10. Bijlage 10 BP Schilterstraat Simpelveld_Bijlage 7 toelichting-archeologisch bureau en veldonderzoek.pdf
Tekst van het document
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Schilterstraat te Simpelveld
projectnummer 458973 revisie 01 18 november 2021
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Schilterstraat te Simpelveld projectnummer 458973 revisie 01 18 november 2021
Auteurs G. Sophie M.W.J. Modderkolk
Opdrachtgever Woningstichting Simpelveld Pleistraat 13 6369 AJ SIMPELVELD
datum vrijgave 18-11-2021
beschrijving revisie 01 Definitief
gecontroleerd K. Keijzers
vrijgave P. Kennes
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1
Inleiding
4
2
Bureauonderzoek
5
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4
Beschrijving onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Bekende waarden Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting Conclusies en advies voor vervolgonderzoek op basis van het bureauonderzoek
5 5 6 6 7 11 14 14 17 18 18 18 19
3
Veldonderzoek
20
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2
Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie
20 20 21 22 23
4
Conclusies en advies
24
4.1 4.2
Conclusies (Selectie)advies
24 24
Literatuur en geraadpleegde bronnen
26
Lijst met afbeeldingen
27
Bijlagen 1 2 3 4
Archeologische perioden AMZ-cyclus Bouwtekeningen Boorbeschrijvingen
Kaartbijlagen 458973-ARCHIS 458973-S1
Gegevens uit ARCHIS Situatiekaart met ligging boorpunten
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
458973 4890549100 Limburg Simpelveld Simpelveld Schilterstraat
Kaartblad 62B Coördinaten 197186/315993 197038/316138 196968/316104 197164/315920 Opdrachtgever Woningstichting Simpelveld Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering September 2020-november 2021 Projectteam P. Daggenvoorde (projectleider) V. Van Looveren (KNA-archeoloog) M.W.J. Modderkolk (KNA-prospector) G. Sophie (senior KNA-archeoloog en senior KNAprospector) Vrijgave conform KNA H. Koopmanschap (senior KNA-archeoloog en senior KNA-prospector) Bevoegd gezag gemeente Simpelveld (Dhr. H. Pruppers) Deskundige Bevoegd gezag Regio-archeoloog Parkstad (Mevr. H. Vanneste) Beheer documentatie Antea Group
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied.
Blad 1 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Samenvatting In september 2020 is door Antea Group in opdracht van de gemeente Simpelveld een archeologisch bureauonderzoek en archeologisch booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Schilterstraat te Simpelveld (gemeente Simpelveld). De opdrachtgever is voornemens weerszijden van de Schilterstraat te herontwikkelen. Het plan voorziet daarbij in de herontwikkeling waarbij het woningaantal wijzigt van 70 naar circa 53 woningen. Deze voorgenomen herontwikkeling is conform het gemeentelijk archeologiebeleid onderzoeksplichtig en onderhavig rapport is daarom de aanzet voor het verplichte archeologisch onderzoek om de herontwikkeling mogelijk te maken. Bureauonderzoek Het plangebied ligt in een zone van een lösswand en helling, waar waarschijnlijk bergbrikgronden voorkomen. Deze landschappelijke situering maakt dat verwacht moet worden dat voor de perioden voorafgaand aan de Romeinse tijd enkel de diepere grondsporen bewaard zijn gebleven (vanwege erosie van de bovengrond). Maar het zou ook kunnen zijn dat er colluvium van de hogere helling binnen in het plangebied is terechtgekomen. In dat geval zou er een begraven bodem (brikgrond) in het plangebied kunnen voorkomen, met archeologische resten uit de periode paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Op de historische kaarten is te zien dat het plangebied voor die tijd voornamelijk in gebruik was als landbouwgronden en er geen bewoning voorkwam. Op de historische kaarten van 1853 en 1950 is te zien dat er in die periode een spoorlijn in het zuiden van het plangebied heeft gelegen. Tussen 1945 en 1960 is het plangebied bebouwd geraakt. De bodem ter plaatse van deze woningen is waarschijnlijk gedeeltelijk verstoord geraakt bij de aanleg van de woningen, met name ter plaatse van de kelders (tot ca. 2 m diep) die ongeveer een kwart van het vloeroppervlak van de woningen beslaan. De verwachting om nog onverstoorde pre-Romeinse resten aan te treffen is klein. Resten uit de Romeinse tijd en middeleeuwen kunnen wel verwacht worden. Daarnaast kunnen er recente bewoningsresten uit de periode 1945-1960 verwacht worden. Booronderzoek In alle archeologische boringen in het plangebied is een geroerde bovenlaag aangetroffen op een egaal pakket leem. Nergens is een Bt-horizont waargenomen (ook niet in een bodem bedekt door colluvium), of zijn archeologische indicatoren aanwezig. Dit sluit aan bij het beeld uit het archeologisch bureauonderzoek over aanwezigheid van afgetopte bergbrikgronden.
Tot en met welke diepte de bergbrikgronden zijn afgetopt is moeilijk te zeggen op basis van het booronderzoek, omdat onder de geroerde bovengrond overal een egaal pakket van zwak zandige leem aanwezig was (al dan niet eindigend op grind). Daarom valt de aanwezigheid van diepere grondsporen niet uit te sluiten, maar de kans wordt op basis van de gegevens van het bureauonderzoek en booronderzoek zeer klein geacht. Advies Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt de kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen gering geacht. Het advies luidt dan ook om de verwachting voor het plangebied bij te stellen naar laag en de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken zonder nader archeologisch onderzoek uit te voeren.
Blad 2 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
De gemeente Simpelveld onderschrijft dit advies. De dubbelbestemming waarde-archeologie komt binnen het plangebied te vervallen.
Blad 3 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
1
Inleiding In opdracht van Woningstichting Simpelveld is aan Antea Group gevraagd een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (in de vorm van verkennende boringen) uit te voeren van de Schilterstraat in Simpelveld (Gemeente Simpelveld). De opdrachtgever is voornemens weerszijden van de Schilterstraat te herontwikkelen. Deze herontwikkeling voorziet concreet in de herontwikkeling van 70 naar circa 53 woningen. Bij de aanlegwerkzaamheden van de woningen kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het plangebied is onderzoeksplichtig conform het beleid van de Gemeente Simpelveld. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4002 en 4003 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Antea Group is gecertificeerd voor de protocollen 4001, 4002, 4003 overig, 4003 gravend onderzoek en 4004 conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
Blad 4 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
2
Bureauonderzoek Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Daarbij worden vragen gesteld als “Waar kunnen we wat verwachten?”. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
2.1.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen en/of werkzaamheden betrekking hebben. Voor dit plangebied wordt in de regel ook de ruimtelijke procedure gevoerd waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verstoord worden. Het onderzoeksgebied is het gebied waar informatie over wordt ingewonnen om een goed beeld te krijgen van de (te verwachten) archeologische waarden. Dit gebied is veelal groter dan het plangebied. In dit geval wordt een zone van circa 500 m rondom het plangebied voldoende geacht om het gespecificeerd verwachtingsmodel op te kunnen stellen. Op basis van de reeds bekende archeologische gegevens is het onze verwachting dat we voor het plangebied een correct gespecificeerd verwachtingsmodel kunnen opstellen. Voor het genoemde onderzoeksgebied is concrete archeologische data beschikbaar, daar waar dit voor het plangebied (nog) niet het geval is. De Schilterstraat is gelegen tussen de Kloosterstraat, Schiffelderstraat, Oranjeplein en Gemeentelijke Begraafplaats Oranjeplein (Afbeelding 2). Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 1,5 ha (exclusief de bestaande weg).
Blad 5 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Afbeelding 2. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op een recente luchtfoto.
2.1.2
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied In de huidige situatie bevinden zich op de locatie 70 woningen gebouwd tussen 1945 en 1960 (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten). De woningen hebben een voor- en achtertuin. De woningen hebben kelders met een oppervlakte van ca. 10,6 tot 11,9 m2 (een woning heeft een grondoppervlak van ca. 41 tot 42,5 m2) en een diepte tot ca. 2 m beneden maaiveld (zie de bouwtekeningen in Bijlage 3). Consequenties toekomstig gebruik De opdrachtgever is voornemens om de bestaande bebouwing te herontwikkeling naar circa 53 woningen (zonder kelders). Op het moment van schrijven is het ontwerp nog niet definitief, en kan ook nog niet gezegd worden tot welke diepte de graafwerkzaamheden zullen gaan reiken. Voor deze werkzaamheden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Meer concrete gegevens over locatie en verstoringsdiepte van de bodemingrepen zijn vooralsnog onbekend. De voorgenomen herinrichting van het perceel (1,5 ha) zal bodemverstorende werkzaamheden met zich meebrengen die de vrijstellingsgrenzen van 0,4 m beneden maaiveld en 2.500 m2 waarschijnlijk zullen overschrijden.
2.1.3
Archeologisch beleid Het plangebied valt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen gemeente Simpelveld’ (vastgesteld 26-03-2015; www.ruimtelijkeplannen.nl). Er geldt een dubbelbestemming Waarde –
Blad 6 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Archeologie. Er mag gebouwd worden indien de verstoringsdiepte niet meer dan 0,4 m onder maaiveld bedraagt, en indien conform de archeologische verwachtingskaart (Afbeelding 3: • bij een middelhoge archeologische verwachting de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 2.500 m2; • of bij een hoge archeologische verwachtingswaarde de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 250 m2. Aangezien de voorgenomen werkzaamheden naar alle waarschijnlijkheid de vrijstellingsgrenzen zullen overschrijden, is een archeologisch onderzoek hier noodzakelijk.
Afbeelding 3. De ligging van het plangebied (bij benadering; blauwe lijnen) op een uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart van de Simpelveld. De kaart uitsnede is noord gericht en niet op schaal. Grijs: geen verwachtingswaarde en geen vrijstellingsgrenzen van toepassing (bron: Vanneste en Verhoeven, 2013; https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0965.BPLGM04KernenVA01/b_NL.IMRO.0965.BPLGM04Kernen-VA01_rb2.pdf).
2.1.4
Landschappelijke situatie Geologie Het plangebied is gelegen in het Zuidelijk lössgebied van Nederland. De vorming van het landschap is in grote mate gestuurd door veranderingen van de zeespiegel (marine afzettingen in periode Boven Krijt), de ligging van de rivierloop van de Oost-Maas (afzettingen en erosie in aan het einde van het Plioceen), tektonische opheffing (verlegging van de Oost-Maas naar het westen), veranderend klimaat (depositie van löss in het Saalien en Weichselien), en het sterk insnijden van beken en rivieren (Laat-Weichselien), waardoor er grote hoogteverschillen in het gebied zijn ontstaan (Vleeshouwer en Damoiseaux, 1990).
Blad 7 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Tijdens het Boven Krijt (circa 71 miljoen tot 65 miljoen jaar geleden) lag Zuid-Limburg grotendeels in een ondiepe zee. Hier werd de formatie van Vaals afgezet: een sediment van fijne zanden en siltige kleien met een groenige kleur, wat door het mineraal glauconiet komt. Rondom Simpelveld komen deze bodems relatief dicht aan het oppervlak voor, en zijn op de bodemkaart aangeduid als ‘Aha’. Verder is in deze periode veel kalksteen gevormd, wat later op sommige plekken sterk is geërodeerd (Formatie van Gulpen en Maastricht; Vleeshouwer en Damoiseaux, 1990). In de volgende periode, het Tertiair (65-10 miljoen jaar geleden) trok de zee zich terug en kwam Zuid-Limburg onder de invloed te liggen van de Oost-Maas, of Oermaas, een rivier die een veel noordoostelijker loop had dan de huidige Maas. De Oost-Maas nam zand en grind mee, en soms klei, die in rivierterrassen werden afgezet. In latere periodes zijn deze rivierterrassen sterk verweerd, maar in Huls, ten noorden van Simpelveld zijn deze sedimenten nog te vinden. Door tektonische opheffing van Zuid-Oost Limburg, beginnend aan het einde van het Plioceen (2,5 miljoen jaar geleden) verlegde de Oost-Maas zich meer naar het Westen. Door afwisselende droge en natte periodes vulde de Maas dalen op of sleet die juist uit, waardoor er veel rivierterrassen ontstonden.
Ook andere waterlopen sneden het landschap in (Vleeshouwer en Damoiseaux, 1990). In het Saalien en Weichselien (300 000 -10 000 jaar geleden) werden er door de wind in droge periodes pakketten löss als een deken over het landschap afgezet. In Zuid-Limburg varieert de lössdikte tussen enkele meters en 20 m. Op randen van hellingen kan het löss verdwenen zijn door wind- of watererosie. De verspoelde löss kan in de langs hellingen en in de dalen gevonden worden (Vleeshouwer en Damoiseaux, 1990). Geomorfologie en AHN De omgeving van Simpelveld is reliëfrijk omdat droge en watervoerende beekdalen de plateaus hebben ingesneden. Simpelveld ligt voornamelijk in een beekdal waar de Eyserbeek stroomt (permanent watervoerend). Het dal is gelegen op 135 m +NAP, en de hoogste delen ten noorden van Simpelveld zijn gelegen op 210 m +NAP (Afbeelding 4). De Schilterstraat ligt op de zuidhelling langs het dal, en kent 10 m hoogteverschil (van het noordwesten 140 m +NAP naar het zuidoosten 150 m +NAP).
Blad 8 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Afbeelding 4. De locatie van Simpelveld op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog; bron: ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer).
Op de geomorfologische kaart (Afbeelding 5) zijn de beekdalen weergegeven door de groene kaarteenheden. De lichtgroene kaarteenheid ligt op de plek van de Eyserbeek (watervoerend; beekdalbodem: R42). De donkergroene kaarteenheden geven de droge beekdalen weer. De oranje (A51) en rode (A41) bodemkaarteenheden geven de hellingen weer tussen de dalen en plateaus. De paarse kaarteenheid geeft een plateau weer. Ook zijn er hollewegen (R91), en is er een kunstmatig opgehoogd gebied (F91).
Blad 9 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
F91 A41
A41
R91
R21 R21
R42
R21
R91 R91 A41
R21 A51 A41
R21
A41 R91
R21
E41
Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de geomorfologische kaart (bron: BRO, Wageningen Environmental Research, 2019).
Bodem en grondwater De bodem ter plaatse van het plangebied is niet gekarteerd. Rondom Simpelveld liggen voornamelijk bergbrikgronden (rode kaarteenheden), ooivaaggronden (lichtrode kaarteenheden) en poldervaaggronden (kaarteenheid ‘Lnd6’, Afbeelding 6). Deze bodems zijn ontwikkeld in primair of secundaire afgezette löss (siltige leem). Bergbrikgronden zijn ‘onthoofde’ bodems, doordat door erosie de bovenste laag van de bodem is verdwenen. In de brikgronden heeft kleiverplaatsing plaats kunnen vinden doordat de löss ontkalkt is geraakt. Brikgronden worden gekenmerkt door een klei-inspoelingslaag (die door erosie van de bovengrond aan of nabij het maaiveld ligt), waardoor water slecht kan infiltreren. De ooivaaggronden liggen in dal- of op hellingposities. Door de goede natuurlijke ontwatering zijn ze geschikt voor landbouw. Deze bodems worden gekenmerkt door weinig bodemontwikkeling en slechts een dunne humushoudende bovengrond (De Bakker / Schelling 1989). Poldervaaggronden liggen ook in dal- of hellingposities en worden ook gekenmerkt door weinig bodemontwikkeling, maar zijn natter dan ooivaaggronden. Op sommige plekken langs de hellingen van beekdalen rondom Simpelveld is het kalksteen in de ondergrond geërodeerd. Dit wordt op de bodemkaart weergegeven als ‘kalksteenhellinggrond’, code ‘AHk’; de oranje bodemkaarteenheden.
De blauwe bodemkaarteenheden geven rivierafzettingen weer die ouder zijn dan laat-pleistoceen. Het is aannemelijk dat, gezien de positie van het plangebied op een helling waar erosie kan hebben plaatsgevonden, er ter plaatse van het plangebied bergbrikgronden voorkomen. Maar ook zou het kunnen zijn dat er colluvium van de hogere helling binnen in het plangebied is terechtgekomen. In dat geval zou er een begraven bodem in het plangebied kunnen voorkomen.
Blad 10 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de bodemkaart (bron: maps.bodemdata.nl).
2.1.5
Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Op de kaarten van 1850, 1865 en 1900 is te zien dat het plangebied onbebouwd is geweest, en dat de noordelijke helft van het plangebied werd gebruikt als landbouwgrond/tuinen (Afbeelding 7Afbeelding 8-Afbeelding 9). De gronden langs de Eyserbeek waren lager gelegen waardoor ze natter waren. Deze gronden waren in gebruik als hooiland (De Kramer, 2012). In 1853 is een spoorlijn tussen Maastricht en Aken in gebruik genomen. De spoorlijn loopt bij de zuidzijde van het plangebied (Afbeelding 8 en Afbeelding 9). Op de kaart van 1950 is te zien dat de begraafplaats aan de zuidwestkant van het plangebied, in gebruik is genomen (Afbeelding 9). Tussen 1945 en 1960 is het plangebied bebouwd geraakt (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten).
Blad 11 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Afbeelding 7. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1850 (bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 8. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1865 (bron: www.topotijdreis.nl).
Blad 12 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Afbeelding 9. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 10. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1970 (bron: www.topotijdreis.nl).
Blad 13 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Mogelijke verstoringen Bij de bouw van de bestaande woningen is de bodem in ieder geval geroerd ter plaatse van de funderingen (tot ca. 1,05 m beneden maaiveld) en de kelders (met een oppervlakte van ca. 10,6 tot 11,9 m2 en een diepte tot ca. 2 m beneden maaiveld). Ook kunnen in beperkte mate verstoringen worden verwacht door de bestaande infrastructuur en beplanting.
2.2
Bekende waarden
2.2.1
Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 500 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 458973–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich vijf AMK-terreinen (terreinen op de Archeologische MonumentenKaart; Tabel 1). AMK-terrein 5530 ligt aan de Remigiusstraat. Het gaat hier om een terrein met de resten van een (villa-)complex uit de Romeinse tijd. AMK-terrein 16490 betreft een terrein dat het centrum van Simpelveld beslaat. Het gaat om een terrein met de resten van bewoningssporen uit de Romeinse tijd. De oude kern van Simpelveld heeft de structuur van een middeleeuws hof, vandaar dat er een hoge verwachting is om middeleeuwse resten in de bodem aan te treffen. AMK-terrein 16503 ligt aan de Rodeput. Het gaat om een terrein met bewoningsporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Tabel 1. AMK-terreinen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS). AMKWaarde Complex Begin nr
Eind
5530 hoge archeologische waarde
Romeins villa(complex)
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Romeinse tijd: 12 vC 450 nC
16490 hoge archeologische waarde
Nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat: 1050 1500 nC
Nieuwe tijd: 1500 1950
Romeins villa(complex)
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Romeinse tijd: 12 vC 450 nC
Nederzetting, onbepaald
Middeleeuwen laat: 1050 1500 nC
Nieuwe tijd: 1500 1950
16503 hoge archeologische waarde
Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Binnen het onderzoeksgebied zijn meerdere waarnemingen geregistreerd (Tabel 2). OM-nummer 2164452100, 2199486100 en 2388345100 worden besproken in het volgende hoofdstuk. OM-nummer 2803964100 betreft niet-archeologische graafwerkzaamheden aan de Schilterstraat waarbij middeleeuws keramiek is gevonden.
Blad 14 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
OM-nummer 2803972100 betreft niet-archeologische graafwerkzaamheden aan de Dr Ottenstraat waarbij keramiek is gevonden wat duidt op bewoning in de Romeinse tijd. OM-nummer 3136193100 en 3136217100 betreffen niet-archeologische graafwerkzaamheden (bouw van een woning) aan de Stampstraat, waarbij Romeinse urnenkisten zijn gevonden. Een van deze drie is de rijk versierde "Sarcofaag van Simpelveld". Ook zijn er verschillende voorwerpen gevonden zoals sieraden, flessen en messen. OM-nummer 3182590100 betreft vondsten aan de Rolduckerweg. Het gaat om vroeg middeleeuwse potten en ijzer, wat geassocieerd wordt met een grafveld. Tabel 2. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS). Zaakid begin eind complextype
verwerving
2164452100 Late Late middeleeuwen A middeleeuwen A
archeologisch: boring
2164452100 Late Nieuwe tijd middeleeuwen A
-
archeologisch: boring
2164452100 Late Late middeleeuwen B middeleeuwen B
archeologisch: boring
2164452100 Paleolithicum
IJzertijd
archeologisch: boring
2164452100 Paleolithicum
Nieuwe tijd
-
2199486100 -
-
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 IJzertijd
-
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 IJzertijd
IJzertijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 IJzertijd
Nieuwe tijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Laat Romeinse tijd
Laat Romeinse tijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Late Late agrarische productie en middeleeuwen A middeleeuwen A voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Late Late agrarische productie en middeleeuwen A middeleeuwen B voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Late Late agrarische productie en middeleeuwen B middeleeuwen B voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Midden Romeinse tijd
Midden Romeinse tijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Romeinse tijd
Romeinse tijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Romeinse tijd
Vroege agrarische productie en middeleeuwen A voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
archeologisch: boring
2199486100 Vroeg Romeinse Laat Romeinse tijd tijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Vroeg Romeinse Midden tijd Romeinse tijd
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
Blad 15 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Zaakid
begin
eind
2199486100 Vroeg Romeinse Nieuwe tijd tijd
complextype
verwerving
agrarische productie en voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Vroege Vroege agrarische productie en middeleeuwen A middeleeuwen B voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Vroege Late agrarische productie en middeleeuwen C middeleeuwen A voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Vroege Vroege agrarische productie en middeleeuwen C middeleeuwen C voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2199486100 Vroege Late agrarische productie en middeleeuwen D middeleeuwen A voedselvoorziening
archeologisch: opgraving
2388345100 Nieuwe tijd
Nieuwe tijd
-
archeologisch: proefputten/proefsleuven
2388345100 Paleolithicum
IJzertijd
-
archeologisch: proefputten/proefsleuven
2803964100 Vroege Vroege middeleeuwen C middeleeuwen D
niet-archeologisch: graafwerk
2803972100 Romeinse tijd
Romeinse tijd
bewoning (inclusief verdediging)
niet-archeologisch: graafwerk
3136193100 Midden Romeinse tijd
Midden Romeinse tijd
grafveld, crematies
niet-archeologisch: graafwerk
3136193100 Midden Romeinse tijd B
Midden Romeinse tijd B
grafveld, crematies
niet-archeologisch: graafwerk
3136193100 Romeinse tijd
Romeinse tijd
grafveld, crematies
niet-archeologisch: graafwerk
3136217100 Romeinse tijd
Romeinse tijd
grafveld, crematies
archeologisch: inspectie
3182590100 Vroege Vroege grafveld middeleeuwen B middeleeuwen B
indirect: archief
Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken Er zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied (Tabel 3). Voor zover deze voor het onderzoek relevant zijn en er informatie over is opgenomen in ARCHIS, worden deze hieronder besproken. OM-nummer 2093812100 betreft een bureau- en veldonderzoek aan de Vroenkuilerweg in 2005. In het plangebied werden geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. OM-nummer 2164452100 betreft een inventariserend veldonderzoek langs de Marktstraat en de Kloosterstraat in 2007, in het kader van project Centrumplan Simpelveld. Er zijn indicatoren aangetroffen die mogelijk wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen uit de latemiddeleeuwen, ondanks dat het gebied (lokaal) is verstoord. Zo is in het beekdal (vochtige bodem) op verschillende locaties puin aangetroffen dat is gestort om het gebied begaanbaar te maken, en zijn laatmiddeleeuwse vondsten aangetroffen in verspoelde löss. OM-nummer 2199486100 betreft een opgraving op een terrein dat wordt begrensd door de Kloosterstraat, Markt en Markstraat in Simpelveld. Het gaat om resten uit de ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen die duiden op de aanwezigheid van landbouw en veeteelt. OM-nummer 2335662100 betreft een bureauonderzoek en een booronderzoek voor het plangebied Gaasstraat, in 2011.
Op basis van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat in het hele plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn uit het laat-paleolithicum
Blad 16 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
tot en met de nieuwe tijd. Tijdens het booronderzoek zijn diepe bodemverstoringen aangetroffen. Omdat verwacht wordt dat in de niet-verstoorde delen van het plangebied nog archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, is het advies om in deze gebieden een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken. OM-nummer 2388345100 betreft een proefsleuvenonderzoek bij de Gaasstraat. Er zijn een greppel uit de nieuwe tijd en twee mogelijke (paal)kuilen van voor de ijzertijd gevonden. Verder zijn er geen aanwijzingen die duiden op archeologische vindplaatsen in het plangebied. OM-nummer 4640371100 betreft een opgraving, variant archeologische begeleiding in het centrum van Simpelveld, in 2019. Er is een bodemopbouw aangetroffen bestaande uit lemige (verspoelde löss) en grindige beekafzettingen, met hierop geroerde leemlagen en een moderne stollaag (beneden het bestaande wegdek). Mogelijk kunnen sommige van de bodemlagen ook in verband gebracht worden met een daluitspoelingswaaier. In het onderzoeksgebied is een kerkhofmuur aangetroffen van baksteen en mergelbrokken, die behoorde tot de voorganger uit de 17e eeuw van de huidige tussen 1921 en 1937 gebouwde Sint-Remigiuskerk. Dit zijn de eerste bevindingen van het onderzoek. OM-nummer 4736851100 betreft een proefsleuvenonderzoek aan Kloosterstraat 66, in 2019.
Er is geen online rapport beschikbaar. OM-nummer 4742861100 betreft een archeologische opgraving aan Kloosterstraat 66, in 2019. Er is geen online rapport beschikbaar. Tabel 3. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS). OM-nr Zaakid type onderzoek uitvoerder (oud)
2.2.2
2093812100
13598 archeologisch: boring
BILAN Bureau Interdisciplinaire Landschapsanalyse
2153525100
22191 archeologisch: bureauonderzoek
RAAP Archeologisch Adviesbureau
2161699100
23346 archeologisch: boring
RAAP Archeologisch Adviesbureau
2164452100
23729 archeologisch: boring
Becker en Van de Graaf
2171345100
24735 archeologisch: boring
RAAP Archeologisch Adviesbureau
2199486100
28858 archeologisch: opgraving
Becker en Van de Graaf
2209375100
30227 archeologisch: boring
Synthegra BV
2267469100
38320 archeologisch: boring
Archeopro
2335662100
47623 archeologisch: bureauonderzoek
ADC ArcheoProjecten
2388345100
54481 archeologisch: proefputten/proefsleuven
Archeologisch Onderzoek Leiden BV
4640371100
- archeologisch: begeleiding
Econsultancy BV
4736851100
- archeologisch: proefputten/proefsleuven
Archeopro
4742861100
- archeologisch: opgraving
ADC ArcheoProjecten
Ondergrondse bouwhistorische waarden Er zijn geen geregistreerde ondergrondse bouwhistorische waarden binnen het plangebied.
Blad 17 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
2.3
Archeologische verwachting
2.3.1
Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart Er is geen verwachting bekend voor het plangebied. Gemeentelijke verwachtingskaart Zie Hoofdstuk 2.1.3.
2.3.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Datering Gezien de ligging van het plangebied op een lösswand en helling waar waarschijnlijk bergbrikgronden voorkomen, kan verwacht worden dat uit de periode tot de Romeinse tijd enkel de diepere grondsporen bewaard gebleven zijn. De ondiepere grondsporen zullen reeds geërodeerd zijn. Resten uit de Romeinse tijd en middeleeuwen kunnen wel verwacht worden. Daarnaast kunnen er recente bewoningsresten uit de periode 1945-1960 verwacht worden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten). Maar het zou ook kunnen zijn dat er colluvium van de hogere helling, binnen in het plangebied is terechtgekomen. In dat geval zou er een begraven bodem (brikgrond) in het plangebied kunnen voorkomen, met archeologische resten uit de periode paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Complextype Uit het paleolithicum tot en met het mesolithicum kunnen resten verwacht worden die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk en/of periodiek bewoond werden. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen zoals perceleringsgreppels.
Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. Diepteligging Archeologische resten worden verwacht direct onder de (waarschijnlijk aanwezige) verstoorde toplaag. Locatie Archeologische resten kunnen in het hele plangebied voorkomen.
Blad 18 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat-neolithicum: vuursteenspreiding, indicaties van de bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties voor kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en –bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers, etc. Laat-neolithicum tot en met vroege middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spiekers, opstallen, schuren), greppels, waterputten en afvalkuilen. Middeleeuwen: nederzettings- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting. Mogelijke verstoringen Bij de bouw van de bestaande woningen is de bodem in ieder geval geroerd ter plaatse van de funderingen (tot ca. 1,05 m beneden maaiveld) en de kelders (met een oppervlakte van ca. 10,6 tot 11,9 m2 en een diepte tot ca. 2 m beneden maaiveld). Ook kunnen in beperkte mate verstoringen worden verwacht door de bestaande infrastructuur en beplanting.
2.4
Conclusies en advies voor vervolgonderzoek op basis van het bureauonderzoek Het plangebied ligt in een zone van een lösswand en helling, waar waarschijnlijk bergbrikgronden voorkomen. Deze landschappelijke situering maakt dat verwacht moet worden dat voor de perioden voorafgaand aan de Romeinse tijd enkel de diepere grondsporen bewaard zijn gebleven (vanwege erosie van de bovengrond). Maar het zou ook kunnen zijn dat er colluvium van de hogere helling binnen in het plangebied is terechtgekomen. In dat geval zou er een begraven bodem in het plangebied kunnen voorkomen, met archeologische resten uit de periode paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Op de historische kaarten is te zien dat het plangebied tussen 1850 en 1900 onbebouwd is geweest. Op de historische kaarten van 1853 en 1950 is te zien dat er in die periode een spoorlijn in het zuiden van het plangebied heeft gelegen. Tussen 1945 en 1960 is het plangebied bebouwd geraakt (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten). De aanwezigheid van archeologische resten is sterk afhankelijk van het feit of de bodem in het plangebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden. Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen.
Wij adviseren dan ook om in het plangebied een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd.
Blad 19 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
3
Veldonderzoek
3.1
Doel- en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen: • •
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er archeologische indicatoren aangetroffen binnen het plangebied? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? • In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? • Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? • In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van het bureauonderzoek? • Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk is een Plan van Aanpak opgesteld, dat ter info aan de bevoegde overheid is voorgelegd. Voorgenoemde onderzoeksvragen zijn daar ook in opgenomen.
3.2
Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering
10 september 2020
Veldteam
Gerjan Sophie (senior KNA-prospector); veldteam Fransen Milieutechniek (milieukundig bodemonderzoek) Zonnig ca. 22°C (aangezien het een droge periode was, was de bodem hard en uitgedroogd). Edelmanboor Ø 7cm
Weersomstandigheden Boortype Methode conform Leidraad SIKB1 Motivatie boormethode
n.v.t., het betreft een verkennend booronderzoek Een verkennend booronderzoek is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen.
1 Tol e.a. 2012
Blad 20 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Aantal boringen
Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleolandschap Wijze inmeten boringen
3.3
Op die manier kan bepaald worden of de bodemopbouw overeenkomt met de verwachtingen en kunnen eventuele kansrijke zones geselecteerd worden voor vervolgonderzoek. 12; het booronderzoek is uitgevoerd in combinatie met een milieukundig bodemonderzoek en ook een verkennend asbestonderzoek. Gevolg daarvan is dat de bovenste halve meter op sommige plaatsen werd gezien in de voor asbest onderzoek verplichte proefgaten. De archeoloog van Antea Group heeft ook deze gegevens betrokken bij zijn advies. De proefgaten hadden als afmeting 0,3 bij 0,3 m, en 0,5 m diep. De nummering van de archeologische boringen is gelijk aan die van het milieukundig bodemonderzoek en het verkennend asbestonderzoek. Aangezien het milieukundig bodemonderzoek en het verkennend asbestonderzoek meer meetpunten hadden dan het archeologisch onderzoek, lijkt het alsof er boringen bij het archeologisch onderzoek ontbreken, maar dat is dus niet zo. n.v.t. (verkennend booronderzoek)
Topcon (fixed GPS)
Overige toegepaste methoden Wijze onderzoek / beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische indicatoren Bemonstering
n.v.t.
Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering Afwijkingen t.o.v. PvA
Nihil: tuintjes, e.d.
Doelen en wensen opdrachtgever Randvoorwaarden
Opdrachtgever wenst in een zo vroeg mogelijk stadium een beeld te hebben van de risico’s voor de voorgenomen ontwikkeling. Er zijn geen randvoorwaarden gesteld.
NEN 5104 / ASB Verbrokkelen van de opgeboorde grond, waarneming op het oog. n.v.t.
Niet uitgevoerd. Nee
Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in Bijlage 4 en de situatiekaart in de kaartenbijlage.
Blad 21 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Afbeelding 11. Blik op de Schilterstraat tijdens het onderzoek (foto’s: Antea Group).
Afbeelding 12. Links de locatie van boring 22, nabij nr. 54 en rechts de boring in de voortuin van nr. 37 (foto’s: Antea Group).
3.3.1
Bodemopbouw De bodemprofielen aan de Schilterstraat bestaan allemaal uit zwak zandige leem (löss). In twee boringen (boring 2 en 13) is aan de onderzijde grind aangetroffen, in de overige boringen is dat niet het geval. Het betreft boring 13 op een diepte van 1,70 m -mv bij boring 2 is dit op 4,50 m mv. Deze boringen liggen op bijna de laagste positie in het plangebied. Op een aantal plaatsen is sprake van grind, tegels of klinkers met een dunne laag bouwzand. In deze gevallen en de boringen die in tuintjes zijn uitgevoerd is vervolgens sprake van een pakket
Blad 22 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
zwak humeus, zwak zandige, zwak tot matig grindige leem. Dit pakket varieert van dikte van 0,4 tot 1,4 m -mv en is geroerd (in de profielbeschrijvingen aangeduid als ‘omgewerkte grond’ en als ‘colluvium’). Daaronder ligt een pakket egaal bruinbeige zwak zandige leem tot einde boring (uitgezonderd de twee hiervoor genoemde boringen die op grind eindigen). Het bleek dat er geen bergbrikgronden aanwezig waren omdat er nergens een Bt-horizont was waargenomen. Op een paar plaatsen was er in de C-horizont sprake van een afwisseling met lichtere bandjes, een mogelijke indicatie van colluvium (boorpunt 18 en 24). Er waren geen begraven bodems met humushoudende horizonten (oude akkerlaag of vegetatieniveau) gevonden. Er is geen reden om op basis van de aangetroffen bodemopbouw een vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Het plangebied kent op de gemeentelijke beleidskaart een middelhoge verwachting, uitgezonderd de noordwestelijke hoek van het gebied. Dit deel kent een hoge verwachting, die is gebaseerd op het aantreffen van één scherf middeleeuws aardewerk bij niet-archeologisch graafwerk in 1951 die in Archis 3 is opgenomen. Terugkijkend naar de melding in Archis kan niet worden vastgesteld of de genoemde scherf destijds in een ongeroerde laag is aangetroffen of in een geroerde bouwvoor.
Daarmee is niet met zekerheid vast te stellen of de hoge verwachting voor de noordwestelijke hoek van het plangebied terecht is.
3.3.2
Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Tot en met welke diepte de eventueel oorspronkelijk aanwezige bergbrikgronden zijn afgetopt, is moeilijk te zeggen op basis van het booronderzoek, omdat onder de geroerde bovengrond overal een egaal pakket van zwak zandige leem aanwezig was (al dan niet eindigend op grind). Daarom valt de aanwezigheid van diepere grondsporen niet uit te sluiten, maar de kans wordt op basis van de gegevens van het bureauonderzoek en booronderzoek zeer klein geacht. Het gaat hier echter wel om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats.
Blad 23 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
4
Conclusies en advies
4.1
Conclusies In paragraaf 3.1 is een aantal onderzoeksvragen gesteld. Hier wordt, voor zover mogelijk en relevant, kort op de beantwoording ingegaan. • Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Rondom de huidige woningen is er sprake van een geroerde toplaag, waaronder een min of meer egaal zwak zandig leempakket. In een bergbrikgrond zou een Bt-horizont aanwezig zijn, vrij dicht onder het oppervlak. In dit plangebied is die niet waargenomen. Waarschijnlijk is sprake van een afgetopte of ‘onthoofde’ bodem. De bodem ter plaatse van de woningen is waarschijnlijk ook gedeeltelijk verstoord bij de aanleg van de woningen, met name ter plaatse van de kelders die ongeveer een kwart van het vloeroppervlak van de woningen beslaan. • Zijn er archeologische indicatoren aangetroffen binnen het plangebied? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. • In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek wordt de kans op het aantreffen van een potentieel behoudenswaardige archeologische vindplaats als klein ingeschat en vind er dus geen verstoring van vindplaatsen plaats.
• Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Zie vorige vraag. • In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van het bureauonderzoek? In het bureauonderzoek gold er in het geval van de aanwezigheid van bergbrikgronden een verwachting op diepere sporen van voor de Romeinse tijd, en resten uit de Romeinse tijd en middeleeuwen. In het geval van de aanwezigheid van colluvium binnen het plangebied, zou er een begraven bodem in het plangebied kunnen voorkomen, met archeologische resten uit de periode paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Er werden geen bergbrikgronden aangetroffen. Wel werd er op een aantal locaties colluvium aangetroffen, maar er werden geen begraven bodems met humushoudende horizonten (oude akkerlaag of vegetatieniveau) gevonden. Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt de kans daarop als laag ingeschat. •
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie paragraaf 4.2.
4.2
(Selectie)advies In alle archeologische boringen in het plangebied is een geroerde bovenlaag aangetroffen op een egaal pakket leem. Het bleek dat er geen bergbrikgronden aanwezig waren omdat er nergens een klei-inspoelingslaag (Bt-horizont) was waargenomen. Tot en met welke diepte de eventueel
Blad 24 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
oorspronkelijk aanwezige bergbrikgronden zijn afgetopt, is moeilijk te zeggen op basis van het booronderzoek, omdat onder de geroerde bovengrond overal een egaal pakket van zwak zandige leem aanwezig was (al dan niet eindigend op grind). Daarom valt de aanwezigheid van diepere grondsporen niet uit te sluiten, maar de kans wordt op basis van de gegevens van het bureauonderzoek en booronderzoek zeer klein geacht. Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt de kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen gering geacht. Het advies luidt dan ook om de verwachting voor het plangebied bij te stellen naar laag en de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken zonder nader archeologisch onderzoek uit te voeren. De gemeente Simpelveld onderschrijft dit advies. De dubbelbestemming waarde-archeologie komt binnen het plangebied te vervallen. Voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden losse sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456).
Daarnaast dient de melding ook te worden gemaakt bij de gemeente en bij de regio-archeoloog.
Antea Group Oosterhout, november 2021
Blad 25 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. De Kramer, J., 2012: Archeologische begeleiding, onderzoek met proefsleuven en opgraving. Centrumplan, Simpelveld Gemeente Simpelveld. B&G rapport 1267. IDDS Archeologie bv (voormalig Becker & Van de Graaf bv). Gemeente Simpelveld. 2018: Erfgoed is identiteit. Beleidsnota archeologie gemeente Simpelveld. Looveren, V. van en G. Sophie, 2020, Plan van Aanpak Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen Schilterstraat Simpelveld. Antea Group Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Vanneste, H., Verhoeven, M. 2013. Geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart gemeente Simpelveld. RAAP. Vleeshouwer, J.J., Damoiseaux., J.H., 1990: Bodemkaart van Nederland: schaal 1:50 000. Toelichting bij kaartblad 61 Maastricht en 62 West en Oost Heerlen.
Wageningen: Staring Centrum Kaarten • Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen • Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen • Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen • Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) • RAAP, 2013: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Simpelveld 19-12-2013. • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet • ahn.maps.arcgis.com • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.aardeopdekaart.nl • www.archis.cultureelerfgoed.nl • www.atlasleefomgeving.nl • www.pdok.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl
Blad 26 van 28
Antea Group Archeologie 2020/161 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 458973 18 november 2021 revisie 01 Woningstichting Simpelveld
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied. .............................1 Afbeelding 2. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op een recente luchtfoto....................6 Afbeelding 3. De ligging van het plangebied (bij benadering; blauwe lijnen) op een uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart van de Simpelveld. De kaart uitsnede is noord gericht en niet op schaal. Grijs: geen verwachtingswaarde en geen vrijstellingsgrenzen van toepassing (bron: Vanneste en Verhoeven, 2013; https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0965.BPLGM04KernenVA01/b_NL.IMRO.0965.BPLGM04Kernen-VA01_rb2.pdf). ...............................................................7 Afbeelding 4. De locatie van Simpelveld op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog; bron: ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer). .......................9 Afbeelding 5. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de geomorfologische kaart (bron: BRO, Wageningen Environmental Research, 2019). .......................................................................10 Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de bodemkaart (bron: maps.bodemdata.nl). ......................................................................................................................11 Afbeelding 7.
De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1850 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................12 Afbeelding 8. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1865 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................12 Afbeelding 9. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................13 Afbeelding 10. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1970 (bron: www.topotijdreis.nl). ...........................................................................................................13 Afbeelding 12. Blik op de Schilterstraat tijdens het onderzoek (foto’s: Antea Group). ..................22 Afbeelding 13. Links de locatie van boring 22, nabij nr. 54 en rechts de boring in de voortuin van nr. 37 (foto’s: Antea Group). ...........................................................................................................22
Bijlagen 1 Archeologische perioden 2 AMZ-cyclus 3 Bouwtekeningen 4 Boorbeschrijvingen Kaartbijlagen 458973-ARCHIS 458973-S1
Gegevens uit ARCHIS Situatiekaart met ligging boorpunten
Blad 27 van 28
Bijlage 1: Archeologische perioden
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Na Chr.
Archeologische periode-indeling conform ABR Periode Recent
Subperiode
Begin 1945
eind heden
Afkorting
Nieuwe Tijd
Late Nieuwe tijd Midden Nieuwe tijd Vroege Nieuwe tijd
1850 1650 1500
1945 1850 1650
NTC NTB NTA
Middeleeuwen
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen A
1250 1050 900 725 525 450
1500 1250 1050 900 725 525
LMB LMA VMD VMC VMB VMA
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A