CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen en beantwoording Funerair erfgoed

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Raadsbrief Beleidsnotitie Funerair Erfgoed (2026.050/1362759)1.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN

Fractie: CDA (Rutger Punt)

Portefeuillehouder: wethouder Van Burg

Voorstel / onderwerp: Raadsbrief beleidsnotitie Funerair erfgoed (raadsvergadering 16 april 2026)

1

Vraag

Antwoord

Zoals op pagina 5 van de Beleidsnotitie is verwoord, is in de modelverordening ‘Beheersverordening begraafplaatsen’ van de VNG opgenomen dat het college een lijst bijhoudt van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Op pagina 14 van de beleidsnotitie staat dat deze bepaling niet meer is opgenomen in de Beheersverordening begraafplaatsen 2016. De strekking van het artikel zou evenwel ook gevonden kunnen worden in de Erfgoedverordening. Op welke bepaling in de Erfgoedverordening wordt gedoeld? Is dat de juridische basis voor deze beleidsnotitie?

Met de verwijzing naar de Erfgoedverordening wordt niet gedoeld op één specifieke bepaling die letterlijk hetzelfde regelt als de voormalige bepaling uit de VNG-beheersverordening. De strekking zit in het bredere kader van de Erfgoedverordening, namelijk: de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de gemeente om cultureel erfgoed te beschermen en te behouden. De juridische basis voor deze beleidsnotitie is breder en bestaat uit een combinatie van: Wet op de lijkbezorging (Wlb) met zorgplicht voor beheer en instandhouding van begraafplaatsen, de algemene bestuurlijke bevoegdheid van het college om beleid vast te stellen en beheerkeuzes te maken. Het Erfgoedbeleid / Erfgoedverordening als inhoudelijk kader voor het waarderen en behouden van erfgoed en het vigerende begraafplaatsenbeleid en ruimingsbeleid waarin al keuzes zijn gemaakt over gebruik en capaciteit De beleidsnotitie maakt ook expliciet duidelijk dat funerair erfgoed niet via een formele monumentenstatus wordt beschermd maar via beleidsmatige selectie en beheerkeuzes.

2

Wat wordt op pagina 19 van de notitie bedoeld met de zin dat “de juridische grondslag voor de inventarisatie en selectie wordt gevormd door de beleidsvoornemens om de huidige begraafplaatsen te blijven gebruiken voor de verschillende kernen”?

Met deze zin wordt bedoeld dat de selectie van funerair erfgoed niet op zichzelf staat, maar direct samenhangt met het bredere beleid voor begraafplaatsen. De gemeente heeft als beleidsuitgangspunt dat: alle begraafplaatsen in de kernen in gebruik blijven voor begraven. Dat betekent dat er voldoende ruimte en capaciteit moet blijven en dus ook graven moeten kunnen worden geruimd en heringericht. Wat betekent dit concreet? De “juridische grondslag” zit dus niet alleen in erfgoedbeleid, maar vooral in de zorgplicht van de gemeente voor het beheren en beschikbaar houden van begraafplaatsen Daaruit volgt dat je niet alles kunt behouden en dus een selectie móet maken. Die selectie (via objectieve criteria en scores) is juridisch verdedigbaar, omdat: • deze nodig is om het gebruik van begraafplaatsen mogelijk te houden, • en om een balans te houden tussen erfgoed en ruimtegebruik.

3

Op pagina 15 van de beleidsnotitie wordt gesproken over “landelijke criteria”. Wat wordt daarmee bedoeld? Worden deze criteria door alle gemeenten gehanteerd; zijn zij afkomstig van de VNG?

14-apr-26

De gebruikte criteria worden landelijk toegepast bij alle door gerenommeerde bureaus uitgevoerde inventarisaties. De werkwijze is afgestemd met onder meer de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB), waar onze gemeente lid van is, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Technische vragen Funerair erfgoed (002)Technische vragen Funerair erfgoed (002)

1

TECHNISCHE VRAGEN

Fractie: CDA (Rutger Punt)

Portefeuillehouder: wethouder Van Burg

Voorstel / onderwerp: Raadsbrief beleidsnotitie Funerair erfgoed (raadsvergadering 16 april 2026) Vraag

Antwoord

(RCE). Deze criteria zijn inmiddels op ruim 500 begraafplaatsen toegepast door heel het land. De criteria laten overigens altijd ruimte voor specifieke wensen. 4

5

Zoals hierboven genoemd is in de modelverordening ‘Beheersverordening begraafplaatsen’ van de VNG opgenomen dat het college een lijst bijhoudt van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Wat verstaat het college onder graven die van historische betekenis zijn, nu daar kennelijk niet onder wordt verstaan graven waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft? In het verlengde van de vorige vraag: waarom heeft het college niet gekozen voor een inventarisatie van enerzijds graven die van historische betekenis zijn en anderzijds graven waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft?

Het college verstaat hier exact onder wat er bedoeld wordt, enerzijds de cultuurhistorische betekenis van het grafmonument zelf en anderzijds de betekenis van de in het graf begraven persoon. Bij de eerste inventarisatie door de werkgroep is echter veel meer ingezet op dat laatste dan op het eerste, met enkele uitzonderingen. Bij de controle door Bureau Funeraire Adviezen (BFA) zijn voor zover mogelijk nog grafbedekkingen met opvallende kwaliteit toegevoegd aan de opgestelde lijst. Daar is bewust niet voor gekozen, omdat die benadering juist leidt tot versnippering en minder objectiviteit. De kracht van deze beleidsnotitie is dat er gewerkt wordt met één integrale systematiek, waarin alle relevante aspecten waaronder historische (biografische) betekenis én de kwaliteit van de grafbedekking samen worden gewogen. Het opdelen in categorieën lijkt overzichtelijk, maar leidt in de praktijk tot meer discussie en minder eerlijkheid. Wij kiezen juist voor één systematiek, zodat ieder graf op dezelfde manier wordt beoordeeld.

6

Op pagina 16 van de beleidsnotie is de categorie ‘Biografische betekenis van de begravene’ nader uitgewerkt met een puntentelling van 0 tot en met 5. Daarbij zijn er slechts twee personen die in deze categorie 4 punten scoren (kunstenaar Van de Kop en hoogleraar De Vogel). Door de gekozen systematiek komen grafmonumenten die in de categorie Biografische betekenis 3 punten scoren niet voor bescherming in aanmerking als zij niet in een van de andere categorieën één of meer punten scoren. Anderzijds komen grafmonumenten die in de categorie Biografische betekenis 2 of 3 punten scoren wel voor bescherming in aanmerking als zij in een van de andere categorieën een of meer punten scoren. Op deze manier worden grafmonumenten van sommige personen die belangrijk zijn geweest / de nodige invloed hebben gehad op de historie (3 punten scoren) toch niet bewaard. Hoeveel grafmonumenten scoren 3 punten in de categorie Biografische betekenis en in de andere categorieën geen punten? En hoeveel grafmonumenten scoren 2 punten in de categorie Biografische betekenis en in een van de andere categorieën 1 punt?

14-apr-26

Ook met de werkgroep is hierover gesproken. Wanneer op grond van de uitkomst van de score een dergelijke keuze wordt gemaakt, vallen er inderdaad soms graven af waar dat vanuit historisch perspectief minder wenselijk kan zijn. Dit is inherent aan het werken met een objectieve en generieke systematiek. Er zijn: • 9 grafmonumenten met enkel 3 punten op biografische betekenis • 84 grafmonumenten met enkel 2 punten op biografische betekenis • 19 grafmonumenten met enkel 1 punt op biografische betekenis Deze grafmonumenten scoren op de overige criteria geen punten en komen daardoor, binnen de gekozen systematiek, niet voor bescherming in aanmerking. Daar staat tegenover dat: • grafmonumenten met 2 of 3 punten op biografische betekenis wél voor behoud in aanmerking kunnen komen wanneer zij ook op andere criteria waarde vertegenwoordigen.

Technische vragen Funerair erfgoed (002)Technische vragen Funerair erfgoed (002)

2

TECHNISCHE VRAGEN

Fractie: CDA (Rutger Punt)

Portefeuillehouder: wethouder Van Burg

Voorstel / onderwerp: Raadsbrief beleidsnotitie Funerair erfgoed (raadsvergadering 16 april 2026) Vraag

Antwoord

•

hiermee wordt voorkomen dat uitsluitend op basis van de persoon wordt geselecteerd.

De biografische betekenis is één van de toegepaste criteria, maar de totaalscore van alle criteria is leidend. 7

8

Op pagina 21 en 22 worden drie mogelijke scenario’s benoemd: niets doen, de graven met vier punten of meer behouden en de graven met drie punten of meer behouden. Waarom zijn er niet meer scenario’s benoemd, bijvoorbeeld de graven behouden met twee punten of meer in de categorie Biografische betekenis én de graven met drie punten of meer in de overige categorieën, aansluitend bij het in de VNGbeheersverordening gemaakte onderscheid?

In de modelverordening van de VNG staan geen categorieën of is sprake van een onderscheid.

Waarom is er niet voor gekozen om graven van personen naar wie een straat is vernoemd, personen van wie in een van de kernen een beeldje is geplaatst of personen die tot ereburger zijn genoemd niet sowieso aan te wijzen?

Daar is bewust niet voor gekozen, omdat dat de objectieve systematiek zou doorbreken. De kern van dit beleid is juist dat we niet op basis van één kenmerk beslissen, maar op basis van een integrale en objectieve beoordeling van meerdere criteria. Een straatnaam, beeld of ereburgerschap zegt iets over waardering, maar geeft geen volledig beeld van de cultuurhistorische waarde van het grafmonument en is bovendien niet consequent of uniform toegepast binnen de gemeente.

De drie scenario’s die zijn uitgewerkt, zijn bewust beperkt en eenduidig gehouden. Het uitgangspunt daarbij is dat de selectie van funerair erfgoed objectief, transparant en reproduceerbaar moet zijn. Daarom is gekozen voor scenario’s die werken met één duidelijke ondergrens (score) die voor alle criteria gelijk wordt toegepast.

Als we uitzonderingen gaan maken op basis van zichtbaarheid of bekendheid, dan kiezen we niet meer voor objectiviteit, maar voor selectieve waardering. En dat is precies wat we met dit beleid willen voorkomen. 9

10

11

Bij de quickscan in 2011 (vanwege ruiming op de begraafplaatsen van Burgh en Oosterland) zijn vijf grafmonumenten geselecteerd als te behouden. Komen deze grafmonumenten ook weer op de nu vastgestelde lijst voor? Waarom staan op de door het college vastgestelde lijst ook grafmonumenten van oorlogs- en rampslachtoffers, nu deze sowieso aparte bescherming krijgen? Welke functie heeft het dat aan deze grafmonumenten steeds twee punten worden toegekend (pagina 19)?

Deze zijn vanzelfsprekend meegenomen, zo niet door de vrijwilligers dan wel in de controle door BFA.

Waar is bepaald c.q. vastgelegd dat de grafmonumenten van oorlogs- en rampslachtoffers bewaard blijven? Geldt dit alleen voor de graven waarvan de gemeente rechthebbende is of ook voor de graven waarvan het grafrecht bij een ander berust of heeft berust?

Dit is de wens van het college geweest, voorafgaand aan de inventarisatie, op grond van het feit dat het grafrecht er bij dit type monumenten feitelijk niet toe doet.

14-apr-26

Dit is een vastgesteld gegeven in de criteria, op grond van de gebeurtenis en het verhaal. Dit wordt overal zo toegepast. Bij de inventarisatie heeft een onderzoek plaatsgevonden om er zeker van te zijn dat er geen grafmonumenten overgeslagen zouden worden. Hier hebben zowel de vrijwilligers als BFA hun uiterste best gedaan.

Technische vragen Funerair erfgoed (002)Technische vragen Funerair erfgoed (002)

3

TECHNISCHE VRAGEN

Fractie: CDA (Rutger Punt)

Portefeuillehouder: wethouder Van Burg

Voorstel / onderwerp: Raadsbrief beleidsnotitie Funerair erfgoed (raadsvergadering 16 april 2026) Vraag

Antwoord

Dit geldt enkel voor de graven waarvan het grafrecht bij de gemeente berust. Eerder is ook aan de werkgroep toegelicht dat het een wens kan zijn om alle grafrechten van oorlogs- en rampslachtoffers op naam van de gemeente te stellen maar dat dit juridisch onmogelijk is. Het gaat hierbij om particuliere graven met een uitsluitend recht en rechthebbende. Deze rechtspersoon is wettelijk verantwoordelijk voor het graf en mag keuzes maken Dat geldt ook voor eventueel schudden van het graf ten behoeve van nieuwe bijzettingen. Dit is wettelijk bepaald en moeten we respecteren. 12

Op pagina 16 staat dat voor oorlogsslachtoffers de lijst geldt zoals die erkend zijn door de Oorlogsgravenstichting. Om hoeveel graven gaat het dan? Waarom wordt niet aangehaakt bij de lijst van oorlogsslachtoffers die enkele jaren geleden is geplaatst bij de Nieuwe Kerk in Zierikzee?

14-apr-26

Er is een onderscheid tussen door de Oorlogsgravenstichting erkende slachtoffers (18 in 9 graven), terwijl er veel meer oorlogsdoden zijn gevallen. De lijst bij de Nieuwe Kerk in Zierikzee heeft zeker als referentie gediend, maar niet alle oorlogsdoden zijn ook in de gemeente begraven. Waar twijfel bestond is de werkgroep Oorlogsdoden benaderd voor onderzoek en informatie.

Technische vragen Funerair erfgoed (002)Technische vragen Funerair erfgoed (002)

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16830132/1