Tekst bij Eco-raster Plan van Aanpak
Tekst van het document
. Hier de tekst bij genummerde plaatjes uit de powerpoint Eco-raster Plan van Aanpak, ik loop ze af. 0 eerst het raamwerk (links). Hoe verder we komen, hoe beter (rechts). 1 Het allereerste is INFORMATIE! Zónder informatie (is er nog niet) gaan beleid en participatie vrijwel nergens over. Twee extra’s: - voeg onderzoek energie-efficiëntie toe (zie verder 6, 7, 8, 9) en - systematiek vervolgprojecten, zodat verdere (deel-)projecten elkaar praktisch versterken. 2 volg de volgorde waarom, hoe, wat. Als je bij het ‘waarom’ begint kun je back-casten. Als je met ‘wat’ begint en blijkt dat jet het ‘waarom’ niet bedient ben je onhandig bezig geweest. 3 Het verdienmodel zit in het netwerk. Sowieso komen eurorendementen steeds meer onder druk te staan van doelen mbt ecologisch toegevoegde waarden. Ecologisch toegevoegde waarden (iha ecosysteemdiensten) zijn echter altijd afhankelijk van NETWERKEN. Allereerst fysieke netwerken (CO2 heeft grote impact op Biodiversiteit). Een ander netwerk is dat van beleid en veld sámen! Zoals in de Groene Vierhoek. Hierin hebben alle hoeken andere input. Maar participanten zijn gelijkwaardig. 4 De nulmeting voor SD is een eye-opener. Maar heel weinig mensen snappen dat CO2 zowel om energie als om materialen gaat. En vaak nog minder wat de impact is op Biodiversiteit. 5 We hebben het dan wel over ‘energie’.
Maar we verbranden organische stof (brandstoffen). En bij an-organsiche stof (materialen, bijv. windmolen) verder verbruiken we idem branstoffen om ze te maken. Bij CO2-neutraal horen zowel de maak-, gebruiks- als recycle-fase. 6 Dit geeft een beeld van hoe energie-efficiënt we zijn. is raar plaatje. Aan de linkerkant staan NU 3 tot 5 windmolens opgesteld om voor het eindgebruik de energie van slechts 1 windmolen praktisch beschikbaar te krijgen. 7 Ons energie-systeem van nu is niet energie-efficiënt. Wat er NU doen gebeurt hier: veel input van energie en veel verlies van energie. Wat ontbreekt in dit plaatje is hergebruik van energie oftewel energie-efficiëntie. 8 energie-efficiëntie is een geringe input van energie, de telkens herbruikbare energie zoveel mogelijk benutten. De clou is dat energie-efficiëntie 600% beter werkt dan wat we NU doen. Behalve CO2-effectief is het ook energie- en kosten-effectief. 9 kort het onderzoek naar energie-efficiëntie (TU-voorstel). Het lijkt een hoop gedoe. Andersom volgt de huidige pilot ‘aquathermie’ wijk Malta/ Zierikzee (warmte/koude onttrekken aan omliggend buitenwater) NU het gewone spoor van 6, en 7. Sowieso wordt restwarmte uit naastliggend industriegebied ‘Zuidhoek’ niet meegenomen, ook is er geen verdere systeemintegratie.
10 “echte” natuur is door stikstof (hoger beleid) dusdanig ontregelt dat het intussen enkel nog om doelsoorten gaat. Plattelandsnatuur en binnenstedelijk groen een boost geven kan wel door om te beginnen de mogelijkheden voor biodiversiteit in kaart brengen (‘meetlat’ in amendement). Habitatdoeltype is al het cultureel groen. Pas als doordringt dat biodiversiteit om mensbehoud draait (en niet om natuurbehoud, daar hebben we genoeg van) kan Eco-raster in tweede fase toewerken naar natuurinclusieve landbouw, recreatie t/m samenleving. Het verschil is dat “natuur” alleen maar kost, terwijl natuurinclusief moet opleveren. Niet in eurorendementen maar in de zin van CO2- en Biodiversiteits-balans. Omdat CO2 en Biodiversiteit typisch netwerk-componenten zijn, zal ook het businessmodel zich moeten richten op een verdienmodel dat in het netwerk zit. Eco-raster is dan ook bedoeld om natuur en economie dichter bij elkaar te brengen. 11 Zomaar beginnen betekent vaak dat een volgend project er niet op voort kan bouwen. Voor dit het Plan van Aanpak is het daarom van belang een systematiek voor vervolgprojecten te ontwerpen. Die systematiek kan overigens meegroeien met de ‘lerende samenleving’ (in Groene Vierhoek). Zolang de stip op de horizon in beeld blijft kunnenaanpassingen worden gedaan.
12 Eco-raster is het verbinden (tot een geheel) van fysieke mogelijkheden en culturele behoeften. De kenmerken om aanpassingen te doen slagen staan eerstgenoemd; simpelweg om eea praktisch haalbaar te maken. In het groene vakje staan van 2020 – 2040 energie, CO2 en Biodiversiteit genoemd. Schema komt uit 2011; energie valt onder CO2, waarin bovendien circulariteit in meegenomen kan worden. Na stikstof- en corona lockdown is een CO2-lockdown ook zeer voorstelbaar. Wat dan overblijft zijn primaire behoeften aan schoon (drink-)water, voedsel, (bouw-)materialen en in laatste plaats energie. Klinkt als holbewonertje spelen (gaat niet op dit eiland) maar als beleidsperspectief is het onuitwisbaar. En daarom belangrijk. Zeker mbt tot een plan van Aanpak voor Eco-rasrer. 13 is een methode om mbv nieuwe informatie in stap 1 en stap 2 te bepalen ‘wat we hebben’. Stap 3 en stap 4 zijn aparte scenario’s waarin per scenario vanuit een andere optiek wordt gekeken naar oplossingen om de stip op de horizon te bereiken. Stap 5 gaat ten slotte om het combineren van de ‘beste’ aanpassingen/veranderingen waarmee een totaal plan wordt gemaakt. Om met nieuwe inzichten/ lerende samenleving mee te groeien, kunnen de 5 stappen na verloop van tijd worden herhaald. Zo maak je én een Omgevingsvisie én Eco-raster telkens een stap verder. 14 de simpele versie want we willen NU wat DOEN.
Dat Doen staat echter pas bij actie 5: O-visie (beleid) en Eco-raster (veld). Noch O-visie noch Eco-raster zullen fatsoenlijk geboren worden als we niet beginnen bij actie 0.