CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

technische vragen en antw. CDA-RVS Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool (1585463)

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool (1585463)729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN

Fractie: CDA

Portefeuillehouder: A.A. ten Cate

Voorstel / onderwerp: RVS Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool Vraag 1

Antwoord

Bij de kanttekeningen 3.1 in het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de uitbreiding in 2007 van de St. Willibrordusschool nog niet is afgeschreven en dat dit financiële consequenties heeft voor afhandeling van de huidige vernieuwbouw. Wat is de omvang hiervan en zijn deze verwerkt in de actualisatie van de financiële positie 2026-2029?

De uitbreiding van de St. Willibrordusschool uit 2007 had destijds een omvang van circa € 1,5 miljoen en is, uitgaande van een afschrijvingstermijn van 40 jaar, nog niet volledig afgeschreven. Bij de uitwerking van voorliggende vernieuwbouw is er bewust voor gekozen om de afboeking van deze resterende boekwaarde niet mee te nemen in de financiële doorrekening. Het bouwdeel uit 2007 (bouwdeel B) is relatief recent gerealiseerd en behoeft in de vernieuwbouw geen grootschalige verbouwing. Om die reden is in de berekening al uitgegaan van een lager normbedrag voor de investering, omdat dit bouwdeel niet opnieuw vervangen hoeft te worden. De financiële impact van een eventuele afboeking doet zich daardoor in de praktijk niet voor en is daarom ook niet opgenomen in de actualisatie van de financiële positie 2026–2029. Kort samengevat: de uitbreiding uit 2007 is nog niet volledig afgeschreven, maar omdat dit bouwdeel behouden blijft en al is verdisconteerd in een lager investeringsbedrag, is er geen afzonderlijke afboeking opgenomen en is dit dus ook niet verwerkt in de financiële actualisatie.

2

In het raadsvoorstel hebben we niet terug kunnen vinden of voor de vernieuwbouw van de beide scholen en kinderopvang vervangende huisvesting noodzakelijk is. Zo ja, kunt u aangeven waar we dit terug kunnen vinden en wat de omvang is? Indien geen vervangende huisvesting noodzakelijk is kunt u dit dan voor alle duidelijkheid opnemen in het raadsvoorstel?

In het raadsvoorstel is geen aparte post opgenomen voor vervangende huisvesting. Eventuele kosten hiervoor maken onderdeel uit van de voorziene randvoorwaardelijke kosten, zoals ook in het IHP is vastgelegd. Voor de vernieuwbouw van de St. Willibrordusschool en de Johan Louis de Jongeschool zijn deze randvoorwaardelijke kosten opgenomen in het investeringsbudget (circa € 1.801.000). Daarmee is financieel rekening gehouden met tijdelijke huisvesting, mocht dit tijdens de uitvoering noodzakelijk blijken. Of en in welke mate vervangende huisvesting daadwerkelijk nodig is, wordt bepaald in de verdere uitwerking en fasering van het project. In het IHP (7.1 Uitgangspunten, pagina 40/45) staat het volgende vermeld over de randvoorwaardelijke kosten: Naast de stichtingskosten zijn er bij ieder project nog extra randvoorwaardelijke kosten om het project te kunnen realiseren. Dit zijn kosten die buiten de normvergoeding (uit tabel 4) vallen en voor rekening van de gemeente zijn op basis van de werkelijke kosten wordt bekostigd. Deze randvoorwaardelijke kosten gaan onder andere over locatiegebonden kosten, netcongestie, sloop van gebouwen, tijdelijke huisvesting, bodemsanering, verhuiskosten en benodigde onderzoeken (onder andere naar asbest, flora & fauna en stikstof).

Dit zijn projectspecifieke kosten waarvan de hoogte per project erg kan verschillen en van tevoren lastig zijn in te schatten. Tijdens de initiatieffase van een project worden de kaders van het project verder uitgewerkt en is het mogelijk om deze kosten inzichtelijk te maken. Voor nu is voor randvoorwaardelijke kosten per project rekening gehouden met 20 procent van de stichtingskosten. Deze randvoorwaardelijke kosten zijn geen extra budget voor het schoolbestuur, maar dient als extra budget voor de gemeente om per project gemeentelijke kosten te dekken.

3

Indien vervangende huisvesting noodzakelijk is en deze niet is opgenomen in het raadsvoorstel en het investeringsbudget kunt u dat alsnog doen en daarbij ook de actualisatie van de financiële positie 2026-2029 aanpassen?

Nee, dat is op dit moment niet nodig. Eventuele kosten voor tijdelijke huisvesting zijn namelijk al onderdeel van de opgenomen randvoorwaardelijke kosten binnen het investeringsbudget. Hiervoor is bij de vernieuwbouw van de St. Willibrordusschool en de Johan Louis de Jongeschool circa € 1,8 miljoen gereserveerd. Omdat deze kosten al binnen het investeringsbudget zijn voorzien, is het niet nodig om hiervoor een aparte post op te nemen of de actualisatie van de financiële positie 2026–2029 aan te passen.

4

12-feb-26

698d8895b64f1_TEMP_OPDF698d8895b64f1_TEMP_OPDF

1

TECHNISCHE VRAGEN

Fractie: CDA

Portefeuillehouder: A.A. ten Cate

Voorstel / onderwerp: RVS Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool Vraag

Antwoord

5 6 7 8 9 10

12-feb-26

698d8895b64f1_TEMP_OPDF698d8895b64f1_TEMP_OPDF

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16598232/4