Technische vragen en antw. CDA - RVS herontwikkeling Weelstraat Oosterland (1700739)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
Fractie: CDA
Portefeuillehouder: A.M.J. van Burg/ A.A. ten Cate
Voorstel/ onderwerp: RVS-herontwikkeling Weelstraat en omgeving (1700739)
1
Vraag
Antwoord
In het raadsvoorstel is te lezen dat de investering voor de extra 150 m2 voor inclusief onderwijs én de extra investering van € 625.000,- voor extra ruimte en indexatie moeten worden gedekt uit de bestemmingsreserve IHP. Wij begrijpen dat er dus in totaal € 1.253.500,- uit deze reserve moet worden gehaald. Welk bedrag resteert in de bestemmingsreserve IHP nadat dit bedrag daaruit is gehaald? Is te voorzien dat daarmee de bouw van alle scholen gefinancierd kan worden?
De voorgestelde onttrekking aan de bestemmingsreserve IHP bedraagt in totaal € 1.253.500. Dit bedrag bestaat uit € 628.500 voor 150 m² extra ruimte voor inclusief onderwijs en € 625.000 voor extra ruimte en aanvullende indexatie. Het antwoord op de vraag welk bedrag resteert in de bestemmingsreserve IHP is tweeledig: • Als uw raad akkoord gaat met de voorgestelde extra investering van ruim € 1,2 miljoen, resteert op basis van de financiële bijlage bij het IHP circa € 12,6 miljoen voor de dekking van afschrijvingslasten in de bestemmingsreserve IHP. Dit bedrag volgt uit het resterende saldo van € 13.865.258 na de reeds voorziene onttrekkingen, verminderd met de voorgestelde inzet van € 1.253.500. • Als wordt bedoeld wat het verwachte saldo aan het einde van de IHP-periode is, dan bedraagt de balans op basis van de huidige kennis circa € 1,25 miljoen negatief, gelijk aan het gevraagde extra budget van € 1.253.500. Dit betreft een raming op basis van de huidige uitgangspunten en is afhankelijk van de verdere uitvoering en actualisatie van het IHP. Dit sluit aan bij kanttekening 7.1 van het raadsvoorstel. Daarin is aangegeven dat er door deze extra investering minder budget overblijft voor de uitvoering van andere projecten uit het IHP.
Tegelijkertijd is daarbij benoemd dat de middelen die voor de komende jaren zijn gereserveerd voor de uitvoering van het IHP zijn gebaseerd op recente kengetallen en leerlingenaantallen. Het IHP is gebaseerd op kostenramingen. Dat betekent dat de uiteindelijke financiële uitkomst afhankelijk blijft van onder meer prijsontwikkelingen, leerlingenaantallen, ontwerpkeuzes, aanbestedingsresultaten en eventuele aanvullende aanvragen. Wij monitoren daarom de financiële uitgangspunten, ontwikkelingen en de stand van de bestemmingsreserves in het kader van de P&C-cyclus en de jaarlijkse IHP-rapportage. Uw raad wordt hierover jaarlijks geïnformeerd, alsook over de voortgang en uitvoering van het IHP.
2
Zijn er nog andere scholen waar extra m2 nodig zijn voor inclusief onderwijs nodig zijn, die nog niet zijn “gedekt” in de bestemmingsreserve IHP? Zo ja, hoeveel is daarvoor naar verwachting nog nodig?
Bij de eerstvolgende actualisatie van het IHP, begin 2029, wordt op basis van het amendement over de actualisatieperiode van het IHP integraal beoordeeld of de beschikbare middelen nog voldoende zijn om de opgenomen plannen uit te voeren en of er wijzigingen of aanvullende middelen nodig zijn. Als dat het geval is, wordt dit opnieuw aan de raad voorgelegd. In het IHP is beleidsmatig rekening gehouden met extra ruimte voor inclusief onderwijs. De mogelijke financiële omvang daarvan is indicatief benoemd, maar niet verwerkt in de financiële overzichten van het IHP. In paragraaf 7.4 van het IHP is opgenomen dat voor inclusiever onderwijs aanvullende ruimte nodig is voor onderwijs en aanpalende zorg. Daarbij is als uitgangspunt vastgelegd dat de gemeente bij (ver)nieuwbouwprojecten minimaal 50 m² bvo extra bekostigt, als dit inhoudelijk wordt onderbouwd. Ook is afgesproken dat schoolbesturen meer ruimte kunnen realiseren voor inclusiever onderwijs, mits dit door het schoolbestuur wordt onderbouwd en de gemeente hiermee instemt. Voor de projecten waarbij het uitgangspunt (ver)nieuwbouw is, is in het IHP een mogelijke extra investering geraamd van ongeveer € 2,6 miljoen voor inclusief onderwijs. Dit bedrag is gebaseerd op het uitgangspunt van 13 projecten/scholen met ieder 50 m² bvo extra, tegen een gemiddelde inschatting van € 4.000 per m² bvo.
Deze kosten zijn dus, zoals hiervoor al aangegeven, niet meegenomen in de financiële overzichten van paragraaf 7.2 en 7.3 van het IHP. Dat betekent dat de extra vierkante meters voor inclusief onderwijs per project afzonderlijk moeten worden onderbouwd en financieel ter besluitvorming moeten worden voorgelegd. Voor Oosterland gebeurt dat nu in dit raadsvoorstel. Daarbij wordt voor 150 m² inclusief onderwijs een extra investering van € 628.500 gevraagd. In het raadsvoorstel bij het IHP is nadrukkelijk benoemd dat rijksbeleid invloed kan hebben op de uitvoering van het IHP. Nieuwe richtlijnen voor inclusief onderwijs kunnen gevolgen hebben voor de ruimtebehoefte en de samenwerking tussen
8-jun-26 Technische vragen en antw. CDA - RVS herontwikkeling Weelstraat Oosterland (1700739)Technische vragen en antw. CDA - RVS herontwikkeling Weelstraat Oosterland (1700739)
1
TECHNISCHE VRAGEN
Fractie: CDA
Portefeuillehouder: A.M.J. van Burg/ A.A. ten Cate
Voorstel/ onderwerp: RVS-herontwikkeling Weelstraat en omgeving (1700739) Vraag
Antwoord onderwijs, opvang en zorg. Dit vraagt om monitoring van landelijke ontwikkelingen en flexibiliteit in het uitvoeringsplan. Ook is in het raadsvoorstel opgenomen dat zowel de gemeente als de schoolbesturen vooralsnog geen aanvullende middelen ontvangen voor het realiseren van de ambitie voor inclusief onderwijs. Aanvullende voorzieningen en de financiering daarvan blijven daarom maatwerk per situatie. Landelijk is de beweging richting inclusief onderwijs wel duidelijk zichtbaar (Inclusief onderwijs in 2035 – Rijksoverheid). De rijksoverheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Ook werkt OCW in 2026 met het onderwijsveld aan een transitieplan voor inclusief onderwijs. Dat maakt het realistisch dat landelijke kaders de komende jaren verder worden uitgewerkt. Op dit moment is nog geen structurele aanvullende bekostiging voor gemeenten of schoolbesturen voor extra onderwijshuisvesting voor inclusief onderwijs vastgesteld. Wel zijn er experimenten en innovatieprogramma’s, maar die bieden (nog) geen generieke dekking voor de extra vierkante meters in het IHP.
3
Waarom wordt er in het raadsvoorstel voor gekozen om meer ruimte voor passend onderwijs te financieren dan het minimum uitgangspunt in het IHP? Kan hiervan precedentwerking uitgaan? Is ten aanzien van de andere scholen in het IHP voorzien in financiering van ruimte voor inclusief onderwijs op basis van genoemd minimum uitgangspunt? Oftewel: voldoet de bestemmingsreserve IHP als ook andere scholen meer ruimte voor inclusief onderwijs wensen dan het minimum uitgangspunt in het IHP?
Voor toekomstige projecten is daarom nog niet exact aan te geven of en hoeveel extra budget eventueel nodig is boven op de indicatieve raming van € 2,6 miljoen. Dat hangt af van de concrete aanvraag, de omvang van de school, de ondersteuningsbehoefte, de landelijke ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing binnen het ontwerp. Bij de actualisatie van het IHP begin 2029 wordt opnieuw integraal beoordeeld of de beschikbare middelen, inclusief de middelen voor inclusief onderwijs, nog voldoende zijn. In het IHP is opgenomen dat de gemeente bij (ver)nieuwbouwprojecten minimaal 50 m² bvo extra bekostigt voor inclusief onderwijs, als dit inhoudelijk wordt onderbouwd. Ook is afgesproken dat meer ruimte mogelijk is, mits het schoolbestuur dit onderbouwt en de gemeente hiermee instemt. Het uitgangspunt van 50 m² bvo is daarmee geen maximum. Voor OBS De Oosterburcht wordt aangesloten bij het minimumuitgangspunt van 50 m² bvo. Voor de Ds. J. Bogermanschool wordt voorgesteld om 100 m² bvo toe te kennen. De Ds. J. Bogermanschool heeft een bredere ruimtebehoefte onderbouwd, onder meer voor individuele begeleiding, overleg met ouders en externe partners, prikkelarme werkplekken, ondersteuningsruimten, een MIVA-toilet en praktijkgericht onderwijs. De oorspronkelijke ruimtewens van 200 m² is dus niet één-op-één overgenomen. Hiervan kan precedentwerking uitgaan.
Dat is ook als kanttekening in het raadsvoorstel benoemd. Andere schoolbesturen kunnen bij toekomstige projecten eveneens een beroep doen op extra ruimte voor inclusief onderwijs. Dit vraagt om een zorgvuldige en gelijke beoordeling per project. Toekenning in Oosterland betekent dus niet dat toekomstige aanvragen automatisch worden gehonoreerd. De nog uit te werken beleidsregel voor inclusievere schoolgebouwen moet hiervoor verdere randvoorwaarden bieden. Zoals in het antwoord bij vraag 2 al aangeven, is voor de andere scholen in het IHP wel indicatief benoemd wat extra ruimte voor inclusief onderwijs financieel kan betekenen. In paragraaf 7.4 van het IHP is hiervoor een bedrag van circa € 2,6 miljoen genoemd, gebaseerd op 13 projecten/scholen met ieder 50 m² bvo extra. Deze kosten zijn niet meegenomen in de financiële overzichten van paragraaf 7.2 en 7.3 van het IHP. Als ook andere scholen meer ruimte wensen dan het minimumuitgangspunt, is op dit moment niet exact aan te geven of de bestemmingsreserve IHP daarvoor volledig toereikend is. Dat hangt af van de concrete aanvragen, de onderbouwing daarvan, prijsontwikkelingen en de verdere uitwerking van de projecten. Bij de actualisatie van het IHP begin 2029 wordt dit opnieuw integraal beoordeeld.
8-jun-26 Technische vragen en antw. CDA - RVS herontwikkeling Weelstraat Oosterland (1700739)Technische vragen en antw. CDA - RVS herontwikkeling Weelstraat Oosterland (1700739)
2
TECHNISCHE VRAGEN
Fractie: CDA
Portefeuillehouder: A.M.J. van Burg/ A.A. ten Cate
Voorstel/ onderwerp: RVS-herontwikkeling Weelstraat en omgeving (1700739)
4
Vraag
Antwoord
Er wordt een extra investering gevraagd van € 285.000,-, vooral omdat obs De Oosterburcht als kleine school toch bepaalde algemene ruimtes nodig heeft en beide scholen hechten aan een herkenbare eigen ruimte en signatuur binnen het gezamenlijke gebouw, zodat “niet alle mogelijke synergievoordelen van gezamenlijke huisvesting volledig worden benut”. Waarom was dit niet op voorhand duidelijk? Wat zijn nu in concreto de synergievoordelen van de gezamenlijke huisvesting, oftewel: welke voorzieningen zijn wel gezamenlijk?
De ontwerpwerkzaamheden voor een gezamenlijk schoolgebouw zijn medio 4e kwartaal van 2025 gestart. Het voorlopig ontwerp is het eerste ‘product’ van een intensief ontwerpproces. Onderdeel van de fase van het voorlopig ontwerp is ook het nader onderzoeken van de synergiemogelijkheden- en voordelen. Op voorhand was duidelijk dat beide scholen een andere signatuur en identiteit hebben en die ook zoveel mogelijk willen behouden, maar pas gedurende het ontwerpproces werd duidelijk dat er weinig mogelijkheden zijn om ruimten gezamenlijk te gebruiken. Het belangrijkste (synergie)voordeel is het feit dat de scholen (en de kinderopvang en buitenschoolse opvang) in 1 compact gebouw met twee bouwlagen samen worden gehuisvest, waardoor we de bouwkosten zo laag mogelijk houden. Men gebruikt de volgende voorzieningen gezamenlijk: Centrale hart met aula en tribunetrap (ook voor de kinderopvang) Lift Mindervalidetoilet Vergaderruimte
5 6 7 8 9 10
8-jun-26 Technische vragen en antw. CDA - RVS herontwikkeling Weelstraat Oosterland (1700739)Technische vragen en antw. CDA - RVS herontwikkeling Weelstraat Oosterland (1700739)
3