken worden uiterlijk 14 juli van datzelfde jaar ter vaststelling aan het algemeen bestuur aangeboden. 32. Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 17
de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum toe aan de raden. 3.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden.
4.
Het besluit van het algemeen bestuur tot vaststelling van de jaarstukken verleent het dagelijks bestuur, de directie en de rekenplichtige ambtenaar decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
Artikel 30
Artikel 29 Bijdragen en tarieven 1. De gemeenten betalen zonder voorafgaande declaratie viertwee maal per jaar vóór respectievelijk 161 januari, 16 april, 16 en 1 juli en 16 oktober van het boekjaar een kwartde helft van de in de begroting voor dat boekjaar geraamde bijdrage als bedoeld in artikel 27, lid 2. Bij te late betaling is de wettelijke rente verschuldigd. Na vaststelling van de jaarrekening vindt binnen één maand verrekening plaats. 2. Voor de in artikel 4 bedoelde aansluitende diensten worden jaarlijks de tarieven vastgesteld waarbij wordt uitgegaan van de in de begroting van het betreffende boekjaar geraamde kosten. Tussentijdse wijzigingen van de tarieven door het dagelijks bestuur zijn mogelijk. 3. Indien ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde taken en diensten over enig boekjaar de kosten meer of minder hebben bedragen dan de opbrengsten uit de tarieven dan worden de tekorten of overschotten in principe verdisconteerd in de tarieven van een volgend boekjaar.
Artikel 3130 Reserves en voorzieningen De algemene reserve en de voorzieningen wordeworden gevormd overeenkomstig het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, waarbij de algemene reserve tenminste 6% van het totaal van de exploitatielasten van enig boekjaar moet bedragen.
Artikel 32 31 Waarborg geldleningen De gemeenten waarborgen, naar rato van het aantal inwoners, ten behoeve van de geldschieter de betaling van rente en aflossing en kosten van geldleningen en van in rekening-courant op te nemen gelden onder het doen van afstand van de voorrechten, die de wet de borgen toekent.
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 18
HOOFDSTUK VII HET ARCHIEF
Artikel 3332 1. 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van GGD ZL. 2. 3.
De directiesecretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden. Archiefbescheiden waarvoor het medisch ambtsgeheim geldt vallen tevens onder de werking van hetgeen hierover door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst is bepaald. 2. 4. Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden geplaatst in een door het dagelijks bestuur aan te wijzen bestuursorganen van GGD ZL, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. 5. Het dagelijks bestuur wijst een archivaris aan stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van GGD ZL, die overeenkomstigniet naar de voor hem gestelde regels inspectie uitoefentarchiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van GGD ZL wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van een van de deelnemende gemeenten. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van GGD ZL, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente, bedoeld in het vierde lid. 6.
De archivaris van de gemeente, bedoeld in het vierde lid, brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van GGD ZL, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3.7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van GGD ZL.
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 19
HOOFDSTUK VIII TOETREDING EN UITTREDING
Artikel 34 33 Toetreding 1. Na de inwerkingtreding van deze regeling kunnen andere gemeenten toetreden. Het verzoek terzake dient te worden gedaan aan het algemeen bestuur onder overlegging van het daartoe strekkende besluit van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. 2. Het algemeen bestuur beslist binnen drie maanden na indiening van het verzoek als bedoeld in lid 1. Aan de toetreding kunnen door het algemeen bestuur nadere voorwaarden worden verbonden. 3. De toetreding gaat in met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die, waarin de besluiten tot toetreding zijn opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27, leden 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij het besluit tot toelating een andere datum van ingang noemt.
Artikel 3534 Uittreding 1. Een gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuurcollege van daartoe strekkende burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten kan besluiten van het gemeentebestuur. De tot uittreding vindt, behoudens door het algemeen bestuur toe te stane afwijkingen, plaats op 1 januari van het tweede jaar volgend op dat, waarin deze besluiten zijn opgenomen in de registers als bedoelduit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 27, leden 1 en 21 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het gemeentebestuur en artikel 14 van de uittredende gemeente kan in de in lid 1 bedoelde besluiten bepalen dat de overdracht van bevoegdheden aan het algemeen bestuur van de GGD ZL ingevolge artikel 3 met onmiddellijke ingang of met ingang van enige datum voor die waarop de uittreding plaatsvindt, geheel of gedeeltelijk worden ingetrokkenWet publieke gezondheid. 3.
3.
4.
5.
Het algemeen bestuur regelt2. Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen of de wet tot een andere datum dwingt. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding. Daarbij worden, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen van zijn bindend. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende gemeente ten opzichte van de GGD ZL bepaald.
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 20
4.
De deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende gemeente blijft in elk geval aansprakelijk voor alle schulden en de overigedeelnemer omschreven financiële verplichtingen van de GGD ZL op het tijdstip van uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de bijdragen als bedoeld in aan de regeling te voldoen.
Artikel 35 Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel 27, lid 2 en naar35, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de toestand van 1 januari van hetfinanciële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het conceptuittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 3. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van uittreding.een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4.
De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 35 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 21
HOOFDSTUK IX WIJZIGING EN OPHEFFING
Artikel 36 1. De regeling kan te allen tijde worden gewijzigd of opgeheven bij besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van drie vierde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. Deze drie vierde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten dienen minimaal twee derde van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten te omvatten. De besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders dienen instemming te hebben van de raden. 2. De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers gedurende 12 weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 3. Een besluit tot opheffing van de regeling treedt niet eerder in werking dan met ingang van het jaar volgend op dat waarin door de deelnemende gemeenten is besloten tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling. 34. In geval van opheffing wordt het algemeen bestuur met liquidatie van de GGD ZL belast. Van het liquidatieplan kan onderdeel uitmaken dat een vereffeningscommissie wordt ingesteld waaraan alle bevoegdheden en taken van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur in het kader van de liquidatie worden overgedragen. 45.
Een eventueel batig saldo komt ten bate, een eventueel nadelig saldo ten laste van de gemeenten. 56. Ter uitvoering van de liquidatie blijven het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur zo nodig na het tijdstip van de opheffing van de regeling voortbestaan.
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 22
HOOFDSTUK X OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 37 1. Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De toezending van deze regeling aan gedeputeerde staten, dan wel van een besluit tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing, geschiedt door de zorg van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de plaats van vestiging van de GGD ZL. 32. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.
Artikel 3837a Evaluatie De werking van de regeling zal om de vijf jaar geëvalueerd worden, voor het eerst in 2027. Het dagelijks bestuur zal daartoe een onderzoeksvoorstel en de daarmee gepaard gaande financiële consequenties aan de deelnemers voorleggen.
Artikel 37b Bekendmaking 1. Het college van de gemeente Heerlen maakt een volledig ondertekend exemplaar van de regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing bekend in het door Heerlen uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet.
Artikel 39 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid -Limburg.
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 23
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Beek op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Beek in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 24
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Beekdaelen op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Beekdaelen in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 25
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Brunssum op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Brunssum in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 26
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Eijsden-Margraten op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Eijsden-Margraten in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 27
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Gulpen-Wittem op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Gulpen-Wittem in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 28
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Heerlen op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Heerlen in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 29
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Kerkrade op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 30
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Landgraaf op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Landgraaf in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 31
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Maastricht op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 32
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Meerssen op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meerssen op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Meerssen in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 33
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Simpelveld op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Simpelveld in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 34
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Sittard-Geleen op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Sittard-Geleen in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 35
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Stein op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Stein in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 36
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Vaals op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vaals op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Vaals in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 37
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Valkenburg aan de Geul op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 38
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Voerendaal op ………………
‘ de burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal op ………………
‘
‘
de secretaris
‘ ‘ de burgemeester
’
Toestemming tot wijziging van de regeling verleent door de raad van de gemeente Voerendaal in zijn openbare vergadering gehouden op ………………
‘ de griffier
‘
‘ ‘ de voorzitter
’
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 39